
Jeugdherinneringen 12:
De onbegrijpelijke pikorde.
Mijn oudste achterneefje, Patrickske, was drie jaar jonger dan ik. Het was dus een goeie speelkameraad “in wording”. De eerste jaren was ik totaal niet geïnteresseerd want het was een schoon jongetje en hij leek helemaal niet op een beer, en aangezien ik alleen in beren en niet in poppen geïnteresseerd was liet die baby me koud. Baby’s stonken en plakten en maakten lawaai en kregen altijd al de aandacht. Zo eenvoudig was dat.
Maar naarmate de jaren vorderden vonden we mekaar.
Dat ging niet zonder slag of stoot. Ik herinner me nog goed dat ik de arme jongen eens met volle kracht op zijn hoofd aan ’t timmeren was. We zaten op de trap te spelen en we hadden ruzie gekregen, Mijn gewicht en leeftijd haalden natuurlijk de overhand, dus het kind werd vreselijk afgetroefd. Mijn nicht - Patrickske zijn mama - en mijn ma kwamen toegesneld om het arme jongentje te ontzetten en ik kreeg mijn verdiende straf. Ik moest in de hoek gaan staan. Ik heb daar lang, en verdiend, moeten staan staan. Dus ik had ik ook genoeg tijd om over mijn colère na te denken.
Ik begreep best dat ik zwaar in de fout was gegaan. Maar ik had er zo mijn redenen voor. Patrickske zijn bomma, ons ma haar zus, was mijn doopmeter. Maar die vrouw moest haar aandacht verdelen over ondertussen al vier neefjes én mij, haar petekind. Voor elke volwassen mens is de pik-orde dan duidelijk. Kleinkinderen komen vóór petekinderen. Op mijn leeftijd had ik daar echter totaal geen begrip voor.
Ik bleef dus maar jengelen dat Tante ook eens bij ons moest komen logeren en niet altijd bij “de jongeskes” moest verblijven en ons ma hield dapper vol dat “de jongeskes” vóór gingen omdat Tante voor “de jongeskes” “hun bomma” was, en dat “bomma zijn” belangrijker is als ”meter zijn”. Ik kreeg van Tante dan ook altijd pas het kadootje als mijn achterneefjes hun eerste keuze gemaakt hadden. Of het kleinste kadootje bleek steevast voor mij te zijn. Tante ging éérst op bezoek bij mijn achterneefjes en pas als er nog een dag overschoot kwam ze ook bij ons. Wat zelden of nooit gebeurde. In mijn ogen was dat allemaal zeer onbegrijpelijk en onrechtvaardig.
De ruzie met mijn achterneefje was dus ook helemaal niet de oorzaak, maar enkel de aanleiding, tot die wrede en grondige “afros”-partij. De diepere oorzaak lag in ’t feit dat ik geen flauw benul had dat er zoiets mocht bestaan als een pik-orde in een familie, dat ik mij vreselijk jaloers en misdeeld voelde door mijn Tante, en dat mijn achterneefje daar onbewust had voor moeten boeten.
Ik vond het zelfs heel jammer dat ik mijn speelkameraad zo afgetuigd had. Want het was dan nog wel mijn favorietje. Hij kon toch zo prachtig “Rode Ridder” met mij spelen… Het was een heel knap “Rode Ridder”-ke zelfs! Dat zag ik toen al!
We reden op denkbeeldige paarden door hun tuin, we speelden heelder scènes uit de stripverhalen na en beleefden dolle, en soms echt gevaarlijke avonturen.
Om “doktertje” te spelen waren we nog wat jong. Maar dat is niet erg. Want die schade halen we nu in. Patrick-“ske” is ondertussen mijn gyneacoloog geworden. J
Ik zal voor de rest dus maar heel braaf zwijgen over die jongen, want met iemand die zo’n diepe inkijk in mijn “ziel” heeft wil ik zeker geen ruzie meer krijgen. J
Kerstmis 1961 : Bomma met Patrickske op de arm.
En ik met betraande ogen omdat ik niet opgepakt werd...
September 1965 :
spelen in 't bos in Brasschaat. Ik 8 jaar oud, Patrickske 5.























































