
34. De moderne techniek : de mismerrie en dantèn.
Het prettigste moment van de dag was het afgehaald worden van school.
Ma, met aan de leiband Pukkie (de geleende hond van de bakker, omdat ik er zelf geen kreeg), stonden me aan de schoolpoort op te wachten! Mijn gigantische boekentas werd zo snel we uit het zicht van de school waren handig door haar overgenomen en we stapten dan heel de Lange Nieuwstraat door recht naar ons huis aan de Grote Markt. Heel de weg zagen we de kathedraal vlak voor ons oprijzen en hoe groter ik hem zag worden hoe gelukkiger ik werd want daar wachtte terug het ware leven. Thuis! Bij mijn beren en mijn speelgoed! De schooldag was dan goddank eindelijk voorbij...
Ons ma met Pukkie.
De weg van school naar huis zoals hij er nu uit ziet...
Links zien jullie de nieuwe gebouwen van mijn school.
Achteraan zien jullie de kathedraal oprijzen... Mijn baken...
Dit is de Grote Markt met op de achtergrond de Kathedraal.
Op de tweede verdieping van het witte huis, dat links achter de boom verscholen zit, woonden we.
De twee linkse raampjes waren onze living, de middelste raam was de "gang"-annex-"mijn speelkamer", en de twee rechtste waren de slaapkamer.
De zolder mochten we ook gebruiken en dat wat ook een zalig speelterrein.
Eerst werd er gegeten. ’s Middags had ons ma al gevraagd wat ik graag op mijn boterhammeke zou hebben. Dus bij thuiskomst werd mijn boterham belegd met wat ik “besteld” had. Het was blijkbaar de enige manier om me brood te laten eten.
Vervolgens was er nog de droeve ceremonie van het maken van het huiswerk. Een noodzakelijk kwaad dat eerst moest afgehandeld worden.
Zittend aan de eetkamertafel, waarop een oud tafelkleed gelegd werd, installeerde ik me met mijn schriftje. Dat oud tafelkleed diende omdat er in die tijd nog geschreven werd met pen en inktpot. Een gruwel waar ons ma het nut ook echt niet van inzag.
Al zeker niet omdat ik de inktpot eens omgestoten had en de tafel en mijn schriftje onder de vlekken was komen te zitten. Hagelwitpapier met donkerblauwe vlekken van inkt en beige vlekken van tranen. Toen ik na dat ongeval mijn gecorrigeerd huiswerkschriftje terug kreeg van de juffrouw had ze heel wreedaardig rond elke vlek een cirkeltje getrokken en erbij geschreven : “Wat zijn deze vlekken?”.
Ja, wat dacht die trut nu? Dat de blauwe vlekken “mijn adelijk bloed” waren? En de beige broebbels “kwijlvlekken” omdat ik zo graag huiswerk maakte?

De eetkamertafel waaraan het huiswerk gemaakt werd en ons tv-ke.
Na het huiswerk mocht er gespeeld worden en dan even tv gekeken. Lekker op schoot bij ons ma! Ik lurkend aan de teut van mijn rood gieterke als een Turk aan een waterpijp. Voor tv dronk ik niet graag uit een glas. En ons ma vond mijn “rood-gieterke-systeem” helemaal niet slecht want daar werd veel minder mee gemorst dan met een glas. En...het moest ook niet zo rap bijgevuld worden. Want toen al dronk ik gelijk een sponske.
Op woensdagnamiddag mocht er ook TV gekeken worden. Eerst naar “Tante Terry” en “Nonkel Bob”, maar als “Tienerklanken” begon werd de knop omgedraaid. Want voor dat programma werd ik nog veel te jong voor bevonden. Een beetje meekrassen met Kraakje Pluimstaart zag ze nog wel zitten, de “Vrolijke Vrienden” van Nonkel Bob waren ook OK, maar die zever van “Aa toe jee jee jee!” wou ze niet meer meemaken.
We keken ook naar alle jeugdfeuilletons. Ik heb ze allemaal de revue zien passeren, van “Kapitein Zeppos” over “Johan en de Alverman”, “Ben de Beer”, “Lassie” (tranen met tuiten), “Hobo” (tranen met met nog langere tuiten want dat was een zwerfhond die op ’t einde van de aflevering altijd zijn nieuwe thuis achterliet en verder de wereld introk), “Daktari” tot “Flipper”.
Gedurende de looptijd van dat laatste feuilleton deed zich wel een interessant en vermeldenswaard fenomeen voor…
Tijdens de eerste afleveringen van “Flipper” was ik verliefd op “Bud”. Het jongste zoontje van een pa die parkwachter was. Na een paar maand had mijn interesse zich verlegd naar “Sandy”, zijn oudste zoontje. Niet heel veel later had ook “Sandy” er gelegen. Toen had ik enkel nog oog voor Pa Parkwachter zelf. Ja, ’t kan rap gaan.
Een intens genoegen beleefden we ook aan de oude films met “Shirley Temple” en de komedies van Jerry Lewis. Om “Sissi” nog niet te vergeten!!!
Ons ma haar arme knokige billen moeten nogal geleden hebben want ik mocht me op haar schoot nestelen tot ik zeker 10 jaar oud was…
Záááááálig was dat…
Een programma waar we ook samen naar keken was “Penelope”, dat ons ma steevast uitsprak als “Peeneelopéééé”. Het was een madam, Paula Semer, die uitleg gaf over het huishouden en kookrecepten voorstelde. Op ’t einde van het programma verscheen het recept in heel trage letterkes op ’t scherm en ons ma schreef dat dan over in een schriftje.
Alsof ze dat recept ooit zou gebruiken!… Ik denk dat ze het meer deed om haar geweten te sussen want ons ma haatte koken! Ze mishandelde wat patatjes tot ze geschild waren, hakte furieus wat groenten, vermorzelde een biefstuk tot minuscule hapklare brokjes en dat was het. ’t Was allemaal heel gewone kost die ze maakte, maar die ik wel heel lekker vond. Op het vlees na dan.
Een van de hoogtepunten uit haar leven was de dag dat ze de “mismerrie” kocht.
In de “mismerrie” was alles altijd snel klaar want “die kookte onder druk”. De patatjes werden er in gekwakt, er werd vreselijk geworsteld met het sluiten van het deksel van de snelkookpan (dat er uitzag als een UFO met een lange steel), er werd gewacht tot er een topje omhoog floepte waaruit stoom spoot en dan werd er geprutst aan het gasvuur tot dat stoomstraaltje juist exact de sterkte naar haar goesting had.
Pas jaren later heb ik beseft dat de naam “mismerrie” van het merk van de pot afkomstig was. “Miss Mary”. Sindsdien zijn wel alle snelkookpannen in mijn ogen “mismerries” gebleven.
Ik denk dat een van de eerste programma’s die ik ooit op TV zag “Schipper naast Mathilde” was. De bomma leefde toen nog, en we woonden nog in ons grote herenhuis. Hoewel dat feuilleton laat werd uitgezonden bleven we daar toch altijd voor op. Want ons ma was gek op “de schipper”. Nand Buyl. Bonanza interesseerde haar ook heel erg. Hoewel ze in feite heel haar leven niet zo van schieten en paarden heeft gehouden…
Het was destijds ook een heel gesukkel zo’n TV. Zeker in ons vroegere huis...
“Dantèn” stond nooit goed, en we zagen altijd sneeuw of strepen en er werd gemopperd dat we enkel “Brussel Vlaams” konden “pakken” en dat “Rijsel” of “de Hollanders” maar niet wilden lukken. En als ’t waaide dan zaten we precies naar een lachspiegel te kijken in plaats van naar TV want “dantèn” op ’t dak bewoog dan in de wind. Het verband tussen “dantèn” en de kijkdoos in de hoek van onze kamer was voor mij als kind totaal zoek.
Dit was het huis waar mijn voorouders woonden.
Ikzelf heb er geleefd van mijn geboorte tot ik bijna zes jaar was.
We verhuisden pas toen "Bomma" stierf naar het huis aan de Grote Markt.
Zoals jullie kunnen zien is "Dantèn" ook daar al lang van 't dak verdwenen...

Nog even wat voorouders... Ik kan 't niet laten, ik vind die foto's zo plezant
Hier ziet ge ze poseren op 23 augustus 1910 in de St. Gothard-tunnel op reis in Zwitserland.
Maar nu even terug naar het leven aan de Grote Markt.
Tijdens het schooljaar werd net voor het nieuws begon de TV afgezet en maakten ma en ik ons gereed om te gaan slapen.
Ik mocht nog even aan de kachel zitten terwijl ma hem klaarmaakte voor de nacht. Ik zat er altijd knus met mijn voeten tegenaan, zodanig dat in al mijn kousen harde brandplekken zaten die er mettertijd uitvielen en gaten werden. Ik kreeg er altijd ruzie voor maar ze heeft me dat toch nooit afgeleerd gekregen. Vandaar waarschijnlijk dat ik nu nog altijd - zelfs in tropische landen - niet zonder mijn slaapsokken in mijn bed stap.
De zaligste nachten waren die wanneer het in ’t putteke van de winter heel koud was.
We hadden alleen in de woonkamer een kachel, en er bestond nog geen dubbel glas. Het was een heel oud huis en in de slaapkamer van ons appartementje was het berekoud. Dus op de echte vriesdagen was het feest! Dan klapte ons ma de oude sofa open en toverde ze hem om tot bed! We sliepen dan in de warme living! Aan de muur hing zelfs een koordje waarmee we het licht aan en uit konden trekken! Ook iets wat in de echte slaapkamer niet bestond en wat ik plezant vond.
Het leek een beetje op kamperen! Zelfs mijn nachtpotje mocht dan achter ’t hoofdeinde van dat “bed” staan! Zalig was dat! Samen in een bolleke gerold onder de dekens op die sofa mogen slapen… En dan liggen kijken naar de zacht gloeiende kolen achter de gele glaasjes van de kachel… Ik heb later heus nog wel merkwaardige nachten meegemaakt, maar deze staan toch nog altijd in mijn top-10.

Dit was de heerlijke oude sofa die opengeklapt kon worden tot dubbel bed...
Als ge goed kijkt ziet ge, schuin boven mijn hoofd, het trekkoordje hangen
waarmee ik het licht van uit ons "kampeerbed" kon aansteken!
Een wonderlijke foto trouwens... pa en ik staan er helemaal op, zelfs onze voeten!!!!
Voor ’t eten werd er nooit gebeden. Want dan moest het allemaal rap gaan anders werd het eten koud. Maar ’s avonds was een gebedje wel op zijn plaats vond ons ma. Een kort dan toch. Alles moest bij ons ma rap vooruit gaan. Voor ’t slapengaan ratelden we dan in koor wat ze “mijn avondgebedje” noemde :
“Danke Dezeke, Zoete Minneke, maak van ons Lilianeke een braaf kinneke”.
“Dezeke” was Jezus, wie ’t “Zoete Minneke” was heb ik nooit geweten (een kat misschien? Eén van de katten van onze pa noemde “de Minne”…), en die laatste zin, tja, dat vond ik eigenlijk niet echt passen bij “mijn” avondgebed. Ik vond dat meer “haar” avondgebed. Want geef toe, uw eigen dochter laten smeken dat ze een braaf kindje mag zijn… Dat vond ik toch meer in háár voordeel dan in ’t mijne. Ik verdenk haar er trouwens van dat ze dat gebed zelf had uitgevonden. Vandaar ook dat ’t zo kort was waarschijnlijk.
Maar over ons ma haar ultra-korte religieuze belevingen schrijf ik later nog wel eens iets...





































































