Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
akke.beakke.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 23 mei 2011 tot 29 mei 2011

Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 11.

Donderdag, 12 mei 2011.

Aan boord van de Rosenwiller.
Voor de sluis van Saverne.

11. Dromen gaan in vervulling.

Bij het zoeken naar onze slaapplaats hadden we vermeden om in de buurt van dorpen, grote wegen of spoorbruggen terecht te komen. Midden tussen de weiden was het zalig stil. Hier zou beslist geen onverwacht lawaai opduiken.
Gisterenavond hoorde ik wel schieten en ik dacht nog “Die Fransen zijn toch voor niks beschaamd, jagen in de lente, als al de dieren jongen hebben...”
Vannacht hoorden we rare muziekjes en berichten. Allemaal heel kort. Er vlogen ook enkele super lawaaierige helicopters over. (Een beetje overkill want zóveel hebben we hier nu toch nog niet misdaan...)
Aangezien we al bijna twee weken geen nieuwsberichten gehoord hebben overwoog ik of Frankrijk misschien met Lybië in een oorlog zou verwikkeld zijn geraakt. Enfin, ik voelde mij hoe langer hoe meer in Sri Lanka en dat maakte de vakantie er alleen maar aangenamer op.
Tot we vanmorgen op de kaart keken en zagen dat hier een militair oefenterrein lag! Toen was het verband met de gecamoufleerde soldaten, de geweerschoten, de vreemde radioberichtjes en de helicopters snel gelegd. Leven is toch echt wel een onvoorzienbare bezigheid. Maar dat nam niet weg dat ik toch weer overheerlijk geslapen heb.

De dag begon met een grauwe hemel die als een halfnatte dweil over onze boot gespannen stond. De blatende schapen in de wei moeten zich als sponzen gevoeld hebben. We namen uitgebreid de tijd om eitjes en spek te bakken en onze boot een klein beetje aan kant te brengen. Maar de zon kwam niet op de afspraak en we moesten uitvaren in de grijzigheid waarin zelfs het betonfabriek niet opviel. Paul wou en zou desalniettemin de boot van op het bovendek besturen. Dat is inderdaad iets makkelijker omdat het stuur daar pal in het midden staat - dat in de binnenkajuit bevindt zich rechts, zoals in een auto.
Er is wel meer zoals een auto. Als ge betrapt wordt op overmatig alcoholgebruik dan wordt niet uw vaarbewijs afgepakt (aangezien ge dat niet hebt) maar wel uw rijbewijs. Bij te snel varen wordt ge beboet en die boetes zijn contant te betalen. Vandaar dat de boten van Nichols tegenwoordig op 8km per uur gelimiteerd zijn. Al te veel toeristen hebben hun boetes al willen betalen met creditcard blijkbaar. Want hier wordt verdorie wat afgedronken! Er passeert geen boot of de bierblikken en wijnflessen staan in groten getale op de tafels. Het gedrag van de passagiers is dikwijls ook navenant. Al maar goed dat ge maar 8 per uur moogt varen, ik zou het anders niet willen meemaken.

Maar zonder alcohol valt er evenveel lol te maken. Eergisteren besloot Paul te filmen terwijl ik de boot bestuurde. Hij stond met zijn rug naar de vaarrichting, ik zag wat overhangend lover, dus ik manoevreerde ongemerkt naar de oeverkant zodanig dat mijn echtgenoot onverhoeds met kop en camera in de bladeren verzeilde. Het kan alleen maar bijdragen aan het humoristisch gehalte van onze film. Eén van zijn grote verzuchtingen was dat hij zo graag eens overboord wou plassen, als een echte zeeman. Vanzelfsprekend wou ik hem die kans met plezier gunnen. Ik besloot vandaag zijn wens waar te maken, met dit treurige weer waren er toch geen andere boten te zien. Ik nam het roer over en stuurde hem benedendeks - ik vond dit geen experiment om vanop het bovendek te doen wat onze livingramen stonden open - we vaarden door een bos maar vanop mijn hoge troon zag ik dat net achter de bocht enkele huizen vlak aan de oever stonden. Ik riep dus naar beneden : “Zet u maar in positie! Geen mens kan u hier zien!”. Geen 20 seconden later hoor ik :”Miljaarde!!! Staan hier toch wel ineens huizen zeker!!!” Tja. Dus ging de sukkelaar het, na het passeren van de huisjes, maar langs stuurboord proberen waar het nog altijd bos was. Ongemerkt had ik de boot al naar het midden van het kanaal geleid, zodanig dat ik zonder gevaar mijn roer plots kompleet kon omgooien en direct terug omgooien zodat we hevig gingen zigzaggen. Overbodig te zeggen dat twee meter onder mij de Heer weeral vol vuur werd aanroepen. Gelukkig dat ge een wens maar 1 keer moet vervullen. Zeker de deze.

Na de verlossing besloot mijn heer het roer terug over te nemen zodat ik wat op het terras van het uitzicht kon genieten en wat bijschrijven. Ik heb zelfs ook nog een droom kunnen waarmaken en heb even op het bovendek in de zon gelegen. Ik wou per se testen of het breed genoeg was voor mij, en inderdaad, een mens van 1.70m kan in alle richtingen lekker uitgestrekt liggen. Ge ziet dan de boomkruinen en de wolken boven u voorbij zweven en dat is wel een heel apart gevoel.

We vaarden opnieuw over de hoge brug die over een beek en een baan loopt en vlak daarachter zag Paul een weide vol ooievaars!! Het was een heel verwarrend zicht, want net daarachter stonden een hoop dikke witte koeien, dus het was eerst niet zo heel duidelijk wat die stilstaande zwart met witte beesten waren. Hij stopte (nou ja, stoppen... we legden ons in “zwalp”-modus) en inderdaad daar zaten maar liefst 50 ooievaars te rusten! Een machtig zicht. Heel af en toe vloog er eentje een cirkeltje maar het was duidelijk pauze. Ze zaten wat te grazen, sommigen deden een dutje, anderen waren genoeglijk met hun kapsel in de weer. Zouden ze nog op trektocht zijn? Dat kan toch niet want eigenlijk zouden die nu toch op hun nest moeten zitten? De jongen zijn al geboren! Misschien was het gewoon een uitje van “De Gouden Passer”, allemaal dames die eens een dagje vrijaf namen, terwijl de heren op de jongen pasten?

Eindelijk, na drie dagen, maakte ik mijn grootste droom waar : op de voorplecht, aan het ingebouwde tafeltje, zitten schrijven in de zon. Wat een luxe! Dit was helemaal hoe ik me zo'n boottocht voorgesteld had! Al het moois zachtjes zien voorglijden en het ondertussen kunnen beschrijven. De typfouten haal ik er later wel uit, het zijn de eerste impressies die tellen. Zien en schrijven, zonder na te denken, heel spontaan registreren. De verschillende pasteltinten van de huizen en boerderijen opmerken, en merken dat aan de ene zijde van de boomstammen naast het kanaal een ander soort mos groeit dan aan de andere kant van hun stam. Door de wind? Door de zon? Ik weet het niet. Ik zie het alleen. En het is mooi. Sommige oevers zijn afgemaakt met platen die ooit van metaal moeten geweest zijn, nu lijken ze organisch. Uit elk gaatje groeit een plantje en het water heeft roestvlekken nagelaten zodanig dat het lijkt of er allemaal mannetjes op getekend zijn. Een galerij van figuurtjes zweeft op de waterlijn voorbij. Het lijkt wel of ik al zittend een tentoonstelling passeer... De rust is enorm, op de voorplecht is het stil, en hoewel het al na de middag was waren we amper twee boten tegengekomen. Die dan nog stil lagen ook. De lucht is opnieuw blauw gewatteerd met pluizige witte wolkskes. En die zie ik vanuit mijn groene tunnel. Het water is donkergroen, de bermen zijn bruin en mosgroen, vervolgens een laag frisgroen gras en riet en daarboven de geel en grijs bemoste boomstammen bekroond met kruinen in alle tinten groen naargelang het soort van boom.

Het aanmeren is ook al lang niet meer zo een drama. Niet meer sinds ik Paul aan zijn verstand heb gebracht om eerst de boeg vast te maken. Ik moet nog wel telkens naar de meerpaal gaan om zijn kunstige macramé te ontwarren (waar een begijntje jaloers op zou zijn) en het geknossel vervangen door een eenvoudige knoop. Piketten inslaan gaat ook prima. Het valt me op dat ik hier veel beter tegen geluid kan omdat het hier allemaal enkelvoudige geluiden zijn en niet het ratjetoe van een stad die altijd een chaos in mijn kop veroorzaakt.

Vandaag blijkt de dag van de vissers te zijn. Niemand vaart, iedereen vist. Het fijne is dat de vissers totaal niet boos worden als ge voorzichtig, zo ver mogelijk van hun lijnen verwijderd, voorbijvaart. Integendeel ze groeten hartelijk.

Voor we het wisten, om 13 uur, lagen we al voor het rode licht van de eerste korte tunnel. Paul meldde ons aan via de intercom op de oever, ik raakte eindelijk mijn twee vuilzakjes kwijt bij een gebouw van de kanaalorganisatie, en na 5 minuten vaarden we de tunnel binnen. Toverachtig moment om hier aan mijn schrijftafeltje door de semi-duisternis te glijden. Wat een ervaring en zo een rust! OK, straks bij de sluizen zal het er wel heel anders aan toe gaan, maar deze goddelijke momenten kunnen ze me toch weer niet meer afpakken. Helemaal alleen vaarden we door de tweede, lange, tunnel. Machtig gevoel. Vlak achter de uitgang begint een wandelweg naar de reeks van 17 oude sluizen. Ik had ze graag op de heenweg al eens bekeken en nu hadden we de tijd. We ontmoetten een oude Belgische schipper die vroeger die 17 sluisjes nog gebruikt had. Destijds werd hier het geduld pas echt op de proef gesteld.

Om de 50 of 100 meter lag een sluis mét een sluishuis. Naast het kanaaltje zagen we nog resten van de sporen van het treintje dat de boten voorttrok. Nog vroeger gebeurde dit zelfs met paarden. Tijd om de volledige wandeling te maken hadden we niet maar we zagen toch de eerste vijf sashuisjes.
In de oude kanaalgeul stond nog water, en dat werd nu voornamelijk bewoond door kikkers en libellen. De sluisdeuren waren even roestig als die van gisteren maar sommige van de huisjes werden nog bewoond. Het was een veel lieflijker plek om te wandelen, maar de mysterieuze sfeer van gisteren ontbrak hier totaal. Tijd om ze allemaal te gaan bekijken hadden we niet. We moesten stilaan voortmaken om bij de scheepslift van het Plan Incliné Saint Louis-Arzviller te geraken. Daarachter wachtten ons nog 17 sluizen...

Voor de scheepslift lagen nog twee andere boten aan te schuiven. We kregen even een voorproefje hoe deze trip er in de zomer moet uitzien. Een boot vol zatte Duitsers in zwembroeken had zijn muziekinstallatie zo hard staan dat heel de berg kon meegenieten. Een gruwel. Na al de rust plots terug oordoppen moeten dragen...
We versasten samen met de discoboot en een Nicols Quattro met Zwitserse mensen. Eens beneden bleek de discoboot gelukkig aan te leggen. Het zou voor mij de hel geweest zijn om samen met die boot door de eindeloze reeks sluizen te moeten varen.

De boot voor ons was heel a-sociaal, die palmde de sluis voor zich alleen in, en sloot de poorten voor de neus van de Zwitsers. Dus besloten wij en de Zwitser in het vervolg samen te versassen. Dat werd een prima samenwerking. Zij waren niet gehaast en legden al in Lutzelbourg aan, voor ons ging de race verder. Wij moesten nog proberen om voor 19 uur 13 sluizen te passeren...

Ondertussen was ons teamwork met enorme sprongen vooruit gegaan. Paul parkeert in een sluis als met een auto in een garage, ik spring vlot van boord op de kade, zwier mijn touw rond een meerpaal, en trek aan de blauwe stang.
Naar lagere niveaus doorsluizen is stukken makkelijker dan op de heenweg, toen we altijd omhoog moesten versassen. Ge begint niet in het diepe en kunt de stang vanop de kademuur bedienen. Met uw voeten stevig op de grond is het helemaal niet zwaar om de stang omhoog te duwen. Ge wacht tot de poort dicht is en terwijl ge zakt leidt de ene de boot aan een touw de diepte in en de andere staat op de boeg om met de enterhaak de boot van de sluismuren weg te duwen. De boot ligt ook veel stiller omdat het water uit de sluis weggepompt wordt, in plaats van met veel kracht er in gestuwd.

We waren de enigen op het kanaal, elke sluis was vrij, we raceten (aan 8 km per uur dus...) van de ene naar de andere, zelfs het automatische tijdsmechanisme van de sluizen kon ons tempo niet volgen. Om kwart voor zeven namen we de voorlaatste sluis en om kwart na zeven stonden we voor de sluis van de stad Saverne. Te laat dus. Op nog geen kilometer van het botenbedrijf waren we gestrand. Niettemin hadden we ons traject op een recordtijd gevaren. Twee tunnels, een scheeplift en maar liefst 13 sluizen op 4 uur tijd!

We keerden een hondertal meter terug en even voor de sluis vonden we een rustig aanlegplekje. Op ons terras zaten we nog lekker van een aperitief te genieten in de laatste warme stralen van deze geweldige dag. Paul schonk zich een glas wijn in en ik mixte mijn nieuwste soort longdrink : cola, bruiswater, citroenlimonade, opgefleurd met een blaadje munt.

Restaurant “Oud Sluis”- zoals we onze keuken ondertussen al enkele dagen noemen - serveerde couscous met lamvlees en groenten. Onze “warm eten”-voorraad raakte stilaan op. Ofwel moesten we morgen naar huis, ofwel terug naar de Aldi in Saverne. We zaten zeer in dubio. Het was hier zo’n zalig weer, we zouden de boot makkelijk nog twee dagen langer kunnen huren en een keer naar Straatsburg varen. Maar thuis wachten onze zalige zeven... Een hartverscheurende keuze... Die we dan maar uitstelden tot morgen...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 6 B

Oeps! Per ongeluk een reisverhaaltje overgeslagen... Nu wordt het helemaal een chaos... Maar ze komen allemaal netjes onder mekaar, in volgorde, op een apart blog, net zoals de andere reisverhalen. Eén van de dagen...

----------------------------------------------------------------------------------------------


Zaterdag, 7 mei 2011.
Gasthof Belchen Multen, Aitern.

6. Jodelen tijdens 't rodelen.

Na een genoeglijk, rijkelijk ontbijt begonnen we aan onze gevulde “to do”- list. Het is zaterdag, dus het was nu of nooit. Eén van de neusbeentjes van mijn bril is afgebroken (door steeds mijn zoeker tegen mijn neus te drukken, met de Nikon gebruik ik het scherm niet om te fotograferen). Er schoot alleen een heel scherp puntje plastic over dat steeds in mijn huid drukte. Niet zo gezellig. Gisteren hadden we aan Walter gevraagd waar we op zaterdag een optieker konden vinden en dat bleek in Todtnau te zijn. Tof, want daar wilden we toch naar de watervallen gaan kijken.

Met ons ontbijt-theetje op het hotelterras belden we eerst naar Cindy van Nicols Saverne om de reservatie voor onze boottocht in Frankrijk te bevestigen, en vervolgens naar Graufthal om terug dat hotel te boeken voor zondagavond. En dan gingen we op pad naar de optieker en naar een apotheek - want Paul zijn rug ligt zo stilaan aan diggelen - om Traumeel zalf & pilletjes te kopen. Iets wat volgens mij hier wel te vinden zou zijn, want het klinkt alvast Duits.

In Todtnau vonden we onmiddellijk een lieve optieker die de glazen van mijn twee brillen onderling ging verwisselen. Gelukkig dat ik twee dezelfde monturen heb. Ge moet u de situatie voorstellen, ik in Pfaff-Duits : "Ach mein Herr, Ich habe ein Problemchen. Das Naseflüchelein von meinen Brill ist afgebrochen, können sie vielleicht die Gläser wechseln mit die von mein anderen Brill..."

Ondertussen besloten we een apotheek te zoeken. Nog voor we daar waren viel ons oog op een berg met de grootste Rodelbahn van Duitsland. Onze interesse was instant gewekt! Toch eerst de apotheek binnengelopen en alvast 1 tube Traumeel zalf en 5 potjes Traumeel pillen gekocht. Vooruitziende vrouw zijnde vreesde ik al dat die Rodelbahn Paul's rugpijn niet echt veel vooruit zou helpen.

We moesten toch een uurtje in het dorp blijven tot mijn bril gemaakt was, dus voor ik het in de mot had stond Paul al aan de kassa van de zetellift. Ik trachtte hem nog te overtuigen om dit uitstapje voor de namiddag te houden, maar met mijn doppen in liep de conversatie kompleet in de mist. Voor we het wisten zaten we in een zetelliftstoeltje en werden we de berg opgetrokken. Links van ons liep de rodelbaan. Het zag er de moeite uit. Plots zweefden we voorbij een bosje, en bleek de sleebaan nog verder te lopen... Dat was al méér dan de moeite. Na het derde groepje bomen zagen we ze helemaal, er kwam gewoon geen einde aan! Dit was indrukwekkend! Drie kilometer bochten over een hoogteverschil van 360 meter! De kerk in het dorpje onder ons werd kleiner en kleiner, en onze opwinding steeg met elke meter die we hoger zeilden
Met de zetellift werden zowel passagiers als sleeën als fietsen omhoog getrokken. In dit seizoen bleek voornamelijk de mountain-bike afdaling gewild. De rodelbaan lag er verlaten bij. In de zomermaanden kan de aanschuiftijd tot 2 uur oplopen...

Boven propte Paul zich achterin de slee, ik plantte me voorin, tussen zijn benen, en Irma vond een plek tussen mijn knieën. De achterste passagier moest de rem bedienen. En daar gingen we! We hadden zoiets nog nooit gedaan, maar veel kunst leek er niet aan. Bij elke scherpe bocht stond er een verkeersbord “Bremsen”, maar Paul vertraagde helemaal niet. Dus riep ik elke keer “remmen!” maar hij vroeg zich af waarom, en we raasden doodleuk verder. Joelend, jodelend als kleine kinderen. Tot ik na een kilometer toch zijn aandacht op de bordjes kon vestigen. Het was allemaal zo rap gegaan dat hij ze nog niet had zien staan. Begrijpelijk, want hij was ondertussen ook nog aan het filmen, dus remmen was duidelijk te veel gevraagd. Ik ondernam dappere pogingen om een foto van Irma te nemen met op de achtergrond het dorpje in de diepte, maar door de snelheid en de onnoemelijk vele bochten was dat geen sinecure. Het was een zalig hilarisch ritje en ‘t fijne was dat er niemand voor of achter ons kwam. We moesten ons voor niemand generen. Nu niet dat we dat ooit doen, maar toch. Kompleet murw en overgelukkig bereikten we de aankomst.

Onderaan de zetellift was een zonnig terras vanwaar we een goed zicht hadden op de afdaling van de mountainbikers. Het interessantste vond ik hun kleding. Het leken wel wezens van planeet “Disco”. Gestreepte en gevlekte pakken in de afgrijselijkste kleuren, en helmen die iets weg haddden van Guatemalteekse maskers. Met een rotvaart zoefden ze over de aarden baan naar beneden, slingerend tussen de bomen dan ook nog. Ik hoop dat hier vlakbij een ziekenhuis is.

Terug bij de opticien bleken mijn glazen in het andere montuur te zitten, maar mijn leesbril was kompleet gedemonteerd. Tja, dat was wel lastig, want die gebruik ik als ik ‘s avonds zit te schrijven. Dus heeft die lieve man dat wrak ook nog terug in mekaar geprutst terwijl ik nostalgisch zijn uitstalling van koekoeksklokken stond te bekijken. Als kind hadden wij er thuis ook eentje, maar dat was een zuinige, ah ja, het was er één van ons ma. Onze koekoeksklok had een nepdeurtje. Er leefde helemaal geen koekoek in. Ik moest me echt inhouden of ik had bij deze vriendelijke mensen zo’n monsterke gekocht, puur uit nostalgie.

Na voor de zoveelste keer een bancontact geplunderd te hebben reden we richting Todtnauer watervallen. De bedoeling was een kort wandelingetje te maken tot aan de grote waterval. Het zou de hoogste van Duitsland moeten zijn, met haar 100 meter, maar ze zijn hier precies nogal kwistig met die uitdrukking. Uiteindelijk draaide het er op uit dat we heel de weg van de waterval omhoog geklommen zijn tot op het eindpunt. De wandeling bleef prachtig. Langs vele kleine watervalletjes, door bossen, langs rotsen. Regelmatig was er een brug aangelegd om de waterval van de andere zijde te bezien, en de grote was inderdaad echt wel hoog. Ook daar konden we nog tot aan de top klimmen, en daarboven lag de volgende. Die we natuurlijk ook nog moesten zien... Ik hoopte op het einde een café te vinden, maar er bleek enkel een groot “Bergluchtkuuroord”, en die mensen schijnen niet te drinken. Helemaal achteraan vond ik een “Gästezimmer” en ik besloot aan te bellen. Een lieve vrouw verkocht ons onmiddellijk bronwater en nodigde ons uit het in haar tuin op te drinken. In ‘t zonneke, 24°, in mijn onderhemdje, op het stille einde van de wereld.... Paradijselijke momenten.
Natuurlijk moesten we nu wel helemaal terug naar het begin van de wereld. Gelukkig was dat bergaf. Maar toch werd het een langdurige klus.

Om vier uur kwamen we terug aan de auto en hadden we nog altijd niet gepicknikt. We hebben ons dan maar beperkt tot een tros bananen en veel, veel drinken.
De volgende waterval die op ons programma stond was de Fahl waterval. We begonnen op een bangelijke hoogte en het pad volgde een zielig watervalleke dat zich een weg strompelde tusssen omgevallen en omgehakte bomen. Triestig. En steil. Ik zag het echt niet meer zitten om nog eens helemaal naar boven te klimmen, dus nam ik de camera-zooi mee en daalde verder af terwijl Paul gezwind terug de berg opstapte om de auto te gaan halen. Een win-win-situatie. Dacht ik. We hadden afgesproken aan Hotel Lawine, een groot ding dat we in het oprijden aan de baan hadden zien liggen. Alleen jammer dat mijn pad niet naar Hotel Lawine bleek te leiden. Ik bleef maar de bosrand volgen en kon de brede beek nergens over steken. Toch niet met de camera’s. Op de duur vond ik een doorgang en stuurde een sms naar Paul : “Ik zit op de mesthoop van Gasthaus Adler”. Vanzelfsprekend was ik daar liever op het terras gaan zitten, maar dat lag vlak aan een rotbaan met veel moto’s, en in de tuin speelden een hoop kinderen... dan verkoos ik toch wel de achterzijde van de zaak. Enfin, we hebben mekaar terug gevonden.

Aangezien onze voeten nog enkel goed waren om gas te geven besloten we de top van de Feldberg eens te gaan bekijken. Was me dat een droevige bedoening! Zo kaal! Alles was hier opgevreten door de ski-industrie.
Op de top staat het allerlelijkste hotel van het Zwarte Woud (dat hoop ik althans). Het zeventiger jaren onding, met gevels uit reflecterend glas, maakt deel uit van een conglomeraat van andere bouwkundige draakjes. Zoals een café gehuisvest in een plastic bol (voor de après-ski) en een troosteloze galerie met winkeltjes. De andere gebouwen in de buurt waren al niet veel mooier. Het woord verkrachting is hier op zijn plaats. Ze proberen het momenteel nog wat te redden door een educatief plekje neer te poten - “Das Naturhaus”- met daarrond een tuin met uitleg over de verschillende vegetaties van de streek. Heel zinnig, maar toch niet meer dan een pleister op een houten been.

De uitleg op de borden in de tuin leerde ons wel enkele interessante weetjes. Vroeger was het hier een loofwoud maar door menselijk toedoen (zilvermijnen, woudontginningen, veeteelt,...) hebben enkel de sparren het overleefd. Die gaven het woud het donkere aanzien, vandaar de naam “Zwarte Woud”, en daarom waarschijnlijk dat ik het in mijn jeugd een troosteloze plek vond. Tegenwoordig probeert men zoveel mogelijk dennen te vervangen door loofbomen en op sommige plekken is dat resultaat al aardig te zien. Het woud glundert in talloze tinten groen. We zullen over 50 jaar nog eens terug moeten komen, dan staat het misschien al een beetje verder met het kleurenpalet dat ze hopen te bereiken.

Toen we aan ons Gasthof kwamen stond de hof vol moto’s... Maar liefst 10 motorrijders waren in mijn oord van stilte neergestreken! Ik heb toen wel aan de gastvrouw moeten uitleggen dat er iets mis wat met mijn oren, en ze vond het prima dat we buiten zouden eten. Onder ons tweetjes, met zicht op de bergen, smullen van asperges en hertengebraad met paddestoelen, gebakken appeltjes en spätzle. Om duimen en vingers af te likken! En we konden dat nog doen ook, want er was geen kip die ons zag zitten. Een ietwat koel, maar overheerlijk einde van een fijne dag!

Geschreven door Laathi om 21:38 Reageer op dit bericht

De Kokerjuffer!

Bedankt Redpoppy om dit artikel door te sturen!!!

TRICHOPTERA : KOKERJUFFERS of SCHIETMOTTEN

De levenscyclus van de kokerjuffers verloopt als volgt:

ei > larve > pop > imago (volwassen insect)

Het larvestadium

Indien je in een rivier enkele stenen opvist en omdraait ontdek je zeer dikwijls kokertjes die op de steen geplakt zijn. In die kokertjes leven de larven van de schietmotten.
Niet alle larvesoorten leven in een kokertje dat aan een steen gehecht is. Er zijn soorten die met hun kokertje rondkruipen over de bodem en tussen de planten. En er zijn ook soorten die geen kokertje hebben en die vrij op de bodem en tussen de planten rondkruipen.

Het popstadium

Naargelang het seizoen vordert sluit de larve haar kokertje af en gaat zich verpoppen. De vrij levende larven spinnen een cocon waarin de verpopping plaats vindt. Na 8 a 14 dagen bijt de verpopte larve haar koker of cocon stuk en zwemt als pop naar de oppervlakte. Sommige soorten kruipen langs plantenstengels naar de oppervlakte.
Aan de oppervlakte gekomen kruipt de schietmot uit de pophuid en vliegt onmiddellijk weg.

Het volwassen insect of imago :

sedge.jpg Kokerjuffers zijn gemakkelijk te herkennen. In rust vouwen ze hun vleugels als een dakje over hun lichaam. De vleugels zijn fijn behaard en glanzen niet. Ze rusten meestal in de bomen aan de onderkant van een blad.
Kokerjuffers vliegen vaak in grote groepen vlak boven het wateroppervlak. In de vlucht ziet men duidelijk de vier vleugels, wat alleen ook bij de steenvliegen het geval is.
De volwassen schietmot eet en drinkt en leeft twee a drie weken. Gedurende die periode wordt de vrouwelijke schietmot bevrucht waarna ze haar eitjes aflegt. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: al vliegend, op het wateroppervlak drijvend of door onder water te duiken en de eitjes op stenen of andere obstakels te deponeren.


Meer info op http://www.franksawyer.be/Artikels/Insectenkennis.php vanwaar ik dit artikel kopiëerde.

En morgen het vervolg van het reisverhaal!

Geschreven door Laathi om 19:43 Reageer op dit bericht

Het beestje

Kijk nog eens goed. Ik betwijfel of het een glazenwasser, libelle of wat dan ook is.
Het diertje leeft als een kreukel in een koker waar allemaal kleine keitjes op geplakt lijken. Het verlaat die koker niet. Hij draagt zijn huis constant mee en bij gevaar verdwijnt zijn lijfje er helemaal in. Ik weet natuurlijk niet of ge hem los kunt maken uit zijn koker want dat heb ik niet geprobeerd, zo'n dierenbeul ben ik niet. Ze leefden in een ondiep plasje van een zacht stromend beekje. Op sommigen hun koker zaten stukjes hout geplakt. Die aanzag ik eerst voor vleugels, maar het bleek enkel camoeflage te zijn. De dieren zijn behoorlijk sterk en nog vlug ook.

.dsc09033copy.jpg

dsc09041copy.jpg

dsc09054copy.jpg

Geschreven door Laathi om 17:31 2 reacties Reageer op dit bericht

Het vreemde onderwaterbeestje...

Misschien hebt ge op de vorige foto niet eens het diertje ontdekt. Hieronder een album van hem, waar hij telken groter opstaat om te eindigen met zijn portretje.

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/ElzasZwarteWoudOnderwaterbeestje?authkey=Gv1sRgCNLHwbXspI2bLA
#

Moest iemand de naam van dit mooie zonderlinge wezen kennen laat het aub weten!
Geschreven door Laathi om 00:17 3 reacties Reageer op dit bericht

Zoek het beestje!

Ik heb in dat plasje op ons mini picknickeiland midden in het Zwarte Woud toch weer een raar beestje gevonden...
Echt een prachtdier!

dsc0182copyg.jpg

Wie kan het dier vinden? Morgen foto 2...
Geschreven door Laathi om 20:05 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten