15. Open en bloot.
Dat “gat-in-een-plank”-toilet was een doorn in mijn jeugdig oog, maar het ding dat zich tegen de achtermuur van de schrijnwerkerij bevond vond ik haast nog walgelijker! Het betrof het “pissijntje” voor mannen. Het bevond zich volledig in de buitenlucht en ernaast tierde een enorme vlierbessenstruik. Als kind was ik er heilig van overtuigd dat de vieze geur die er hing van die plant afkomstig was. Op een goede dag besloot ik de wereld van dat “stinkboske” te ontdoen. Ik ging naar de keukenschuif, nam het grote broodmes en trok de tuin in. Achter het muurtje van het “pissijntje” begon ik aan mijn zware taak. Niemand bleek me in de gaten te hebben dus ik kon rustig verder werken. Hoewel de struik meer dan driedubbel zo hoog was als ik had ik haar na een uurtje gedecimeerd. Het enige wat overschoot was een hoop stokjes en takjes. Ons ma was blijkbaar ondertussen toch wat ongerust geworden, want ze was het niet gewoon dat als ik in de tuin speelde, ik zo lang niets van me liet horen. De laatste plek waar ze ging zoeken was natuurlijk dat door mij zo gehate hoekje.
Opeens kwam ze de hoek om, stond stokstijf stil, niet goed wetend of ze me eerst dat mes moest afpakken of de onoverzichtelijke schade opnemen, en daar stond ik - heel fier en trots op mijn grondige werk - tussen die berg “stinkboskes”-resten.
“Maar wat hebt ge nu toch met die arme struik gedaan??? Kind toch, gij die zoveel van planten en dieren houdt? Hoe hebt ge nu toch zo’n vernieling kunnen aanrichten?!”
“Die struik stonk. Gij vondt toch ook altijd dat dat hier zo vies rook? Awel, ik heb die struik kapot gemaakt. En ge ziet, het ruikt hier toch al veel beter nu hé ma?!”
(Ah ja, dat rook daar nu naar frisgroene fijngehakte vlierbesstruik!)
“Maar kindje, die reuk kwam helemaal niet van die plant, die komt van dat pissijntje, waar de mannen hun plasje in komen doen!”
De verslagenheid en beteutering moeten in mijn ogen te lezen zijn geweest want ik kreeg zelfs geen ruzie omdat ik daar met dat groot mes in mijn handen stond.
Gelukkig groeien vlierbessenstruiken heel snel. Maar spijtiggenoeg niet snel genoeg om te kunnen vermijden dat ik ’s avonds mijn misdaad aan mijn lastige oom moest gaan opbiechten… Tja, de mannen hun beschutting aan hun pissijntje was ineens helemaal verdwenen en nu stonden ze daar vanaf nu open en bloot…
Ik had altijd heel drukke bezigheden in mijn tuin. Zo ging ik ’s zomers vaak op mijn eentje “picknicken in de tuin”. Ik nam dan ongezien de mayonaise-pot uit de keuken en toog onderweg naar het bedje waar onze pa zijn veldsla groeide. Ik plofte me midden tussen de plantjes neer, prutste de pot open, plukte de blaadjes en sopte die lekker in de mayonaise. Sla heeft me later nooit meer zo goed gesmaakt als in die tijd! Als mijn buikje gevuld was, dan deed ik mijn pot weer dicht, stevende op de keuken af, en zette de pot terug netjes op zijn plaats in de keukenkast.
Bij het avondmaal kwam die pot dan weer op tafel te staan… En o ramp, meermaals zat die dan vol aarde en blaadjes omdat ik ’t tijdens ‘t “soppen” al eens iets “per ongeluk” in die pot liet vallen en dat er niet meer uitgevist kreeg… Mijn oom sloeg dan van ontzetting altijd even rood uit als de radijzen uit onze pa zijn hof, en ons ma lachte dan eens groen zoals de vettige slablaadjes onder in die pot … J
1 reactie op dit bericht
Fijne week
Een fijne week vol met lentezon !!!!