
Jeugdherinneringen 7 :
Zwemmende en bezwijmende paarden.
Mijn eerste vakantie voerde ons naar de bossen van Kasterlee. Ik herinner me nog een molen, zandduinen en een speeltuin. Maar vooral mijn pa die in ‘t weekend op bezoek kwam! 
7 augustus 1960 met ma aan de molen van Kasterlee.
Tijdens de meeste zomervakanties verbleven we echter twee weken aan zee. In een groot “hotel” van de ziekenkas, “Zon en Zee”.

Ma en haar flinke stevige brok in Westende, 19 juni 1959.
Gewapend met een zwemband en een ronde, platte, blauwe doos “Nivea” trokken ma en ik dagelijks - gesteld dat het eens niet regende - naar ’t strand. De zwemband was levensgevaarlijk want die was achteraan open, het was in feite een “U” in plaats van een “O”. Vooraan stond er een grote paardenkop op die vreselijk in de weg zat als ge wilde zwemmen. Als ik me voorover legde dan plooide de “U” open, gleed ik langs achter uit die zwemband, blub, kopke onder, en had ik enkel die paardekop nog in mijn handen. En toch heb ik ook dát ding weer overleefd…
De doos “Nivea” was al even zinloos want later bleek dat in die platte dozen totaal geen zonnebeschermingsfactor zat. We verkoolden levend, maar we wisten het gelukkig niet. En dat is ook al veel. J
De regendagen waren een pak minder leuk. Het “hotel” was een groot en kil gebouw en ’t was er niet bepaald rustig met al die jengelende kinderen. Er moest ook op uur en tijd gegeten worden. Tot onze pa zijn groot afgrijzen. Als hij in de weekends op bezoek kwam voelde hij zich daar altijd “op vakantie in de gevangenis”. De manier waarop we allemaal voor de gesloten refterdeuren stonden aan te schuiven, alvorens de moeders als een kudde hongerige leeuwinnen met welpen naar binnen stormden om een goed plekje te bemachtingen, deed al zijn grijze haren ten berge rijzen. (Enfin, zijn haren waren dan toch tenminste al “op reis”.) De mens was altijd heel blij als hij ‘s zondagavonds de hectische zee kon inruilen voor zijn Stille Kempen en ’s maandags alweer kon gaan werken. Hij liet met liefde en plezier die zogenaamde “vakanties” aan zich voorbijgaan.

Op een van die regendagen kreeg ik er een cadeautje dat me echt fascineerde.
Het was een paardje dat gemaakt was van veelkleurige cylindervormige kraaltjes die over elastiekjes geregen waren (ik denk dat in die tijd “elastiek” de grote nieuwe uitvinding moet geweest zijn). Als ge de bodem van het zwarte ronde doosje - waarop het beestje als een soort standbeeldje gemonteerd stond - indrukte, dan viel het paardje in zwijm!!! De rekjes vielen slap en ’t beest viel in diggelen. Als ge de bodem traag terug losliet dan richtte het kralenpaard zich langzaam terug op! Wónderlijk vond ik dat!
Tijdens een van die verblijven aan zee werd ik moesziek. Mazelen of kinkhoest - of wat dan ook dat kinderen op die leeftijd moeten zien te overleven - en op die veertien dagen transformeerde ik van flinke dikke brok tot panlat. Dus voor mensen met gewichtsproblemen, schaf u een mazel-bacterie aan in de dichtstbijzijnde kindercrèche en laat ze haar werk doen.
Ik ben er de rest van mijn leven - mijn buik buiten beschouwing gelaten - slank door gebleven.

Met ma en bomma, in vrolijk opwapperende strandjurken,
op 't strand van Westende in september 1961.
Twee jaar later en zoals je ziet ben ik een heel pak slanker.
Toen ik iets groter was gingen ma en ik met de trein en de bus naar Luxemburg naar wat ze heel serieus “La Petite Suisse” noemde, in de hoop dat de bergen daardoor iets groter gingen lijken waarschijnlijk. Maar als ge ooit al foto’s van Zwitserland gezien had - “La Gránde Suisse” veronderstel ik - met zijn majestueuze sneeuwbergen dan was de desillusie wel groot als ge in Luxemburg die kale rotskes zonder sneeuw zag liggen… Toen leerde ik al dat als dingen een tweede naam hebben, dat meestal komt doordat de realiteit niet zo geweldig is.
Desalniettemin was het best een fijne vakantie. Mezelf in al die hollekes van die rotsen verstoppen was heel geestig. Voor mij toch. Alleen spijtig dat er niet veel anders te doen was dan dat gehate wandelen… en dat ons hotel kilometers ver lag van waar de genummerde wandelingen tussen de rotsen begonnen. Ik was altijd al doodmoe alvorens we aan de leuke stukken kwamen. En na de fameuze wandeling tussen de rotsen, kwam dan nog eens die eeuwigdurende wandeling door de veldwegen terug naar het hotel…
Gelukkig bleven we ook regelmatig een dag in ’t hotel en waren daar enkele andere kinderen om mee in de tuin te spelen. Neemt niet weg dat ik na die reis toch de stellige indruk had dat mijn benen wat afgesleten en nog iets korter waren geworden. Voor mij toch liever zwemvakanties dan die overlevingstochten. Dat was van toen af aan voor mij al een uitgemaakte zaak.
Daguitstapje vanuit Luxemburg naar Vianden in Duitsland.





























2 reacties op dit bericht
heel plezant geschreven
Wat is ook vind is dat je wel sterk op je moeder lijkt ....
Ik ben een trouwe lezeres van je jeugdherinneringen , doe maar rustig verder
Groetjes
Vera
Hallo Laathi
Ik heb ook nog zo'n oude waar ik voor de molen sta.
Gewoon doorgaan hoor met Uw verhaal heel erg leuk
Groetjes Corry Ik wens u een hele fijne week Groetjes van Corry