De beestenboel in de winter.

Tot grote vreugde van mijn beestenboel gaf de zon een paar dagen geleden eindelijk weer eens warmte. Heel de bende trad aan op ’t terras. Zelfs al de senioren waren van de partij! Hanuman koos onmiddellijk de beste plek : bovenop de vuilbak. Zo’n plastic deksel is veel warmer om op te zitten dan met de blote poep (nou ja, bloot…) op de kille tegels. Ook Ming - in zijn jeugd een echte zonneklopper (wat wilt ge, hij is geïmmigreerd uit Viëtnam…) - wist nog goed wat genieten was. Roerloos zat hij met gesloten oogjes zijn pels te laten opwarmen. Laathi controleerde ondertussen wat er van mijn potplanten is overgeschoten. Ze had er duidelijk geen goed oog in. Laathi-de-mens trouwens ook niet. Ik denk dat er flink wat gaan doodgevroren zijn ondanks dat ik de potten goed met bollekesplastic had ingeduffeld.
Ondertussen controleerde ’t jonge volk de vijver. De vissen zwemmen ook al een paar decimeter hoger. Na de vrieskou van de vorige weken is er eentje gestorven. De vader (of de moeder?) van de twee kleintjes die in mijn hobbithol in een knus aquarium hun eerste babyjaar mogen doorbrengen. Eigenhandig uitgebroede eieren. Als vissenmoeder heb ik succes. Met dikkopjes trouwens ook. Ik blijk als koudbloedige moeder in de wieg gelegd. Vandaag leek er weer een sluierstaartje dood. Hij lag bewegingsloos op de bodem… Maar bij nader inzien beweegt er momenteel aan de andere vissen, behalve hun vinnen, ook niks! Tot mijn grote ontsteltenis blijkt geen enkele vis in dit seizoen te ademen!!! Hun kieuwen plakken volledig dicht tegen hun kop, ze happen zelfs niet met hun bek! Tja, en als ze dan stil liggen is ’t helemaal moeilijk om te zien of ze nog leven…
Mijn gevleugelde vrienden in de katloze tuin zijn de koude wél goed doorgekomen. Die hebben dan ook weken aan een stuk mogen aanschuiven aan mijn “All you can eat”-buffet. Aan alle onderste takken van de coniferen had ik mezenbollen gehangen en dagelijks strooide ik graantjes en gebroken rijst. Tientallen mussen, roodborstjes, tortels en zwarte vogels kwamen er schransen. Geen idee hoe ze allemaal noemen, mijn indeling van vogels bestaat voornamelijk uit vliegvogels en zwemvogels. Of zoals een Hollandse reisgenoot ze ooit noemde : “sijsjes” en “drijf-sijsjes”.
De vogeltuin ligt achter het slaapmagazijn van Nemuri Neko en Mathurin. Zoals ik in mijn hobbithol kan genieten van mijn aquarium hebben zij dus zicht op een vogeltuin. Op een tafeltje voor dat raam staat mijn vogelkeuken. Een heelder assortiment granen waaruit ik zelf een mengeling samenstel en een afgesloten plastic emmer vol mezenbollen. Zo’n mezenbol bestaat uit graantjes die in vet plakken en dan in bolvorm geplet zijn. Ze zitten in plastic netjes zodat ze makkelijk aan een tak op te hangen zijn. Gisteren bleek dat ik mijn mezenbollenemmer niet goed afgesloten had en daar staan zware repressailes tegenover….
Heel geduldig heeft Nemuri Neko die pot opengeprutst, er vervolgens de bollen uitgehaald, ze keurig ontdaan van hun netje en vervolgens beginnen te peuzelen. Het vet bleek hem wel aan te staan maar de graantjes niet. Die had hij dan ook allemaal stuk voor stuk op de tapis-plein weer uitgespuugd. Blijkbaar vond hij ’t ook fascinerend dat de mezenbollen rond waren en zo heerlijk konden rollen. Ik vond ze dan ook tot in de verste hoeken van zijn slaapterrein terug. Kortom hij had het weer klaargespeeld om zijn toch al rommelig magazijn in een puinhoop te veranderen. Poezen? Ze zijn zo lief mijnheer…
Mijn vogel-“All you can eat”-restaurant fotograferen wil maar niet lukken. Hoe voorzichtig ik mijn raam ook benader ze fladderen allemaal weg. Ik ben duidelijk de kok van ’t restaurant en niet de kelner. Ik moet me vooral niet laten zien, als ik voor voldoende voorraad zorg zit wat hen betreft mijn taak er op. Ondankbare nesten. Ik vind dat ik er minstens in ruil wat mooie foto’s aan zou mogen overhouden. Niet dus. Maar mijn vriend heeft het nog erger getroffen. Die strooit zaad, hangt alles vol bollen en geen vogel appreciëert zijn restaurant… Al wat vliegt komt in de waterval van zijn vijver baden maar het eten blijft onaangeroerd. Zo succesvol zijn openbaar badhuis is, zo’n fiasco is zijn restaurant. Op de Michelin-gids-voor-vogels zal zijn zaak duidelijk een ster minder hebben dan ’t mijne. Nochtans geven we allebei hetzelfde voer. Misschien zijn Antwerpse vogels beter gewoon? Of is er enkele tuinen verder een echt sterrenrestaurant met als attractie "Spekzwoerdjes op een bedje van kanariezaad"?
Zelf vetvoorraadjes maken door vet van schapenvlees van de pot scheppen en het te laten stollen of diepvriezen kan natuurlijk ook. Een experiment dat ik ook zelf al uitgevoerd heb. Dolblij ging ik met mijn witte, harde, bevroren vetschijfjes naar beneden, tot plots de telefoon ging, ik de lekkernij even neerlegde en later heel de winkel Nemuri Neko achterna kon hollen die er met een halve vetschijf van door was gegaan. Het was wel een prachtig zicht : een donkere kater met een witte halve cirkel in zijn bek. Het leek wel een reuze glimlach.
Al telefonerend rende ik hem achterna, tussen mijn planten die daar staan te overwinteren, door mijn bibliotheek, achter de oude winkeltoog, tussen enkele resterende versterkers, kriskras tussen de gitaren van Echtgenoot… Een waar hindernissenparcours waar mijn zakenrelatie aan de andere kant van de lijn niks van mocht merken. Ik hoop dat hij niet dacht dat ik door zijn uitleg begon te hijgen. Ik had natuurlijk geen andere keuze dan die vetschijf te heroveren. Ik mocht die echt niet uit het oog verliezen want anders zou Nemuri die ergens verstoppen en zou ze daar in de loop van de volgende dagen ergens vrolijk in een hoekje van die 250 vierkante meters tapis-plein liggen smelten…
Uiteindelijk heb ik gewonnen. Goed voor mijn conditie, goed voor Muri’s cholesterol.
En dan zeggen ze dat ge een hond moet nemen om in conditie te blijven… Met een kat gaat dat even goed. Ge moet alleen ’t juiste exemplaar in uw collectie hebben zitten.
Morgen komen de foto's van mijn zonnekloppers. En hun uitleg natuurlijk.



