Irma en druivelaar

Ja! Zo gaat het nu altijd! Het gras is altijd groener aan de overkant van het hek...
Zo ook met druiven dus!



Wacht maar tot oktober Irma, dan spreken we mekaar nog wel eens!
Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!
Irma en druivelaar
Ja! Zo gaat het nu altijd! Het gras is altijd groener aan de overkant van het hek...
Zo ook met druiven dus!



Wacht maar tot oktober Irma, dan spreken we mekaar nog wel eens!
Haar nieuwe auto
Onze allereerste échte nieuwe auto was al enkele weken in de garage aangekomen, maar we hadden door de uitverkoopdrukte nog altijd de tijd niet gevonden om hem te gaan ophalen. Woensdagmorgen was het dan eindelijk zover. Ik zwierde "Irma" over mijn rug en net 10 minuten voor sluitingstijd kwamen we er aan en zagen we ons autoke staan blinken!
Na een uitvoerige uitleg konden we haar meenemen ('t is te zeggen Paul nam haar mee, en ik reed met mijn Irma in onze oude auto er achteraan...)
"Er zijn altijd martelaren en apostelen" zou ons ma gezegd hebben...
Overbodig te zeggen dat ons Irma op deze heuglijke dag haar mond weer niet kon houden...









Alweer naar de tandarts





Maar die auto bestaat dus wél! Echtigentechtig! Ik hoop zelfs dat we morgen de tijd kunnen vinden om hem eindelijk op te gaan halen... God weet... En Irma zal er ongetwijfel haar commentaar op geven...
Irma op de kermis
Met Irma in 't Lunapark.
Laathi : "Oh Irma, zie eens wat een schone pluchen beestjes!... Zo zou ik er wel eentje willen..."
Irma : "Ma, met uw coiffure ziet ge er zelf uit gelijk een pluchen beestje..."
Laathi : "Hey Irma! Beleefd blijven hé! Of ik zet u hier zelf bij in zo'n glazen kastje!"
Irma : "Seg ma!!! Wat denkt gij wel van mij?! Ik ben een éérbaar schaap, ik ben zelfs nog een maagdje! Ik ga niet achter een vitrine zitten hoor!"
Op naar 't Reuzenrad!
Irma : "Hela?! Waar gaan wij naartoe?..."
Nand : "Laathi... Ik heb u verwittigd hé, dat ze dat niet ging willen..."
Laathi : "Ze moet."
Irma : "Néééééééé! Ik word hier mottig in!!! Alleen al van 't instappen!
Dat beweegt allemaal!!!"
Nand : "Wat moet ik hier nu mee aanvangen?!!!"
Laathi : "Ze moet."
Irma : "Néééééééééé! Ik wil niet!!!!!!!"
Nand : "Ze wil echt niet..."
Laathi : "Ze moet."
Laathi : "Kom Irma, ge moogt op mijn schoot zitten. Ik zal u wel goed vast houden.
Uiteindelijk zitten mijn portemonnee, mijn filofax en mijn sigaretten in u..."
Irma : "Ik voel het al aankomen... Ik ga kotskes moeten doen... Op u..."
Laathi : "Zie eens hoe schoon dat het van hierboven allemaal is!..."
Irma : "Schoon? Hebt ge onze pels al eens bekeken?!..."
Irma : "Bwèèèèèèèkes! Ik ga nú kotskes doen. En dat gaat allemaal in mijn pels plakken...
En dan gaat gij mij wel moeten wassen..."
Irma : "Stop. Ik wil in dat spiegelke kijken... Oh, ik zie groen van ellende...
En mijn pelske... Zo verwaaid... Nu zie ik er ocharme bijna zo slecht uit als gij..."
In 't Spiegelpaleis op de Sinksenfoor komt de waarheid aan 't licht...
Irma : "Awel, ons ma heeft gelijk. Nonkel Nand heeft inderdaad korte beentjes...
Dat is me nu nog nooit zo opgevallen..."
Laathi : "Oh Nand!!! Ziet nu!!! Ik heb nooit geweten dat onze Irma dik was!"
Nand : "Ja meiske, dat komt omdat wij allebei zo'n mooi figuur hebben, dan staat ge bij anderen hun onvolmaaktheden niet stil..."
Laathi : "Ocharme toch... We gaan haar er niks over zeggen hé als het haar zelf nog niet opgevallen is?"
Irma : "Ik heb altijd al geweten dat ik de enige normale van 't gezelschap was..."
Irma : "Ik heb zo echt de perfècte proporties... Ik lijk wel zo esthetisch als de David van Michelangelo,... als de Venus van Milo... Maar 't is wel een klein beejte spijtig dat ons ma en Nonkel Nand zichzelf nu eens moeten zien hoe ze in 't echt zijn... als kiekens zonder kop..."
Het spookpaleis was een ietwat traumatische ervaring voor Irma!
Irma : "In gééééééééééén geval! Niet in 't Spookhuis!
Daar gaat mijn haar helemaal van rechtstaan!"
Laathi : "Awel, dat is toch goed! Dan is uw kapsel misschien terug in orde."
Irma : "Néééééé! Een spookhuis doet mij denken aan een slachthuis!
Ik ga er helemaal getraumatiseerd buiten komen!!!"
Irma : "Bèèèèèèèèkes!!! Ma, die meneer gaat al die beestjes doodschieten!!!"
Laathi : "Maar nee, Irma, we zijn toch niet meer in 't Spookhuis. Die meneer schiet die koordjes door en zo kan hij een beestje winnen!"
Irma : "Amai, dan hebt gij voor mij toch minder moeite moeten doen hé ma? Gij hadt mij maar op te rapen uit een bak op de Rommelmarkt en een euro te betalen en ik was van u! En die meneer die moet misschien wel voor 20 euro kogeltjes kopen en die is nog altijd niet zeker van zijn zaak. Laat staan dat er dan nog zo'n sjieke en handige beesten als ik te winnen zouden zijn..."
Irma : "Nééééééééé, dat wil ik ook niet zien!!! Beestjes die zich gaan ophangen??!"
Laathi : "Arm schaap. Das spookhuis heeft u wel écht getraumatiseerd hé?..."
Laathi : "Kom, we gaan iets plezant doen! Ge moogt "eendjes vissen"!
Irma : "Ik eet geen eenden. Ik wil boterbloemen."
Laathi : "Jamaar, in 't park in Lier vond ge 't toch ook plezant om naar de eendjes te zitten kijken?..."
Irma : "Ik keek toen helemaal niet naar die stomme eenden. Bekijk die foto nog maar eens goed. Ik keek naar de boterbloemen. Ge zoudt in 't vervolg ook beter uw bril opzetten in plaats van hem voor elke foto die Nonkel Nand van u neemt rap onder mijn poep te foeffelen!"

Irma : "Als ge niet gaat stoppen met roken gaat ge er zo slecht worden uitzien als die papegaai!"
Laathi : "Ik vind dat een ferm knappe papegaai!"
Irma : "Ja, voor op de kermis wel. OK. Rook dan maar verder. Dan gaat gij later ook niet misstaan in 't rariteitenkabinet van de Sinksenfoor.
Irma kiest een auto
Niet simpel als zelfs uw handtas al medezeggingschap eist bij de aankoop van een nieuwe auto...
En zeker niet als uw handtas een schaap met een eigen willetje is...

Wat doet een mens in zo'n geval?...
Och, 't zal wel veel simpeler zijn een kleinere muziekinstallatie te vinden dan een nieuwe handtas.
)
Enkele dagen later...
De keuze van de auto wordt er ondertussen niet makkelijker op...


Dus testen we een Vito...


En nu is de kleur nog niet aan bod gekomen...
Weer een week later.
En kleurenblind is ons Irma ook al niet...







Ze heeft gekozen...
"Ze" is Irma weliswaar.






Nu nog de bestelling gaan plaatsen...
En dan te bedenken dat ik geen gewone handtas over mijn schouder kan verdragen omdat die me hoofd- en nekpijn bezorgt...
Maar geef nu toe... van "dit model" zoudt ge toch ook koppijn krijgen...




Irma's eerste tandartsbezoek




Tja, wat kunt ge daar op zeggen?
Eigenwijs hé? Gelijk haar ma.
Met een Vuitton-handtas zoudt ge dat allemaal niet meemaken...
Irma in 't tuincentrum
Ik ging nog enkele waterplantjes extra kopen om Darwin (mijn vis die altijd uit mijn vijverke springt) toch zeker te beletten nog eens een uitstap buiten zijn vijver te maken. Maar in een plantencentrum is er toch zoveel verleiding...
Ik voel me er net als Eva in 't Aards Paradijs!
Het is geen appelboom geworden maar ik heb wel gebeten in de Erwtenplant en de Druivelaar...



Kennismaking met Irma

Met mijn handtas/rugzakje "Irma" op pad gaan levert altijd amusante situaties op. Het heeft lang geduurd eer ik er ongeneerd mee over straat durfde te lopen. Maar het comfort van minder nekpijn te krijgen door een rugzak te dragen, in plaats van een schoudertas met 1 riem, heeft het al snel gehaald op 't schaamtegevoel. In 't begin overwoog ik nog om een gewoon onopvallend rugzakje te kopen maar al vlug had ik door dat er met "ons Irma" veel meer plezier te beleven was dan met een Kipling op mijn rug. Dus nu gaat ze overal mee. Alleen tijdens sjieke feesten, rechtszaken en begrafenissen moet ze braaf op mijn bureau zitten wachten en gaat er een van de onsympathieke, karakterloze handtassen mee.
De meeste reacties op "Irma" komen van vrouwen tussen de 40 en de 60. Soms heel gedistingueerde dames die plots vooruitspringen en kirren : "Oh madam, mag ik daar nu eens aankomen?!" Ze bekijken dan hun dure Gucci of Hermès eens met een scheef oog en zeggen : "Awel madam, ik vind uw handtas eigenlijk veel leuker dan de mijne..." Ik denk dan altijd : "Ja, ik ook. En veel goedkoper ook nog."
Ze moesten eens weten dat ik Irma-ke op een rommelmarkt heb gekocht voor een halve euro.
Mannen reageren meestal met een grappige opmerking. "Madam, ze heeft toch de blauwziekte niet hé?!"
Aangezien "Irma" op mijn rug bengelt en ik me er meestal niet meer van bewust ben dat ik daar een schaap heb hangen, draai ik me na zo'n opmerking dan om en bekijk die mens in kwestie eens met een verwarde vragende blik. Waarop de man dan naar mijn handtas wijst en vraagt : "'t Is toch een schaap hé? Want mijn vrouw zei daarstraks, toen ze u door de groentenafdeling zag lopen, dat het een zwijntje was... Maar ík heb toch gelijk hé?"
Of, "Madam! Is 't nog een lammeke? Zo heb ik ze 't liefst! Dan zijn ze nog mals hé..."
"Madam ze kijkt zo in mijn winkelwagentje, zou ze honger hebben?"
"Madam, als ze kleintjes krijgt, wilt ge dan eens aan mij denken?..."
Op een dag was ik bij mijn dokter en ze vroeg op 't einde van de consultatie heel timide :
"Gij komt altijd met die lieve handtas binnen, en ik heb dat nu nog nooit durven vragen, maar zou ik die nu toch eens mogen aanraken?..." Na een korte bepoteling van "Irma" fluisterde ze met glanzende oogskes : "Oh ja,... ze is zo zacht als ik altijd al gedacht heb dat ze was..."
Tuurlijk is ze zacht! Waarom denkt ge dat ik haar "Irma la Douce" gedoopt heb?
Op café zit ze meestal, zoals de meeste dameshandtassen, op de stoel naast mij, of op mijn schoot als er geen plaats vrij is. Dan lijkt het alsof ze met haar oogjes over de tafel heen kijkt. Op zo'n momenten krijg ik van de kelners dikwijls opmerkingen à la : "En wat drinkt de wollige juffrouw?",
"Zit ze nog aan de papfles, of mag ze al een wijntje?", "Er zijn niet veel schapen met zo'n plezant leven madammeke!", "Is ze niet wat jong om mee op café te gaan?"
Onlangs was ik in een Grieks restaurant, en werd ik totaal onverwacht door de eigenaar langs achter vastgegrepen en naar een tafel geleid waar een gezelschap met kinderen zat te eten. De restaurateur grabbelde me bij mijn schouders, draaide me om, pakte Irma haar pootje en riep overenthousiast : "Zie eens kindjes, wat een schone handtas dat die madam heeft!"
De mens stond daar natuurlijk voor Jan Lul want kinderen vinden Irma meestal maar niks. Een schaap schijnt hun maar weinig aan te spreken. Ik heb ook de indruk dat het prentje van "een volwassen vrouw met een beestenrugzak" in hun wereld niet thuishoort. Sommigen zitten haar wel echt grondig te bekijken en ge ziet ze dan de afweging maken of ze hun eigen troetel toch niet héél véél mooier vinden.
Kleuters in een kinderwagen zijn wel in haar geïnteresseerd. Maar daar ben ik dan weer streng op.
Op "Irma" wordt niet gesabbeld.
Negatieve opmerkingen heb ik nog nooit gekregen. Hoewel ik er zeker van ben dat sommige zuurpruimen me ronduit belachelijk moeten vinden. Goddank houden die hun commentaar voor zich.
Want én de baas én "Irma" zijn van nature best vriendelijke wezens maar als 't moeten kunnen ze bijten ook natuurlijk.
De wijze les die "Irma" me geleerd heeft is : "Trek u niet teveel aan van wat 'de mensen' gaan denken. Kies voor comfort en plezier. Tracht een glimlach bij de mensen los te peuteren. Meer moet dat allemaal niet zijn. De rest is helemaal niet zo belangrijk."
Een les die me een halve euro en wat moed gekost heeft. Stel u voor dat ik dat lesje in psycho-therapie had moeten leren... 't Zou me evenveel moed gekost hebben maar 't had wel iets duurder geweest vrees ik.


Met ons Irma op pad op de wandelterrassen aan de Schelde en op andere plekken uit mijn jeugdherinneringen.
Met Irma naar de muziekinstrumenten-groothandels in Nederland
Begin september moesten we naar Nederland om materiaal op te halen bij enkele groothandels.
We gingen natuurlijk met onze nieuwe auto want daar blijken nu plots wel 50 (vijftig!!!) gitaren in te kunnen... Ongelofelijk, nu hebben we eindelijk een echt grote auto en nu stoppen we met de zaak
Onderweg bleek dat onze landkaarten nog in de oude auto lagen en dat de routebeschrijving die de firma ons gestuurd had pas begon als we al in 't dorpje waren... Daar waren we dus niet veel mee vooruit. Aan de grens zijn we dan maar een kaart van Nederland gaan kopen...
Om heel eerlijk te zijn : ik had mijn vrije dag liever anders doorgebracht dan alweer voor de zaak bezig te zijn, maar 't kon nu eenmaal niet anders. Dus heb ik er maar 't beste van gemaakt en, onderweg en in de groothandels, foto's van "Irma" (mijn handtas-rugzakje) in de grappigste situaties gemaakt. Zo levert dit uitje op de duur toch ook een leuke strip op.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
THE END.
****
Irma de chirurg
Vorige week moest mijn kameraad zijn oog geopereerd worden. We moesten toen lang wachten in 't hospitaal, niet plezant, maar zoals ge weet, ik verveel me nooit.
Ik heb het gordijn tussen de bedden dichtgetrokken en we hebben ons goed geamuseerd met wat te fotograferen. Ideale grondstof voor een Irma-strip waarvan hier 't alvast de eerste beelden....
1
2
3
4
5
6
7
8
En toen ontdekte ik de eindeloze mogelijkheden van een pamper
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
Maar eerst moesten we nog op controle...
24
25
26
27
28
29 
30
31
32
33
34
En toen was voor mij de maat vol!
Een mens kan zich toch niet tot in 't oneindige laten beledigen door zijn handtas?!!!
Irma en mijn 50ste verjaardag
Als altijd is Irma heel behulpzaam, maar toch..., toch..., bespeur ik er altijd een héél klein beetje eigenbelang in...
Maar ik zal me wel vergissen.



---------------
En de arme Irma had nog zo goed trachten te voorzien dat er niks ging mislopen tijdens het etentje van mijn 50ste verjaardag...
Om de plaatsen voor de genodigden aan tafel aan te duiden had ze deze kaartjes met "heel duidelijke aanwijzingen voor een vlot verloop" voor hun bord gezet :












En toen gebeurde dit...


wordt vervolgd...
Irma ziet dubbel
Dit stripje draag ik op aan al de mensen die de laatste maanden ijverig meegezocht hebben om een reserve-exemplaar van Irma te vinden.
Maar speciaal aan Fernanda, omdat zij in deze ongelofelijke "Mission Impossible" geslaagd is!

3









Vanaf nu gaat de mooie witte rugzak in de glazen kast, als reserve, voor als er ooit eens iets misloopt met Irma tijdens onze avonturen...
Ge begrijpt, ik kan toch moeilijk over 't straat gaan lopen met twéé schapen op mijn rug...
Wat gaan de mensen dan denken?... Dat ik met mijn pensioen niet toekom en op mijn oude dag herder ben geworden?
Herinneringen aan onze ex-muziekwinkel
Herinneringen aan onze ex-muziekwinkel LIMIT
http://www.bloggen.be/limit/
Poezenspreuken
PPS van Katrien voor Tabitha





Het vijfentwintigste deeltje van mijn uittreksel uit mijn reisverhaal.
Dinsdag, 28 november 2006.
25. Een kano met chauffeur.
Voor de eerste dag voelde ik me weer goed genoeg om eens met overgave in ’t ontbijt te vliegen. Als ge een keuze hebt gelijk hier dan eet ge vanzelfsprekend geen 17 toasten met confituur. Dan eet ge exotische vruchtjes, en zalmkes, en heilbotjes, en Japanse soepkes… Mmm… zalig.
Na ’t ontbijt nog een beetje gerust en geschreven en gezwommen en dan zijn we toch dat geplande kanotochtje gaan maken naar het volgende baaike. Dat was best plezant. 
Gelukkig wou Paul roeien, want met mijn pijnlijke polsen van 't vele typen de laatste dagen lukte dat niet meer. Een kano met chauffeur dus! Maar Paul is dat gewoon, hij heeft mij ooit eens met een fietsriksja door een eilandje naast Hong Kong gevoerd. Heerlijk! Net als een prinses zat ik daar in dat bakske achter die fiets. Ik gelukkig en Paul ook, want zo kwam hij nog eens aan zijn fitness!
Ge voelt u heel nietig in zo’n petieterig kanootje tussen en onder die uitgesleten onderkanten van die majestueuze loodrechte rotswanden. Vanop zee konden we ook eens een foto maken van het hotel in zijn rotsnest. ’t Is vreemd maar elke keer dat ge dat stenen amphitheater bekijkt lijkt dat anders. Het hangt heel erg af van de lichtinval en de schaduwen. Blijkt nu dat het helemaal geen perfecte halve cirkel is. Sommigen van die rotsen staan los van de achterwand. Vallensklaar precies, maar dat zal wel niet. Ik hoop dat hier een landmeter aan te pas gekomen is toen ze dit gebouwd hebben.

Eindelijk een totaalzicht van het hotel in zijn rotsnest. 
Onderweg naar Raylai Bay. Een geliefde plek om te gaan rotsklimmen.
Hier zullen ze dus waarschijnlijk wél weten hoe hoog de rotsen zijn


Het strand naast Raylai Bay, waar met de tsunami zoveel doden
zijn gevallen. 
Terug onderweg naar ons hotel. En dan even relaxen in zoet water...




Tijdens de inpak begon het ineens te gieten, de ergste stortbui die we hier al over ons heen gekregen hebben. Maar zonder donder of bliksem. Onze terrassen overstroomden want de afvoer kon het water niet aan. Gelukkig was de bui over toen we de kamer moesten verlaten maar ik ben toch maar in zeesloefen naar de boot gewandeld.
Lees verder : 26. "Een nieuwe vorm van entertainment in luchthavens : marathons lopen."
Klik hier


Dit verhaaltje draag ik speciaal op aan Cécile (Klaproosje).
Ze is een van mijn trouwste lezers en ferventste meespelers met mijn fotoraadseltjes.
Ze moet voor enkele weken naar het ziekenhuis, en ik zal mijn trouwe fan en blogvriendin erg missen.
Dus speciaal voor jou lieve Cécile, mijn voorlaatste verhaal van deze reis. Maar niet wanhopen, ik heb nog boeken vol reisverhalen in mijn schuif liggen
Als je wil breng ik zelfs een (ongecensureerd
) reisverhalenboek over een van mijn vorige reizen naar het ziekenhuis om je terug aan 't lachen te krijgen! Laat maar weten!
------------------------------------------------------------------------
Het vierentwintigste deel van mijn reisverhaal.
(Al de voorgaande afleveringen staan op de linkerkolom van mijn blog)
Maandag, 27 november 2006.
24. De tragedie van de sokken.

Vanmorgen was ik door mijn regels te misselijk om te eten, ik heb dan maar met Natty, het lieve Toetje van ’t restaurant, zitten praten. Hij zingt vrij vlot Engels.
De jongen is Vietnamees langs vaders kant (zijn vader is in de oorlog vermist) en zijn Thaise mama is lang ziek geweest en aan kanker gestorven. Om meer bij haar te kunnen zijn moest hij zijn job als steward bij Thai Airways opgeven. Later is hij terecht gekomen in een superdeluxe hotel in Koh Samui, “The Hideaway”, waarmee dit hotel vergeleken een soort basic jeugdherberg moet zijn. Daar heeft elke kamer zijn persoonlijke butler die konstant bij u blijft en alles voor u doet. Dat zou voor mij een ramp zijn!
Natty heeft daar dan last gekregen met de rest van het personeel omdat die van een hogere komaf waren dan hij. Hier bestaat dus ook nog een soort onderhuids kastesysteem. In dit hotel is de sfeer goed, en wordt er goed gezorgd voor het personeel. Ze krijgen een ziekteverzekering en zelfs een levensverzekering omdat ze met de boot naar hun werk moeten. Hij is hier heel gelukkig en ter besluit van zijn uitleg zong hij : “Only thing in life I want to do is make people happy, then me am happy toóóóóó´Madááááám!”.
Ik heb hem ook de vraag gesteld over de nationalteit van de manager en ’t blijkt een Pool te zijn. Ik denk dat ik die lieve slimme Natty tot manager ga promoveren.
Beetje gaan liggen schrijven op ’t terras en dan gaan zwemmen. Voel me nog altjid ziekskes en triest, dus de geplande kanotocht tussen de rotsen hier hebben we maar laten vallen.
Er dreef een handpalmgrote krekel op ’t water (redden was al overbodig) en het leek alsof er een fijn takje, een naaldje bijna, van 3 cm naast dreef. Bij nader inzien bleek het een soort mini-trompetvisje te zijn. Het zat lekker te smullen van wat voor hem werkelijk een reuze-buffet moest geweest zijn. Er bestaan dus niet alleen "wandelende" takken, er bestaan ook "zwemmende" takken in dierenwereld.
Veel minder aktief dan "de zwemmende tak", is "de sms-ende bouwvakker".
Hier liggen hoopkes werkmannen op de terrassen van niet-verhuurde kamers gezellig op de vloer. En stuk voor stuk zijn die met hun gsm iets aan ’t doen. Ik reclameer niet, beter zo dan dat ze met slijpschijfkes in de weer zijn. Maar wanneer de constructie van hun watersporthuisje klaar gaat geraken weet ik niet.
Het onderhoud van de kamer laat eigenlijk ook veel te wensen over. ’s Avonds komen ze uw bed openleggen en ze leggen er een bloemeke op, maar de badkamervloer eens opdweilen is er niet bij. Dus ’s avonds komt ge terug in een kletsnatte badafdeling en das niet prettig. Voor deze kwaliteit van hotel kan zoiets toch niet vind ik.
('k Heb lang getwijfeld of ik 't volgende stukje ook niet best uit mijn reisverhaal zou knippen voor ik 't op mijn blog zet - maar ik heb al zoveel geknipt, er schiet van mijn oorspronkelijk verhaal van 145 A-4tjes nog amper iets over - en dit vind ik toch zo'n grappig voorval dat ik het jullie toch niet wil onthouden.)
Vanmiddag is tijdens de poetsbeurt ook wel het ultieme drama gebeurd waar ik al jaren bang voor ben. ’s Avonds doe ik altijd even mijn bedsokken aan. Amper 10 minuutjes, maar die zijn dan ook echt nodig om in slaap te kunnen geraken. Zelfs bij 30° moeten en zullen die sokken efkes aan voeten anders doe ik geen oog dicht. Die sokken zijn héél oud en kompleet versleten maar onvervangbaar. Het is een puur schandaal, want ze zijn gruwelijk versleten, dus elke ochtend stop ik die dan ook zorgvuldig weg zodat niemand ze kan vinden.

Wegens de overvloed aan kussens in onze kamer - 19, alles bij mekaar, geloof ik - wisten de meiskes niet meer waar met onze overtollige kussens te blijven en ze hebben er dan enkele in mijn nachtkastje willen foefelen... waar mijn stokoud slaap-t-shirt en die fameuze sokken helemaal achterin weggefrommeld lagen.
Ik kwam dus na ’t zwemmen terug op de kamer en vond die bangelijke sokken toch wel netjes opgevouwen, naast dat eveneens netjes opgevouwen slaap-t-shirt, ordelijk op 't voeteneind van mijn bed gelegd!
De meest versleten sokken van ’t westelijk halfrond - zelfs een negerke die aan den armen is zou ze nog niet meer willen dragen - horen dus bij de garderobe van de madáááám van de kamer van 9000 bath… Die meisjes moeten toch weer hun gedachten gehad hebben…
Heel even speelde ik met het idee om ze weg te gooien, maar uiteindelijk krijg ik dat toch niet over mijn hart. Ze gaan zeker al 10 jaar mee op reis. En echt waar, betere zijn er niet te vinden. Ze zijn zo zalig juist genoeg uitgelodderd. Ze zitten los en vallen toch niet af. Ze zijn niet te warm door hun “luchtigheid”. Door de vele minuscule gaatjes houden ze de omgevingstemperatuur juist perfect. Ze zitten ook los genoeg zodat ze uit zichzelf na 10 minuutjes woelen vanzelf uitgaan. Ja, ik kan echt niet anders zeggen : ze zijn perfect! En trouwens, als ge ze niet langs onder beziet dan valt het echt niet zo heel erg op dat ze enigszins versleten zijn… Naar mijn mening althans.
Al stillekesaan een beetje beginnen inpakken. (Behalve mijn geliefde sokken natuurlijk, anders slaap ik vanavond niet!) Ook mijn draakje nog eens bewonderd en al stevig ingepakt in vuile was. Méér gaan stinken dan hij al doet kan toch niet. Overdag ziet hij er nog véél "plastic-er" uit, maar is hij ook nog een stuk schattiger. Ik ben er echt heel blij mee.
Toen we om zes uur naar Ao Nang vaarden zat er een koppel op de boot, zij was ’t fijnste, kleinste Thaike dat ge u kon indenken, met een tailleke van de omtrek van mijn bovenbil. En hij was zo’n reus van een Amerikaan. Ik vond het echt een stuitend zicht. Het leek alsof hij ’t kind kon opvouwen en in zijn handbagage kon meepakken. Maar voor de rest heb ik hier in ’t dorpje eigenlijk geen gore bars of uitgesproken sextoeristen gezien.

De zonsondergang viel weer dik tegen. ‘t Begon zelfs weer heel even te regenen dus hebben we ons vanaf de pier door een tuk-tuk direkt naar ’t Japans restaurant van gisteren laten rijden.

Onderweg staan op 't strand overal borden met de
"tsunami-evacuation-route". Ge wordt verondersteld van 600m
parallel aan 't strand te lopen alvorens ge de bergen in kunt rennen.
Ge kunt dus wel best op tijd vertrekken denk ik zo.
En loopschoenen aandoen.
Over welke sokken ge best aantrekt ga ik het niet hebben
Toen we bij de Japanner terug de menukaart doornamen kregen we in de mot dat we de vorige avond in feite een "party-schotel voor 4 personen" besteld hadden… Vandaar die 50 sushi’s dus. Ik vond dat gisteren al vrij ruim berekend voor 2 personen.
Vanavond hebben we een sashimi-schotel besteld. Maar dan eentje voor een “party” van twee. De vis was kraakvers en verrukkelijk lekker. 
Na de maaltijd nog even gewandeld, sigaretten gaan kopen (mijn Marlboro-griezelprentjes verzameling is nu kompleet! Ze zetten hier de gruwelijkste foto’s op de verpakking om ’t roken te ontraden, en nu heb ik heel de collectie!) en terug met de hotelboot naar huis gevaren. Het bliksemde zo hevig en zo frequent dat uw ogen niet de tijd kregen om terug aan de duisternis te wennen. De bliksems flitsten om de seconde. De langste tussentijd was vier seconden! Het was precies dag! En toch viel er geen druppel regen. Als klank- en lichtspel kan dat hier wel elke avond tellen. Ik vind dat een heel goeie uitvinding, dat droog onweren.
We hebben van de assistent-manager gedaan gekregen dat we morgen onze kamer, in plaats van om 12 uur, pas om 16.30u moeten verlaten, dus hebben we nog iets aan onze dag als we vanavond nog alles ingepakt krijgen. Maar om mijn visschoteltje te laten zakken wou ik toch eerst even rustig op ’t terras zitten schrijven.
Ik wil trouwens nog efkes iets vies vertellen. Ja, ik weet het, dat zijn jullie van mij écht niet gewoon. Maar ’t is een interessant fenomeen.
Thuis vind ik het zeer genoeglijk om voor ’t slapengaan eens in mijn neus te peuteren, daar komt dan vanalle zooi uit. Zeker in tijden van verbouwingen met gyproc, maar anders toch ook. En daarnet ben ik tot de constatatie gekomen dat ik hier in drie weken tijd nog zelfs de behoefte niet gevoeld heb voor mijn avondlijke peuter. Gewoon omdat er hier niks in mijn neus zit! (Voor de wetenschappelijke onderbouw van deze bewering heb ik trouwens juist nog eens gecheckt.) Dus ge kunt u indenken wat een verschil van luchtvervuiling er is tussen hier en bij ons.
Lees verder : 25. "Een kano met chauffeur".
Klik hier


Het drieentwintigste deel van mijn reisverhaal.
(Al de vorige afleveringen kan je vinden in de linkerkolom van mijn blog)
Zondag, 26 november 2006.
23. Engelstalige apen.
Het ontbijt was weer klasse! Jammer dat ik niet veel honger had, ik was een beetje groggy van mijn regels. Het eeuwige lot van de vrouw, 5 dagen van de maand depri lopen te wezen van een pms-ke, en er dan als beloning nog eens 5 dagen "ongesteld" (wat een woord!) bovenop krijgen... Er zijn wel meerdere redenen, buiten niet meer te moeten werken, waarom ik rap een échte senior wil worden.

Aan tafel worden we bediend door Natty. Een rasecht homootje! Hij spreekt redelijk goed Engels, in feite zingt hij het. “Waaaant some mooooore tea madáááááám?” Elk zinneke eindigt drie toonhoogtes hoger dan het begonnen is. Zijn manierkes zijn zo verfijnd en precieus als die van een Thais danseuske. Hij is de vriendelijkheid en voorkomend hij in persoon.
In een van de verhalen die ik aan't schrijven ben komt een homootje voor dat "Toetje" heet. Dus toen ik Natty zo bezig zag kreeg ik weer een lading inspiratie en begon ik dus zoals steeds ijverig in mijn notaboekje wat ideeën te noteren. Met mijn kop vol Toetjes-gedachten kwam Natty met zijn theekan voorbij getrippeld en aangezien ik nog wel een taske lustte riep ik : “Toetje! Can you plea-”. Paul proestte bijna in zijn eigen tas thee, maar Natty vond het zo te zien niet erg om eens met een andere naam aangesproken te worden en schonk, sierlijk zijn een pinkske in de lucht, "the madáááááám" haar taske nog eens vol.
Het meisje dat u naar uw tafel begeleid is een klein fijn Thais dingske met een beugeltje rond haar tanden. Een design-beugeltje - zoals alles hier in dit hotel - maar dan een blauw! Als dat kind dus lacht dan ziet ge zo’n felblauwe grijns. Knap zenne.
Het bestek is ook zo design dat ge er amper mee kunt eten. Het is dure Wedgwood maar de steeltjes zijn rond, dus ge moet heel goed oppassen als ge soep eet dat ge uw lepel goed vastklemt want anders draait hij rond in uw hand en giet ge de soep telkens terug in uw kom. Op die messen hebt ge natuurlijk ook geen grip. De glazen zijn onderaan smaller dan bovenaan dus daar kunt ge ook best uw aandacht bij houden om geen ongelukken te doen.
Het leven van een rijke mens is blijkbaar niet comfortabel. Hyacynth Bouquet zou zich hier rot amuseren.
We genieten echt van ons paleis. We doen al geen moeite meer om nog een strandbed te gaan reserveren want op ons eigen terras is ’t veel beter om te relaxen, onze kamer ligt in de laatste blok van het baaike, dus we zitten pal aan zee. Dan ook nog aan ’t mooiste stukje, direkt tegen de rotswand. Beter kan hier echt niet. Rustig, een mooi zicht en ver weg van ’t drukke centrale gedeelte.
Paul heeft zijn "ontbijt-verteer-dutje" gedaan, ik heb geschreven, en dan zijn we gaan zwemmen. De zee is hier toch viezer dan in Koh Ngai, dat komt natuurlijk omdat er een dorpje in de buurt is en ook door het vele bootverkeer langs de kust.

Op de rand van het jacuzzi-bad dat overloopt in het grote zwembad.
Aan Thom, de half-Engels-talige spiegelglasbrildragende macho van de kano’s, ben ik gaan vragen wanneer de boot naar ’t dorp ’s avonds vertrekt en aan de receptie zijn we dan de ticketjes gaan halen om straks eens met het hotelbootje naar ’t dorp te varen. Alles netjes conform de geplogenheden...
We vroegen ook ineens aan de receptioniste waar onze dagelijkse “Bangkok Post” toch bleef, want we hebben nog geen enkele avond de beloofde krant ontvangen. Ze antwoordde doodleuk : “Oh? We hang it every evening on your door, but monkeys will have taken it!” Waarop Paul repliceerde : “Do you really think Thai monkeys are able to read English???” En o wonder, dit intelligente wezen zag de humor van de grap in en schoot in de lach. De eerste Thai met een echte, gemeende, schaterlach in plaats van het eeuwige ondoorgrondelijke glimlachje, die we hier in ’t hotel al tegen gekomen zijn! Ze verdient om manager te worden. Morgen vraag ik haar beslist als ultieme examenvraag de hoogte van de rotswand.
Tijdens ’t poetsen van de kamer zijn we rustig op ons terras blijven liggen. Normaal duurt een kamerkuiske 10 minuutjes maar aan dit gedoe zijn ze dus wel een klein uurke bezig. Nochtans hou ik het zelf heel goed op orde en ben ik zuinig op ’t verbruik van handdoeken enzo want het wringt me wel dat ik hier mensen in de tuin, gehurkt onder een grote zonnehoed, met de hand onkruid zie uittrekken die misschien maar evenveel per maand verdienen als onze kamer per dag kost.
Daarstraks werd er gebeld (ja, wij hebben een heuse deurbel, dat moet ook wel want dit kot is zo groot dat ge ’t kloppen op uw voordeur niet hoort) en een hotelbediende kwam een fruitmand aanbieden. Zonder woorden vanzelfsprekend. Er lagen van die vruchtjes op die ik vanmorgen aan ’t ontbijt als decor beschouwde … Ofwel is die mens ons dus eten komen brengen ofwel een schoon decoratief bloemstukje…
Na Paul zijn uitgebreid bezoek aan 't fitness-center hebben we wat op de lauwe deinende zee liggen drijven. Hoe plezant dat ook is, het geeft niet hetzelfde exotische gevoel als in Koh Ngai omdat ze hier niet zo zuiver en helder blauw is.
Er kwam een longtailboot naar ’t strand gevaren, de jongen sprong uit de boot en waadde aan land om hem vast te leggen, ondertussen rinkelde zijn gsm, hij nam die uit een zakje van zijn hemd, hurkte op ’t strand en begon in ’t natte zand ijverig een telefoonnummer te krassen dat hem duidelijk door zijn opbeller gedikteerd werd. Een enig beeld van de nieuwe soort van beschaving die hier zijn intrede doet.
Toen we terug boven waren weerklonk de hevigste donderslag die ik al ooit gehoord heb, en hij bleef maar duren! Hij weerkaatste blijkbaar tussen al de rotsen. Ondertussen scheen de zon dapper verder. Heel vreemd. 
De eerste druppels beginnen te vallen, dus doe ik maar een regendanske!
Maar iets later, net toen we de boot gingen nemen begon het te gieten. Wij dus met ons parapluke naar de drijvende pier die helemaal aan de linkerkant van onze baai ligt. Ik dacht dat we de enige gekken zouden zijn die gingen uitvaren, maar nee hoor, de rest kwam ook allemaal uit zijn kamers gesopt op weg naar zijn goedkoop diner in Ao Nang! Heel grappig zicht. Gelukkig stopte de bui toen de boot vertrok en bleef het voor de rest van de avond droog.

Op de drijvende pier om het hotelbootje te nemen. 
We vaarden, onder de schitterendste wolkenlucht en de ondergaande zon, wéér helemaal langs de twee baaien van Ao Nang en legden aan op één van de weinige plekken waar de speedboat aan land kan zonder dat de kostbare toeristjes hun voetjes nat moeten maken.

Onderweg naar Ao Nang.
Als je heel goed kijkt zie je links aan de horizon, in de mistnevels,
een nieuw groot hotelcomplex in aanbouw staan.
Ik zou er nooit willen logeren want hun gasten gaan er altijd eerst
een heel drukke baan moeten oversteken alvorens ze 't strand bereiken.
Ziet ge u al in bikini den Boomsesteenweg oversteken?...
Daar stonden verschillende tuktuks te wachten die de mensen helemaal terug rijden, alweer langs die twee baaien, naar de andere zijde van de rots die ons dus van ’t dorp scheidt. Heel omslachtig allemaal om toch maar die vijf minuten niet door zee te moeten waden, of over die Bobbejaanheuvel te moeten klauteren.
Het waren tuktuks van een soort die ik nog nergens gezien heb. Het is hier een brommerke met een soort maxi-"side-car" aan vastgemaakt. In het overdekte bakske kunt ge desalniettemin met een vijftal Westerlingen zitten, of een tiental Aziaten.

Op 10 minuten, en voor 40 bath, waren we dus terug op de plek waar we elke avond gingen eten. Maar deze keer was ons doel een tocht langs de twee winkelstraten. 't Was een lange aaneenschakeling van souvenirwinkeltjes, schildersateliers waar ze kopieën van o.a. Dali aan de lopende band maken, kleermakers, reisbureautjes, bars, restaurants, horlogewinkeltjes, gekopiëerde videotape-verkopers, en nog meer prul- en bazaartoestanden. 
Modern massage-centrum met airco.
Schilderijen-kopieërders-atelier.
De Boedha-souvenirs die ge hier vindt zijn duurder en van een veel slechtere kwaliteit dan diegene die ge tegenwoordig bij ons bij Blokker of Casa kunt kopen. Dus gedaan met loodzware godenbeelden van over heel de wereld mee naar huis te sleuren. Ferm gemakkelijk. Want als ik er over nadenk hoeveel van die loodzware beelden onze Paul al van overal heeft moeten meesleuren voor mij... 't Kon niet missen dat toen ik tot die constatatie kwam mijn arme muilezel ineens een stralende glimlach op zijn snoet kreeg.
Wel enkele toffe kussenovertrekken gekocht in Thaise zijde. Ik stond even te twijfelen over de aankoop omdat ik niet wist of die stof kon gewassen worden en toen Paul me vroeg waarom ik aarzelde sloeg ik een van de heerlijkste versprekingen sinds maanden uit mijn voeten : “Ik koop ze niet zo graag omdat ik bang ben dat het kassens zijn waar de kutten niet op mogen pissen.” Dat had dus moeten zijn : “… dat het kussens zijn waar de katten niet op mogen pissen.” We lagen zo ongeveer dubbel van 't lachen. Uiteindelijk hebben we ze toch gekocht en heb ik nog wat plezante kleren gevonden ook.

De zijden kussenovertrekken waarop onze katten zich goed
gaan moeten gedragen.
Een van onze doelen was ook een goed restaurant vinden. Ik ben al heel mijn leven gek op de Thaise keuken maar met wat ik deze reis allemaal al tussen mijn kiezen heb gekregen is mijn enthousiasme wat bekoeld geraakt. OK, alles kan altijd erger want in Vietnam hebben we eens 5 weken aan een stuk nog véél slechter gegeten. En de 4 weken in Birma is mijn maag ook nog niet vergeten. Maar deze reis is ze toch ook echt wel ongelukkig aan 't worden.
Aangezien we allebei dol zijn op Japans voedsel gingen we dus vanavond een Japans restaurant trachten te vinden. En een betaalbaar, want in ons hotel is er wel eentje maar daar betaalt ge meer dan 100 bath voor 1 sushi-ke.
We vonden een mooie eethut aan een relatief rustige straat waar we een schotel sushi bestelden voor 850 bath. Er lagen er maar liefst 50 op!!! Overheerlijke, koele, verse sushi's... Verrukkelijk! En we hebben die allemaal opgegeten. Goddank dat we maar 1 schotel besteld hadden. We hebben in geen tijden zo lekker gegeten! In ons hotel zou dat grapke dus 10 maal zoveel gekost hebben. Net zoals een blik bier hier 25 bath kost en in ’t hotel 250 bath (aan ’t zwembad dan nog, niet eens in de nachtclub.)

Het schoteltje sushi...
Na het 't goddelijke diner moesten we kiezen tussen ofwel nog een uur tussen de winkeltjes ronddarren en een taxi terug naar die pier nemen om met de boot terug te varen, ofwel te voet onze berg over te klimmen.
Toch maar besloten ons nog maar wat langer in ’t dorp te amuseren om de vermoeiende apenwandeling te vermijden. Ik wou nog een draakje om - volgens de regels van de feng shui - mijn nieuwe "hobbithol", dat ik de laatste maanden thuis aan 't bouwen ben geweest, te beschermen, en ik had er leuke gezien.
Het enige jammere was dat de verkopers allemaal hartstochelijk bleven beweren dat de draakjes uit sandelhout gesneden waren terwijl ik na grondige keuring voor 100% zeker ben dat ze van plastic of kunsthars gemaakt zijn. (Ik heb me 1 keer op Koh Samui plastieken goden laten aansmeren, dus ik zal ’t verschil nu toch wel kennen zeker!) Desalniettemin heb ik op de duur, willens en wetens toch maar, na het obligate afpingelen, zo’n draakje gekocht. Eens die kwatta doorhad dat ik er aan gesnoven had en wist dat het plastic was ging de prijs van 550 naar 350 bath. Nóg veel te duur voor wat het is, maar kom, ik vind het een lollig beeldje dat een herinnering aan een geestige avond met zich meedraagt.
Mijn draakje begint aan zijn eerste taak :
de bescherming van de hotelkamer!
Dan hebben we met pak en zak terug een tuktuk genomen naar dat piertje waar de rest van de zwaarbeladen en volgevreten hotelcollega’s ook aan ’t instappen waren. Alweer zat dat bootje vol. Een beetje verkeerd vol, want het geraakte niet weg en liep vast in ’t zand. Op de duur zijn we toch kunnen vertrekken onder de donkere sterrenhemel, alweer konstant opgelicht door bliksems. Heel raar, maar ik heb het in Thailand al zo dikwijls weten bliksemen zonder dat het regent.
Bij onze thuiskomst zat onze Bangkok Post ineens aan de deur vastgemaakt! De aap zal zijn bril niet op zak gehad hebben waarschijnlijk. Ofwel had hij zijn Humo nog niet uitgelezen. Morgen ga ik alleszins die lieve receptioniste bedanken en haar de laatste examenvraag stellen, als ze juist antwoordt dan promoveer ik haar tot directeur van ’t spel. De cruciale vraag zal dus luiden : “How high are the rocks that are surrounding the hotel?”

De Bangkok Post.
Maar trieste avondlectuur want de moslimrellen zijn hier maar
een hondertal kilometer zuidelijker nog altijd in volle gang.
Ze eisen dat de boedhistische en christelijke winkeliers,
in plaats van alleen op zondag te sluiten, ook op vrijdag
hun zaak dicht houden. Als ze aan die nieuwe regel niet
gehoorzamen worden ze vermoord. En dat gebeurt dan ook dagelijks.
Er zijn de laatste dagen ook al heel veel leerkrachten gedood
en de scholen zijn gesloten. Kan al beter mijn eigen verhalen
verder gaan schrijven, die zijn een pak vrolijker.
Nog lekker wat schrijven op 't monsoon-terras.
Een andere vraag die ik eens ga proberen te stellen aan wat hoger kader is “Which nationality does the hotel-manager have?”, maar ik moet die vraag simpeler maken dus ik ga het omvormen tot : “ Where does manager come from?” Anders is het te moeilijk.
Het intrigeert me van waar hij komt want op die man zijn badge staat precies een Oost-Europese naam en hij spreekt mooi Engels. Ik ben nu met Paul aan ’t wedden welke antwoorden we hierop gaan krijgen. Het is natuurlijk multiple choice. Ik word een echte Gokchinees en heb er op gegokt dat het antwoord gaat zijn :
“Manager come from room 1”.
Kans twee is : “Manager now sleep”.
Mogelijkheid drie : “Here.”
Keuze vier : “Yes.”
Ofwel vijf : “???”
Maar ge zult zien, ze zullen me toch verrassen met nog andere antwoorden. Ze zijn moeilijk in te schatten deze jongens.
Als ge hier ’s avonds vanop de trap naar onze kamer naar boven kijkt, tegen de rotswand omhoog, waarop bomen groeien waarvan ge niet kunt begrijpen hoe ze zich tegen die steile zijkant ooit kunnen geworteld hebben, dan hebt ge ’t gevoel dat ge aan ’t duiken zijt. Het lijkt alsof ge op de bodem van de zee staat en de rots lijkt dan begroeid met planten waarvan de bovenste lagen hun silhouet tegen de maanverlichte lucht afsteekt als tegen een donkerblauw wateroppervlak. Precies wat ge overdag onderwater in ’t miniatuur ziet als ge maar diep genoeg duikt en dan uw blik omhoog richt. Alle dingen in de wereld keren steeds maar terug. Soms in ’t heel klein, zoals in het kleinste stukske van een koraal dat nog altijd uit microscopische “bloemekes met tentakeltjes” blijkt te bestaan en dat hoop en al een halve centimeter groot is. En soms in rotsen van honderden meters hoog. Zeeën zijn verwisselbaar met luchten, vissen met vogels, en koralen met bomen.
En nu ga ik mijn kussenovertrekken bewonderen en zien of er echt wel ritssluitingen aan zitten die open en dicht kunnen of dat ik toch weer in ’t zak gezet ben. En me daarna oprollen in mijn superbed. Ah nee. Eerst nog de worsteling met al de jaloezieën...
Lees verder : 24. "De tragedie van de sokken."
Klik hier.


Deel tweeëntwintig van mijn reisverhaal.
(De vorige afleveringen vinden jullie in de zijkolom van mijn blog)
Zaterdag, 25 november 2006.
Paul schrikt zich een floeren aapke!
Gisterenavond als al de jaloeziën dichtgetrokken waren, de terrasluiken gesloten (die werken gelukkig elektrisch), al de ventilaren afstonden, en het laatste lichtknopke van die 17 lichten gevonden was, was het dus ineens een half uur later. Ik dacht op een bepaald moment dat ik de receptie ging moeten bellen om het laatste lichtje gedoofd te krijgen, maar 't is dan toch gelukt.
Bij ’t binnenkomen van zo’n kamer steekt de receptioniste uw sleutel in het electriciteitsgleufje en ineens branden dan alle lampen, dat geeft een spectaculaire inkom. Maar de eerste avond zijt ge dan wel gezien, ge kunt uw sleutel niet uit dat gleufke halen want dan sluit ge ineens álle elektriciteit af, de airco incluis, dus op dat moment zijt ge wel verplicht om heel die cinema manueel te gaan doven en kan de zoektocht naar alle netjes verborgen lichtknopkes beginnen. Nogal een karwei in deze kamer…
De dag brak aan met nog veel dramatischere technische problemen! De toilet had ’s nachts helemaal de geest gegeven…
Ik werd wakker van ’t geluid van mijn dierbare die met de ijsemmer en de waterkoker aan ’t proberen was zijn ochtendboodschapke door te spoelen. Ik had tijd genoeg om tegoei wakker te worden en me te realiseren wat de vreemde geluiden waren aangezien de jongen daar toch een volle tien minuten mee bezig is geweest. Dat zegt veel over de grootte van ons ijsemmerke en de waterkoker of over de grootte van iets anders.
Als we nu tenminste al een volwassen emmer bezaten, maar ja, in zo’n luxueus spel moet ge u dus met luxe-voorwerpen behelpen.
Dus, het “call center”, telefoonnummer 7 - een héél belangrijk nummer! - gebeld. Hier kunt ge dus niet zelf naar housekeeping, of de receptie, of de fitness, of ’t restaurant bellen. Hier moet alles via het “call center”. Gewoon omdat daar iemand een soort Engels spreekt en op al de andere diensten niet. Een hopeloze toestand want het “soort Engels” dat die madam spreekt is verrevan toereikend voor haar job. Ge zijt ook zwaar gehandicapt omdat er aan de telefoon van uw eventuele pantomime die ge staat op te voeren niks overkomt natuurlijk.
Desalniettemin had de madam het probleem begrepen : “Engineer will come soon.”
Alles dat hier een overall aan heeft wordt “the engineer” genoemd. En inderdaad “the engineer” verscheen vrijwel direkt, hoogstwaarschijnlijk zo snel omdat hij vreesde dat hoe langer hij deze klus uitstelde hoe onprettiger ze zou kunnen worden.
Binnen ’t half uur hadden wij terug een toilet dat, als we ’t met de nodige tederheid behandelen, normaal functioneert. Ondertussen zat “the madam” lekker in haar slippers en badjas van ’t hotel op terras 1. En laat de boeren maar dorsen, en de “engineers” maar repareren!...
Aangezien Paul zijn dagtaak veel vroeger begonnen was dan de mijne had hij razende honger en eerlijk gezegd scheurden we ook van nieuwsgierigheid naar dat ontbijt met het gouden prijskaartje.

Op pad naar 't ontbijtrestaurant.

Het restaurant is heel mooi, het terras ligt aan een vijver met rotsen en een hangbrug (alles "Center Parc"-nep natuurlijk, maar wel netjes afgewerkt). Het buffet was zeer verzorgd en uitgebreid. Vele dranken die ge normaal niet krijgt, zoals tomatensap en guavesap. Zelfs sojamelk. Een uitgebreid assortiment van vruchten. Zelfs dragonfruit lag erbij en nog wat dingen die er naar mijn mening meer als decoratie bij lagen dan om op te eten, maar ik kan me vergissen.
Er was een lange marmeren toog, waarop wat keuze uit charcuterie, gerookte zalm met room en lekker smeuïge kazen (van ’t soort die zelfs op de luchthaven van Deurne al voor bomalarm zouden zorgen). Voedsel dat hier in Thailand toch niet zo evident is. Voor de rest waren er natuurlijk ook alle mogelijk Japanse en Chinese ontbijtdingetjes. Ge kon zelf uw miso-soep verrijken met allerhande kruiden en groenten. Ge kon Thaise noodlegerechten maken met verschillende groenten. En er was natuurlijk ook de eierbakker! En ge weet hoe belangrijk de eierbakker is voor mij om mijn quotatie van 't hotel te kunnen geven!
Deze eierbakker kon het allemaal de baas. Hij kent het vocabularium van het ei in ’t Engels. Waarschijnlijk niks anders, maar alles over “het ei” beheerste hij feilloos. Het is de eerste keer dat ik in een Aziatisch land iemand het woord “yolk”, eierdooier dus, (we zitten hier dus al op ’t hoge niveau van een ónderdeel van een ei te spreken!) heb weten verstaan! Een man vroeg om de dooier van zijn spiegelei te doorprikken en die eierbakker die dééd dat gewoon!!! Ik liet mijn ei bijna uit mijn pollen vallen van ’t verschieten van zo’n intellect.
Er waren enkele soorten broodjes, maar nu niet overdreven veel, en de toaster was als gewoonlijk een ramp.
Wat wel heel mooi gevonden was, was een lange honingraat die in een zilveren stellage stond opgesteld, zodat de honing langzaam in een gootje, dat onderaan bevestigd was, naar beneden sijpelde en in een kom terecht kwam. Echt sjiek, ik had zo’n ding nog nooit gezien.
De "honingraat-stellage".
Na mijn fruitsapke (lekker vers, eindelijk eens geen klassieke mierzoete brol), heb ik mij aan die lekkere kaasjes gewaagd, vervolgens een zalmke met room, ajuintjes en koriander op mijn vorkske gespietst, om daarna de kunde van de eierbakker te testen en hem spiegeleikes met spek te laten bakken. Ze waren inpeccable!
Daarna heb ik afgerond met een Japans miso-soepke met fijngesneden tofu en verschilllende soorten Thais groen onkruid die er naast lagen en die ge allemaal zelf mocht mengen. (Zalig voor de alchemist in mij!)

Het Japanse miso-soep buffet.
’t Was allemaal fijn, heel vers en lekker. Alleen een thee-stand ontbrak! Die serveerden ze aan tafel uit de kan. Vreselijk straf spul en dus ook totaal geen keuze. Nogal stom. In ’t simpelste hotel zetten ze al een tafelke met verschillende soorten zakskes en hier krijgt ge alleen koffie of thee uit een kan. Dat vind ik dus niet kunnen. Maar voor de rest was ’t goed en ’t was ook allemaal in design-toestanden gepresenteerd. Wel knap. Desalniettemin is mijn streng oordeel : serieus overpriced.
Voor de helft van de prijs kregen wij in ’t Santika Hotel in Jogyakarta op Java een buffet dat wel drie keer zo uitgebreid was. Vanaf 4 uur ’s ochtends stond daar dagelijks een buffet met álle ingrediënten voor Europese, Aziatische, Amerikaanse en Engelse ontbijten. In de Japanse afdeling lag er zelfs sashimi en sushi! En echt waar, daar vonden wij zelfs biefstukken en fritten! Nu niet dat ge daar om zes uur ’s morgens direkt zo’n goesting in hebt, maar kom, ’t is de mannen hun geste die telt hé.
Enfin, ’t was een aangenaam brunch-achtig ontbijt moet ik zeggen en er viel ook wat te zien. Er paradeerden wat sofistiquée madammen rond met open- en vooral neervallende boezems, maar de meesten mensen zaten er eenvoudig in short en t-shirt te eten. Netjes, maar gewoon. Eén madam vond ik verrukkelijk, ’t was dikke, slordige Engelse met een veel te klein oud schortje aan en een strakke t-shirt, met op haar zeer uitbundig aanwezig zijnde boezem, de opdruk “Eagle Mountain”. Awel, op dat balkon was inderdaad plaats om een koppel arenden hun nest te laten bouwen.

Eagle Mountain.
Terug op de kamer wou Paul het internet aansluiten, maar dat kan alleen door via ’t call-center een wachtwoord aan te vragen. En dat ging natuurlijk boven de madam haar petje. Zelfs toen Paul er persoonlijk naartoe ging bleek ze ’t nog altijd niet te snappen en de IT-figuren kreeg hij niet te spreken. Gewoon omdat die niet aanspreekbaar waren, waarschijnlijk door gebrek aan noties van de Engelse taal. Aangezien "Madam-Call-Center" de zaak toch niet gered kreeg, ging er een engineer naar de kamer komen.
Op de langen duur zaten er al twee engineers - waaronder de IT-manager van ’t hotel - op onze kamers vanalles in en uit mijn "Pandorake" te trekken en draadjes in de muur te knutselen. Ze spraken geen Engels en aangezien ik over pc’s toch niks kan uitbeelden ben ik maar gaan zwemmen in de hoop mijn kwal terug te zien.

En maar prullen en prutsen aan mijn arm Pandorake...
Dus ik, gewapend met een onnozel zwembrilleke - in plaats van met mijn snorkelbril en snorkelpijp - en mijn fotoapparaat in zijn onderwaterbakske, de zee ingestapt. ’t Was een waterkanske dat ik dat kwalleke terug zou vinden natuurlijk, maar ge weet maar nooit.
Maar nee, er is hier onder water echt niks te zien. Een krab, af en toe een schooltje van heel klein grijze viskes, en dan hebt ge ’t echt wel gehad. Ik was vrij ver achter de rotsen gezwommen om ’t hier toch nog een kans te geven, maar ’t bleef triest en doods. Gelukkig waren er vandaag geen “pikkedingen” in ’t water en was ’t zalig warm om te zwemmen en te zwalpen. Heerlijk.
Ver weg in zee vond ik een drijvende vlinder die aan ’t verdrinken was. Die moest dus dringend gered worden. Ik zette hem op mijn hand en zwom naar de rotswand maar ja, wat kan een vlinder daar zitten doen? Ook niks natuurlijk. 
Nat, moe, maar levend.
Ik nam er een paar foto’s van en besloot hem toch maar mee te nemen naar ’t vasteland om hem in de tuin neer te poten. Maar aangezien ik geen zwemvinnen aanhad, en gehandicapt was doordat ik mijn camera al vast had, was ’t redelijk moeilijk zwemmen met 1 hand boven water waarop die vlinder zat. En ’t was een heel eind. 
Ik spartelde dapper verder in mijn ongelukkige zwemstijl, die ge in dit geval als “vlinderslag” zou kunnen bestempelen, tot ik plots van in de verte een longtailboot een scherpe bocht zie nemen en pal mijn richting zie uitvaren. Ik "strompel-zwem" rustig verder met 1 hand boven water en die boot komt helemaal tot bij mij. Bleken die vissers gedacht te hebben dat ik in nood was! En met mijn hand boven water om hulp zat te wapperen...
Toen ze zagen dat ik iets perfects normaals aan ’t doen was – een vlinder redden op gevaar van eigen leven – keerden ze hun boot en vaarden terug weg. Goddank hebben ze me niet aangesproken want ik had me kunnen indenken dat ik echt wel te weinig adem over had om te gaan proberen uitleggen wat ik aan ’t uitspoken was.

Het begint de verkeerde kant uit te gaan...
Uiteindelijk is die vlinder dan nog eens in ’t water terecht gekomen door een onnozel golfke en toen ik ’t land bereikte bleek hij schielijk overleden. Ik heb nog een reanimatie-poging ondernomen door hem in de tuin op een bloem te zetten maar ’t was tevergeefs.

Rigor Mortis.
De twee engineers kregen het computer-gedoe niet aan ’t werk, konden ’t ook niet uitgelegd krijgen want ze konden alleen “Kap” zeggen, dus besloten ze om gewoon stiekum de server van ’t hotel zelf te laten gebruiken, met het wachtwoord van de IT-manager himself. “Secret! No tell!” kwam er als enige Engelse woorden uit en toen konden we ineens mailen. Gratis en voor niks dan nog wel!
Ondertussen had ik al een poging ondernomen om op ’t terras te zonnebaden maar dat is echt te heet, dat heb ik spoedig moeten opgeven. Als ge dan oververhit onder die regendouche gaat staan is dat echt een verademing! En die badkamer is zo groot dat ik mijn uitgebreidste regendans kan staan doen zonder een muur te raken. Machtig gewoon!

Haartjes kammen.
In deze badkamer staat ge nog eens voor uw plezier voor een spiegel
Na nog een lekkere zwembeurt in zee zijn we wat door ’t hotel gaan wandelen. Het valt nu op dat iedereen hier op zijn zonnebedje ligt met zijn gratis fleske water naast zich. Eén koppel bestelde een pintje en ze dronken er met zijn tweetjes van. Echt grappig want normaal ziet ge in hoteltuinen toch altijd drankjes op de tafeltjes naast de zonnebedden staan. Hier dus niet. Ik vind ’t echt stom dat ze ’t zo duur maken want op deze manier verkopen ze niks en staat hun personeel er toch ook maar voor noppes. Zelfs gisterenavond waren de vier restaurants van ’t hotel zo goed als leeg en was ’t in ‘t dorpje en de luxehotels voorbij de rots een drukte van belang in de eetgelegenheden.
Aan het Japans restaurant van ons hotel ligt nog een heel stijlvol zwembadje en een mooie vijver. Ik ben er een foto gaan nemen van een lotusplant waar ge in één en dezelfde plant heel zijn cyclus kunt zien, van knopje, over schitterende bloem, tot - groene, en later bruine - zaadknop. Het is echt de perfecte plant. En voor ge begint te twijfelen, ’t is gene “Center Parcs”.


Lotusbloem met knop en zaaddoos.
Het rustige zwembad aan 't Japans restaurant.
Onderweg aan verschillende personeelsleden van hogere rang gevraagd hoe hoog het amfitheater van rotsen is waarin ons hotel genesteld ligt. Want dat fascineert me al sinds mijn aankomst hier. Het hotel is zo groot en toch lijkt het zo nietig door die rotswand.
“Sir, do you know the height of the rockwall?”
(Bij hoger personeel spreek ik de eerste zin nooit in kinnekes-Engels. Ah ja, anders denken ze dat ík den debiel ben!)
“Yes???”
“How high rocks?”
“???”
“Rocks 100 meter high?”
“Yes!”
“Or Rocks 200 meter high?”
“Yes!”
“You don’t know?”
“Hihihi”
De man sprak vervolgens het personeelslid naast hem aan en vroeg aan hem de hoogte van de rotsen. Die kerel bekeek hem met een blik van “Dat kan nu toch niet? Met wat houden die onnozele toeristen zich bezig! Wie weet nu in boedhasnaam hoe hoog die stomme rots zou kunnen zijn? Die heeft toch niks met ons hotel te maken? ’t Zijn toch kiekens hé, zo’n toeristen?!”
"Gelukkige uil nummer 1" wendde zich terug tot mij : “He also not now. Sorry, sorry!”
Nog eentje geprobeerd met ’t zelfde resultaat en dan de manager himself aangepakt, die kenden we ondertussen toch al en die spreekt heel goed Engels.
Hij keek eens omhoog naar de rotswand alsof hij die nog nooit eerder had opgemerkt en mummelde bedachtzaam : “Well,.. the rockwall,… I must say…, I don’t exacty now. But what I do now is that the single rock in the sea in front of the beach is about 200 meter high .”
Enfin, dat was dan toch al een antwoord. Alleen is onze James Bond-rots in zee echt zo hoog niet, ik schat haar hooguit vijftig meter. Maximum. De rotswand achter ons moet misschien wel tegen de 150 meter zijn.
En dan te bedenken dat hier in de buurt heel veel mensen komen rotsklimmen en dat dat dus een serieuze bron van inkomsten is. Maar er eens bij stilstaan dat wel eens iemand de hoogte zou kunnen vragen van het voornaamste attractiepunt van uw hotel… nee hoor.
Maar kom, ’t hotel is nog jong, ’t is pas 14 dagen geleden officiëel ingewijd door de prinses. (Alhoewel ze al met een soft-opening bezig zijn sinds december vorig jaar). Van deze informatie uitgaande concludeer ik dus dat ze nu denken dat hun hotel af is.
Awel, ik heb daar een ander gedacht over. Sommige delen zijn inderdaad af - op ’t randje van versleten zelfs, zie onze loodgieterij – maar het gebouw van de “watersporten” staat nog altijd leeg te koekeloeren en hun bibliotheek (een heus gebouw op zich) bestaat uit massa’s schabben bevolkt door een tiental door toeristen achtergelaten beduimelde, plakkerige boekskes.
Ze zouden trouwens best wat gebouwen afbreken want alles staat veel te veel op mekaar geperst, er blijft veel te weinig open ruimte waar de mensen rustig in de tuin kunnen liggen. En dat is toch uiteindelijk wat mensen hier komen doen, liggen en rusten. Bij voorkeur met een pintje of een cocktail op het tafeltje naast hun zonnebed. Maar hier ligt naast elke toerist één van de gratis waterfleske die ’s avonds op uw kamer gezet worden om zogezegd te gebruiken om uw tanden veilig mee te poetsen. Ja, den brouwer zijn boot gaat hier niet dikwijls moeten aanleggen.
Bij nader onderzoek blijken er wel 30 blokken van 6 kamers opeengepropt te staan met daartussen nog veel afzonderlijke gebouwkes, de suites, en dan nog een heel Spa-gedoe, 4 restaurants, 2 zwembaden, en een grote lobby. Ge kunt uw kont niet keren of ge stapt in een vijverke. De zonnebedjes staan op de wandelpaden, zodanig dat ge amper vooruitkomt zonder uw scheenbenen te stoten. Nee, dat had ik hier toch een beetje ruimtelijker aangepakt en ofwel de kamers kleiner gemaakt ofwel de helft minder gebouwd.
Toen we terug van zee kwamen en ons weer boven installeerden bleek ineens de houten scheidingswand tussen onze kamer en die van de buren open te staan. De buurkamer bleek onbewoond en als we zouden willen zouden we nu ook nog in de openlucht- jacuzzi op dat terras kunnen gaan zitten. Maar ik hou niet zo van sudderen in eigen nat. In ben perfect gelukkig in mijn eigen groot en gerieflijk paleis.
Het is wel zeer doordacht om, als ge de kamers wilt verdubbelen voor grote gezinnen, ge de terrasscheidingswand te kunt wegnemen. Meestal maken ze de mogelijkheid tot vergroting van kamers door een tussendeur in de kamer zelf te plaatsen die kan ontsloten worden indien nodig. Maar als ge dan per toeval in een kamer met die mogelijkheid moet logeren is dat niet plezant want dan hoort ge alles van uw buren omdat zo’n onnozel deurke helemaal niet geluidsdicht is. Dit systeem is dus veel slimmer en mooier. Iedereen houdt zijn privacy, de isolatie blijft intact, en toch kunt ge moeiteloos van 2 kamers 1 geheel maken indien gewenst.

Ik heb me comfortabel op mijn terras geïnstalleerd, door een paar handdoeken achteloos op strategisch plaatsen te hangen kan ik zelfs in mijn blootje zonnen en schrijven. Zelfs onze Paul heeft eens stukje van een van mijn verhalen uitgetikt om mijn polsen wat te sparen. Ja, we zitten hier wel goddelijk op die kamer. Zo zalig dat we zelfs besloten hebben om geen auto te huren om hier te gaan rondrotsen. Paul vreest dat we, aangezien we geen reisboeken, landkaarten of kompas bij hebben, hopeloos verloren gaan rijden omdat we aan geen mens de weg kunnen vragen. Op een Thais eiland rondrijden is geen probleem, dat hebben we al dikwijls gedaan, echt hopeloos verloren rijden kunt ge daar toch niet want ooit komt ge toch weer terug aan een kustweg. Maar hier op ’t vasteland zouden we wel eens na 1000 km verloren rijden ineens in Bangkok kunnen staan, want geen mens kent hier de weg, weet hoe 't volgend dorp noemt, of is in staat iets in 't Engels uit te leggen. Dus zo’n tripke zullen we ooit wel eens gaan doen met een degelijke voorbereiding. Laat ons nu maar wat van ons paleis genieten. Trouwens ik voel mij ook maar minnekes want er is weer een PMS-ke in volle gang.
Paul is ’s avonds naar de fitness gegaan en ik heb hier lekker kunnen voorttypen aan mijn prachtig bureautje, alle jaloeziën dicht en onder de geluidloze draaiende fan. Wat een luxe-gevoel!
We zijn pas laat gaan eten, en we wilden met ons pillampke door de donkere zee naar ’t dorp dabbelen maar dat mislukte jammerlijk. Halverwege moesten we terugkeren want we struikelden over de rotsen die we, zelfs ondanks onze pillamp, niet onder water zaten liggen, de zee stond ook al veel te hoog voor deze escapade. Dus onverrichterzake weer aan land gesukkeld en alweer te voet via dat Bobbejaanland-plankier de rots over… Vermoeiend.
Ineens stond Paul stokstijf stil! Op de houten leuning zat een aap! En geen kleintje. Een exemplaar van meer dan een halve meter, staart niet incluis. We moesten dus via ons plankierke van nog geen meter breed voorbij dat beest geraken... Ambetant, want ge weet niet of het bijterkes zijn of niet. In de jungle hoorden we nog een hele bende van zijn collega’s in de bomen zwieren.
Maar de aap negeerde ons kompleet, wandelde vrolijk over de reling voorbij en keurde ons geen blik waardig. Goddank is dit gisteren niet gebeurd toen we die tros bananen bij hadden, dan waren we er niet zo makkelijk af gekomen denk ik.
Paul was zich wel een floeren aapke geschrokken.
Den aap!!!!
Nee, sorry. Vergissing.
De echte aap was veel te snel weg om een foto te kunnen nemen.
Het laatste deel van de berg was vanavond onverlicht dus waren wij heel blij met onze pillamp. De boomtakken hangen zo laag dat ge u moet bukken en vele planken ontbreken. Het pad wordt ook ineens een halve meter smaller maar de leuning blijft gewoon doorlopen, dus als ge daar zonder licht over moet valt ge onherroepelijk in dat gat als ge de leuning blijft volgen. Het lijkt wel een Vietnamese boobytrap! Ik mag er niet aan denken hoeveel ongelukken hier al moeten gebeurd zijn met toeristen die ’s nachts, met een pintje te veel op, terug van ’t dorp naar dit hotel strompelen…
Maar misschien heeft een luxe-hotel wel een luxe-EHBO-doos?...
Neenee, hij heeft niet in zijn broekske gedaan van 't verschieten
van die aap. Dat was nog nat van onze poging om door de zee
langs te rots te stappen. Op deze foto ziet ge trouwens goed
hoe gevaarlijk het is als ge blindelings hun reling zoudt volgen...
Hetzelfde restaurant van gisteren viel vanavond tegen. De tempura was weer heel lekker maar mijn green-curry bleek oneetbaar. Gloeiend pikant, de helft van de groenten ontbraken en de kip zag er uit als verongelukte inktvis. Niet leuk, zeker niet als ge er zo’n klimtocht voor hebt moeten ondernemen.
Teruggewandeld over ’t donkere strand onder miljoenen sterren waaronder ’t Zuiderkruis. Prachtig, die sterrenhemel, met maantje, die afsteekt tegen de rotswand en dan nog af en toe wordt opgelicht door bliksems. En dan terug over dat mysterieus rotswegeltje uitkijkend naar apen. Uniek!

Toch wel efkes rusten halverwege.
Want met een volle maag is die berg best hoog...
Toen we om 10 uur terug op ‘t hotelterrein aankwamen bleek het Thaise trouwfeest dat ze hier vanavond hadden georganiseerd al opgeruimd. Bruid en bruidegom stonden op de Japanse brug te mijmeren. We hebben hen even gefeliciteerd, de man sprak goed Engels en raadde ons aan hier zeker de visgerechten te proberen want het eten was het gezelschap goed meegevallen.
Sinds vanavond zullen die ouders van dat koppelke wel geruïneerd zijn. Want ik mag er niet aan denken wat een groot trouwfeest in dit spel organiseren wel niet mag kosten. Maar ja, misschien was ‘t daarom om 10 uur allemaal al gedaan, omdat hun gasten na ’t diner niks meer mochten drinken omdat ze de prijskaart ondertussen ontdekt hadden.
We zijn dan ook even naar de nachtclub gaan zien die onder dat restaurant ligt. Gewoon om het ontwerp eens te bewonderen.
Het is een ufo-achtig ding onder de grond en één wand wordt gevormd door een groot aquarium dat ge ook kunt zien als ge onder water in ’t Japans zwembad zwemt. Speciaal. Het leek eigenlijk op een decor uit “Lost”, een kille futuristische onderwaterbunker. In dit oerknusse lokaal zaten twee toeristen verloren in een hoekje iets te drinken. En dat op een zaterdagavond. Van een succesnummer gesproken.

Het blauwe raam achteraan is eigenlijk een kijk op
een groot aquarium, waar doorheen je 't water van 't zwembad ziet.
Gezelligheid troef in deze futuristische nachtclub!
De restaurants waren weer allemaal verlaten, gelukkig hadden ze nog een seminarie van een grote firma waar toch een 150-tal genodigden waren. Dus dat zal samen met dat trouwfeest dan hun zaterdagavond-inkomsten moeten goed gemaakt hebben.
Ik ga toch niet beleggen in dit hotel denk ik.
Als bij wonder heeft Paul dan bij thuiskomst ook nog ons internet terug in gang kunnen lopen met ’t geheime paswoord van de IT-manager himself. Dus dat was een fijne verrassing. Maar daardoor wel weer veel te laat in bed natuurlijk…

En elke avond sta ik weer met die rot-jaloezieën te sukkelen...
Wat een karwei toch, zo'n verblijf in een sjiek hotel...