Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
akke.beakke.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Archief

Frisse neus halen aan de Nete.

Van de eerste Belgische zonnestralen gebruikt gemaakt om wat licht en gezonde lucht op te nemen.
Een wandeling aan de Nete.

ImageShack, share photos, pictures, free image hosting, free video hosting, image hosting, video hosting, photo image hosting site, video hosting site

Als een "gelaagde" persoonlijkheid.
En ik mis Aisha! Maar ik vond een magere troost op een speelplein naast de Nete.

dsc07863copy.jpg

dsc07859copy.jpg

En dit zou de échte Aïsha nóóit toegelaten hebben. :-D
Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Nee, ge moogt uw oren NIET dichtstoppen.

Hilarische filmpjes van mensen die denken dat ze kunnen zingen.
Vooral met het tweede filmpje - een dame die "Without you" zingt - lag ik te rollen van 't lachen. De ondertiteling is trouwens ook grandioos.
De situatie is zó herkenbaar! Ik blijk ook altijd terecht te komen tussen mensen die dit soort van wonderlijke Engels spreken. :wink:
Geniet er van!


http://www.zita.be/entertainment/nieuws/1192054_idolen-die-je-nooit-meer-wil-horen.html
Geschreven door Laathi om 14:21 2 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo. Deel 18.

Dinsdag, 25 januari 2011.

18. Een rots met gele ogen en zwemlessen per mail.

Al terwijl ik wakker werd voelde ik de tranen achter mijn ogen prikken. Ik liep buiten, knielde op mijn ligbed, legde mijn kin op de rand van de terrasleuning en liet mijn tranen de vrije loop. Deze keer geen druppel op een hete plaat, maar water naar de zee dragen.
Als ik dood ga kunnen ze best mijn as in de Nete gooien en op de lange duur zullen enkele moleculen wel tot hier gedreven worden. Voor de eerste keer in haast 20 dagen wou ik weer dat ik dood was. Ik voel me door die hyper-acusis toch zo een nutteloos lastpak.
Het is enigszins onrealistisch, want ze zijn hier te klein en te goed doorvoed, maar ik wou dat een haai me hier opvrat en dat ik voor altijd een deel van deze stille oceaan zou uitmaken en de terugtocht naar de Westerse lawaai-wereld niet meer hoef mee te maken.
Uiteindelijk besloot ik dat het een beter idee was om de vissen toch maar eens levend te gaan bekijken, de schoonheid van de zee zou de lelijke gedachten wel verdrijven.

Momenteel is het ‘s ochtends laag water. Dat maakt het extra prettig, dan kunnen we naar de prachtige fish-wash vlak voor ons terras gaan. Hij ligt dan niet zo heel diep en dan is het er dankbaar fotograferen.
Het is natuurlijk niet omdat hij in vogelvlucht op amper 50 meter van onze kamer ligt dat we er op een minuutje zijn. Deze huisjes hebben geen privé-laddertje om in het water af te dalen, vandaar dat we eerst heel de vlonder af moeten lopen, om dan langs het strand een opening in de betonnen zeewering te zoeken, waar tenminste nog 30 cm water in staat, om tussen de blokken naar zee te zwemmen. Het is heel belangrijk om de juiste kant te kiezen, zodat ge met de stroming mee kunt drijven. Hoop en al neemt dit toch wel 20 minuten in beslag.

Maar het is meer dan de moeite waard. Alle soorten vissen hangen daar rond. Het is de populairste hang-out van groot en klein. Schoolvissen zowel als eenzaten. Als altijd zweven er wel enkele lange wit-zwart gestreepte sweetlips boven de schotels van koraal. Soms wordt er ook al eens een tijgervis (of "harlequin sweetlips") door de spichtige blauwe visjes gewassen. Die schuwe tijgers zijn prachtig van tekening maar moeilijk te benaderen. Maar deze magische plek heeft niet alleen veel vissen te bieden. Als ge goed kijkt en geduld hebt - en de zee niet te hard klotst zodat ge enigszins stil kunt hangen - ziet ge al de kleine wezens, wormen en krabben en “moeilijk-te-benoemen-dinge”n, die tussen de tere koraalarmpjes hun bescherming zoeken. Zo’n kleine perfecte diertjes.

Op een bepaald moment hing ik ondersteboven in nóg maar eens een poging één van de weinige doopvontschelpen te fotograferen, tot ik me plots “bekeken” voelde. Ik draaide mijn kop en zag 1 geel oog. Oeps, een rots die me aanstaarde. Ik wist onmiddellijk waar dat oog deel van uitmaakte : een steenvis! En deze keer een grote dikke. Hij was enorm goed gecamoufleerd. Heel zijn lichaam groeide vol mosjes en was beplakt met steentjes en koraalafval. Onderaan had hij gele vleugels, maar beweging was er niet in te krijgen. Ondanks de moeilijke omstandigheden - hij trok zich terug onder een rots, en mijn camera zat in een beginnende "David Hamilton"-fase - heb ik er toch mooie foto's van kunnen maken.
Niemand zal weten wat hij ziet, dus ik moet weer goed oppassen dat ik die foto's niet per ongeluk wis. Eens ge de omtrekken van de vis herkent ziet ge ook moeiteloos zijn ogen en zijn reusachtige gekromde bek met dikke lippen. Aan dit exemplaar zouden de poetsvissen hun hartje kunnen ophalen. Alleen zouden ze de kans niet krijgen, hij zou hen direct verlammen en opvreten.

Deze keer zat er ook een flinke murene in de fish-wash. Normaal openen en sluiten ze hun bek om de paar seconden, maar deze zijn bek werd gepoetst en hij hield braaf zijn mond wagenwijd open. De slanke poetsvissen drongen met twee tegelijk zijn kieuwgaten binnen en, o wonder, ze zwommen er langs zijn gapende bek terug uit! Prachtig om ze bezig te zien! En zo wonderlijk dat een vis weet naar welke plek hij moet komen om zich te laten schoonmaken, en vooral dat hij zijn personeel daarbij niet per ongeluk naar binnenslokt. Ik vraag me af of er soms toch niet eens per abuis een werkongeval gebeurt... "Sorry, sorry, sorry, ik heb per ongeluk de ruitenwasser opgegeten. Wat is mijn schuld?"

Toen mijn scherm helemaal aangedampt was heb ik maar wat met het blote oog zitten cadreren, en hopen en bidden dat als ik afdrukte ik niet ondertussen een halve meter afgedreven was. Het is bijna als gokken, maar het heeft nog toffe dingen opgeleverd. Met een wazig randje vanzelfsprekend.
Het was een lange weg terug, maar ik had het geluk ook nog het onderaanzicht van een reiger te kunnen fotograferen. Een reiger hoe een vis hem moet zien. Een indrukwekkend beest toch wel. Zeker voor een klein viske.

Even aan het zwembad alles gaan spoelen en zitten uitpuffen. Het was gloeiend in de zon maar het eiland werd omringd door donkere wolken. Alleen wij zaten in een oase van licht. Toen was ik blij dat we die snorkeltrip gisterenavond al afgezegd hebben. Met een wilde zee, en eventueel regen, hebt ge er toch niet veel aan.

Eigenlijk had ik geen zin om te gaan lunchen omdat ik me nog altijd niet lekker voel, maar mijn maag haalde toch de overhand. Alsof hij me rook kwam Donald uit de bosjes opgedoken. Ik kreeg een flinke bolwassing : “We zorgen voor al onze gasten zo goed als we maar kunnen, maar voor “pioneer guests” doen we gewoon nog wat extra en dat hoort ook zo, dat moet ge leren aanvaarden.” OK boss.
Haris wachtte me bezorgd op, dus ik toverde mijn breedste smile tevoorschijn. Toch bekeek hij me extra goed, pakte mijn pols en vroeg of ik me toch echt wel beter voelde.
Na al die tekenen van bezorgdheid kunt ge u moeilijk anders dan beter voelen.

De namiddag heb ik rustig in mijn huisje doorgebracht, wat lezen, wat zonnen, wat naar de zee kijken. De wolken, letterlijk en figuurlijk, begonnen op te lossen. Ik begin wel die razende wind echt beu te worden. Zowel voor mijn oren als voor mijn onderwaterfoto’s.

‘s Avonds vertelde Haris hoe weinig hij in zijn leven al “thuis” was geweest. Zijn jeugd had hij doorgebracht in de beste kostschool van de Malediven, maar die lag op een eilandje helemaal onderaan in de zuidelijke atol, dus hij kon maar 1 keer per jaar naar huis. Later begon hij op hoteleilanden te werken en dan had hij de keuze : om de paar weken een paar dagen naar huis, of liever 3 of 6 maanden werken en dan enkele weken thuis kunnen blijven. Ge zult maar op een eilandengroep op de wereld komen… Gelukkig is er nu voor deze mensen internet…

Paul ging aan de bar nog even met de vaste gitarist van de hotelketen babbelen - die trekt al 25 jaar van hotel naar hotel om daar de live-muziek te verzorgen - en het eerste wat die man zei was dat Prem de beste mens was die hij ooit op aarde tegengekomen was. Ge kunt echt geen mens tegenkomen of ze dragen hem op handen. Prem for president!

Toen de man van zijn vakantie terug kwam en hier de eerste keer aan het zwembad stond te spelen moest ik hem passeren met mijn vingers in mijn oren. Ik was toch zó beschaamd! Wat moet die mens gedacht hebben?! Ik lachtte hem dan ondertussen ook nog vriendelijk toe ,dus ik vrees dat die denkt dat ik een echte lunatic ben. Vandaar dat ik heel blij was dat Paul er mee ging praten en de zaak tenminste wat kon uitleggen. Het is trouwens een getalenteerde muzikant, hij speelt niet alleen gitaar maar ook saxofoon en panfluit. Natuurlijk blijft het allemaal wel wat “cruisebotenbarmuziek” zoals overal in hotels...

Paul is alleszins blij dat die man terug is want hij was niet zo gelukkig met het idee om hier te gaan spelen. De gitaar van Robert is nogal een krakkemikkig geval. Volgende keer brengt hij één van zijn eigen gitaren mee. Dat zal weer lachen worden bij de controle van de grootte van de handbagage…
Robert en Rachid zijn triest nu de betere gitarist is aangekomen. Nu vallen hun beperkingen nog veel meer op. Ze kwamen vragen of Paul hen zang- en gitaarles wou geven. Via het internet. Daar zal weer veel volk naar komen kijken… Het lijkt een beetje op zwemles via mail vind ik.

Het is wel fijn zo van op het terras in mijn huizeke in de verte de muziek te horen terwijl ik hier zit te schrijven. Ja, ’t leven kan schoon zijn. Alhoewel het er vanmorgen niet zo uit zag.

Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Sneeuwvlokken van héél dichtbij bekeken.

Elke sneeuwvlok is verschillend. Is dat zo? Dat zie je in dit artikel. Alweer een wonderlijke wereld die opengaat. We zullen sneeuw nooit meer met dezelfde ogen kunnen bekijken...

http://www.visualnews.com/2010/12/20/snowflakes-up-close-a-small-fragile-world/
Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

De wonderlijke Aïsha!

Morgen, (of overmorgen) lopen de reisverhaaltjes verder, maar eerst enkele foto's over "mijn huisdier" op Ellaidhoo, Aïsha, de roze pelikaan!

dsc00908copy.jpg

Mijn ogen stonden op steeltjes toen ik dit prachtdier voor het eerst zag!
Dit is Aïsha met haar vaste begeleider. Wie van de twee de baas is weet ik nog altijd niet. :wink:

dsc00909copy.jpg

Een eerste schuchtere kennismaking. Zou zo'n beest bijten? En zou dat erg pijn doen?...

dsc00157copy.jpg

Aïsha : "Begot! Hebben ze hier een roze kieken bij mij gezet! Ze gaan toch niet denken dat ik dáár mee ga kweken?!!!"

dsc00895copy.jpg

Ooooooh! Mijn doelstelling was al snel gemaakt. Binnen de twee weken zou die dikke lieverd op mijn schoot zitten!

dsc00891copy.jpg

"Gelooft ge me niet misschien? Denkt ge dat mijn schoot te klein is? Ik zal flink zwemmen dat mijn buik wat krimpt, dan zal 't wel lukken!"

dsc00903copy.jpg

Aïsha : "Madaaaaaam!!!! Op uw schoot??! Denkt ge misschien dat ik een poes ben!"

dsc04783copy.jpg

Aïsha : "Jawadde. Dat is wel een bangelijke toerist. Hoe ga ik die temmen?..."

dsc04780copy.jpg

Aïsha : "Aiaiaiai... hoe moet ik die madam de volgende 14 dagen van mijn lijf houden?... Misschien wil ze wel met een balletje spelen? Het is te proberen."

dsc04792copy.jpg

Laathi : "Oh hoe lief! Dat beestje verveelt zich en vraagt om met haar te spelen!!!"

dsc04807copy.jpg

Aïsha : "Mens toch, op dit eiland is het hard werken. Toeristen entertainen... ge moet er toch een speciale gave voor hebben... Allez, daar gaan we weer. Gelukkig worden ze dat snel moe, trekken ze een foto van me, en dat is het dan."

dsc04842copy.jpg

Aïsha : "Pffffft. Ik heb het weer getroffen... 't Is een toerist die het niet rap beu wordt..."

dsc04817copy.jpg

Aïsha : "Maar... waarom zou ík hier altijd de entertainer moeten zijn? Ik wil zelf ook wel eens spelen! Ik vind dat blauw balleke maar niks. Ik wou al jaren een grote roze bal en nu heb ik hem!"

dsc04819copy.jpg

Aïsha : "Oh plezant! 't Is een roze bol met een flosjke aan!!!  Net als op de paardemolen!! Ik wil dat flosjke!!"

dsc04820copy.jpg

Aïsha : "Allez?! Dat is vals!!! Op de paardemolen komt dat veel rapper los..."

dsc04825copy.jpg

Aïsha : "Néé!!! Ik heb dat eerlijk gewonnen! Als ik de roze bal niet van uw lijf mag trekken heb ik minstens recht op dat flosjke!!!"

dsc04827copy.jpg

Aïsha : "Hola! Geen dierenmishandeling hé?! Of ik stap naar de manager en dan wordt gij aan de haaien gevoerd. Ze kunnen hier altijd een extra attractie gebruiken."

dsc04831copy.jpg

Aïsha : "Weet ge wat? Houdt uw flosjke!!! Ik wil het al niet meer! Het smaakt zout en 't is van een bangelijke kwaliteit. Ik zal er een krul in draaien dan ziet ge er toch iets fatsoenlijker uit. Maar ge moet u dan wel stilhouden hé seg! Zenuwpees! Ge zijt hier op vakantie! Niet vergeten."

dsc04845copy.jpg

Aïsha : "Maar ge wéét toch dat ik uitgekeken ben op dat blauw balleke!"

dsc04843copy.jpg

Aïsha : "Ik wil úúúúw roze bolleke!!!"

dsc04848copy.jpg

Aïsha : "Zijt ge al moe? En gij wilt hier komen solliciteren als entertainer? Dáár zou ik dan nog maar eens twee keer over nadenken..."

dsc04872copy.jpg

Aïsha : "Ik werk hier als fotomodel. Maar dat moet gij niet proberen. Ten eerste is die functie bezet, en ten tweede met dat haar van u zou dat geen succes zijn..."

dsc04832copy.jpg

Aïsha : "Kom, ge valt omver van de jetlag, we zullen wat gaan slapen. Maar dan moet ge wel eerst uw haar losmaken. Het is al zo'n droevig busseltje. Kom hier, dat ik u help!"

dsc04864copy.jpg

Aïsha : "Ge gaat toch niet gaan slapen met uw kleren aan?!! Dat is vies! Vooruit, trek uit die pareo, of moet ik dat ook al voor u doen? Gij? Gij zou verdorie nog met sokken aan gaan slapen gij!"

dsc04868copy.jpg

Aïsha : "En ja zeker! Wij wassen ons hier ook voor we gaan dutten. Uit welk soort beschaving komt gij eigenlijk zeg?"

dsc04852copy.jpg

Aïsha : "Leg u neer. En niet te veel woelen want anders worden mijn pluimen er uit zien als uw zielige haardos en dat is wel het laatste wat ik zou willen."

dsc04854copy.jpg

Aïsha : "'t Is niet wáár!!! Nu snurkt dat nog ook!... Entertainer in een hotel... 't is een hondenleven. "
Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Ellaidhoo blog

Alle reisverhaaltjes (tot hiertoe) staan bij mekaar op een nieuw blog. Makkelijk om hoofdstuk per hoofdstuk te lezen. Foto's staan er voorlopig nog niet bij.

http://bloggen.be/ellaidhoo/

(ook te bereiken via de rechterbalk op mijn blog)

Morgen een nieuwe aflevering!

Geschreven door Laathi om 13:56 Reageer op dit bericht

Terug!

Terug, van ver weg geweest!
Er staat jullie nog een flink stapeltje reisverhaaltjes te wachten, maar ik wou toch al maar even mijn kopke laten zien! En mijn trouwe lezers bedanken, want dankzij jullie toffe reacties is deze reis nóg hartverwarmender geweest!

dsc07803copy.jpg

Een mens draagt hier wel iets meer kleren. :roll:
En mijn kapsel raakt, zonder het dagelijkse paardestaartje, de zwaartekracht blijkbaar niet meer gewoon.

Geschreven door Laathi om 17:14 5 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo deel 17.

Maandag, 24 januari 2011.

17. Bruingebakken gekookte peren in een saus van tranen.

Onze ochtendsnorkel leverde niet veel goede foto’s op. Deze keer was het mijn duikbril die aandampte... ‘t Kan niet altijd hetzelfde zijn. Gelukkig heeft Paul enkele mooie minuten viskes-film en heb ik een schitterende platvis kunnen filmen. Zo’n mooi beest! Eindelijk een wezen met ogen op zijn rug.
Ik vond ook de ideale rots om de rare wezens eens te bekijken die eruit zien als basketbalvormige potjes met een rode binnenkant. Foto’s van maken lukte niet want heel mijn spel was alweer aangedampt.

Toen we vanmiddag aan onze tafel kwamen stond er ineens een primitief bordje “reserved for room 412". Duidelijk handwerk. Het bestond uit een geprinte tekst die rond een leeg theedoosje gewikkeld was.

Tijdens ons middagmaal waren die ellendige rot-Chinezen in het zand naast onze tafel de arme hagedissen aan ‘t sarren. Hoe ze ze te pakken kregen weet ik niet maar de kinderen renden er mee rond, de diertjes hulpeloos bengelend aan hun staart. Ze verstonden als steeds geen woord engels en kijken alleen maar onbegrijpend en brutaal als ge wilt duidelijk maken dat dieren geen speelgoed zijn. De ouders vonden het dan nog leuk ook en namen er foto’s van. Al minstens een van de beesten heeft het niet overleefd.
Ik heb het echt niet begrepen op rijke Chinezen met hun arrogante gedrag, onbeleefdheid en hun schelle snerpende stemmen. Om over hun gokprobleem nog te zwijgen. Ze zijn zo onafscheidelijk van hun speelkaarten dat ze met hun boek in de hand in ‘t watervliegtuig stappen. Russen op vakantie zijn geen pretje maar ‘t gaat er niet plezanter op worden als er ook nog een miljard Chinezen over de wereld gaan beginnen uitwaaieren...

Op de middag rende Donald ons voorbij - ‘t mankeert er eigenlijk nog aan dat hij echte stofwolkjes achter zich laat -, remde en sprak ons aan : Prem had hem gebeld om hem toch nog eens op het hart te drukken dat wij niet altijd van het buffet moesten eten maar steeds alles konden krijgen wat we zin in hadden, prawns, kreeft... We moesten het maar noemen.
Aan de opdracht vanuit Colombo wou ik voor één keer wel eens gehoor geven. Ik had best zin in prawns, niet zozeer om de reuzegarnalen zelf, maar vooral om de frietjes. Ik blijf een Belg, ik mis mijn frieten. Donald was blij dat hij weer eens iets speciaal kon laten maken voor ons, en na een knuffel verdween hij alweer aan de einder.

Raj kwam kijken toen ik met Aïsha op schoot zat. Prem had hem vandaag nog maar 1 keer gebeld. Hij probeert dus echt wat afstand te nemen van het werk en wat bij te slapen. Hij sliep zelfs toen we hem belden en was zo verstandig geweest zijn telefoon af te zetten. Een wijs besluit want loopt hier vlot. Raj is een perfecte vervanger en hij is veel meer ontspannen dan Prem. Maar ge hoort en voelt wel dat ze hem allemaal missen.
Ik vroeg hem of er soms nog mensen voor drie weken hier blijven en hij zei dat dat hoogst zelden voorkwam en dat het dan meestal fervente duikers waren. Logisch. Normale mensen zullen het hier wel op 5 dagen gezien hebben. Alhoewel iedere vertrekker toch spijt heeft dat hij weg moet.
Tijdens de terugweg wou ik toch eens wat foto’s gaan nemen van al de faciliteiten, die mij persoonlijk niet interesseren, die het hotel te bieden heeft.

We ontdekten een goed onderhouden tennisveld, een volleybalplein, een heuse airconditioned biljartzaal met twee biljarts, een hypermodern en groot fitnesscentrum, en een Spa die ook niet bepaald klein te noemen was. De massagekamers waren kleine zaaltjes! Een ervan was rondom rond behangen met kleine spiegels. Vrij zinloos, want tijdens een massage ligt ge volgens mij toch met uw ogen dicht. Maar wat een uitzonderlijke photo-opportunity! En ja, net dan was mijn batterij leeg.!
Hoe ze die reuze Spa ooit rendabel gaan krijgen vraag ik me wel af. Gelukkig is dat net als de duikclub een franchise. De duikclub is wel een goudmijn. Ze hoort toe aan een Duitser, en hij heeft er op een ander eiland nog eentje. Alle gerief lijkt pico bello in orde, er werkt flink wat personeel en de meeste dagen is hun duikboot volzet. Soms hebben ze vier duikboten per dag. Toen ik van Mayna de omzetbedragen hoorde, vielen mijn ogen wel even uit hun kassen. Een goed gereputeerde duikclub runnen is volgens mij tot hiertoe de beste business ter wereld. Zeker ook de plezantste. Met uw rekenmachine op schoot, voetjes in ‘t zand, en rikketikketik. Er zijn erger dingen op deze wereld.

We wipten ook nog even het duikcentrum binnen om onze snorkeltrip van morgen af te zeggen. Paul wou niet dat ik me ziek ging maken door op die wilde zee met een lawaaierige dhoni te gaan varen. Een snorkeltrip af gaan zeggen... het voelde als een persoonlijke nederlaag. Ik was er echt niet goed van. Naderhand besefte ik dat Paul gelijk had, uiteindelijk zouden we als ik nog gezond was geweest met deze wind ook niet meegegaan zijn, het zou toch geen mooie foto’s opgeleverd hebben. Trouwens mijn oren zullen op het einde van deze week nog genoeg te verduren krijgen als we over deze zee naar Male moeten varen en daarna nog 12 uur in een vliegtuig moeten zitten.

Eens thuis gingen we ons lang geplande doel waarmaken : wat zonnen, de voorkant laten bruinen om de zaak terug wat in evenwicht te brengen.
We zetten onze beide bedjes richting zon. En verder weet ik niks meer...

Toen de zon heel laag boven de horizon stond werd ik gekookt wakker. Ik voelde mij een rotte peer. En ik was alleen. Heel suf opende ik mijn ogen en dacht : weeral een nieuwe dag, de zon komt al op. Mijn volgende vage idee was : als de zon pas opkomt is ‘t nog te vroeg om op te staan, ik ga me nog eens omdraaien. Amai, dat kopkussen is nu wel heel hard, ‘t lijkt wel van hout. En zo schuin! Welwel, Paul is al opgestaan, die zal al ontbijt gaan halen zijn. Maar hoe kan ik nu de zon zien opgaan? Die zien wij vanuit ons bed toch nooit opkomen? Maar, ik lig op mijn terras begot!... Heb ik dan vannacht buiten geslapen?? Pas toen werd mijn geest (die overduidelijk op vakantie is) er zich van bewust dat de zon niet op maar wel onder ging, dat Paul was gaan voetballen, en dat die mij hier genoeglijk had laten palmboomkes zagen omdat ik al lang eens “gewoon wou bruinen”... Dat was dan bij dezes wel grondig gelukt.

Ik peinsde er nog even over om te gaan zwemmen maar ik voelde me zo vredig en gelukkig in mijn huizeke dat ik besloot mijn klein witteke te pakken om wat te schrijven. Ik verhuisde van mijn zonnebed naar mijn echt bed. Wel een actieve vakantienamiddag moet ik zeggen. Ik heb in totaal 10 meter afgelegd.

Om halfzeven klopte “my personal roomboy” op de deur, met in zijn handen zijn totaal versleten voetbalschoenen, zijn kletsnatte t-shirt en een dienblad met vier koele drankjes. Zéven sterren service is dat hier! Toch erg dat mijn roomboy op zo’n versleten schoenen moet sjotten. Ik zal hem maar een flinke fooi geven dat hij er eens nieuwe kan kopen. Misschien komen die wel ineens mee met de Paashaas?

Tijdens ons privé-aperitiefuurtje kregen we een sms. Misschien van Prem? Nee, van Haris : dat we vanavond een special diner te verwachten hadden en dat hij voor ons ging zorgen.
Tuurlijk, we hadden niks anders verwacht. Het is toch wel kompleet “over the top” aan ‘t gaan als uw kelner al zo attent wordt en u sms-jes begint te sturen. Ik voel me tegelijk beschaamd en overgelukkig en ondertussen zit ik nog te grinniken over de absurditeit van dit alles. Maar Haris beschouwt ons al lang niet meer als gasten, daarvoor kennen we mekaar al veel te lang.

Tijdens de voetbalmatch hadden ze het weer bruin gebakken... (Ook letterlijk, want als ge hier naar een bal duikt en bezweet op de grond valt ziet ge er uit als een smoutebol). De ene ploeg had uit 10 spelers bestaan en de andere uit 13. En natuurlijk had Paul zijn onderbemande ploegske verloren. Waarschijnlijk heeft een Bangladeshi deze keer de ploegen samengesteld en we weten al dat die niet zo goed kunnen tellen.
‘t Is trouwens heel grappig, uit macht der gewoonte, noemt hij Paul nog altijd Mister Paul terwijl hij ons aan tafel bedient. Maar als Paul de match verloren heeft dan verwelkomt hij ons schaterend met de woorden : “Hey! Good evening Loser!!!”
Ik heb hem gezegd dat als hij niet leert om gewoon onze voornamen te gebruiken zonder dat stomme Mister of Madam ervoor geplakt, dat hij in ‘t vervolg Paul ook niet meer “loser” mag noemen maar op zijn minst “Mister Loser”.

Toen we aan tafel zaten hadden ze in plaats van ons gewoon een bordje prawns met frietjes te geven er weer een heel diner van gemaakt. Op ons menu stond gerookte zalm, soep, het hoofdgerecht en chocolade ijskreem als dessert. En ik zou al meer dan gelukkig geweest zijn met enkele scampi’s uit de poot en een bordje friet...
Nadat ons voorgerecht op was speelde de goede gitarist, Chuti (die de echte huismuzikant van dit hotel blijkt te zijn, maar hij heeft er net enkele weken verlof op zitten), 30 meter verder aan de beachbar, een van onze favoriete liedjes. Ik vroeg Paul om te dansen. Ook op stille muziek uit de verte kunt ge dansen.
Dabbelend in het zand probeerden we iets stijlvols uit op “You look wonderful tonight”. In zand dansen is een ramp. Om van de boomwortels nog te zwijgen. Uiteindelijk mondde ons romantisch moment uit in een slappe lachbui waar we niet meer van bij kwamen. Gelukkig redde het opdienen van de scampi’s ons van verdere idiotieën.

Na ons eten zat Haris' shift er op en dan babbelen we meestal wat. Paul vroeg hem waarom de kelners van het sjiekere restaurant aan het zwembad veel onvriendelijker zijn.
Waarschijnlijk zijn ze niet happy omdat wij als waterbungalow-gasten, die het privilege genieten aan het zwembad te mogen eten, er toch voor blijven kiezen om bij “het gewone volk” en onze maat Haris te eten. In hun hierarchisch ingestelde geest zullen ze dat waarschijnlijk als beledigend ervaren. Maar ik kan daar niet eten want het is zo’n moderne open keuken (allemaal inox en tegeltjes, best tof wel, dan ziet ge alles, maar ge hoort ook alles) en het gekletter is ondraaglijk voor me. Op het terras is er ‘s middags geen schaduw en in volle zon eten is ook niet te doen. En ‘s avonds speelt het orkest er...
Het is niet voor niks dat Donald hier een afzonderlijk tafeltje onder deze boom heeft gezet, zo ver mogelijk weg van alle gerinkel en toch nog betrekkelijk dicht bij een buffet. Maar ja, begin dat maar uit te leggen aan die mannen, die nog niet eens het woord “ashtray” verstaan als ge op een asbak wijst die voor hun neus staat...

Haris zei dat hij zelf dat bordje “reserved for room 412" heeft gemaakt omdat er telkens mensen aan dat verleidelijke tafeltje kwamen zitten. Wij gaan altijd laat eten omdat er dan minder volk is, en we toch nooit meer dan twee gerechten nemen. Hij krijgt regelmatig vragen waarom wij die voorkeursbehandeling krijgen, en dan legt hij het uit van mijn ziekte. Ik durf me bij die uitleg niet al te veel voorstellen. Mijn arme Haris die in een soort Italiaans aan totaal onwetende toeristen een ziekte gaat uitleggen die ik zelf amper verwoord krijg. Een plots overdrijvende wolk van droefheid deed de tranen als regendruppels op het tafelkleed vallen. Ik haat het om die lieve jongens overlast te bezorgen. Ik zou zoveel liever doodgewoon mijn normale onzichtbare zelf zijn, die gewoon bij andere mensen kon gaan zitten, en iets drinken in de bar, en mee gaan lachen bij de crab-race! Konden die andere toeristen dat maar begrijpen!!! Maar ik kan toch moeilijk om de drie of vijf dagen op de pier een speech gaan houden en mijn zotte ziekte uitleggen?!!

Haris was zo lief, hij troostte me, en zei dat het de grootste voldoening was om gasten gelukkig te maken. Sommigen werkten hier voor de dollars, maar voor hem is de tevredenheid van zijn klanten zijn voornaamste doel. Hij wil het ver brengen in de toeristische sector en wil altijd maar bijleren door met zoveel mogelijk mensen om te gaan en alle karakters te leren kennen, om ze zo aangepast als hij maar kan tegemoet te komen. Hij bleef mijn arm maar vastgrijpen en zeggen dat het zijn job was om voor ons te zorgen en dat wij ons over niks mogen druk maken. En dat hij zijn werk nog heel graag doet ook en blij is dat we al zolang vrienden zijn, en niet liever doet dan voor me zorgen. Hij vertelde dat er in zijn dorp twee blinden waren en dat de dorpsgenoten die mensen ook hielpen zoveel ze konden, en dat hij zelf centen gaf aan enkele mensen die geestesziek waren om hen te helpen overleven. Hij wou niet weggaan voor ik terug kon glimlachen, en vroeg me van niks meer iets aan te trekken en gewoon weer gelukkig te zijn. De eventuele vragen die andere gasten zouden stellen zou hij wel beantwoorden. Hij had dat bordje “gereserveerd” gewoon gezet om het zichzelf wat makkelijker te maken. (Hij heeft dat papiertje trouwens zelf laten printen en het dan om een kartonnetje van een leeg theedoosje geplooid zodat het een driehoekje is dat blijft rechtstaan. Puur handwerk.) Die jongen had geen kelner moeten worden maar psycholoog.
Na de nodige high fives namen we afscheid, ik perstte er een paar grapjes uit om hem gerust te stellen dat ik weer gelukkig was.

Maar ik was allesbehalve gelukkig, ik voelde me miserabel. Hoe kan ik in godsnaam gelukkig zijn als ik andere mensen last bezorg?!!!
Zo snel ik kon stapte ik huiswaarts maar dat kan ook al niet onzichtbaar. Ik moet voorbij het zwembad om op mijn vlonder te geraken. Ik zag Donald vanuit de verte aan de bar staan en wou echt dat niemand de tranen in mijn ogen zag prikken. Zeker mijn lieverd niet. Paul ging alleen een paar flessen water halen en ondertussen glibberde ik tussen enkele palmbomen naar het houten plankier. Moest ik nog Rachid en Robert passeren die daar aan ‘t spelen waren ook. Gelukkig is het er zo donker dat ze mijn gezicht niet konden zien, alleen mijn vrolijk wuivende arm.

Thuis kreeg ik van Paul te horen dat Donald zijn voelsprieten alarm hadden geslagen - hij voelt natuurlijk feilloos aan of ik me goed voel of niet - en dat hij heel bezorgd is. Nu voelde ik me uiteraard nog slechter.
Donald kan ik geen rad voor ogen draaien, we verschillen amper een paar weken van leeftijd, zijn allebei weegschalen en heel gevoelig...

Op mijn terras heb ik rustig de tranen de vrije loop gelaten. Paul trachtte me te troosten door tot treurenstoe te blijven herhalen dat deze mensen me gewoon graag zien om wie ik ben, niet om wat ik kan of niet kan, en dat ze me daarom gelukkig willen maken. Dat ik dat moet leren aanvaarden. En dat het niet meer dan logisch is dat ze hun uiterste best voor me willen doen omdat ze Prem zo ongeveer aanbidden en dat ze weten dat Prem mij als zijn zus beschouwt. Dat het voor hen echt heel belangrijk is om me gelukkig te zien.

Ik zou gelukkig zijn als ik terug normaal werd.

Geschreven door Laathi om 14:05 3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo deel 16.

Zondag, 23 januari 2011.

16. Op de vissenpaardenmolen.

Geweldig! We kunnen een fotoalbum opladen vanuit onze kamer! Het vergt wel wat gedoe, in de zin dat we onze voordeur open moeten laten staan en zien dat we niet per ongeluk door de draadloze verbinding lopen, maar het werkt. Heel gemakkelijk, alles laadt op terwijl wij ondertussen andere dingen kunnen doen. Want het internet gaat hier verdorie traag.

Ik stapte na de ochtendsnorkel toch weer zo overgelukkig uit het water dat we onze naam op de lijst voor een nachtsnorkel zijn gaan invullen. Het zal iets voor donderdagavond worden.
Als echte, tevreden toeristen gingen we, flink gepekeld, aan ‘t zwembad Pushpa's fruitcocktail drinken. Hij heeft er weer een nieuwe voor me uitgevonden. Het blijkt niet zomaar de eerste de beste barman te zijn. Eergisteren stond hier een affiche dat hij 9de geworden was op de wereldmeeting “cocktailshaken” in Shanghai.
Dus mijn fruitsapjes kunnen door geen betere handen gemixt worden.

Andreana kwam voorbij gewandeld met enkele nieuwe aankomers die ze net wegwijs had gemaakt, ze kwam gezellig wat babbelen.
Het moet toch niet makkelijk zijn als ge voor uw eerste job, op uw 20 jaar, terecht komt in een staff die hoofdzakelijk uit mannen bestaat, dan nog allemaal 50-ers. Ze maakte me duidelijk dat ze echt wel goed van zich zou kunnen afbijten indien nodig. Wat ze wel mist zijn haar vriendinnen en een beetje gek kunnen doen en wat onschuldige lol maken. De gasten hier op het eiland zijn meestal ook rond de veertig en de vijftig, dus die zijn ook niet van haar generatie, trouwens als personeelslid moogt ge niet te familiair worden met de klanten. Ik dol al wel eens met haar, ze heeft een gezonde zin voor humor, maar toch voelt ge haar angst om maar zeker niet te ver te gaan. Aziaten zijn toch zo enorm gehecht aan hiërarchieën. Dat kaste-systeem zit duidelijk nog altijd in hun genen verankerd. En dat beperkt hun leven, althans dat is mijn idee.

Als ik Donald tegenkom dan geven wij mekaar een dikke knuffel, maar hij blijft me hardnekkig met “Madam” aanspreken. Hij vertelt me zijn diepste zieleroerselen, en ik die van mij. En ik blijf “Madam”. Ik zie het in België nog niet direkt gebeuren.
“Lily” blijkt echt duidelijk het privilége van Prem. Raj durft me als eens met mijn voornaam aanspreken tijdens onze ochtendvastpak. (Ah ja, hij is hier nu, tijdens Prem’s vakantie, “in charge”!) Maar de naam “Lily” blijft off limit.

Al maar goed, want ik vind het afschuwelijk, en ik heb al jaren geleden met Prem afgesproken dat als hij me per se zo wil noemen hij de enige in de wereld zal zijn die dat mag. “Lily”begot, precies of ik ben een teer bloemeke in een porseleinen vaaske! Eentje met een sjakoske van Chanel onder zijn bovenste bloemblad. Geef mij dan maar “Rambi”, een bijnaam die ik veel meer koester omdat hij de samentrekking is van Rambo en Bambi. Dat benadert toch al meer de waarheid. Met die naam kan ik tenminste een rugzak die Irma heet dragen.

Amai, ik ben weer ver afgedwaald. Ik wou eigenlijk vertellen dat Andreana blij mag zijn dat ze in deze tijd leeft. Elke avond skypet en mailt ze met haar ouders in India, en met haar vriendinnen die ondertussen over heel de wereld verspreid zijn geraakt, en zo zal ze het hier haar eerste jaar moeten volhouden. Gelukkig vindt ze wat aansluiting met de Indonesische en Filippijnse dames van de Spa. Dertigers, dus toch al iets dichter aanleunend bij haar eigen generatie.
Ik bewonder haar. Ze heeft zoveel stijl, is leergierig, heeft aandacht voor alle details, is enorm behulpzaam en superintelligent. Ze weet ook al heel veel, zelfs al is ze niet eens een volle maand in dienst. Ze spreekt het mooiste Engels van iedereen hier. Geef haar nog een jaar of 15 en ik zie haar manager zijn van een 5-sterren hotel ergens ter wereld.

Uiteindelijk kwamen we aan onze lunch en Haris stond alweer op punt om te vertrekken. Deze keer was de onzekere factor of de cargo-dhoni zou afgeladen geraken vandaag. Het is erg hoog water en de zee is wild... Afwachten dus maar weer. Zijn arme vrouw verwacht hem al 3 dagen thuis...

De zee is écht ontstuimig en op de uiterste punt waar wij wonen giert de wind. Ik heb al zachte dopjes in mijn oren gestoken om van ons ponton te wandelen, sorry waaien. Eens op het eiland gaat het beter, maar op de vlonder van de waterbungalows voelt ge u als op een schip in een storm. Weliswaar op één dat stil ligt maar de wind is er niet minder om. Zelfs de watervliegtuigen hebben vandaag moeite om op te stijgen. Gelukkig doet het geluid van de wind geen pijn. De wind in de palmbomen doet dat wel. Van sommige vogels doet het geluid pijn, van andere niet. Vroeger vond ik het zo plezant als de vogeltjes mee aan tafel kwamen zitten, en ik ze kon voeren, nu jaagt Paul ze weg. Dat vind ik toch zo triestig. Ik ben al blij dat Aïsha haar stem op een goede frequentie zit. Ze is ook haast geluidloos, heel soms, slaakt ze eens een luide kras-kwáák, maar daar blijft het bij.
Daarstraks gebruikte ik mijn lady shave en hij klonk net als thuis als een grasmachine met een benzinemotor. Alles is dus nog altijd "normaal" zullen we maar zeggen...

Bij een van de gerechten stond weer een grappig naambordje : fried aboriginate curry. Wel, wel, we gaan dus gebakken Australische aboriginals nuttigen. Bleek dat ze aubergines hadden willen schrijven. Hier kan ik een plezant raadsel voor mijn blog mee maken. Alleen de mensen die de verhalen echt gelezen hebben zullen het moeiteloos kunnen oplossen.

Het is plezant om na de maaltijd wat aan ons verlaten tafeltje te rusten en onze foto-oogst te bekijken. Haris kwam, nogmaals, afscheid nemen. Pro forma, want de onzekerheid is groot. Maar een mens kan nooit teveel knuffelen.

Vanmiddag kwam Aïsha (uiteraard met in haar kielzog haar trouwe begeleider) naar ons afgelegen tafeltje gewaggeld. Mijn doel was dat ik haar op het einde van de drie weken op zou kunnen pakken en op mijn schoot zou kunnen houden. En o wonder! Het lukte me vandaag al!!! Is me dat een flinke brok!!! OK. Het zijn vooral pluimen en nek en bek, maar toch, ik denk dat het een beestje is van een kilo of acht, misschien wel tien. Zo plezant!!! Op de grond zitten met een pelikaan op uwe schoot! Ik was op dat moment beslist de gelukkigste mens van de wereld.

Deze keer had ik wel eerst mijn oordopjes op de tafel gelegd want anders kon ik die weer uit haar snavel gaan vissen. Mijn paardestaart kan ik natuurlijk niet wegleggen dus die had ze weer direct beet. Zo’n zalig beest om mee te knuffelen. Alles is zo onverwacht bij haar! Ge weet nooit waar die snavel naartoe gaat draaien. Soms neemt ze heel mijn kop in haar bek. En dat doet ze zonder moeite. Het doet ook geen pijn, behalve het uiterste kromme puntje van haar snavel is wat scherp, daar moet ge een beetje mee oppassen, maar voor de rest bijt ze niet, ze knijpt gewoon zachtjes. De weinige toeristen die op die op dat moment verlaten plek langskwamen keken hun ogen uit. Ik zal weer heel onnozel op een boel foto’s staan maar dat is ‘t laatste van mijn zorgen.

Plots begon ze zich te poetsen. Met het puntje van haar snavel ordent ze haar dons en haar pluimen, en af en toe plukt ze er iets uit en spuugt het weg. Tot mijn groot plezier trok ze plots een grote veer uit! Dat vond ik nu pas een super-souvenir! Die ga ik koesteren. Ze steekt boven mijn bureautje al naast de vis die Haris voor me gemaakt heeft. Wat een fijne herinneringen zullen dat thuis worden...

Ik heb nog even rondgewandeld om wat fotoraadselfoto’s te nemen en stilaan kwam ik afgezakt naar onze bungalow. Net toen ik dan eindelijk eens wou gaan zonnen op mijn zalige terras verschenen er wolken. Mijn voorkant zal wit blijven vrees ik. Dat hoort ook weeral bij de laatste van mijn zorgen. De categorie “laatste van mijn zorgen” begint langzamerhand wel groot te worden. Dat is goed. Heel goed. Ik voel me hier toch zo gelukkig.

Alles is hier in openlucht te doen, alle geluiden verspreiden zich, meestal ben ik alleen en hoef ik ook geen onverwacht lawaai te vrezen. Ik ga zelfs al snorkelen zonder mijn oordoppen rond mijn nek geknoopt. En als er geluid is dan is het meestal maar één geluid tegelijk, buiten het geraas van de wind op ons uiterste puntje van het eiland, en dat kan ik best aan. Om van ons huisje naar het eiland te lopen heb ik trouwens een goede oorbescherming gevonden : mousse doppen van een slechte kwaliteit. De wind blaast dan niet in uw oren en toch kunt ge nog horen. Amai, wat een gecompliceerde uitleg toch weer...

Op de openbare plaatsen is het moeilijker, maar ook daar valt het mee, want hoewel het hotel vol zit, ziet ge alleen veel mensen tegelijk bij de maaltijden. Voor de rest ligt iedereen hier onder zijn eigen bosje met zijn boekje, zitten de duikers ergens ver weg onder water, en snorkelaars komt ge ook amper tegen in zee. Er is ruimte genoeg voor iedereen, niemand loopt in iemands weg, iedereen doet ongestoord zijn zin en dat is heerlijk. Er wordt hier nogal wat afgelezen of gewoon in de verte gestaard. Ik denk dat ik het nog het drukst van allemaal heb. Ik heb nog verre van alles gedaan wat ik hier wil doen. En ik ga het niet gedaan krijgen ook niet. Dat zal dan voor november zijn. Hopelijk kan ik tegen dan nog tegen het lawaai van het vliegtuig.

Ik zou nog foto’s van het centrum van het eiland willen gaan maken. Heel de technische afdeling. De waterontzilting enzo. Ik heb nog geen berenfoto’s gemaakt, en er is nog geen letter van mijn berenverhaal geschreven. Ik wil nog gaan snorkelen naar de twee eilanden een beetje verderop en ik wil nog een nachtsnorkel. Ik zou nog mijn gratis beurt in de Spa moeten gebruiken... Thuis had ik geen agenda meer, en hier staat hij boordevol.

Ik zei daarstraks als grapje tegen Donald dat ik er best nog een extra week bij zou willen plakken als het niet was dat Paul naar huis moet omdat hij op 12 februari een concert heeft en daarvoor nog flink moet repeteren. Donald kwam onmiddellijk met een oplossing : "Oh, maar dan blijft gij gewoon hier en hij gaat naar huis en hij stuurt u maar wat centen op, of hij komt u over een paar weken terug halen!"

Als we eens een namiddag niet gaan snorkelen dan komen de vissen gewoon naar ons thuis!!! Misschien is hier ook wel een Fish Manager en heeft die tegen de baas van de vissen gezegd : “Ze komen niet buiten vannamiddag, ga ze wat entertainen aan hun bungalow. Stuur maar een groep blauwe papegaaivissen en enkele groene, want die ziet ze het liefst.”

We zaten op het terras, mijn benen bengelend door de spijlen, en onder mijn voeten zwom een haaike. Iets later kwam er een machtige bende blauwe papegaaien aan de stenen knabbelen. Een zaligheid om ze van boven water op een surrealistische manier op beeld te krijgen. Plots onstond er een boel geharrewar! Twee tonijnen waren de lagune binnengezwommen en ze begonnen samen te jagen. Een doodsbang sergeant major-viske kon zich op ‘t allerlaatste nippertje nog onder een rots in veiligheid brengen. Toch wreed om zien allemaal. Maar ja, de tonijnen moeten goed eten, want anders is er voor ons later geen sashimi... De groten eten de kleinen. Waar gaat dat eindigen? Wie gaat ons oppeuzelen?... Een worm! En die wordt dan weer aan de vissen gevoerd, en zo is de cirkel rond.

Om vijf uur kwam mijn lang verwachtte “Wow! Wooow! Ik heb er geen woorden voor”- moment. De zee is eigenlijk veel te wild maar ik wou het niet meer uitstellen. Wie weet wordt het deze week nog wel echt rimpelloos? Dus besloot ik om vanavond nog eens tussen de roggen, haaien, murenen en jacks te gaan zwemmen rond voedertijd. Paul ging me van boven op de betonblokken filmen. Het is vandaag toch geen voetbal, want het is zondag-cricketdag.

Het was bewolkt dus donker in ‘t water, door de stroming ook veel opgewaaierd zand, dus rampzalig voor foto’s. Gelukkig zijn deze beesten ongeveer zo groot als ik, en veel kleur hebben ze toch ook niet, dus het mocht wat grijzig zijn. Het enige wat ik kon doen was filmen of fotograferen met flits. Maar op meer dan een meter afstand haalt dat met mijn klein bakske ook niet veel uit. Vandaar koos ik voor film. Ondanks de grijzigheid was het toch spectaculair. De grote jacks schoten langs mijn zijkanten, terwijl de roggen onder me door zwommen. Geweldig, als enige mens in de oceaan tussen al mijn vette vissen ronddartelen! In het deel van de lagune waar de visafval gegooid wordt moogt ge tijdens voedertijd niet zwemmen. Jammer, maar begrijpelijk, want ge komt daar in een passe-vite van roofvissen terecht en het gaat er niet zachtaardig aan toe.

Mayna, de Bangladese roggenvoederaar (Alweer een schoon beroep) gooide speciaal voor mij een vissenkop aan de zeekant van de betonnen richel, ik werd weliswaar omspoeld door een hoop spetterende visen van een kleine meter lang, maar meer dan grijs gewoel kreeg ik niet op mijn film. Ik moest ook veel te hard werken om tegen de stroming tegenop te kunnen, en dan is het niet te doen om een camera stabiel te houden. Ik had echter wel geluk met de haaien. Ik kreeg er regelmatig twee in beeld, ze durfden lekker dichtbij komen omdat ik in de doorgang naar de voederplaats zwom. Die doorgang is ongeveer twee meter dus ze moesten allemaal langs alle kanten langs mij passeren. Het is wonderlijk dat niemand mekaar raakt. Iedereen is zo wendbaar en snel, dat als ge zelf ook een beetje goed kunt zwemmen, ge mekaar niet hindert. Ik genoot, genoot, genoot... Het ging allemaal aan topspeed. Vooral de jacks zwemmen als razenden.

Toen de voedertijd gedaan was kon ik wel weer in de lagune. Daar was de staartloze kleine rog nog gezellig aan het rondzwemmen en de twee dikke murenen van twee meter lang kwamen ook hun holen uit om restjes op te knabbelen. Nu niet dat er veel restjes zijn. Omdat het water daar rustiger is kon ik ongestoord tot op 30 centimeter van de murenenbekken filmen. Ze kronkelden als dikke vette slangen langs de rotswand. Soms kreeg ik ze zelfs met twee tegelijk op beeld, meestal lukte dat niet omdat ik veel te dichtbij was met mijn lens. Toch leverde het een goede film op. Grijs en stoffig, maar dat waren nu eenmaal de omstandigheden. Af en toe slaakte Paul van boven op het betonblok wel een kreetje : “Pas op! Zijn bek is wel heel dicht bij u!” Maar dat was niet erg want met mijn kop onder water kon ik dat toch niet horen. Plots kwam de hele grote rog terug in de lagune! Tot overmaat van plezier kon ik heerlijk boven hem “tweedekkerke” spelen. Zaaaaaaaaaaaalig! Zwemmen met roggen, bijna even plezant als zwemmen met tijgers.

De murenen waren ook zeer actief want ondertussen werd het schemerig. Ik kon boven hen meezwemmen, onderduiken en van zeer kortbij hun open bek filmen. Ik dacht altijd dat die maar vier zielige tanden hadden, maar als die echt in actie komen heb ge een veel beter zicht op wat er allemaal in dat muiltje zit! Rijen kleine puntige witte tandjes! Ik kon zo diep in hun keel kijken dat ik de ingangen van hun kieuwgaten zelfs op foto heb! Echt indrukwekkend hoe zo’n keelgat er uit ziet. Hun ellenlange, vette maar superlenige lijf is ook prachtig van tekening. Over heel hun slangelichaam loopt een soepele rugvin waar ze toch een behoorlijke snelheid mee kunnen ontwikkelen. Wat niet wegneemt dat ze liefst van al van hol naar hol zwemmen. Ik vond een goede houvast, zodat ik niet te erg tegen de stroming moest opboksen en lekker close kon fotograferen.

Naderhand bleven de jacks en makrelen in de ondiepe lagune snelle rondjes zwemmen en ik mocht me gewoon bij hun groep aansluiten. Gezellig met zijn allen aan hetzelfde tempo rond een school kleinere vissen cirkelen. Wat een plezier! We leken wel een kermismolen, maar dan één met vissen in plaats van paarden.
Op de terugweg vond ik dan als bloemekee ook nog twee jonge murenen in een ongerept koraalbos en het water was daar wel helder. Dat leverde me enkele echt mooie foto’s op.

Na een uur kwam ik rillend uit het water want mijn memory stick was vol. Jammer. Paul was ondertussen naar de zonsondergang aan de andere kant van het eiland gaan kijken, dus ik stond daar met mijn snorkelgerief en mijn camera en geen handdoek. Pijlsnel ben ik dan dwars door de palmtuinen naar het zwembad gerend dat heerlijk zoet en warm is. Wat een zaligheid om daar rustig alleen in rond te drijven en naar de lucht te liggen kijken. En dan dat zoet gemengd fruitsapje dat daar op de kant op me stond te wachten! En een handdoek. Goddelijk.

Terug thuis was ik heel benieuwd naar onze filmpjes en ze bleken, gezien de slechte omstandigheden van de zee, nog plezant ook. Ik als dikke rode vis (rood badpak, een bikini vond ik in dit wilde gedoe wat te riskant) tussen al die grote grijze beesten. De haaien, roggen en murenen even groot als ik, en de roofvissen ongeveer de grootte van mijn lijf.
Waarom heb ik er in mijn jeugd toch niet voor gekozen om duikleraar of onderwaterfotograaf te worden? Ik had er beslist aanleg voor gehad. Nu, op mijn 53ste en met die stomme ziekte is het wel wat laat...

Het vissenfeestje was voorbij, de adrenaline zakte, en ik voelde me wegzinken... De hyperacusis was luider, de tinnitus erger. Ik zou toch eens moeten leren om aan te voelen wanneer mijn eigen batterijen leeg zijn, in plaats van door te gaan tot de batterijen van mijn camera het opgeven. Matigheid is natuurlijk nooit mijn sterktste kant geweest en dat is met deze zotte ziekte wel wat onpraktisch.
En nu moest ik in deze staat nog gaan dineren...

We kwamen aan ons tafeltje en er zaten al twee mensen. O-oh. Ik ging iets verder kijken waar soms ook een tafel gedekt staat voor mensen die een romantisch diner met twee geboekt hebben, maar noppes... Bleek dat de mensen gewoon een sigaretje aan onze tafel zaten te roken en ons wilden vragen hoe we het regelden om apart te kunnen eten. Tja, dan kunt ge weer niet anders dan over de zotte ziekte vertellen. De Duitse vrouw was heel meevoelend en begreep onmiddellijk dat dat tafeltje geen onversneden voorrecht was. Ze leek zelfs blij dat ze gewoon bij de andere mensen in het restaurant kon gaan eten.

En wie kwam daar aangestapt met onze flesjes bruiswater? Haris. Ocharme. Nu was hij weer niet kunnen vertrekken. De andere jongens beginnen grappen met hem te maken omdat zijn bagage nu al drie dagen klaar staat. Hij zei dat zijn collega's het best wel fijn vonden dat hij niet weggeraakte, zodat hij ons kon blijven bedienen en zij het niet moesten doen. Ze zullen dat zeker niet verkeerd bedoeld hebben, want het zijn allemaal voetbalploegmaten van Paul, maar het maakte me toch heel triest. Ik zat daar onder mijn boom met mijn éne kaarsje stil te huilen. Van de pijn in mijn oren, van zelfmedelijden omdat ik niet "normaal" kon zijn, en door het geluid van de saxofonist die 30 meter verder in de bar stond te spelen. Heel mooi dan nog, maar toch was het veel te luid voor me.
Van eten is niet echt veel in huis gekomen. Als mijn kop de wereld niet meer kan volgen doet mijn maag precies ook niet meer mee.
Morgen is Haris zijn laatste kans om te kunnen vertrekken. We hebben deze keer maar geen afscheid genomen, misschien brengt dat wel geluk?

Oei, oei, Paul zegt me net dat één van mijn reisverhaaltjes maar liefst 7 A4-tjes groot is... Ocharme mijn lezers. Als ik die nog heb.

Maar ja, als ge zo gelukkig zijt na een jaar isolement, dan zoudt ge uw geluk willen uitschreeuwen. 't Is dat dat zoveel lawaai maakt. Dus schrijf ik mijn geluk maar uit.

Morgen het vervolg!

Geschreven door Laathi om 10:39 3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Ellaidhoo deel 15.

Zaterdag, 22 januari 2011.

 

15. Madelieven op de Malediven.

 

Om vijf uur liep de wekker af om Prem te gaan uitzwaaien. Door de hevige wind waaiden we met onze suffe kop bijna van onze vlonder. Het was nog donker, op de haast volle maan en de sterren na. We gingen naar de receptie en daar doken één voor één alle leden van de senior-staff op. Voor de meesten van hen is dit hun gewone uur om op te staan, want de vertrekkende gasten moeten uitgewuifd worden. Voor mij was het vanzelfsprekend midden in de nacht. Toch vond ik het heel fijn om hier rond te lopen als alle toeristen, op de 14 vertrekkers na, nog sliepen. Zo mogelijk is het hier dan nog rustiger.

 

De speedboat had hier om kwart voor zes moeten vertrekken, maar hij kwam pas om zes uur binnengevaren. Het aanleggen was enigszins tumultueus en al de bagage inladen ook niet makkelijk. Ondertussen stond heel de staff op rij en werden alle vertrekkers persoonlijk begroet met een handdruk en enkele vriendelijke woorden. Wij hielden ons discreet op de achtergrond. Toen Prem verscheen sloten we ons bij ‘t rijtje Staff aan. Prem was echt heel blij dat hij ons zag staan, hij viel direct in onze armen. Vervolgens werd hij door heel het kader, één voor één hartelijk de hand geschud of vastgepakt. Ge voelde de warmte in de lucht hangen en toch was de zon nog niet op.

 

Al snel zat iedereen op de schokkende, botsende boot en nam de staff zijn plaats in op het uiterste randje van de kade. Wij sloten ons aan bij het wuifcommitee. En daar stonden we dan. Te wuiven. Een tiental donkere mannen en twee wittekoppen op een rij. Te wuiven en te wuiven. En iedereen maar hopen dat de kleine traantjes in zijn ogen zouden wegwaaien. Er moest lang gewuifd worden. Toen de boot opgelost werd in de eerste stralen van de opkomende zon draaide iedereen zich om en binnen de minuut was elk in de richting van zijn job verdwenen.

Veel slapen is er hier niet bij. De meesten werken tot middernacht en om half zes zijn ze weer paraat.

Het was een ideale moment om foto’s van de maan te maken; De lucht is hier zo zuiver en helder dat ge de lichtjes afgeknabbelde rechteronderkant heel duidelijk kunt onderscheiden. Het lijkt wel of reuzevleermuizen er zich deze nacht aan tegoed gedaan hadden.

 

Terug thuis een kop thee gezet en lekker terug in bed gedoken want ik was nog altijd wat groggy van het feestje van gisteravond. Amper een uurtje tussen mensen en wat gerinkel en ik ben er alweer helemaal van in de lappenmand...

Pas tegen 11 uur kwam mijn kop terug boven het laken uit, knabbelde ik wat fruit en besloot maar tot aan de lunch stillekes thuis te blijven. Ik zat gewoon wat met mijn benen buitenboord bengelend op mijn terras naar de zonnereflecties op het kabbelende water te staren. Zonder bril of lenzen leek het wel of elke schittering ontpopte zich tot een madeliefje! Een stralend witte kern omkranst met gele bloemblaadjes. Ge moet het zeker eens proberen. Als uw ogen een -4 zijn tenminste. Alhoewel, misschien zien mensen met een -7 wel boterbloemen? Of die met een -5 narcissen?

De zee toverde zich constant om in een veld vol madeliefjes! Ze waren een heel kort leven beschoren, hun bloeitijd niet langer dan een halve seconde, maar het was een lieflijk zicht. Madeliefjes op de Malediven zien.  En ik die nog eens rust zou vinden... Wie had het ooit kunnen denken?

Voor mij was het een teken dat ik eindelijk een staat van ontspanning begin te bereiken waarin ik niet meer noodzakelijk élke vis hier moet gezien hebben of elke palmboom omhelsd heb die hier op het eilandje staat.

 

Ik vond het ook fijn om mijn blog voor enkele dagen te kunnen programmeren vanuit mijn kamer. Wat een luxe toch weer!

 

Wat voor mij ook zo fijn is, is dat zowel de mensen van het kader als de meeste toeristen, rond onze leeftijd zijn. Overdag zit iedereen hier te lezen, of te suffen, of rustig te babbelen. Weinigen aan het zwembad, de meesten onder de palmen voor hun eigen huisje. En het grootste deel hangt ergens in zee rond. Diep of aan de oppervlakte. Ondanks dat het hotel helemaal volzet is ziet ge weinig mensen. Verschillende mensen hebben het all-in pakket gekozen en toch is hier geen zatlapperij of dwaas gebral. Zalig. Aan die all-in formule hangt natuurlijk de obligate duivenring rond uwe poot vast. Zo’n plastic armband. Vreselijk. Ik ben heel blij dat wij die niet moeten dragen, ze hebben ze gewoon aan onze sleutel gehangen zodat we in de eerste dagen, toen het grootste deel van het personeel ons nog niet kende, enkel de sleutel moesten tonen als we drinken gingen halen. Nu zijn we natuurlijk al tot een deel van het decor verworden en moet zelfs dat niet meer.

 

Na de lunch zijn we weer in zee geploft en had ik me tot doel gesteld om vissensnuitjes te gaan trekken. Een heel plezante uitdaging want die mannekes zijn heel snel, en met een telelens kunt ge onderwater niet veel aanvangen, ge zijt direct uw doelwit kwijt. Ik heb me dus weer anderhalf uur vis tussen de vissen gevoeld.

 

Als we dan ‘s avonds aan Haris vertellen wat we gezien hebben dan vertelt hij ons er ineens de smaak bij. Logisch, op zijn thuiseiland, Mathiveri, gaat iedereen vissen, hier is dat vanzelfsprekend niet toegelaten.

We vertelden over de dikke zwart en gele overlangs gestreepte sweetlips en ik zag hem glunderen : lekker mals en vast vlees. “De doopvontschelpen?” “Oh ja, die eten we ook!!” “Smaken die niet naar rubber?” “Néé, de kleurige randen zijn wat taai maar het onderste witte vlees heeft de smaak van kreeft. En zeeschildpad is ook heel smakelijk.”  Oei. “Maar die eten we nu niet meer hoor!” Ik hoop het.

 

Haris bezit een supertelefoon. Er zit een heel fotoalbum in, zelfs filmpjes en hij kan er direct mee op internet en zo via Google Earth zijn eiland laten zien! Hij vroeg ons of hij enkele foto’s van zijn huwelijk naar onze telefoon mocht doorsturen. Onze ogen kwamen op steeltjes staan, we wisten niet eens dat dat met onze oude rakker ging. En ja, het lukte!!

Hij toonde ons filmpjes van de laatste nieuwe hits op de Malediven en opnamen van een soort Carnavalsfeest in zijn dorp. Als de mensen terugkomen van Mekka wordt er een bizar soort feest gehouden waarin ze zich verkleden als monsters. Een vreemde toestand. Het leek wel of we naar Thriller van Michael Jackson zaten te kijken! Heel raar. Een massa gesluierde vrouwen en daartussen halfnaakte mannen met hun bovenlijven beschilderd en de gruwelijkste maskers op hun gezicht. Ik voelde me even terug op Borneo...

 

En dan te bedenken dat het enige wat wij hem vanavond geleerd hebben is wat “love handles” betekent...

 

Haris zijn supertelefoon had me echt met verstomming geslagen. Hoe snel veranderen de tijden... Hoe levendig herinner ik me nog de oerslechte telefoonverbindingen vanuit Sri Lanka destijds. Er zat zoveel vertraging op de internationale verbindingen dat een zinnig gesprek haast onmogelijk was. Zeker tussen haastige, zuinige mensen...

 

Op een keer, 20 jaar geleden, zaten we in de bergen, in Ella, en ik realiseerde me plots dat het vrijdag was en dat ik beloofd had op die dag naar ons ma te telefoneren. Er was geen tegenhouden aan, ik moest en zou bellen. Paul pakte dan maar de autosleutels en we reden door de donkere nacht, over de bergwegen, tussen de soldaten (gelukkig was er op dat moment eens geen avondklok), 30 kilometer verder naar een hotel in Bandarawela waar een telefoon was. En hij werkte nog ook! Om het met ons ma haar vaste uitdrukking te zeggen : “Wat een geluk!” Of dat nu echt een geluk zou zijn zo snel duidelijk worden.

Na elke zin moesten we een vijftal seconden wachten. Een ramp voor mijn immer gehaaste moeder. Het gesprek verliep ongeveer als volgt. Het was eigenlijk meer een simultaan opgevoerde klucht.

 

Dag ma! Hoe gaat het?!

Zijt gij het? (Ze heeft maar 1 kind... :roll: )! Is alles goed?

Ja met ons wel en met u?

Wat zegt ge?

Hoe het met u is!

Jamaar gij babbelt altijd te laat en ik versta u niet!

Dan moet gíj zwijgen tot ik uitgebabbeld-

Wat zegt ge?

Ma, wat zegt ge?

Ik zal het nog eens zeggen hé?

Wat gaat ge zeggen, ik heb u niet verstaan?

Gij spreekt te rap. Gíj moet zwijgen tot ik gedaan met spreken heb en dan efkes wacht-

Wat zegt ge? Ik heb verstaan dat ik te rap spreek maar daarna verstond ik het niet meer. Herhaal een keer.

Ik zal herha-

Ja dat is goed. Doe maar. Maar nu heb ik u weer niet verstaan!

Ik zei-

Gij zegde iets hé, Maar ik denk dat ik tegelijk ook iets zei dus heb ik niet gehoord wat gij zegde misschien dat ge beter nog eens van ‘t begin begint.

Ma zwijg. Nú. En wacht. Tel tot 10 eer ge nog iets zegt.

Amai, wij spreken helemaal door mekaar ik kan er niet meer aan uit. En we moeten rapper spreken want anders word die telefoon te duur hé kindje!

Ma zwijg! Begin pas te spreken als ik gedaan met spreken heb. Begrepen?-

Ja dat is goed ik zal zwijgen.

Wat zegt ge?

Gij zei iets hé?

Ja, dat ge moet zwijgen ik ga nu eerst vertellen en daarna gij.

Hoe gaat het met u? Nee! Néé!!! Niet antwoorden. Zwijgen! Antwoorden als ik uitgesproken ben. Met ons gaat alles goed, alles is hier nog altijd allemaal in orde. We zullen volgende vrijdag zoals afgesproken terugbellen.

 

Stilte.

 

Ma? Hhebt ge me gehoord? Ma?

Maar ik mocht niks zeggen! Hebt gij nu al gedaan met spreken?

Ja.

Moet ík dan nu vertellen?

Ja.

Hier is alles goed. We bellen dan volgende vrijdag hé kindje?

Ja.

Das goe.

Dag ma.

Dag schat.

Hebt gij nu nog iets gezegd?

Nee.

Oh ik dacht dat ik weer een stuk zin gemist had en-

Nee ik ga nu ophangen want-

Zeg kindje zoudt ge nu niet ophangen, we hebben nu al zoveel verteld en het gaat anders zo duur worden hé!

Awel ja, dat ging ik juist- Ja. Ja. Daaaaaag ma!

En dan allemaal tegelijk (met Paul zijn kop ook nog tegen de hoorn gedrukt) in een complete cacafonie : daaaag, houdt u goed hé, veel plezier, nen dikke kus!!

 

De rekening voor de uitwisseling van deze uiterst interresante informatie bedroeg 1300 bfr., omgerekend € 42 .

Maar kom, geluk is onbetaalbaar zullen we maar zeggen.

 

En nu grabbelt een kelner, op een nietig eilandje in een grote oceaan, in zijn achterzak, haalt een telefoon boven en laat snel even op Google Earth zien waar zijn huis staat. En vind dat bovendien de normaalste zaak van de wereld. Jawadde.

 

Rajeeva wist ons te vertellen dat Prem vanmorgen bijna zijn vlucht naar Colombo gemist heeft. De speedboat moest zo tegen de wind en de golven opboksen dat de boarding gate al gesloten was toen hij op de luchthaven aankwam. Rajeeva had ondertussen al een half uur met Air Lanka aan de lijn gehangen om Prem toch alstublieft nog op het vliegtuig toe te laten. En dat is gelukt. De toeristen die naar Europa moesten hadden meer tijd en hebben hun vlucht vlotjes gehaald.

 

Dat de speedboaten hier meestal nogal botsen en knotsen weten we uit onderving. Haris zijn vrouw was vroeger journaliste, maar ze heeft haar job opgegeven omdat ze teveel rugpijn kreeg van per speedboat van eiland naar eiland te moeten hotsen. Er is ook nog het openbaar vervoer door de eiland-dhoni, maar die doet maar 1 keer per week zijn toer.

We zullen in ‘t vervolg maar niet teveel zagen als er bij ons weer eens een trein 20 minuten vertraging heeft...

Morgen het vervolg!

Geschreven door Laathi om 10:47 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten