
25. De wonderlijke vermenigvuldiging van de muizen.
En op een dag stierf de bomma… Mijn ma was eindeloos droef. Mijn geadopteerde bompa was dood, nu de bomma ook nog, en dus schoten alleen de ma en ik over in dat grote herenhuis. Pa besloot toch liever op den buiten bij de moemoe en zijn broers te blijven wonen, en ma wou uit “’t stad” niet weg, dus werd hun pré-modernistische LAT-relatie gewoon voortgezet. Ma en ik verhuisden naar een appartement op de Grote Markt boven de winkel van haar nichtje, zodat de eenzaamheid voor ma toch niet te zwaar ging wegen. Maar voor mij was ’t dus wel opeens gedaan met het spelen op ‘t straat. Bovenop ging ik dan ook nog net zes jaar worden en moest ik naar de grote school. Dus weg waren de jeugdvriendjes. Weg was het kleine tuintje. En weg het grote huis met zijn ontelbare kamers die ik keer op keer kon herontdekken…

9 oktober 1962, met bomma en pa aan de taart!
Mijn vijfde, en laatste, verjaardag in onze oude huis.
Een van de laatste foto's van bomma.
Als pa ’s zondags naar ons kwam gingen we ’s ochtends altijd naar de Vogelenmarkt. Pa loodste ons dan heel handig helemaal naar het einde van de markt waar talloze dierenkramen stonden en verzette tijdens die tripjes hemel en aarde om ons ma een hondje voor mij te laten kopen. Maar hij had nooit succes. Onze pa zou het als politieke lobbyist nooit ver gebracht hebben.
Op de lange duur kreeg ik op een woensdagnamiddag als compromis plots een witte muis van ons ma… Ja, met ons ma compromissen sluiten was niet altijd voordelig. Toen onze pa de volgende zondag mijn muis zag had hij zo’n medelijden met dat eenzame dier dat hij van de Vogelenmarkt een tweede muis meebracht. Ons ma was daar niet gelukkig mee, want zij had zo al eens een accident met een “voortplantingskwestie” gehad (waar ze door mijn persoontje nog dagelijks aan herinnerd werd), maar ze stond dus voor een voldongen feit. Het was al middag en de Vogelenmarkt was opgekraamd, dus het beestje kon niet teruggebracht worden…
Ons ma bleek het vruchtbaarheidsrisico van twee muizen perfect ingeschat te hebben want na enkele weken hadden we er veertien. Zelfs onze pa zag in dat 14 x 14 over enkele weken wel eens 196 muizen zou kunnen betekenen, dus die was genoodzaakt zich achter ons ma haar plan te scharen om dertien diertjes naar een dierenwinkel te brengen. Eéntje mocht ik er houden. Zo geschiedde dan ook.
De overblijver, Mickey, werd door iedereen verwend. Door mij, omdat het mijn enige diertje was, en door ons ma, vermoedelijk uit eerlijk schuldgevoel omdat ze de rest van zijn familie waarschijnlijk als reptielenvoer had laten opsouperen. Goddank had ik dat besef toen nog niet en ging ik er van uit dat iedereen zo goed terechtgekomen was als onze Mickey.
Door veel aandacht aan het diertje te besteden werd het heerlijk tam. Het liep los rond in de woonkamer en het sliep in een vogelnestje achter de kachel. Ernaast stond een kartonnen doos waarin het vrolijk zijn muizenkeuteltjes deponeerde. Mickey werd meer dan twee jaar oud en had misschien nog langer geleefd als hij niet tussen de tanden van het fox-ke van de bakker geëindigd was…
Als troostprijs - ja, ons ma was heel goed in troostprijzen - omdat ik geen eigen hondje kreeg, mocht ik dagelijks met het moddervette woefke van de bakker gaan wandelen. (Dat dier vermagerde zienderogen door de lichaamsbeweging!)
Op de duur bracht ik Pukkie ook mee naar huis. Hij was zeer geïnteresseerd in Mickey, niet zozeer als compagnon, maar wel als aanvulling op zijn eentonige dieet van broodkruimels met melk dat hij van de bakker kreeg. Dus op een dag sloeg ’t noodlot onverbiddelijk toe.
Als Pukkie bij mij in de woonkamer zat dan bond ik zijn leiband om de deurklink zodat hij net niet tot achter de kachel, aan Mickey’s nestje, kon. Maar op een dag deed iemand plots de deur open, Pukkie schoot vooruit en nam Mickey in één hap tot zich. En dat was 't einde van mijn geliefde muis.
Maar geen nood, ons ma zou wel weer voor een troostprijs zorgen…
September 1961. Voor de Brabo-fontein op de Grote Markt.
Voor ik Pukkie kende was "Bobby-op-wieltjes" de troostprijshond.
Mijn inventieve ma met Pukkie aan 't Steen.
We denken nu soms dat onze stad vuil is, maar kijk eens hoeveel rotzooi
er destijds op de grond lag...
Dit is weer een van de dramatische foto's die ons ma getrokken heeft.
Het is het zicht dat we vanuit de woonkamer op de Grote Markt hadden.
En ge ziet het, álles beweegt... zelfs het statige stadhuis
























































1 reactie op dit bericht
van alle tijden
Wat de fotokunst van uw moeder betreft heb ik zwaar de indruk dat de lens van het camerake dat ze gebruikte ooit eens vervangen is geweest door de bodem van een confituurpot, vandaar al die "special effects"