Hoofstuk 11.
Deel 2 : Per paling naar de hemel.
Om tijdens de grootste hitte van de dag even binnen te zijn reden we naar 't museum. We hoopten ons daar een uurtje in airco te kunnen wentelen. Niks was minder waar. Het was er om te puffen en ze waren er dan nog in aan 't werken ook... Droge wolken stof plakten zich vast in het zweet ons aanschijns. Niet te doen. We hadden tot overmaat van ramp aan de ingang onze fototas in een locker moeten steken, dus fotograferen kon ook al niet… Het is dan ook een vrij kernachtig bezoek geworden (hoewel er veel te zien was). Na een uur stonden we mottig terug buiten en waren we dolblij dat we op onze fietsjes konden springen en de wind weer langs onze lijven voelden spelen.
We zijn gewoon kriskras en zonder vooropgezet doel de ruïnes blijven doorkruisen. Zo kwamen we plots uit aan een heel mooi nieuw standbeeld van een oude koning, Ramkamhaeng. Hun Hendrik Conscience, hij leerde zijn volk lezen, 't is te zeggen : hij vond het alfabet uit. Maar hij heeft het de sukkelaars niet makkelijk gemaakt want zij hebben meer dan 50 letters om over de diverse toonhoogten bij de uitspraak nog te zwijgen. Al een chance dat onze Boudewijn ons niet 't alfabet bezorgd heeft anders hadden wij ook een 27ste letter : de “oew”. Van "Oewwaarde landghenoten...".

Koning Ramkamhaeng

Eén van de eerste geschriften. Zwaar schrijfboekske wel...
In de brede laan voor dat standbeeld was een ware Scherpenheuvel-nederzetting.
In het eerste kraam (nu ja, "kraam", het had dak noch muren) stonden een paar rekken met plastic zakken die levende vissen bevatten. Maar niet alleen vissen, ook kikkers, palingen, zelfs grote waterschildpadden hingen daar in de zon! In zo’n zakske lagen meerdere dieren te zieltogen en te wriemelen in minder dan een liter water. De bedoeling was zo'n zak te kopen en dan de dieren terug in de vijver te kieperen, ze aldus te "bevrijden" om "verdienste te verkrijgen" (een aflaat te versieren dus). Dieren bevrijden is iets dat veel “merit” opbrengt. Jammer genoeg moest alles weer met gebaren duidelijk gemaakt worden zodanig dat ik mijn prangendste vraag niet gesteld kreeg : "De sukkelaar die elke dag de dieren vangt... Hoe zit het daarmee? Die moet dan toch elke dag zijn hel in plaats van zijn hemel verdienen? En hoe geraakt die mens van al zijn slecht karma terug vanaf? Moet die dan, voor al die gevangen vissen en kikkers, ergens op de duur als “Wiedergutmachung” een heel olifantenkamp gaan leeghalen en bevrijden? Of hoe zit dat dan?... Vanzelfsprekend komt ge dit met gebarentaal allemaal niet te weten.
Maar waar ik persé een antwoord op wou hebben is wat er 's avonds met die dieren in die zakskes gebeurde als de madammen opkraamden en naar huis gingen. Gelukkig kreeg ik dat na een hele pantomime wèl te weten. De niet verkochte koopwaar werd gewoon terug in de vijver gekieperd en de volgende ochtend vingen ze ze wel terug. Tja, op die manier kunt ge de Boeddhistische cirkel van "life is misery" wel in gang houden natuurlijk...


Het kraam daarnaast had een grote gong staan waarop ge geacht werd fors te kloppen om geluk te verkrijgen. Dat is onschuldig vertier, dus aan zo'n Vlaamse Kermis doe ik graag mee. Er stond ook een kom met een soort van lottoballetjes met nummers, ge moest blindelings grabbelen en dan uw cijfer aflezen en in de bakskes op zoek gaan naar het overeenkomstig papierke om uw toekomst af te lezen.
Ik met mijn nummerke 6 naar 't bakske, maar 't stond er alleen in 't Thai en 't Chinees op… Een madam naast mij wou graag helpen, las mijn epistel gedurende een paar minuten aandachtig door, knikte en zei "Good." Persoonlijk vond ik dat wel een heel kernachtige vertaling van wat in ‘t Chinees toch wel een zin of 10 was. Paul liet zijn briefke lezen en ze knikte evenzeer en mompelde ook "Good." We zullen dus een andere vertaler moeten zoeken als we ooit willen te weten komen wat het lot nu weer voor ons in petto heeft. Want ik zou nu toch wel heel graag weten of, als mijn menopauzale zoon binnenkort geboren wordt, zijn opvolger een dochter of weer een zoon gaat zijn, dan weet ik of ik mijn eerstgeborene zijn babykleertjes moet bijhouden.


Ik denk dat dit Boeddhatje destijds met een héél hoog stemmetje sprak...


Omdat we gisteren het platteland zo betoverend vonden zijn we terug een van de vier stadspoorten uitgereden en weer door de veldjes en weiden beginnen fietsen. Tussen de buffels, de lieve honden die zo parmantig midden op de baan liggen te slapen (en me altijd zo aan mijn poezen doen denken), de vechthanen gekoesterd onder hun grote ronde rieten manden, de ganzen in de plassen, de kippen op de boomtakken... alweer op zoek naar Khmerresten en koeienvlaaien.
Die boerderijen op pootjes zijn toch zo mooi. Niemand heeft kasten, alles ligt op schabben en de kleren worden buiten onder een afdak op een koord bewaard. Soms op kapstokken, anders gewoon over een draad gedrapeerd. Zo blijft de kleding lekker luchtig en wordt ze niet klam. Iedereen kan op deze manier wel zien hoe uitgebreid uw garderobe is. De pikante lingeriesetjes zullen ergens onder een struikske hangen denk ik.

"Mijn huis staat op stelten" heeft hier direct een heel andere betekenis...

Morgen, of overmorgen, fietsen we verder!