
Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!




Het vijfentwintigste deeltje van mijn uittreksel uit mijn reisverhaal.
Dinsdag, 28 november 2006.
25. Een kano met chauffeur.
Voor de eerste dag voelde ik me weer goed genoeg om eens met overgave in ’t ontbijt te vliegen. Als ge een keuze hebt gelijk hier dan eet ge vanzelfsprekend geen 17 toasten met confituur. Dan eet ge exotische vruchtjes, en zalmkes, en heilbotjes, en Japanse soepkes… Mmm… zalig.
Na ’t ontbijt nog een beetje gerust en geschreven en gezwommen en dan zijn we toch dat geplande kanotochtje gaan maken naar het volgende baaike. Dat was best plezant. 
Gelukkig wou Paul roeien, want met mijn pijnlijke polsen van 't vele typen de laatste dagen lukte dat niet meer. Een kano met chauffeur dus! Maar Paul is dat gewoon, hij heeft mij ooit eens met een fietsriksja door een eilandje naast Hong Kong gevoerd. Heerlijk! Net als een prinses zat ik daar in dat bakske achter die fiets. Ik gelukkig en Paul ook, want zo kwam hij nog eens aan zijn fitness!
Ge voelt u heel nietig in zo’n petieterig kanootje tussen en onder die uitgesleten onderkanten van die majestueuze loodrechte rotswanden. Vanop zee konden we ook eens een foto maken van het hotel in zijn rotsnest. ’t Is vreemd maar elke keer dat ge dat stenen amphitheater bekijkt lijkt dat anders. Het hangt heel erg af van de lichtinval en de schaduwen. Blijkt nu dat het helemaal geen perfecte halve cirkel is. Sommigen van die rotsen staan los van de achterwand. Vallensklaar precies, maar dat zal wel niet. Ik hoop dat hier een landmeter aan te pas gekomen is toen ze dit gebouwd hebben.

Eindelijk een totaalzicht van het hotel in zijn rotsnest. 
Onderweg naar Raylai Bay. Een geliefde plek om te gaan rotsklimmen.
Hier zullen ze dus waarschijnlijk wél weten hoe hoog de rotsen zijn


Het strand naast Raylai Bay, waar met de tsunami zoveel doden
zijn gevallen. 
Terug onderweg naar ons hotel. En dan even relaxen in zoet water...




Tijdens de inpak begon het ineens te gieten, de ergste stortbui die we hier al over ons heen gekregen hebben. Maar zonder donder of bliksem. Onze terrassen overstroomden want de afvoer kon het water niet aan. Gelukkig was de bui over toen we de kamer moesten verlaten maar ik ben toch maar in zeesloefen naar de boot gewandeld.
Lees verder : 26. "Een nieuwe vorm van entertainment in luchthavens : marathons lopen."
Klik hier


Dit verhaaltje draag ik speciaal op aan Cécile (Klaproosje).
Ze is een van mijn trouwste lezers en ferventste meespelers met mijn fotoraadseltjes.
Ze moet voor enkele weken naar het ziekenhuis, en ik zal mijn trouwe fan en blogvriendin erg missen.
Dus speciaal voor jou lieve Cécile, mijn voorlaatste verhaal van deze reis. Maar niet wanhopen, ik heb nog boeken vol reisverhalen in mijn schuif liggen
Als je wil breng ik zelfs een (ongecensureerd
) reisverhalenboek over een van mijn vorige reizen naar het ziekenhuis om je terug aan 't lachen te krijgen! Laat maar weten!
------------------------------------------------------------------------
Het vierentwintigste deel van mijn reisverhaal.
(Al de voorgaande afleveringen staan op de linkerkolom van mijn blog)
Maandag, 27 november 2006.
24. De tragedie van de sokken.

Vanmorgen was ik door mijn regels te misselijk om te eten, ik heb dan maar met Natty, het lieve Toetje van ’t restaurant, zitten praten. Hij zingt vrij vlot Engels.
De jongen is Vietnamees langs vaders kant (zijn vader is in de oorlog vermist) en zijn Thaise mama is lang ziek geweest en aan kanker gestorven. Om meer bij haar te kunnen zijn moest hij zijn job als steward bij Thai Airways opgeven. Later is hij terecht gekomen in een superdeluxe hotel in Koh Samui, “The Hideaway”, waarmee dit hotel vergeleken een soort basic jeugdherberg moet zijn. Daar heeft elke kamer zijn persoonlijke butler die konstant bij u blijft en alles voor u doet. Dat zou voor mij een ramp zijn!
Natty heeft daar dan last gekregen met de rest van het personeel omdat die van een hogere komaf waren dan hij. Hier bestaat dus ook nog een soort onderhuids kastesysteem. In dit hotel is de sfeer goed, en wordt er goed gezorgd voor het personeel. Ze krijgen een ziekteverzekering en zelfs een levensverzekering omdat ze met de boot naar hun werk moeten. Hij is hier heel gelukkig en ter besluit van zijn uitleg zong hij : “Only thing in life I want to do is make people happy, then me am happy toóóóóó´Madááááám!”.
Ik heb hem ook de vraag gesteld over de nationalteit van de manager en ’t blijkt een Pool te zijn. Ik denk dat ik die lieve slimme Natty tot manager ga promoveren.
Beetje gaan liggen schrijven op ’t terras en dan gaan zwemmen. Voel me nog altjid ziekskes en triest, dus de geplande kanotocht tussen de rotsen hier hebben we maar laten vallen.
Er dreef een handpalmgrote krekel op ’t water (redden was al overbodig) en het leek alsof er een fijn takje, een naaldje bijna, van 3 cm naast dreef. Bij nader inzien bleek het een soort mini-trompetvisje te zijn. Het zat lekker te smullen van wat voor hem werkelijk een reuze-buffet moest geweest zijn. Er bestaan dus niet alleen "wandelende" takken, er bestaan ook "zwemmende" takken in dierenwereld.
Veel minder aktief dan "de zwemmende tak", is "de sms-ende bouwvakker".
Hier liggen hoopkes werkmannen op de terrassen van niet-verhuurde kamers gezellig op de vloer. En stuk voor stuk zijn die met hun gsm iets aan ’t doen. Ik reclameer niet, beter zo dan dat ze met slijpschijfkes in de weer zijn. Maar wanneer de constructie van hun watersporthuisje klaar gaat geraken weet ik niet.
Het onderhoud van de kamer laat eigenlijk ook veel te wensen over. ’s Avonds komen ze uw bed openleggen en ze leggen er een bloemeke op, maar de badkamervloer eens opdweilen is er niet bij. Dus ’s avonds komt ge terug in een kletsnatte badafdeling en das niet prettig. Voor deze kwaliteit van hotel kan zoiets toch niet vind ik.
('k Heb lang getwijfeld of ik 't volgende stukje ook niet best uit mijn reisverhaal zou knippen voor ik 't op mijn blog zet - maar ik heb al zoveel geknipt, er schiet van mijn oorspronkelijk verhaal van 145 A-4tjes nog amper iets over - en dit vind ik toch zo'n grappig voorval dat ik het jullie toch niet wil onthouden.)
Vanmiddag is tijdens de poetsbeurt ook wel het ultieme drama gebeurd waar ik al jaren bang voor ben. ’s Avonds doe ik altijd even mijn bedsokken aan. Amper 10 minuutjes, maar die zijn dan ook echt nodig om in slaap te kunnen geraken. Zelfs bij 30° moeten en zullen die sokken efkes aan voeten anders doe ik geen oog dicht. Die sokken zijn héél oud en kompleet versleten maar onvervangbaar. Het is een puur schandaal, want ze zijn gruwelijk versleten, dus elke ochtend stop ik die dan ook zorgvuldig weg zodat niemand ze kan vinden.

Wegens de overvloed aan kussens in onze kamer - 19, alles bij mekaar, geloof ik - wisten de meiskes niet meer waar met onze overtollige kussens te blijven en ze hebben er dan enkele in mijn nachtkastje willen foefelen... waar mijn stokoud slaap-t-shirt en die fameuze sokken helemaal achterin weggefrommeld lagen.
Ik kwam dus na ’t zwemmen terug op de kamer en vond die bangelijke sokken toch wel netjes opgevouwen, naast dat eveneens netjes opgevouwen slaap-t-shirt, ordelijk op 't voeteneind van mijn bed gelegd!
De meest versleten sokken van ’t westelijk halfrond - zelfs een negerke die aan den armen is zou ze nog niet meer willen dragen - horen dus bij de garderobe van de madáááám van de kamer van 9000 bath… Die meisjes moeten toch weer hun gedachten gehad hebben…
Heel even speelde ik met het idee om ze weg te gooien, maar uiteindelijk krijg ik dat toch niet over mijn hart. Ze gaan zeker al 10 jaar mee op reis. En echt waar, betere zijn er niet te vinden. Ze zijn zo zalig juist genoeg uitgelodderd. Ze zitten los en vallen toch niet af. Ze zijn niet te warm door hun “luchtigheid”. Door de vele minuscule gaatjes houden ze de omgevingstemperatuur juist perfect. Ze zitten ook los genoeg zodat ze uit zichzelf na 10 minuutjes woelen vanzelf uitgaan. Ja, ik kan echt niet anders zeggen : ze zijn perfect! En trouwens, als ge ze niet langs onder beziet dan valt het echt niet zo heel erg op dat ze enigszins versleten zijn… Naar mijn mening althans.
Al stillekesaan een beetje beginnen inpakken. (Behalve mijn geliefde sokken natuurlijk, anders slaap ik vanavond niet!) Ook mijn draakje nog eens bewonderd en al stevig ingepakt in vuile was. Méér gaan stinken dan hij al doet kan toch niet. Overdag ziet hij er nog véél "plastic-er" uit, maar is hij ook nog een stuk schattiger. Ik ben er echt heel blij mee.
Toen we om zes uur naar Ao Nang vaarden zat er een koppel op de boot, zij was ’t fijnste, kleinste Thaike dat ge u kon indenken, met een tailleke van de omtrek van mijn bovenbil. En hij was zo’n reus van een Amerikaan. Ik vond het echt een stuitend zicht. Het leek alsof hij ’t kind kon opvouwen en in zijn handbagage kon meepakken. Maar voor de rest heb ik hier in ’t dorpje eigenlijk geen gore bars of uitgesproken sextoeristen gezien.

De zonsondergang viel weer dik tegen. ‘t Begon zelfs weer heel even te regenen dus hebben we ons vanaf de pier door een tuk-tuk direkt naar ’t Japans restaurant van gisteren laten rijden.

Onderweg staan op 't strand overal borden met de
"tsunami-evacuation-route". Ge wordt verondersteld van 600m
parallel aan 't strand te lopen alvorens ge de bergen in kunt rennen.
Ge kunt dus wel best op tijd vertrekken denk ik zo.
En loopschoenen aandoen.
Over welke sokken ge best aantrekt ga ik het niet hebben
Toen we bij de Japanner terug de menukaart doornamen kregen we in de mot dat we de vorige avond in feite een "party-schotel voor 4 personen" besteld hadden… Vandaar die 50 sushi’s dus. Ik vond dat gisteren al vrij ruim berekend voor 2 personen.
Vanavond hebben we een sashimi-schotel besteld. Maar dan eentje voor een “party” van twee. De vis was kraakvers en verrukkelijk lekker. 
Na de maaltijd nog even gewandeld, sigaretten gaan kopen (mijn Marlboro-griezelprentjes verzameling is nu kompleet! Ze zetten hier de gruwelijkste foto’s op de verpakking om ’t roken te ontraden, en nu heb ik heel de collectie!) en terug met de hotelboot naar huis gevaren. Het bliksemde zo hevig en zo frequent dat uw ogen niet de tijd kregen om terug aan de duisternis te wennen. De bliksems flitsten om de seconde. De langste tussentijd was vier seconden! Het was precies dag! En toch viel er geen druppel regen. Als klank- en lichtspel kan dat hier wel elke avond tellen. Ik vind dat een heel goeie uitvinding, dat droog onweren.
We hebben van de assistent-manager gedaan gekregen dat we morgen onze kamer, in plaats van om 12 uur, pas om 16.30u moeten verlaten, dus hebben we nog iets aan onze dag als we vanavond nog alles ingepakt krijgen. Maar om mijn visschoteltje te laten zakken wou ik toch eerst even rustig op ’t terras zitten schrijven.
Ik wil trouwens nog efkes iets vies vertellen. Ja, ik weet het, dat zijn jullie van mij écht niet gewoon. Maar ’t is een interessant fenomeen.
Thuis vind ik het zeer genoeglijk om voor ’t slapengaan eens in mijn neus te peuteren, daar komt dan vanalle zooi uit. Zeker in tijden van verbouwingen met gyproc, maar anders toch ook. En daarnet ben ik tot de constatatie gekomen dat ik hier in drie weken tijd nog zelfs de behoefte niet gevoeld heb voor mijn avondlijke peuter. Gewoon omdat er hier niks in mijn neus zit! (Voor de wetenschappelijke onderbouw van deze bewering heb ik trouwens juist nog eens gecheckt.) Dus ge kunt u indenken wat een verschil van luchtvervuiling er is tussen hier en bij ons.
Lees verder : 25. "Een kano met chauffeur".
Klik hier


Het drieentwintigste deel van mijn reisverhaal.
(Al de vorige afleveringen kan je vinden in de linkerkolom van mijn blog)
Zondag, 26 november 2006.
23. Engelstalige apen.
Het ontbijt was weer klasse! Jammer dat ik niet veel honger had, ik was een beetje groggy van mijn regels. Het eeuwige lot van de vrouw, 5 dagen van de maand depri lopen te wezen van een pms-ke, en er dan als beloning nog eens 5 dagen "ongesteld" (wat een woord!) bovenop krijgen... Er zijn wel meerdere redenen, buiten niet meer te moeten werken, waarom ik rap een échte senior wil worden.

Aan tafel worden we bediend door Natty. Een rasecht homootje! Hij spreekt redelijk goed Engels, in feite zingt hij het. “Waaaant some mooooore tea madáááááám?” Elk zinneke eindigt drie toonhoogtes hoger dan het begonnen is. Zijn manierkes zijn zo verfijnd en precieus als die van een Thais danseuske. Hij is de vriendelijkheid en voorkomend hij in persoon.
In een van de verhalen die ik aan't schrijven ben komt een homootje voor dat "Toetje" heet. Dus toen ik Natty zo bezig zag kreeg ik weer een lading inspiratie en begon ik dus zoals steeds ijverig in mijn notaboekje wat ideeën te noteren. Met mijn kop vol Toetjes-gedachten kwam Natty met zijn theekan voorbij getrippeld en aangezien ik nog wel een taske lustte riep ik : “Toetje! Can you plea-”. Paul proestte bijna in zijn eigen tas thee, maar Natty vond het zo te zien niet erg om eens met een andere naam aangesproken te worden en schonk, sierlijk zijn een pinkske in de lucht, "the madáááááám" haar taske nog eens vol.
Het meisje dat u naar uw tafel begeleid is een klein fijn Thais dingske met een beugeltje rond haar tanden. Een design-beugeltje - zoals alles hier in dit hotel - maar dan een blauw! Als dat kind dus lacht dan ziet ge zo’n felblauwe grijns. Knap zenne.
Het bestek is ook zo design dat ge er amper mee kunt eten. Het is dure Wedgwood maar de steeltjes zijn rond, dus ge moet heel goed oppassen als ge soep eet dat ge uw lepel goed vastklemt want anders draait hij rond in uw hand en giet ge de soep telkens terug in uw kom. Op die messen hebt ge natuurlijk ook geen grip. De glazen zijn onderaan smaller dan bovenaan dus daar kunt ge ook best uw aandacht bij houden om geen ongelukken te doen.
Het leven van een rijke mens is blijkbaar niet comfortabel. Hyacynth Bouquet zou zich hier rot amuseren.
We genieten echt van ons paleis. We doen al geen moeite meer om nog een strandbed te gaan reserveren want op ons eigen terras is ’t veel beter om te relaxen, onze kamer ligt in de laatste blok van het baaike, dus we zitten pal aan zee. Dan ook nog aan ’t mooiste stukje, direkt tegen de rotswand. Beter kan hier echt niet. Rustig, een mooi zicht en ver weg van ’t drukke centrale gedeelte.
Paul heeft zijn "ontbijt-verteer-dutje" gedaan, ik heb geschreven, en dan zijn we gaan zwemmen. De zee is hier toch viezer dan in Koh Ngai, dat komt natuurlijk omdat er een dorpje in de buurt is en ook door het vele bootverkeer langs de kust.

Op de rand van het jacuzzi-bad dat overloopt in het grote zwembad.
Aan Thom, de half-Engels-talige spiegelglasbrildragende macho van de kano’s, ben ik gaan vragen wanneer de boot naar ’t dorp ’s avonds vertrekt en aan de receptie zijn we dan de ticketjes gaan halen om straks eens met het hotelbootje naar ’t dorp te varen. Alles netjes conform de geplogenheden...
We vroegen ook ineens aan de receptioniste waar onze dagelijkse “Bangkok Post” toch bleef, want we hebben nog geen enkele avond de beloofde krant ontvangen. Ze antwoordde doodleuk : “Oh? We hang it every evening on your door, but monkeys will have taken it!” Waarop Paul repliceerde : “Do you really think Thai monkeys are able to read English???” En o wonder, dit intelligente wezen zag de humor van de grap in en schoot in de lach. De eerste Thai met een echte, gemeende, schaterlach in plaats van het eeuwige ondoorgrondelijke glimlachje, die we hier in ’t hotel al tegen gekomen zijn! Ze verdient om manager te worden. Morgen vraag ik haar beslist als ultieme examenvraag de hoogte van de rotswand.
Tijdens ’t poetsen van de kamer zijn we rustig op ons terras blijven liggen. Normaal duurt een kamerkuiske 10 minuutjes maar aan dit gedoe zijn ze dus wel een klein uurke bezig. Nochtans hou ik het zelf heel goed op orde en ben ik zuinig op ’t verbruik van handdoeken enzo want het wringt me wel dat ik hier mensen in de tuin, gehurkt onder een grote zonnehoed, met de hand onkruid zie uittrekken die misschien maar evenveel per maand verdienen als onze kamer per dag kost.
Daarstraks werd er gebeld (ja, wij hebben een heuse deurbel, dat moet ook wel want dit kot is zo groot dat ge ’t kloppen op uw voordeur niet hoort) en een hotelbediende kwam een fruitmand aanbieden. Zonder woorden vanzelfsprekend. Er lagen van die vruchtjes op die ik vanmorgen aan ’t ontbijt als decor beschouwde … Ofwel is die mens ons dus eten komen brengen ofwel een schoon decoratief bloemstukje…
Na Paul zijn uitgebreid bezoek aan 't fitness-center hebben we wat op de lauwe deinende zee liggen drijven. Hoe plezant dat ook is, het geeft niet hetzelfde exotische gevoel als in Koh Ngai omdat ze hier niet zo zuiver en helder blauw is.
Er kwam een longtailboot naar ’t strand gevaren, de jongen sprong uit de boot en waadde aan land om hem vast te leggen, ondertussen rinkelde zijn gsm, hij nam die uit een zakje van zijn hemd, hurkte op ’t strand en begon in ’t natte zand ijverig een telefoonnummer te krassen dat hem duidelijk door zijn opbeller gedikteerd werd. Een enig beeld van de nieuwe soort van beschaving die hier zijn intrede doet.
Toen we terug boven waren weerklonk de hevigste donderslag die ik al ooit gehoord heb, en hij bleef maar duren! Hij weerkaatste blijkbaar tussen al de rotsen. Ondertussen scheen de zon dapper verder. Heel vreemd. 
De eerste druppels beginnen te vallen, dus doe ik maar een regendanske!
Maar iets later, net toen we de boot gingen nemen begon het te gieten. Wij dus met ons parapluke naar de drijvende pier die helemaal aan de linkerkant van onze baai ligt. Ik dacht dat we de enige gekken zouden zijn die gingen uitvaren, maar nee hoor, de rest kwam ook allemaal uit zijn kamers gesopt op weg naar zijn goedkoop diner in Ao Nang! Heel grappig zicht. Gelukkig stopte de bui toen de boot vertrok en bleef het voor de rest van de avond droog.

Op de drijvende pier om het hotelbootje te nemen. 
We vaarden, onder de schitterendste wolkenlucht en de ondergaande zon, wéér helemaal langs de twee baaien van Ao Nang en legden aan op één van de weinige plekken waar de speedboat aan land kan zonder dat de kostbare toeristjes hun voetjes nat moeten maken.

Onderweg naar Ao Nang.
Als je heel goed kijkt zie je links aan de horizon, in de mistnevels,
een nieuw groot hotelcomplex in aanbouw staan.
Ik zou er nooit willen logeren want hun gasten gaan er altijd eerst
een heel drukke baan moeten oversteken alvorens ze 't strand bereiken.
Ziet ge u al in bikini den Boomsesteenweg oversteken?...
Daar stonden verschillende tuktuks te wachten die de mensen helemaal terug rijden, alweer langs die twee baaien, naar de andere zijde van de rots die ons dus van ’t dorp scheidt. Heel omslachtig allemaal om toch maar die vijf minuten niet door zee te moeten waden, of over die Bobbejaanheuvel te moeten klauteren.
Het waren tuktuks van een soort die ik nog nergens gezien heb. Het is hier een brommerke met een soort maxi-"side-car" aan vastgemaakt. In het overdekte bakske kunt ge desalniettemin met een vijftal Westerlingen zitten, of een tiental Aziaten.

Op 10 minuten, en voor 40 bath, waren we dus terug op de plek waar we elke avond gingen eten. Maar deze keer was ons doel een tocht langs de twee winkelstraten. 't Was een lange aaneenschakeling van souvenirwinkeltjes, schildersateliers waar ze kopieën van o.a. Dali aan de lopende band maken, kleermakers, reisbureautjes, bars, restaurants, horlogewinkeltjes, gekopiëerde videotape-verkopers, en nog meer prul- en bazaartoestanden. 
Modern massage-centrum met airco.
Schilderijen-kopieërders-atelier.
De Boedha-souvenirs die ge hier vindt zijn duurder en van een veel slechtere kwaliteit dan diegene die ge tegenwoordig bij ons bij Blokker of Casa kunt kopen. Dus gedaan met loodzware godenbeelden van over heel de wereld mee naar huis te sleuren. Ferm gemakkelijk. Want als ik er over nadenk hoeveel van die loodzware beelden onze Paul al van overal heeft moeten meesleuren voor mij... 't Kon niet missen dat toen ik tot die constatatie kwam mijn arme muilezel ineens een stralende glimlach op zijn snoet kreeg.
Wel enkele toffe kussenovertrekken gekocht in Thaise zijde. Ik stond even te twijfelen over de aankoop omdat ik niet wist of die stof kon gewassen worden en toen Paul me vroeg waarom ik aarzelde sloeg ik een van de heerlijkste versprekingen sinds maanden uit mijn voeten : “Ik koop ze niet zo graag omdat ik bang ben dat het kassens zijn waar de kutten niet op mogen pissen.” Dat had dus moeten zijn : “… dat het kussens zijn waar de katten niet op mogen pissen.” We lagen zo ongeveer dubbel van 't lachen. Uiteindelijk hebben we ze toch gekocht en heb ik nog wat plezante kleren gevonden ook.

De zijden kussenovertrekken waarop onze katten zich goed
gaan moeten gedragen.
Een van onze doelen was ook een goed restaurant vinden. Ik ben al heel mijn leven gek op de Thaise keuken maar met wat ik deze reis allemaal al tussen mijn kiezen heb gekregen is mijn enthousiasme wat bekoeld geraakt. OK, alles kan altijd erger want in Vietnam hebben we eens 5 weken aan een stuk nog véél slechter gegeten. En de 4 weken in Birma is mijn maag ook nog niet vergeten. Maar deze reis is ze toch ook echt wel ongelukkig aan 't worden.
Aangezien we allebei dol zijn op Japans voedsel gingen we dus vanavond een Japans restaurant trachten te vinden. En een betaalbaar, want in ons hotel is er wel eentje maar daar betaalt ge meer dan 100 bath voor 1 sushi-ke.
We vonden een mooie eethut aan een relatief rustige straat waar we een schotel sushi bestelden voor 850 bath. Er lagen er maar liefst 50 op!!! Overheerlijke, koele, verse sushi's... Verrukkelijk! En we hebben die allemaal opgegeten. Goddank dat we maar 1 schotel besteld hadden. We hebben in geen tijden zo lekker gegeten! In ons hotel zou dat grapke dus 10 maal zoveel gekost hebben. Net zoals een blik bier hier 25 bath kost en in ’t hotel 250 bath (aan ’t zwembad dan nog, niet eens in de nachtclub.)

Het schoteltje sushi...
Na het 't goddelijke diner moesten we kiezen tussen ofwel nog een uur tussen de winkeltjes ronddarren en een taxi terug naar die pier nemen om met de boot terug te varen, ofwel te voet onze berg over te klimmen.
Toch maar besloten ons nog maar wat langer in ’t dorp te amuseren om de vermoeiende apenwandeling te vermijden. Ik wou nog een draakje om - volgens de regels van de feng shui - mijn nieuwe "hobbithol", dat ik de laatste maanden thuis aan 't bouwen ben geweest, te beschermen, en ik had er leuke gezien.
Het enige jammere was dat de verkopers allemaal hartstochelijk bleven beweren dat de draakjes uit sandelhout gesneden waren terwijl ik na grondige keuring voor 100% zeker ben dat ze van plastic of kunsthars gemaakt zijn. (Ik heb me 1 keer op Koh Samui plastieken goden laten aansmeren, dus ik zal ’t verschil nu toch wel kennen zeker!) Desalniettemin heb ik op de duur, willens en wetens toch maar, na het obligate afpingelen, zo’n draakje gekocht. Eens die kwatta doorhad dat ik er aan gesnoven had en wist dat het plastic was ging de prijs van 550 naar 350 bath. Nóg veel te duur voor wat het is, maar kom, ik vind het een lollig beeldje dat een herinnering aan een geestige avond met zich meedraagt.
Mijn draakje begint aan zijn eerste taak :
de bescherming van de hotelkamer!
Dan hebben we met pak en zak terug een tuktuk genomen naar dat piertje waar de rest van de zwaarbeladen en volgevreten hotelcollega’s ook aan ’t instappen waren. Alweer zat dat bootje vol. Een beetje verkeerd vol, want het geraakte niet weg en liep vast in ’t zand. Op de duur zijn we toch kunnen vertrekken onder de donkere sterrenhemel, alweer konstant opgelicht door bliksems. Heel raar, maar ik heb het in Thailand al zo dikwijls weten bliksemen zonder dat het regent.
Bij onze thuiskomst zat onze Bangkok Post ineens aan de deur vastgemaakt! De aap zal zijn bril niet op zak gehad hebben waarschijnlijk. Ofwel had hij zijn Humo nog niet uitgelezen. Morgen ga ik alleszins die lieve receptioniste bedanken en haar de laatste examenvraag stellen, als ze juist antwoordt dan promoveer ik haar tot directeur van ’t spel. De cruciale vraag zal dus luiden : “How high are the rocks that are surrounding the hotel?”

De Bangkok Post.
Maar trieste avondlectuur want de moslimrellen zijn hier maar
een hondertal kilometer zuidelijker nog altijd in volle gang.
Ze eisen dat de boedhistische en christelijke winkeliers,
in plaats van alleen op zondag te sluiten, ook op vrijdag
hun zaak dicht houden. Als ze aan die nieuwe regel niet
gehoorzamen worden ze vermoord. En dat gebeurt dan ook dagelijks.
Er zijn de laatste dagen ook al heel veel leerkrachten gedood
en de scholen zijn gesloten. Kan al beter mijn eigen verhalen
verder gaan schrijven, die zijn een pak vrolijker.
Nog lekker wat schrijven op 't monsoon-terras.
Een andere vraag die ik eens ga proberen te stellen aan wat hoger kader is “Which nationality does the hotel-manager have?”, maar ik moet die vraag simpeler maken dus ik ga het omvormen tot : “ Where does manager come from?” Anders is het te moeilijk.
Het intrigeert me van waar hij komt want op die man zijn badge staat precies een Oost-Europese naam en hij spreekt mooi Engels. Ik ben nu met Paul aan ’t wedden welke antwoorden we hierop gaan krijgen. Het is natuurlijk multiple choice. Ik word een echte Gokchinees en heb er op gegokt dat het antwoord gaat zijn :
“Manager come from room 1”.
Kans twee is : “Manager now sleep”.
Mogelijkheid drie : “Here.”
Keuze vier : “Yes.”
Ofwel vijf : “???”
Maar ge zult zien, ze zullen me toch verrassen met nog andere antwoorden. Ze zijn moeilijk in te schatten deze jongens.
Als ge hier ’s avonds vanop de trap naar onze kamer naar boven kijkt, tegen de rotswand omhoog, waarop bomen groeien waarvan ge niet kunt begrijpen hoe ze zich tegen die steile zijkant ooit kunnen geworteld hebben, dan hebt ge ’t gevoel dat ge aan ’t duiken zijt. Het lijkt alsof ge op de bodem van de zee staat en de rots lijkt dan begroeid met planten waarvan de bovenste lagen hun silhouet tegen de maanverlichte lucht afsteekt als tegen een donkerblauw wateroppervlak. Precies wat ge overdag onderwater in ’t miniatuur ziet als ge maar diep genoeg duikt en dan uw blik omhoog richt. Alle dingen in de wereld keren steeds maar terug. Soms in ’t heel klein, zoals in het kleinste stukske van een koraal dat nog altijd uit microscopische “bloemekes met tentakeltjes” blijkt te bestaan en dat hoop en al een halve centimeter groot is. En soms in rotsen van honderden meters hoog. Zeeën zijn verwisselbaar met luchten, vissen met vogels, en koralen met bomen.
En nu ga ik mijn kussenovertrekken bewonderen en zien of er echt wel ritssluitingen aan zitten die open en dicht kunnen of dat ik toch weer in ’t zak gezet ben. En me daarna oprollen in mijn superbed. Ah nee. Eerst nog de worsteling met al de jaloezieën...
Lees verder : 24. "De tragedie van de sokken."
Klik hier.