
6. Mijn eerste dt-fout.
In die tijd kreeg je bij sommige producten Artis-, Familia-, Historia-, Jacques- en Meurisse-punten. Artis was leuk. Daar kreeg ik dierenprenten voor die ik zelf in een boek mocht kleven. Historia was maar niks want dat waren sepia-kleurige prentjes met foto’s van “Ken uw Land” en “Ken uw Volk”. Doodsaaie prentjes vond ik dat op mijn leeftijd.
De twee laatsten echter, dát waren pas interessante punten voor mij!!! Die konden omgeruild worden tegen chocolade of, als ge genoeg punten hadt, zelfs tegen een doos van de heerlijkste pralines… Ik vergeet hun smaak nooit meer!
We moesten kilometers stappen om de bijeengespaarde verpakkingen van de chocoladerepen aan ’t fabriek af te gaan geven, maar dat was nu eens een wandeling waar ik echt plezier aan beleefde. Niet zomaar wat zinloos rondstappen maar een wandeling met een doel! En wélk doel dan nog : pralines!!! Op de koop toe zaten die dan nog verpakt in een blikken doos waarop de snuiten van de koning en de koningen gedrukt stonden! In kleur dan nog wel! Een ideale doos om later uw schildergerief in op te bergen.
Maar buiten die punten en chocolade-omslagen verzamelde ons ma ook de Fort-zegeltjes. Die kregen we bij de kruidenier, in de Nopri en in de Sarma. Ik mocht ze altijd in de boekskes plakken. Op de duur hadden we een keukenschuif vol en werd het tijd om ze te gaan inruilen. Dat leek me ook wel een lekker uitje. Voor zóveel zegeltjes moest ge in mijn ogen wel nog wat meer dan één armzalig kofferke pralines kunnen krijgen.
Een bijkomstig detail waarom ik zo naar dit uitje uitkeek was omdat mijn kleine oren, tijdens een gesprek onder volwassenen, hadden opgevangen dat “kozijn Paul - de man die later door ’t leven zou gaan als Baron Paul Buysse - een hoge plaats ging bekleden bij “de Fort” …
Fijn, dus én een mannelijk familielid ontmoeten, das zo eens iets anders, én er bovenop dan nog de baas van de Fort, dus die zou zeker véél pralines geven aan zijn familie.
Wist ik veel dat de “Ford-autofabriek” iets heel anders was dan de “Fort-zegeltjes” die ge bij de mayonaisepotten kreeg…
“Kom, trek uw jasje aan, we gaan de ‘Fort-zegeltjes-boekskes’ binnen brengen!”
En de wandeling met het hogere doel kon beginnen!
Dus kwamen wij met een zak vol zegeltjesboeken in de Fort-winkel. Een mevrouw ging ons verder helpen maar dat zag ik niet zitten. Ik wou en zou door kozijn Paul geholpen worden! Ik bleef dus maar dreinen : “Waarom komt ‘de Paul’ nu niet?! Ik wil de zegeltjes aan ‘de Paul’ zèlf afgeven!”
Waarop ons ma : “Zwijg nu toch, die madam hier gaat onze zegeltjes inruilen. Dat komt allemaal wel in orde.”
Maar ik bleef maar koppig doorgaan : “Nee, niet die madam, ik wil ‘de Paul’!!!”
Ons ma verloor haar geduld : “Wees nu alstublief eens stil, de madam gaat onze koffiemolen uit het magazijn halen en dan gaan we naar huis!”
Ja, toen viel ik wel even stil, want wat was dat met die “koffiemolen”? We gingen hier toch zeker pralines voor onze bonnekes krijgen??? Of niet soms?...
Van puur consternatie had ik blijkbaar gezwegen en toen vroeg ons ma :
“En trouwens wie is in godsnaam toch ‘de Paul’ waar ge zo om zit te zagen?”
“Awel, onze kozijn, ‘de Paul’, waarvan ge tegen de bomma vertelde dat hij zo’n goede job had gekregen bij de Fort! Die moet hier dan toch de baas zijn?!”
Ik maakte dus mijn eerste dt-fout nog voor ik kon schrijven… En zo kwam ik er achter dat een D of T op ’t einde van een woord in ’t leven héél veel verschil kan uitmaken. Iets wat Baron Buysse zeker zal kunnen beamen. 
De prentjes van "De Beuckelaer" en "Artis".




























2 reacties op dit bericht
Plezant
aha
Na vele jaren weet ik nu eindelijk waarom jij met ne Paulgetrouwd zijt.