Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 21 januari 1995 tot 22 januari 1995

 

Deel tweeëntwintig van mijn reisverhaal.
(De vorige afleveringen vinden jullie in de zijkolom van mijn blog)

Zaterdag, 25 november 2006.

     

 

Paul schrikt zich een floeren aapke!

 

Gisterenavond als al de jaloeziën dichtgetrokken waren, de terrasluiken gesloten (die werken gelukkig elektrisch), al de ventilaren afstonden, en het laatste lichtknopke van die 17 lichten gevonden was, was het dus ineens een half uur later. Ik dacht op een bepaald moment dat ik de receptie ging moeten bellen om het laatste lichtje gedoofd te krijgen, maar 't is dan toch gelukt.

Bij ’t binnenkomen van zo’n kamer steekt de receptioniste uw sleutel in het electriciteitsgleufje en ineens branden dan alle lampen, dat geeft een spectaculaire inkom. Maar de eerste avond zijt ge dan wel gezien, ge kunt uw sleutel niet uit dat gleufke halen want dan sluit ge ineens álle elektriciteit af, de airco incluis, dus op dat moment zijt ge wel verplicht om heel die cinema manueel te gaan doven en kan de zoektocht naar alle netjes verborgen lichtknopkes beginnen. Nogal een karwei in deze kamer…

 

De dag brak aan met nog veel dramatischere technische problemen! De toilet had ’s nachts helemaal de geest gegeven…

Ik werd wakker van ’t geluid van mijn dierbare die met de ijsemmer en de waterkoker aan ’t proberen was zijn ochtendboodschapke door te spoelen. Ik had tijd genoeg om tegoei wakker te worden en me te realiseren wat de vreemde geluiden waren aangezien de jongen daar toch een volle tien minuten mee bezig is geweest. Dat zegt veel over de grootte van ons ijsemmerke en de waterkoker of over de grootte van iets anders.

Als we nu tenminste al een volwassen emmer bezaten, maar ja, in zo’n luxueus spel moet ge u dus met luxe-voorwerpen behelpen.

 

Dus, het “call center”, telefoonnummer 7 - een héél belangrijk nummer! - gebeld. Hier kunt ge dus niet zelf naar housekeeping, of de receptie, of de fitness, of ’t restaurant bellen. Hier moet alles via het “call center”. Gewoon omdat daar iemand een soort Engels spreekt en op al de andere diensten niet. Een hopeloze toestand want het “soort Engels” dat die madam spreekt is verrevan toereikend voor haar job. Ge zijt ook zwaar gehandicapt omdat er aan de telefoon van uw eventuele pantomime die ge staat op te voeren niks overkomt natuurlijk.

Desalniettemin had de madam het probleem begrepen : “Engineer will come soon.”

Alles dat hier een overall aan heeft wordt “the engineer” genoemd. En inderdaad “the engineer” verscheen vrijwel direkt, hoogstwaarschijnlijk zo snel omdat hij vreesde dat hoe langer hij deze klus uitstelde hoe onprettiger ze zou kunnen worden.
Binnen ’t half uur hadden wij terug een toilet dat, als we ’t met de nodige tederheid behandelen, normaal functioneert. Ondertussen zat “the madam” lekker in haar slippers en badjas van ’t hotel op terras 1. En laat de boeren maar dorsen, en de “engineers” maar repareren!...

 

Aangezien Paul zijn dagtaak veel vroeger begonnen was dan de mijne had  hij razende honger en eerlijk gezegd scheurden we ook van nieuwsgierigheid naar dat ontbijt met het gouden prijskaartje.

img244/2917/26lophangbrugay4.jpg
 
Op pad naar 't ontbijtrestaurant.

img406/1772/28paantontbijtnk9.jpg

Het restaurant is heel mooi, het terras ligt aan een vijver met rotsen en een hangbrug (alles "Center Parc"-nep natuurlijk, maar wel netjes afgewerkt). Het buffet was zeer verzorgd en uitgebreid. Vele dranken die ge normaal niet krijgt, zoals tomatensap en guavesap. Zelfs sojamelk. Een uitgebreid assortiment van vruchten. Zelfs dragonfruit lag erbij en nog wat dingen die er naar mijn mening meer als decoratie bij lagen dan om op te eten, maar ik kan me vergissen.

 

Er was een lange marmeren toog, waarop wat keuze uit charcuterie, gerookte zalm met room en lekker smeuïge kazen (van ’t soort die zelfs op de luchthaven van Deurne al voor bomalarm zouden zorgen). Voedsel dat hier in Thailand toch niet zo evident is. Voor de rest waren er natuurlijk ook alle mogelijk Japanse en Chinese ontbijtdingetjes. Ge kon zelf uw miso-soep verrijken met allerhande kruiden en groenten. Ge kon Thaise noodlegerechten maken met verschillende groenten. En er was natuurlijk ook de eierbakker! En ge weet hoe belangrijk de eierbakker is voor mij om mijn quotatie van 't hotel te kunnen geven! :-)

 

Deze eierbakker kon het allemaal de baas. Hij kent het vocabularium van het ei in ’t Engels. Waarschijnlijk niks anders, maar alles over “het ei” beheerste hij feilloos. Het is de eerste keer dat ik in een Aziatisch land iemand het woord “yolk”, eierdooier dus, (we zitten hier dus al op ’t hoge niveau van een ónderdeel van een ei te spreken!) heb weten verstaan! Een man vroeg om de dooier van zijn spiegelei te doorprikken en die eierbakker die dééd dat gewoon!!! Ik liet mijn ei bijna uit mijn pollen vallen van ’t verschieten van zo’n intellect.

Er waren enkele soorten broodjes, maar nu niet overdreven veel, en de toaster was als gewoonlijk een ramp.

Wat wel heel mooi gevonden was, was een lange honingraat die in een zilveren stellage stond opgesteld, zodat de honing langzaam in een gootje, dat onderaan bevestigd was, naar beneden sijpelde en in een kom terecht kwam. Echt sjiek, ik had zo’n ding nog nooit gezien.


img526/5176/28zilverenhoningraathouwl0.jpg 


De "honingraat-stellage".

Na mijn fruitsapke (lekker vers, eindelijk eens geen klassieke mierzoete brol), heb ik mij aan die lekkere kaasjes gewaagd, vervolgens een zalmke met room, ajuintjes en koriander op mijn vorkske gespietst, om daarna de kunde van de eierbakker te testen en hem spiegeleikes met spek te laten bakken. Ze waren inpeccable!
Daarna heb ik afgerond met een Japans miso-soepke met fijngesneden tofu en verschilllende soorten Thais groen onkruid die er naast lagen en die ge allemaal zelf mocht mengen. (Zalig voor de alchemist in mij!)


img473/5295/28laanmisosoepgk6.jpg

Het Japanse miso-soep buffet.

’t Was allemaal fijn, heel vers en lekker. Alleen een thee-stand ontbrak! Die serveerden ze aan tafel uit de kan. Vreselijk straf spul en dus ook totaal geen keuze. Nogal stom. In ’t simpelste hotel zetten ze al een tafelke met verschillende soorten zakskes en hier krijgt ge alleen koffie of thee uit een kan. Dat vind ik dus niet kunnen. Maar voor de rest was ’t goed en ’t was ook allemaal in design-toestanden gepresenteerd. Wel knap. Desalniettemin is mijn streng oordeel : serieus overpriced.

 

Voor de helft van de prijs kregen wij in ’t Santika Hotel in Jogyakarta op Java een buffet dat wel drie keer zo uitgebreid was. Vanaf 4 uur ’s ochtends stond daar dagelijks een buffet met álle ingrediënten voor Europese, Aziatische, Amerikaanse en Engelse ontbijten. In de Japanse afdeling lag er zelfs sashimi en sushi! En echt waar, daar vonden wij zelfs biefstukken en fritten! Nu niet dat ge daar om zes uur ’s morgens direkt zo’n goesting in hebt, maar kom, ’t is de mannen hun geste die telt hé.

 

Enfin, ’t was een aangenaam brunch-achtig ontbijt moet ik zeggen en er viel ook wat te zien. Er paradeerden wat sofistiquée madammen rond met open- en vooral neervallende boezems, maar de meesten mensen zaten er eenvoudig in short en t-shirt te eten. Netjes, maar gewoon. Eén madam vond ik verrukkelijk, ’t was dikke, slordige Engelse met een veel te klein oud schortje aan en een strakke t-shirt, met op haar zeer uitbundig aanwezig zijnde boezem, de opdruk “Eagle Mountain”. Awel, op dat balkon was inderdaad plaats om een koppel arenden hun nest te laten bouwen.

 

img300/2710/25eaglemountainpq6.jpg

Eagle Mountain.

Terug op de kamer wou Paul het internet aansluiten, maar dat kan alleen door via ’t call-center een wachtwoord aan te vragen. En dat ging natuurlijk boven de madam haar petje. Zelfs toen Paul er persoonlijk naartoe ging bleek ze ’t nog altijd niet te snappen en de IT-figuren kreeg hij niet te spreken. Gewoon omdat die niet aanspreekbaar waren, waarschijnlijk door gebrek aan noties van de Engelse taal. Aangezien "Madam-Call-Center" de zaak toch niet gered kreeg, ging er een engineer naar de kamer komen.

Op de langen duur zaten er al twee engineers - waaronder de IT-manager van ’t hotel - op onze kamers vanalles in en uit mijn "Pandorake" te trekken en draadjes in de muur te knutselen. Ze spraken geen Engels en aangezien ik over pc’s toch niks kan uitbeelden ben ik maar gaan zwemmen in de hoop mijn kwal terug te zien.

 

img402/5963/26engineersmetpandorakegk0.jpg

En maar prullen en prutsen aan mijn arm Pandorake...

Dus ik, gewapend met een onnozel zwembrilleke - in plaats van met mijn snorkelbril en snorkelpijp - en mijn fotoapparaat in zijn onderwaterbakske, de zee ingestapt. ’t Was een waterkanske dat ik dat kwalleke terug zou vinden natuurlijk, maar ge weet maar nooit.

Maar nee, er is hier onder water echt niks te zien. Een krab, af en toe een schooltje van heel klein grijze viskes, en dan hebt ge ’t echt wel gehad. Ik was vrij ver achter de rotsen gezwommen om ’t hier toch nog een kans te geven, maar ’t bleef triest en doods. Gelukkig waren er vandaag geen “pikkedingen” in ’t water en was ’t zalig warm om te zwemmen en te zwalpen. Heerlijk.

 

Ver weg in zee vond ik een drijvende vlinder die aan ’t verdrinken was. Die moest dus dringend gered worden. Ik zette hem op mijn hand en zwom naar de rotswand maar ja, wat kan een vlinder daar zitten doen? Ook niks natuurlijk.

img260/9552/26vlinderlevendll1.jpg

Nat, moe, maar levend.

Ik nam er een paar foto’s van en besloot hem toch maar mee te nemen naar ’t vasteland om hem in de tuin neer te poten. Maar aangezien ik geen zwemvinnen aanhad, en gehandicapt was doordat ik mijn camera al vast had, was ’t redelijk moeilijk zwemmen met 1 hand boven water waarop die vlinder zat. En ’t was een heel eind.

img443/9163/26vlindermediumlevendtb4.jpg

Ik spartelde dapper verder in mijn ongelukkige zwemstijl, die ge in dit geval als “vlinderslag” zou kunnen bestempelen, tot ik plots van in de verte een longtailboot een scherpe bocht zie nemen en pal mijn richting zie uitvaren. Ik "strompel-zwem" rustig verder met 1 hand boven water en die boot komt helemaal tot bij mij. Bleken die vissers  gedacht te hebben dat ik in nood was! En met mijn hand boven water om hulp zat te wapperen...
Toen ze zagen dat ik iets perfects normaals aan ’t doen was – een vlinder redden op gevaar van eigen leven – keerden ze hun boot en vaarden terug weg. Goddank hebben ze me niet aangesproken want ik had me kunnen indenken dat ik echt wel te weinig adem over had om te gaan proberen uitleggen wat ik aan ’t uitspoken was.


img443/881/26vlinderslagza7.jpg
 
"Vlinderslag"

img408/3451/26vlinderdriekwartdoodan8.jpg

Het begint de verkeerde kant uit te gaan...

Uiteindelijk is die vlinder dan nog eens in ’t water terecht gekomen door een onnozel golfke en toen ik ’t land bereikte bleek hij schielijk overleden. Ik heb nog een reanimatie-poging ondernomen door hem in de tuin op een bloem te zetten maar ’t was tevergeefs.

 

img167/3218/26vlinderrigormortisyz4.jpg

Rigor Mortis.

De twee engineers kregen het computer-gedoe niet aan ’t werk, konden ’t ook niet uitgelegd krijgen want ze konden alleen “Kap” zeggen,  dus besloten ze om gewoon stiekum de server van ’t hotel zelf te laten gebruiken, met het wachtwoord van de IT-manager himself. “Secret! No tell!” kwam er als enige Engelse woorden uit en toen konden we ineens mailen. Gratis en voor niks dan nog wel!

 

Ondertussen had ik al een poging ondernomen om op ’t terras te zonnebaden maar dat is echt te heet, dat heb ik spoedig moeten opgeven. Als ge dan oververhit onder die regendouche gaat staan is dat echt een verademing! En die badkamer is zo groot dat ik mijn uitgebreidste regendans kan staan doen zonder een muur te raken. Machtig gewoon!

 

img150/3392/28lnazwembeurtinbadkametr2.jpg

Haartjes kammen.
In deze badkamer staat ge nog eens voor uw plezier voor een spiegel :-)

Na nog een lekkere zwembeurt in zee zijn we wat door ’t hotel gaan wandelen. Het valt nu op dat iedereen hier op zijn zonnebedje ligt met zijn gratis fleske water naast zich. Eén koppel bestelde een pintje en ze dronken er met zijn tweetjes van. Echt grappig want normaal ziet ge in hoteltuinen toch altijd drankjes op de tafeltjes naast de zonnebedden staan. Hier dus niet. Ik vind ’t echt stom dat ze ’t zo duur maken want op deze manier verkopen ze niks en staat hun personeel er toch ook maar voor noppes. Zelfs gisterenavond waren de vier restaurants van ’t hotel zo goed als leeg en was ’t in ‘t dorpje en de luxehotels voorbij de rots een drukte van belang in de eetgelegenheden.

 

Aan het Japans restaurant van ons hotel ligt nog een heel stijlvol zwembadje en een mooie vijver. Ik ben er een foto gaan nemen van een lotusplant waar ge in één en dezelfde plant heel zijn cyclus kunt zien, van knopje, over schitterende bloem, tot - groene, en later bruine - zaadknop. Het is echt de perfecte plant. En voor ge begint te twijfelen, ’t is gene “Center Parcs”. :-)


img141/9315/26lotusvolledigeplantwp7.jpg

img440/6092/26lotusag4.jpg


Lotusbloem met knop en zaaddoos.

img442/2628/26linzwembadgezichtse1.jpg

Het rustige zwembad aan 't Japans restaurant.

Onderweg aan verschillende personeelsleden van hogere rang gevraagd hoe hoog het amfitheater van rotsen is waarin ons hotel genesteld ligt. Want dat fascineert me al sinds mijn aankomst hier. Het hotel is zo groot en toch lijkt het zo nietig door die rotswand.

“Sir, do you know the height of the rockwall?”

(Bij hoger personeel spreek ik de eerste zin nooit in kinnekes-Engels. Ah ja, anders denken ze dat ík den debiel ben!)

“Yes???”

“How high rocks?”

“???”

“Rocks 100 meter high?”

“Yes!”

“Or Rocks 200 meter high?”

“Yes!”

“You don’t know?”

“Hihihi”

De man sprak vervolgens het personeelslid naast hem aan en vroeg aan hem de hoogte van de rotsen. Die kerel bekeek hem met een blik van “Dat kan nu toch niet? Met wat houden die onnozele toeristen zich bezig! Wie weet nu in boedhasnaam hoe hoog die stomme rots zou kunnen zijn? Die heeft toch niks met ons hotel te maken? ’t Zijn toch kiekens hé, zo’n toeristen?!”

"Gelukkige uil nummer 1" wendde zich terug tot mij : “He also not now. Sorry, sorry!”

Nog eentje geprobeerd met ’t zelfde resultaat en dan de manager himself aangepakt, die kenden we ondertussen toch al en die spreekt heel goed Engels.

Hij keek eens omhoog naar de rotswand alsof hij die nog nooit eerder had opgemerkt en mummelde bedachtzaam : “Well,.. the rockwall,… I must say…, I don’t exacty now. But what I do now is that the single rock in the sea in front of the beach is about 200 meter high .”

Enfin, dat was dan toch al een antwoord. Alleen is onze James Bond-rots in zee echt zo hoog niet, ik schat haar hooguit vijftig meter. Maximum. De rotswand achter ons moet misschien wel tegen de 150 meter zijn.
En dan te bedenken dat hier in de buurt heel veel mensen komen rotsklimmen en dat dat dus een serieuze bron van inkomsten is. Maar er eens bij stilstaan dat wel eens iemand de hoogte zou kunnen vragen van het voornaamste attractiepunt van uw hotel… nee hoor.


img176/8312/28hotelme8.jpg
 

Maar kom, ’t hotel is nog jong, ’t is pas 14 dagen geleden officiëel ingewijd door de prinses. (Alhoewel ze al met een soft-opening bezig zijn sinds december vorig jaar). Van deze informatie uitgaande concludeer ik dus dat ze nu denken dat hun hotel af is.

Awel, ik heb daar een ander gedacht over. Sommige delen zijn inderdaad af - op ’t randje van versleten zelfs, zie onze loodgieterij  – maar het gebouw van de “watersporten” staat nog altijd leeg te koekeloeren en hun bibliotheek (een heus gebouw op zich) bestaat uit massa’s schabben bevolkt door een tiental door toeristen achtergelaten beduimelde, plakkerige boekskes.


Ze zouden trouwens best wat gebouwen afbreken want alles staat veel te veel op mekaar geperst, er blijft veel te weinig open ruimte waar de mensen rustig in de tuin kunnen liggen. En dat is toch uiteindelijk wat mensen hier komen doen, liggen en rusten. Bij voorkeur met een pintje of een cocktail op het tafeltje naast hun zonnebed. Maar hier ligt naast elke toerist één van de gratis waterfleske die ’s avonds op uw kamer gezet worden om zogezegd te gebruiken om uw tanden veilig mee te poetsen. Ja, den brouwer zijn boot gaat hier niet dikwijls moeten aanleggen.

 

Bij nader onderzoek blijken er wel 30 blokken van 6 kamers opeengepropt te staan met daartussen nog veel afzonderlijke gebouwkes, de suites, en dan nog een heel Spa-gedoe, 4 restaurants, 2 zwembaden, en een grote lobby. Ge kunt uw kont niet keren of ge stapt in een vijverke. De zonnebedjes staan op de wandelpaden, zodanig dat ge amper vooruitkomt zonder uw scheenbenen te stoten. Nee, dat had ik hier toch een beetje ruimtelijker aangepakt en ofwel de kamers kleiner gemaakt ofwel de helft minder gebouwd.


Toen we terug van zee kwamen en ons weer boven installeerden bleek ineens de houten scheidingswand tussen onze kamer en die van de buren open te staan. De buurkamer bleek onbewoond en als we zouden willen zouden we nu ook nog in de openlucht- jacuzzi op dat terras kunnen gaan zitten. Maar ik hou niet zo van sudderen in eigen nat. In ben perfect gelukkig in mijn eigen groot en gerieflijk paleis.


Het is wel zeer doordacht om, als ge de kamers wilt verdubbelen voor grote gezinnen, ge de terrasscheidingswand te kunt wegnemen. Meestal maken ze de mogelijkheid tot vergroting van kamers door een tussendeur in de kamer zelf te plaatsen die kan ontsloten worden indien nodig. Maar als ge dan per toeval in een kamer met die mogelijkheid moet logeren is dat niet plezant want dan hoort ge alles van uw buren omdat zo’n onnozel deurke helemaal niet geluidsdicht is. Dit systeem is dus veel slimmer en mooier. Iedereen houdt zijn privacy, de isolatie blijft intact, en toch kunt ge moeiteloos van 2 kamers 1 geheel maken indien gewenst.

 

img406/1374/28lopterraszeteloj3.jpg

Ik heb me comfortabel op mijn terras geïnstalleerd, door een paar handdoeken achteloos op strategisch plaatsen te hangen kan ik zelfs in mijn blootje zonnen en schrijven. Zelfs onze Paul heeft eens stukje van een van mijn verhalen uitgetikt om mijn polsen wat te sparen. Ja, we zitten hier wel goddelijk op die kamer. Zo zalig dat we zelfs besloten hebben om geen auto te huren om hier te gaan rondrotsen. Paul vreest dat we, aangezien we geen reisboeken, landkaarten of kompas bij hebben, hopeloos verloren gaan rijden omdat we aan geen mens de weg kunnen vragen. Op een Thais eiland rondrijden is geen probleem, dat hebben we al dikwijls gedaan, echt hopeloos verloren rijden kunt ge daar toch niet want ooit komt ge toch weer terug aan een kustweg. Maar hier op ’t vasteland zouden we wel eens na 1000 km verloren rijden ineens in Bangkok kunnen staan, want geen mens kent hier de weg, weet hoe 't volgend dorp noemt, of is in staat iets in 't Engels uit te leggen. Dus zo’n tripke zullen we ooit wel eens gaan doen met een degelijke voorbereiding. Laat ons nu maar wat van ons paleis genieten. Trouwens ik voel mij ook maar minnekes want er is weer een PMS-ke in volle gang.


img406/3958/28zonsonderganghm0.jpg

Paul is ’s avonds naar de fitness gegaan en ik heb hier lekker kunnen voorttypen aan mijn prachtig bureautje, alle jaloeziën dicht en onder de geluidloze draaiende fan. Wat een luxe-gevoel!


img166/1766/26laanburootjear8.jpg
 

We zijn pas laat gaan eten, en we wilden met ons pillampke door de donkere zee naar ’t dorp dabbelen maar dat mislukte jammerlijk. Halverwege moesten we terugkeren want we struikelden over de rotsen die we, zelfs ondanks onze pillamp, niet onder water zaten liggen, de zee stond ook al veel te hoog voor deze escapade. Dus onverrichterzake weer aan land gesukkeld en alweer te voet via dat Bobbejaanland-plankier de rots over… Vermoeiend.

Ineens stond Paul stokstijf stil! Op de houten leuning zat een aap! En geen kleintje. Een exemplaar van meer dan een halve meter, staart niet incluis. We moesten dus via ons plankierke van nog geen meter breed voorbij dat beest geraken... Ambetant, want ge weet niet of het bijterkes zijn of niet. In de jungle hoorden we nog een hele bende van zijn collega’s in de bomen zwieren.

Maar de aap negeerde ons kompleet, wandelde vrolijk over de reling voorbij en keurde ons geen blik waardig. Goddank is dit gisteren niet gebeurd toen we die tros bananen bij hadden, dan waren we er niet zo makkelijk af gekomen denk ik.

Paul was zich wel een floeren aapke geschrokken.

img296/587/26lopplankierkr9.jpg

Den aap!!!!
Nee, sorry. Vergissing.
De echte aap was veel te snel weg om een foto te kunnen nemen.
 

Het laatste deel van de berg was vanavond onverlicht dus waren wij heel blij met onze pillamp. De boomtakken hangen zo laag dat ge u moet bukken en vele planken ontbreken. Het pad wordt ook ineens een halve meter smaller maar de leuning blijft gewoon doorlopen, dus als ge daar zonder licht over moet valt ge onherroepelijk in dat gat als ge de leuning blijft volgen. Het lijkt wel een Vietnamese boobytrap! Ik mag er niet aan denken hoeveel ongelukken hier al moeten gebeurd zijn met toeristen die ’s nachts, met een pintje te veel op, terug van ’t dorp naar dit hotel strompelen…

Maar misschien heeft een luxe-hotel wel een luxe-EHBO-doos?...


img126/9230/26penleuningvanplankierce0.jpg 

Neenee, hij heeft niet in zijn broekske gedaan van 't verschieten
van die aap. Dat was nog nat van onze poging om door de zee
langs te rots te stappen. Op deze foto ziet ge trouwens goed
hoe gevaarlijk het is als ge blindelings hun reling zoudt volgen...

Hetzelfde restaurant van gisteren viel vanavond tegen. De tempura was weer heel lekker maar mijn green-curry bleek oneetbaar. Gloeiend pikant, de helft van de groenten ontbraken en de kip zag er uit als verongelukte inktvis. Niet leuk, zeker niet als ge er zo’n klimtocht voor hebt moeten ondernemen.

Teruggewandeld over ’t donkere strand onder miljoenen sterren waaronder ’t Zuiderkruis. Prachtig, die sterrenhemel, met maantje, die afsteekt tegen de rotswand en dan nog af en toe wordt opgelicht door bliksems. En dan terug over dat mysterieus rotswegeltje uitkijkend naar apen. Uniek!


img237/5014/26popplankierrm3.jpg

Toch wel efkes rusten halverwege.
Want met een volle maag is die berg best hoog...

 

Toen we om 10 uur terug op ‘t hotelterrein aankwamen bleek het Thaise trouwfeest dat ze hier vanavond hadden georganiseerd al opgeruimd. Bruid en bruidegom stonden op de Japanse brug te mijmeren. We hebben hen even gefeliciteerd, de man sprak goed Engels en raadde ons aan hier zeker de visgerechten te proberen want het eten was het gezelschap goed meegevallen.

Sinds vanavond zullen die ouders van dat koppelke wel geruïneerd zijn. Want ik mag er niet aan denken wat een groot trouwfeest in dit spel organiseren wel niet mag kosten. Maar ja, misschien was ‘t daarom om 10 uur allemaal al gedaan, omdat hun gasten na ’t diner niks meer mochten drinken omdat ze de prijskaart ondertussen ontdekt hadden.

 

We zijn dan ook even naar de nachtclub gaan zien die onder dat restaurant ligt. Gewoon om het ontwerp eens te bewonderen.
Het is een ufo-achtig ding onder de grond en één wand wordt gevormd door een groot aquarium dat ge ook kunt zien als ge onder water in ’t Japans zwembad zwemt. Speciaal. Het leek eigenlijk op een decor uit “Lost”, een kille futuristische onderwaterbunker. In dit oerknusse lokaal zaten twee toeristen verloren in een hoekje iets te drinken. En dat op een zaterdagavond. Van een succesnummer gesproken. 
 

img444/7135/26nachtclubjk8.jpg

Het blauwe raam achteraan is eigenlijk een kijk op
een groot aquarium, waar doorheen je 't water van 't zwembad ziet.


img444/4322/26ingangnachtclublm4.jpg

Gezelligheid troef in deze futuristische nachtclub!

De restaurants waren weer allemaal verlaten, gelukkig hadden ze nog een seminarie van een grote firma waar toch een 150-tal genodigden waren. Dus dat zal samen met dat trouwfeest dan hun zaterdagavond-inkomsten moeten goed gemaakt hebben.

Ik ga toch niet beleggen in dit hotel denk ik.

 

Als bij wonder heeft Paul dan bij thuiskomst ook nog ons internet terug in gang kunnen lopen met ’t geheime paswoord van de IT-manager himself. Dus dat was een fijne verrassing. Maar daardoor wel weer veel te laat in bed natuurlijk…

img139/7426/26llaatjaloezieneervm6.jpg

img524/5387/26llaatjaloezieneer2bl0.jpg

En elke avond sta ik weer met die rot-jaloezieën te sukkelen...
Wat een karwei toch, zo'n verblijf in een sjiek hotel...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

 

Deel tweeëntwintig van mijn reisverhaal.
(de vorige afleveringen vinden jullie in de zijkolom van mijn blog)

Zaterdag, 25 november 2006.

     

 

22. Paul schrikt zich een floeren aapke!

 

Gisterenavond als al de jaloeziën dichtgetrokken waren, de terrasluiken gesloten (die werken gelukkig elektrisch), al de ventilaren afstonden, en het laatste lichtknopke van die 17 lichten gevonden was, was het dus ineens een half uur later. Ik dacht op een bepaald moment dat ik de receptie ging moeten bellen om het laatste lichtje gedoofd te krijgen, maar 't is dan toch gelukt.

Bij ’t binnenkomen van zo’n kamer steekt de receptioniste uw sleutel in het electriciteitsgleufje en ineens branden dan alle lampen, dat geeft een spectaculaire inkom. Maar de eerste avond zijt ge dan wel gezien, ge kunt uw sleutel niet uit dat gleufke halen want dan sluit ge ineens álle elektriciteit af, de airco incluis, dus op dat moment zijt ge wel verplicht om heel die cinema manueel te gaan doven en kan de zoektocht naar alle netjes verborgen lichtknopkes beginnen. Nogal een karwei in deze kamer…

 

De dag brak aan met nog veel dramatischere technische problemen! De toilet had ’s nachts helemaal de geest gegeven…

Ik werd wakker van ’t geluid van mijn dierbare die met de ijsemmer en de waterkoker aan ’t proberen was zijn ochtendboodschapke door te spoelen. Ik had tijd genoeg om tegoei wakker te worden en me te realiseren wat de vreemde geluiden waren aangezien de jongen daar toch een volle tien minuten mee bezig is geweest. Dat zegt veel over de grootte van ons ijsemmerke en de waterkoker of over de grootte van iets anders.

Als we nu tenminste al een volwassen emmer bezaten, maar ja, in zo’n luxueus spel moet ge u dus met luxe-voorwerpen behelpen.

 

Dus, het “call center”, telefoonnummer 7 - een héél belangrijk nummer! - gebeld. Hier kunt ge dus niet zelf naar housekeeping, of de receptie, of de fitness, of ’t restaurant bellen. Hier moet alles via het “call center”. Gewoon omdat daar iemand een soort Engels spreekt en op al de andere diensten niet. Een hopeloze toestand want het “soort Engels” dat die madam spreekt is verrevan toereikend voor haar job. Ge zijt ook zwaar gehandicapt omdat er aan de telefoon van uw eventuele pantomime die ge staat op te voeren niks overkomt natuurlijk.

Desalniettemin had de madam het probleem begrepen : “Engineer will come soon.”

Alles dat hier een overall aan heeft wordt “the engineer” genoemd. En inderdaad “the engineer” verscheen vrijwel direkt, hoogstwaarschijnlijk zo snel omdat hij vreesde dat hor langer hij deze klus uitstelde hoe onprettiger ze zou kunnen worden.
Binnen ’t half uur hadden wij terug een toilet dat, als we ’t met de nodige tederheid behandelen, normaal functioneert. Ondertussen zat “the madam” lekker in haar slippers en badjas van ’t hotel op terras 1. En laat de boeren maar dorsen, en de “engineers” maar repareren!...

 

Aangezien Paul zijn dagtaak veel vroeger begonnen was dan de mijne had  hij razende honger en eerlijk gezegd scheurden we ook van nieuwsgierigheid naar dat ontbijt met het gouden prijskaartje.

img244/2917/26lophangbrugay4.jpg
 
Op pad naar 't ontbijtrestaurant.

img406/1772/28paantontbijtnk9.jpg

Het restaurant is heel mooi, het terras ligt aan een vijver met rotsen en een hangbrug (alles "Center Parc"-nep natuurlijk, maar wel netjes afgewerkt). Het buffet was zeer verzorgd en uitgebreid. Vele dranken die ge normaal niet krijgt, zoals tomatensap en guavesap. Zelfs sojamelk. Een uitgebreid assortiment van vruchten. Zelfs dragonfruit lag erbij en nog wat dingen die er naar mijn mening meer als decoratie bij lagen dan om op te eten, maar ik kan me vergissen.

 

Er was een lange marmeren toog, waarop wat keuze uit charcuterie, gerookte zalm met room en lekker smeuïge kazen (van ’t soort die zelfs op de luchthaven van Deurne al voor bomalarm zouden zorgen). Voedsel dat hier in Thailand toch niet zo evident is. Voor de rest waren er natuurlijk ook alle mogelijk Japanse en Chinese ontbijtdingetjes. Ge kon zelf uw miso-soep verrijken met allerhande kruiden en groenten. Ge kon Thaise noodlegerechten maken met verschillende groenten. En er was natuurlijk ook de eierbakker! En ge weet hoe belangrijk de eierbakker is voor mij om mijn quotatie van 't hotel te kunnen geven! :-)

 

Deze eierbakker kon het allemaal de baas. Hij kent het vocabularium van het ei in ’t Engels. Waarschijnlijk niks anders, maar alles over “het ei” beheerste hij feilloos. Het is de eerste keer dat ik in een Aziatisch land iemand het woord “yolk”, eierdooier dus, (we zitten hier dus al op ’t hoge niveau van een ónderdeel van een ei te spreken!) heb weten verstaan! Een man vroeg om de dooier van zijn spiegelei te doorprikken en die eierbakker die deed dat gewoon!!! Ik liet mijn ei bijna uit mijn pollen vallen van ’t verschieten van zo’n intellect.

Er waren enkele soorten broodjes, maar nu niet overdreven veel, en de toaster was als gewoonlijk een ramp.

Wat wel heel mooi gevonden was, was een lange honingraat die schuin in een zilveren stellage schuin opgesteld, zodat de honing langzaam in een gootje dat onderaan bevestigd was naar beneden sijpelde en in een kom terecht kwam. Echt sjiek, ik had zo’n ding nog nooit gezien.


img526/5176/28zilverenhoningraathouwl0.jpg 


De "honingraat-stellage".

Na mijn fruitsapke (lekker vers, eindelijk eens geen klassieke mierzoete brol), heb ik mij aan die lekkere kaasjes gewaagd, vervolgens een zalmke met room, ajuintjes en koriander op mijn vorkske gespietst, om daarna de kunde van de eierbakker te testen en hem spiegeleikes met spek te laten bakken. Ze waren inpeccable!
Daarna heb ik afgerond met een Japans miso-soepke met fijngesneden tofu en verschilllende soorten Thais groen onkruid die er naast lagen en die ge allemaal zelf mocht mengen. (Zalig voor de alchemist in mij!)


img473/5295/28laanmisosoepgk6.jpg

Het Japanse miso-soep buffet.

’t Was allemaal fijn, heel vers en lekker. Alleen een thee-stand ontbrak! Die serveerden ze aan tafel uit de kan. Vreselijk straf spul en dus totaal geen keuze. Nogal stom. In ’t simpelste hotel zetten ze al een tafelke met verschillende soorten zakskes en hier krijgt ge alleen koffie of thee uit een kan. Dat vind ik dus niet kunnen. Maar voor de rest was ’t goed en ’t was ook allemaal in design-toestanden gepresenteerd. Wel knap. Desalniettemin is mijn streng oordeel : serieus overpriced.

 

Voor de helft van de prijs kregen wij in ’t Santika Hotel in Jogyakarta op Java een buffet dat wel drie keer zo uitgebreid was. Vanaf 4 uur ’s ochtends stond daar dagelijks een buffet met álle ingrediënten voor Europese, Aziatische, Amerikaanse en Engelse ontbijten. In de Japanse afdeling lag er zelfs sashimi en sushi! En echt waar, daar vonden wij zelfs biefstukken en fritten! Nu niet dat ge daar om zes uur ’s morgens direkt zo’n goesting in hebt, maar kom, ’t is de mannen hun geste die telt hé.

 

Enfin, ’t was een aangenaam brunch-achtig ontbijt moet ik zeggen en er viel ook wat te zien. Er paradeerden wat sofistiquée madammen rond met open- en vooral neervallende boezems, maar de meesten mensen zaten er eenvoudig in short en t-shirt te eten. Netjes, maar gewoon. Eén madam vond ik verrukkelijk, ’t was dikke, slordige Engelse met een veel te klein oud schortje aan en een strakke t-shirt, met op haar zeer uitbundig aanwezig zijnde boezem, de opdruk “Eagle Mountain”. Awel, op dat balkon was inderdaad plaats om een koppel arenden hun nest te laten bouwen.

 

img300/2710/25eaglemountainpq6.jpg

Eagle Mountain.

Terug op de kamer wou Paul het internet aansluiten, maar dat kan alleen door via ’t call-center een wachtwoord aan te vragen. En dat ging natuurlijk boven de madam haar petje. Zelfs toen Paul er persoonlijk naartoe ging bleek ze ’t nog altijd niet te snappen en de IT-figuren kreeg hij niet te spreken. Gewoon omdat die niet aanspreekbaar waren, waarschijnlijk door gebrek aan noties van de Engelse taal. Aangezien Madam-Call-Center de zaak toch niet gered kreeg, ging er een engineer naar de kamer komen.

Op de langen duur zaten er al twee engineers - waaronder de IT-manager van ’t hotel - op onze kamers vanalles in en uit mijn "Pandorake" te trekken en draadjes in de muur te knutselen. Ze spraken geen Engels en aangezien ik over pc’s toch niks kan uitbeelden ben ik maar gaan zwemmen in de hoop mijn kwal terug te zien.

 

img402/5963/26engineersmetpandorakegk0.jpg

En maar prullen en prutsen aan mijn arm Pandorake...

Dus ik, gewapend met een onnozel zwembrilleke - in plaats van met mijn snorkelbril en snorkelpijp - en mijn fotoapparaat in zijn onderwaterbakske, de zee ingestapt. ’t Was een waterkanske dat ik dat kwalleke terug zou vinden natuurlijk, maar ge weet maar nooit.

Maar nee, er is hier onder water echt niks te zien. Een krab, af en toe een schooltje van heel klein grijze viskes, en dan hebt ge ’t echt wel gehad. Ik was vrij ver achter de rotsen gezwommen om ’t hier toch nog een kans te geven, maar ’t bleef triest en doods. Gelukkig waren er vandaag geen “pikkedingen” in ’t water en was ’t zalig warm om te zwemmen en te zwalpen. Heerlijk.

 

Ver weg in zee vond ik een drijvende vlinder die aan ’t verdrinken was. Die moest dus dringend gered worden. Ik zette hem op mijn hand en zwom naar de rotswand maar ja, wat kan een vlinder daar zitten doen? Ook niks natuurlijk.

img260/9552/26vlinderlevendll1.jpg

Nat, moe, maar levend.

Ik nam er een paar foto’s van en besloot hem toch maar mee te nemen naar ’t vasteland om hem in de tuin neer te poten. Maar aangezien ik geen zwemvinnen aanhad, en gehandicapt was doordat ik mijn camera al vast had was ’t redelijk moeilijk zwemmen met 1 hand boven water waarop die vlinder zat. En ’t was een heel eind.

img443/9163/26vlindermediumlevendtb4.jpg

Ik spartelde dapper verder in mijn ongelukkige zwemstijl, die ge in dit geval als “vlinderslag” zou kunnen bestempelen, tot ik plots van in de verte een longtailboot een scherpe bocht zie nemen en pal mijn richting zie uitvaren. Ik strompel-zwem rustig verder met 1 hand boven water en die boot komt helemaal tot bij mij. Bleken die vissers  gedacht te hebben dat ik in nood was! Toen ze zagen dat ik iets perfects normaals aan ’t doen was – een vlinder redden op gevaar van eigen leven – keerden ze hun boot en vaarden terug weg. Goddank hebben ze me niet aangesproken want ik had me kunnen indenken dat ik echt wel te weinig adem over had om te gaan proberen uitleggen wat ik aan ’t uitspoken was.


img443/881/26vlinderslagza7.jpg
 
"Vlinderslag"

img408/3451/26vlinderdriekwartdoodan8.jpg

Het begint de verkeerde kant uit te gaan...

Uiteindelijk is die vlinder dan nog eens in ’t water terecht gekomen door een onnozel golfke en toen ik ’t land bereikte bleek hij schielijk overleden. Ik heb nog een reanimatie-poging ondernomen door hem in de tuin op een bloem te zetten maar ’t was tevergeefs.

 

img167/3218/26vlinderrigormortisyz4.jpg

Rigor Mortis.

De twee engineers kregen het computer-gedoe niet aan ’t werk, konden ’t ook niet uitgelegd krijgen want ze konden alleen “Kap” zeggen,  dus besloten ze om gewoon stiekum de server van ’t hotel zelf te laten gebruiken, met het wachtwoord van de IT-manager himself. “Secret! No tell!” kwam er als enige Engelse woorden uit en toen konden we ineens mailen. Gratis en voor niks dan nog wel!

 

Ondertussen had ik al een poging ondernomen om op ’t terras te zonnebaden maar dat is echt te heet, dat heb ik spoedig moeten opgeven. Als ge dan oververhit onder die regendouche gaat staan is dat echt een verademing! En die badkamer is zo groot dat ik mijn uitgebreidste regendans kan staan doen zonder een muur te raken. Machtig gewoon!

 

img150/3392/28lnazwembeurtinbadkametr2.jpg

Haartjes kammen.
In deze badkamer staat ge nog eens voor uw plezier voor een spiegel :-)

Na nog een lekkere zwembeurt in zee zijn we wat door ’t hotel gaan wandelen. Het valt nu op dat iedereen hier op zijn zonnebedje ligt met zijn gratis fleske water naast zich. Eén koppel bestelde een pintje en ze dronken er met zijn tweetjes van. Echt grappig want normaal ziet ge in hoteltuinen toch altijd drankjes op de tafeltjes naast de zonnebedden staan. Hier dus niet. Ik vind ’t echt stom dat ze ’t zo duur maken want op deze manier verkopen ze niks en staat hun personeel er toch ook maar voor noppes. Zelfs gisterenavond waren de vier restaurants van ’t hotel zo goed als leeg en was ’t in ‘t dorpje en de luxehotels voorbij de rots een drukte van belang in de eetgelegenheden.

 

Aan het Japans restaurant van ons hotel ligt nog een heel stijlvol zwembadje en een mooie vijver. Ik ben er een foto gaan nemen van een lotusplant waar ge in één en dezelfde plant heel zijn cyclus kunt zien, van knopje, over schitterende bloem, tot - groene, en later bruine - zaadknop. Het is echt de perfecte plant. En voor ge begint te twijfelen, ’t is gene “Center Parcs”. :-)


img141/9315/26lotusvolledigeplantwp7.jpg

img440/6092/26lotusag4.jpg


Lotusbloem met knop en zaaddoos.

img442/2628/26linzwembadgezichtse1.jpg

Het rustige zwembad aan 't Japans restaurant.

Onderweg aan verschillende personeelsleden van hogere rang gevraagd hoe hoog het amfitheater van rotsen is waarin ons hotel genesteld ligt. Want dat fascineert me al sinds mijn aankomst hier. Het hotel is zo groot en toch lijkt het zo nietig door die rotswand.

“Sir, do you know the height of the rockwall?”

(Bij hoger personeel spreek ik de eerste zin nooit in kinnekes-Engels.)

“Yes???”

“How high rocks?”

“???”

“Rocks 100 meter high?”

“Yes!”

“Or Rocks 200 meter high?”

“Yes!”

“You don’t know?”

“Hihihi”

De man sprak vervolgens het personeelslid naast hem aan en vroeg aan hem de hoogte van de rotsen. Die kerel bekeek hem met een blik van “Dat kan nu toch niet? Met wat houden die onnozele toeristen zich bezig! Wie weet nu in boedhasnaam hoe hoog die debiele rots zou kunnen zijn? Die heeft toch niks met ons hotel te maken? ’t Zijn toch kiekens hé, zo’n toeristen?!”

Gelukkige uil nummer 1 wendde zich terug tot mij : “He also not now. Sorry, sorry!”

Nog eentje geprobeerd met ’t zelfde resultaat en dan de manager himself aangepakt, die kenden we ondertussen toch al en die spreekt heel goed Engels.

Hij keek eens omhoog naar de rotswand alsof hij die nog nooit eerder had opgemerkt en mummelde bedachtzaam : “Well,.. the rockwall,… I must say…, I don’t exacty now. But what I do now is that the single rock in the sea in front of the beach is about 200 meter high .”

Enfin, dat was dan toch al een antwoord. Alleen is onze James Bond-rots in zee echt zo hoog niet, ik schat haar hooguit vijftig meter. Maximum. De rotswand achter ons moet misschien wel tegen de 150 meter zijn.
En dan te bedenken dat hier in de buurt heel veel mensen komen rotsklimmen en dat dat dus een serieuze bron van inkomsten is. Maar er eens bij stilstaan dat wel eens iemand de hoogte zou kunnen vragen van het voornaamste attractiepunt van uw hotel… nee hoor.


img176/8312/28hotelme8.jpg
 

Maar kom, ’t hotel is nog jong, ’t is pas 14 dagen geleden officiëel ingewijd door de prinses. (Alhoewel ze al met een soft-opening bezig zijn sinds december vorig jaar). Van deze informatie uitgaande concludeer ik dus dat ze nu denken dat hun hotel af is.

Awel, ik heb daar een ander gedacht over. Sommige delen zijn inderdaad af - op ’t randje van versleten zelfs, zie onze loodgieterij  – maar het gebouw van de “watersporten” staat nog altijd leeg te koekeloeren en hun bibliotheek (een heus gebouw op zich) bestaat uit massa’s schabben bevolkt door een tiental door toeristen achtergelaten beduimelde, plakkerige boekskes.


Ze zouden trouwens best wat gebouwen afbreken want alles staat veel te veel op mekaar geperst, er blijft veel te weinig open ruimte waar de mensen rustig in de tuin kunnen liggen. En dat is toch uiteindelijk wat mensen hier komen doen, liggen en rusten. Bij voorkeur met een pintje of een cocktail op het tafeltje naast hun zonnebed. Maar hier ligt naast elke toerist één van de gratis waterfleske die ’s avonds op uw kamer gezet worden om zogezegd te gebruiken om uw tanden veilig mee te poetsen. Ja, den brouwer zijn boot gaat hier niet dikwijls moeten aanleggen.

 

Bij nader onderzoek blijken er wel 30 blokken van 6 kamers opeengepropt te staan met daartussen nog veel afzonderlijke huizekes, de suites, en dan nog een heel Spa-gedoe, 4 restaurants, 2 zwembaden, en een grote lobby. Ge kunt uw kont niet keren of ge stapt in een vijverke. De zonnebedjes staan op de wandelpaden, zodanig dat ge amper vooruitkomt zonder uw scheenbenen te stoten. Nee, dat had ik hier toch een beetje ruimtelijker aangepakt en ofwel de kamers kleiner gemaakt ofwel de helft minder gebouwd.


Toen we terug van zee kwamen en ons weer boven installeerden bleek ineens de houten scheidingswand tussen onze kamer en die van de buren open te staan. De buurkamer bleek onbewoond en als we zouden willen zouden we nu ook nog in de openlucht- jacuzzi op dat terras kunnen gaan zitten. Maar ik hou niet zo van sudderen in eigen nat. In ben perfect gelukkig in mijn eigen groot en gerieflijk paleis.

Het is wel zeer doordacht om, als ge de kamers wilt verdubbelen voor grote gezinnen, ge de terrasscheidingswand te kunt wegnemen. Meestal maken ze de mogelijkheid tot vergroting van kamers door een tussendeur in de kamer zelf te plaatsen die kan ontsloten worden indien nodig. Maar als ge dan per toeval in een kamer met die mogelijkheid moet logeren is dat niet plezant want dan hoort ge alles van uw buren omdat zo’n onnozel deurke helemaal niet geluidsdicht is. Dit systeem is dus veel slimmer en mooier. Iedereen houdt zijn privacy, de isolatie blijft intact, en toch kunt ge moeiteloos van 2 kamers 1 geheel maken indien gewenst.

 

img406/1374/28lopterraszeteloj3.jpg

Ik heb me comfortabel op mijn terras geïnstalleerd, door een paar handdoeken achteloos op strategisch plaatsen te hangen kan ik zelfs in mijn blootje zonnen en schrijven. Zelfs onze Paul heeft eens stukje van een van mijn verhalen uitgetikt om mijn polsen wat te sparen. Ja, we zitten hier wel goddelijk op die kamer. Zo zalig dat we zelfs besloten hebben om geen auto te huren om hier te gaan rondrotsen. Paul vreest dat we, aangezien we geen reisboeken, landkaarten of kompas bij hebben, hopeloos verloren gaan rijden omdat we aan geen mens de weg kunnen vragen. Op een Thais eiland rondrijden is geen probleem, dat hebben we al dikwijls gedaan, verloren rijden kunt ge toch niet. Maar hier op ’t vasteland zouden we wel eens na 1000 km verloren rijden ineens in Bangkok kunnen staan, want geen mens kent de weg of is in staat iets in 't Engels uit te leggen. Dus zo’n tripke zullen we ooit wel eens gaan doen met een degelijke voorbereiding. Laat ons nu maar wat van ons paleis genieten. Trouwens ik voel mij ook maar minnekes want er is weer een PMS-ke in volle gang.


img406/3958/28zonsonderganghm0.jpg

Paul is ’s avonds naar de fitness gegaan en ik heb hier lekker kunnen voorttypen aan mijn prachtig bureautje, alle jaloeziën dicht en onder de geluidloze draaiende fan. Wat een luxe-gevoel!


img166/1766/26laanburootjear8.jpg
 

We zijn pas laat gaan eten, en we wilden met ons pillampke door de donkere zee naar ’t dorp dabbelen maar dat mislukte jammerlijk. Halverwege moesten we terugkeren want we struikelden over de rotsen die we, zelfs ondanks onze pillamp, niet onder water zaten liggen, de zee stond ook al veel te hoog voor deze escapade. Dus onverrichterzake weer aan land gesukkeld en alweer te voet via dat Bobbejaanland-plankier de rots over… Vermoeiend.

Ineens stond Paul stokstijf stil! Op de houten leuning zat een aap! En geen kleintje. Een exemplaar van meer dan een halve meter, staart niet incluis. We moesten dus via ons plankierke van nog geen meter breed voorbij dat beest geraken... Ambetant want ge weet niet of het bijterkes zijn of niet. In de jungle hoorden we nog een hele bende van zijn collega’s in de bomen zwieren.

Maar de aap negeerde ons kompleet, wandelde vrolijk over de reling voorbij en keurde ons geen blik waardig. Goddank is dit gisteren niet gebeurd toen we die tros bananen bij hadden, dan waren we er niet zo makkelijk af gekomen denk ik.

Paul was zich wel een floeren aapke geschrokken.

img296/587/26lopplankierkr9.jpg

Den aap!!!!
Nee, sorry. Vergissing.
De aap was veel te snel weg om een foto te kunnen nemen.
 

Het laatste deel van de berg was vanavond onverlicht dus waren wij heel blij met onze pillamp. De boomtakken hangen zo laag dat ge u moet bukken en vele planken ontbreken. Het pad wordt ook ineens een halve meter smaller maar de leuning blijft gewoon doorlopen, dus als ge daar zonder licht over moet valt ge onherroepelijk in dat gat als ge de leuning blijft volgen. Het lijkt wel een Vietnamese boobytrap! Ik mag er niet aan denken hoeveel ongelukken hier al moeten gebeurd zijn met toeristen die ’s nachts met een pintje te veel op terug van ’t dorp naar dit hotel strompelen…

Maar misschien heeft een luxe-hotel wel een luxe-EHBO-doos?...


img126/9230/26penleuningvanplankierce0.jpg 

Neenee, hij heeft niet in zijn broekske gedaan van 't verschieten
van die aap. Dat was nog nat van onze poging om door de zee langs
de rots te stappen. Op deze foto ziet ge trouwens goed hoe gevaarlijk
het is als ge blindelings hun reling zoudt volgen...

Hetzelfde restaurant van gisteren viel vanavond tegen. De tempura was weer heel lekker maar mijn green-curry bleek oneetbaar. Gloeiend pikant, de helft van de groenten ontbraken en de kip zag er uit als verongelukte inktvis. Niet leuk, zeker niet als ge er zo’n klimtocht voor hebt moeten ondernemen.

Teruggewandeld over ’t donkere strand onder miljoenen sterren waaronder ’t Zuiderkruis. Prachtig, die sterrenhemel, met maantje, die afsteekt tegen de rotswand en dan nog af en toe wordt opgelicht door bliksems. En dan terug over dat mysterieus rotswegeltje uitkijkend naar apen. Uniek!


img237/5014/26popplankierrm3.jpg

Toch wel efkes rusten halverwege.
Want met een volle maag is die berg best hoog...

 

Toen we om 10 uur terug op ‘t hotelterrein aankwamen bleek het Thaise trouwfeest dat ze hier vanavond hadden georganiseerd al opgeruimd. Bruid en bruidegom stonden op de Japanse brug te mijmeren. We hebben hen even gefeliciteerd, de man sprak goed Engels en raadde ons aan hier zeker de visgerechten te proberen want het eten was het gezelschap goed meegevallen.

Sinds vanavond zullen die ouders van dat koppelke wel geruïneerd zijn. Want ik mag er niet aan denken wat een groot trouwfeest in dit spel organiseren wel niet mag kosten. Maar ja, misschien was ‘t daarom om 10 uur allemaal al gedaan, omdat hun gasten na ’t diner niks meer mochten drinken omdat ze de prijskaart ondertussen ontdekt hadden.

 

We zijn dan ook even naar de nachtclub gaan zien die onder dat restaurant ligt. Gewoon om het ontwerp eens te bewonderen. Het is een ufo-achtig ding onder de grond en één wand wordt gevormd door een groot aquarium dat ge ook kunt zien als ge onder water in ’t Japans zwembad zwemt. Speciaal. Het leek eigenlijk op een decor uit “Lost”, een kille futuristische onderwaterbunker. In dit oerknusse lokaal zaten twee toeristen verloren in een hoekje iets te drinken. En dat op een zaterdagavond. Van een succesnummer gesproken.

 

img444/7135/26nachtclubjk8.jpg

img444/4322/26ingangnachtclublm4.jpg

Gezelligheid troef in deze futuristische nachtclub!

De restaurants waren weer allemaal verlaten, gelukkig hadden ze nog een seminarie van een grote firma waar toch een 150-tal genodigden waren. Dus dat zal samen met dat trouwfeest dan hun zaterdagavond-inkomsten moeten goed gemaakt hebben.

Ik ga toch niet beleggen in dit hotel denk ik.

 

Als bij wonder heeft Paul dan bij thuiskomst ook nog ons internet terug in gang kunnen lopen met ’t geheime paswoord van de IT-manager himself. Dus dat was een fijne verrassing. Maar daardoor wel weer veel te laat in bed natuurlijk…

img139/7426/26llaatjaloezieneervm6.jpg

img524/5387/26llaatjaloezieneer2bl0.jpg

En elke avond sta ik weer met die rotdingen te sukkelen...
Wat een karwei toch, zo'n verblijf in een sjiek hotel...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Het eenentwintigste deel van het reisverhaal.
(Al de vorige afleveringen vinden jullie in de linkerzijkolom)

Vrijdag, 24 november 2006.

Central Krabi Bay Resort. 

 

 

Een zekere discrepantie in de hotel-accomodaties.

 

Na ons laatste ontbijt op het lieflijke Koh Ngai gingen we even terug naar onze hut om de tandjes te poetsen en ondanks dat Wee een verlofdag had kwam ze speciaal naar boven om toch nog eens afscheid te nemen. Ze bleek uit Rangoon, Birma, te komen en was zeer verheugd dat wij hun Shwedagon de mooiste tempel ter wereld vinden. En ik heb dat zelfs zonder pantomime uitgelegd gekregen!

Ze liep mee naar de receptie en daar hebben we een foto genomen met al de meiskes, de manager en Mek - de snorkelman - de grote getijdenkenner.

 

Mek liet me zeer trots twee grote inlegbokalen zien waarin in elke pot een viske zat.

“Is fighting.”

“Then you should put them back in the sea!”

“No, is fighting”

(Ja seg, die twee piepekleine viskes hebben toch genoeg plaats in zee dat ze daar niet gaan vechten zeker! Wat is dat nu!)

“No Mek, those fish no good in pots, fish must swim in sea!”

“No possible, is fighting!”

“Where are you going to put them in then?”

Hij wees vaag in de richting van de kikkerpoeltjes.

Toen kwam de manager ter hulp.

“Is no sea-fish, is sweet-water-fish.”

“Ah, I see, you are going to put them in the frogpools! They’ll be happy there.”

“No, no, is fighting!”

“But the frogpools are big enough! You can’t keep them in these little pots!!!”

Toen wees hij een beetje verder naar een vies vuil aquarium-achtig iets dat naast de kikkerpoelen stond. Wat ik ook al zo’n zielig recipiënt vond om die beestjes in te steken.

Uiteindelijk geraakte de zaak opgelost.

“Is fighting fish! Must fight! Like cock-fight!”

“Ah,… and then you gamble on it?!!! Oh you’re so Chinese…”

Hoe kunnen die dat toch met hun boeddhistische geest in overeenstemming brengen, dat als ze dieren niet mogen laten lijden dat ze ze toch altijd tegen mekaar moeten opzetten en ze laten vechten, zodat zij hun onbedwingbare goklust kunnen botvieren?! Zoetwaterboeddhisten!

 

Enfin, tijd om hem te bekeren had ik toch niet meer want we moesten vertrekken. De meiskes van de receptie pakten allemaal een klein stukske van onze handbagage om mee te kunnen lopen tot op ’t einde van de pier om ons tot op ’t laatste moment te kunnen uitzwaaien. Ontroerend lief.

 

img403/6619/25personeeljv3.jpg

En toen stoven we weg in de speedboat samen met de vuile was van ’t hotel.


img135/2240/26afscheidvankohngaiqv9.jpgI

img170/3039/26wegstevenenvankohngaiim4.jpg

Vanzelfsprekend zat ik daar weeral met tranen in mijn ogen naar mijn kleiner wordend paradijsje te staren. Ik ben dan maar rap op ’t uiterste topke van de boeg gaan zitten - ge kunt beter uw blik op de toekomst richten - en trouwens op die plek waaien tranen op zo’n speedboat rap weg.
Toen ik daar zo zat,  twee meter boven ’t onder mij doorflitsende water, met mijn kop in de stevige bries, niets dan lucht boven mij, en af en toe een voorbijschietend rotseiland, wist ik hoe de vogels zich hier moeten voelen. Zalig gewoon!

 

Op ’t vasteland stond een luxueus minibusje ons op te wachten en we vertrokken onmiddellijk richting Ao Nang waar we eerst moesten gaan inchecken en dan met een bootje naar het “Central Krabi Bay Hotel” zouden gevoerd worden. 
Het super-de-luxe-hotel waar we onszelf eens mee gingen verwennen voor de laatste dagen van de vakantie...

Het werd een eindeloos saaie rit van twee uur over een drukke baan. Toen we langs een lange strandboulevard - midden in een toeristische nederzetting met souvenirs- en kledingwinkeltjes, en hopen kleermakers en massagesalons aankwamen - stopte onze chauffeur en mummelde zijn eerste woorden van de rit : “Is Ao Nang.”

Ja, en dan? Hij vond blijkbaar dat hij met de woorden “Is Ao Nang.” al voldoende had gesproken voor deze dag en daar stonden we dan. In een auto met draaiende motor, een chauffeur die niet ’t flauwste benul bleek te hebben waar we naartoe moesten en die ook nog geen woord Engels verstond.

 

We hebben dan met onze gsm naar dat hotel gebeld en gevraagd of ze die mens in ’t Thais konden uitleggen wat de bedoeling was, en hem de weg naar dat “incheck-centrum” van hun hotel te wijzen. Dat lukte vrij aardig.
We sloegen een zijweggetje in dat leidde naar de voet van een hoge rots en daar doemde een sjiek gebouw op. Dat bestond uit niets anders dan enkele sjieke luchtige paviljoenen met een receptie, wachtsalons met tv, internet en bar, en twee tennisvelden. Meer niet.

 
We kregen ijskoude handdoekjes om ons te verfrissen en een lekker drankje terwijl de receptioniste de formaliteiten vervulde.
Maar ze snapten blijkbaar nog altijd niet dat wij gewoon een dubbele kamer geboekt hadden en geen twee singles.

“You wait for your friend now?”

“No, we have no friend.”

(Ik had bijna mijn treurzang aangevangen die ik ooit eens tegen een opdringerige winkelier in Bangkok heb afgestoken toen die ons persé juwelen wou aansmeren voor heel mijn familie. “No sir, I have no children, not even a sister or a brother, even my parents are dead. I’m completely alone in the world…” Maar ik heb dat dus in dit geval maar zo gelaten, want deze gelegenheid leek me toch iets te sjiek om al direkt zo onnozel beginnen te doen.)

“There is NO friend coming. We only booked ONE room for the TWO of us. We are a couple, a married couple. We expect noone else.”

Goddank verstond dat wicht vrij goed engels, begreep ze dat “De Derde Man” nooit ging opdagen en konden we vlug in een volgend busje stappen dat ons heel die strandboulevard terug afreed en ons op ’t einde daarvan naar een steigertje bracht waar een deftige speedboat op ons lag te wachten. Luxueus, bekleed met tapis-plein.


img239/4963/25incheckruimtehotelvl6.jpg 


Het incheckgebouw.

De boot vertrok… in de richting van waar we gekomen waren… Hélemaal terug langs die strandboulevard! Dat was dus de derde keer dat we die zagen. Straffer nog, we voeren gewoon voorbij die incheck-nederzetting naast die rotswand waar we juist vandaan kwamen! Maar vlak achter die rotswand, die in zee uitstak, lag een kleine baai en daarin lag het hotel genesteld in een enorme inham van de reuzerots.


Een duur sjiek ding maar zo op 't eerste zicht niet direkt uitgesproken mooi van stijl.
We werden met onze bagage in een golfwagentje naar onze kamer gereden. Overal in het complex waren watervallen maar die waren gemaakt van nep-rots uit beton. Een beetje sneu als ge hier tussen al die echte karstrotsen zit. Dat zou ik nu toch anders aangepakt hebben.

 

img476/5283/26linkerzijdehotelbv9.jpg

Op deze foto zie je het linkse deel van het hotel.
Ongeveer een vierde van het totale complex.

Het hotelcomplex - maar liefst 190 kamers verdeeld over meer dan 20 blokken die aan de voet van de karstrotsen in een tuin verspreid liggen - is dus volledig omsloten door een halve cirkel van haast loodrechte rotsen van meer dan 100 meter hoog!!! Als ge aan komt gevaren lijkt het hotel erg klein omdat die rotspartij zo indrukwekkend is. Maar dat is dus een vergissing. Het hotel is groot, de rotswand is reusachtig.


Toen we eindelijk aan de kamer kwamen was ’t even schrikken van ’t formaat.
Eerst komt ge binnen in een soort patio waar een chaîse-longue, een tafel en stoelen staan. Allemaal in openlucht, maar met elektrische stoffen rolluiken aan de zijkanten om eventuele zon of regen buiten te houden. Het monsoon-terras dus. Daarachter ligt het ruime zonneterras met kingsize ligbedden. In dit L-vormig geheel staat een grote glazen kamer met een salon met tv, een groot bed, en een bureau. Daarachter ligt een gangetje waarin zich de minibar en de thee-zet toestand, en enkele ruime kasten - waarvan de binnenverlichting automatisch aanspringt als ge ze opent - bevinden. Op ’t einde van dat gangetje is een toilet met glazen wanden en uitzicht op de bergen achteraan via een raam van de vloer tot het plafond. Gelukkig hangen er overal jaloezieën die dicht kunnen getrokken worden. Naast de toiletkamer (met telefoon, voor als uw wc-papier op is waarschijnlijk) ligt de lavabokamer. Zeer mooi, alles in marmer, met alle voorzieningen, tot en met een weegschaal. De achterwand is volledig van glas en ziet uit op de rotsmuur. De tegenoverliggende muur is eveneens uit glas en daar doorheen ziet ge de badkamer.

 

Dit is dus de achterzijde van onze “villa” die even licht en luchtig is als de voorzijde. Tussen die twee delen ligt de bad- en douchekamer. Met ligbad, gewone douche en regendouche. Ze is ook volledig in glas gemaakt en de wanden kunnen opgeschoven worden. Een erg geslaagd concept want ge kunt de wind door heel uw gedoe laten spelen als ge alle glazen wanden van heel ’t spel tegen mekaar open zet.
In elke kamer, en ook op de beide terrassen, hangen plafondventilators en binnen is er airco. ’t Is groot genoeg om in rond te lopen en mekaar niet tegen te komen als ge wilt. Paul liep er als een eierenverkoper in rond want die was als de dood om tegen een openschuifbare glazen wand op te botsen die hij nog niet als dusdanig herkend had. Een oprecht sjieke kamer. Nog een heel pak straffer dan het Conrad Hotel in Hong Kong. Mag ook wel voor 9000 baht per dag natuurlijk. Maar voor die prijs zou ik dan toch ook wel zeezicht willen in plaats van het unieke zicht op … de airconditioning op ’t dak van de kamer op de rij voor ons…

Dus maar naar de receptie gebeld en gevraagd of we geen kamer op de hoogste verdieping konden krijgen. Want zoveel geld betalen om in de avondzon te liggen genieten van het uitzicht van de ondergaande zon, achter een dak, in plaats van boven zee, vind ik wat tegen veel. Ik wil best af en toe eens onzinnig veel geld uitgeven maar dan moet ik er ook de volledige show voor krijgen.

 

We hebben er twee uur op moeten zitten wachten maar ’t is dan ook gelukt. (Dat wachten in zo’n luxueuze kamer is trouwens niet echt een marteling. Ik zat in de luwte van het monsoonterras te typen en een theetje te drinken en Paul lag op de sofa naar ‘t voetbal op TV te kijken.)

img440/3507/26lopmonsoonterrasmetjanc8.jpg



img476/8905/26kamerblokhc8.jpg 


De kamer linksboven op de hoogste verdieping van het gebouw
vooraan werd ons nieuwe "thuisje".

De nieuwe kamer die we ter goedkeuring kregen aangeboden heeft een superligging!
Ze is nog iets groter dan het vorige “appartement” want ze heeft in plaats van één, twee kingsize bedden. Ze ligt op de hoogste verdieping op een hoekske van een gebouw dat helemaal aan ’t uiteinde van de baai staat, vlak aan ‘t strand. We genieten dus zowel van ’t zicht op de zee, de ondergaande zon, én de gigantische rotswand die ons aan de rechterzijde omsluit en die ’s avonds indrukwekkend verlicht is.
Dit is een van de "goedkope" kamers, de dure hebben ook nog een bubbelbad op een van hun terrassen, en ik kan me niet voorstellen hoe de suites er moeten uitzien. Ik veronderstel dat die mensen in hun kamer kunnen voetballen én basketballen tegelijkertijd. Wel opletten met al dat glas natuurlijk.

 

img476/9822/26onzekamermo6.jpgE

Eerst hebben we de design-lavabo laten repareren want die liep niet door. Morgen zullen we het toilet eens laten reviseren want het water blijft lopen… Onbegrijpelijk toch dat zoiets kan in zo’n duur spel. Dan hebben we handdoeken moeten vragen en een theekoker want die stond er ook niet, en eens alles dan eindelijk in orde was - de snelheid van de service laat héél veel te wensen over - zijn we afgedaald naar zee.

 

img444/7834/26rotsvoorstrandmf2.jpg

Die was zich aan razende snelheid aan ’t terugtrekken omdat het strand hier zeer geleidelijk afloopt. De uitgevreten onderkant van de grote karstrots, die voor ons strand in zee ligt, rees helemaal uit het water. Het leek alsof de rots een reuzepaddestoel werd die uit de zee begon te groeien. ’t Is een rots van de grootte van een flinke kerk.

We zijn in zee gaan zwemmen, ’t is te zeggen, de eerste honderd meter gaan wandelen alvorens we water genoeg hadden om te kúnnen zwemmen.  We zagen bijna direkt een magnifiek kwalletje. Intens jammer dat ik mijn duikbril en mijn fotoapparaat niet bij had.
’t Zwemmen zelf viel tegen. Hoewel ’t water glashelder is zitten er “pikkedingen” in zoals destijds in Langkawi. Heel uw lichaam wordt konstant gestoken door duizenden onzichtbare dingetjes. Ge krabt u onnozel. Dan maar snel naar ’t zwembad gelopen om van de irritaties vanaf te geraken.

 
img132/5070/26lplonzeninzwembadjegu4.jpg

Onderweg kwamen we enkele poolboys tegen maar die konden weer op geen enkele vraag antwoorden. Goddank riepen ze er een heel fancy kereltje bij met een flashy zonnebril, eentje dat dacht dat hij goed engels sprak. En inderdaad hij was bij momenten verstaanbaar. Hij kon ons een zinnige uitleg geven.

De kayakken die hier liggen zijn gratis en ge moogt er hier telkens een uurtje in de baai mee gaan rondpeddelen. Qua snorkelen is hier vlakbij niks te zien, daarvoor zouden we naar een eiland een uurtje verderop moeten. Maar bovenal wist die mens van het bestaan van een getij af!!! Hij zag er zelfs een regelmaat in!!! Nóg straffer : hij had een blad met de getijdenuren! Ik viel bijna plat achterover. Ik wou er direkt een foto van nemen zodanig dat ik voor de volgende dagen ook weet hoe de uren van het tij liggen (kwestie van te weten wanneer ge te voet langs die rotswand tot in ’t dorp kunt waden) en tot mijn opperste verbazing gaf die kerel me één van zijn fotokopieën mee. Ik heb nu begot een getijdenlijst!!! Stel u voor dat onze Mek zich daar ooit bewust van zou worden dat er zoiets bestaat als een getij voorspellen! Dan denkt hij dat hij kan toveren!  


De tuin staat vol van de beste zetels met de dikste handdoeken maar iedereen ligt kop aan staart. Ze hebben zo gewoekerd met ruimte om reuzekamers te bouwen en 4 restaurants in deze baai te foefelen dat ze serieus hebben ingeboet aan tuin. De zetels staan zelfs tot op de wandelpaden! Das een grote stommiteit.


img444/5356/26paanstrandbedjesbm0.jpg 


Het grootste zwembad bestaat uit verschillende niveaus die met watervallen in mekaar overlopen, wat een heel geraas geeft maar dat is ook nodig om ’t lawaai van de voorbij varende longtailboten in de baai te overstemmen. Overdag is dat gebrom van al die talloze boten storender dan dat ge in een hotel aan een luchthaven logeert. Zeker omdat al het lawaai nog extra weerkaatst wordt door onze gigantische rotswand, die werkt als een klankbord, als een oud Grieks theater. Maar ja, misschien ben ik als notoire stilte-liefhebber wel hopeloos verwent geweest op Koh Ngai...

 

De beide zwembaden zijn ook niet echt groot, en hoewel ze zeer imposant zouden moeten lijken zijn ze dat niet. Maar dat komt waarschijnlijk omdat wij ’t in het westen tegenwoordig zo goed gewoon zijn. Vroeger was bij ons een zwembad een stomme rechthoek. Meer niet. Maar nu heeft elke Center Parcs zijn “landschapszwembad” met nep-palmboomkes en nep-rotsen en watervallekes. Dus als ge hier nu in zoiets zwemt met nep-rotsen, tja, dan geeft dat ineens een beetje een “Center Parcs-gevoel” vind ik. Trouwens er zijn veel te veel gasten voor dit formaat van zwembad en van tuin. Ge hebt geen privacy. 
 

img167/9910/26grootzwembadqx2.jpg

Toen we daar naar de zonsondergang lagen te kijken ging Paul twee blikjes bier kopen aan de bar. Die twee lauwe blikjes waren op zich al duur, maar toen kwam er nog 17% salestaks bij, en dan nog eens 10% BTW, tegen dan hadden we dus twee lauwe pintjes voor 500 bath (11 Euro)!!! Dit is gewoon belachelijk!

 

Aan de zwembaddouche kwamen we in gesprek met een Engels koppel en die vertelden ons leuke wetenswaardigheden. Onder andere dat ’s avonds ’t hotel leeg liep omdat iedereen dan ging eten in ’t dorp achter de rots, Ao Nang. Het was ons al opgevallen dat we zoveel mensen in een short en op blote voeten met grote draagtassen zagen verdwijnen achter de rotspunt die ons scheidt van het dorpje. Ik vond het al vreemd dat al die mensen in zo’n sportieve kleding ’s avonds nog gingen wandelen. Maar als ge de prijzen van de hotelrestaurants in dit complex bekijkt dan wordt ineens wel veel duidelijk. Ze vertelden ook dat er een gevaarlijk paadje over de rots liep zodat ge ook te voet terug kon geraken als ’t vloed werd. Maar dat had ik ondertussen zelf al uitgevogeld.
Een derde manier om uit onze rotsarena te geraken is met het bootje van ’t hotel. Om de twee uur kunt ge gratis mee en dan wordt ge helemaal aan de andere kant van Ao Nang aan dat piertje afgezet waar wij vanmiddag ingestapt waren. Er is geen enkele andere plek waar een boot kan aanmeren blijkbaar, ’t is overal veel te ondiep. Van daaruit moet ge dan een taxi nemen tot aan ’t dorp... dat dus in feite in vogelvlucht, of vissenvaart, op 100 meter van ons hotel ligt...

 

img154/9093/26planmetaanwijzingencb8.jpg

Na onze aderlating van die twee blikjes bier besloten we om de rest van de kudde te volgen en onze inkopen te gaan doen in ’t dorp en de mini-bar in onze “villa” braaf ongerept te laten en in ’t dorp te gaan eten.

 

Wij die dus gedacht hadden van hier ’s avonds in lange kleding en sjieke witte broeken rond te paraderen, liepen dus weer in zwembroek en short met zeesloefen naar een restaurant te djompelen. Mijn zwart handtasje bleef alweer in de kast. Het was hilarisch!!! Net toen we aan onze zeewandeling wilden beginnen bleek het hotelbootje te vertrekken. Dus wij rap naar ’t einde van de vlottende pier, maar nee, we mochten niet mee. ’t Was weliswaar gratis voor hotelgasten maar ge moest eerst een ticketje gaan halen aan de receptie en op voorhand zeggen met welk bootje ge terug wou varen. Ja seg, dat ze ’t dan al lang zo laten. We zouden wel door ’t water stappen. Maar toen bleek dat we onze pillamp op de kamer hadden laten liggen, dus is Paul helemaal terug gelopen om die te gaan halen terwijl ik wat zonsondergangfoto’s heb gemaakt.

Vol goede moed zijn we dan aan onze waterwandeling langs de rotswand begonnen en op nog geen 5 minuten.waren we aan ’t volgende strand en het dorpje. Echt een makkie want het water kwam amper tot aan onze knieën.

 

Op dat hele lange grote strand lagen eerst tientallen overdekte maar muurloze massageafdakjes. Allemaal in volle aktie. Geluidloos werden er in de duisternis dikke toeristen in zwemkleding gemasseerd. Vervolgens kwamen we aan een reeks luxe-hotels die allemaal leuke en goedkopere restaurants in hun grote tuinen hadden liggen. In sommige speelde zachtjes een orkestje. Na een halve kilometer wandelen kwamen we aan de drukke strandboulevard van Ao Nang waar wel verkeer toegelaten was. Hier was ’t gedaan met de rust en begon de klassieke Thaise wespennest van boetiekskes, supermarktjes, souvenirstalletjes, restaurantjes, reisbureaus en hordes toeristen.

 

In een supermarkt enkele blikjes drinken en lunch voor morgen gekocht (Instant noodles! Nog nooit gegeten, ben zeer benieuwd! In ’t slechtste geval wordt het de absurdste souvenier die ook meegebracht zal hebben. Voor de veiligheid toch ook maar noten en bananencakejes meegenomen voor ’t geval dat die zwel-noodles oneetbaar blijken).
Dan zagen we in een stalletje een tros bananen liggen maar eer we die konden kopen moesten we er eerst mee naar een andere winkel wandelen want de madam sprak geen Engels, de madam van de volgende winkel wist niet wat de bananen kostten, dus die moest weer aan iemand anders gaan vragen wat ze moest doen. Uiteindelijk kregen we vier bananen voor 10 bath, maar omdat we er 8 wilden hebben vonden ze dat weer een zeer moeilijke berekening. Heel de aankoop heeft 10 minuten geduurd en dan hadden we nog niet eens de moeite genomen om te pingelen.

 

Met onze zak mondvoorraad voor morgenmiddag zijn we dan terug naar die mooie rustige verkeersvrije strandweg gewandeld en hebben daar overheerlijk gegeten in een proper en heel mooi verzorgd restaurant. Linnen servetten (niet die fluffy papierkes die al wegrotten als ge ze nog maar vastpakt van op Koh Ngai), knappe tafels (glazen platen op bakken die gevuld waren met zand en schelpjes, zodat uw bord precies op een heldere zee met een bodem van zand drijft), géén muziek en verkoelende plafondventilators.
’t Voorgerecht werd zelfs netjes vóór het hoofdgerecht geserveerd! We konden zelfs met zijn tweetjes gelijktijdig eten!

Met drankjes, voorgerechten en hoofdgerechten waren we evenveel geld kwijt als voor die twee blikjes bier in ons hotel daarstraks. (Redelijk belachelijk dat er in onze lavabokamer een weegschaal staat! Precies of iemand gaat in dat hotel verdikken!) Kan niet missen dat heel ons hotel hier op deze plek zit te eten! ’t Was dan bovendien ook nog goedkoper dan op Koh Ngai en honderd keer lekkerder.

img520/8530/26tempuraud1.jpg


Maar dan moesten we wel terug naar onze afgesloten baai natuurlijk. Over een pikdonker strand onder een lucht vol sterren die gelukkig regelmatig opgelicht werd door bliksems boven zee.

Het paadje over de rots bleek helemaal niet zo gevaarlijk als de Engelse madam ons gezegd had. (Na de jungle van Koh Ngai lijkt voor ons nu waarschijnlijk alles een wandeling over de Meir)

Ze hadden zelfs een plankier over de rotsen aangelegd. Allemaal ongelijke planken, schots en scheef, en al eens eentje vergeten hier en daar, maar vrij stevig. Ge krijgt het gevoel alsof ge te voet over de houten roetsjbaan van Bobbejaanland loopt. De hoogte en de afstand van de plankskes zal zo ongeveer ’t zelfde zijn. Als opperste luxe brandde er om de 10 meter zelfs een lamp!
Het was wel een zware klim want het pad liep veel hoger over de rots heen dan we verwacht hadden, maar toch waren we op een half uurtje van ’t restaurantje weer tot op onze kamer aan ’t uiteinde van ons baaike. Dat valt dus goed mee.

 img136/1768/26bobbejaanlandplankierjp5.jpg

Het paadje over de rotsen.


Paul zit nu op het ene terras in de chaîse-longue zijn sudoku-puzzeltje te maken en ik zit op de ligbedden van ‘t voorste terras verhalen te typen. Beide terrassen hebben zijdelings zicht op die indrukwekkend verlichte rotsmuur en aan de andere kant zien we ’t bliksemen boven zee. Een waanzinnige ervaring!

 

Van ’t ontbijt morgen verwachten we héél veel. Want we hebben de prijs er al van gezien. Zo maar eventjes 1000 bath per persoon…Al een chance dat we een kamer met ontbijt inbegrepen hebben. Maar wat ik nu moet verwachten weet ik niet want voor die prijs moeten hun eieren niet alleen warm zijn maar vind ik ook dat ze hun kiekens eerst nog moeten masseren en de eieren met een gouden voddeke opblinken alvorens ze in een zilveren panneke te bakken. Ik ben eens curieus…

 

Nu ga ik onder mijn regendouche staan - vooral zien dat ik zonder bril niet tegen een van al de glazen muren loop - en dan kruip ik in een van de kingsize bedden.

Ja, ’t is wel een “once in a lifetime”-ervaring zo’n hotel, maar ik denk toch ook met weemoed terug aan eergisteren toen om 10 uur ’s avonds, als alles donker en gesloten was in ’t hotel op Koh Ngai toen wij onze laatste mail in ’t bureau zaten te versturen, een van de receptionisten al heel gezellig in een bollekes-pyama rondliep. Dat zie ik hier niet zo direkt gebeuren.

Mja, er is wel een zekere discrepantie in de aard van onze logies deze reis.

Alleen al qua verlichting! Van drie zielige lampkes in de boomhut naar de 17 lichtpunten en een reeks indirecte verlichting in dit paleis. Soit, ik ga ze nu toch alle 17 uitdoen, mijn drie terrasdeuren op slot doen, mijn twee ventilators afzetten, en een ontelbaar aantal jaloezieën laten zakken.

 

Dus : “Hep koe nai!”, zoals de madam in ’t restaurant mij daarstraks zo lief toewenste.

Waarmee ze eigenlijk wou zeggen : “Have a good night!"

img294/4759/26lmetopenschuivendebadup3.jpg

De openschuivende wanden van de badkamer,
met achter het bad de "lavabokamer,
alweer gescheiden door een glazen wand.
Links zie je de toegang tot het toilet en de gang
met de ingemaakte kasten en de bar.
Heel de achterwand bestaat dus ook uit ramen maar op deze foto
zijn al de jaloezieën neergelaten. Alles is in prachtig hout afgewerkt.

Lees verder : 22. "Paul schrikt zich een floeren aapke!"
Klik hier.


Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten