Hoofstuk 11.
Deel 3 : "Au Bon Marché" in de pampa's.

Sobere boerderijtjes op stelten.
Maar wél altijd met de dikke pick-up-truck voor de deur.

En tussen die huisjes... overal ruïnes.
(Ik bedoel dus wel degelijk die twee dingen op de zijkanten van de foto.)
Op de duur waren we wel op zoek naar zéér verlaten, en uiterst geïsoleerd gelegen, Khmerrestjes want Paul kreeg plots diarree. Misschien was mijn fruitdieet van 's middags toch niet zo'n goed idee geweest?... Een beetje later dreigde ook ik van mijn sokken en mijn fiets te vallen en daardoor viel ineens onze euro dat wij normaal per dag toch wel een liter of vijf, zes drinken en nu met onze fietskes kochten wij in 't park af en toe een flesje water maar hier op de buiten hadden we dat niet gedaan. Dus reden wij met onze laatste krachten en compleet suzelut zo snel mogelijk terug naar de bewoonde wereld waar we enkele winkeltjes gezien hadden om aan de hoognodige vloeistof te geraken.

We hielden halt bij een prachtige zaak. Onderaan palen met daartussen de klassieke rommel en veestapel, maar op de eerste verdieping van het reusachtige teakhouten huis een enorm overdekt terras met als reling een zitbank en daarachter wat ge zou kunnen noemen "de oermoeder van de supermarkten".
Volledig open bevonden zich daar rekken met snoep, drinken, eten, zeep, borstels, koord, en alle andere mogelijke huishoudelijke producten. Als ge iets verder in de duisternis doordrong (de winkel was makkelijk 20 meter diep) stondt ge ineens in een kapsalon. Een plaatsje van nog geen twee vierkante meter, maar alles was aanwezig tot en met de ouderwetse haardroogkap op wieltjes. De kast daarnaast bleek de dorpsapotheek. De zijwanden van de zaak bestonden uit glazen kasten vol kussens en beddegoed, achteraan stond de toonbank van de stoffenafdeling vredig naast de uitstalling van de serviezen. Middenin de winkel, tegen een muur, bevond zich open en bloot het bed van de eigenares met aan ’t voeteneind haar tv. “Au Bon Marché” in de pampa's. Subliem.

De slaap"kamer".

De coiffeur- en apotheekafdeling.

Even betalen voor al het lekkers en snel weer verder!
We hebben (alweer zonder woorden) één en ander genomen om te knabbelen en te drinken en ons op haar veranda geïnstalleerd, waar de eigenares bij onze aankomst trouwens knus lag te slapen. Na wat vloeistoffen en noten binnengeschrokt te hebben voelden we ons al een stuk beter, we betaalden het feestje en fietsten vrolijk verder door de landelijke omgeving. Voor we ’t wisten was ’t alweer hoog tijd om snel door ’t park te crossen om nog net op tijd onze fietsen terug te bezorgen. Time flies when you’re having fun.

Niet alle boeddhabeelden op 't platteland zijn, heu, echte "meesterwerken".
Ik denk dat dit "de heilige van de humoristen" is.
Of de boeddha tot wie men bidt als men "gezichtverlies" geleden heeft.
Veiligheidshalve ben ik bij de 7/Eleven een paar tonijn-sandwiches en yoghurt (er zitten hier nog volledige en heel lekkere aardbeien in!) gaan kopen want ik ben echt niet van plan voor de derde keer op rij een onvergetelijk pikante curry voor mijn neus te laten zetten en onherroepelijk voorbij te laten gaan wegens oneetbaar.
Voor 't slapengaan een babbeltje gedaan met de intelligente receptioniste en toen bleek dat dit hotel een zusterhotel heeft in de steden Lampang én Pai! Geweldig want daar gaan we allebei naartoe en we hadden daar nog geen slaapplaats. Ze was zo lief om onmiddellijk de bijhuizen te bellen en zo konden we via de foto's op haar computer ineens onze kamers kiezen in de volgende hotels! Een ongelooflijk comfortabele situatie en we kregen alweer ongevraagd korting. Ofwel moeten wij er echt als armoezaaiers uit beginnen zien ofwel zijn deze mensen krampachtig op zoek naar klanten. En ik die gedacht had dat rondreizen in Noord-Thailand moeizaam ging gaan, het gaat er hier haast even efficiënt aan toe als in de USA, en alleszins veel vriendelijker.
Maar we hopen toch in stilte dat hun zusterhotels hun matrassen bij een ander beddenbedrijf ingekocht hebben. En dat de kok geen broer van den deze is...

Enkele van de tientallen vechtvissen, elk in een apart bokaaltje aan de receptie.
De dieren leven normaal in de kleine hoeveelheden water die in de rijstvelden blijven staan.
Vandaar dat ze gewoon zijn om in kleine ruimtes te overleven en ze in kleine potjes bewaard worden. Zogezegd zouden ze zich niet happy voelen in een grotere ruimte...
Toch blijf ik 't maar zielig vinden.