Vrijdag, 24 juli 2009.
Costa Luminosa, Amsterdam
15. Ook gij Brutus?

Onze cruisekaarten zijn vanaf nu waardeloos.
Er kan geen deur mee mee geopend worden, geen enkele rekening meer mee betaald...
Hoewel onze shift het schip pas mocht verlaten om 11 uur moesten we toch vroeg uit de veren want de kajuit moest leeg zijn tegen 8 uur. Het voordeel was dat we dan een lekker lang en uitgebreid ontbijt konden nuttigen. Het leek wel een vakantie geleden dat we dat nog eens zo relax gedaan hadden. Tijd zat dus om lang te zitten nakaarten over de reis met de mensen van ’t restaurant.
Voor hen begint deze middag ’t circus helemaal opnieuw. Vanaf 1 uur komen de nieuwe passagiers aan boord en worden de kelners - en iedereen die op dat moment niet moet werken - omgetoverd tot gids om de pas aangekomenen naar hun kajuit te begeleiden. De jongens hadden er oprecht veel zin in. ’t Is hard werken, maar heel afwisselend. De twee eerstvolgende cruises leiden weer naar Noorwegen, maar geen enkele gaat tot Spitsbergen, daarna varen ze langs de Middellandse Zee naar de Baltische staten, en dan gaat het schip even terug naar Italië voor een check-up alvorens de winter door te brengen met cruisen in ’t lekker warme zuiden. De vooruitzichten zien er goed uit.

Amsterdam.
Om het uur mocht een andere ploeg passagiers van boord - allemaal tegelijk is logistiek uiteraard onmogelijk - en aangezien wij bij de voorlaatste waren ingedeeld moesten we nog een paar uur zoek maken. We gingen dan maar wat bepakt en bezakt met onze euh “hand”-bagage op ’t zwembaddek zitten kijken naar de uitstappers. Meer mensen waren op dit idee gekomen. Je kon ook nergens anders meer naartoe…

Cruise-terminal.
We raakten aan de praat met verschillende andere koppels - die ook weggekropen waren op de meer rustige plekjes - en kwamen tot de constatatie dat we allemaal dezelfde mening deelden. Keer op keer hoorden we : “Noorwegen is prachtig, zo’n cruisefabriek is de hel en ’t is in geen geval de juiste manier om dit land te bezoeken.” Bijna iedereen voelde zich “een beetje” bekocht of toch zeker niet echt gelukkig. Eigenlijk was ik blij te horen dat er meer mensen mijn mening deelden want ik dacht tot hiertoe dat wij één van de weinige “ondankbare nesten“ aan boord waren, dus hadden wij ons ongenoegen steeds maar zo goed mogelijk proberen te verstoppen. Die andere mensen dus ook…
Een Nederlandse dame vertelde dat ze nooit een horloge droeg, net als ik dus, maar dat ze er zich aan boord toch eentje had aangeschaft om overal op tijd te geraken. En dat op vakantie. Triest toch wel. Een ander koppel bleek, tot ons aller verbazing, best te spreken over de prijs-kwaliteitverhouding, tot ze zeiden dat zij last-minute geboekt hadden en nog geen vierde van onze prijs betaald hadden. Weliswaar voor een kleine binnenkajuit, maar ’t is toch wel een significant verschil. Voor de betere kajuiten in ’t Samsara-gedeelte, tijdens de Middernachtszon, én op die ene cruise die Spitsbergen aandeed, was het noodzakelijk geweest bijna een jaar op voorhand te boeken. Lang voor de crisis begon dus… Vandaar dat de sommige laatboekers de week voor ’t vertrek nog koopjes hadden kunnen doen en een hutje weten te bemachtigen voor amper 1500 euro… Tja, dan is het heel begrijpelijk als je over de geboden kwaliteit tevreden bent.
Op één groepje Belgen na, heb ik niemand gehoord die ’t nog eens over zou willen doen. Iedereen die kwam voor ’t natuurschoon vond het een veel te drukke stressboel. De Russen daarentegen hadden de tijd van hun leven gehad. Maar dat hebben ze blijkbaar altijd, overal, in elk sjiek hotel… Als ze zich maar met gouden kettingen kunnen volhangen, hun kleren showen, flink doordrinken en eten hamsteren lijkt het wel alsof aan hun voornaamste wensen voldaan is. Voor mensen die houden van drukke “All-Inclusive”- hotels met constante animatie moet dit ook een droom zijn. Maar voor iemand die zoekt wat de begrippen “schip” en “varen” inhouden is dit echt niet aan te raden. En in geen geval voor rust- en stilte-zoekers. Nee, kies dan liever voor een cruise met een echt zeilschip zoals de Star Flyer uit onze Thailand reizen, of voor een kleine catamaran om Bora Bora en zijn buureilandjes te ontdekken. Dat was toch héél wat anders qua sfeer, vrijheid en mogelijkheden.
Eindelijk werd het 11 uur en mocht onze shift van boord. In een enorme hal op de kade stonden honderden en honderden valiezen op ellenlange rijen… Iedereen mocht de zijne gaan uitzoeken. Vervolgens begon de uittocht door enkele te krappe gangen in de hoop in de gietende regen een taxi te bemachtigen. Er werden bijna veldslagen geleverd want er waren veel te weinig voertuigen.
Eindelijk in ’t station aangekomen bleek, zoals in Nederland wel meer voorkomt, onze trein gewoon “afgeschaft”. De volgende zat prop, maar dan ook propvol. We konden zelfs de wagon niet in. We hadden gelukkig nog twee klapstoeltjes in ’t halletje kunnen veroveren en dan onze schoot volgeladen met onze, nu dus, “schoot”-bagage.
Onze neuzen priemden in andere mensen hun buiken (waaronder een zwangere), wiens enkels dan weer geschramd werden door een reuze kinderwagen in ’t halletje achtergelaten door een koppel vrolijke Afrikaansen die zich met kind en al in de wagon hadden geïnstalleerd. Een enkeling propte zijn iPod in zijn oren en trachte met wazige blik in de verte te staren (de ”verte” was in dit geval het haar van zijn buurman op 20cm voor zijn ogen, een andere dappere probeerde nog al staand een boek te lezen om de wereld buiten te sluiten. Ge zou er scheel van worden kijken. Met de trein reizen is slecht voor uw ogen.

Toen fotograferen nog mogelijk was...
In ’t begin was ’t nog gezellig om daar met allerhande nationaliteiten opeen gestouwd staan te kletsen. Maar bij elke halte wurmden er zich nog mensen bij. Het leek onmogelijk maar ’t gebeurde. Op de duur drukten we als de deuren openflapten op de knop om ze snel terug te sluiten want ‘de boot was écht vol’. Wat een razende Marokkaanse tot gevolg had die woest over alles heen kroop om er toch nog bij te kunnen. Totale chaos. Bij de volgende halte lieten we de deuren zich dus maar braaf automatisch openen zodat de wachtenden een zicht kregen in welke lamentabele staat wij daar gestapeld stonden.
Bij een volgend station floepte de deur open, een vrouw die stond te wachten om op te stappen sperde haar ogen open bij ’t aanschouwen van onze penibele situatie en zei heel ad rem : “Nou zeg?! Zijn jullie onderweg naar Auschwitz misschien?” Die vrouw is wijselijk niet op de trein gestapt, die hield het in één oogopslag voor bekeken.
Vanaf dat moment was het ijs gebroken en is er eigenlijk alleen nog maar gelachen. Met de rampzalige Hollandse uurregeling, met de gammele Belgische treinen, de Amerikaanse studenten droegen een flink steentje bij, en de Marokkaanse vrouw die eerst zo boos was bleek een heel toffe, plezante madam. En och, zo erg was ‘t nu ook weer niet dat haar beide knieën tussen die van mij staken en haar handbagage op mijn “schoot”-bagage was gestapeld. ’t Was alleszins heel knus en intiem dat we - zij gedwongen voorovergebogen met haar mond tegen mijn kruin - met mekaar konden babbelen om de ellendige tijd te bekorten. Gelukkig maar dat er niemand met claustrofobische neigingen bij was. (Maar ik was toch wel heel gelukkig dat ik vlak bij de deur zat, met mijn ene been bengelend in het trapgat…) Wat oprecht jammer was, was dat ik op de duur niet met mijn hand tot in mijn zak raakte om mijn notaboekje te pakken en al die heerlijke dingen die ik rond me zag gebeuren op te kribbelen. De helft ben ik dan ook ondertussen vergeten. Maar geloof me, het was een aparte ervaring, wat natuurlijk niet wegneemt dat ik méér dan overgelukkig ben niet elke dag op die trein te moeten zitten.

Trouwens in welke zak van mijn "Copperfield"-jas zou mijn notaboekje vandaag zitten?...
Ik was oprecht blij in Antwerpen Centraal aan te komen maar was vergeten dat we sinds kort een vernieuwd, en wel érg groot, station bezitten. Het is zelfs nog langer dan een cruiseboot en ’t heeft bijna evenveel verdiepingen… De trein naar huis vertrok vier verdiepingen hoger en tweehonderd meter verder… Onze marathon met valiezen en vuilzak was dus nog niet ten einde…
De trein naar de Stille Kempen was een ware verademing. We leken plots alleen op de wereld te zijn… Ja, ’t was wel de reis van de contrasten.


Met zoveel bagage zijt ge natuurlijk nooit écht eenzaam.
Mijn volgende vakantie breng ik door aan de Schelde. Rustig met mijn billen in ’t zand van “St.-Anneke Plage”. Daar kan ik ook naar water en naar boten kijken. En zelfs mosselen gaan eten. En ’t belangrijkste : waar en wanneer ik zin heb. En wat betreft ijsberen : ik heb er een schone pluchen tussen mijn berenpersonages zitten. Dus dat is ook al opgelost. En ijsblokken? In een fris glas cola drijven er ook. Ge kunt er zelfs knappe macro-foto’s van maken.
Nee, in alle ernst, het Noorden is enig mooi, zeker voor iemand als ik die nog maar 1 keer in zijn leven als kind op sneeuwvakantie geweest was en dat dan nog met een noodlottige afloop (een zieke vader die maanden in de kliniek in Duitsland zou moeten verzorgd worden…).
Ik zou dolgraag de wonderlijke ijswereld terug zien, alleen op een totaal andere manier. Niet als ‘sardientjes-in-entertainment’-saus. In vrijheid en rust. Even vrij en rustig als de natuur daar nog is.
Voor wie 't Noorwegen-Spitsbergen reisverhaal eens in zijn geheel wil lezen -
of de foto's allemaal bij mekaar wil zien - heb ik een apart blog gemaakt.
Net zoals voor de Thailand en de Egypte-reis. (Zie bovenaan zijkant blog.)
Morgen of overmorgen laat ik 't op de wereld los!