Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 14 november 2011

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 7.

Woensdag 7 september 2011.

Op de Olonzac. Canal du Midi. Ergens achter Le Somail.

7. Mosselen in de bomen.

Na een geaccidenteerde nacht, met talloze toiletbezoeken, toch zalig wakker geworden op onze verlaten plek van het kanaal. (Ben ik blij met het nieuwe electrische toilet op dit type boot, de tijd van het met de hand vol- en leegpompen van de toiletpot is voorgoed voorbij.) Nog voor de ontbijttafel gedekt was kregen we al bezoek. Vijf eenden die duidelijk iets van ons verwachtten. Het leken wel onze poezen op zondag, als ze weten dat er hesp wordt uitgedeeld. Ik vond het veel te ongezond om die dieren ons zwaar zelfgebakken brood te voeren, hier is geschikt voedsel genoeg te vinden. Na een half uur bedelen besloten ze zich maar aan de ochtendwas te begeven. Dan ziet ge letterlijk het gezegde : “De zorgen van u laten afglijden als water van een eendenrug”, uitgebeeld worden. Het water glijdt in afgeronde plasjes van hun verenkleed zonder ook maar een pluimpje nat te maken. Op de duur waren ze ons gierige gezelschap zo beu dat ze besloten op de oever in het gras hun ontbijt te gaan opdissen.

Het was een ochtend vol zon maar we werden weggeblazen door een fikse wind. Die maakt het varen er niet makkelijker op. Zolang er geen tegenliggers zijn en er niet moet aangemeerd worden is het sportief varen. Maar… ons aanlegmaneuver in de haven van Capestang zal wel in de vaargeschiedenis vermeld worden, vrees ik.

Er lagen veel boten en de vrije plekjes waren smal. We lagen in het midden te beslissen waar we ons tussen zouden wringen en onze boot besloot naar de wind te luisteren in plaats van naar zijn kapitein.  Tot onze opperste verbazing, en afschuw, werden we naar het allerkleinste plekje geblazen. We hadden amper twee meter over en die moesten we proberen te verdelen om de oude schuit achter ons, en het moderne jacht voor ons, geen halve meter korter te maken. Ik sprong als een jonge geit met mijn enterhaak van boeg naar steven om de schade zoveel mogelijk te beperken. Als bij wonder lagen we plots aangemeerd. Ik stond daar met de boot aan zijn leiband en toen zag ik dat het een betalende haven was en dat we eerst de capitainerie moesten bezoeken. Dat was puur tijdverlies want we stopten hier gewoon even om water te kopen en onze mail te verzenden. Dit haventje had WiFi. Dus besloten we ons maneuver nog eens te herhalen om aan de overkant aan te leggen waar geen bordjes stonden. Ook daar lanceerden we ons, dreven in een smal plaatsje, en slaagden er in om zonder averij aan te leggen. En inderdaad op deze oever stonden die bordjes niet, hier plakten ze… van de overkant onzichtbaar – op de grond… Ik zag dat er achter de brug geen kade was maar gewone, natuurlijke oever en we besloten daar dan maar even de piketten in de grond te gaan slaan.
 

Ik installeerde me op de achterplecht en begon vrolijk te typen terwijl Paul de oude stenen brug overwandelde om in de dienst van toerisme te gaan vragen waar we water en muggenmelk konden kopen en hoe het zat met de internet dienst. Bleek dat die pas om twee uur beschikbaar was. De Lidl was 2 kilometer fietsen, dus besloten we Nicols in Le Somail te bellen, misschien waren daar ook wel winkels. En inderdaad daar bleek op enkele kilometer een grote supermarkt, maar daar hebben we onze auto tot onze beschikking, en moest Paul niet met 12 flessen water balancerend op zijn fiets terug naar de boot rijden. Een veel comfortabelere oplossing. Internet dachten we te vinden in het kleine haventje vlak voor Le Somail, in Port la Robine. Fijn, op die manier hadden wij in het grote Capestang niets te zoeken. Voor de derde keer besloten we terug af te meren, de wind hielp ons een handje. Zij het in de verkeerde richting. Enfin, in Capestang zullen ze ons en onze “Olonzac” niet snel vergeten want ze hebben hem uitgebreid langs alle kanten kunnen bekijken.

We voeren verder langs de eindeloze, gedoemde, platanen - 42.000 van de 45.000 zullen alvast gerooid vanwege hun schimmelziekte - met daarachter uitgestrekte wijngaarden. We passeerden Port La Robine maar dat haventje bleek afgesloten met een bareel, dus vaarden we maar verder. In een ondertussen razende wind.

We vaarden onder één van de zeldzame “ezelsrug-bruggetjes” (uitgedacht door Leonardo da Vinci), recht Le Somail binnen. Het kleine mooie dorpje waar het bootverhuurbedrijf zich bevindt. We hadden geluk, de mensen die ná ons gehuurd hadden, hadden blijkbaar afgezegd en we mochten de boot, zoals oorspronkelijk gewenst, nu toch de volle 10 dagen huren! Tot onze grote vreugde moesten we ons bootje dus niet nu zaterdag al terug binnenbrengen en hebben we nog een week tijd om het kanaal richting Carcassonne te gaan verkennen.

We sloegen water in, sloten de batterij aan op het electriciteitsnet, en reden naar een supermarkt om onze etensvoorraad nog wat uit te breiden. Verse avocado’s, mosselen, een “Chinois”-taart, een meloen en enkele pakken drinkwater. Bij de apotheek haalden we een muggenspray, want heel soms komt er een mug aan te pas.

Paul mocht in het kantoortje van Nicols onze reisverhalen versturen en ondertussen redde ik hun hond van zijn ellendige, veel te lange, en in de war geraakte touw.

In Le Somail waaide het zo mogelijk nog harder dan elders omdat het dorp in een vlakte ligt. We besloten nog een uurtje verder te varen in de hoop een plek in de luwte te vinden. Onderweg zagen we andere boten zich voor de nacht nestelen. Aanmeren werd niet meer gedaan, iedereen liet zich gewoon aan-“waaien”. Tegen deze wind was geen boot, hoe groot ook, opgewassen. Paul zocht op de vaarkaart een bocht uit de wind en met zicht op de zonsondergang. Ondertussen passeerden we een koppel prachtige zwarte zwanen die blijkbaar wél konden navigeren bij sterke wind. Een kilometer verder vonden we een droomplekje, we lieten ons naar de oever waaien, ik maakte de boot voorlopig vast aan enkele platanen, en we konden gaan genieten van onze nieuwe thuis. Omdat er langs de oever een rudimentair bospaadje liep konden we de boot niet aan de bomen laten liggen. Te gevaarlijk moest er iemand het paadje gebruiken en over de touwen struikelen. Snel sloeg Paul de pikketten in de grond, ik legde de knopen, en klaar was kees. Ondertussen hadden de twee zwarte zwanen ons ingehaald, ze kwamen nieuwsgierig rond onze boot dobberen.

We sleepten onze terrastafel en twee stoelen naar ons dak en binnen het kwartier zaten we daar prinsheerlijk te aperitieven met zicht op de bergen in de verte en de zwanen die rond onze boot allerlei groen opvisten, en met de bewegingsloze platanentakken op nog geen 30 centimeter boven ons hoofd, als een natuurlijke luster. Paul maakte de uien en de look schoon en ik schreef ondertussen mijn reisverhaal.

Het gerecht dat op tafel verscheen was lekkerder dan we in eender welk gastronomisch restaurant  onderweg hadden kunnen eten. Ja, ons “Oud Sluys” heeft er weer een ster bij! De piepkleine “moules de bouchot” (sommige amper een centimeter groot) in hun soepje van ui en look, geserveerd met zacht vers brood en gezouten boter, waren méér dan verrukkellijk. Ik viel er op aan zoals op de vlierbesjes gisteren. Het decor was natuurlijk ook met geen woorden te beschrijven. Van tussen onze bladstille bladeren zagen we de zon ondergaan en de maan opkomen. In ons vrij duistere decor zwommen nog twee bevers of otters voorbij. Deze keer maakten ze zelfs geluidjes.

De eenzame fietser die over de andere oever naar huis fietste zag ons niet eens zitten in ons hoge nest. Dat is ook één van de voordelen van dit model boot, het is enorm hoog, we torenen boven alle boten uit. We mogen dan klein zijn, we hebben alleszins overal het beste uitzicht. Natuurlijk… hoge boten vangen veel wind… Maar met deze boot zou ik wel het hele Canal du Midi willen afvaren, de volle 240 kilometer lang, van Toulouse tot Marseillan aan de Middellandse zee. Het kanaal, dat nu 300 jaar oud is en er destijds voor zorgde dat er via de Garonne in Toulouse een verbinding kwam tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, is waarschijnlijk nog even belangrijk voor de economie als het toen was. Zij het nu niet meer door de commerciële vaart maar dankzij de duizenden boottoeristen die van de schoonheid komen genieten en voor een bloeiende toeristische sector zorgen. Dat zou wel eens kunnen veranderen eens de platanen gerooid zijn...

Het flinke fotoalbum van deze dag :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk7?authuser=0&authkey=Gv1sRgCI7b3ojziKPuzQE&feat=directlink

Geschreven door Laathi om 02:19 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten