Rondreis Thailand Hoofdstuk 7 - deel 1

Zaterdag, 24 januari 2006.
Lop Buri, Lop Buri Inn Resort.
7. Een mahout met een hoed.
Na 't ontbijt de derde poging ondernomen om olifanten te gaan wassen. Het begon stilaan een running gag te worden. Toen we de man van het olifantenkamp opbelden stuitten we eerst op zijn eindeloos muziekske en vervolgens raakten we in de gebruikelijke communicatiestoornis verwikkeld. Welnee, we willen hem niet kopen, we willen hem alleen wassen… “Swimming with elephants”! En als dat niet kan desnoods “Dances with wolves”… Mijn geduld was stilaan op maar op zo'n ogenblikken pakt Paul zijn steenbok-natuur meestal over…
Opeens bleek de olifant die we gisterenavond gereserveerd hadden er niet te zijn. Ziek? Verlof? Het huwelijk van Nonkel Jumbo? Maar we hebben ons niet laten kisten en zijn toch naar het kamp gereden, stilaan weten we wel al dat niet alles is zoals ‘t klinkt. Drie kwartier later stonden we er en begon de zoektocht naar de manager. Drieentwintig olifanten en nog veel meer man personeel maar geen mens die een woord engels sprak.
Op de duur reden ze de grootste tusker voor die ze hadden! Een prachtbeest! Een gigantisch mannetje met gewéldige slagtanden. Ik heb al veel olifanten bepoteld maar nog nooit een tusker, in Sri Lanka komen er heel zelden met slagtanden voor en als je er toch zo eentje in 't wild ziet is 't vooral zaak om uit de buurt te blijven. Dus dit was wel eens een prettige verrassing. Uitermate vrolijk klauterden we in het zeteltje op zijn rug en togen op weg. Uitzinnig gelukkig dat ik dan toch eindelijk eens met een olifant door een rivier zou kunnen waden besloot ik om vandaag eens tegen niks “nee” te zeggen en me te gedragen als de échte doorsnee Thaïse toerist uit de boekskes. Vandaag was ik “in” voor alles!
Ik had geprobeerd om als tijdsbesparing enkel een wasbeurt te kopen en de wandeling te laten vallen maar dat kon niet. Achteraf bezien zijn we héél blij dat we het toertje gemaakt hebben want ik heb me diverse piskes gelachen. Het is tot hiertoe al de meest absurde en hilarische activiteit van deze reis geworden.
Aangezien we toch helemaal alleen waren in 't bos en onze mahout vrolijk zingend in de nek van de olifant zat begonnen wij ook maar te zingen. Het duurde geen vijf minuten of onze mahout plukte wat bladeren en sloeg aan 't knutselen. Eerst dacht ik dat hij ze ging opeten, of dat het betelnootbladeren waren ('t was een fervente betelkauwer want het eerste dat gebeurde toen ik opsteeg was dat hij een fluim donkerrood betelsap uitspuwde... pal op mijn voet. Hij pakte toen mijn voet vast, draaide hem eens om en om, scheen de schade beperkt te vinden, liet hem terug hangen zonder hem af te kuisen en we sjokkelden gewoon voort of er niks gebeurd was. De rug van de olifant zat trouwens ook vol rode spuugvlekken. Onze mahout kan precies niet zo goed mikken. Nou ja, ge kunt niet alles kunnen.)

Het geplukte groen bleek geen betelnoot te zijn want hij vormde met de blaadjes al snel een kroon of een hoed en ja, zijn knutselwerk moest op mijn kop gezet worden... Ik had me voorgenomen als ik dan toch op de rug van een olifant moest rijden om hem te mogen wassen dat ik dan ook écht de toerist ging uithangen dus kon ik moeilijk bezwaar maken tegen mijn “kroon”. Paul grinnikte bij de aanblik van mij met mijn absurde hoed op mijn kop, maar al vlug was ook zijn tijd gekomen… En zijn hoofddeksel zou nog een beetje bangelijker worden.
Zelfportret met groothoeklens...
Vandaar al die dubbele kinnen?...
Binnen de kortste keren reden wij daar dus al zingend door 't bos met twee kronen op onze kop waar we tijdens ’t Aalstse Carnaval nog niet mee op straat zouden durven komen. De mahout was al lang afgestapt, had ons uit ons bakske laten kruipen en wij twee zaten nu in de nek van de olifant. Te schommelen en vervaarlijk naar voren te glijden. We sjokkelden verder uit volle borst tussen de boomkruinen galmend : "Opzij, opzij, opzij! De poppenstoet komt hier voorbij!", gevolgd door "Met nen ezel naar St. Job", "De Zeppellin" en mijn eigen compositie, het liedje van Den Bette "Maainen ongt en ik". Ondertussen liep de mahout vier meter lager met onze videocamera rond zijn nek en hij vermaakte zich opperbest door ons uitbundige gedoe op film vast te leggen. Het zoveelste filmke dat niemand ooit gaat mogen zien. We beginnen stillekesaan een schuif vol te krijgen. 
Wankel evenwicht.

"Opzij! Opzij! Opzij! De poppenstoet gaat hier voorbij!"
Iedereen amuseerde zich een kriek, hoewel Paul gevaarlijk zat te balanceren en te schuiven in die nek als het beest plots naar voren boog en ik telkens tegen zijn rug aanknalde (we moesten heel erg denken aan dat filmke van die twee toeristen die in Egypte over het hoofd van hun kameel gcatapulteerd worden terwijl het dier zich opricht. "Martha en Maria – Efkes afkappen” dacht ik dat het heette. Hopelijk vind ik dat ooit nog eens terug.)
Paul had nog een vrij stevige broek aan maar ik zat daar in mijn blote billen, op een onderbroekske na, in die stekelige nek. Een pijnlijke ervaring. Ik zie er ondertussen al weer lief uit : vier bloeduitstoringen door tijgertandjes, een paar krabben, en nu waarschijnlijk ook nog een poep alsof ik op een cactus gezeten of mijn eerste jaar fakir met grote onderscheiding afgerond heb...

Ge hebt hoeden, en... hoeden. Voor "the master" mag het al iets meer zijn...
Ondertussen kwamen we ook wat andere toeristen op olifanten tegen maar die zaten daar toch allemaal met zó’n serieuze gezichten! Die vonden dat precies een halszaak in plaats van een hilarische situatie. Ze keken naar onze hoedjes, luisterden naar onze gezangen en ik zag dat ze diep in hun hart spijt hadden dat ze dat ook niet durfden te doen, vooral de Japanners hun oogskes flikkerden braaf en ondeugend tegelijk.

Voor het huisje van onze mahout.
Kwai in zicht!
Aan 't water gekomen maakten we eerst een wandelingske door de Kwai en dan werd Pep naar een hoge hut geleid om afgetuigd te worden zodat we hem konden gaan wassen. Tja dat wassen is natuurlijk maar bijzaak 't gaat er gewoon om om met een olifant door 't water te stappen.
Het is een ongelofelijk plezante ervaring. Olifanten zijn stapelgek op baden dus het eerste wat die doen is gaan liggen. Ze verdwijnen kompleet onder water op ’t puntje van hun slurf na. Hoe groot die van ons ook was, mijn eiland was ineens weg. Kompleet verzwolgen! Héél geestig! De mahout stond rechtop achter mij op het dier zijn rug, die stond precies als Jezus op 't meer van Galilea, en ik zat tot mijn nek in 't water en had nog juist een oor vast. Van de olifant wel te verstaan. Hij liet hem dan ook nog met zijn slurf water sproeien en dat was helemaal de max! Gedoucht worden door een oliffant!! Het was niet zozeer ík die de olifant waste maar omgekeerd. Ik voelde mij de koningin te rijk toen ik van mijn mahout shampoo kreeg en mijn beest nog mocht inzepen ook. Natuurlijk werd die nek daar alleen maar glibberiger van… En daar dook mijn beest alweer onder in die machtig stromende rivier. ’t Was alle hens aan dek om me nog vast te kunnen klampen. 
Hola,... daar gaat mijn eilandje!...

Dan was Paul aan de beurt en toen begon de mahout Paul zíjn rug te schrobben in plaats van Paul de olifant zijn rug… Kortom de echt klassieke toeristengrapjes maar dat moest voor mij vandaag allemaal kunnen. Ik had in geen tijden nog op zo’n onnozele manier plezier gemaakt.
Natuurlijk had ik graag eens écht gezwómmen met een olifant maar onze mahout vond het al erg genoeg dat ik er op stond om al deze kunstjes zonder zwemvest te doen dat dat feestje niet doorging. Hij vond het te gevaarlijk en in zekere zin had hij wel gelijk, niet alleen staat op de Kwai een flinke stroming, maar omdat het dier een tusker is was 't ook wel riskant om per ongeluk aan zijn slagtanden gespietst te worden. Uiteindelijk ziet ge onder water niet hoe de olifant zich draait of keert want daarvoor is deze rivier veel te bruin. Maar niet getreurd, omdat de mahout mij hoorde kraaien van plezier heb ik nog een tweede keer met Pep de rivier in mogen gaan, we waren er toch helemaal alleen.

"En mag ik nu toch echt niet héél eventjes gaan zwemmen?... Gewoon een paar slagen zo?"
Het is ongelofelijk zalig om puur natuur op een olifant te zitten zonder zadel of zeteltje, hij ging op de oever neerliggen om me te laten opstijgen en ze krabbelen eigenlijk een beetje recht zoals een kameel doet, dus ge sjokkelt een beetje heen en weer voor ge echt helemaal boven zijt. Ge kunt het vergelijken met een soort van buikendans en daar heb ik momenteel echt wel 't gerief voor.
Eindelijk zat ik dan helemaal alleen op die grote jongen!... Zalig was dat! Ik schommelde met hem het water in en voelde me net Mowgli uit Jungle Book. Een flink uit de kluiten gewassen Mowgli dan wel. Ik probeerde nu zelf het geluid te maken waarmee de mahout hem liet sproeien maar hoe ik ook het woordje “Tjoeng” op alle mogelijke wijzen bleef roepen, de juiste intonatie zat er duidelijk niet bij, de olifant verroerde geen vin. Olifants spreek ik duidelijk nog niet. En zeker geen Thais Olifants. Maar desalniettemin was ik overgelukkig met mijn bonus, en de mahout met de zijne.
Eindelijk zonder co-piloot!
"Ju!" of hoe zeggen ze dat in 't Thais?...
Terwijl we ons met een tuinslang douchten aan de oever van de rivier zagen we andere toeristen aankomen voor hun "olifantenwas-ervaring"… Ze zaten op kleine olifanten, droegen zwemvesten, de olifant mocht zich niet eens in ’t water neerleggen en nóg zaten ze te gillen dat oren en zien verging. ’t Waren wel Japannerkes. En die zijn natuurlijk iets kleiner dan wij. Maar toch. ‘k Vond ze zielig. Met een zwemvest op een olifant!! Maar Japanners gaan natuurlijk ook snorkelen met zwemvesten aan… Ik heb ze zelfs ooit in Tokio in een overdekt hotelzwembad van 1 meter diepte met een zwemvest aan zien zwemmen… Maar op hun àllerbest heb ik ze bezig gezien op de Galapagos eilanden : daar ging een groepje snorkelen, met zwemvesten aan, maar in plaats van naar beneden in 't water te kijken, dreven ze op hun rug! Hun duikbril gericht naar de hemel en desalniettemin ademend door de snorkelpijp!!!... Dus zo verwonderlijk was de hilarische vertoning van vandaag eigenlijk nog niet eens. Ze kunnen beter.
De té zotte fotokes spaar ik op voor mijn album dat bij 't vervolg van dit hoofdstuk zal horen.
Voor morgen of overmorgen dus!
Ik vind het al dapper genoeg dat ik deze bangelijke foto's heb durven laten zien.




