
Jeugdherinneringen 5 :
Een dameskransje.
Doordat mijn ma al 45 jaar was toen ze mij kreeg viel ik in de familie zowat overal net tussenin. Mijn nichtjes waren allemaal vijftien of twintig jaar ouder dan ik, en mijn achterneefjes waren nog niet geboren.
Veel speelkameraden in de familie had ik dan ook niet. Dus verwenden bomma en ma mij maar rustig verder, iets wat ik mij graag liet welgevallen. De bompa’s waren al overleden, dus was’t bij ons thuis echt een dameskransje. Mijn pa werkte zes dagen per week lange uren in zijn fabriek in de verre Kempen en kwam alleen in de weekends naar ons, naar “’t stad”. De rest van de week verbleef hij in zijn ouderlijk huis met zijn broers en zijn oude moeder.
Mijn ouders hadden er hun roeping in gevonden om allebei voor hun moeder te blijven zorgen in hun oude dag dus ze hadden een soort van LAT-relatie avant la lettre.
Boven ons woonde een alleenstaande oudere heer en die heb ik dan maar als “bompa” geadopteerd. Een mens moet toch ook eens een mannelijk individu in zijn kennissenkring opnemen. J
Samen met “Nandje” zat ik voor de radio en hij draaide altijd de knop wat verder open als er orgelmuziek speelde, want hij was in zijn jeugd orgelbouwer geweest.
’t Was een heerlijke surrogaatbompa, maar we hebben niet echt lang plezier aan mekaar kunnen beleven want toen we op een dag terug kwamen “van den buiten” lag de lieve man dood op onze sofa. Bye bye bompa. Terug alleen vrouwen aan de macht.
Veel mannen waren er dus niet in mijn leven, want “Erikske van den beenhouwer”, met zijn meisjesschoentjes met hakjes en gouden riempjes, bleef ons ma halsstarrig niet tot het mannelijk deel van de wereld rekenen.
De laatste geliefde man in mijn leven die overschoot, en die ik haast dagelijks zag, was “Den Dikke”, waar we ’s avonds een crème-glace-ke voor 1 frank gingen kopen. Ja, als alle mannen in mijn leven zo tof en gul waren geweest als “Den Dikke”… Maar kom, dat zijn geen jeugdherinneringen meer, nu lopen we vooruit op de zaken. J
Huisdieren hadden we niet. Zelfs geen gecastreerde kater. Op school waren er alleen nonnen. Ook een soort van vrouwen blijkbaar. En het regiment achterneefjes dat ik later zou krijgen zat nog allemaal in het zaadcel-stadium. Vandaar waarschijnlijk dat ik niet graag met poppen speelde (die waren toen ik klein was allemaal vrouwelijk) en ik konstant een regiment beren rond mij had die allemaal jongensnamen hadden.
“Jim” (gevonden op straat. Ooit purper geweest, éénogig, met een loshangend been, en intens vuil. Maar ik wou hem niet meer loslaten eens ik hem opgeraapt had. Dus ons ma heeft hem noodgedwongen gewassen en toen ik hem aan de waslijn vond, aan zijn oren opgehangen, was ’t kot efkes te klein en heb ik mijn sirene danig opengezet bij ’t zien van zo’n gruwelijke dierenmishandeling), “Wim” (ook gevonden en gewassen), “Kring” (ja, ik weet het, een bangelijke naam voor een beer. Hij was begonnen als een schone witte pluchen beer die ik van onze pa kreeg bij een Vogelmarkt-bezoek, maar het duurde niet lang of hij zag ook grauw-grijs)), “Jerry” (een gele plastieken, in de kelder gevonden. Wel makkelijk te wassen), “Bimbo” (een heel kleintje dat ik van ons ma gekregen had. Een kleintje, omdat ons ma een zuinige was), “Dadi” (op klasuitstap naar Dadizele gekocht met mijn “drinkgeld” en veel ruzie voor die “geldverkwisting” gekregen), en tot slot “Berber” (nee, geen Marokkaanse beer maar een doodgewone rode plastieken die eigenlijk bij een Zoo hoorde, maar de rest van de dieren interesseerde me niet).
Ja, toen waren de mannen in mijn leven nog vrijwel allemaal virtueel. Niet slecht eigenlijk, want ge hadt er op die manier ook weinig last van, en ge kon ze makkelijk naar uw hand zetten, of tijdelijk in de kast deponeren als ge uw aandacht aan iets anders wou schenken. Probeer dat maar eens met een échte man te doen. J
Al de vrolijke voorvaderen die ik niet gekend heb...
Gezellig verzameld op een hotelterrasje in Luxemburg rond 1900.





































1 reactie op dit bericht
Hallo Laathi
dan stoppen we ze tijdelijk in de kast hihi .
Dat vind ik wel een hele goeie zeg.
Moet ik toch eens in overweging nemen hahaha
groetjes Corry