Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 15 november 2011

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 8.

Donderdag 8 september 2011.

Canal Du Midi, ergens tussen sluis 49 van St. Martin en sluis 48 van Fonfile.

8. Een kleuter op wandel met een Sint Bernard, genaamd Don Quichote.

Wakker worden op een idyllische plek, het is niet iedereen gegeven. Misschien is “gegeven” ook niet het juiste woord want we hadden er gisteren flink voor gewerkt. De wind leek vandaag iets minder, maar wat we vergeten waren was dat we speciaal een luwe plek voor de nacht gekozen hadden. Na het ontbijt gooiden we de trosjes los, zaten alweer midden in de wind en kregen we ons bakske weer amper onder controle. Ik moest denken aan het jonge koppel dat ik gisterennamiddag een boot zag huren bij Nicols in Le Somail, die op de vraag van de verhuurder doodleuk antwoordden dat ze buiten met een klein motorbootje nog nooit gevaren hadden. De man wou hen een instructie-dvd geven (waarom hebben wij die in mei trouwens niet gekregen???) maar ze hadden geen computer. Ze zouden hun plan wel trekken. Jaja, dat zal wel. Ik wil die arme mensen vandaag niet tegenkomen want ik vrees dat die jankend aan de oever gaan liggen, al dan niet met averij. Voor de eerste keer varen met een boot die groter is dan de onze, én maar met zijn tweetjes zijn, én in deze wind. O-oh.

Maar wij, wij kenden het klappen van de zweep ondertussen, we hadden zelfs al geleerd om aan te waaien in plaats van aan te leggen, ons kon niks meer gebeuren. Griet Piraat en Kapitein Haddock hadden hun zaakjes mooi voor mekaar. We passeerden de engte van het Pont Canal de Répudre (een overloop van het Canal voor het geval het flink regent), al zwierend en zwaaiend en draaiend, als een soort windmolen die vaarde. We kunnen de naam van de boot al beter van “Olonzac” in “Don Quichote” omtoveren. Maar kom, we geraakten de hindernis toch weer zonder schade voorbij. Mja, die wind maakt het toch wel moeilijk. Blij dat we er weer heelhuids doorgekomen waren zaten we terug als twee Roi Soleils op ons dak aan het stuur en bekeken we de vaarkaart nog eens grondig. Hm, vanaf hier begon het sluizen-traject…

De eerste sluis was die van Argens-Minervois. Na vier dagen zonder sluizen rondgetoerd te hebben was ik het bestaan van zoiets als sluizen eigenlijk al vergeten. En och, in mei waren we zoveel sluizen gepasseerd en we waren daar op de duur heel handig in geworden. Het zou wel loslopen. Niets was echter minder waar.

De sluizen op het Canal du Midi zijn niet rechthoekig maar ovaal, maar bovenal, niet automatisch. We voeren de sluis binnen, ik probeerde de wegwaaiende boot met vrouw en macht met een touw langs een meerpaal te leiden, maar ik kon zo hoog niet gooien. De wind blies mijn “lasso” naar alle kanten behalve over die paal. Ondertussen was er zoveel geraas van water dat ik mijn doppen moest insteken. Ik hoorde Paul roepen dat ik op “een knop moest drukken”, maar ik had geen flauw benul van waar die knop dan wel zou te vinden zijn. Ondertussen klom ik langs de sluisladder naar boven, met mijn boot aan zijn leiband - een kleuter die een Sint Bernard of een Deense dog in goede banen tracht te leiden - zwierde mijn koord rond een meerpaal en zocht een knop. De bewuste knop bleek zich aan de overkant van de sluis te bevinden… Pijnlijk. Ondertussen was er een levensechte sluiswachter uit het huisje gekomen en die stond met zijn handen in zijn zakken op de “Comedy Capers” toe te kijken. Inderdaad, dat had ik ergens gelezen, sluiswachters dienen niet om uw touwen op te vangen, hun job bestaat uit het openen en sluiten van de sluis, meer niet. We overleefden die sluis. We vroegen de sluiswachter of de sluizen op het Canal du Midi niet geautomatiseerd zijn, maar nee, hier zijn overal sluiswachters die zelf op de knop duwen. Dat wisten we dan ook alweer. Van pure alteratie door heel de operatie vergaten we gewoon aan te leggen om het kasteel te bezoeken…

Nog geen twee kilometer verder zagen we de volgende sluis al opdagen, die van Pechlaurier. Hier hadden we pech, we konden er niet direct invaren.

Aangezien de sluis in werking was moesten we “even aanleggen” en wachten tot de boten die van de bovenloop kwamen de sluis zouden verlaten.

We geraakten niet aangelegd, we waaiden alle kanten op, behalve naar de verplichte wachtoever. Ik was ondertussen al aan land kunnen springen, had al het voortouw en achtertouw van de boot vast, maar ik kon hem niet tegenhouden. Zonder wind kan een kind die boot voorttrekken, maar met wind begint ons gevaarte een heel eigen leven te leiden. Voor ons lag een soortgelijke boot met twee Duitsers te wachten. De man schoot ons ter hulp. Hij kende het gevoel, hij vond ook dat hij niet met een boot maar met een wastobbe op weg was.

Toen we de sluis mochten invaren begon het letterlijk “oeverloze” gesukkel opnieuw. Probeer met die wind maar recht in het gat van de sluis te varen… Aan de andere kant van de sluis, 50 meter stroomopwaarts, zag een Amerikaanse schipper ons gestuntel en besloot een pootje toe te steken. Hij leerde me hoe bij veel wind een touw te gooien (niet meer dan drie lussen, dat geeft gewicht genoeg om niet weg te vliegen en is niet te zwaar om te kunnen mikken), hij sleepte de boot mee tot vooraan in de sluis. Ik was de man eeuwig dankbaar. Hij legde ook uit niet te proberen de sluis op de motor uit te varen eens we er door konden, maar de boot er handmatig uit te slepen, op die manier hebt ge meer controle. (En krijgt ge heel ruwe handen. Maar kom, ’t is vakantie, ge moet er iets voor over hebben.) Overbodig te zeggen dat er van al onze heldendaden weer foto’s noch film bestaan, want we hebben onze vier handen broodnodig om ons avontuur tot een goed einde te brengen.

Aan de oever zagen we verscheidene boten wiens bemanning ook maar uit twee personen bestond en waarvan de vrouw met de touwen op de oever stond te worstelen en de man boven aan het stuurwiel stond te draaien als komplete nitwit. In deze omstandigheden zijn boten met een bemanning van vier of zes man wel in het voordeel. Boten met een bemanning van twee zijn gedoemd tot ofwel een slappe lachbui ofwel een echtscheiding. Het Duitse koppel was ondertussen al duidelijk aan de voorbereidingen van dat laatste bezig…

De volgende was de dubbele sluis van Oignon. Verschillende boten lagen aangemeerd in de verbreding voor de gesloten sluis. Maar de sluis blééf maar gesloten en op de boot voor ons werd de tafel gedekt, kwam de obligate fles wijn op tafel, en voor de schipper een Tourtel. We vroegen wat ze van plan waren, hier blijven liggen of versluizen, en toen kregen we de uitleg…

De sluiswachter nam zijn lunchpauze dus zou er niet al te snel versast worden. Fransen lunchen niet met een broodtrommeltje. Die maken warm eten. Als ge hier werkmannen laat komen dan brengen die hun gasvuurtje mee en nemen een middagpauze om gedurende anderhalf of twee uur hun kostje te koken en te verorberen, om dan pas terug de slijpschijf en de boormachine ter hand te nemen.

Dat hebben we dan noodgedwongen ook maar gedaan. Niet de slijpschijf ter hand genomen, maar Paul avocado’s met ananas en garnaaltjes laten bereiden en ik onze avonturen van de ochtend noteren. Ik moet wel, want tegen vanavond ben ik alles toch al weer vergeten. Een fijne bezigheid, wat huiselijke arbeid, in bikini in de zon, op ons onderste terrasje uit de wind.

Er konden maar drie bootjes tegelijk in de dubbele sluis, dus wij moesten wachten op de tweede shift. Helemaal niet echt erg om nog eens een half uurtje extra in de zon te moeten liggen.

De versluizing in twee verdiepingen was weer de gewone georganiseerde chaos, maar iedereen sukkelt even erg, dus er is niets om zich voor te generen. De meeste mensen zijn heel relax en kunnen er ook goed mee lachen. De Duitsers hun boot is wel aan alle hoeken al zwaar beschadigd. Die heeft er echt al danig “de kantjes afgevaren” zoals ze in Antwerpen zeggen.

Vanaf nu zouden om de paar kilometer sluizen met 1, 2 of 3 verdiepingen moeten passeren. Maar ook deze speciale manier werd al rap een gewoonte, hoewel het nog altijd rondspringen was als vlooien in een vlooiencircus.

Homps bleek een lieflijk stadje en jachthaventje, maar wij komen om te varen, dingen gaan bezichtigen kunnen we even goed met de auto doen. Wij willen varen, varen, varen…

De sasseniers wonen in de schitterende sashuizen en sommigen hebben er ook een klein handeltje rond gebouwd. Ze verkopen zelfgemaakte confituren, wijn, souveniertjes, kruiden, water… Een echt gezellige boel. Ondertussen ging de nieuwe manier van versluizen me al zo goed af dat ik tijdens de aktie met het boottouw in mijn handen alvast eens naar het kraampje ging om een beschilderde kei en een kadertje uit te kiezen. Gaan shoppen met uw boot aan de hand. Het was een heel nieuwe ervaring. Tegen dat de sluis vol was en we moesten uitvaren had de weegschaal in mij vanzelfsprekend haar keuze nog niet kunnen maken, dus waaiden we achter de sluis even aan voor de uiteindelijke aankoop.

Twee plezante beschilderde keien, eentje met een lavendelplant en eentje met een olijfboom, die als presse-papier konden dienst doen. Een oprecht noodzakelijke aankoop want ons vaarplan vloog altijd weg, en dat zou met deze zware stenen erop alvast niet meer gebeuren. Mijn oog was ook nog op enkele naïeve schilderijtjes gevallen. Prints op stukjes multiplex, geen grote kunst, maar wel geestig en voor ocharme 3 euro ‘t stuk. Echt een heel plezante manier van neringdoenerij hebben die sasseniers gevonden. Hoe primitief hun kraampjes dan ook mogen zijn, hun draagbare computer om de sluizen te bedienen is dat zeker niet. Er komt geen mankracht meer aan te pas, gewoon kijken of alle boten veilig in het sas liggen en op de juiste knopjes drukken.

In Jouarres verkochten ze tekeningen op houten plankjes, de volgende sluizenier zijn bijverdienste bestond uit metaal gemaakte dieren aan de man te brengen. Gelukkig stond ik aan de verkeerde kant van de sluis, dus daar kon ik me alvast niet door laten verleiden. Onze boot lag ook vooraan in de sluis en ik kreeg als eerste de volle lading water voor de boeg dus ik moest echt wel al mijn kracht gebruiken om de boot in toom te houden. Shoppen was er deze keer echt niet bij.

Onderweg zagen we verscheidene “aqueducs”, plaatsen waar het canal over een brug over een rivier loopt en veel “overlopen”. Als het kanaal vol is kunnen ze moeilijk de stop er uit trekken dus zijn er af en toe voorzieningen getroffen om het desgewenst te laten overlopen in een onderliggende waterloop. Sommigen overlopen zijn voorzien van een geplaveide brug waarover de paarden met droge hoefjes konden lopen terwijl ze de boten voorttrokken. Het graven van het kanaal heeft amper 15 jaar geduurd, van 1665 tot 1681 - tijdens de regering van Louis XIV - het was op dat ogenblik de grootste bouwwerf ter wereld.

In de meeste sluizen was plaats voor vier boten, als ge het een beetje handig aanpakte. Eén heel klein, heel laag bootje raakte er altijd nog bij. Het behoorde toe aan een man die al van juni onderweg was. Het was een pezige, gepensioneerde Fransman uit de Charentes, die in de zomer de mast en het zeil van zijn bootje haalde en een paar maanden de kanalen ging bevaren. Hij bleek ook nog in het mini-dingetje te slapen én te koken. Ongelofelijk! Terwijl we praatten, (versassen is altijd verbroederen met iedereen omdat ge allemaal samen gehokt ligt en haast op mekaars schoot terecht komt, gewild of ongewild) volgde mijn oog zijn meertouw. Tot mijn opperste verbazing bleek dat vastgehouden te worden door een dame van makkelijk 100 kilo! Dus die moest ook nog in dat kleine bootje slapen!!! Een sluis later kregen we te horen dat ook de dochter al eens op bezoek kwam om een traject mee te varen, maar dat daarvoor de boot eigenlijk iets te klein was… In het overdekte gedeelte kunt ge niet rechtop staan, ge kunt er enkel als mummies uzelf in schuiven. Hoe ge daar nog kunt koken, ik snap er niks van. Ik veronderstel dat ze zoals vele mensen op de oever hun eten klaarmaken op barbeques.

Het is grappig om de verschillen te bestuderen tussen de vaarders. De meesten hebben gehuurde boten, in polyesther, log, breed, met grote ramen en terrassen op verschillende niveaus. Anderen hebben een eigen luxe jacht. Sommigen hebben heuse tot loodzware woonboten omgebouwde ellenlange aken, met planten op het dek, zelfs tuintjes met prieeltjes waarin vredig een poes of hond op het kunstgras ligt. En weer anderen hebben eigenhandig een gedrocht uit oud metaal en hout ineengeflanst waar ge zelfs nog geen kippenhok van zou durven maken. En toch blijft dat drijven. 

Sommigen, zoals wij, vertrekken met voldoende proviand voor enkele dagen en meren aan met piketten aan de oevers van het kanaal, (waar enkele moedigen na de zware werkdag zelfs nog proberen hun eigen vis te vangen!!) anderen kiezen resoluut om geparkeerd te liggen in de dure jachthavens (25 euro per nacht) waar ze hun vaartuig op electriciteit en water kunnen aansluiten, en op restaurant kunnen gaan dineren.

Maar één ding hebben ze allemaal gemeen : het zijn echte levensgenieters. Iedereen wuift naar mekaar, of roept een “bonjour”, of iets grappigs, en op alle franse boten staat de fles wijn op tafel.

Op deze hete dag hadden ook veel boten “boegbeelden”. Zonnende mensen die lekker loom op de voorplecht liggen te soezen terwijl de schipper stuurt. Leven aan 8 kilometer per uur, het is zalig. Alhoewel het ook zijn stressy momenten kent, nog afgezien van het gejakker aan de sluizen. Door een winderig, ietwat ongelukkig uitgevallen maneuver, sloeg plots onze glazen terrasdeur dicht. Op slot. We waren buitengesloten uit onze kajuit… gelukkig had ik een keukenraampje openstaan langs waar ik naar binnen kon klimmen. En nog gelukkiger was ik toen bleek dat het aanrecht deze keer niet vol afwas stond. Zonder kleerscheuren raakte ik terug binnen en begon direct een systeem te ontwerpen om in de deurrail te steken, zodat dit voorval ons alvast niet meer kon gebeuren.

Vandaag konden we heel de dag in zwemkledij varen, enkel voor het versassen draag ik een dikke winterse jogbroek. Een ietwat idioot zicht zo’n dikke broek onder een bikinitopje, maar op die manier verzamel ik veel minder schrammen en blauwe plekken op mijn benen. Mijn handen werden op de duur heel pijnlijk van al het getrek aan touwen, dus was mijn outfit op de duur gecompleteerd door een paar werkmanshandschoenen. Ik ben niet direct het toppunt van elegantie, maar het is hier wel de ideale versas-kledij.

Net toen we de dubbele sluis van Saint Martin uitvoeren bleek het 7 uur. Dan zit de sluiswachters hun dag er op en moet ge wel blijven slapen op het stuk kanaal voor de volgende sluis die pas om 9 ’s ochtends terug begint te werken. We zijn dus gestrand voor de driedubbele sluis van Fonfile. Een mooi stuk kanaal met aan de rechteroever alleen maar uitgestrekte wijnvelden, achter de andere oever loopt echter een baan. Gelukkig geen drukke.

De zes boten die in dit traject ingesloten raakten zochten allemaal een slaapplek. Sommigen kozen vlak voor de sluis te gaan liggen, zodat ze morgenvroeg als eerste weg kunnen. Anderen gingen langs de oever met de baan liggen om van de laatste zonnestralen te genieten. Wij kozen de wijngaardenoever zodat ik enkele druifjes kon gaan plukken voor bij de kaastafel.

In een wip stonden onze tafel en stoelen op het bovenste terras en konden we onze tomates crevettes zitten oppeuzelen tussen de takken van een eikenboom, waar doorheen het laatste zonlicht viel. Als dessert verorberden we een assortiment Franse kazen met sla en olijven. De kok van “Oud Sluys” was weer in grootse vorm vandaag.

Ik vraag me af waar de beginners vandaag naartoe gewaaid en eventueel gestrand zijn, en of het Duitse koppel ondertussen al gescheiden is. Niks beter voor een ongelukkig huwelijk dan samen te gaan varen. Bij thuiskomst is er geen twijfel meer en zet ge direct de scheiding in gang.

Nu is het 10 uur, op de baan passeert om het kwartier een auto, ik hoor wat bladeren ritselen en af en toe een waterwezentje plonzen. De schipper/kok is een welverdiende douche aan het nemen en ik, de matroos en boottrekker, zit op mijn terras met enkele motten op mijn vestje, een alcoholvrij biertje binnen handbereik, te typen met handen die zo ruw zijn als schuurpapier. Oh, wat kan het leven zalig zijn.

Het fotoalbum van deze dag :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk8?authkey=Gv1sRgCJCs6p6J1_achgE#

 

Geschreven door Laathi om 00:18 4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten