Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
akke.beakke.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 10 januari 1992 tot 11 januari 1992

Een surrealistische zieken-cocktail. Deel 10.

10. De allernieuwste MRI-scanner! ...Eentje met aarding!
 
Vrijdag moest ik onder de scanner. Iets waar ik lang over getwijfeld heb omdat ik vreesde dat door het lawaai dat zo'n ding maakt de chaos in mijn hoofd nog erger zou worden. Woensdag kreeg ik gelukkig de goddelijke inval om eens een 1-april raadsel te maken. Dat heeft er ongepland voor gezorgd dat ik de volgende 48 uur geen tijd meer had om me zorgen te maken, omdat ik de ene na de andere telefoon kreeg waarin ik mijn uitleg over mijn "zwangere-gecastreerde-kater" moest doen. Een onverwacht leuk afleidingsmanoever tegen gepieker.
 
Vrijdag was het dan zo ver. In 't ziekenhuis aangekomen kreeg ik toch terug een beetje angstkriebels maar eens in 't kleedhokje had ik het zo druk dat ik die ook snel vergat. Ik moest me ontdoen van mijn bril en alle mogelijke metalen voorwerpen, ik mocht enkel sokken en onderbroek aanhouden. Fijn. Ik keek naar mijn voeten en zag dat er een gat in mijn sok zat. Dus die trok ik ook al maar gauw uit. Vervolgens kon ik me in het ziekenhuisgewaad gaan hullen. Ik wist dat zo'n ding vooraan volledig gesloten was en dat ge dat achteraan moest dichtbinden. Ik slingerde de linten rond mijn lijf en maakte een minuscuul strikje op mijn buik. Naderhand bleek het niet de bedoeling dat ik van dat ding zo'n schoon tailleurke gemaakt had. Die linten mochten gewoon achteraan dichtgeknoopt worden... Ik zat daar wreed sexy te wezen want bij de minste beweging op mijn bankje werd mijn décolleté wel héél groot. Daar moest ik iets op vinden. Net op dat moment kwam een verpleegster binnen, legde een katheter aan, en gaf me de spuit in mijn hand die ik moest blijven vasthouden tot ze me zouden komen halen. Daar zat ik nu... Ik tastte met 1 hand achter in mijn nek en plots ontdekte ik nóg twee linten! Maar ja, probeer daar nu maar met 1 hand een strik in te leggen, want mijn rechterarm met de spuit in kon ik niet meer plooien. Middenin mijn geworstel kwam de verpleegster me halen en zei me maar onmiddellijk mijn doppen in mijn oren te steken. Mijn wasbollen had ik ondertussen al lekker warm en mals gekneed dus cementeerde ik mijn oren minutieus potdicht.
 
Zonder bril zag ik al niet meer te veel, horen deed ik haar ook niet meer, dus als een gewillig zombietje volgde ik de verpleegster. Ze gebaarde me te gaan liggen met mijn hoofd in een steuntje. Ik drapeerde me op de machine in mijn sexy tailleurke, ondertussen stopte ze nog dikke schuimrubbers tussen mijn hoofd en de steun, en trachtte ik nog met alle geweld mijn décolleté te fatsoeneren. Mijn rechterarm lag machteloos uitgestrekt met die spuit in mijn hand.
Een andere verpleegster doemde geluidloos op, greep mijn vrije arm die aan mijn décolleté frutselde, stopte een oranje rubber peertje in mijn hand, en gebaarde dat ik dat goed vast moest blijven houden, en daar schoof ik opeens de tunnel in.
 
De volgende 25 minuten zou ik me niet mogen bewegen. Ik vroeg nog of ik mijn ogen open of dicht moest houden maar daar kreeg ik geen antwoord meer op. Of ze hadden het lokaal al verlaten, of ik hoorde het antwoord niet meer... Dus besloot ik mijn ogen maar braaf dicht te houden. Uiteindelijk : niet bewegen is niet bewegen.


Het lawaai was luid maar het deed geen pijn. Ik probeerde me zo goed mogelijk te ontspannen en gelukkig heb ik fantasie genoeg om mijn geest voor een half uurtje naar fijnere oorden te kunnen verplaatsen.
Door de nauwe tunnel waaide een zacht briesje dat mijn neus kriebelde. Die wou per se gaan niezen. En die mocht dat niet. Die was dus zeer ongelukkig. Ondertussen dierf ik ook niet slikken en begon mijn keel ook te kriebelen. Dus moest ik mijn aandacht wat proberen af te leiden. Ik begon me af te vragen wat een mens in godsnaam zou moeten doen als ge dit niet meer kon volhouden? Hoe zoudt ge dat duidelijk moeten maken? Zoiets zouden ze verdorie  toch eigenlijk moeten voorzien!? Want ik kan me best indenken dat een zwaarder gebouwd mens in deze tunnel een aanval van claustrofobie zou kunnen krijgen. Zoudt ge dan met uw tenen moeten beginnen kwispelen om hun duidelijk te maken dat ge er genoeg van had? Maar zouden ze  dat wel zien, daar zo ver weg vanachter hun geluidsdicht vensterke? Zouden ze daar trouwens nog wel staan kijken, of zouden ze ondertussen een koffieke zijn gaan drinken? En zouden ze snappen dat als ge kwispelt dat ge er uit wilt?

Ondertussen lag ik daar, trachtend niet te niezen, niet te slikken, mijn ogen niet te openen en ondertussen krampachtig mijn oranje rubber peertje in mijn hand te klemmen. Dat laatste vond ik wel héél belangrijk want dat ding was volgens mij de aarding. Als ik die per ongeluk los zou laten zou ik misschien geëlektrokuteerd worden? Of zou ik in miljarden atoompjes uiteengerukt worden door die draaiende magneten? Nee, dat ding leek me wel héél belangrijk, dat moest ik ten alle prijze blijven vastklemmen.
Ja, ik kan niet zeggen dat ik daar bepaald "goed geïnformeerd" lag.
 
Ik fantaseerde lustig verder over mijn waarschuwingssystemen, deed de ene na de andere ongelofelijke uitvinding en besloot ze - zo snel ik uit mijn konijnenpijp zou komen  - alvast te laten patenteren. Ja, dit zou een belangwekkende vondst voor de geneeskunde worden, hier zou ik ze een grote stap mee vooruit helpen.
 
Het geluid veranderde af en toe van ritme, van volume, van snelheid, en de laatste 8 minuten waren zoals beloofd echt wel heel luid. Naar 't schijnt haalt zo'n machine bij sommige onderzoeken vlot de 100 decibel of meer... Wat me echt verbaasde was dat ik ondanks al dat gedaver en gedreun toch nog altijd mijn gecastreerd krekelkoor in mijn kop hoorde zingen. Die beesten zijn toch ook met niks kapot te krijgen.
 
Plots werd het stil en ik dacht dat het einde van de tunnel in zicht was, maar nee, ik voelde een gebubbel in mijn arm, dus nu werd er duidelijk contrastvloeistof in mijn ader gepompt. Het feestje zou dus nog wel even duren. Niet erg, ik vond ondertussen wel verder nuttige zaken voor de geneeskunde uit.
 
Na 25 minuten bleef het eindelijk echt stil, gleed ik automatisch naar voren als een brood uit een moderne oven, haalde de verpleegster de naald uit mijn arm, met die vrije hand prutste ik alvast zo snel ik kon 1 dop uit mijn oor. Met die andere hand kon ik niks doen want daar had ik mijn aarding nog altijd nauwgezet in vastgeklemd. Ah ja! Die dierf ik zo maar niet loslaten want misschien stond dat machien nog wel aan, en kon ik alsnog in gruzelementen uiteenspatten! Tot plots de verpleegster aan mijn andere zijde zegt : "Mevrouw! Mevrouw! Nu moogt ge het belletje echt wel loslaten hoor!"
 
Oh god, die oranje peer bleek dus geen aarding maar een noodbelleke! Daar gingen al mijn uitvindingen de prullenbak in!
Bij 't verlaten van het hospitaal herinnerde ik me plots een scan van jaren geleden. Destijds had ik een soort koptelefoon op mijn hoofd gekregen waardoor ik de verpleegsters hoorde praten en ik zelf ook iets kon zeggen. Maar dat voorwerp hadden ze deze keer met mijn hyper-acusis en mijn wasbollen in mijn oren natuurlijk niet kunnen gebruiken!
En ik deze keer mijn "aarding" maar vasthouden... 

De avond na de scan werd ik doodmoe en was zowel de geluidsovergevoeligheid als het suizen stukken erger. Met een Temesta heb ik me dan maar even van de wereld geholpen. Wakker liggen en piekeren en nieuwe uitvindingen trachten te doen leidt toch tot niet veel, dat had ik deze middag al ondervonden...

En nu is het afwachten tot de 13de, dan krijg ik de resultaten van wat er allemaal in mijn schedel ontdekt is. Veel meer dan grootse plannen voor het ontwerpen van waarschuwingssystemen voor patiënten die in scanners liggen zal dat niet opleveren denk ik. Maar ze hebben nu wel eens een creatief brein in volle actie kunnen fotograferen. Misschien helpt dat de wetenschap wel wat vooruit? 

Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Een surrealistische zieken-cocktail. Deel 9.

9. Gruyère-kaas gevuld met bijenwas.

Morgen moet ik met mijn chaotisch hoofdje onder de scanner. Een griezelig vooruitzicht waarover ik al weken aan ’t twijfelen was of ik dat onderzoek wel zou laten doen. Als echte weegschaal veranderde ik elke dag van idee. Uiteindelijk sloeg de balans over naar “afspraak afzeggen”. Mijn vrees dat het daverende lawaai van een MRI mijn hyperacusis zou verergeren haalde de bovenhand. Tot ik mijn lotgenootje Iris om raad vroeg en zij me aanraadde de scan toch te laten nemen. Zij het wel met de beste-aller-oordoppen.

Uiteindelijk geeft een scan altíjd informatie zelfs als er op de foto’s niets te zien zou zijn. Stel u voor! “Niets te zien”. Misschien ontdekken ze dan wel dat ik eigenlijk toch geen hersenen heb! Nee, even ernstig. Ofwel zien ze niets dat de tinnitus en hyper-acusis kan veroorzaken en is het probleem toch niet op te lossen, ofwel zien ze misschien dat er ergens een ader of zenuw geklemd zit en bestaat er mogelijk een manier om me te repareren. Dus nam ik maandag mijn beslissing en zei de afspraak voor vrijdag niet af.

 

Het werd dus hoog tijd om te testen welke exemplaren van mijn - ondertussen gigantische - assortiment oordoppen de beste lawaaibescherming geven. Maar hoe?...

Al van met de jaarwisseling droomde ik om naar de 3D-film Avatar te gaan kijken maar door die stomme hyperacusis was dat geen haalbare kaart. Met veel spijt in mijn hart had ik dat plan dus al opgeborgen. Maar dinsdagmiddag kwam ik tot de constatatie dat er geen betere testomgeving voor mijn dopjes zou zijn dan een cinema! Uiteindelijk maken films tegenwoordig ook veel kabaal. Een MRI kan volgens mij nooit nóg lawaaieriger zijn.

Het voordeel was ook dat ik uit een cinema gewoon zou kunnen buiten lopen als het niet om uit te houden was, iets wat tijdens een scan nogal moeilijk zou zijn. Ik zie me daar al uit dat ziekenhuis ontsnappen met enkel een groen schortje aan dat langs achteren open wappert en dat ik niet dicht kan houden omdat ik met mijn vingers in mijn oren zit!… Nee, dan toch maar eerst de bioscoop-test doen. Dan weet ik ook ineens of ik nu echt nooit meer naar een film zal kunnen gaan kijken. Iets wat ik dus al twee maand vreesde. Missschien zou Avatar – of eventueel zelfs maar de eerste tien minuten van Avatar - mijn laatste cinema-ervaring worden, maar dan wist ik het tenminste toch.

 

Ik wou met mijn maat naar een cinema in ’t centrum van Antwerpen gaan zodat ik desnoods kon vluchten en mijn kameraad alleen de film kon uitkijken. Bleken ze de film daar al niet meer te spelen… Stom wel, want als ik uit Kinepolis moest gaan lopen dan zou ik daar wel mooi gedurende drie uur in een groot afgelegen niemandsland staan schilderen. Enfin, dat risico moest ik dan maar nemen. Ik ging voor zo’n bagatel mijn experiment niet opgeven.

 

Aangezien de film waarschijnlijk aan zijn laatste week toe was zaten we maar met zijn 7 in de zaal. Wij twee lekker op de laatste rij, en zelfs geen krakende popcornzakken in de buurt.

 

De film ging beginnen en de eerste doppen werden getest. Niet simpel om in de duisternis heel mijn familie dopjes uit mekaar te houden en af te wisselen, en er vooral voor te zorgen dat ik er geen liet vallen!

Mijn wasbolletjes bleken het beste te voldoen. Zeker als ik ze tot lange worstjes kneedde en ze zo ongeveer tot in mijn hersenen duwde. Mijn oren zaten propvol. Ik was de bijtjes die de was geproduceerd hadden meer dan dankbaar. De bollen sloten de gehoorgangen volledig af en hielden heel veel geluid tegen, het enige nadeel was wel dat ik de woorden niet meer goed kon verstaan en dus aangewezen was op de ondertiteling. Maar zelfs dat is verdorie niet simpel! Ik kreeg ineens veel meer begrip voor de problemen van dove mensen : als ge niet goed hoort dan is het moeilijk om enkel met ondertitels te kunnen volgen wie er wat zegt! Ge haalt verdorie de personages door elkaar als hun gezicht niet in beeld is terwijl ze spreken! Daar had ik nog nooit bij stil gestaan.

 

Na anderhalf uur had ik rammelende hoofdpijn. Maar ja, dat kon van vanalles zijn, dat hoefde niet per se aan de film of het 3D-brilletje te liggen. Mijn hoofdpijn is gewoon om een totaal eigen leven te leiden, dat weet ik al langer. In de pauze nam ik een pijnstiller, die ik deze keer heel verantwoord vond, want die mooie film was me wel een pil waard.

Tijdens het tweede deel van de film heb ik mijn wasbollen ingeruild voor mijn favoriete siliconen denneboompjes. Zij boden het voordeel dat ik de taal nog redelijk kon verstaan en ze hielden toch ook het grootste deel van ’t lawaai tegen.

 

Het is wel ongelofelijk hoeveel geluid er nog in uw kop binnen dringt zelfs al zijn uw oren volledig afgesloten! Het gebeente van de schedel zorgt blijkbaar ook voor veel geluidsgeleiding, het vormt een soort van klankkast. Ik denk dat er zelfs door ogen en neus geluid binnensijpelt. Een mens zijn kop is eigenlijk een Gruyère kaas. In mijn geval "een kaas gevuld met wasbollen". 't Zou zo een gerecht uit de menukaart van een hip restaurant kunnen zijn

 

Zo fier als een gieter en blij als een kind kwam ik na twee uur en drie kwartier buiten! Ik had heel de film kunnen blijven uitkijken! Het enige wat de emmer van mijn kop deed overlopen was het weer… Toen we buitenkwamen stormde het. Loeiende wind en kletterende regen.

 

De veertig kilometers naar huis moest ik door druk verkeer over een natte snelweg tussen de spetterende, denderende camions, onder het geratel van de regen op het metaal van de wagen. Dat was pas de hel! Dus heb ik mijn kerstbomen maar terug in mijn oren gestoken. (Zou ik met Pasen dan paaseieren in mijn oren steken?) Nat verkeer maakt volgens mij evenveel lawaai als een luide cinema.

Na mijn avonturen ben ik doodmoe in bed gevallen. Ik was in geen tijden zo moe geweest. De tinnitus kreeg dan ook nog rare kuren, mijn gecastreerde krekels veranderden plots in een varken dat ze castreerden. Een veel groter beest dat navenant ook meer en nog veel schriller lawaai maakt, geloof me. De beesten in mijn kop wisselden mekaar om de paar minuten af. Griezelig. Dan de varkens, dan weer de krekels. Toen raakte ik wel even in paniek. Wat had ik mezelf aangedaan met mijn krankzinnig cinema-experiment?... Had ik mijn tinnitus verergerd?...

Na 13 uur slapen werd ik gelukkig terug wakker met mijn vertrouwde krekels. Een ware opluchting. Nooit gedacht dat ik nog blij zou zijn met mijn krekelkoor.

 

Alleszins, laat de MRI-scan nu maar komen. Ik prop vrijdag mijn Gruyère-kaas wel vol met de ganse opbrengst was van een medium-size bijenkorf.

(Om voorgaande hoofdstukken te lezen klik op de foto van het aapje in de zijkant van mijn blog!)

Aflevering 10 kan je lezen door te klikken op :
https://blog.seniorennet.be/laathi/archief.php?startdatum=695084401&stopdatum=695170801

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten