
Reisverhaal Egypte deel 4.
Rondwandelen in een stripverhaal.
Zaterdag, 9 juni 2007. Voormiddag. Crown Jewel - Aswan.
Alweer vroeg in de ochtend vertrokken. We moeten wel. In het laagseizoen, als het volop zomer wordt, is het op de middag te heet om iets te kunnen doen. Dus om half zeven uit bed, en om half acht onderweg naar de tempel van Horus in Edfoe.

Horus is de God met valkenkop. Aan de ingang van zijn tempel staat hij meer dan levensgroot afgebeeld. Horus zijn ene oog stelt de maan voor en zijn andere de zon.

In deze tempel zijn enkel nog de hoog- en laagreliëfs te bewonderen. Al de kleuren zijn verdwenen. Maar wat hem zo speciaal maakt is dat het de enige tempel is die nog een dak heeft. En dat maakt hem wel extra mysterieus. Zo kunt ge u toch een beetje beter voorstellen hoe de sfeer destijds moet geweest zijn.
Jammergenoeg zijn van de halfverheven beeldhouwwerken al de gezichten van de figuren weggekrast. Daar hebben destijds de Christenen grondig hun werk van gemaakt omdat ze die tempels met rare tekeningen maar een heidense bedoening vonden. Ze gebruikten de bouwwerken als woonplaatsen en stallingen. Ge ziet nog de gaten die ze in de muren geboord hebben waar ze de touwen doorheen lieten lopen om hun vee aan vast te leggen.
Alleen de onderste lagen van de tempel zijn gespaard gebleven van de beschadigingen omdat ze vele honderden jaren langer onder het zand bedolven hebben gelegen.

Zoals in elke tempel wordt zaal na zaal de vloer hoger en het plafond lager, tot in het heilige der heiligen waar alleen de farao en de hogepriester mochten komen. In die allerlaatste kamer staat een houten boot waarmee de farao naar “de eeuwige rietvelden” zou moeten varen. De echte boot is natuurlijk alweer lang geroofd. Deze keer door archeologen. Hij is vervangen door een kopie…

Die “Eeuwige Rietvelden” is ook maar niks vergeleken met onze “Hemel”. Bij ons wordt de rijstpap tenminste door personeel geserveerd, maar de oude Egyptenaren hadden een veel minder interessante voorstelling van ’t leven na de dood.
Eerst was ’t al zaak om velig de overkant te bereiken. Een hachelijk avontuur dat ge best grondig kon voorbereiden door u te voorzien van veel toverspreuken om onheil af te wenden, en voldoende materiële voorraden om later gerieflijk tot in de eeuwigheid te kunnen leven.


De farao nam zelfs 365 beeldjes mee, zodat hijzelf lekker kon blijven rusten en hij elke dag een ander personeelslid zijn taak in de “Eeuwige Rietvelden” kon laten uitvoeren. Ja, in de hemelse rietvelden moest serieus gewerkt worden. Daar moest bevloeid, gezaaid, geoogst,…
Ik zie mij al in onze hemel mijn eigen rijstpap laten aanbranden! En daarna zelf de potten afwassen… Komaan! Dat is toch geen “hemel”! Dan zijn ze er tegenwoordig met hun islam toch wel op vooruit gegaan. 72 maagden is toch wel een stuk interessanter dan op een “eeuwig rietveld” eeuwig te gaan werken. Maar soit, ik hou het alleszins bij mijn door engelen geserveerde rijstpap.
Regelmatig kwam op de muren ook een afbeelding voor van een god met maar 1 arm en 1 been, maar wel in ’t bezit van een grote piemel. Amro legde uit dat het de God van de Vruchtbaarheid was, Min.
Tijdens een oorlog was hij als soldaat bij de vrouwen van de farao gebleven om hen te beschermen. Maar toen al de anderen terug kwamen van de strijd bleek heel de stad zwanger te zijn... Als dank voor de bescherming die hij de farao geboden had is hij tot godheid verheven, maar als straf om al de dames zwanger te maken hebben ze hem eerst wel een arm en een been afgehakt. Ja, ge kunt niet alles hebben in dit leven.
Het is echt een tempel die leest als een stripverhaal. Hij staat van onder tot boven vol hiërogliefen. Tot en met de plafonds. En Amro kan er zo zalig over vertellen! Hij geeft juist genoeg informatie, laat ons dan een half uurke zelf ronddollen om foto’s te maken of om details eens terug te gaan bekijken, en daarna kunnen we dan weer met al onze vragen - en grappen en grollen - bij hem terecht. Een betere gids hadden we nooit kunnen vinden.

Om 10 uur moesten we al terug aan boord zijn voor de afvaart naar Kom Ombo.
Om ons bezig te houden tijdens de vaart mochten we de technische ruimten aan boord eens gaan bezoeken. Het verslag daarover en onze namiddag-excursie lezen jullie in de volgende aflevering!









