Reisverhaal Cruise naar Noorwegen en Spitsbergen. Hoofdstuk 6. Deel 2.

Hoofdstuk 6.
Deel 2 : "Miss Moose" bij "Rudolph-the-Rednosed-Reindeer".
Goddank was het taxihuisje deze keer niet verlaten en vond ik er een heuse mens! Ik trachtte hem uit te leggen dat ik rendieren wou zien, ik probeerde het in ’t Engels met het woord “moose” maar daar kwam ik niet ver mee. Gelukkig is een rendier uitbeelden niet moeilijk. Ge spert uw vingers van beide handen open, houdt ze naast uw kop en met wat goede wil hebt ge een gewei. De taximan vond mijn pantomime hilarisch en beloofde me ons na zijn volgende ritje mee te nemen. Hoewel hij opmerkte : “There are 6000 rein on the island but of course I don’t know where they will be… They just wander around…” Dus stelde ik hem voor naar de toeristische nederzetting van de Lappen, die officiëel Sami heten, te rijden, daar zou ik er toch beslist al een paar kunnen zien. Ik legde mijn normen al maar weer een beetje lager.
Miss Moose in 't taxikantoortje.
Op zo'n manier moeten ze toch weten dat ik niet naar een olifant op zoek ben nietwaar.
De man was overduidelijk gecharmeerd door mijn doorzettingsvermogen en mijn bereidheid er zo ongeveer álles voor over te hebben om die beesten te zien en vroeg ons over een kwartier terug te komen. Een nuttige tijd die we konden gebruiken om nog even te gaan internetten want hier aan boord lukt het echt niet, maar laten ze je ondertussen wel veel betalen. In het dorpje zelf is buiten wat vissersboten en een museumpje niks te zien. En ondertussen regende het fijntjes verder… We werden alvast "moes"-nat.
Een kwartier later stormde ik terug in blijde verwachting het taxihuisje binnen en mijn reputatie was me al voorgegaan. Ik stond al bekend als “Miss Moose” die Noorwegen écht niet ging verlaten alvorens rendieren te zien. Onze enorm lange Noorse taxichauffeur, Knut, kwam iets later ook binnengestapt en we konden vertrekken. Eén van de 7 taxi’s was eindelijk van ons! Mijn blijdschap kon niet op! We gaven de man carte blanche zolang hij maar rendieren tevoorschijn zou toveren. Een heerlijk mens met voldoende zin voor humor die met plezier aan de “search for rein in the rain” wou beginnen.
Het gebied rond de Noordkaap is heuvelig maar kent enkel een lage begroeing. Bomen komen er totaal niet voor, wel heel veel sappig mos en gras en hier en daar een struikje. De bodem is sponzig, de natuur lijkt een beetje op die van de ruige Schotse hooglanden. Onderweg zagen we verscheidene houten staketsels die moesten verhinderen dat de sneeuw zich op de rijbaan op kon hopen. Nu ligt er maar heel weinig sneeuw want ze hebben net een hittegolf van 25° achter de rug, de meeste is gesmolten.
Sneeuwhekken.
De door de wind opgejaagde sneeuw komt op deze manier zo min mogelijk
op de rijbaan terecht. De weg wordt in de winter dan ook nog eens afgelijnd
met paaltjes anders is hij niet meer te onderscheiden van de rest van de heuvel.

Halverwege de Noordkaap kwamen we aan twee tentjes waar we een jong Samikoppel troffen. De man ging onmiddellijk een rendier van de berg halen en kwam met een albino terug! Eentje met een rozig gewei en een rozige neus. Rudolph the Red-nosed Reindeer bestaat dus!!!
De man sprak perfect Engels en we mochten hem alles vragen. Het dier dat hij ons liet zien was ongeveer 4 jaar oud en volgroeid. Hij had net zijn nieuwe gewei maar het was nog soepel en donzig. Aanraken mocht niet, de man was op een toffe manier zeer bekommerd om zijn beest.
De zesduizend rendieren die hier in de zomer rondlopen horen toe aan 5 families Lappen, in de winter trekken ze terug met hun kuddes naar de relatieve warmte van het zuidelijkere Lapland, dan wordt de Noordkaap te guur en is hier geen voer meer voor de dieren te vinden want alles ligt dan onder een dikke sneeuwlaag.
Als je meer dan 600 dieren bezit heb je geen recht meer op subsidie dus iedereen heeft hier zogezegd 599 rendieren. Begin ze maar te tellen als belastingscontroleur… Alweer een man met een zeer gezonde zin voor humor. Die Lap dus, niet die belastingscontroleur.

Héél moeilijk om mijn handen thuis te houden.
Dat zag er zo zacht uit, en daar dan niet mogen aankomen...
Aan dat rendier welteverstaan. Niet aan de Lap.

Een gezin wordt als rijk beschouwd als het meer dan 1000 dieren bezit maar je kan ook makkelijke rondkomen met een kudde van 500 stuks. We mochten ook hun tentjes bekijken, met een ketel boven een vuur en allerhande kledingstukken en laarsjes uit rendierleder gemaakt die aan de wandzeilen bengelden. Hij vertelde er vanzelfsprekend wel bij dat hij echt niet zo gek was om nog in zo’n ding te wonen, dat hij dan misschien nog wel de lokale klederdracht droeg en enorm van zijn werk genoot omdat het hem een intens contact met de natuur gaf, maar dat hij wel heel blij was met zijn houten huis, en dat hij internet en een gsm bezat. De man haalde echt het beste uit de combinatie van zijn twee leefwerelden. 
Zo'n tentje is van binnen wel ruimer dan het er uit ziet.
We vroegen hem ook of ze hun dieren herkenden en die blijken gemerkt te worden aan hun gewei. Namen krijgen ze niet : “I’m not going to give a name to what I eat.” Toffe man, heel down to earth, spiritueel en duidelijk gelukkig. Uiteindelijk staat hij maar enkel tijdens de twee zomermaanden toeristen te woord, de volgende vier maanden is hij gewoon herder van zijn kudde en de rest van ’t jaar is hij in Lapland de dokter en tandarts van zijn dorp. Van een speciaal leven gesproken...
Na een lange babbel wilden we de man centen geven maar dat weigerde hij! Hij beweerde dat hij ’t een waar genoegen had gevonden eens met twee mensen te hebben kunnen praten in plaats van een kwebbelende groep van 60 man toe te spreken. Hij bleek deze ochtend al 20 autocars over zijn nederzettingske heen gekregen te hebben en vertelde dat hem er nu nog 20 te wachten stonden dus dat ons gewoon gesprekje een leuk intermezzo voor hem geweest was…Ja tijdens de middernachtzonperiode klopt die man wel lange werkdagen... En dan met 4 cruiseschepen in "town"... Ik hoop dat hij niet telkens 't albino exemplaar gaat tonen want anders gaat hij nog 20 x 60 = 1200 keer "Wooooow!! Look! How nice! Rudolph really exists!!!" moeten aanhoren...
Om deze mensen toch iets te gunnen gingen we de blokhut binnen waar zijn vrouw een zeer aparte souvenirwinkel van gemaakt had. Ik wou er best een kleinigheid kopen. Ze maakten allerlei producten van rendierhoorn en huiden, verkochten natuurlijk ook de obligate pluchen ijsberen en zeehonden, maar ze hadden ook heel grappige houten gsm’s ineengeknutseld. Eindelijk een gsm die je niet kan stresseren. 
De echtgenote van de Sami-"herder-dokter-tandarts".
De geluidloze gsm's...
Plots viel mijn oog op amuletten die ze zelf maakten van stukjes hout van de berkenstruik met middenin een schijfje rendierhoorn. In miniatuur was er hun mythologie op geschilderd. De vrouw kon er prachtig over vertellen.
Hoe niet de aarde maar de zon het middelpunt van hun leven was, en dat ze vele goden aanbaden - zoals het vuur en de wind - waar ze ook regelmatig aan offerden. Die goden woonden in een aparte wereld. In nog een andere wereld leefden de overleden mensen en dieren verder. Enkel de sjamanen konden beide werelden bezoeken tijdens een trance. Een hemel kenden ze niet maar daar hadden ze ook totaal geen behoefte aan want de levenden en de doden bleven toch steeds kontakt met mekaar houden via de sjamanen. Niemand raakte mekaar echt kwijt bij een overlijden. Ze leven verder in mekaars hart en kunnen mekaar na de dood enkel wat moeilijker bereiken.
Van zo’n mooie “godsdienst” wou ik zeker een amulet rond mijn hals dragen, temeer omdat deze mensen hem nog zelf gemaakt hebben ook. Natuurlijk hebben in Noorwegen “kleinigheden” geen “kleine prijsjes”, dat weten we ondertussen al. 
Ondertussen zat Knut knus in de taxi te wachten. De Sami-man was dolgelukkig met dit druilerige weer, dan groeide ’t gras goed voor zijn kudde, een Noorse taxi-chauffeur daarentegen houdt toch meer van de zon. Ze zien ze dan al maar een paar maand per jaar, dus verkiezen ze ’t ook dat ze niet achter de wolken of nevels verdwijnt.
In volgende aflevering worden we misschien wel hoe langer hoe natter maar wordt het ook hoe langer hoe plezanter...


