Jongenskes onder mekaar...

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!
Jongenskes onder mekaar...
Fotoraadsel 93 kleurenfoto :-)


25. De wonderlijke vermenigvuldiging van de muizen.
En op een dag stierf de bomma… Mijn ma was eindeloos droef. Mijn geadopteerde bompa was dood, nu de bomma ook nog, en dus schoten alleen de ma en ik over in dat grote herenhuis. Pa besloot toch liever op den buiten bij de moemoe en zijn broers te blijven wonen, en ma wou uit “’t stad” niet weg, dus werd hun pré-modernistische LAT-relatie gewoon voortgezet. Ma en ik verhuisden naar een appartement op de Grote Markt boven de winkel van haar nichtje, zodat de eenzaamheid voor ma toch niet te zwaar ging wegen. Maar voor mij was ’t dus wel opeens gedaan met het spelen op ‘t straat. Bovenop ging ik dan ook nog net zes jaar worden en moest ik naar de grote school. Dus weg waren de jeugdvriendjes. Weg was het kleine tuintje. En weg het grote huis met zijn ontelbare kamers die ik keer op keer kon herontdekken…

9 oktober 1962, met bomma en pa aan de taart!
Mijn vijfde, en laatste, verjaardag in onze oude huis.
Een van de laatste foto's van bomma.
Als pa ’s zondags naar ons kwam gingen we ’s ochtends altijd naar de Vogelenmarkt. Pa loodste ons dan heel handig helemaal naar het einde van de markt waar talloze dierenkramen stonden en verzette tijdens die tripjes hemel en aarde om ons ma een hondje voor mij te laten kopen. Maar hij had nooit succes. Onze pa zou het als politieke lobbyist nooit ver gebracht hebben.
Op de lange duur kreeg ik op een woensdagnamiddag als compromis plots een witte muis van ons ma… Ja, met ons ma compromissen sluiten was niet altijd voordelig. Toen onze pa de volgende zondag mijn muis zag had hij zo’n medelijden met dat eenzame dier dat hij van de Vogelenmarkt een tweede muis meebracht. Ons ma was daar niet gelukkig mee, want zij had zo al eens een accident met een “voortplantingskwestie” gehad (waar ze door mijn persoontje nog dagelijks aan herinnerd werd), maar ze stond dus voor een voldongen feit. Het was al middag en de Vogelenmarkt was opgekraamd, dus het beestje kon niet teruggebracht worden…
Ons ma bleek het vruchtbaarheidsrisico van twee muizen perfect ingeschat te hebben want na enkele weken hadden we er veertien. Zelfs onze pa zag in dat 14 x 14 over enkele weken wel eens 196 muizen zou kunnen betekenen, dus die was genoodzaakt zich achter ons ma haar plan te scharen om dertien diertjes naar een dierenwinkel te brengen. Eéntje mocht ik er houden. Zo geschiedde dan ook.
De overblijver, Mickey, werd door iedereen verwend. Door mij, omdat het mijn enige diertje was, en door ons ma, vermoedelijk uit eerlijk schuldgevoel omdat ze de rest van zijn familie waarschijnlijk als reptielenvoer had laten opsouperen. Goddank had ik dat besef toen nog niet en ging ik er van uit dat iedereen zo goed terechtgekomen was als onze Mickey.
Door veel aandacht aan het diertje te besteden werd het heerlijk tam. Het liep los rond in de woonkamer en het sliep in een vogelnestje achter de kachel. Ernaast stond een kartonnen doos waarin het vrolijk zijn muizenkeuteltjes deponeerde. Mickey werd meer dan twee jaar oud en had misschien nog langer geleefd als hij niet tussen de tanden van het fox-ke van de bakker geëindigd was…
Als troostprijs - ja, ons ma was heel goed in troostprijzen - omdat ik geen eigen hondje kreeg, mocht ik dagelijks met het moddervette woefke van de bakker gaan wandelen. (Dat dier vermagerde zienderogen door de lichaamsbeweging!)
Op de duur bracht ik Pukkie ook mee naar huis. Hij was zeer geïnteresseerd in Mickey, niet zozeer als compagnon, maar wel als aanvulling op zijn eentonige dieet van broodkruimels met melk dat hij van de bakker kreeg. Dus op een dag sloeg ’t noodlot onverbiddelijk toe.
Als Pukkie bij mij in de woonkamer zat dan bond ik zijn leiband om de deurklink zodat hij net niet tot achter de kachel, aan Mickey’s nestje, kon. Maar op een dag deed iemand plots de deur open, Pukkie schoot vooruit en nam Mickey in één hap tot zich. En dat was 't einde van mijn geliefde muis.
Maar geen nood, ons ma zou wel weer voor een troostprijs zorgen…
September 1961. Voor de Brabo-fontein op de Grote Markt.
Voor ik Pukkie kende was "Bobby-op-wieltjes" de troostprijshond.
Mijn inventieve ma met Pukkie aan 't Steen.
We denken nu soms dat onze stad vuil is, maar kijk eens hoeveel rotzooi
er destijds op de grond lag...
Dit is weer een van de dramatische foto's die ons ma getrokken heeft.
Het is het zicht dat we vanuit de woonkamer op de Grote Markt hadden.
En ge ziet het, álles beweegt... zelfs het statige stadhuis
Fotoraadsel 93 foto 1
Als jullie geraden hebben wat het is stuur me maar een mailtje!
Zet je antwoord aub niet in 't gastenboek of bij de reacties. Bedankt!
Veel plezier
--------------
Als eerste opgelost door... Speelster, Paul, Opapat, Luk en Brigitte!!!
Morgen een nieuwe aflevering van mijn jeugdherinneringen en de foto van 't raadsel "in kleur"



Afgelopen weekend zakten tientallen Antwerpenaars af naar het Kattendijkdok om met eigen ogen het ‘graf’ van de Grote Gust te bekijken. De legendarische kraan moet geborgen worden, maar die operatie laat wellicht nog een tijd op zich wachten.
Donderdagavond was Grote Gust aan de slag in het Kattendijkdok. De vlottende kraan, door de firma Baeck & Jansen jaren geleden overgekocht van het havenbedrijf, haalde er de deuren van de Kattendijksluis uit het water.
Toen het vrachtje veilig op de kade lag, liep het mis. Vermoedelijk lagen de contragewichten niet op de juiste plaats, waardoor Gust slagzij maakte.
Een medewerker van het havenbedrijf belandde in het dokwater. Hij werd met onderkoelingsverschijnselen naar het ziekenhuis gebracht. De brandweer legde een gordel aan op het water om de olievervuiling binnen de perken te houden. ”Een gerechtsexpert moet de juiste oorzaak van het ongeval achterhalen”, zegt Ann Wittemans van het havenbedrijf.
Wat nu?
De voormalige stedelijke vlotkraan nummer 1 kan niet meer gered worden. De kraan moet geborgen worden en zal vermoedelijk ter plekke in stukken gezaagd of gebrand worden. Een grotere kraan, zoals Brabo (800 ton), kan niet komen helpen, want dergelijke reuzen kunnen het Kattendijkdok niet binnen.
”Grote Gust hindert het scheepvaartverkeer niet”, zegt Wittemans. ”Wanneer de berging zou kunnen beginnen, is absoluut nog niet duidelijk.”
30e (Tabitha en de thermometer)
Ook verse aanvoer...
De eerste kleine poezen zijn aangekomen bij het babypoezen-opvangcentrum "Den Dierenvriend".
Nu de paasvakantie ten einde loopt zullen er wel dagelijks nieuwe diertjes binnen gebracht worden.
Wensen jullie een poes te adopteren kijk dan eens op hun site.
https://blog.seniorennet.be/dendierenvriend
Hieronder alvast vier wollebollen die een goede thuis zoeken!

Wij tweetjes zijn reeds gereserveerd...
... maar wij zoeken nog een goede thuis!
Fotoraadsel 92 - Oplossing
Een breekmesje, een cutter, een Stanley-meske,... of hoe je 't ook wil noemen...
Alleszins iets wat sommige dames ergens op de bodem van hun handtas hebben liggen.
Sommige, zoals deze
De meeste dames hebben daar blijkbaar mascara en een oogpotlood inzitten, maar die schrijven toch zo slecht vind ik... Die zijn wel al eens nuttig om er in een noodgeval een plank mee te markeren om ze op de juiste lengte af te zagen. Maar echt fijn kunt ge daar toch niet met aftekenen vind ik. Nee, geef mij dan maar een timmermanspotlood.

Walter, Marleen, Luk, Nil, Opapat, Ingrid, Mare, Francois, Vera, William, Loulou, Chrisje, Paul, Cooltje, Jan, Maria, Speelster, Corry, Lou, Dolfijn, Andromeda, Rikavensis, Viv L. en Fernanda hebben zoiets dus ook in hun handtas zitten
Morgen verse aanvoer!
martelaren en apostelen
Deze namiddag was het 29° in de schaduw op mijn terraske! Nog even en mijn vissen in de vijver op 't dakterras zijn al gekookt nog voor dat 't echt zomer wordt...
De poezen vonden 't heerlijk om te liggen zonnen tussen de bloempotten. Maar er zijn - zoals 't Vlaams spreekwoord zegt - altijd "Martelaren en apostelen"... Dus terwijl zij lagen te soezen was deze martelaar de dakgoot aan 't "ontbossen".





24. De Caraïben van Antwerpen.
Op warme zomerdagen gingen we zwemmen in ’t Noordkasteel. Dat was een oud fort in een groot bos met zwemvijvers bij de haven aan de rechteroever van de Schelde. Het was kilometers stappen van ons huis maar die marteling had ik voor de waterpret best over. Zeker als het op mijn rolschaatsen mocht gebeuren. Als ons ma hoogst uitzonderlijk eens in een geldverspillende bui was namen we ook al eens de bus en héél soms wandelden we naar de Schelde en namen daar de Flandriaboot. Dat was helemaal heerlijk! Desalniettemin waren het voor mijn korte benen dan nog kilometerslange wandelingen tot we eindelijk aan het zwemstrandje waren. Hoe ons ma die afstanden vrolijk en gezwind afstapte geladen als een muilezel met handdoeken, zwemband, groot opblaasbeest, gieterke (ja, dat was onmisbaar om “fontein” te kunnen spelen), luchtmatras, picknick, mijn rolschaatsen (die maar op een beperkt deel van het traject bruikbaar waren want er waren teveel zandwegen) en een fles drinken weet ik nog altijd niet.
Met het "opblaasbaar paard" aan zee.
Het tweede lid van mijn manège. Hier in Westende in juni 1963.
Ge ziet ons ma had altijd een hele paardenstal mee te slepen...
Aan zee in Westende op 29 juni 1961.
Op de voorgrond het rode gieterke om "fontein" mee te spelen.
Het Noordkasteel was de plek waar heel Antwerpen samen kwam om te zwemmen, te roeien, te waterskiën, te vissen en in de speeltuin te stoeien. Er was een afgebakende veilige zwemzone met een heus strandje. In het diepe gedeelte dreven zelfs enkele houten pontons waar de betere zwemmers naartoe konden zwemmen om daar te gaan liggen zonnen of knuffelen met hun lief.
Ook aan de overzijde van de Schelde, op het strand van St. Anneke, werd gezwommen - dat was destijds nog niet verboden - maar het was er veel gevaarlijker door de drukke scheepvaart en het water was ook heel vies. Hiermee vergeleken was het Noordkasteel dus een waar paradijs! De Caraïben van “’t stad”.
Met een ouder neefje en nichtje, Renéke en Christianneke, in 't Noordkasteel in 1959.
Rondom de reusachtige vijvers lagen heuvels waarin oude schuilkelders uitgegraven waren. Als het plots begon te regenen, dan werden de grote poorten van de onderaardse lokalen geopend en verzamelde iedereen zich daar met zijn zeteltjes, mondvoorraad, handdoeken en luchtmatrassen. Iedereen zat daar dan - stinkend en wel - op mekaar gepropt als zanderige smoutebollen ongeduldig te wachten tot de bui over was. En dat kon soms lang duren… Ons ma was daar niet zo gelukkig mee omdat het haar een beetje aan de schuilkeldertoestanden van onder de oorlog deed denken.
Uren heb ik daar in dat water zitten ploeteren terwijl ons ma lag te bakken, naast de nutteloze blauwe Niveadoos, op het strandje. Soms gingen een ouder neefje en nichtje mee, maar het leeftijdsverschil was een beetje te groot. Hun interesses lagen al elders. Maar speelkameraadjes van mijn leeftijd waren er altijd in overvloed te vinden.
Het hoogtepunt van de dag voor mij was steeds het ijsje dat we aan de speeltuin mochten kopen! Een Ola-wafel die verpakt zat in een kartonnen wikkel, en als ge die eraf pelde werden drie kleuren ijs zichtbaar : wit, bruin en roze. Het was al een hele kunst om dat ding naar binnen te spelen zonder helemaal vol te hangen, maar om het nog moeilijker te maken vond ik het ook nog nodig om de lekkernij op te smikkelen terwijl ik op de schommel of op de schuifaf zat. Ik trachtte dan ook nog om het gedeelte met het chocoladeijs tot het laatste te bewaren zodat de wafel totaal uit evenwicht raakte. Gelukkig was er altijd genoeg water in de buurt om me terug schoon te spoelen. De smaak van chocolade ijs met knisperend zand zal voor mij nooit aan de beste Brézilienne kunnen tippen. J
Eergisteren op "St. Anneke strand".
Aan de overkant van de Schelde ziet ge wat er nog verblijft van 't Noordkasteel.
Bitter weinig, want alles is door de havendokken opgeslorpt eind jaren 60.
Tot groot ongenoegen van veel Antwerpenaren.
Er is voor het behoud gevochten en betoogd maar niets heeft mogen baten...
Ze hebben dat stuk van onze kinderziel meedogenloos weggerukt.
Rood licht
De lieftalligste rode lichten staan op dit moment op de Frankrijklei en in de Lange Leemstraat in Antwerpen

Geef toe, dan kunt ge toch niet anders dan met een glimlach stoppen?
Fotoraadsel 92 - foto 3
Laatste kans want morgen is 't zaterdag en verschijnt de oplossing...
Walter, Marleen, Luk, Nil, Opapat, Ingrid, Mare, Francois, Vera, William, Loulou, Chrisje, Paul, Cooltje, Jan, Maria, Speelster, Corry, Lou, Dolfijn, Andromeda, Rikavensis, Viv L. en Fernanda hebben het reeds gevonden!
Zondagavond
Viva en ik hebben in Beringen, halverwege onze twee woonplaatsen, een fijne taverne gevonden waar we af en toe eens samen gaan eten en onze zakelijke beslommeringen met mekaar bepraten.
Voor 't geval jullie denken dat ik gekookte patatjes met een bloemstuk ga eten.
Nee, achter het bloemstuk staat mijn bord asperges
Bij 't wegrijden 's avonds stond ik voor 't eerstvolgende rode licht, ik zag vanuit mijn ooghoek - naast mijn brilleke - een witte auto naast me stoppen, dacht dat het Viva was en gooide met een weids gebaar een kushandje door 't raam.
Maar 't was dus Viva's auto niet... Het was een wildvreemde meneer die zich duidelijk afvroeg waar hij dit nu toch weer aan verdiend had. Al goed dat 't donker was en de mens niet zag hoe ik er plots als een knalrode pioen ging uitzien. Ik wist niet dat mijn autoke nog zo snel kon optrekken
-------------------
Morgen een nieuw deel van mijn jeugdherinneringen!
Fotoraadsel 92 - foto 2
Plekjes van vroeger...
Hieronder nog enkele foto's die horen bij jeugdherinnering 23.
Dit is de kerk waar we kaarsjes gingen branden voor de H. Rita.
Op de Paardenmarkt in Antwerpen.
Spijtiggenoeg heeft "de moderne tijd" hier ook zijn intrede gedaan.
De grappige, en destijds "ultra-moderne", electrische kaarsen zijn dus vervangen door echte.
Alles komt altijd terug...

En nu ik toch in dat kerkje was vond ik dat ik ons ma haar "lievelingsheilige",
de H. Antonius, patroon van de verloren voorwerpen, ook maar eens moest verwennen!
-----------
Straks een grotere foto voor 't fotoraadsel!
foto's van nu voor verhaal 23
Vandaag was ik voor zaken in Antwerpen maar ik ben er een uurtje tussenuit geknepen om foto's te nemen van de plaatsen die ik gisteren beschreef. Sommige dingen zien er nog net hetzelfde uit als in mijn jeugd...
Hier de eerste reeks, morgen plaats ik de rest.
Een heerlijk dramatische lucht boven de rede van Antwerpen.
De rede van Antwerpen vanuit het Boeienpark, op de linkeroever van de Schelde, bekeken.
Een straaltje zon valt op de Suikerrui...
Het Boeienpark met op rechteroever de kathedraal en de Boerentoren.
Op een grote schroef in 't Boeienpark.
Anker.
"De Gezonken Boot", een heerlijke speelplek voor kinderen.
In de "gezonken boot".
Was die er in mijn kindertijd al maar geweest...
De jachthaven.
De molen van St. Anneke strand.
--------------
Morgen meer foto's van de kerk van de heilige Rita ...
Aan mijn vurige, vinnige lezerkes :-)


23. De automatische bidmachine.
Zelfs in de huisdierloze tijd werd er door ma altijd nauwlettend op toegezien dat ik wel aan mijn entertainment en beweging kwam. Niet altijd tot mijn grootste voldoening weliswaar.
’s Zondags werd er naar de Schelde gewandeld met pa en ma, iets waar ik een gloeiende hekel aan had. Eens ik rolschaatsen kreeg was dat al een verbetering want dan ging het tenminste toch al wat vlugger vooruit. Ik was overduidelijk ook gezegend met de ongeduldige natuur van mijn moeder.
Nog erger was het als in plaats van op de rechteroever te blijven, we naar de linkeroever wandelden, want dan moesten we door de eindeloze voetgangerstunnel. De roltrappen waren wel fascinerend. Het leek wel of we op de duur in ’t middelpunt van de aarde zouden belanden! Maar eens beneden was het minuten lang door die eentonige tunnel stappen uitkijkend naar ’t middelpunt waar een grote muurschilderij was aangebracht die aangaf dat de lijdensweg halverwege was. Ik kon hier wel prima rolschaatsen, maar dan raakte ik zo ver voorop dat ik al aan ’t einde was toen pa en ma nog maar vijftig meter gestapt hadden. Dus moest ik keer op keer terug komen, en leek die tunnel nog 10 keer zo lang…
Uiteindelijk kwamen we dan terug boven aan het “boeienpark”. Een grasveld aan de oever van de Schelde waar allerhande boeien tentoongesteld lagen. Erg genoeg waren de wandelpaden er met grind bestrooid dus mijn rolschaatsen waren hier waardeloos. Soms wandelden we tot mijn groot ongenoegen nog verder tot de jachthaven of zelfs tot aan “St. Anneke-plage”, een strand naast de stroom, om naar de molen en de boten te zitten kijken. Boten. Die ergerlijk traag voorbijvaarden. En zand. Dus weer niks voor mijn rolschaatsen…
Het enige leuke in die buurt was een grote vijver naast de jachthaven waar mensen met telegeleide miniatuurbootjes kwamen spelen. Dat vond ik nog wel iets hebben. Die bootjes gingen tenminste goed vooruit en vaarden ook niet alleen maar rechtdoor zoals de saaie, slome, echte op de Schelde. Hier was tenminste iets aan te zien. En hier kon ik ook zelf ingrijpen, hoewel dat natuurlijk niet de bedoeling was…
Mijn meest gebruikte zinnen tijdens die wandelingen waren : “Gaan we nog niet naar huis?”, “Is ’t nog véél verder?”, “Maar dat hebben we toch al dikwijls gezien?”, “Ik ben moe.”, “De wieltjes van mijn rolschaatsen zijn versleten.”, “Ik ga straks zo moe zijn dat ik niet ga kunnen slapen.”, “Ik denk niet dat er nu boten gaan liggen, ’t is veel te slecht weer.”, “Ik denk dat bomma zich stillekesaan alleen gaat beginnen voelen”, “Mijn voeten doen nog altijd pijn van vorige zondag”, “Zouden we niet beter naar huis gaan want ik denk dat het gaat regenen”, “Dat nieuwe zadel van mijn fietske snijdt in mijn billen” (hoewel er al wel 3 lagen mousse over gedrapeerd waren omdat argument zeker te kunnen ontkrachten), “Ik heb honger en dorst en ik moet pipi doen en ik denk niet dat ik ga kunnen wachten tot we thuis zijn als we nu nog eerst veel verder gaan”, en talloze varianten op hetzelfde thema.
Die wandelingen waren dus wel goed voor mijn woordenschat en mijn verbale fantasie.
Op mijn driewieler in onze straat op mijn vierde verjaardag 9 oktober 1961.
Ondertussen had ik ook in onze straat leren fietsen op een driewielertje en dat gammele ding was al vlug vervangen door een heus fietsje. Mama legde haar hand langs achter rond mijn nek en zo kon ik rechtop blijven en verliepen de fietslessen vrijwel risicoloos. Althans voor mij. Ons ma bleef er lekker fit door want het duurde niet lang eer ik flinke snelheden kon halen, desalniettemin eiste ik dat ze onder geen enkele voorwaarde mijn nek zou loslaten. Dus crossten wij samen door de straten : ik op mijn fiets, ons ma achter mij aan bengelend en wanhopig trachtend mijn nek niet los te laten… Ik gillend : “Niet loslaten hé! Niet loslaten heb ik gezegd! Néééééééé! Terug vast pakken! Ik ga vallen! Hou mij vááááást!” En dan : boenk. Bleit.
Voor voorbijgangers moet het er uit gezien hebben als een scène uit “Comedy Capers” waarin een kind aan een wurgmoordenares tracht te onstnappen.
In ’t stadspark kon ik me heerlijk uitleven op mijn fietsje want er waren heuveltjes. Eens ik geleerd had om zonder ons ma rond mijn nek te rijden was dat een feest. Ja, een afdaling met mijn moeder wapperend aan mijn nek had niet echt praktisch geweest.
Met veel moeite ploegde ik door het zand tot op het heuveltje (een flink uit de kluiten gewassen molshoop in feite) om dan in volle vaart naar beneden te racen tot groot afgrijzen van ons ma en de andere omstaanders. Er moest al eens tijdig weggesprongen worden want zo heel baanvast was ik in ’t begin nog niet. ’s Avonds moesten er al eens builen en schaafwonden verzorgd worden, maar met de “Initiol”-zalf die volgens ons ma voor alles, maar dan ook voor alles, geschikt was, kwam dat wel in orde.

In 't stadspark met mijn eerste grote fiets op 16 mei 1963.
Haast elke woensdag kwamen we bijeen met de nichtjes en de piepkleine achterneefjes, zodat de mama’s konden bijkletsen en wij konden spelen. De eerste jaren was dat niet ideaal omdat het leeftijdsverschil te groot was en ’t waren dan nog allemaal jongens ook. Toen nog niet direkt mijn favoriete ras. Maar hoe ouder we werden hoe boeiender het werd. Ik toverde mezelf geestelijk om tot een jongen en zo geraakten de meeste problemen opgelost aangezien ik dan ook ineens de “oudste man van ’t gezelschap” was. De macho van de kleuters.

Op mijn 9de verjaardag, oktober 1966, zijn de neefjes, op 1 stuk na, eindelijk voltallig
Twee jaar later! Eindelijk, 't is gelukt! De neefjes zijn voltallig!
Wat ik ook een heerlijk uitstapje vond was naar de kerk van H.Rita gaan op de Paardenmarkt. Als ons ma zorgen had dan ging ze “een noveen doen”. Negen dagen op rij gingen we dan naar die kerk, gewijd aan “de heilige van de hopeloze zaken”, om daar even te bidden en tot mijn groot genoegen een kaars aan te steken. De ongelofelijk uitvinding van dat etablissement was dat ze daar… electrische kaarsjes hadden!!! Ge moest een geldstuk in een gleuf steken en naargelang de waarde van uw offer ging er dan een lampke branden voor het beeld van de H. Rita. Ik denk dat het voor 1 frank 1 minuut was, en voor 5 frank 5 minuten. Fascinerend vond ik dat! Zo'n flakkerend witgeel ballonneke dat plots oplichtte... In mijn ogen was het een automatische bidmachine! Ik had er geen woorden voor dat zoiets bestond, het was een puur mirakel! Een direkte lijn met de hemel!
Ik bad niet om ons ma haar zorgen op te lossen, ik bad dat ze er nog meer kreeg dat we rap aan onze volgende noveen konden beginnen. Want een noveen had toch wel heel veel weg van een kermis in mijn oogskes.
-----------------------
PS. Heeft er soms iemand van jullie een oude postkaart van het Noordkasteel in Antwerpen, of van het zwembad in de Lange Gasthuisstraat?
Ik zoek ze omdat ik weet dat ze bestaan en ik zou ze graag bij een van mijn volgende verhalen afdrukken. Alvast bedankt om even te snuffelen!
Inspiratie bij de bloggers!
Wat het schrijven van mijn jeugdherinneringen dubbel zo fijn maakt is dat het andere bloggers blijkt te inspireren! Ikzelf ben begonnen met mijn jeugdverhaaltjes te schrijven doordat ik de teksten op Myette's blog over haar kinderjaren zo fijn vond.
Mijn nichtje, Martje, van in de 70 natuurlijk
, herinnerde zich de rode kleur van mijn kleedje nog en ze heeft de foto bijgekleurd!


Een goede vriendin van me, Lucienne, ook een 70-er, zag deze foto en haalde een van haar oude poppen van haar zolder. Een echte hoornen pop van het merk "Schildpad". Vroeger een lieve troetel, nu een waardevol stuk. Ze naaide er een kleedje voor geïnspeerd op het kleedje dat ik droeg op de bovenstaande foto. Ze gebruikte de "schmok"-techniek voor de tailleband. Een werkje van geduld!

Harry van het blog "Rikavensis" vond mij een boeiend fotomodelleke voor het kaartje dat hij maakte voor zijn Photohop-examen!
En Ritje, maakte met een mooie kader, dit sprookjesachtig portretje van me!
Fijn nietwaar, dat we mekaar allemaal zo kunnen inspireren?!
------------------
Morgen een nieuwe aflevering van "Mijn Jeugdherinneringen".
Voorbereidingen tot dutje...
Eergisteren wou even in mijn bed gaan liggen om naar een filmke te kijken om mijn ellebogen en polsen wat te dwingen te rusten.
Zoals steeds was Phineas er als de kippen bij om op mijn schoot te gaan liggen...
Gelukkig lag mijn fotoapparaat binnen grijpafstand en zo kon ik deze
heerlijke foto's maken van een Phin die zich zalig ligt te installeren...



