Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
akke.beakke.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 7 november 2011 tot 13 november 2011

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 6.

Dinsdag 6 september 2011.

Op de Olonzac.

6. Bladstille en lawaaierige bomen.
 

Zo mogelijk werd ik vandaag nog ongelukkiger wakker dan gisteren. Aan al de stress heb ik een flinke buikloop overgehouden en een kop als een ketel. Het Canal du Midi bleek heel mooi, maar in mijn ogen, of beter gezegd, in mijn oren, heel lawaaierig. De wind, het klotsen van het water, het grotere aantal boten als tijdens onze vorige tocht in de Elzas,… Ik besloot me maar terug onder mijn dons te stoppen in de kajuit met mijn doppen diep in mijn geteisterde oren gepropt. Niet direct de manier om van een kanaaltocht te genieten… Alles samen leidde dit tot een reuze onweer. Deze keer niet buiten, maar binnen in de boot.

Alles was gelopen zoals ik al twee weken verwacht en voorzien had, als we per se de Belgische vrienden zouden moeten gaan bezoeken alvorens we aan de boottocht begonnen. Ik was het eigenlijk allemaal kots, kotsbeu.

De orkaan raasde uiteindelijk over, mijn oren waren er nu nog een pak slechter aan toe, maar we vaarden dan toch maar verder. De natuur was mooi, de zon straalde, maar ik voelde me rotter dan ooit. Om uiteindelijk aan het lawaai van de boot te ontsnappen besloot ik, na de tunnel du Malpas, even aan land te gaan en het oppidum van Ensérune te gaan bezoeken. De oude Keltische en Gallische resten van een 12de eeuws dorpje lagen boven op een heuvel. Te sudderen in de zon. De lucht rook heerlijk naar kruiden en warmte. De droge kruiden leken in bloei te staan. Allemaal witte ronde bloemetjes. Tot ik ze nader ging bekijken. Het bleken helemaal geen bloemen te zijn! Het waren huisjesslakken. Wit met roze schelpen van amper een centimeter groot. De dode sprietels zaten er vol van. Waar de diertjes van in leven bleven was me een raadsel.

De door cypressen omringde archeologische opgraving was interessant, maar nog veel boeiender was het museum. Er lag werkelijk een schat aan gebruiksvoorwerpen en juwelen tentoongesteld die er werden - en nog steeds worden - opgegraven. Het mooie was ook dat in elke kast een foto lag van het ogenblik dat de voorwerpen ontdekt werden - nog half bedolven met aarde - en telkens een inventarisje van wat er op die plek allemaal opgegraven was (tot en met de insekten), en daarachter stonden of lagen dan de betreffende, mooi gerestaureerde en opgepoetste, vondsten te pronken. Aardewerk, maar ook Romeins glas, parels, zwaarden, gespen, tegels, spingerief, weegschaaltjes,… Indrukwekkend. Zo fijn, zo intact.

In het winkeltje kocht ik een grappige verkleur-ring met een Keltisch symbooltje. In het doosje was hij donkerblauw, vanaf het moment dat ik hem aan mijn vinger schoof veranderde hij in roze en daarna in goud. Iets later zag hij al terug blauw. Echt een speelgoedje voor “het-negertje-in-mij”. Er lag ook een houten doosje met een bomentarot. Stuk voor stuk kaarten met fijn getekende bomen met daarrond runen en keltische motieven. Kortom : onweerstaanbaar.

In de tuin voor het museum kon ik me neerploffen op een stoeltje en een cola drinken. Mijn ogen en oren deden pijn, ik was doodmoe, en na de flinke klim was het een verademing even te kunnen zitten in de rust van een enkele krekel, en de schitterende bomenkaarten één voor één in het zonlicht te kunnen bekijken. Bomen waarvan de blaadjes niet konden ritselen. 

Wat deze heuvel extra speciaal maakte was het uitzicht op het uitgedroogde meer van Montadis. Een droge vijver waaruit stervormige kanalen vertrokken. Een zeer bizarre constructie uit de 13de eeuw. Al maar goed dat Von Däniken deze hoogst mysterieuze plek nooit gezien heeft, want ik mag er niet aan denken aan welke ruimtewezens hij dit kunstwerk zou toegeschreven hebben.

De weg naar beneden ging veel sneller, een warme bries streelde het landschap en verdampte ons zweet. Ik zou na dit fijne uitje wel weer tegen het lawaai van de boot en het water kunnen.

Niets was minder waar. We voeren tot aan de 9 sluisjes van Fonserannes, vlak voor Béziers, en maakten daar rechtsomkeer. Het had geen zin verder te varen want de dame van de dienst voor Toerisme had verteld dat hier het mooie, met platanen omzoomde deel, van het canal eindigde. Na Béziers zouden we toch maar door fabrieksterreinen varen. En trouwens, we hadden de sluizenreeks twee dagen geleden al van op het land bezichtigd. 

En inderdaad, het deel voor Béziers is wondermooi, dat zag ik nu ik hetzelfde traject met mijn ogen open vaarde. De oevers van het kanaal zijn hier niet met beton of hout afgewerkt, de oevers zijn natuurlijk en de enorme wortels van de platanen reiken tot in het water. De bermen zijn meestal vrij hoog maar op het bovendek van onze Duo kunnen we er overheen kijken. Mensen in lage bootjes zien alleen maar gras en dat lijkt me vrij saai. Alhoewel, als ze naar boven kijken kunnen ze wel genieten van de enorme kruinen van de platanen, die zo groot zijn dat ze op smalle stukken van het kanaal mekaar bijna raken. Soms lijken we door een tunnel van groen te varen.

Ik wou per se dit najaar het kanaal nog zien, ten eerste omdat ik niet weet of ik volgende lente het lawaai van een boot nog zal kunnen verdragen, en ten tweede omdat de platanen ziek zijn. Ze zullen moeten gerooid worden. En dan is de charme van het Canal du Midi hopeloos verloren. Er is al een boel protest tegen het rooien van de prachtige, oude bomen gerezen, en president Sarkozy zelf zou zich er nu achter scharen om de bomen alsnog te redden. Toch zijn er al veel waar 1 of 2 groene strepen rond hun stam geschilderd zijn. Die zijn alvast ten dode opgeschreven. Zo triest. Platanen zijn weliswaar snelle groeiers, maar om deze bomenpracht te evenaren zal het toch makkelijk 20 of 30 jaar vergen. En dan nog...

Alleszins, hoe slecht ik me ook voel, ik heb deze schoonheid toch nog kunnen zien alvorens ze zal verdwijnen. Hopelijk wordt er een manier gevonden om de meeste bomen te redden…

Omdat mijn kop vol zat met lawaai zijn we vroeg aangemeerd. Een mooie verlaten bocht in het kanaal, de meertouwen rond twee enorme plataanstammen, en we hadden onze thuis gevonden. Ik liep de steile oever op en stond aan de voet van de heuvel waarop het oppidum lag dat we eerder op de dag bezochten. De vegetatie was kruidig en haalde mijn benen open, maar de roerloze stilte was als kalmerende zalf op mijn oren. Ik dwaalde verder en verder tot aan de voet van de heuvel, en kwam terecht in een aards paradijs vol wilde perenbomen, amandelbomen en vlierstruiken. De vlierbessen waren overrijp. Ofwel waren ze verdroogd, ofwel was het bessenmoes. Ik kon ze niet plukken, ik moest gewoon in de trossen bijten. Wel uitkijken dat ik geen spinnetjes of andere insecten verzwolg. Ik stopte mijn kop in de bessen en vrat als een wild dier besjes. Nog nooit had ik zo’n zoete vlier gegeten! Ik vergat mijn pijnlijke ogen, mijn geteisterde oren en werd alleen nog mond. Ik ben er zeker van dat ik wat spinnen mee verorberd heb, maar ik heb ze alleszins niet geproefd. Toen ik de terugweg aanvatte was mijn rechterhand plakkerig paars en foto’s nemen was er niet meer bij. Toen ik uiteindelijk terug aan boord sprong schrok Paul zich een hoedje. Hij dacht dat Dracula aan boord stapte. Mijn tanden waren oranje, heel de omgeving van mijn mond was paarsrood gekleurd, elk rimpeltje was een rood riviertje geworden. Ik zag er uit alsof ik net een dier verscheurd had. Hoe mijn handen er uit zagen wist ik wel, maar aan hoe mijn snuit er na dit zalige avontuur zou uit zien had ik natuurlijk niet gedacht.

De stilte van onze ligplaats was een zegen. De wind was gaan liggen, geen geruis, geen geklots. We aten vis uit blik met groenten en gebakken aardappeltjes op ons terrasje. Uit plastic borden met plastic bestek. Heerlijk. In de oeverrand hoorden we diertjes ritselen, op het water zagen we kringen, leven zit er hier genoeg. Plots zwom er zelfs een bever of een otter voorbij. Geluidloos. Alleen zijn neus, ogen en rug staken boven water, en zacht gleed hij verder, een lange V in het spiegelgladde wateroppervlak achter zich latend.

Op ons bovendek genoten we van een zonsondergang achter de platanen. Hun bladeren werden scherp zwart afgetekend tegen de oranje lucht. Een verkleurende Japanse pentekening. In een oorverdovende stilte. Geen huis of boot in de verste verte te zien. Alleen natuur en dan plots alles pikzwart met enkel een zwijgende halve maan die doorheen het gebladerte glimlachte.


Het fotoalbum van deze dag :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk6?authkey=Gv1sRgCKODiqXT8a7b1gE#

Geschreven door Laathi om 20:56 1 reactie Reageer op dit bericht

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 5.

Maandag 5 september 2011.

Op ons bootje, op het Canal du Midi.

5. Over coma-zuipen en coma-slapen.

Na enkele uren temidden van het gesnurk stapte ik verdrietig en uitgeput uit mijn bed. Zo triest dat ik me net op deze langverwachte dag zo slecht en moe moest voelen. Na een ontbijt buiten op de koele berg vertrokken we terug richting kust. Ik was zo moe dat ik heel de weg sliep. Ik werd even half-wakker om in Le Somail mee de boot in te laden en ook dat viel dik tegen want er stond een felle wind, die de miljoenen bladeren van de platanen aan de rand van het water liet ratelen als mitraillettes. Zonder oordoppen was er geen beginnen aan. De uitleg van de botenman kon ik niet volgen. Gelukkig wist ik alles nog van de vorige keer.

Dit Nicols-filiaal werkte duidelijk efficiënter als het vorige, hier zag ik dat ze mensen knopen leerden leggen, en alleen al hoe de touwen opgerold waren maakte duidelijk dat het er hier veel strikter aan toe ging. We kregen een gloednieuwe boot toevertrouwd. Er waren enkele verbeteringen aan het nieuwe model aangebracht. Een grote extra bergplaats onder de vloer, een ijskast op electriciteit (i.p.v. op butaangas)…Kortom, hij was nog comfortabeler geworden.

Ik probeerde op het achterdek te zitten maar het klotsen van het water in combinatie met het geratel van het gebladerte en mijn vermoeide kop van het gedoe van de vorige avond maakten het me onmogelijk. Er vlogen een hoop kleine insecten die me overal beten, dus duffelde ik me in een trainingspak in, ik ging even in de kajuit op mijn bed liggen en viel alweer pardoes in slaap.

Om half negen ’s avonds (ik had heel de namiddag gemist…) werd ik gewekt om spaghetti te eten, ik vreesde dat ik nu wel klaar wakker zou zijn (na ongeveer 20 uur slaap in totaal), maar geen uur later lag ik al terug in een soort coma. De laatste twee maanden thuis had ik al vermoed dat mijn hyper-acusis was verergerd en dat blijkt nu ook wel degelijk het geval. Hetzelfde type bootje waar ik in mei totaal geen last van had geeft me nu flinke problemen. Oordoppen dragen haalt niets uit want dan hoor ik de bladeren en de wind niet meer, maar voel en hoor ik het gedaver van de motor nog erger. Dit keer zag de boottocht er niet veelbelovend uit.

Enkele foto's:

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk5?authkey=Gv1sRgCMeNyp2b35baYA#

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 4.

Zondag, 4 september 2011.

Ergens hoog boven Saint Pons.

4. Sluizen én hemelsluizen in volle actie.

Heel de nacht heeft het gegoten. De mensen hier zijn er best gelukkig mee want ze hadden de laatste maand geen druppel zien vallen. We ontbeten binnen in de heel ruime lichte living. De perzen waren niet gelukkig omdat ze niet buiten mochten en ze lagen als plukken wol opgerold in de zetel.

Ik vond het triest om al na twee nachten mijn oase te moeten verlaten maar ons bootje is gereserveerd voor maandag dus moeten we nu wel stilaan in de richting van Narbonne gaan evolueren. We pakten ons boeltje in, ik schreef nog rap iets naar mijn Amerikaanse Facebook speelkameraden (die het natuurlijk héél exotisch vinden dat ik in Frankrijk zit), en we laadden de auto vol.

Jacqueline gaf me bij het afscheid een zelfgemaakt tasje naar het model waar men vroeger in deze streek het brood in warm hield. Lief! Ze maakt alle gordijnen en tafellakens zelf. De vijf gastenkamers zijn elk in een eigen stijl en een aparte kleur ingericht en alle textiel is door haar ontworpen. Ik ben toch zo verliefd op dat reuze, smaakvolle L-vormige huis met de enorme geheime, discrete tuin. Ik verliet de plek met veel spijt in mijn hart.

Paul wou per se oude vrienden bezoeken in de Montagne Noires dus reden we richting Narbonne. Onderweg, net voor Béziers kruisten we de canal du Midi net op de plaats waar de 9 sluizen van Fonserannes en de afgedankte scheeplift liggen. (Die laatste zou een Belgische uitvinding kunnen zijn want hij is nutteloos. Tegen dat hij klaar was was hier geen commerciëel verkeer meer, gebeurde alle vervoer met grote zeeschepen, en moest hij dus ook nooit gebruikt worden.) We besloten even van onze route af te wijken om de kunstwerken van nabij te gaan bekijken want de lucht was indrukwekkend mooi om te fotograferen. We kwamen er aan op het tijdstip waarop versluisd werd. Het was een drukte van belang, wel 30 bootjes moesten versast worden. Elke sluis is ovaal en er kunnen een zestal pleziervaartuigen tegelijk in. Het was dikwijls een heel gewurm maar het lukte. Dat neemt echter niet weg dat heel het proces toch wel makkelijk een uur zal duren. Maar plots gingen de andere sluizen open, die van hierboven. De prachtige wolk besloot dat ze er genoeg van had om haar regen op te houden en enkel maar een decoratieve rol te spelen. We kregen een vlaag van jewelste op onze kop. Stom genoeg was Paul op de terugweg naar de auto het kaartje van een “bed and breakfast” aan de haven van le Somail verloren… Hij kon dus door de stortregen terug, bergop langs alle sluisjes, naar het winkeltje waar ik het kaartje meegenomen had. Nat tot op zijn ziel, en onderbroek, kwam hij terug. Om de autozetel te sparen ging hij op het eerste halfdroge plekje zijn kliedernatte kleren uittrekken om in zijn onderbroek verder rijden. De razende regen op het autodak had mijn kop ondertussen in een oorlogszone veranderd.

Onderweg belden we die toffe B en B op die aan het kanaal in Somail lag, maar die bleek tot mijn grote spijt net zijn laatste kamer verhuurd te hebben. We konden echter wel bij een collega boeken. Maar eerst moesten we nog de bergen in om de Belgische vrienden te bezoeken.

Op 700 meter boven de zeespiegel, nog 200 meter hoger dan Saint Pons, lag hun arendsnest, omringd door steile weiden voor hun paarden en schapen. Het uitzicht vanuit hun tuin was machtig, heel in de diepte zagen we de kathedraal (in mijn ogen “het kerkske”) van Saint Pons liggen. Zoals te verwachten en te voorzien stonden ze er op dat we bij hen bleven logeren wat de onvermijdelijke slemppartij tot een gat in de nacht ten gevolge had. En dat nét de avond voor ik wou dat we ’s morgens fit zouden zijn om onze zo verlangde boottocht van vijf dagen aan te vatten…

Als enige nuchtere mens zat ik daar gevangen op die donkere berg. Mijn kop nog vol geratel van de helse regenbui moest ik proberen het door mekaar gebral van een paar zatte mannen te volgen. Niet prettig. Helemáál niet prettig. Uiteindelijk ben ik alleen in de stilte van de auto gaan zitten die ik dan nog pas terug vond door met mijn gsm-lichtje het bos af te zoeken. Mijn beste maatje was telefonisch niet te bereiken en daar werd mijn eenzame nacht niet prettiger door. ’s Nachts kwam gelukkig mijn vriendin nog voorbij om haar hond in haar bos uit te laten, zij had ook een excuus gevonden om de ladderzatte mannen achter te laten. We hebben dan om één uur ’s nachts met een zaklamp een boswandeling gemaakt. Allebei lekker zielig onze wanhoop uitstortend over ons miserabele gezelschap. Iets na twee kwam er dan een zatte beer de logeerkamer ingezwalpt die zich vrolijk snurkend naast mij in bed liet rollen. Tot zover de stilte, van wat er nog overschoot, van deze nacht. De nacht waarvan ik mijn rust zo nodig had.

Enkele foto's :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk4?authkey=Gv1sRgCPKIu8u2wKr3jQE#

Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 3.

Zaterdag, 3 september 2011.

Le Canepière. Générac.

3. Royale dutjes.

Het franse ontbijt was heel verzorgd, maar wij zijn nu eenmaal geen zoetebekken op dat uur van de dag. Gelukkig hebben we onze eigen ijskast bij, gevuld met salami’s en kaas, waar onze Franse vrienden met afgrijzen naar kijken als we zoiets op onze nuchtere maag naar binnen zitten te werken.

Na het ontbijt was het nog een beetje grijzig dus besloot ik een tukje te gaan doen in mijn vorstelijke bed. Net na de middag brak de zon in volle glorie door en verhuisde ik van bed. Nu was eentje naast het zwembad beter geschikt. Lekker met de poezen liggen zonnen. Hopen eindelijk eens een tintje te geven aan dat spierwitte vel van me.

Heerlijk om een hele dag in de grote ommuurde tuin door te brengen en u afgesloten te voelen van al wat er zich in de wereld afspeelt. Als ik daar zou wonen zou ik net als Jacqueline niet meer op reis willen. 

Het diner was iets te rijkelijk. Het was zo lekker dat ik me schandelijk overeten heb. Ik ben dat natuurlijk niet meer gewoon om “op restaurant” te eten. Eerst een slaatje met gevulde champignons, vervolgens een flinke “loze vink” gemaakt van kippewit gevuld met tapenade en omwikkeld met lapjes spek, met aardappeltjes, vervolgens vier stukjes delicieuze kaas en daarna toen nog een mega-vullend mascarpone-dessert. Toen Jacqueline en ik ons naar onze privé rooktafel begaven wou mijn buik niet meer mee. Ik liep gewoon krom. God in Frankrijk, maar dan zwanger. Jacqueline en ik zijn vier handen op 1 buik en nu hadden we dus zeker plaats om onze handen te leggen. 

Op de glazen tafel had ze vanavond een tafelkleed gelegd om mijn oortjes te sparen, jammer genoeg hield het dorpsbestuur minder rekening met de rust. Onze oase van stilte werd geteisterd, ook hier in deze uithoek, door een boenke-boenke feest. Rond 23 uur vielen de eerste dikke druppels, het Belgische weer had ons met enige vertraging ingehaald. Natuurlijk is er geen bui te erg die ons twee er van zou kunnen weerhouden om al lachend onze sigaret te blijven zitten roken onder de parasol…

Het fotoalbum van de dag : 

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk3?authkey=Gv1sRgCP7izK7pheisaw#

 

 

Geschreven door Laathi om 01:11 3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 2.

Vrijdag 2 september 2011.

Le Canepiere. Générac.

2. Le valléant pays, qui n’est pas le mien.

Na een kort nachtje een rijkelijk ontbijt opgepeuzeld in de haast lege eetzaal van de Campanile. De akoestiek was weer gruwelijk voor me en het terras jammer genoeg gesloten. Maar de pannenkoekskes smaakten.

De eerste taak bestond uit een Aldi te zoeken waar we “une Therèse” konden kopen, anders gaan er nog veel fotokes van onze auto getrokken worden vrees ik. Een Medion GPS was nergens te vinden, dus zullen we onze weg maar traag voortzetten. Zoals gisteren, geflitst worden aan 112 als ge 110 moogt, is echt te onnozel. Ondertussen ging ik in een Gifi op zoek naar een beeldje van een kip omdat Jacqueline die verzamelt, maar ook ik kwam van een kale reis terug.

Flink dutje gedaan. Sinds we onze eigen kopkussens meenemen kan ik me een gezellig nestje bouwen op de achterbank. Rug- en voetsteuntjes en nachtkastjes genoeg. Met al de rommel die tussen de zetels staat raak ik bijna aan een tweepersoonsbed. Voor korte mensen dan wel.

Wakker geworden op de Autoroute du Soleil, en ze maakte haar naam waar. Hier was het al 32°! Hm, misschien had ik toch niet al die lange onderbroeken en damart t-shirts van de Spitsbergenreis moeten inpakken?...

Onderweg stopten we aan het monument van “la Porte du Soleil”. Een optisch heel interessant kunstwerk dat ideaal ligt aan deze autostrade van de zon. Een ronde opening in een dikke cirkelvormige stenen schijf, waar een trapje doorheen loopt, dat u naar een stenen pad leidt van waaruit ge een kolossale ronde glanzende steen ziet. Van wel 10 meter doorsnede! Naarmate ge afstand van het monument neemt ziet ge de enorme stenen zon door het gat van de eerste schijf opkomen of ondergaan. Heel knap gevonden. Over een paar eeuwen zullen ze hier wel een nieuwe Stonehenge van maken, of minstens iets dat de Maya’s hier geplant hebben om het einde van de wereld aan te kondigen.

Toch wel fijn, nu de grote vakantie en het lawaaiseizoen voorbij is, dat het mijn beurt is om mijn kop terug uit te laten. Na een doorregende zomer binnen gezeten te hebben is het zalig om tussen de rotsen te rijden, bossen en dalen te zien, en af en toe uit te stappen en een hete zon te voelen. Mijn vakantieseizoen is nu wel beperkt tot het kalme voorjaar en najaar, en het is fijn te weten dat het dan ook nog echt mooi weer kan zijn. De weersvoorspelling voor vandaag in Frankrijk was : stormen over het hele land. Nochtans rijden we al heel de dag in volle zon. Ik had dus helemaal niet zo bang moeten zijn dat mijn kop kierewiet ging worden van de knallende regen op de ruiten, het geklets van de ruitenwissers en het geraas van auto’s op kletsnatte wegen. Een mens mag al eens chance hebben.

De verwelkoming in Le Canepière door Jacqueline en Gilles was meer dan hartelijk. Hun oude poes was dit jaar gestorven en nu lagen er twee dikke bollen wol, die bij nader inzien, twee perzische poezen bleken. Coco en Chanel. Op de schaal van raskat een 10, in vergelijking waarmee onze Cadfael die we vorig jaar uit Nîmes meenamen een 1 is. Oh, wat waren dat toch zalige dagen die we hier vorig jaar met onze jonge vondeling doorbrachten…

Het voelde als thuis komen. Er logeerden twee Belgische dames uit Doornik in de kamer die we vorig jaar hadden betrokken, dus werden we nu naar de “Chambre Rouge” geleid. Prachtig! Ik voelde me Koningin Marie Antoinette! Sjieke, stijlvolle decoratie, alles in rood en beige. De bedsponde bestond uit een Thais houtsnijwerk. De aanpalende grote hypermoderne badkamer voelde zich perfect thuis in het oude zuiderse landhuis.

Hoewel het avond werd was het nog 28°, en de temperatuur van het zwembad voelde heerlijk. Na onze maanden van regen was de aankomst hier een verademing voor onze verkleumde botten. Alleen, en in een openluchtzwembad, kan ik nog goed zwemmen zonder oordoppen. Wat me in het Zwarte Woud in het binnenzwembad niet lukte vanwege de griezel-akoestiek.

Bij het aperitief zaten we allemaal samen te praten in de enorme ommuurde tuin waar de twee jonge perzen speelden en in de bomen klommen. Ook hier hebben ze kragen rond de stammen moeten aanbrengen om de poezen te verhinderen de tuin te verlaten. Echte kattenliefhebbers zijn allemaal hetzelfde, welke nationaliteit ze ook hebben.

Het diner aan de lange tafel buiten was weer heel lekker. Vijf heerlijke gangen verorberen terwijl we met zijn zessen zachtjes konden babbelen was voor mij weer feest. Alleen van het glazen tafelblad hadden mijn oren last. Maar dat zou Jacqueline morgen wel oplossen. Ze waakt over mijn oortjes als over een nest jonge katten.

Enkele foto's :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk2?authkey=Gv1sRgCJXXwZr46Y2QswE#

Geschreven door Laathi om 00:49 2 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Canal du Midi. Deel 1.

Och, waarom alles beginnen te vertellen. Ik laat u gewoon stukjes reisverhaal lezen... Ik had ze meer als dagboek geschreven omdat ik me zo slecht voelde, maar sommige stukken kunnen evengoed als reisverhaal dienst doen.

Dus hier gaan we weer!


Donderdag 1 september 2011.

Campanile, Vandoeuvre-lès-Nancy.

1. Paintball met aardbeismaak.

Na een maand volgepropt met ellende - een poetsvrouw die 5 jaar bij u werkt en plots blijkt te stelen als de raven (als een hele vlucht raven zelfs) en die ge dan wel moet ontslagen ; de bangelijkste overstroming die we ooit al meemaakten, waarbij het water zelfs over het voetpad onder de winkeldeur binnenstroomde en die de kelder blank zette (alhoewel blank niet het juiste woord was, maar grijsbruin beter geschikt zou zijn) ; een huurder die overhaast wou intrekken nog voor de loodgieters en dakwerkers klaar waren met de renovaties ; mijn oudste vriendin die me “mijne congé” gaf omdat ik in haar ogen enkel nog een bron van ergernis en een vat vol zelfmedelijden ben ; en daarbovenop nog wat kleinere ellende - brak dan toch de lang verwachte zaterdag aan. De eerste dag zonder werkvolk, mét droge kelders én gerepareerde daken, een dag om heerlijk te rusten om zondag in te pakken en maandag, zoals al lang gepland, naar Frankrijk te vertrekken. Maar nee, er ging nog een staartje aan de miserie gebreid worden. Een poezestaartje.

Zaterdagavond in bed voelde ik tranen op mijn hand vallen, deze keer eens niet van mezelf, wel van Laathi. Dikke druppels rolden uit haar rechteroog. De volgende dag bleek het al een etterende oogontsteking geworden. De dierenarts raadde telefonisch Teramysine zalf aan, Paul rende naar de “apotheek van wacht”, en we begonnen de verzorging. Ze zou haar geneesmiddel moeten krijgen tot 3 dagen na de genezing... Wat nu?

Geen poetsvrouw meer die voor de poezen kwam zorgen, en de in nood opgetrommelde poespasser - woont achter de hoek, ziet dolgraag katten, is 100% betrouwbaar - maar… is hyper-allergisch voor katten! Hij krijgt ademnood als hij ze aanraakt. Een ware heldendaad dat die vriend ons uit de nood wou helpen. Voedstervader spelen lukt nog net, maar Laathi verzorgen zou hij echt niet kunnen zonder zelf te stikken.

Maandag namen we Laathi mee naar de dierenarts en kreeg ze gerichtere oogdruppels. Om de twee uur moest ik ze toedienen en dan zou ze op enkele dagen genezen zijn. Mijn lieve Laathi ging overal met me mee en elke twee uur liep mijn gsm af : “druppeltijd!”. Al snel was mijn schuchtere beestje aan de behandeling gewend, ze werd door al de aandacht zelfs minder en minder schuw. Maar de vraag bleef wel : wie ging haar druppels geven als ik weg was?...

We besloten de reis alvast tot dinsdag uit te stellen en haar dan bij de dierenarts in het hospitaal (een kooi in een kelder) achter te laten, om ocharme 4 oogdruppels per dag toegediend te krijgen! Geen prettig vooruitzicht om mijn meest timide diertje in een kooi te laten opsluiten in een onbekende omgeving bij onbekende mensen, dus stelden we de reis maar weer een dag uit. Ik zocht ondertussen een alternatief in mijn - sinds die hyper-acusis toesloeg - flink ingekrompen vriendenkring, maar vond niemand die de mogelijkheid zag haar voor die twee dagen op te vangen en die dagelijkse vier druppels  te geven. We besloten dan maar de hospitalisatie uit ons hoofd te zetten en pas te vertrekken als haar oog helemaal in orde was en ze nog  haar laatste 8 extra druppels had gekregen. Dinsdagnacht bood een vriendin, die erg ver weg woont, spontaan aan om ze bij haar te komen brengen, maar daar was het ondertussen te laat voor. Desalniettemin ontdooide haar vriendelijke en gemeende aanbod mijn enigszins verbitterde hart.

Om donderdag 6 uur ’s avonds konden we eindelijk vertrekken. Laathi’s oog was sinds 48 uur weer in perfecte staat, de laatste druppels waren gegeven, en mijn lieverd was aanhankelijker dan ooit. Al het picknickgerief werd ingeladen, tot en met een onderlaken voor op de matras in de boot. We waren ons stadje nog niet uit of de aardbeien vlogen ons al om de oren. Paul had twee open doosjes op de hoedenplank gezet en bij de eerste “coup de frein” veranderden die in losgeslagen projectielen (paintball met aardbeismaak), die natuurlijk eerst terug bijeen moesten gezocht worden, want aardbeien die gemalen worden door vestjes en fototassen en nog wat andere bagage op de achterbank… Nee, echt interessant zou dat niet worden. Zeker niet voor de pels van Irma.

Al vóór Hasselt noteerden we het eerste ding dat we vergeten waren : onze mobiele Trees. Om ons voor flitspalen te waarschuwen. Vervolgens hadden we harde eitjes om te knabbelen maar bleek het potje geen zoutvat maar een zoutmolentje. Probeer maar eens in één hand een ei te houden en met de andere hand aan zo’n ding te draaien. Overal verkruimeld ei en zout. Maar het gesukkel loste zichzelf snel op want na twee eitjes bleek de zoutpot al leeg.

Een beter voorteken was dat we al in Limburg een hele vlucht ooievaars over de autostrade zagen vliegen. Waarom nog verder rijden? We zouden al evengoed hier onze tenten kunnen opslaan. Maar ja, dat is waar, we hebben een bootje gehuurd en gaan op het Canal du Midi varen.

Door ons veel te late vertrek zouden we nu in twee dagen naar Narbonne moeten racen, in plaats van rustig 5 dagen langs mooie streken te rijden. Jammer, zo’n lang traject zal voor mijn kop geen pretje worden, maar de gezondheid van mijn poes gaat voor.                                                                             

We stopten in Luxemburg, Paul ging mijn sigaretten kopen en ik probeerde een waanzinnig mooie zonsondergang te fotograferen met als voorgrond… een gigantische electriciteitsmast en enkele tientallen geparkeerde vrachtwagens. Echt wel een indrukwekkende foto om de reis mee te beginnen. We zullen dit maar best niet als een voorteken zien want dan vaart onze boot volgende week tegen een zuidfranse ijsberg.

Na een uur misten we onze Trees wel degelijk want we kregen de eerste lichtflits in onze ogen… Ik vrees dat er morgen onderweg een nieuwe gaat gekocht worden.

De pas gewassen auto is vuil, kleurig vuil, van aardbeirood tot eigeel, de achterbank is al tot een chaos herschapen door het zoeken naar rondgeslingerd fruit, de eerste slechte foto is genomen. Dus… de vakantie is begonnen! En dat op de dag dat we vroeger terug naar school hadden gemoeten. Wat een luxe!

Tot onze verbazing geraakten we zelfs nog om 22h tot een Campanile hotel in Nancy. En nog beter : vlak ernaast was een Quick die nog een half uurtje open bleef en waar we helemaal alleen op het terras konden eten! Ik kon mijn geluk niet op! Eindelijk nog eens “op restaurant”, al is het dan maar een hamburgertent, voor mij is dat al feest!

Met een stoeltje voor mijn kamerdeur, in volle rust onder een flinke eikenboom, kon ik mijn eerste reisverhaaltje schrijven. Het enige dat ik hoorde was het “plop plop plop” van de vallende eikels op het gras. Een heerlijk geluid dat waarschijnlijk niemand anders dan ik kan horen. Zalig!

De zielige foto-oogst van deze dag is te zien op :

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/CanalDuMidiHoofdstuk1?authkey=Gv1sRgCJewn9LruKKscw#

Morgen het vervolg!

Geschreven door Laathi om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten