Rondreis Thailand Hoofdstuk 17 - deel 1

Dinsdag, 3 februari 2009.
Mai Chang, Airport Nim Wang Godwetwa Hotel.
17. Een wandelend souvenirstalletje.

We worden echt goed in 't slapen op een plank. Maar een miserabel ontbijt verwerken - geserveerd door enkele norse Thaise madammen - dat gaat ons nog niet zo vlot af. Het hotel was 's morgens een puinhoop: alle zooi van het feestje van een motorbende van de vorige avond stond nog op de tafels, maar de Finse hotelhouder trekt zich dat precies allemaal niet meer aan. Ik vind dat als ge dan toch persé met een Thaise wilt trouwen dat ge er maar voor moet zorgen dat ze 's avonds 't kot opruimt en 's morgens haar humeur, anders vind ik dat ge er niet bepaald een zaak aan gedaan hebt. Kortom we waren blij dat we er konden vertrekken. Jammergenoeg voor ons laatste dag op 't Thaise vasteland...


Voor vandaag hadden we het bezoek aan de Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand gepland, hij is 2.565 meter hoog, dus dachten we enkele leuke uitzichtpunten te vinden en vooral veel watervallen.
De eerste was de Huaing Saai Leung Waterval, een hond wandelde vrolijk mee met ons naar 't water. Ze lag ook niet zo ver van de baan dus ik had ik mijn berentas meegenomen om wat foto's te maken. Er zijn nog niet veel berenfoto's gemaakt deze reis, gewoon geen tijd gehad. Straks heb ik een berenreisverhaal zonder foto’s, dat zou pas een ramp zijn.


Ik ben eigenlijk al meer een wandelend souvenirkraampje.
Noenoei bengelt vrolijk rond mijn hals, het t-shirt van het Olifanten Hospitaal is lekker zacht,
en mijn armen hangen vol met heelder reeksen armbanden die ik bij de langnekken kocht...

Heel in de verte zie je in deze indrukwekkende natuur de tempel van Koning Bhoemibol liggen.
Bovenaan de Doi Inthanon zijn 20 jaar geleden twee moderne tempels ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Koning Bhoemibol gebouwd. Zielloze grijspaarse dingen die meer weg hebben van communistische mausolea dan van romantische tempels. Ze hebben zelfs roltrappen aangelegd. Wat een contrast met de fleurige, oude en drukversierde tempels zonder confort die je overal op ’t platteland vindt. Rondom de kille bouwsels liggen bloemperken, een soort van botanische tuinen met planten die alleen in de koelte van deze hoogte kunnen groeien. De Aziatische toeristen worden hier wild van. Heelder kuddes staan met de gekste smoelekes te poseren in bij de bloemperkjes. Bij momenten lijken er meer mensen te groeien dan planten. Ik heb geen bloemen gefotografeerd ik heb poserende (en dus springende!) en fotograferende Japanners getrokken. Véél amusantere onderwerpen. Voor een Belg waren de planten die daar groeiden trouwens heel gewoon. De Aziaten vonden natuurlijk een Westerling dan weer een exotische diersoort en dus moesten wij weer mee als curiositeit op hun fotootjes komen mee poseren. Maar ik weet ondertussen hoe dat moet.




Holland zijn tulpenbollen, België zijn "Manneken Pis"...
Elk land is trots op iets anders...

Mooie moderne kunstwerken uit tegels op de zijwanden van de tempel.
Toch maar een extra trui aantrekken op deze hoogte... Of mij eens goed laten vastpakken.




























































































