Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Vanaf morgen...

Vanaf morgen...
een nieuw reisverhaaltje! :-)
Om de andere dag een aflevering.
Om te beginnen nog zonder foto's!
Veel plezier!
Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Fotoalbum bij hoofdstuk 10.

Het fotoalbum bij hoofdstuk 10. Zonder ondertitels, dus voor wie echt geïnteresseerd is even het verhaal er bij halen...

album :
https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/RhodesGondrexange?authkey=Gv1sRgCJ7dmdXr4cDcbw#

het verhaal :
http://www.bloggen.be/elzas_zwarte_woud/archief.php?startdatum=1305064801&stopdatum=1305151201

Geschreven door Laathi om 06:22 1 reactie Reageer op dit bericht

Album bij hoofdstuk 9.

Het fotoalbum van hoofdstuk 9 :
https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/Hoofdstuk9PlanInclineRhodes?authkey=Gv1sRgCIH5yJfO5dnEVA#

En voor wie eerst het verhaal zelf nog een keer wil lezen :
http://www.bloggen.be/elzas_zwarte_woud/archief.php?startdatum=1304978401&stopdatum=1305064801
Geschreven door Laathi om 17:58 Reageer op dit bericht

Album van hoofdstuk 8.

Het fotoalbum bij hoofdstuk 8.

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/Hoofdstuk8SavernePlanIncline?authkey=Gv1sRgCOHW7Yb6kMXppAE#

Voor wie de tekst eerst nog eens wil herlezen :

http://www.bloggen.be/elzas_zwarte_woud/archief.php?startdatum=1304892001&stopdatum=1304978401

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Fotoalbum bij hoofdstuk 7.

Het fotoalbum bij hoofdstuk 7!
https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/Hoofdstuk7PragEnTitisee?authkey=Gv1sRgCLeJ8evztKGzOQ#

Voor wie eerst het verhaal nog eens wil lezen...
http://www.bloggen.be/elzas_zwarte_woud/archief.php?startdatum=1304805601&stopdatum=1304892001
Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

:-)

Ongetwijfeld hebben jullie dit probleem ook al gehad : " Je start een programma op je computer en om één of andere reden draait je pc “in de knoop”.  Je zit met een “loop” ofte “cyclische redundantie” !
Maar wat betekent dat eigenlijk ? Wel, hier is een simpel voorbeeld om u te verklaren wat cyclische redundantie precies inhoudt.
 
De directeur van een maatschappij roept zijn secretaresse bij zich en zegt  haar :

“Vanessa, ik ga een weekje naar Rome voor een seminarie en ik wil dat je meegaat. ’t Is een buitenkans voor jou om de internationale top van de
maatschappij te ontmoeten en onze partners te leren kennen… Gelieve dus de  nodige voorbereidingen te treffen.”
 
Vanessa, de secretaresse, belt meteen haar man op en meldt hem :
“Filip, schatje, ik moet een weekje met de directeur naar Rome voor een seminarie. We gaan elkaar volgende week moeten missen liefste…”
 
Filip belt meteen naar zijn maîtresse met de boodschap :

“Florence, mijn liefste, de toverkol vertrekt een week naar het buitenland !
We gaan de hele volgende week lekker samen kunnen doorbrengen… Ik kijk er al  naar uit !”
 
De maîtresse, Florence, belt meteen naar de student waaraan ze bijlessen  wiskunde geeft :
“Manu, ‘k heb veel te veel werk volgende week, we gaan je bijlessen een week  moeten overslaan. Je hebt een weekje vrij !”
 
Manu belt daarop naar zijn grootvader :

“Opa, mijn bijlessen van volgende week zijn uitgesteld. Mijn prof, Florence,  heeft veel te veel werk. We kunnen eindelijk samen gaan vissen !”
 
De grootvader, die eigenlijk de directeur is in dit verhaal, roept zijn secretaresse Vanessa in zijn bureau en meldt haar :

“Vanessa, je mag de voorbereidingen voor dat seminarie afgelasten. Ik heb de kans om met mijn kleinzoon te gaan vissen, en ik zie hem al zo weinig !

We zullen wel voor het volgende seminarie inschrijven. Je mag alle  reserveringen voor hotel, vliegtuig enz annuleren.”
 
Vanessa belt dus naar haar man :

“Filip, die halve gare directeur heeft weer een wispelturige bui, hij heeft  net de Romereis geannuleerd. Ik zal dus toch gezellig thuis zijn !”
 
Dus belt Filip naar zijn maîtresse Florence :

“Lieveling, het spijt me, we zullen de volgende week dan toch niet samen  kunnen doorbrengen. Die Romereis van mijn tang van een wederhelft is
geannuleerd !”
 
Waarna Florence weer naar haar leerling belt :
“Manu, luister eens, ik heb mijn agenda kunnen herschikken. Zo kunnen de  bijlessen volgende week toch doorgaan als gebruikelijk.”
 
Manu belt dat door aan zijn opa :
“Opa, die feeks van een professor komt me net te melden dat de bijlessen toch zullen doorgaan ! Het spijt me, maar onze plannen om te vissen kunnen
niet doorgaan.”
  
Waarop opa directeur zijn Vanessa binnenroept :

“Mijn kleinzoon Manu meldt me net dat hij de volgende week niet vrij is :  hij heeft dan toch bijles.

Je kan de voorbereiding van de reis dus hernemen : we kunnen naar Rome !”
 
Dat is nu wat cyclische redundantie is, oftewel een “software loop” !!

Geschreven door Laathi om 03:29 2 reacties Reageer op dit bericht

Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 12. Slot.

Vrijdag, 13 mei 2011.
Thuis.

12. Varen over de autostrade.

Paul wekte me met een kopje thee, mijn muntplantje groeit navenant er van geplukt wordt. Het is een zeer gedisiciplineerde plant. Het is wel zo dat hij water genoeg heeft gekregen de laatste vier dagen. Als ontbijt aten we een stevige pompoensoep met boterhammen. Een hap die snel klaar was omdat we nu toch wel dringend moesten gaan versassen en verkassen. De sluizenier was om kwart voor negen nog altijd niet op post, dus moesten we iemand anders van de "Voies Navigables de France" in aktie laten schieten.

We vaarden door onze laatste sluis met pijn in het hart. Net nu we er mee overweg kunnen moeten we stoppen verdorie! Iets na 9 vaarden we de haven van Nicols in Saverne binnen. Onze boot werd gecheckt en goed bevonden, Paul haalde de auto en we begonnen de oneindige inhoud van de boot in de wagen te laden. Toen alle kastjes aan de beurt gekomen waren bleken we nog minstens eten voor een week bij te hebben. Paul stond er op de boot nog grondig te kuisen, een overbodige actie want de boten worden na elke verhuur met een hogedrukreiniger afgespoten. Ik vond de vaste grond onder mijn voeten niet zo prettig, en werd gelijk duizelig. Het was ook een hele job geweest al de bagage te verzamelen en te verstouwen. Ik had er geen idee van wat Paul allemaal had meegebracht. Ik was echt doodmoe. Dat zijn we allebei, daarom is het ook verstandiger om nu naar huis te gaan om te rusten. Van vakantie vieren kunt ge toch zo moe worden. Op de manier dat wij het aanpakken althans.

In het bureau vroegen ze of we nog suggesties hadden en we merkten op dat eierdopjes wel nuttig zouden zijn. Cindy, een rasechte Française kende het woord voor eierdopjes ook niet. Tuurlijk niet, een Fransman eet 1 zielige croissant met wat confituur als ontbijt. “Oh la! Non, pas d'oeufs! Et ils mangent même le jambon le matin les Allemands. Bweuh! L’idéé de manger de la charcuterie quand on se lève...” Maar ze vond het wel een heel interessante tip omdat 80% van hun klanten uit Duitsers bestonden en dat die ook van die, in haar ogen, walgelijk grote ontbijten verorberden, dus die mensen zouden met eierdoppen ook wel gelukkig zijn. Ze belde een collega, beschreef een eidop en vroeg hoe dat in hun taal heette... Een “coquetière”dus. Geen mens die wist hoe het moest geschreven worden.
We wonen op enkele honderden kilometer van mekaar en toch hebben we al zo’n verschillende voedingsgewoonten.

Cindy verbaasde zich erover dat we 24 uur écht gevaren hadden op die vier dagen (het benzineverbruik wordt afgerekend naargelang de uren de motor gedraaid heeft). Het traject dat zij oorspronkelijk voor mogelijk gehouden hadden, hadden wij makkelijk vier keer kunnen doen! Natuurlijk houden zij er rekening mee dat de mensen ‘s middags en ‘s avonds in een dorp op restaurant gaan, en omdat wij dat toch niet kunnen door mijn ellendige ziekte, zijn we natuurlijk veel beter opgeschoten, en hebben we zoveel kunnen zien. Maar dat was nu ook net het fijne aan deze manier van reizen, de totale onafhankelijkheid. Als ge genoeg water, brandstof en voedsel bij hebt zijt ge zo vrij als een vogel, alhoewel vrij als een vis misschien een geschiktere uitdrukking is.

We verlieten Saverne en bij het uitrijden zagen we een Lidl waar ze vers brood bakten! Dus toch maar weer een voorraadje eten ingeslagen. In een vorig leven moeten wij echt honger gehad hebben, en dorst. Praktisch heel de voorraad drinkwater die ik gekocht had voor we inscheepten konden we terug inpakken. Wisten wij veel dat we 500 liter drinkbaar water in de tank van de boot zouden hebben zitten.
We hebben ons tegoed gedaan aan “Chinois fourré”. Voor ‘t geval ge het ook niet kende : het bleek een soort taart samengesteld uit koffiekoekendeeg. Héél lekker.

De mensen waar we gisteren aan de oude sluizen mee praatten hadden ons verteld over het mooie “La Petite Pierre”. We besloten dat eens te gaan bekijken. Inderdaad, het is een goed verstopt pareltje. Een middeleeuws dorpje in een omwalling gelegen op de top van een grote rots. Er was geen mens te zien. Het dorp bestond maar uit drie straatjes die allemaal uitkwamen op het kerkje en het kasteel. Dat laatste was ingericht als “Maison du Parc des Vosges du Nord”. Een heel tof museum over dit deel van de Vogezen. Het onstaan van dit gebied bekeken over miljoenen jaren. Echt een machtige interactieve tentoonstelling die ook kinderen erg moet aanspreken. En dat alles in de prachtige gewelven van een kasteel. We waren eigenlijk binnen gegaan omdat er een tentoonstelling van libellenfoto’s liep. Foto’s waarvan ik minstens een week niet goed ben, omdat ik zelf zoiets niet kan maken. Libellen vol dauwdruppels als kristallen bolletjes! De vleugels leken op gebrandschilderde ramen... Hoogstwaarschijnlijk met een technische camera gemaakt en in studio-omstandigheden, maar daarom niet minder indrukwekkend.

In de keldergewelven stond onder andere kristalwerk van Lalique tentoongesteld. Ik zag een van de mooiste vazen die ik ooit gezien heb. Een doorzichtige vaas van naakte vrouwenfiguren. Hoe langer ge er om heen draaide hoe driedimensionaler ze werd. In juli gaat hier in de buurt een groot museum van Lalique open, dat wil ik zeker ooit bezoeken. En vooral, vooral, vergeten onze bankkaart mee naar binnen te nemen.

Het was alweer een zalige zonnedag. Het enige geluid dat we hoorden was het zoemen van een bij toen we op een terrasje in de hoofdstraat  zaten. Er waren nog twee piepkleine musea in enkele van de oude huisjes. Eéntje was gewijd aan oude koekjesvormen en een ander aan middeleeuwse zegels. Geen van beide was open, dus alweer een reden om terug te keren. In het hele dorp was maar één winkeltje en daar vond ik een prachtig boek over giftige planten, geschreven door Bernard Bertrand, een fransman wiens oeuvre bestaat uit tientallen herboristische boeken verlucht met de meest gedetailleerde tekeningen.

Toen we het dorp verlieten was de Toeristische Dienst open. De dame achter de balie liet ons nog zoveel sjieke dingen zien die zeker de moeite waard zouden zijn om te gaan bekijken... Morgenavond zou er een middeleeuwse avondmarkt zijn, én de voor-opening van het Lalique museum... Redenen te over om te blijven volgens mij... Maar ja, wie ben ik, niet de Kapitein, want ik ben sinds enkele dagen Griet Piraat. Och, de Kapitein vermurwen had niet zo moeilijk geweest, maar terug op een goed blaadje geraken bij mijn poezen?... Ondertussen zijn die 7 dagen er alweer 12 geworden en ik voel me of ik een wereldreis achter de rug heb. Zelden zoveel variatie gehad tijdens een tripje zo vlak bij huis.

Alzodus... reden we terug richting België rond 5 uur. Ons Trees vond de weg niet, we dachten dat ze weer haar kuren had, maar toen bleek dat ze nog op het “vaarprogramma” stond. Al goed dat we haar suggesties niet volgden, of we waren nog nat geworden. En we hebben nu 4 dagen gevaren zonder ook maar 1 keer in ‘t water te vallen. Wat ik na onze avonturen op de eerste namiddag als onmogelijk beschouwd had.

Alhoewel naar huis “rijden”,... "stilstaan" was een geschiktere term. Misschien zou het minder druk geweest zijn als we pas maandag zouden teruggekomen zijn?...

Geschreven door Laathi om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 11.

Donderdag, 12 mei 2011.

Aan boord van de Rosenwiller.
Voor de sluis van Saverne.

11. Dromen gaan in vervulling.

Bij het zoeken naar onze slaapplaats hadden we vermeden om in de buurt van dorpen, grote wegen of spoorbruggen terecht te komen. Midden tussen de weiden was het zalig stil. Hier zou beslist geen onverwacht lawaai opduiken.
Gisterenavond hoorde ik wel schieten en ik dacht nog “Die Fransen zijn toch voor niks beschaamd, jagen in de lente, als al de dieren jongen hebben...”
Vannacht hoorden we rare muziekjes en berichten. Allemaal heel kort. Er vlogen ook enkele super lawaaierige helicopters over. (Een beetje overkill want zóveel hebben we hier nu toch nog niet misdaan...)
Aangezien we al bijna twee weken geen nieuwsberichten gehoord hebben overwoog ik of Frankrijk misschien met Lybië in een oorlog zou verwikkeld zijn geraakt. Enfin, ik voelde mij hoe langer hoe meer in Sri Lanka en dat maakte de vakantie er alleen maar aangenamer op.
Tot we vanmorgen op de kaart keken en zagen dat hier een militair oefenterrein lag! Toen was het verband met de gecamoufleerde soldaten, de geweerschoten, de vreemde radioberichtjes en de helicopters snel gelegd. Leven is toch echt wel een onvoorzienbare bezigheid. Maar dat nam niet weg dat ik toch weer overheerlijk geslapen heb.

De dag begon met een grauwe hemel die als een halfnatte dweil over onze boot gespannen stond. De blatende schapen in de wei moeten zich als sponzen gevoeld hebben. We namen uitgebreid de tijd om eitjes en spek te bakken en onze boot een klein beetje aan kant te brengen. Maar de zon kwam niet op de afspraak en we moesten uitvaren in de grijzigheid waarin zelfs het betonfabriek niet opviel. Paul wou en zou desalniettemin de boot van op het bovendek besturen. Dat is inderdaad iets makkelijker omdat het stuur daar pal in het midden staat - dat in de binnenkajuit bevindt zich rechts, zoals in een auto.
Er is wel meer zoals een auto. Als ge betrapt wordt op overmatig alcoholgebruik dan wordt niet uw vaarbewijs afgepakt (aangezien ge dat niet hebt) maar wel uw rijbewijs. Bij te snel varen wordt ge beboet en die boetes zijn contant te betalen. Vandaar dat de boten van Nichols tegenwoordig op 8km per uur gelimiteerd zijn. Al te veel toeristen hebben hun boetes al willen betalen met creditcard blijkbaar. Want hier wordt verdorie wat afgedronken! Er passeert geen boot of de bierblikken en wijnflessen staan in groten getale op de tafels. Het gedrag van de passagiers is dikwijls ook navenant. Al maar goed dat ge maar 8 per uur moogt varen, ik zou het anders niet willen meemaken.

Maar zonder alcohol valt er evenveel lol te maken. Eergisteren besloot Paul te filmen terwijl ik de boot bestuurde. Hij stond met zijn rug naar de vaarrichting, ik zag wat overhangend lover, dus ik manoevreerde ongemerkt naar de oeverkant zodanig dat mijn echtgenoot onverhoeds met kop en camera in de bladeren verzeilde. Het kan alleen maar bijdragen aan het humoristisch gehalte van onze film. Eén van zijn grote verzuchtingen was dat hij zo graag eens overboord wou plassen, als een echte zeeman. Vanzelfsprekend wou ik hem die kans met plezier gunnen. Ik besloot vandaag zijn wens waar te maken, met dit treurige weer waren er toch geen andere boten te zien. Ik nam het roer over en stuurde hem benedendeks - ik vond dit geen experiment om vanop het bovendek te doen wat onze livingramen stonden open - we vaarden door een bos maar vanop mijn hoge troon zag ik dat net achter de bocht enkele huizen vlak aan de oever stonden. Ik riep dus naar beneden : “Zet u maar in positie! Geen mens kan u hier zien!”. Geen 20 seconden later hoor ik :”Miljaarde!!! Staan hier toch wel ineens huizen zeker!!!” Tja. Dus ging de sukkelaar het, na het passeren van de huisjes, maar langs stuurboord proberen waar het nog altijd bos was. Ongemerkt had ik de boot al naar het midden van het kanaal geleid, zodanig dat ik zonder gevaar mijn roer plots kompleet kon omgooien en direct terug omgooien zodat we hevig gingen zigzaggen. Overbodig te zeggen dat twee meter onder mij de Heer weeral vol vuur werd aanroepen. Gelukkig dat ge een wens maar 1 keer moet vervullen. Zeker de deze.

Na de verlossing besloot mijn heer het roer terug over te nemen zodat ik wat op het terras van het uitzicht kon genieten en wat bijschrijven. Ik heb zelfs ook nog een droom kunnen waarmaken en heb even op het bovendek in de zon gelegen. Ik wou per se testen of het breed genoeg was voor mij, en inderdaad, een mens van 1.70m kan in alle richtingen lekker uitgestrekt liggen. Ge ziet dan de boomkruinen en de wolken boven u voorbij zweven en dat is wel een heel apart gevoel.

We vaarden opnieuw over de hoge brug die over een beek en een baan loopt en vlak daarachter zag Paul een weide vol ooievaars!! Het was een heel verwarrend zicht, want net daarachter stonden een hoop dikke witte koeien, dus het was eerst niet zo heel duidelijk wat die stilstaande zwart met witte beesten waren. Hij stopte (nou ja, stoppen... we legden ons in “zwalp”-modus) en inderdaad daar zaten maar liefst 50 ooievaars te rusten! Een machtig zicht. Heel af en toe vloog er eentje een cirkeltje maar het was duidelijk pauze. Ze zaten wat te grazen, sommigen deden een dutje, anderen waren genoeglijk met hun kapsel in de weer. Zouden ze nog op trektocht zijn? Dat kan toch niet want eigenlijk zouden die nu toch op hun nest moeten zitten? De jongen zijn al geboren! Misschien was het gewoon een uitje van “De Gouden Passer”, allemaal dames die eens een dagje vrijaf namen, terwijl de heren op de jongen pasten?

Eindelijk, na drie dagen, maakte ik mijn grootste droom waar : op de voorplecht, aan het ingebouwde tafeltje, zitten schrijven in de zon. Wat een luxe! Dit was helemaal hoe ik me zo'n boottocht voorgesteld had! Al het moois zachtjes zien voorglijden en het ondertussen kunnen beschrijven. De typfouten haal ik er later wel uit, het zijn de eerste impressies die tellen. Zien en schrijven, zonder na te denken, heel spontaan registreren. De verschillende pasteltinten van de huizen en boerderijen opmerken, en merken dat aan de ene zijde van de boomstammen naast het kanaal een ander soort mos groeit dan aan de andere kant van hun stam. Door de wind? Door de zon? Ik weet het niet. Ik zie het alleen. En het is mooi. Sommige oevers zijn afgemaakt met platen die ooit van metaal moeten geweest zijn, nu lijken ze organisch. Uit elk gaatje groeit een plantje en het water heeft roestvlekken nagelaten zodanig dat het lijkt of er allemaal mannetjes op getekend zijn. Een galerij van figuurtjes zweeft op de waterlijn voorbij. Het lijkt wel of ik al zittend een tentoonstelling passeer... De rust is enorm, op de voorplecht is het stil, en hoewel het al na de middag was waren we amper twee boten tegengekomen. Die dan nog stil lagen ook. De lucht is opnieuw blauw gewatteerd met pluizige witte wolkskes. En die zie ik vanuit mijn groene tunnel. Het water is donkergroen, de bermen zijn bruin en mosgroen, vervolgens een laag frisgroen gras en riet en daarboven de geel en grijs bemoste boomstammen bekroond met kruinen in alle tinten groen naargelang het soort van boom.

Het aanmeren is ook al lang niet meer zo een drama. Niet meer sinds ik Paul aan zijn verstand heb gebracht om eerst de boeg vast te maken. Ik moet nog wel telkens naar de meerpaal gaan om zijn kunstige macramé te ontwarren (waar een begijntje jaloers op zou zijn) en het geknossel vervangen door een eenvoudige knoop. Piketten inslaan gaat ook prima. Het valt me op dat ik hier veel beter tegen geluid kan omdat het hier allemaal enkelvoudige geluiden zijn en niet het ratjetoe van een stad die altijd een chaos in mijn kop veroorzaakt.

Vandaag blijkt de dag van de vissers te zijn. Niemand vaart, iedereen vist. Het fijne is dat de vissers totaal niet boos worden als ge voorzichtig, zo ver mogelijk van hun lijnen verwijderd, voorbijvaart. Integendeel ze groeten hartelijk.

Voor we het wisten, om 13 uur, lagen we al voor het rode licht van de eerste korte tunnel. Paul meldde ons aan via de intercom op de oever, ik raakte eindelijk mijn twee vuilzakjes kwijt bij een gebouw van de kanaalorganisatie, en na 5 minuten vaarden we de tunnel binnen. Toverachtig moment om hier aan mijn schrijftafeltje door de semi-duisternis te glijden. Wat een ervaring en zo een rust! OK, straks bij de sluizen zal het er wel heel anders aan toe gaan, maar deze goddelijke momenten kunnen ze me toch weer niet meer afpakken. Helemaal alleen vaarden we door de tweede, lange, tunnel. Machtig gevoel. Vlak achter de uitgang begint een wandelweg naar de reeks van 17 oude sluizen. Ik had ze graag op de heenweg al eens bekeken en nu hadden we de tijd. We ontmoetten een oude Belgische schipper die vroeger die 17 sluisjes nog gebruikt had. Destijds werd hier het geduld pas echt op de proef gesteld.

Om de 50 of 100 meter lag een sluis mét een sluishuis. Naast het kanaaltje zagen we nog resten van de sporen van het treintje dat de boten voorttrok. Nog vroeger gebeurde dit zelfs met paarden. Tijd om de volledige wandeling te maken hadden we niet maar we zagen toch de eerste vijf sashuisjes.
In de oude kanaalgeul stond nog water, en dat werd nu voornamelijk bewoond door kikkers en libellen. De sluisdeuren waren even roestig als die van gisteren maar sommige van de huisjes werden nog bewoond. Het was een veel lieflijker plek om te wandelen, maar de mysterieuze sfeer van gisteren ontbrak hier totaal. Tijd om ze allemaal te gaan bekijken hadden we niet. We moesten stilaan voortmaken om bij de scheepslift van het Plan Incliné Saint Louis-Arzviller te geraken. Daarachter wachtten ons nog 17 sluizen...

Voor de scheepslift lagen nog twee andere boten aan te schuiven. We kregen even een voorproefje hoe deze trip er in de zomer moet uitzien. Een boot vol zatte Duitsers in zwembroeken had zijn muziekinstallatie zo hard staan dat heel de berg kon meegenieten. Een gruwel. Na al de rust plots terug oordoppen moeten dragen...
We versasten samen met de discoboot en een Nicols Quattro met Zwitserse mensen. Eens beneden bleek de discoboot gelukkig aan te leggen. Het zou voor mij de hel geweest zijn om samen met die boot door de eindeloze reeks sluizen te moeten varen.

De boot voor ons was heel a-sociaal, die palmde de sluis voor zich alleen in, en sloot de poorten voor de neus van de Zwitsers. Dus besloten wij en de Zwitser in het vervolg samen te versassen. Dat werd een prima samenwerking. Zij waren niet gehaast en legden al in Lutzelbourg aan, voor ons ging de race verder. Wij moesten nog proberen om voor 19 uur 13 sluizen te passeren...

Ondertussen was ons teamwork met enorme sprongen vooruit gegaan. Paul parkeert in een sluis als met een auto in een garage, ik spring vlot van boord op de kade, zwier mijn touw rond een meerpaal, en trek aan de blauwe stang.
Naar lagere niveaus doorsluizen is stukken makkelijker dan op de heenweg, toen we altijd omhoog moesten versassen. Ge begint niet in het diepe en kunt de stang vanop de kademuur bedienen. Met uw voeten stevig op de grond is het helemaal niet zwaar om de stang omhoog te duwen. Ge wacht tot de poort dicht is en terwijl ge zakt leidt de ene de boot aan een touw de diepte in en de andere staat op de boeg om met de enterhaak de boot van de sluismuren weg te duwen. De boot ligt ook veel stiller omdat het water uit de sluis weggepompt wordt, in plaats van met veel kracht er in gestuwd.

We waren de enigen op het kanaal, elke sluis was vrij, we raceten (aan 8 km per uur dus...) van de ene naar de andere, zelfs het automatische tijdsmechanisme van de sluizen kon ons tempo niet volgen. Om kwart voor zeven namen we de voorlaatste sluis en om kwart na zeven stonden we voor de sluis van de stad Saverne. Te laat dus. Op nog geen kilometer van het botenbedrijf waren we gestrand. Niettemin hadden we ons traject op een recordtijd gevaren. Twee tunnels, een scheeplift en maar liefst 13 sluizen op 4 uur tijd!

We keerden een hondertal meter terug en even voor de sluis vonden we een rustig aanlegplekje. Op ons terras zaten we nog lekker van een aperitief te genieten in de laatste warme stralen van deze geweldige dag. Paul schonk zich een glas wijn in en ik mixte mijn nieuwste soort longdrink : cola, bruiswater, citroenlimonade, opgefleurd met een blaadje munt.

Restaurant “Oud Sluis”- zoals we onze keuken ondertussen al enkele dagen noemen - serveerde couscous met lamvlees en groenten. Onze “warm eten”-voorraad raakte stilaan op. Ofwel moesten we morgen naar huis, ofwel terug naar de Aldi in Saverne. We zaten zeer in dubio. Het was hier zo’n zalig weer, we zouden de boot makkelijk nog twee dagen langer kunnen huren en een keer naar Straatsburg varen. Maar thuis wachten onze zalige zeven... Een hartverscheurende keuze... Die we dan maar uitstelden tot morgen...

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Reisverhaal Elzas - Zwarte Woud. Deel 6 B

Oeps! Per ongeluk een reisverhaaltje overgeslagen... Nu wordt het helemaal een chaos... Maar ze komen allemaal netjes onder mekaar, in volgorde, op een apart blog, net zoals de andere reisverhalen. Eén van de dagen...

----------------------------------------------------------------------------------------------


Zaterdag, 7 mei 2011.
Gasthof Belchen Multen, Aitern.

6. Jodelen tijdens 't rodelen.

Na een genoeglijk, rijkelijk ontbijt begonnen we aan onze gevulde “to do”- list. Het is zaterdag, dus het was nu of nooit. Eén van de neusbeentjes van mijn bril is afgebroken (door steeds mijn zoeker tegen mijn neus te drukken, met de Nikon gebruik ik het scherm niet om te fotograferen). Er schoot alleen een heel scherp puntje plastic over dat steeds in mijn huid drukte. Niet zo gezellig. Gisteren hadden we aan Walter gevraagd waar we op zaterdag een optieker konden vinden en dat bleek in Todtnau te zijn. Tof, want daar wilden we toch naar de watervallen gaan kijken.

Met ons ontbijt-theetje op het hotelterras belden we eerst naar Cindy van Nicols Saverne om de reservatie voor onze boottocht in Frankrijk te bevestigen, en vervolgens naar Graufthal om terug dat hotel te boeken voor zondagavond. En dan gingen we op pad naar de optieker en naar een apotheek - want Paul zijn rug ligt zo stilaan aan diggelen - om Traumeel zalf & pilletjes te kopen. Iets wat volgens mij hier wel te vinden zou zijn, want het klinkt alvast Duits.

In Todtnau vonden we onmiddellijk een lieve optieker die de glazen van mijn twee brillen onderling ging verwisselen. Gelukkig dat ik twee dezelfde monturen heb. Ge moet u de situatie voorstellen, ik in Pfaff-Duits : "Ach mein Herr, Ich habe ein Problemchen. Das Naseflüchelein von meinen Brill ist afgebrochen, können sie vielleicht die Gläser wechseln mit die von mein anderen Brill..."

Ondertussen besloten we een apotheek te zoeken. Nog voor we daar waren viel ons oog op een berg met de grootste Rodelbahn van Duitsland. Onze interesse was instant gewekt! Toch eerst de apotheek binnengelopen en alvast 1 tube Traumeel zalf en 5 potjes Traumeel pillen gekocht. Vooruitziende vrouw zijnde vreesde ik al dat die Rodelbahn Paul's rugpijn niet echt veel vooruit zou helpen.

We moesten toch een uurtje in het dorp blijven tot mijn bril gemaakt was, dus voor ik het in de mot had stond Paul al aan de kassa van de zetellift. Ik trachtte hem nog te overtuigen om dit uitstapje voor de namiddag te houden, maar met mijn doppen in liep de conversatie kompleet in de mist. Voor we het wisten zaten we in een zetelliftstoeltje en werden we de berg opgetrokken. Links van ons liep de rodelbaan. Het zag er de moeite uit. Plots zweefden we voorbij een bosje, en bleek de sleebaan nog verder te lopen... Dat was al méér dan de moeite. Na het derde groepje bomen zagen we ze helemaal, er kwam gewoon geen einde aan! Dit was indrukwekkend! Drie kilometer bochten over een hoogteverschil van 360 meter! De kerk in het dorpje onder ons werd kleiner en kleiner, en onze opwinding steeg met elke meter die we hoger zeilden
Met de zetellift werden zowel passagiers als sleeën als fietsen omhoog getrokken. In dit seizoen bleek voornamelijk de mountain-bike afdaling gewild. De rodelbaan lag er verlaten bij. In de zomermaanden kan de aanschuiftijd tot 2 uur oplopen...

Boven propte Paul zich achterin de slee, ik plantte me voorin, tussen zijn benen, en Irma vond een plek tussen mijn knieën. De achterste passagier moest de rem bedienen. En daar gingen we! We hadden zoiets nog nooit gedaan, maar veel kunst leek er niet aan. Bij elke scherpe bocht stond er een verkeersbord “Bremsen”, maar Paul vertraagde helemaal niet. Dus riep ik elke keer “remmen!” maar hij vroeg zich af waarom, en we raasden doodleuk verder. Joelend, jodelend als kleine kinderen. Tot ik na een kilometer toch zijn aandacht op de bordjes kon vestigen. Het was allemaal zo rap gegaan dat hij ze nog niet had zien staan. Begrijpelijk, want hij was ondertussen ook nog aan het filmen, dus remmen was duidelijk te veel gevraagd. Ik ondernam dappere pogingen om een foto van Irma te nemen met op de achtergrond het dorpje in de diepte, maar door de snelheid en de onnoemelijk vele bochten was dat geen sinecure. Het was een zalig hilarisch ritje en ‘t fijne was dat er niemand voor of achter ons kwam. We moesten ons voor niemand generen. Nu niet dat we dat ooit doen, maar toch. Kompleet murw en overgelukkig bereikten we de aankomst.

Onderaan de zetellift was een zonnig terras vanwaar we een goed zicht hadden op de afdaling van de mountainbikers. Het interessantste vond ik hun kleding. Het leken wel wezens van planeet “Disco”. Gestreepte en gevlekte pakken in de afgrijselijkste kleuren, en helmen die iets weg haddden van Guatemalteekse maskers. Met een rotvaart zoefden ze over de aarden baan naar beneden, slingerend tussen de bomen dan ook nog. Ik hoop dat hier vlakbij een ziekenhuis is.

Terug bij de opticien bleken mijn glazen in het andere montuur te zitten, maar mijn leesbril was kompleet gedemonteerd. Tja, dat was wel lastig, want die gebruik ik als ik ‘s avonds zit te schrijven. Dus heeft die lieve man dat wrak ook nog terug in mekaar geprutst terwijl ik nostalgisch zijn uitstalling van koekoeksklokken stond te bekijken. Als kind hadden wij er thuis ook eentje, maar dat was een zuinige, ah ja, het was er één van ons ma. Onze koekoeksklok had een nepdeurtje. Er leefde helemaal geen koekoek in. Ik moest me echt inhouden of ik had bij deze vriendelijke mensen zo’n monsterke gekocht, puur uit nostalgie.

Na voor de zoveelste keer een bancontact geplunderd te hebben reden we richting Todtnauer watervallen. De bedoeling was een kort wandelingetje te maken tot aan de grote waterval. Het zou de hoogste van Duitsland moeten zijn, met haar 100 meter, maar ze zijn hier precies nogal kwistig met die uitdrukking. Uiteindelijk draaide het er op uit dat we heel de weg van de waterval omhoog geklommen zijn tot op het eindpunt. De wandeling bleef prachtig. Langs vele kleine watervalletjes, door bossen, langs rotsen. Regelmatig was er een brug aangelegd om de waterval van de andere zijde te bezien, en de grote was inderdaad echt wel hoog. Ook daar konden we nog tot aan de top klimmen, en daarboven lag de volgende. Die we natuurlijk ook nog moesten zien... Ik hoopte op het einde een café te vinden, maar er bleek enkel een groot “Bergluchtkuuroord”, en die mensen schijnen niet te drinken. Helemaal achteraan vond ik een “Gästezimmer” en ik besloot aan te bellen. Een lieve vrouw verkocht ons onmiddellijk bronwater en nodigde ons uit het in haar tuin op te drinken. In ‘t zonneke, 24°, in mijn onderhemdje, op het stille einde van de wereld.... Paradijselijke momenten.
Natuurlijk moesten we nu wel helemaal terug naar het begin van de wereld. Gelukkig was dat bergaf. Maar toch werd het een langdurige klus.

Om vier uur kwamen we terug aan de auto en hadden we nog altijd niet gepicknikt. We hebben ons dan maar beperkt tot een tros bananen en veel, veel drinken.
De volgende waterval die op ons programma stond was de Fahl waterval. We begonnen op een bangelijke hoogte en het pad volgde een zielig watervalleke dat zich een weg strompelde tusssen omgevallen en omgehakte bomen. Triestig. En steil. Ik zag het echt niet meer zitten om nog eens helemaal naar boven te klimmen, dus nam ik de camera-zooi mee en daalde verder af terwijl Paul gezwind terug de berg opstapte om de auto te gaan halen. Een win-win-situatie. Dacht ik. We hadden afgesproken aan Hotel Lawine, een groot ding dat we in het oprijden aan de baan hadden zien liggen. Alleen jammer dat mijn pad niet naar Hotel Lawine bleek te leiden. Ik bleef maar de bosrand volgen en kon de brede beek nergens over steken. Toch niet met de camera’s. Op de duur vond ik een doorgang en stuurde een sms naar Paul : “Ik zit op de mesthoop van Gasthaus Adler”. Vanzelfsprekend was ik daar liever op het terras gaan zitten, maar dat lag vlak aan een rotbaan met veel moto’s, en in de tuin speelden een hoop kinderen... dan verkoos ik toch wel de achterzijde van de zaak. Enfin, we hebben mekaar terug gevonden.

Aangezien onze voeten nog enkel goed waren om gas te geven besloten we de top van de Feldberg eens te gaan bekijken. Was me dat een droevige bedoening! Zo kaal! Alles was hier opgevreten door de ski-industrie.
Op de top staat het allerlelijkste hotel van het Zwarte Woud (dat hoop ik althans). Het zeventiger jaren onding, met gevels uit reflecterend glas, maakt deel uit van een conglomeraat van andere bouwkundige draakjes. Zoals een café gehuisvest in een plastic bol (voor de après-ski) en een troosteloze galerie met winkeltjes. De andere gebouwen in de buurt waren al niet veel mooier. Het woord verkrachting is hier op zijn plaats. Ze proberen het momenteel nog wat te redden door een educatief plekje neer te poten - “Das Naturhaus”- met daarrond een tuin met uitleg over de verschillende vegetaties van de streek. Heel zinnig, maar toch niet meer dan een pleister op een houten been.

De uitleg op de borden in de tuin leerde ons wel enkele interessante weetjes. Vroeger was het hier een loofwoud maar door menselijk toedoen (zilvermijnen, woudontginningen, veeteelt,...) hebben enkel de sparren het overleefd. Die gaven het woud het donkere aanzien, vandaar de naam “Zwarte Woud”, en daarom waarschijnlijk dat ik het in mijn jeugd een troosteloze plek vond. Tegenwoordig probeert men zoveel mogelijk dennen te vervangen door loofbomen en op sommige plekken is dat resultaat al aardig te zien. Het woud glundert in talloze tinten groen. We zullen over 50 jaar nog eens terug moeten komen, dan staat het misschien al een beetje verder met het kleurenpalet dat ze hopen te bereiken.

Toen we aan ons Gasthof kwamen stond de hof vol moto’s... Maar liefst 10 motorrijders waren in mijn oord van stilte neergestreken! Ik heb toen wel aan de gastvrouw moeten uitleggen dat er iets mis wat met mijn oren, en ze vond het prima dat we buiten zouden eten. Onder ons tweetjes, met zicht op de bergen, smullen van asperges en hertengebraad met paddestoelen, gebakken appeltjes en spätzle. Om duimen en vingers af te likken! En we konden dat nog doen ook, want er was geen kip die ons zag zitten. Een ietwat koel, maar overheerlijk einde van een fijne dag!

Geschreven door Laathi om 21:38 Reageer op dit bericht

De Kokerjuffer!

Bedankt Redpoppy om dit artikel door te sturen!!!

TRICHOPTERA : KOKERJUFFERS of SCHIETMOTTEN

De levenscyclus van de kokerjuffers verloopt als volgt:

ei > larve > pop > imago (volwassen insect)

Het larvestadium

Indien je in een rivier enkele stenen opvist en omdraait ontdek je zeer dikwijls kokertjes die op de steen geplakt zijn. In die kokertjes leven de larven van de schietmotten.
Niet alle larvesoorten leven in een kokertje dat aan een steen gehecht is. Er zijn soorten die met hun kokertje rondkruipen over de bodem en tussen de planten. En er zijn ook soorten die geen kokertje hebben en die vrij op de bodem en tussen de planten rondkruipen.

Het popstadium

Naargelang het seizoen vordert sluit de larve haar kokertje af en gaat zich verpoppen. De vrij levende larven spinnen een cocon waarin de verpopping plaats vindt. Na 8 a 14 dagen bijt de verpopte larve haar koker of cocon stuk en zwemt als pop naar de oppervlakte. Sommige soorten kruipen langs plantenstengels naar de oppervlakte.
Aan de oppervlakte gekomen kruipt de schietmot uit de pophuid en vliegt onmiddellijk weg.

Het volwassen insect of imago :

sedge.jpg Kokerjuffers zijn gemakkelijk te herkennen. In rust vouwen ze hun vleugels als een dakje over hun lichaam. De vleugels zijn fijn behaard en glanzen niet. Ze rusten meestal in de bomen aan de onderkant van een blad.
Kokerjuffers vliegen vaak in grote groepen vlak boven het wateroppervlak. In de vlucht ziet men duidelijk de vier vleugels, wat alleen ook bij de steenvliegen het geval is.
De volwassen schietmot eet en drinkt en leeft twee a drie weken. Gedurende die periode wordt de vrouwelijke schietmot bevrucht waarna ze haar eitjes aflegt. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: al vliegend, op het wateroppervlak drijvend of door onder water te duiken en de eitjes op stenen of andere obstakels te deponeren.


Meer info op http://www.franksawyer.be/Artikels/Insectenkennis.php vanwaar ik dit artikel kopiëerde.

En morgen het vervolg van het reisverhaal!

Geschreven door Laathi om 19:43 Reageer op dit bericht

Het beestje

Kijk nog eens goed. Ik betwijfel of het een glazenwasser, libelle of wat dan ook is.
Het diertje leeft als een kreukel in een koker waar allemaal kleine keitjes op geplakt lijken. Het verlaat die koker niet. Hij draagt zijn huis constant mee en bij gevaar verdwijnt zijn lijfje er helemaal in. Ik weet natuurlijk niet of ge hem los kunt maken uit zijn koker want dat heb ik niet geprobeerd, zo'n dierenbeul ben ik niet. Ze leefden in een ondiep plasje van een zacht stromend beekje. Op sommigen hun koker zaten stukjes hout geplakt. Die aanzag ik eerst voor vleugels, maar het bleek enkel camoeflage te zijn. De dieren zijn behoorlijk sterk en nog vlug ook.

.dsc09033copy.jpg

dsc09041copy.jpg

dsc09054copy.jpg

Geschreven door Laathi om 17:31 2 reacties Reageer op dit bericht

Het vreemde onderwaterbeestje...

Misschien hebt ge op de vorige foto niet eens het diertje ontdekt. Hieronder een album van hem, waar hij telken groter opstaat om te eindigen met zijn portretje.

https://picasaweb.google.com/laathi.webalbums/ElzasZwarteWoudOnderwaterbeestje?authkey=Gv1sRgCNLHwbXspI2bLA
#

Moest iemand de naam van dit mooie zonderlinge wezen kennen laat het aub weten!
Geschreven door Laathi om 00:17 3 reacties Reageer op dit bericht

Zoek het beestje!

Ik heb in dat plasje op ons mini picknickeiland midden in het Zwarte Woud toch weer een raar beestje gevonden...
Echt een prachtdier!

dsc0182copyg.jpg

Wie kan het dier vinden? Morgen foto 2...
Geschreven door Laathi om 20:05 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten