
Jeugdherinneringen 16 :
Beschermster der zwakken.
Het was niet enkel ik die soms uitroei-neigingen kreeg, onze pa had dat ook. Mijn pa!!! De grote dierenvriend!!! Het is dus blijkbaar genetisch bepaald.
Onze pa zijn vernietigingsacties waren vooral toegespitst op colorado-kevers die hij niet welkom achtte op zijn aardappelloof. Erg vond ik dat! Zo’n schone, kleurige kevertjes en onze pa ging die sukkeltjes dan met een grote, giftige spuitbus te lijf!
Als ik ’s ochtends aan de tafel hoorde dat onze pa plannen maakte om wat vroeger thuis te komen van de fabriek om ’s avonds nog eens “die smerige beesten dood te spuiten” dan nam ik overdag mijn voorzorgen.
Na ’t ontbijt ging ik dan in ’t kot een grote lege bokaal zoeken en begon zoveel mogeijk colorado-kevertjes van de patattenplanten te plukken. Een karwei waar ik lang mee zoet kon blijven want onze pa had een flink perceeltje patatjes staan. Toen al besefte ik dat ge niet iedereen kunt redden, maar dat dat geen reden is om niet uw best te doen. Als ik vond dat ik mijn “burgerplicht” naar behoren vervuld had dan sloot ik mijn bokaal en verstopte ik hem terug in ’t kot.
s’ Avonds na ’t werk begon onze pa dan aan de voorbereidingen voor zijn doodseskader, hij mengde poederkes en vloeistof en goot die in een grote verstuiver. Tijdens die activiteiten moest ik op een veilige afstand blijven. In die tijd gebruikte hij daar DDT voor en dat werd voor mij toch wat te giftig geacht. Dan was de tuin tijdelijk verboden territorium voor mij. Iets wat ik hem niet in dank afnam, maar kom, ik was dan al een beetje getroost dat ik hem toch weer te snel was af geweest en een deel van de populatie van die schone kevertjes in veiligheid had weten te brengen.
De volgende dag, als de kust vrij was en de pa en zijn broer naar ’t fabriek vertrokken waren, en ons ma in huis aan ’t werken was, ging ik dan mijn uitverkorenen verlossen uit hun bokaal en ze terug op hun rechtmatige grond zetten.
Ik weet nog goed dat als de pa dan ’s avonds zijn vernielingen kwam bewonderen hij er zich dikwijls over uitsprak dat die “verduvelde colorado-kevers toch wel wreed sterke beesten zijn”, of dat “den DDT toch niet meer zo straf was als vroeger”. Op zo’n momenten wist ik al dat ik moest zwijgen. Mezelf kennende vrees ik zelfs dat ik dan heel meevoelend en meewarig met hem mee stond te knikken… J
Goddank was dit een misdaad die steeds onontdekt en dus ongestraft is gebleven. En aangezien de boze oom al lang in de hel zit en ik toch niet van plan ben daar ook terecht te komen, én mijn pa in de hemel is, heb ik - althans tot ikzelf in de hemel aanbeland - niks te vrezen. Trouwens mijn pa zal nu ondertussen ook al wel een stukske vergevingsgezinder geworden zijn door al die rijstpap te eten denk ik zo.









































