Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Het verhaal van Tabitha.


 

  snuitje%20lr.jpg?dc=4675520024025586659


6 december 1999. Onder onze middagpauze nemen mijn man en ik even de auto om een boodschap te doen in het centrum. We parkeren tegenover een speelgoedwinkel in volle Sinterklaastooi. Ik droom een minuutje weg over hoe jammer het is dat volwassenen geen kadootjes meer krijgen, tot plots een meisje met een grijs-getijgerde poes in haar armen mijn aandacht trekt. Ze staat er wat verloren bij want ze moet terug naar school en weet niet wat met de vondeling te doen. Ik neem het dier van haar over en beloof haar een oplossing te zoeken. Telkens ik de poes op de grond wil zetten,  wriemelt ze zich terug een weg naar mijn schouder, ze is duidelijk niet van plan ons haar thuis te wijzen. We informeren in de buurt maar niemand blijkt haar te kennen. Dus nemen we de pechvogel mee naar huis.

.

Vanzelfsprekend moet ze eerst langs de dierenarts passeren voor ze bij onze 5 andere poezen kan logeren. Het blijkt een vrouwtje te zijn dat net volwassen is, ze weegt nog geen drie kilo en is echt onderkomen. Ze ziet er nog extra zielig uit doordat haar oogleden halverwege over haar ogen hangen. De dierenarts vermoedt dat ze in haar zeer dichte pels een litteken voelt en dat ze dus gesteriliseerd is. Dus moet er ergens iemand om haar geven. Dan gaan we toch moeite doen om haar baasje terug te vinden zeker! Eerst bellen we de politie en dan hang ik wat briefjes in winkels rond de plek waar ik haar heb meegenomen. Na een week is er nog steeds niemand komen opdagen om ons vriendelijk grijs bolletje op te komen halen. Net als mijn vader zaliger, is ook mijn man zijn devies: Waar er plaats is voor 5, is er ook plaats voor 6. Dat is allemaal goed en wel, maar één van onze vijf is wel de Vietnamees Ming Song Huong... En of die Chinese Keizer een extra volwassen poes in zijn koninkrijk gaat dulden is nog maar de vraag.

 

Heel voorzichtig integreren we onze timide Tabitha in het gezelschap. Het oudste vrouwtje, onze rosse Robin, blijkt het niet te storen. Laathi, de jonge zwart-witte deerne is niet zo happy, zij wenst haar rol van jeune première nog niet af te geven. Tobias, de oude witte poezeman, de goedheid zelve, vindt duidelijk dat er plaats is onder de zon voor iedereen. Hanuman, de driejarige tijgerkater, is blijkbaar vergeten dat hij zelf van de straat geplukt is en vindt de nieuwe bewoner maar niks. En zoals verwacht ...

Ming Song Huong ‘s keizerlijke woede is groot ...

Dat hij zelf een Vietnamees vluchteling is doet niet ter zake, hij vindt het asiel VOL. En met Tabitha erbij OVERVOL. Hij start een terreurcampagne. Eén van zijn ziekelijke trukken is de uitgang van de kattebak te blokkeren als Tabi erin zit. Al snel komen Laathi en Hanuman er dan als ramptoeristen bij zitten. Als ik er op uit kom pluk ik Ming bij zijn nekvel weg en telkens moet ik mijn meisje, dat dan helemaal onder ’t zagemeel zit, uit de bak verlossen. Ik probeer Ming te sussen met extra aandacht,  te straffen met eenzame opsluiting in ’t toilet, te bekeren met een boze speech, ik probeer vanalles, maar Ming is niet te sussen. Ming blijkt een guerilla-strijder in hart en ziel. Het woord opgeven staat niet in zijn Vietnamees woordenboek.

We zullen geduld moeten uitoefenen. Wij allemaal. Véél geduld.

 

Onze woonvertrekken bevinden zich op de eerste verdieping. Er is een kattedeur van de keuken naar het dakterras en vandaaruit een trap naar de tuin beneden. Iedereen kan altijd vrijuit binnen en buiten, want de tuin is toch volledig afgesloten met draad en electriciteit. Maar buiten lopen gaan we Tabitha nog niet leren; daar is het nog veel te vroeg voor. Eerst moet ze zich binnen goed en veilig voelen.

 

Tot op de ochtend van 21 januari Tabitha onvindbaar is... Na wat detectivewerk blijft er maar één mogelijkheid over : Ming heeft haar onverwacht door de kattedeur gejaagd, en in paniek is ze over de dakterrassen gerend en in plaats van de trap naar beneden te kiezen, is ze pardoes  rechtdoor gelopen waar ze bijna 3 meter lager in de tuin van de buren is neergestort. Het dier kende het terrein nog niet en had natuurlijk geen benul van het concept daktuin en dacht dat ze op de begane grond rende...

 

Begin nu maar een kat te zoeken die je nog geen zes weken geleden zelf gevonden hebt en waarvan je de originele naam niet kent. Dit wordt een hopeloze zoekweek. Oliejekker aan (in  zo’n periode blijkt het altijd te moeten stortregenen!), zaklamp op zak en bokaal katteneten in de hand. Iedere rechtgeaarde katteliefhebber kent deze scène. Vruchteloze zoektochten in achtertuintjes, garagecomplexen, oude fabrieken, griezelige kraakpanden. Nog maar eens aan de lantaarnpalen en in de gekende winkels een briefje gaan hangen met haar beschrijving... Een briefje in alle bussen van de omliggende straten met een verzoek om mee uit te kijken en eens in de garage of de kelder te zoeken... 

Heel origineel als beschrijving : grijs getijgerd kattinnetje. Ja, zo kan er echt maar ééntje op deze wereld rondlopen! Maar, zoals ons ma altijd zegt een geluk bij een ongeluk, : Tabitha heeft wel een speciaal kenmerk! Door haar zwerversperiode heeft ze van de vele gevechten rafelige oortjes overgehouden. Dus dat maakt de beschrijving dan toch een beetje opvallender.

 

Een vriend komt met het idee het bericht te laten verschijnen op het lokaal TV station. Maar dan moet er wel een foto bij. Goed, dat kan, ik heb er beelden van op video. De man, een computerspecialist, doet zijn best er een duidelijke foto uit te brouwen en wij naar TV Kempen. Diep in mijn hart vind ik het een absurd idee. Wie kijkt er nu ’s namiddags naar al die losse berichtjes? Maar goed, we gaan geen kans onbenut laten om haar terug te vinden en boeken zendtijd voor 5 dagen. Ondertussen gaan de vochtige expedities met oliejekker, zaklamp en snotvalling gewoon door. We zijn echt droevig door het verlies van de vriendelijke poes want het is duidelijk dat ze al geen al te prettig leventje heeft gehad en nu er eindelijk een goede periode voor haar voor de deur staat gebeurt er zoiets stoms! We steken onze reisplannen voor februari al in de schuif, want daar staat ons hoofd toch niet meer naar. En, God weet, ze moest op een dag zo eens terug aan de tuindraad staan...

 

Drie dagen na de eerste uitzending op TV wéér een telefoontje : grijze poes gevonden! (Ik toom mijn enthousiasme maar al wat in, want ik heb de laatste dagen al wel wat meer grijze poezen moeten gaan bekijken). Een invalide heer die enkele straten verderop woont heeft haar ’s namiddags op TV herkent en is er van overtuigd dat zij de poes is die sinds enkele dagen in gezelschap van zijn kater op zijn koertje zit. Ik steven er onmiddellijk op af, en ja, o wonder, het is mijn lieve kleine kattin met de droevige ogen. Ze blijkt me zelfs te herkennen en laat zich gedwee op de arm mee naar huis nemen. Haar dwaaltocht van een week is ten einde.

 

Om Ming zijn terreur te ontwijken besluiten we haar de eerste weken op de tweede verdieping te laten wonen als wij niet in de buurt zijn. Ze geniet van de rust, en is overgelukkig als ze ’s avonds op de schoot kan zitten. Op Ming na, is het terug Huisje Weltevree.

We beginnen terug aan onze vakantie te plannen. We leggen onze poespassers uit extra aandacht aan haar te besteden tijdens onze afwezigheid en haar ten allen tijde tegenover Ming te verdedigen.

Als we na drie weken terug komen, ziet Tabitha er uiterst welvarend uit. Heel rustig, tevreden en flink bijgekomen. Je zou de pechvogel van St. Niklaasdag er niet meer in herkennen.

Blijkt dat ze een gezonde eetlust heeft. Eigenlijk een héél gezonde eetlust. We vinden het heerlijk dat ze steviger wordt! Maar gaat het niet een beetje snel?

 

Nog een week later begin ik onraad te ruiken. Tabitha is een flinke brok aan ’t worden, maar wat me het meest verontrust zijn haar tepeltjes. Ze komen toch zo kranig rechtop te staan...

Ik bel de dierenarts en spreek mijn vermoeden uit ... Aangezien ze er niet honderd procent zeker van is dat Tabi gesteriliseerd is moeten we op visite komen. En ja hoor, ze is wel degelijk zwanger. De dokter vraagt ons te overwegen wat we willen, de kleintjes ter wereld laten komen of een abortus. We willen er een week over nadenken. Uiteindelijk besluiten we tot het laatste. Er zijn poezen genoeg op de wereld, we vinden er niet direkt een thuis voor, en onze boot is vol...

’s Morgens brengen we haar binnen en na enkele uren belt de dokter. Ze vertelt dat er twee dode jongen in haar buikje zaten, één heel groot, en een heel kleintje dat reeds lang gestorven was. Onze keuze was goed geweest, want de dode kleintjes hadden de bevalling niet kunnen opstarten, en Tabi zou zonder ingreep van de dierenarts zeker gestorven zijn. Stel dat we haar niet terug gevonden hadden! In’t wild had ze dit avontuur nooit kunnen overleven...

Twee dagen later ligt onze moedige vriendin in opperbeste stemming terug in de zetel met haar geschoren buikje in de lucht. Ik vraag me af of ze beseft wat een geluksvogel ze is! Van mezelf besef ik het maar al te goed, want wie krijgt er nu nog zo’n mooi St. Niklaaskado als hij al volwassen is?...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Mare1 maart 2006 om 17:50

Herkenbaar verhaal

Enkele jaren geleden ging onze Flippo ook op wandel, na één dag en nacht,  wij in paniek natuurlijk !!! Blokje om en briefjes in de bussen gestoken met het verzoek om eens te kijken in hun tuinhuisje of kelder, overal zijn naam gaan roepen. Na drie dagen vol spanning  stond hij daar op een morgen terug aan het raam ! Zijn snuit vertoonde wel degelijk de sporen van zijn avontuur : helemaal kapot op zijn neus, waarschijnlijk van zich ergens uit te wringen ! De vreugde was groot aan beide kanten, sindsdien is hij nooit langer dan één nacht weggebleven, gelukkig.... want we waren er kapot van , het idee dat we hem nooit meer gingen terugzien.
 groetjes

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Het verhaal van Phineas.

      Phineas%20met%20papfles%20lr.jpg?dc=4675520119471695213                                                

 

Lente 2000. Onze oude witte kater “Tobias” is zwaar ziek. Hij krijgt sinds een maand Cortisone maar die medicijnen maken hem alleen nog maar dik en lusteloos. Het vreselijk ogenblik is gekomen om de beslissing te nemen die zijn lijden zal beëindigen. Ook de dierenarts is droevig als ze de heerlijk lieve kater moet laten inslapen. Ze stelt voor een autopsie te doen, om zeker te weten dat hij geen besmettelijke ziekte had, zodanig dat we gerust kunnen zijn dat onze vijf andere poezen gezond zijn. Ze weet dat we Tobias graag in onze tuin willen begraven, dus vraagt ze om hem ’s avonds na het spreekuur te komen ophalen.

 

Op ’t einde van de droeve dag wandelen we met onze lege kattemand naar haar huis. Alhoewel het spreekuur reeds voorbij is, wachten er toch nog een moeder en een jong koppeltje in de wachtzaal. Op het meisje haar schoot zit een klein verwaarloosd bolletje poes wat ooit wit moet geweest zijn. Ze spreekt me aan en vraagt of de samengeklitte oogjes ooit nog kunnen opengaan. Ik stel haar gerust dat enkele dagen deppen met boorwater alles wel zal oplossen. Ze maakt zich ook zorgen over het regiment vlooien dat zijn piepkleine buik overspoelt, maar ook daar bestaan goede spuitbussen voor, leg ik haar uit. Daaruit concludeert de familie dat ik best wat over poezen weet, en ze vertellen hoe ze aan het kleintje gekomen zijn. Het liep over een drukke baan achter een groepje eenden, en ze zijn gestopt om het te redden want ze vreesden dat het overreden zou worden. Zelf hebben ze verscheidene dieren, een konijn, een leguaan, een slang, een hond, en voor het poesje is er eigenlijk geen plaats, maar ze waren wel zo goed het dier toch mee te nemen naar een dierenarts. Per toeval de onze.

 

Wanneer ik zie dat het diertje helemaal spierwit is doet het me erg denken aan onze Tobias 12 jaar geleden. Ik krijg de tranen in mijn ogen en schud mijn haar voor mijn gezicht om alleen te zijn met mijn verdriet. Mijn man streelt over mijn bol, en de mensen vragen waarom wij zo triest zijn. Na ons verhaal over de dood van Tobias staat het meisje op en legt het witte diertje in mijn handen. “Dit moet het lot zijn, dit poesje is voor jullie bestemd!”. Ik geef het onmiddellijk terug en mompel dat ik in geen geval een vervanging zoek voor mijn unieke Tobias, en dat we thuis heus nog wel een voorraad katten hebben zitten, om juist te zijn : 5 stuks. Ik kan me Ming, de Vietnamees, zijn kop al voorstellen moesten we weer een nieuwe kostganger in “zijn” territorium loslaten. Uiteindelijk is het nog altijd gewapende vrede tussen hem en Tabitha, de laatst bijgekomen asielzoekster. Toch zet het meisje het kleintje weer op mijn schoot. Op dat moment opent de dierenarts de deur van de spreekkamer en staart verbaasd naar mijn schoot. Ze slaat haar handen voor haar mond en stamelt “dit kan toch niet, net een kleine Tobias”. De mensen nemen mijn ellebogen en duwen me kompleet van de kaart het cabinet binnen.

 

De dokter is heel nieuwsgierig en wil eerst weten of het ook een kater is. En ja hoor, het is een kater, en een met dezelfde dikke onderpels als onze Tobias... We staan daar met zijn zessen wezenloos naar het weerloos beestje te kijken tot de dierenarts de stilte verbreekt en zegt : “Jullie kunnen dat poesje onmogelijk bij jullie hond zetten, die gaat dat nooit accepteren, maar als jullie nu heel veel geluk hebben, zullen deze mensen hem wel adopteren.” Mijn man, duidelijk een grote fan van “het lot”, murmelt iets als “dan zullen we dat maar doen zeker”. Ik sta nog altijd met mijn mond vol tanden naar het poesje te kijken, met op de achtergrond de dode Tobias.

 

De dierenarts verzorgt het kleintje en daar lopen we weer over straat : de ene draagt een kattemand met een zware, droevige last in, en de andere houdt een identieke poes in de handpalm, alleen is deze honderd keer kleiner, maar honderd keer meer levend.

Terwijl we Tobias in de tuin begraven, zetten we het kleintje op mijn moeder’s schoot, ze zit op de tuinbank toe te kijken hoe we de laatste zorgen aan haar ook zo geliefde vriend geven. Het is een vreemde begrafenis. Dood en nieuw leven zo dicht bij mekaar.

 

Onmiddelijk daarna maak ik een nest klaar om het kleintje apart te zetten zodat hij rustig kan bekomen van zijn avonturen. Na nog een laatste verzorging zet ik hem in het donker om te slapen. Maar eigenlijk vind ik hem al heel rustig. Zelfs te rustig. Hij reageert vreemd en weinig. Kom, ik ga ook slapen, ik begin toch maar spoken te zien.

’s Nachts knoop ik alles aan mekaar en ik krijg kippevel van het idee: stel dat hij doof is?

’s Morgens vroeg ga ik naar zijn nest en hij reageert niet tot ik hem aanraak. Ik test nog even uit maar mijn angst word bewaarheid : de kleine witte poezeman is doof!

 

Wat nu? We wonen vrij groot, alle katten zijn gewoon onmiddellijk te komen als ik roep. Ze kennen allemaal perfekt hun naam, en luisteren vrij goed. Maar dit katje ga ik nooit kunnen roepen. Hoe gaat het weten dat het etenstijd is? Hoe ga ik hem ooit kunnen vinden, als ik hem niet kan roepen? De trappen zijn hier zo gevaarlijk, gaan de anderen door met hem te willen spelen hem er niet per ongeluk afduwen? En hoe moet dat met Ming, hij hoort hem niet grommen of blazen, hij gaat onverhoeds aangevallen worden! Na een half uur gepieker ben ik ongeveer radeloos. Ik bel de dierenarts, ik bel Bieke van “Den dierenvriend”, ik bel nog andere kattevrienden. Iedereen probeert me gerust te stellen. Tot ik zelfs bij een Waalse kattepsychologe terechtkom die me heel ernstig zegt hem op te leiden met gebarentaal. Dat is allemaal goed en wel, maar voor ik met gebaren kan beginnen moet ik hem eerst nog altijd wel gevonden hebben nietwaar!

 

Ik kontakteer mijn technisch aangelegde vriendjes om een piepklein zendertje te ontwerpen dat ik rond zijn hals kan doen om hem zo op te sporen. Er komt niets zinnigs uit de bus, alle apparaatjes zijn te groot. De dierenarts zegt hem met trillingen te roepen, door op de grond te stampen dus. Op zich een goed idee, maar niet als je in een huis met betonnen vloeren woont! Ik zou er hooguit een gebroken voetbeentje aan overhouden. Dus beginnen we alvast met de gebarentaallessen. Het gebaar om te komen eten is makkelijk te leren nu hij nog de papfles krijgt. En wat we bedoelen met “stout” begrijpt hij ook vrij snel. Uit zichzelf houdt hij goed de collega’s in de gaten en leidt daaruit af wat er te gebeuren staat. Iedereen is ook erg lief voor Phineas, zelfs ons karaktertje “Ming Song Huong”. De nieuwe aanwinst mag in alle oren bijten, achter alle staarten jagen, hij is iedereens troetel!

 

De tuin wordt nog eens extra goed beveiligd, want hij mag zeker nooit uit de tuin kunnen, hij hoort geen honden, geen auto’s... In de vrije natuur zou hem geen lang leven beschoren zijn. En op de duur verdwijnt mijn angst.

 

Phineas raakt zo goed ingeburgerd, kent totaal geen angst of achterdocht, en straalt geluk en tevredenheid uit.

Hij verschijnt haast altijd mee op tijd aan de etenspotten. Soms moet ik hem gaan “roepen”, maar ik ken ondertussen al zijn geliefde plekjes. En zit hij achter in de tuin, dan ga ik op het terras met mijn beide armen staan molenwieken tot hij me ziet (ooit landt er per ongeluk wel eens een Boeing in onze hof vrees ik), maak dan het etensteken en als een pijl uit een boog rent hij de tuintrap op om bij aan te schuiven. Hij reageert veel meer op visuele prikkels dan de anderen. De minste weerkaatsing of schaduw achtervolgt hij en probeert hij te grijpen. Met een zaklamp op de grond schijnen is zijn grootste plezier. Hij speelt met de schaduwen van de anderen hun staarten, die hier vanzelfsprekend niks van snappen.

 

Ik had er niet zo bang voor moeten zijn, want de aanpassing is allemaal veel eenvoudiger gelopen dan we gedacht hadden. We hebben evenveel kontakt met hem als met de andere poezen. Hij is een complexloze witte kater geworden die straalt van geluk, en een waardige opvolger van nonkel Tobias.

 

 

 

 

Epiloog :

 

Phineas woont nu ondertussen drie jaar bij ons. Het diertje waarvoor ik zo bang was dat hij het onderdeurtje ging blijven is de baas van heel de bende geworden.  Dit tot grote ergernis van Ming Song Huong. De beide katers dreigen en brullen naar mekaar en Phineas produceert een hoop decibels waar hij zich door zijn doofheid natuurlijk niet van bewust is. Ming’s grote frustratie is dat Phin helemaal niet geïmponeerd wordt door zijn gekrijs en gebrul. Hij snapt  niet dat Phineas zijn ijselijke kreten niet eens kan horen. Dus bij momenten rijzen de misverstanden hier de pan uit tussen de mannen. Maar de grote witte kater laat het niet aan zijn hart komen. Hij ligt hier prinsheerlijk leider van de bende te wezen en veroorlooft zich vrijheden die de anderen zich niet permitteren omdat ze een betere opvoeding hebben gekregen. Want bij Phin’s opvoeding is wel een en ander misgegaan…

 

Aangezien ge een een dove poes niet kunt bestraffen door er eens tegen te roepen moet ge er steeds op af stappen als hij iets mispeutert. En als op zo’n moment dan een andere poes op je schoot zit dan laat je de boosdoener maar een keer betijen om de schootzitter niet te storen. En zo loopt de opvoeding dan een beetje mis natuurlijk…

Dus Phin steelt als de raven. Zelfs een bevroren zakje bevroren friet is niet veilig voor hem.

 

Hij kent zijn gebarentaal als de beste, zeker wat betreft de signalen om te komen eten, die herkent hij vanop dertig meter afstand. Maar het gebaar van “de boze vinger” is weinig succesvol gebleken. Als de boze vinger opgestoken wordt, dan jaagt die hem niet op de vlucht. Integendeel. Phin komt er eens geïnteresseerd aan snuffelen. Er zou zo eens een etensrestje moeten aanhangen…

Komt nog bij dat het door zijn aangenaam en heel speels karakter het haast onmogelijk is om boos op te worden.

Dus voor integratie haalden we misschien wel 10 op 10.

Maar voor opvoeding … een schamel 6-je…


Phineas%20met%20waterkraan%20lr.jpg?dc=4675520267989607497
Phineas speelt met de waterkraan 

Geschreven door Laathi om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

De dagelijkse inspectie van de werken

Elke avond doen de katers hun ronde. De meisjes trekken er zich niets van aan. Noch Laathi, noch Tabitha zijn geïnteresseerd in de evolutie van de werken. Laathi zal hooguit eens een blik door een raampje werpen, maar Tabitha heeft blijkbaar amper in de gaten dat er al iets veranderd is.
De jongens daarentegen...
Phineas zit er de hele dag met zijn neus op, en 's avonds als de rust is weergekeerd gaan ze met zijn drietjes op inspectie.
Heel vreemd, zou het dan toch genetische bepaald zijn dat vooral jongeskes van verbouwingen houden?...

img322/2798/deinspecteurs1mf7.jpg

img171/8351/deinspecteurs2mt8.jpg

img171/15/deinspecteurs3yr6.jpg

img171/3848/deinspecteurs4wu2.jpg

img171/1028/deinspecteurs5ky4.jpg


img171/4210/deinspecteurs6vq1.jpg

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Wassen en plassen

Onze Phineas is dol op water, regen en spelen in plassen.
Als iedereen knus binnen zit begint hij met vallende druppels te stoeien.
Sneeuw is helemáál het einde!
Ik denk dat hij in zijn vorig leven een ijsbeer is geweest...

img175/1980/wassenenplassen19ra3.jpg

img175/816/wassenenplassen29oi2.jpg

img175/7061/wassenenplassen39wx3.jpg

img175/2002/wassenenplassen49kh0.jpg

img175/416/wassenenplassen59he3.jpg

img175/4213/wassenenplassen69uv9.jpg

img175/2175/wassenenplassen79ja2.jpg

img179/6663/wassenenplassen89pk9.jpg

img175/8069/wassenenplassen99hf9.jpg

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Dorstig weer

Ook gevoelige onderwerpen worden hier niet uit de weg gegaan...

img161/132/gesprekmentoverdrank08pp.jpg


img107/7063/gesprekmentoverdrank15iy.jpg


img107/203/gesprekmentoverdrank23lm.jpg


img107/1823/gesprekmentoverdrank38lx.jpg


Willen jullie meer van mijn poezenstripverhaaltjes lezen? Klik dan op deze button in de linkerkolom!

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Te heet voor álles

Normaal geraakt een strijd tussen rivaliserende katers na enkele weken beslecht, maar bij ons duurt het al jaren omdat er zoveel misverstanden zijn.
Phineas is doof, en hij hoort zijn eigen stem en zijn eigen wilde gekrijs dus niet. Als hij een klein beetje boos wordt dan gilt hij al als een zangeres van de Chinese Staatsopera. Ming aanhoort dit dan en schiet zelf in een razernij. Hij begint te grommen en terug te krijsen, maar Phineas kan dat natuurlijk niet horen, dus reageert hij ook helemaal niet angstig. Vandaar dat onze Ming denkt dat Phineas de dapperste aller Galliërs is omdat die zijn gegrom negeert. Op die manier wordt Ming nog razender en doet er nog een schepje bovenop.
En zo vliegen die mekaar een aantal keer per dag (en spijtiggenoeg ook per nacht) in de haren... Behalve als het écht heet is. Dan heerst er overdag een staakt-het-vuren.

img416/1806/tewarmomtevechten11ql.jpg


img55/9312/tewarmomtevechten21cs.jpg


img55/7441/tewarmomtevechten33gk.jpg


Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Tabitha is uniek!


img345/6497/tabithatongaanneus1junii200600.jpg

We zijn allemaal even uniek en waardevol, iedereen kan altijd wel iets wat een ander niet kan.
Zelfs al is 't maar met uw tong aan uw neuspuntje geraken...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

niet simpel


img79/3803/poezendiscussieoverdebrug3oz.jpg

...en voor "brede" katten, of katers met "een dikke nek", is zo'n bruggeske wel smal natuurlijk...

De dove witte Phineas en onze Vietnamees Ming kan je altijd samen vinden. Niet omdat ze zoveel van mekaar houden maar omdat ze mekaar haten. De ene controleert constant de andere of dat die toch niet iets beters of iets lekkerders of een aaike méér krijgt. Met de regelmaat van de klok vechten ze een fiks robbertje.
Hanuman heeft met die ruzies niets te maken maar hij moet er wel altijd bij staan als een echte ramptoerist. Vandaar dat mijn drie katers altijd samen op stap zijn. In één oogopslag zie je ze meestal alle drie tegelijk. Goddank mengen Laathi en Tabitha zich er niet mee.

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten