Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 23 januari 2011

Reisverhaal Ellaidhoo. Deel 6.

Aangezien het bij jullie nu zondagavond is hebben jullie misschien wat meer tijd om te lezen, dus zet ik er nog een reisverhaaltje bij. Ik heb er toch genoeg. :-)

Onderaan deze tekst vinden jullie ook een link naar het eerste fotoalbum. (Ruwe, onbewerkte fotokes, maar misschien plezant om de tekst wat te verluchten.)


Donderdag, 13 januari 2011.

6. Oordoppen uit de garnalenwinkel in een café zonder bier.

Om half zes opgestaan na een kort maar zalig nachtje. Ge kunt hier slapen met alle ramen open, het blijft relatief koel, maar mijn slaap-t-shirt of sokken zijn er toch nog niet aan te pas gekomen.

In het restaurant snel een thee-tje gedronken en onze lunchpakketten aangenomen, die Paul bijna door zijn knieën deden zakken. Ja, op dat uitje van 8 uren gaan we alvast niet verhongeren.

Prem had een lijstje laten maken met info waar de fotowinkels gelegen waren en ons een adres gegeven waar we de verantwoordelijke van Keells konden vinden. Toen we vertrokken stond een groepje managers alweer klaar om de 8 vertrekkende passagiers uit te wuiven. Zo’n charmant zicht!

Om een of andere reden werden we niet vervoerd met de hotelboot maar met een privé-speedboat. Wat niet zo slecht was want hij was zachter en volgens mij ook iets sneller.

Onderweg probeerde ik met mijn suffe kop wat foto's te maken van de zon in de wolken. Ik zat geduldig te wachten tot ze wat dieper naar zee zou zakken omdat ze dan in een feeëriekere wolk zou terecht komen. Dat bewijst maar weer eens dat ik niet echt een ochtendmens ben. Ik zou de zon zelfs 's morgens willen zien zakken...

Eerst werden de toeristen afgezet op het luchthaveneilandje en dan werden wij gedropt op Male. Een brokje eiland van 3km op 3 waarop 100.000 inwoners samengepropt zitten, met alle nodige vervoersmiddelen.
Op drie uur tijd moesten we onze helse opdracht vervullen.

Het begon al goed, we hadden geen rufiyaa’s, de eerste bankautomaat aanvaardde onze Mastercard niet (alleen Visa), de tweede gelukkig wel. We namen onze eerste taxi van de dag, richting Keells office. Taxi's hebt ge maar van de straat te plukken. Ik denk dat zo ongeveer 1 van de vijf auto’s die hier rijden een taxi is. Eender welke bestemming, de prijs is hetzelfde : 20 rufiyaa. De chauffeur wist niet zo direct waar we moesten zijn maar we geraakten er toch. Hij dropte ons op een hoek van een straatje, wees vaag waar we ergens op de tweede verdieping moesten zijn, en we begonnen een deur te zoeken. Het was kwart na acht en alle winkels en bedrijven waren nog gesloten, de eerste deur die we open kregen besloten we dan binnen te stappen. We namen een lift tot de tweede verdieping en kwamen uit op... niets. Dan maar een trap genomen. Toen kwamen we in een halletje terecht met een berg schoenen voor een deur. Ik dacht dat het misschien een moskee was, en besloot aan te bellen. Bleek het een gewoon appartement te zijn waar een oud vrouwtje ons duidelijk maakte dat er iets niet klopte.

Terug op straat aan iedereen die we zagen de weg gevraagd. Uiteindelijk bleek de ingang van het Keells kantoor achter een gesloten rolluik te vinden waar een waker in de duisternis in een lege zaal zat. Hij legde met gebaren uit over 10 minuten nog eens terug te komen. We hebben ons dan maar als "de clochards van Male" in het dichtsbijzijnde steegje op de grond gezet met onze bomvolle fototas, de fles water en de twee zware lunchpakket-taartendozen die stilaan door mekaar begonnen te zakken. Vanzelfsprekend lekker warm aangekleed in lange broek en t-shirt, aangezien we in een moslimland zijn.

Om half negen zaten we boven op het kantoor van onze hotelketen, waar we onmiddellijk met thee verwelkomd werden. Het was de eerste keer van mijn leven dat ik thee met melk dronk en het smaakte even vreselijk als ik altijd gevreesd had. Toch weer een ervaring rijker. Eén van de mensen van Keells besloot met ons mee te gaan naar de grootste fotozaak van het eiland, Reefside Sony Center. We namen taxi 2, kwamen aan bij het Sony Center, maar dat bleek gesloten tot 10 uur. We bedankten onze begeleider en zegden dat we ons wel zouden redden, en eerst de rest van ons boodschappenlijstje gingen afwerken. We dachten blijkbaar nog dat we in België waren.

De eerste straat leverde ons een snorkelpijp, en twee niet krakende plastic draagtassen op. Vroeger nam ik op reis alle maten plastic zakken mee, al ons gerief zat zelfs in aparte doorzichtige zakken ingepakt, dat maakte het verkassen van slaapplek naar volgende hotel zoveel eenvoudiger. Door de zotte ziekte mocht er deze reis natuurlijk geen plastic zak mee, en daar heb ik me ferm mee in nesten gewerkt. Een mens kan op reis blijkbaar echt niet zonder...

Paul zorgde er voor dat onze telefoonkaart werd bijgevuld. Ondertussen stapte ik elke duikzaak binnen in de hoop nog wat degelijke oordoppen aan koordjes te kunnen kopen voor ‘t geval ik deze handige set ooit zou verliezen. Dat werd niks. Op de duur wist heel de straat wat ik zocht, iedereen was heel vriendelijk, maar niemand kon helpen.

Terwijl Paul de gsm liet bijladen ging ik op zoek naar een optieker in de hoop een ander stel lenzen op de kop te tikken waar ik wél de icoontjes op het schermpje van mijn camera mee zou kunnen lezen. Ook dat werd niks. Telkens spraken we goed af waar we mekaar zouden terugvinden, want als we mekaar hier in deze smalle doolhofstraatjes zouden kwijtraken, dan waren we wel gezien. Vooral ik, omdat ik noch een gsm, noch geld, noch mijn paspoort op zak had. Alles zat in Paul’s enorme fototas.

Onze volgende stop was de reparatie-afdeling van Sony. Ik vond het wel heel hoog gegrepen van Paul om onze twee onderwatercamera’s daar gerepareerd te krijgen, vooral omdat ze al 6 jaar oud zijn, maar ik liet hem maar doen. Ondertussen ging ik verder op zoek naar mijn nagelknipper, mijn ontstekingswerende zalf, mijn aanstekers, mijn lenzen en mijn doppen.

Uiteindelijk vond ik in een apotheek de zalf, en zij stuurden me verder op pad voor mijn doppen. Enkele straten verderop zou ik verschillende prawn-shops vinden die dat beslist zouden verkopen. Prawn-shops?? Garnalenwinkels?? Pawn-shops?? Pandjeshuizen? Met oordoppen? Die dan iemand voor een paar centen zou in pand gegeven hebben? Nee, hier moest een misverstand aan de hand zijn. Toch bleven de apotheker en zijn assistent dapper volhouden: "pawn-shop", "prawn-shop", terwijl ik nochtans mijn doppen onder hun neus hield. OK. Ik zou dan wel zien wat er bedoeld werd als ik er voor stond.

Na verschillende straatjes overgestoken te zijn, met doppen in mijn oren, tussen ontelbare brommers, vele hoeken omgedraaid (telkens goed naar herkenningspunten uitgekeken om mijn weg terug te vinden) kwam ik in de hoofdstraat waar ik de winkels van die doppen zou moeten vinden. Daar begon ik dan maar terug de weg te vragen aan mensen die geen engels konden en die ik toch niet kon verstaan vanwege het straatgeraas en de doppen in mijn oren. Ik rende maar voort en voort, het leek wel of ik in mijn eentje Peking Express aan’t naspelen was. Ik zag noch pharmacies noch prawn- of pawnshops, en bij elke optieker waar ik binnenstapte hadden ze mijn lenzen niet. Ik besloot terug naar Paul te gaan bij de Sony repair. Ondertussen was ik zover afgedwaald dat ik wel moest beginnen rennen. Maar dat was niet simpel. De smalle straatjes stonden vol geparkeerde brommers, voetpaden waren tussen 20 en 10 centimeter breed en de auto’s en camions hadden voorrang. Wij voetgangers moesten ons van portaal naar portaal wurmen zodat de auto’s konden passeren. Ik geraakte maar niet vooruit. Ik torende hoog boven de kleine, slanke, gesluierde dames uit en zag op die manier toch af en toe een gaatje om enkele mensen voorbij te steken en iets sneller vooruit te komen

Uiteindelijk belandde ik bekaf terug op mijn vertrekpunt en Paul zat daar heel fier te wachten met een fijne boodschap : ze konden onze camera’s hier allebei repareren want ze hadden de CCD-chips in voorraad. Zowaar een mirakel gezien de leeftijd van onze apparaatjes. De technieker wou het zelfs vandaag nog proberen te doen. Fijn. Dus nu konden we eindelijk op zoek naar een echte degelijke onderwatercamera voor mij bij het grote Sony Center dat ondertussen wel zou open zijn.

We wurmden ons terug naar de waterkant van de stad - al goed dat ik een ingebouwde gps in mijn kop heb - en daar wachtte ons de grote verrassing. "Underwatercamera’s? No." "Hoezo? Nee? Dit is toch Male! Het mekka van de duikers!" Bobbejaan Schoepen zou hier beslist zijn beginnen zingen over "Een café zonder bier". Er kwam een andere verkoper en die zei dat heel de voorraad (van ocharme één model, de TX8) op was. Hij suggereerde naar duikwinkels te gaan. Maar die had ik al allemaal bezocht voor mijn doppen dus ik wist dat die alleen maar wegwerpcamera's verkochten. Dan stelde hij voor naar "Evan's" te gaan, misschien zouden die wel enkele Canons hebben liggen. Wij terug full speed die "Evan's" gaan zoeken. Niet te vinden. Weer maar gevraagd. Bleek dat we al 100 meter te ver waren. Wij keken eens meewarig en een man besloot even met ons mee te lopen. De winkel bleek "Aviance" te heten en op de eerste verdieping camera's te verkopen. Maar geen onderwaterspul. Taxi drie genomen naar een winkel om een internetkaart te kopen (een andere zaak dan de gewone telefoonwinkel).

Taxi 4 bracht ons terug naar Keell's omdat we daar de ontvangstbewijzen van onze te repareren camera's moesten afgeven zodat zij ze later konden afhalen en op de boot zetten naar ons eiland. Maar we moesten hen in rufiah's betalen... en die waren ondertussen op...

Ze konden ook niet geloven dat er op héél Male geen camera te vinden was en belden naar de Canon Showroom, waar ze volgens de verkoper een onderwatercamera op voorraad hadden. Hoopvol namen we taxi 5 naar de Canon winkel. De chauffeur leverde ons af bij het Canon Copier Centre. Hm. Een volwassen bureelkopiermachine aanschaffen was niet direct ons doel. Gelukkig lag de Canon fotowinkel vlak in de buurt. Daar hadden ze één zielig cameraatje waar ik me niet echt mee kon verbeteren.

En wéér stonden we terug op straat. Zonder geld om een taxi te nemen, en de dichtsbijzijnde bank bleek een halve kilometer verder. Ietwat vervelende zaak. Vandaar dat taxi 6 ons eerst naar een bankautomaat reed en vervolgens naar Keells om de rufiah's te gaan afgeven voor het betalen van de reparaties. De manager van Keells liep even mee om ons de weg te wijzen naar de kade waar we de dhoni konden nemen om naar het luchthaveneiland te varen. Een brede boot, waar na enkele minuten een ouderwetse conducteur langs kwam om de kaartjes te verkopen.

Aangezien we ondertussen te weten waren gekomen dat er in de Tax Free Shop van de luchthaven nog één camera in voorraad was ging ik proberen om daar binnen te geraken. Iets wat in principe onmogelijk is als ge niet gaat opstijgen. Dus sprak ik de manager van de luchthaven aan en die zei dat de wet het niet toeliet dat we iets kochten, zelfs al konden we de tickets voor onze vlucht voor over 10 dagen laten zien. De man was echter van zo'n goede wil dat hij het toch eens ging proberen. Het lukte niet. Ik bedankte hem uitgebreid voor zijn moeite. "Dank u" zeggen in 't Maldiviaans is al lang geen probleem meer. Iedereen is zo behulpzaam dat ge het woord "Shukkurya" dikwijls genoeg moet gebruiken. De man vroeg ons nog even te wachten want hij wou toch nog iets proberen. Na vijf minuutjes kwam hij terug en wist te vertellen welk apparaat er in de Tax Free te krijgen was. Jammer genoeg was dat weer een klein volautomatisch toestelletje waar ik geen stap verder mee zou geraken...

Uiteindelijk ben ik dan in het luchthavenapotheekje weer op zoek gegaan naar die goeie doppen aan koordjes en ik had geluk! De voorraad was net aangevuld! Dus maar ineens twee pakjes gekocht. In een ander winkeltje wist ik ook nog snel twee aanstekers op de kop te tikken en dan was onze Peking Express teneinde want de nieuwe lading toeristen was ondertussen aangekomen (weeral dikke Russen met even dikke gouden kettingen rond hun nek. "Maffia-stijl". Ook hier. Gelukkig gedragen ze zich hier vrij goed) en onze speedboot ging vertrekken. Zó blij dat ik mini-Bangkok achter me kon laten.

Totaal groggy stapten we in de boot, ik stak mijn sterkste oordoppen in en was blij met het vooruitzicht anderhalf uur te kunnen zitten en eindelijk comfortabel wat uit onze doos te kunnen eten. De zee besliste er anders over. De boot knotste als een bokkige ezel over de golven, we staken de kippenpoten bijna in onze neus en de bananen mikten we door 't schokken richting onze oren. Gelukkig zaten die al vol doppen. De piepkleine cake-jes richting mond bewegen was ook geen sinecure. Uiteindelijk hadden we na vele slappe lach-aanvallen onze maaltijd toch betrekkelijk vlot naar binnen gewerkt. Er was niet al te veel op ons gezicht terecht gekomen. Toen ik naar achter keek zag ik de pas aangekomen toeristen lichtjes bleekgroen zitten schokken op de banken. Van een "Blijde Inkomst" was zo te zien niet direct sprake.

Na een uur schudden en steigeren, op onze polsen steunen en onze benen gespannen houden om de ergste schokken op te vangen telkens we in een golfdal vielen was mijn energie blijkbaar kompleet op. Ik viel in slaap!! Paul trachtte mij als een lappenpop enigszins op mijn plaats te houden en me te behoeden voor al teveel blauwe plekken terwijl hij angstvallig zat uit te kijken door de door de golven bespatte voorruiten om ons eiland te ontwaren. Toen hij stilaan de moed begon op te geven zag hij iets verschijnen aan de einder. De helletocht was bijna ten einde.

Op het ponton stond een hele rij managers op een lijntje om de groentjes, letterlijk in dit geval, te verwelkomen. Aangezien wij geen noemenswaardige bagage hadden (wegens een niet zo heel succesvolle shoppingtrip en zeker nu onze lunchpakketten op waren) hopten we als eersten van boord. Iedereen vol verwachting : hebben ze hun camera???
Nee dus.
Néé, écht niet. In Male hebben ze geen onderwatercamera's. Male is een café zonder bier.

Alle managers draaiden zich uit pure verbazing naar ons toe, en wilden meer uitleg. Ik commandeerde : omdraaien en de nieuwelingen ontvangen, ons waanzinnige relaas krijgt ge later wel te horen. Het was echt een hilarisch einde van een absurde ochtend.

Aangezien we toch vlak bij het restaurant van de boot waren gestapt besloten we ons ietwat geaccidenteerd middagmaal netjes af te ronden met wat fruit en puddingkjes. Harish vond ons verhaal over Male ook hoogst vermakelijk en haast ongeloofwaardig.

Plots kwamen we tot de conclusie dat we vanmorgen in alle vroegte bij het afvaren onze hotelsleutelbos snel in Prem's handen gedrukt hadden omdat onze fototas al zo vol zat. Dus gingen we aan de receptie onze sleutels zoeken. Onvindbaar. Natuurlijk, die zaten nog in Prem zijn broekzak en die was ondertussen naar zijn kamer gegaan om wat te rusten. Andreana, de Indische receptioniste, besloot met ons mee te lopen en even de sleutels op te halen. Onderweg moesten we dan nog met verenigde krachten een Chinese toeriste helpen die geen woord engels sprak en met gebaren trachtte uit te leggen dat de stopcontacten op de kamers vertikaal stonden en dat haar batterijoplader enkel horizontaal kon werken. Ik loste het probleem dan maar op door haar lader aan Andreana te geven en te zeggen het ding aan de balie op te laden en het later aan de dame terug te bezorgen. Ze kunnen hier nu toch moeilijk hun stopkontakten gaan uitbreken, nietwaar? Toch niet voor een gewone toerist. Mens, wat zou ik het zalig vinden om terug in een hotel te kunnen werken. En zeker hier. Als ik jong en gezond was, ik zou het wel weten. Ze moesten me niet eens betalen, gewoon kost en inwoon zouden volstaan. Ik zal dat maar nooit aan Prem zeggen of hij legt me hier aan een ketting vast.

Andreana’s oog viel plots op het plakkertje dat rond mijn vinger zat, en ze vroeg heel ongerust wat er aan de hand was. Niks natuurlijk, gewoon onder water weer met mijn tengels aan iets gezeten wat niet zo gezond was. Desalniettemin bleef ze vragen of zij het niet mocht verzorgen. Ik zei dat ik de ongerechtigheid er al lang zelf uitgesneden had, gedesinfecteerd, gezalfd en verbonden en dat ik gewoon was kleine operaties op mezelf uit te voeren. Ze vond dat ik na deze ochtend dringend wat moest gaan rusten. Ik antwoordde dat ik wel tussen mijn vissen zou gaan relaxen. Ze schoot in de lach.

Thuis kieperde ik mijn zak om, om het resultaat van deze queeste te bekijken. Armzalig in verhouding met hoe we geleden (en gelachen) hadden : twee niet-krakende-plastic- draagtassen, een snorkelpijp, een tube zalf, twee aanstekers, en een onvoorzien maar geestig t-shirt.
Geen nagelknipper, geen lenzen, geen camera.
Maar kom, als onze twee Sony T1-tjes zouden gerepareerd geraken, is alles toch niet voor niks geweest.

Heel even in ons huisje proberen te bekomen maar mijn kop voelt zich veel beter onder water. Het was nevelig en al tegen de avond, dus het fotograferen lukte niet al te best. Ik kreeg ook kou omdat ik een kwartier had stilgelegen om een portretje te maken van de snuit van een zeestaartje. Een viske dat voornamelijk uit een lange staart en een piepklein kopke bestaat. Dat kopje van minder dan 1cm fotograferen is de uitdaging natuurlijk. Enfin, 't resultaat is niet om over naar huis te schrijven. Hoewel ik dat dus nu blijkbaar wel zit te doen.

We hebben wel een zeeschildpad gezien. Ze zat nogal diep in zee en ik had net kramp in mijn tenen, dus 't was nogal een spartelpartij om er te geraken, maar het loonde de moeite. Jammer genoeg was 't al te donker om nog echt goede foto's te maken. Mensen met slechte ogen zouden al evengoed kunnen denken dat het een zinkende bruine luchtmatras is...

Na anderhalf uur snorkelen even liggen uitsuffen in het zwembad en wat met de Duitsers zitten praten. Ik heb hen eindelijk maar verteld over mijn bizarre ziekte, anders lijkt het wel of ik hen probeer te vermijden. De vrouw vertelde dat de echtgenote van bondskanselier Kohl ook een waanzinnige ziekte had gekregen (die mijn overleden vriendin trouwens ook heeft geveld), namelijk niet meer tegen licht kunnen. Dan kunt ge niet meer buiten, ge verbrandt zelfs door het leeslichtje van uw bed. Ge moet constant factor 50 dragen. De echtgenote van Kohl heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd.

Daarna heb ik rustig wat liggen schrijven op ons zalige en stille terras uitkijkend op zee en hemel en verder niets. Heerlijk rustgevend, maar toch niet voldoende om mijn dolgedraaide kop terug normaal te krijgen.

Mezelf naar het restaurant gesleept en zelfs niet eens dessert gaan halen. De tinnitus heeft weer volop zijn kop opgestoken door 8 uur mijn doppen te moeten dragen. Het lijkt wel of alle lawaai van de dag zich in mijn hoofd opgestapeld heeft en er kan geen klikje of tikje meer bij.

Vanavond hoorden we via via dat Prem doodongelukkig was geweest omdat hij vond dat de boot die hij gecharterd had te klein voor me geweest was. Te klein? We zaten er met acht man op en er waren nog plaatsen over... Wat had hij dan gewild? Het jacht van Caroline van Monaco ofzo?

Ik was verdorie al heel gelukkig met het feit dat ik de kans kreeg om mee naar Male te varen en dat ik dit avontuur had kunnen meemaken. Zij het wel dat ik er enigszins van onderste boven was.

Eergisteren waren we van plan om in maart terug naar hier te komen. Maar de vliegreis en zeker ook de speedboattrip maken het toch wel heel zwaar voor me. Mijn vriendin had eergisteren al een sms gestuurd : "Ik heb u in geen tijden zo gelukkig geweten, probeer te verlengen!!" En ja, dat is een veel beter idee.

Toen we dat aan Prem vroegen was hij heel blij, en zei dat hij iets ging regelen. Hij beweert dat het voor 99% in orde komt, maar dat hij eerst met het head-office moet bellen. Ik vroeg of het hotel misschien volgeboekt was, want ik zou niemand zijn kamer willen afpakken of "per ongeluk" aan de haaien laten voeren. Hij beweerde van niet, en dat we morgen meer zouden weten. Raar wel, want normaal kan hij dat allemaal zelf regelen, hij kent zijn kamerbezetting. Er is iets vreemds aan de hand. Maar dat komen we wel te weten.

Wat een vooruitzicht als deze droom nog een week langer zou kunnen duren en ik over een dikke week al niet weer in die afgrijselijke speedboat en dat vliegtuig zou moeten zitten...

 
Morgen het vervolg!

En hier is de beloofde link van het voorlopig fotoalbum. Jullie zullen zelf moeten uitpuzzelen welke foto's bij welk hoofdstuk horen, maar ze staan wel in volgorde.
Veel plezier!

http://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/Ellaidhoo?authkey=Gv1sRgCNG2pMnig5D6sgE#

Geschreven door Laathi om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo deel 5.

Woensdag, 12 januari 2011.

5. Tonijnen in alle hoedanigheden.

Met veel moeite wakker geraakt en naar ‘t restaurant in snelwandelpas. Haris had een krekel uit palmblad gevouwen en die stond mooi naast mijn bord. Een krekel... Hoe toepasselijk toch weer...

Maar zelfs van mijn inwendige krekels heb ik hier minder last. Voor mijn gekke kop is deze oase van rust en stilte echt een herademing. Ik vraag me af hoe ik ooit nog moet wennen aan een wereld vol auto’s en muziek. Zelfs in de sjiekste villawijken hoor je bij ons nog altijd 24 uur aan een stuk auto’s op autostrades voorbij razen. Gelukkig zijn de bewoners er zich niet van bewust. De meeste mensen realiseren zich niet in wat een lawaaierige wereld met een overdaad aan achtergrondlawaai dat wij Westerlingen leven. Nu niet dat het in Sri Lanka of India beter is want daar gebruikt iedereen zijn claxon even vaak als zijn rempedaal. Maar op Ellaidhoo is het stil. Echt stil.

Mijn snorkelpijp heeft ook de geest gegeven, mijn bril is vrijwel verduurd, dus momenteel gebruik ik die van Paul. Hij had er eentje in de Lidl gekocht en dat is de beste van heel ons dure pijpenassortiment. Die is volledig geruisloos!!! Niks geen gebroebel meer! Nog nooit zo’n heerlijk ding meegemaakt. Ik moet ze zelfs niet om de minuut leegblazen! Ik kan me nu rustig op mijn foto’s concentreren zonder constant met mijn pijp te zitten worstelen.

Gelukkig hebben we brillen en pijpen op reserve mee. Ondertussen heb ik ook Paul zijn zwembroek aangeslagen want de randjes van mijn billen waren al verbrand. Nu zitten die iets beter ingepakt. Echt sexy zal het niet zijn maar dat is ‘t laatste van mijn zorgen. Nu heb ik dus geen hobbezakbroek, maar ook al een hobbezakzwembroek. Zalig.

In de buurt van de roggen troffen we weer de grote dikke vette makrelen (jacks) aan. Witte en zwarte exemplaren die hopen een graantje mee te pikken van de voeding van de roggen. Vissen zijn best slim, ze weten waar de goede restaurants zijn. Telkens ik zo’n zware vis voor mijn neus krijg zie ik er spontaan een potje japanse mosterd en een fles sojasaus achterna zwemmen. Ik kan er niet aan doen maar soms veranderen die beesten in mijn geestesoog plots in een sashimischotel...

We zagen ook al een inktvis, die zich niet uit zijn hol liet lokken, een gevederde roze-oranje leeuwenvis, en op de betonnen muur tussen allerlei begroeisels ontdekte ik weer een steenvis. Haast onherkenbaar, maar ik begin voor die kereltjes een goed oog te ontwikkelen. Ik kon hem heel duidelijk en van dichtbij fotograferen, maar iedereen gaat weer denken dat ik een foto van een stomme steen genomen heb. Of bij ‘t snel nakijken van de foto’s is het risico weer groot van : “Oh, op deze was de vis blijkbaar al weg, wissen maar”. Het zou niet de eerste keer zijn dat er op die manier een prachtfoto van een steen- of schorpioenvis in de prullenbak eindigt.

De palen van de steiger zijn begroeid met zachte en harde koralen. God zijn schildersgerief is hier uit zijn handen gevallen en pats! Elk koraal kreeg een andere kleur! Tegen de avond aan zien ze er weer heel anders uit, want dan openen ze hun kelkjes en komen al de wriemelende trilhaartjes tevoorschijn waarmee ze zich voeden. Overdag kunt ge dat ook al zien gebeuren bij diertjes die zich in duistere holen gevestigd hebben. Ja, koralen zijn dieren.

Prem heeft gearrangeerd dat we morgen met de boot mee naar Male kunnen. Daar zullen ze beslist het betere onderwaterfotografiegerief verkopen. Na zes jaar met die verouderde toestellen gewerkt te hebben verdien ik wel eens een degelijk nieuw apparaat.

Haris moet ook naar Male voor nieuwe pasfoto’s dus misschien kan hij wel meegaan. 't Zou plezant zijn, want we zijn nog nooit in de hoofdstad geweest, dus we kunnen wel wat hulp gebruiken om onze queeste op 3 uur tijd voor mekaar te krijgen. Ik heb al een heel shoppinglijstje klaar voor alles wat kapot is of wat we vergeten mee te brengen zijn.

Ik dacht dat ik het grootste deel van deze reis op mijn kamer ging moeten doorbrengen, dus ik heb een boel dingen gewoon niet eens meegenomen.

We hebben op het internet naar fotowinkels op Male zitten zoeken, maar geen enkele blijkt een website te hebben. Maar kom, hier in ‘t Mekka van de duikers zullen er wel winkels genoeg zijn die het betere spul hebben liggen.

Paul is dan maar gaan voetballen en ik ben gaan snorkelen. Maar weer liep het miserabel af. Mijn lens blokkeerde tijdens een macro opname op 1 cm... Pfffffft. En ik was net bezig aan een prachtige reeks over eenhoornvissen en een schooltje volledig doorschijnende kleintjes waarvan ge hun graatjes kon zien! Zo mooi...

Ik had echt goesting om mijn camera in zee te gooien, maar ja, dat was nogal moeilijk want daar lag hij al natuurlijk. En aan de haaien voeren was er ook niet bij want er was er net geen enkele in de buurt.

Alleszins mijn doorschijnende visjesfoto's zijn gelukt, ze horen zelfs tot de mooiste die ik ooit gemaakt heb. Zo van die heerlijk surrealistische foto’s. Ik dreef de school richting zee en met die donkere achtergrond heb ik precies allemaal interplanetaire reizigers die neerdalen uit de ruimte.

Tijdens ons avondmaal was er sushi. Oh oh... Ik hoop maar dat mijn kudde grote tonijnen niet gesneuveld is. Deze keer kwam de maître d’hôtel een babbeltje slaan. “Ik ken jullie toch, is het niet?...” Alweer een bekende bij! Deze man bleek destijds ook in de Club Oceanic gewerkt te hebben, in de periode net voor en net na de tsunami. Ook hij was heel dankbaar dat Prem hem mee naar dit mooie eiland genomen had. Zo ongeveer iedereen van het personeel draagt hun grote baas op handen.

Prem doet zijn werk ook zo plichtsbewust. Welk klein probleem zijn gasten ook hebben, hij laat het oplossen door zijn personeel, maar hij controleert daarna wel hoogstpersoonlijk bij de mensen of alles naar wens gebeurd is.

Telkens er mensen vertrekken zorgt hij ervoor dat hijzelf en hun favoriete supervisors op de pier afscheid komen nemen. Als er nieuwe toeristen aankomen staat er ook een hele afvaardiging klaar om de gasten persoonlijk welkom te heten.

Tot onze opperste verbazing kregen we na ons avondmaal - in ons zalig afgelegen hoekje aan de waterkant - van Haris te horen dat het personeel hier niet in zee mag zwemmen. Ik viel bijna van mijn stoel! Voor de Sri Lankanen is dat niet zo erg, die houden niet van water, kunnen niet zwemmen, en zijn na de tsunami alleen nog maar banger voor de zee geworden, maar voor de Maldivianen is dat echt een ramp. Die jongens hebben hun zee even hard nodig als een mens adem. Door de vorige manager was het niet toegelaten, en Prem heeft die idiote regel stomweg overgenomen. Daar zou ik nu toch graag eens met hem over praten.

Toen Sanjeeva manager was van Velidhuu mochten alle jongens zwemmen, achter de boten, waar ze echt geen toeristen konden storen, en na hun naam bij de security op de pier genoteerd te hebben.

Trouwens welke toerist zou zo wreed kunnen zijn het mensen die soms 3 maand aan een stuk werken, niet te gunnen om af en toe eens te gaan zwemmen? De zee is toch van iedereen! Maar ik begrijp wel dat voor een Sri Lankaan als Prem (die zelf bijna in de tsunami omgekomen is) het moeilijk te bevatten is dat de eilandjongens hier wél van water houden, het zelfs broodnodig hebben als ontspanning en om fit en gezond te blijven. Hier moet toch eens bij Prem voor gelobbyd worden.

Maar niet nu, want vanavond rende hij ook weer als een bezorgde moederkip in ‘t rond, wou graag even bij ons komen zitten, maar zijn gsm stond geen minuut stil, hij moest weer aan’t werk. Het zijn lange dagen, en dat 7 op 7... Maar hij haalt veel eer van zijn werk en doet het met hart en ziel. Hij doet me vaak denken aan een circusartiest die een tiental borden op stokjes moet laten blijven ronddraaien. Alleen zijn het er bij Prem een stuk of honderd...

Morgen, of vanavond, het vervolg :
het hilarische verhaal van de trip naar Male!
En een fotoalbum!
(met veel moeite op 't internet gekregen,
dus ik hoop dat ge er van gaat genieten...)
De reisverhaaltjes voor de volgende 4 dagen staan alvast geprogrammeerd, voor 't geval ik niet op internet zou geraken.
Hotmail doe ik hier niet open (internetten is traag en duur) ik hoop dat jullie daar begrip voor hebben.
De reacties onder de verhaaltjes lees ik natuurlijk maar al te graag! :-)

Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten