Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 12. Slot.
Vrijdag, 13 mei 2011.
Thuis.
12. Varen over de autostrade.
Paul wekte me met een kopje thee, mijn muntplantje groeit navenant er van geplukt wordt. Het is een zeer gedisiciplineerde plant. Het is wel zo dat hij water genoeg heeft gekregen de laatste vier dagen. Als ontbijt aten we een stevige pompoensoep met boterhammen. Een hap die snel klaar was omdat we nu toch wel dringend moesten gaan versassen en verkassen. De sluizenier was om kwart voor negen nog altijd niet op post, dus moesten we iemand anders van de "Voies Navigables de France" in aktie laten schieten.
We vaarden door onze laatste sluis met pijn in het hart. Net nu we er mee overweg kunnen moeten we stoppen verdorie! Iets na 9 vaarden we de haven van Nicols in Saverne binnen. Onze boot werd gecheckt en goed bevonden, Paul haalde de auto en we begonnen de oneindige inhoud van de boot in de wagen te laden. Toen alle kastjes aan de beurt gekomen waren bleken we nog minstens eten voor een week bij te hebben. Paul stond er op de boot nog grondig te kuisen, een overbodige actie want de boten worden na elke verhuur met een hogedrukreiniger afgespoten. Ik vond de vaste grond onder mijn voeten niet zo prettig, en werd gelijk duizelig. Het was ook een hele job geweest al de bagage te verzamelen en te verstouwen. Ik had er geen idee van wat Paul allemaal had meegebracht. Ik was echt doodmoe. Dat zijn we allebei, daarom is het ook verstandiger om nu naar huis te gaan om te rusten. Van vakantie vieren kunt ge toch zo moe worden. Op de manier dat wij het aanpakken althans.
In het bureau vroegen ze of we nog suggesties hadden en we merkten op dat eierdopjes wel nuttig zouden zijn. Cindy, een rasechte Française kende het woord voor eierdopjes ook niet. Tuurlijk niet, een Fransman eet 1 zielige croissant met wat confituur als ontbijt. “Oh la! Non, pas d'oeufs! Et ils mangent même le jambon le matin les Allemands. Bweuh! L’idéé de manger de la charcuterie quand on se lève...” Maar ze vond het wel een heel interessante tip omdat 80% van hun klanten uit Duitsers bestonden en dat die ook van die, in haar ogen, walgelijk grote ontbijten verorberden, dus die mensen zouden met eierdoppen ook wel gelukkig zijn. Ze belde een collega, beschreef een eidop en vroeg hoe dat in hun taal heette... Een “coquetière”dus. Geen mens die wist hoe het moest geschreven worden.
We wonen op enkele honderden kilometer van mekaar en toch hebben we al zo’n verschillende voedingsgewoonten.
Cindy verbaasde zich erover dat we 24 uur écht gevaren hadden op die vier dagen (het benzineverbruik wordt afgerekend naargelang de uren de motor gedraaid heeft). Het traject dat zij oorspronkelijk voor mogelijk gehouden hadden, hadden wij makkelijk vier keer kunnen doen! Natuurlijk houden zij er rekening mee dat de mensen ‘s middags en ‘s avonds in een dorp op restaurant gaan, en omdat wij dat toch niet kunnen door mijn ellendige ziekte, zijn we natuurlijk veel beter opgeschoten, en hebben we zoveel kunnen zien. Maar dat was nu ook net het fijne aan deze manier van reizen, de totale onafhankelijkheid. Als ge genoeg water, brandstof en voedsel bij hebt zijt ge zo vrij als een vogel, alhoewel vrij als een vis misschien een geschiktere uitdrukking is.
We verlieten Saverne en bij het uitrijden zagen we een Lidl waar ze vers brood bakten! Dus toch maar weer een voorraadje eten ingeslagen. In een vorig leven moeten wij echt honger gehad hebben, en dorst. Praktisch heel de voorraad drinkwater die ik gekocht had voor we inscheepten konden we terug inpakken. Wisten wij veel dat we 500 liter drinkbaar water in de tank van de boot zouden hebben zitten.
We hebben ons tegoed gedaan aan “Chinois fourré”. Voor ‘t geval ge het ook niet kende : het bleek een soort taart samengesteld uit koffiekoekendeeg. Héél lekker.
De mensen waar we gisteren aan de oude sluizen mee praatten hadden ons verteld over het mooie “La Petite Pierre”. We besloten dat eens te gaan bekijken. Inderdaad, het is een goed verstopt pareltje. Een middeleeuws dorpje in een omwalling gelegen op de top van een grote rots. Er was geen mens te zien. Het dorp bestond maar uit drie straatjes die allemaal uitkwamen op het kerkje en het kasteel. Dat laatste was ingericht als “Maison du Parc des Vosges du Nord”. Een heel tof museum over dit deel van de Vogezen. Het onstaan van dit gebied bekeken over miljoenen jaren. Echt een machtige interactieve tentoonstelling die ook kinderen erg moet aanspreken. En dat alles in de prachtige gewelven van een kasteel. We waren eigenlijk binnen gegaan omdat er een tentoonstelling van libellenfoto’s liep. Foto’s waarvan ik minstens een week niet goed ben, omdat ik zelf zoiets niet kan maken. Libellen vol dauwdruppels als kristallen bolletjes! De vleugels leken op gebrandschilderde ramen... Hoogstwaarschijnlijk met een technische camera gemaakt en in studio-omstandigheden, maar daarom niet minder indrukwekkend.
In de keldergewelven stond onder andere kristalwerk van Lalique tentoongesteld. Ik zag een van de mooiste vazen die ik ooit gezien heb. Een doorzichtige vaas van naakte vrouwenfiguren. Hoe langer ge er om heen draaide hoe driedimensionaler ze werd. In juli gaat hier in de buurt een groot museum van Lalique open, dat wil ik zeker ooit bezoeken. En vooral, vooral, vergeten onze bankkaart mee naar binnen te nemen.
Het was alweer een zalige zonnedag. Het enige geluid dat we hoorden was het zoemen van een bij toen we op een terrasje in de hoofdstraat zaten. Er waren nog twee piepkleine musea in enkele van de oude huisjes. Eéntje was gewijd aan oude koekjesvormen en een ander aan middeleeuwse zegels. Geen van beide was open, dus alweer een reden om terug te keren. In het hele dorp was maar één winkeltje en daar vond ik een prachtig boek over giftige planten, geschreven door Bernard Bertrand, een fransman wiens oeuvre bestaat uit tientallen herboristische boeken verlucht met de meest gedetailleerde tekeningen.
Toen we het dorp verlieten was de Toeristische Dienst open. De dame achter de balie liet ons nog zoveel sjieke dingen zien die zeker de moeite waard zouden zijn om te gaan bekijken... Morgenavond zou er een middeleeuwse avondmarkt zijn, én de voor-opening van het Lalique museum... Redenen te over om te blijven volgens mij... Maar ja, wie ben ik, niet de Kapitein, want ik ben sinds enkele dagen Griet Piraat. Och, de Kapitein vermurwen had niet zo moeilijk geweest, maar terug op een goed blaadje geraken bij mijn poezen?... Ondertussen zijn die 7 dagen er alweer 12 geworden en ik voel me of ik een wereldreis achter de rug heb. Zelden zoveel variatie gehad tijdens een tripje zo vlak bij huis.
Alzodus... reden we terug richting België rond 5 uur. Ons Trees vond de weg niet, we dachten dat ze weer haar kuren had, maar toen bleek dat ze nog op het “vaarprogramma” stond. Al goed dat we haar suggesties niet volgden, of we waren nog nat geworden. En we hebben nu 4 dagen gevaren zonder ook maar 1 keer in ‘t water te vallen. Wat ik na onze avonturen op de eerste namiddag als onmogelijk beschouwd had.
Alhoewel naar huis “rijden”,... "stilstaan" was een geschiktere term. Misschien zou het minder druk geweest zijn als we pas maandag zouden teruggekomen zijn?...

