Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

haaienballet....

Een prachtige film over haaien! Poëtisch en zo teder, vooral het einde is spectaculair. Een waar ballet van mens en dier.
Bemerk ook de kleine vissen - de remora's - die onder de buik van de haai meezwemmen om een graantje van al het lekkers mee te pikken.

http://www.youtube.com/watch_popup?v=WK2LpUoqX6A&vq=medium


En morgen iets totaal anders... een volwaardige poezenstrip!
Featuring Serendipity, Laathi, Laathi-de-mens en Nemuri Neko!
Geschreven door Laathi om 18:06 Reageer op dit bericht

3 reacties op dit bericht

Nicole8 april 2011 om 12:20

de haaienfluisteraar

Geweldig mooi en inderdaad vertederend. Hoe een roofdier zijn zachte kant laat zien en ons een andere kijk geeft dan het gruwelijke dat we enkel van deze dieren kennen. Je moet dit zien om het te geloven.
Geniet van het weekend.
Johnny en Christiane7 april 2011 om 20:33




Wandelgroetjes uit Borgloon

myphotobloesem.png

Van Johnny en Christiane

marleen7 april 2011 om 18:45

tussen de haaien

gewoonweg fantastisch hoe die man met die haaien bezig is
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ochtendhumeur

Op deze manier kunt ge toch geen ochtendhumeur krijgen?...

dsc07977copy.jpg

Hooguit wat nekpijn...

dsc07978copy.jpg

Maar daar is warmte dan weer goed voor, en dat is Nemuri Neko zeker en vast.
Dus is de cirkel rond. :-D
Geschreven door Laathi om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Mijn aprilgrap...

In mijn 1 april-"eendjes-etende-'vijverpaling'-met-zijn-bek-vol-tanden" -grap, zijn toch blijkbaar nóg enkele mensen ingelopen... Het was echt niet de bedoeling dat mensen met slechte ogen al die dikkop-foto's zouden zitten uitvlooien op zoek naar die paling. Vandaar dat ik een uur nadat ik het originele bericht op mijn blog plaatste, er al de tekst van "Oei, mijn vriend de bioloog liet mij weten..." bijzette, omdat ik dacht dat ik het dan wel bont genoeg maakte en dat niemand zijn ogen zou gaan pijnigen.

Met mijn echtgenoot had ik natuurlijk minder medelijden...

Hier thuis had echtgenoot geen zin om alle foto's te doorzoeken, dus die vroeg radicaal :
"En op welke foto staat dat palingske? Want ik heb hem in de visbak nog nooit gezien..."
Maar zo gemakkelijk wou ik hem er nu ook niet van laten afkomen. Dus riep ik om tijd te winnen : "Ik weet de nummer niet van buiten, ik kom ze u direct aanwijzen, maar ik moet nu zo dringend plassen..."
"Jaja, doe maar rustig, ik kijk ondertussen wel naar de foto's want ik vind ze wel heel sfeervol."
Het gesprek vanop het toilet verliep als volgt :
"Allez, toch straf dat zo'n beest daar nu tussen die kikkerdril gesukkeld is, en dat zoiets kan gebeuren in een heel klein stadvijvertje..."
"Ja, héél straf!! Ik had die vijverpaling ook niet opgemerkt, maar ik had mijn foto's aan de Wim, de vrijer van de dochter van mijn maat, doorgemaild en die belde direct op dat ik moest oppassen, want dat dat weliswaar een grote zeldzaamheid was, maar dat ik nu wel een heel gevaarlijk beestje in huis had..."
"Amai, dat is een chance dat de Wim dat gezien heeft..."
"Ja, maar de Wim is dan ook bioloog hè... Hij heeft gezegd dat ik hem apart moet zetten en-"
"Jaja, dat moet ge dan zeker direct doen, want hij zou de dikkopkes kunnen opeten!"
"Ja, dat ook, maar veel erger, de katten gaan wel eens aan dat visbakske drinken en hij zou in hun tong kunnen bijten."
"Och ja! Span er dan maar ineens dat oud stuk gordijn over! Ik heb hem trouwens nog altijd niet gevonden op de foto's..."
"Ik ben er direct!" (Gelukkig drink ik heelder liters water en kan ik héél lang plassen...)
Aangezien hij het echt nog niet door had maakte ik het nog maar wat bonter...
"Tja, ik zal het beestje niet kunnen houden, dus ik zal er een thuis voor moeten vinden, maar dat gaat niet gemakkelijk zijn, want de Wim zegt dat, eens hij wat groter is, hij zich voedt met kleine eendjes, en 't is geen rivierpaling hé, 't is een "vijverpaling" dus ik moet iemand met een vijver zoeken..."
"Iemand met een vijver zonder eendjes."
"Inderdaad."
Uiteindelijk was ik echt leeggeplast en had ik mijn handen al een volle minuut staan wassen, dus ging ik maar terug naast hem bij de pc staan. Nog steeds was hij nauwkeurig die foto's aan het bekijken.
"Het gaat ook lastig zijn hem te vervoeren want ik moet zien dat ik zelf niet gebeten word. En ja, de mensen die hem in huis nemen zullen hem dus wel moeten voeren met baby-eendjes..."
"Tja,... maar zo'n zeldzaam dier moet wel beschermd worden, dus er moet een oplossing voor gezocht worden..."
"Ja vanzelfsprekend, "vijverpalingen" zijn hier nog héééééél zeldzaam..."
Uiteindelijk gaf ik het op en begon ik het verhaal te vertellen dat hij altijd zelf vertelt over zijn grootvader. Die beweerde ooit een paling opgevist te hebben die zó groot was dat er nog een levend waterkieken in zijn buik zat toen hij hem aan het stropen was!... En toen, ja toen, eindelijk, begrijp hij mijn 1-april-paling. :-D

Met mijn vriend verliep de grap ongeveer op dezelfde wijze, maar dan over de telefoon. Ook hij was er met beide voeten ingetrapt. Ik heb hem dan telefonisch nog een beetje verder voor de gek gehouden maar op de duur wel gezegd dat het een grap was en dat hij dus niet al die 50 foto's moest gaan uitpluizen. Omdat hij heel slechte ogen heeft, wou ik hem zeker niet op die foto's gaan laten zoeken. Jammer genoeg was dat al gebeurd. En hij had hem niet gevonden...
Ooooooh, wat had ik toch weer in gang gezet?...

Dus besloot ik op mijn blog (uiteindelijk zijn het senioren die hier komen lezen, en die zouden ook wel slechte ogen hebben), de tekst van "Oei, mijn vriend, de bioloog, liet me net weten..." er bij te zetten. Dat maakte het toch al wel een héél stuk ongeloofwaardiger.

Maar het mocht dus ook niet baten... Er zijn dus toch nog mensen tussen die talloze dikkoppen naar een "baby-"vijverpaling"-die-met-tanden-geboren-wordt" gaan zoeken volgens mij. Komaan, een adoptiegezin zoeken voor een beest dat jonge eendjes ging eten... :roll:

Het straffe is dan nog dat ik eigenlijk zelf niet gek ben op aprilgrappen en ook helemaal niet van plan was er eentje te maken. Maar toen ik mijn fotoreeks van mijn dikkopjes geplaatst had, zag ik dat het die dag net 1 april was... dus ik dacht : "Och waarom zet ik er geen grapje bij? Wie weet... sommige mensen houden wél van 1-april-vissen en die kunnen er dan maar hun plezier aan beleven..."

Ge ziet hoe een balletje rollen kan. Of moet ik zeggen : "hoe een palingske spartelen kan"? :wink:

Geschreven door Laathi om 13:09 2 reacties Reageer op dit bericht

Relax...

Nee, "vijverpalingen met tandjes, die dan ook nog jonge eendjes opeten", dat heb ik zelfs niet in huis.
Op 1 april zwemmen er natuurlijk allerlei rare vissen rond.
Enkel van mijn drie beste vrienden weet ik dat ze er in getrapt zijn. Misschien sommige van mijn lezers ook, maar die hebben dan wel heel discreet gezwegen. :wink:
Morgen krijgt ge dus het relaas over de gevolgen van mijn onschuldig 1-april grapke te lezen.

Geniet ondertussen even mee van de meest ontspannen kater van 't Westelijk halfrond...
Mijn gelukkige Nemuri Neko in zijn favoriete houding...

p1620385copy.jpg

Slap als een vod hangen te genieten...

p1620388copy.jpg

Hoe meer ge er meer in 't rond zwiert hoe liever hij het heeft...

p1620391copy.jpg

To-ta-le ontspanning... Zalig moet dat zijn...

p1620395copy.jpg

Waarom doet niemand zoiets nooit eens met mij?... :shock:
Geschreven door Laathi om 14:41 3 reacties Reageer op dit bericht

Tijdelijke huisdieren

Mijn tijdelijke huisdieren zijn weer aangekomen!
Hun evolutie gaat zo snel dat ik om de vier uur een foto neem en ze er telkens alweer anders uit zien... Fascinerend! Wie wil mag op kraambezoek komen in onderstaand album!

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/DikkopjesMaart2011?authkey=Gv1sRgCLWzl-eKmoawkwE#

Het straffe is dat er ook een jongske van een vijverpaling blijkt tussen te zitten! Een vriend van me, die bioloog is, maakte me daar opmerkzaam op. Het blijkt een grote zeldzaamheid te zijn. Het duurde even eer ik het diertje in de krioelende massa ontdekte, maar inderdaad het is overduidelijk een paling. Vinden jullie hem terug op de foto's?
--------------
Oei, ik kreeg net van de bioloog een berichtje binnen dat vijverpalingen best gevaarlijk kunnen zijn. Ze worden geboren met piepkleine tandjes, eens volwassen verorberen deze zeldzame dieren zelfs kleine eendjes! Ik heb het  palingkje dan ook in een apart aquarium gezet (morgen krijgen jullie er grote foto's van te zien). Ik heb het aquarium ook moeten afdekken aangezien de poezen er aan begonnen te drinken en het diertje zeer geïnteresseerd was in hun tong. Logisch, het zijn vleeseters.
Ik zal het diertje dus niet kunnen houden, ge voelt mijn vraag al komen zeker? Wie is er geïnteresseerd dit schitterende, zeldzame dier een goede thuis te geven? Best in een vijver zonder eendjes.
Geschreven door Laathi om 20:16 1 reactie Reageer op dit bericht

Jeugdherinneringen. Deel 43.

43. De volgende pakken we zélf!

Aan dapperheid ontbrak het ons niet. Dat moest ook wel. Twee vrouwen die alleen hun mannetje moeten staan worden op de duur zo sterk als een klein leger. We worden hier niet voor niks “De dapperste aller Galliërs” genoemd nietwaar?

Na de dood van bomma wou ma het ouderlijk huis verlaten. Na een heel leven voor haar moeder gezorgd te hebben deed de leegte haar te veel pijn, ze voelde zich eenzaam in het veel te grote huis. Mijn tante bood aan om op de bovenste verdieping van haar winkelhuis te komen wonen, zodat ma overdag wat gezelschap zou hebben. Op mijn zes jaar verhuisden we dus naar een tweede verdieping, met zicht op de Antwerpse Grote Markt, boven de gerenommeerde antiekzaak van mijn tante. Na de winkeluren hadden we het rijk voor onszelf want tante en nonkel vertrokken elke avond naar hun villa in Sint Job in ‘t Goor.

Het was een hele verandering voor mij. Net een nieuwe school, en nu opeens op een appartement gaan wonen. Geen vriendjes meer om samen op straat te spelen... Hier zou toch weer danig moeten gelobbyd worden voor een huisdier... Maar niet van de eerste dag, want er viel nogal veel te exploreren...

Ook deze verandering had weer zijn charmes. Als ik van school kwam liep ik binnen langs de winkel, de oude bel klingelde alsof ze met haar koord aan de hemel bevestigd was, en ik riep luidkeels “Ikke” zodat mijn tante, die in de kelderkeuken zat als er geen klanten waren, wist dat ze niet moest komen kijken. Ik sleepte mijn boekentas naar de tweede verdieping en de eerste kamer die ik binnen kwam was een heel brede nutteloze gang (foutje van de architect) die nu dienst mocht doen als speelkamer.

Alle deuren kwamen op deze gang-kamer uit. Rechts was de badkamer. Speciaal voor ons had tante een bad laten installeren. Maar jammer genoeg had ze voor een “modern” zitbad gekozen... Gelukkig waren ma en ik aan de smalle kant en propten we ons altijd samen in het diepte gedeelte. Mijn plastic dolfijn “Flipper” (ah ja... Niet zozeer omdat ik zo dol was op dat beest uit het feuilleton maar vooral op de mannelijke hoofdpersonnages) dreef boven het ondiepe gedeelte. Baden werd een knusse en zeer intieme situatie aangezien we niet bepaald veel “room to move” hadden. Het voordeel was dat we alleszins met heel weinig water toekwamen. De enige die wat comfort en ruimte had was Flipper. Maar vroeger hadden we géén bad, dus al bij al gaf dit ding ons toch bijna een zwembadgevoel.

Het tofste aan die badkamer was het raam. Met een kleine sprong van nog geen meter kwam ik terecht op een van de vele trapgevels. Die beklom ik als een aap. Aan de ene kant een pannendak met een helling van 45° en aan de andere kant een koertje twee verdiepingen lager. Kwestie was dus wel om de oversteek vanuit het raam naar het eerste trapgeveltje te overleven. Maar dat lukte wonderwel. Wel best niet doen als ons ma in de buurt was. Ze wist wel dat die trapgevels mijn persoonlijke klimtoren waren maar ze was er niet zo scheutig op. Tot ik haar uitdaagde eens mee te komen en ze er ineens wel de charme van inzag om zo als Sinterklaas over de daken te kruipen. Hoogtevrees hadden we gelukkig geen van beiden. Onze pa mocht hier natuurlijk niks van weten. Tante ook niet. Want die was bang dat er eens een deksteen van zo’n trapje zou glijden. Zo vast lag het nu ook allemaal weer niet.

Het appartement was oud en klein, maar het uitzicht geweldig. Een overzicht over de hele Grote Markt en het stadhuis. In die zalige tijd mocht er op het plein nog geparkeerd worden. Het was heel geestig om te zien hoe die autootjes maar bleven rondjes rijden en zich uiteindelijk toch in het allerkleinste plekje trachtten te wurmen. We konden er uren naar kijken en er samen over fantaseren. Ook bij elke stoet of manifestatie zaten we op onze eigen tribune. Maar best niet in de winter. Want dan waren de gammele ramen het voorportaal van de Noordpool. Het was enkel glas, en zelfs niet helemaal vlak. Naargelang door welk plekje je keek zag je grappige vervormingen. Ondanks het feit dat de woonkamer eigenlijk kleiner was dan mijn “speelkamer” kregen we er toch een eetkamer en een sofa in. Zo’n zalig hobbelig oud model, dat in de koudste winternacht kon omgetoverd worden in een tweepersoonsbed waarin we knus tegen mekaar dicht bij de kachel konden slapen. Voor mij had het een vergelijkbare charme als gaan kamperen. Ik nam mijn gieterke mee naar bed (daar tutterde ik mijn water uit) en mijn pispotje. Die zeldzame ijsnachten waren voor mij toverachtig! De hele nacht die kamer niet uit komen en telkens ge uw ogen opende de vuurgloed door de beroete glaasjes van de kachel zien. Harry Potter was er niks bij. De echte slaapkamer was groot, licht maar saai. Het enige boeiende daar was de kleerkast waar ik maar ons Ma haar “vos” uithaalde om hem te knuffelen. Haar vos was een dood beest dat ze geacht werd als een sjaal rond haar nek te dragen. Maar ik denk dat ze dat zelf te zielig vond, dus adopteerde ik hem maar. In de tijd dat ze als pelsmaakster werkte had ze hem gekregen, en sindsdien woonde de sukkelaar in de kleerkast.

De keuken was klein, ouderwets en vooral koud. Daar was de charme dan weer dat ge over al de oude daken van het huizenblok keek. Fascinerend! Hoe alle huizen daar organisch tegen mekaar aanleunden, haast in mekaar leken te kruipen en dat onder het alziend oog van de klok van de Onze Lieve Vrouwentoren. Ik vond het uitzicht hier al even mooi als in de woonkamer. Totaal anders, maar er was evenveel om naar te kijken. Ik veronderstel dat ik nu nog altijd mijn prachtige “architectuur”-dromen heb doordat ik als kind zo geboeid was door al die complexe bouwsels en verbouwsels en aangroeisels die de hele binnenzijde van ons huizenblok in de loop der eeuwen hadden doen dichtslibben tot een doolhof van allerhande steensoorten. Niks was even hoog, of even lang. En het meeste was ook nog scheef.

Ook ons huis was stokoud. Alles kraakte, vooral de houten, smalle, steile trap. Het enige voordeel dat hij bood was de leuning. Van een tweede verdieping omlaag glijden, daar was geen Bobbejaanland tegen opgewassen. Bovenal was er ook een enorme zolder. Een echte griezelzolder, vol duistere hoeken, en met een trap die naar een nog hoger gelegen deel onder het puntdak leidde. Helemaal een no-go zone. Want daar hing niet eens een zielig lichtpeertje van 30 watt te gloeien.

Pa installeerde als goede schrijnwerker een schommel aan een van de zware dakbalken en daar kon ik eindeloos op zitten “touteren” terwijl ma in het licht van de dakkapel kleren verstelde. Overheerlijke uren. Als ik het schommelen beu werd dan nam ik de houten plaat weg, die de kapotte vloer onder de schommel bedekte, en vond ik daar een rijkdom aan kapotte steentjes in allerlei maten. Dat was mijn diamantwinkel. Ik verkocht en ma mocht kopen. Ik verkocht zelfs vanop mijn schommel, mijn verkooppraatje moest het werk maar doen. Een aangename bezigheid voor allebei, want we konden rustig verder doen met wat we bezig waren, er werd alleen getaterd. De “kiezeldiamanten-uren” waren de goudmijn van mijn jeugd.

De zolder had ook zijn minpunten. De trap ernaartoe was ronduit griezelig. Om nog te zwijgen van de ijzeren deur met het grote roestige schuifslot! Ik durfde dan ook nooit alleen in dat spookpaleis spelen. Ma heeft daar dus de sokken van heel de familie kunnen stoppen. Uren en dagen aan een stuk. Soms schilde ze daar zelfs haar patatjes. In feite was in de zomer de zolder onze leefruimte.

Op een dag was ik stout omdat pa thuis was, ik was geen mannelijke aanwezigheid gewoon, en voor mij was dat direct “dominantie”, dus ik kon dan wel eens de ezel uithangen. Pa ging heel resoluut te werk, stopte me onder zijn arm en droeg me die zoldertrap op. Ik klemde me dwars tussen de twee muren maar als zesjarige kunt ge het van een volwassen schrijnwerker toch niet halen. En daar zat ik op die akelige zolder. Alleen! De steentjes waren plots geen diamanten meer, van mijn juwelierszaak was geen sprake. Het was een donkere, enge zolder met veel kamertjes waar achter elke deur minstens drie monsters loerden. Ik krijste en gilde en besloot op de duur het raam te openen en uit de dakkapel te springen. Alles was beter dan alleen op die zolder te moeten zitten. Gelukkig stond mijn moeder achter de deur naar mijn opera te luisteren en kon ze net op tijd ingrijpen. Anders had ik vleugeltjes gehad.

Na die ervaring zou de zolder mij beslist nooit meer gezien hebben, als het rotsvaste vertrouwen dat ik in mijn moeder had er al niet snel voor zorgde dat we er terug samen gezellig de was gingen ophangen en er onze keuveluurtjes doorbrachten. Hoe eng ik de zolder ook vond, voor de rest was ik best dapper.

Beneden in de zaak stond een fortuin aan antiek, en soms vergat mijn tante in een van de kamers wel eens het licht uit te doen - in de kelderkeuken, of in de opkamer waar de klanten ontvangen werden om de maat van hun vingers te nemen om ringen te kiezen. Alarmsystemen bestonden toen nog niet. Om de eenzame avonden door te komen mochten we van tante de telefoon in het bureautje beneden gebruiken. Ma belde vandaar elke week met haar nichtjes, en ik zat dan aan haar voeten te spelen. Met de maatstokken voor de ringen, met de reeks voorbeeldringen, er was altijd wel iets dat onschadelijk was om mee te spelen. Of eens in de antieke biechtstoel kruipen die de hele winkel domineerde. Hoewel dat laatste eigenlijk verboden was. Maar ik was een voorzichtig kind en opgegroeid met respect voor antiek, dus ik heb nooit een Rembrandtje naar de verdoemenis geholpen.

Op een van die wekelijkse telefoonavondjes gingen we langs de oude trap naar beneden, het is te zeggen, ma liep naar beneden, ik gleed, maar op de eerste verdieping zagen we door de vele interne ruitjes licht in de “sjieke kamer” branden. Aangezien ze het licht nog wel eens lieten branden waren we niet echt ongerust tot we plots een geluid hoorden... Ma was er van overtuigd dat we deze keer prijs hadden, deze keer zouden er echt wel inbrekers zijn. Maar wat te doen? De politie bellen kon niet want dat moesten we in het bureautje naast de sjieke kamer doen... Dus slopen we terug naar ons appartement en overlegden we hoe we dit gingen aanpakken. Ma besloot muisstil naar beneden te gaan en op straat hulp te gaan vragen. Daarvoor moesten we wel op minder dan 10 meter van de “sjieke kamer” sluipen, maar dat moest dan maar. Ma toog op pad als een kat op jacht. Vanzelfsprekend liet ik haar niet alleen gaan. Ik ging naar de keukenschuif, nam het grootste mes dat ik kon vinden, en sloop achter haar aan. Een betere achterhoede had ze zich niet kunnen indenken. Tot ze me ontdekte en bijna van de donkere trap totterde van ‘t verschieten. Onverwacht haar dochter met een blinkend mes achter zich zien staan! Een mens heeft al van minder een hartaanval gekregen. Zonder woorden ruzie maken over het feit dat ik terug naar boven moest gaan was geen succes. Die strijd kon ik op mijn sokken winnen. Dus wij met zijn tweetjes zo stil mogelijk geprobeerd de twee glazen deuren naar het binnenportaal open te maken, die snel terug op slot te doen en dan de zware houten voordeur openen. Missie geslaagd. Daar stonden we nu. Ons ma in haar nylon bloemmetjesschort, ik in mijn pyama met in mijn handje een groot, versleten mes... En het was geen carnaval.

Ons ma hield een voorbijganger aan, maar die voelde er niet direct iets voor om inbrekers te gaan betrappen in’t gezelschap van twee lunatics. Zo een flauwe! Dus gingen we in ‘t café aan de overkant de politie bellen. In keukenschort en pyama , met mes. De politie beloofde onmiddellijk te komen en we kregen opdracht om zeker niet terug binnen gaan. We besloten wel om op de dorpel voor onze deur te gaan zitten zodat we de inbrekers tenminste konden betrappen als ze zouden gaan lopen. Ah ja, die gingen daar zomaar niet mee wegkomen!

Al vrij vlug kwam de politie. Ons ma ontsloot de deuren en zei : “Wacht meneer de polis, ik zal efkes voorgaan en wijzen waar ik denk dat ze bezig zijn.” Waarop de agent repliceerde : “Nee madam, u blijft met uw dochterke hier buiten staan, we zullen het wel alleen afkunnen denk ik.” Zo’n minachting voor mijn mes! En ‘t was dan nog een verroest, een extra pluspunt want die inbreker zou er zeker tetanus aan over gehouden hebben. Ik was toch ooit zelf in een verroeste nagel getrapt en had toen twee dikke, heel pijnlijke tetanusspuiten gekregen, dus ik wist wel wat de goeie wapens waren!

Heel het huis, tot en met de keldergewelven die op de ruien uitkwamen werd doorzocht en er werd natuurlijk niks gevonden. Het was weer maar eens de vergetelheid van mijn tante geweest die te nonchalant met de lichten was omgesprongen... De politie vond het alleszins niet erg, en vond het toch heel wijs dat we hen geroepen hadden.Wij voelden ons daar wel heel onnozel bij, als aangeklede apen in een café binnengaan, dan daarna op de Grote Markt op onze huisdorpel zitten wachten... Nee, in’t vervolg zouden we echte of vermeende inbrekers wel zelf aanpakken.

Maar een nog véél fascinerender huis was het magazijn van de antiekzaak, dat in een klein straatje achter het stadhuis lag. Het huis was zo groot dat er in de Spaanse tijd 500 soldaten gehuisvest waren. Het was een vier verdiepingen hoog voorhuis, door allemaal trapjes en “entresols” verbonden met een even reusachtig achterhuis. De kamers leken wel zalen. In een van die ruimtes stond een volledig antiek altaar opgesteld! Met misdienaarsbelletjes! Wat zalig om daar even de mis op te dragen! Mijn missen duurden weliswaar maar vijf minuten. Telkens ik er kwam moest ik alle zalen gezien hebben om te kijken of er nieuwe boeiende dingen waren binnengekomen. Het was mijn privé-spookpaleis, dat natuurlijk nooit betreden werd zonder het gezelschap van ons ma. Op de benedenverdieping bevond zich een groot atelier waar de restauraties gebeurden door een andere oom. Maar daar viel voor mij niet veel te beleven want die was nogal nors. En hij geloofde duidelijk niet in mijn genetische aanleg om schrijnwerker te worden, dus die liet me nog geen beiteltje vastpakken. De mens weet niet wat hij gemist heeft.


Wie nog eens wil grasduinen in de vorige afleveringen van "Mijn Jeugdherinneringen" kan op de foto met het gietertje klikken, in de marge van dit blog.
Of gewoon hier : http://www.bloggen.be/laathi/

Geschreven door Laathi om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Waar ben ik gebleven?

Anderhalve maand heb ik met "tandpijn" gezeten. Aangezien heel de rechterkant van mijn hoofd pijn deed, van mijn kin tot aan mijn oor, wist ik niet of het wel aan mijn tanden lag. Het leek wel of er iets mis was met heel mijn kaak. Het was al in de helft van mijn vakantie begonnen en het bleef maar duren.
Ik wist niet goed naar welke dokter ik voor zoiets raars moest gaan dus besloot ik maar af te wachten. (Ik durf met mijn gekke, lawaai-overgevoelige kop zomaar niet meer een hospitaal binnen stappen, want zelfs op die plekken weten ze niet hoe ze met een mens met hyperacusis moeten omgaan.)
Toen de pijn op de duur echt niet meer te harden was, besloot ik toch maar mijn tandarts te bellen. Voicemail. Maar ze belde me de volgende dag al terug... vanuit Amerika. Ze zou de eerste drie weken niet thuiskomen want ze was op studiereis. Pech. Dus nog maar wat geduld geoefend en op haar aanraden alvast ontstekingsremmers genomen.

Zo snel ze thuis was mocht ik komen. Op het eerste zicht was er niets te merken. Zelfs op de foto zag alles er nog goed uit. Uiteindelijk, na veel zoeken heeft ze toch de boosdoener gevonden en het is een bangelijke operatie geworden. Zelfs zij stond met het zweet in haar handjes.
Blijkt dat ik door de stress van die hyperacusis 's nachts nog harder tandenknars dan vroeger. Ik was stilaan een zenuw aan't vermoorden door de druk die ik onbewust op mijn tanden zet. Bovenop bleken de drie zenuwen dan ook nog onvindbaar omdat het binnenste van de tand verkalkt was door mijn geknars. Anderhalf uur heb met mijn bekske opengelegen eer de bangelijke klus geklaard was. Ook mijn tandarts was opgelucht dat ze deze akelige zaak tot een goed einde had kunnen brengen.
Ik ben er natuurlijk wel even van onder de voet geweest. Anderhalf uur boren in uw kopke... En ge kunt geen oordoppen insteken aangezien het lawaai toch door uw mond naar uw oren gaat. Dopjes zouden het er alleen nog maar erger op maken. Ge kunt moeilijk doppen langs de binnenkant van uw mond in uw oren gaan prutsen nietwaar?

Ondertussen ben ik eindelijk tandpijnvrij dankzij mijn geweldige tandarts! Maar het waren wel zes onvergetelijke weken... Ik was er echt een beetje door gedeprimeerd geraakt. Ik doe mijn hotmailbox al maar zelden open omdat hij tijdens mijn vakantie zo volgepropt zat met PPS-jes en "berichten dat er een stempel in mijn gastenboek is gezet" dat ik hem meestal al terug sluit voor ik alles nagekeken heb. Maar onlangs heb ik hem nog eens helemaal uitgepluisd. En ontdekte ik tussen een hoop zooi verschillende kleine berichtjes die vroegen hoe het met me ging, dat het zo stil was, of het wel goed ging, dat ze toch mijn verhaaltjes een beetje misten... Dat gaf me weer de push om nog eens aan mijn pc te gaan zitten. Uiteindelijk hebben jullie nog zoveel verhaaltjes tegoed... Al die Franse weekends van vorig jaar, met het vinden van Cadfaël...

Tussen al die mails ontdekte ik ook, tot mijn opperste verbazing, een brief van de TV-productiemaatschappij “Woestijnvis".!
Ze schreven dat ze mijn jeugdverhalen gelezen hadden (hoe ze daar terecht gekomen zijn mag Joost weten) en vroegen of ik wilde meewerken aan een nieuw onderdeel van “Man bijt hond”. Een item dat zou handelen over herinneringen van mensen die terug in hun ouderlijk huis komen na het tientallen jaren niet gezien te hebben. Ik heb moeten antwoorden dat ik niet zal kunnen meewerken, aangezien ik mijn pa zijn huis heb moeten laten afbreken, en dat ik het ouderlijke huis van ma, waar ik opgegroeid ben, nog maar een paar jaar geleden verkocht heb, dus dat laatste huis ligt nog te fris in mijn geheugen om in het concept van hun programma te passen.

Maar dat mailtje zorgde er wel voor dat ik terug aan de huizen van mijn kindertijd begon te denken... En dan komen natuurlijk de jeugdherinneringen boven...
Dus... morgen verschijnt er hier weer eentje! :-D

Geschreven door Laathi om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo deel 23. Laatste deel.

Zondag, 30 januari 2011.

23. Een slechte ruil. Van de hemel naar de hel.

Met een suffe, droeve kop plaatsten we al de bagage voor onze voordeur en strompelden ons zo vertrouwde plankier af richting eiland. Voor de laatste maal.

Het branden van de cd met de foto’s voor het hotel was mislukt, dus ging Paul ze even met de USB-stick op de computer in hun bureau zetten. Ondertussen wist ik met mezelf geen blijf en liep met mijn ziel onder mijn arm, en drie sets verschillende oordoppen rond mijn nek, doelloos door de tuin te dwalen. Ik had van elk plantje afscheid willen nemen. Van elke stille zandkorrel.

Het was veel te vroeg om iets in mijn maag te kunnen krijgen, dus kwam de chef aangestapt met netjes verpakte sandwiches om mee te nemen. Hoe attent toch weer.
Onze speedboat lag klaar en in de halve duisternis stond iedereen op een rijtje om afscheid te nemen. Ik snotterde van den ene naar den andere. Spijtig dat de man van de wasserij net vertrokken is, want er is nu werk aan de winkel, nadat ik gepasseerd was zullen er wel wat snot en tranenvlekken van de schouders van kostumekes moeten gewassen worden.

Raj knuffelde me plat en zei dat mijn huisje altijd zou klaarstaan. Kortom, iedereen bedolf me onder lieve woorden van hoop en troost. Maar ik bleef het hartverscheurend vinden deze stille, natuurlijke plek te moeten inruilen tegen de hectische, luide, grote, chaotische Westerse lawaaiwereld. Zou ik er nog terug aan kunnen wennen? Vooral, zou mijn kop er nog een plaats in vinden?

De boot vertrok, een stuk van mijn hart bleef achter. We hadden geluk, de zee was spiegelglad. Ik trok mijn verfrommelde kop tussen mijn schouders, rolde me op een bank in een bolletje en viel zelfs in een soort halfslaap. De boottocht verliep door het mooie weer veel sneller dan gepland, dus stonden we daar op het vlieghaveneilandje van Male … maar liefst 4 uur te vroeg…

Al heel dikwijls heb ik hier uren, soms haast een dag, moeten wachten, als tussenstop naar Sri Lanka, maar met die hyperacusis is dat allesbehalve een pretje. Buiten kon ik niet zitten wachten. Het geraas van de aankomende bootjes en watervliegtuigen en busjes en camions loeide dwars door mijn beste oordoppen door. De hel brak los in mijn kop. En er was geen ontsnappen aan, want ik zat vast op een piepklein eilandje…

Binnen was het al niet beter. Daar rolde elke karretje dwars door mijn kop heen. In de volgende zaal waren een boel Indische kindjes aan ’t ravotten. Hun kreten schalden door de enorme incheckhall. Dus weer maar een hall verder gegaan. Daar was het lawaai zo mogelijk nog erger. Ik kon ook niet meer terug want ik was al langs de douane gepasseerd. Ik had graag Prem nog eens opgebeld om hem voor alles te bedanken maar ik kon het niet, het was te lawaaierig om mijn doppen uit te doen. Dus liet ik Paul bellen. Prem had heel slecht nieuws, hij had net Raj moeten verwittigen dat zijn vader totaal onverwacht gestorven was.

Hoe triest, twee uur geleden stond hij mij nog te knuffelen en te troosten, en nu zou ik hem een hart onder de riem willen steken en is hij onbereikbaar. Het is dan maar een troost-sms geworden. Moderne tijden. Raj zou vanavond naar Sri Lanka vertrekken om de begrafenis te regelen. Benieuwd wie er nu in charge gaat komen? Misschien moet Prem nu zijn welverdiende vakantie onderbreken en snel terug naar het eiland afreizen? Wie weet. Het bleek maar weer eens dat het hotelleven bestaat uit een aaneenschakeling van onverwachte toestanden.

Ik werd gek, knetter, knettergek in die luchthaven. Ik vond geen enkel plekje waar het lawaai zo draaglijk was dat ik mijn doppen ook maar even kon uitdoen. Ik vreesde dat mijn hyperacusis door mijn heerlijke drie weken stilte een pak erger geworden was. Ik verlangde naar dat vliegtuig… Uiteindelijk was op de heenweg het vliegen zelf veel beter meegevallen dan op luchthavens moeten rondhangen. Maar de uren kropen voort en het lawaai boorde zich door elke porie van mijn lijf.
Goddank had het vliegtuig geen vertraging. Eens aan boord viel er een pak van mijn hart. Weggezakt in mijn zeteltje, uit de drukte, met mijn doppen. Hier was geen chaos, geen gegil of geen geratel, alleen dof gerommel.

Eens in de lucht kwam ik helemaal tot rust. Tijdens de 10 lange uren corrigeerde ik mijn snel bijeengeratelde reisverhalen, liep ik veel rond en begon een babbeltje met een stewardess. Ze vertelde over een man die ze onlangs wou verbieden om zijn koptelefoon op te houden tijdens het opstijgen. Maar de man legde haar uit dat hij niet zonder het ding kon omdat hij een vreemde ziekte had. Destijds had ze er niets van begrepen maar na mijn uitleg snapte ze plots waarom die man dat gevraagd had. Duidelijk ook een hyperacusis-mens die al lang geen zin meer had om zijn uitleg voor de zoveelste maal te doen, zo te horen. Ik vertelde haar over de plastic bestekjes waar we deze reis zoveel plezier aan beleefd hadden en een uur later stond een steward plots met een heel pak bestekjes naast mijn stoel. Voor mijn volgende reizen! Zo lief!

In Zaventem stond een vriend ons op te wachten, dus daar was de luchthaven- miserie snel geleden. Op de autostrade klonk alles heel luid, maar ja, na drie weken op zo’n stil eilandje zal alles de eerste dagen nog wel veel luider klinken veronderstel ik. Of de reis mijn oren kwaad of goed gedaan heeft zal de tijd wel uitwijzen. Alleszins, ik ben heel blij dat ik geweest ben, voor mijn hart en moreel heeft het wonderen gedaan. Er bestaat, ergens ver weg, nog een vluchtplek voor me. En het onthaal en de warmte van mijn vrienden zal ik nooit meer vergeten.

dsc00390copy.jpg

Een fotootje van de eerste ochtend. Nog heel wit en plattekes :wink:

Het volledige reisverhaal kunnen jullie lezen door, in de marge van mijn blog, op de foto van de pelikaan te klikken.

Geschreven door Laathi om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Alweer een mis-verstand.

Door al wat ik hoor, en daar bovenop het geruis van de kerncentrale in mijn hoofd, heb ik het moeilijk om een stem duidelijk te verstaan. Tegenwoordig wordt hier dus de ondertiteling van Teletext opgezet als ik eens mee tv kijk. Ik voel me net een 80-jarige.
Alles horen, maar alles slecht verstaan. 't Is niet simpel. En soms word ik dan wel eens ongeduldig...

Vorige week ben ik in een rustige straat de auto aan 't parkeren en ik besluit dat ik héél dringend iets aan echtgenoot moet vragen. Héél dringend want als ik het niet onmiddellijk doe ben ik het vergeten. Dus klik ik op mijn stuurknop, roep "bel Pol", en er gebeurt niks. Die bluetooth was dus weer niet aangesloten. OK, dan grabbel ik maar snel mijn gsm en druk op knopke 6, mijn snelverbinding met hem. Ik laat de gsm op de passagierszetel liggen en parkeer me ondertussen verder in dat klein gaatje. Ik hoor dat echtgenoot antwoordt dus grabbel ik even naar de gsm en zeg hem een secondje te wachten.
Dat parkeergebeuren had hooguit 20 seconden in beslag genomen maar er stond er ondertussen toch alweer eentje achter mij van zijnen tak te maken. De straat was nochtans 10 meter breed dus hij kon me gewoon voorbijrijden. Vanop mijn zetel trachtte mijn echtgenoot zich dus verstaanbaar te maken en ondertussen kwam die chauffeur naast mijn raamke staan toeteren (hij was me dus al voorbij gestoken, zo simpel was het geweest). Ik ben dan in een Spaanse colère geschoten en zeer vieze dingen gaan roepen met bijhorende gebaren en daar dan nog een beetje bij beginnen toeteren ook. De woorden kon mijn echtgenoot, liggend in mijn gsm op de voorzetel, dus allemaal volgen. De show moest hij wel missen.

Soit. Ik had me eindelijk in dat gaatje gewrongen en kon nu mijn man te woord staan. Ik pak de gsm en hoor hem mij de les lezen over verkeersagressie, dus ondertussen stap ik rond de auto, leg mijn gsm efkes terug neer (laat hem maar zagen) pak de mand met onze Cadfaël en mijn handtas, hou de gsm terug tegen mijn oor, hoor dat hij nog altijd aan 't mummelen is (waarschijnlijk nog altijd over verkeersagressie) maar kom, we moeten nu wel stilaan even tot de kern komen waarover ik hem zo dringend moest bellen, dus begin ik mij een beetje kwaad te maken :

"Seg ik versta u niet zenne, spreek eens wat duidelijker!"

"Mmuomo woemoe woemoe koekoem..."

"Ja, ge weet nu toch al dat ik stemmen slecht versta, doe dan maar wat beter uw best! Articuleer! Ik bel u wel op omdat ik u nodig heb hé seg. Dus ik moet u iets vragen."

"Mn ip denp dap ge mooooew..."

"Luistert hé, als ge nu geen moeite gaat doen om duidelijk te spreken dan hang ik op. Ge kunt toch tenminste die hoorn al tegen uw mond houden dat ik u tenminste hoor?! Ge klinkt zo dof als wat!!"

"Mmmooa droooaai wie delefooooon oemmm!!! Ooostebooofmm..."

"Als ge uw best niet wil doen, dan laat ge het hé seg! Dan zal ik wel weer mijn plan trekken! Gelijk altijd!"

"Mwwwwaft waaaaaaaft!Ooooooosteboooooooofn vaaaaaast".

Ondertussen was mijn kameraad al in zijn voordeur komen staan want die had zich afgevraagd wat al dat geroep (een mens die zelf iets niet verstaat begint altijd te roepen...) en getoeter in zijn straat te betekenen had, en stond ik daar voor hem beladen met kattemand, handtas en telefoon tussen mijn nek en oor geprangd. Mijn maat maakte een heel simpel gebaartje, een draaibeweging met zijn hand. En inderdaad...
Toen ik de telefoon omdraaide, met het spreekgaatje langs onder... awel... dan kon ik plots mijn man perfect verstaan.

Dus voor ge naar uw telefoon grabbelt : zie dat ge hem niet ondersteboven vast hebt en begin niet direct tegen den andere te zagen dat hij niet kan articuleren. :roll:

Geschreven door Laathi om 02:01 2 reacties Reageer op dit bericht

Fotoalbum bij hoofdstuk 22.

Deel 2 van het fotoalbum van onze laatste avond en namiddag. Met in de hoofdrol een glorierijke Aïsha en beelden van een onvergetelijk avondmaal...

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/EllaidhooHoofdstuk22?authkey=Gv1sRgCLPx7-LBhYjWXw
#
Geschreven door Laathi om 19:59 3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten