
21. Alles kan altijd nog beter!
Maar nog fijner waren de dagen dat ma en ik mochten meerijden naar de fabriek van pa waar hij schoolmeubelen en speeltuinuitrustingen maakte!
Ten eerste was er dan de avontuurlijke autorit, en dan de aankomst aan die - in mijn ogen - reusachtige, fabriek! Vol met de meest gigantische zaagmachines! Lintzagen, paneelzagen, het eindigde maar niet! Er was zelfs een roetzwarte smidse met een echt vuur en aambeelden!

Pa bij een van de grote machines...
Het magazijn stond vol met afgewerkte turntoestellen. Bokken om over te springen, plinten, houten kegels, sportramen, soms klimtorens en af en toe zelfs een trampoline! Een fabriek als een speeltuin. Kunt ge het geluk van een kind voorstellen…

Een houtopslag naast de fabriek.

De opslagplaats vol evenwichtsbalken, zweedse banken en plinten.
Pa aan 't werk.
Het eigenlijke doel van deze tripjes was dat ons ma de burelen eens een grondige poetsbeurt gaf. En dat was wel nodig. Want als ’s middags pa en oom op hun bureel hun boterhammekes zaten op te eten, en hun koffie dronken uit hun blikken flessen, dan hadden ze als amusement : muizen voederen! Ze hingen dan broodkortsjes met een touwtje aan de spijlen van hun stoel en dan kwamen de muizen die er af knabbelen. Als ware dierenvrienden zouden ze ’t nooit in hun hoofd gehaald hebben om vallen te zetten. Het bureau was dan ook een onoverzichtelijke rommelhoop, tot grote wanhoop van ons ma. Voor mij was dat natuurlijk heerlijk want daardoor kreeg ze al de zooi nooit op één dag opgekuist en konden we meerdere malen per vakantie mee naar de fabriek rijden.
Terwijl zij poetste wijdde ik de nieuwe klimtorens in, testte de springplanken en klom in de camion (nog zo eentje met een lange neus, niet zo’n moderne platsmoelcamion als dewelke er nu rondrijden) waarin ik onder het dekzeil een kamp bouwde of hing te zwieren aan het metalen dakgebinte.

Het laden van sportramen op de oudste camion.
Een nieuwer model camion geladen met schommelpaarden.
En de schommelpaarden geladen met buurtkinderen.

De "nieuwste" camion geladen met houten bobijnen voor het bos van de fabriek.
Een eindeloze rij banken staat voor de opslagplaats klaar om geladen te worden.
In de winter werden de ijzeren kachels, die overal in de fabriek stonden, gestookt met houtkrullen, maar in de zomer moesten die op een andere manier verdwijnen. Ma en ik ruimden dan overal de krullen op die naast de machines lagen, schepten die op een karretje en reden ze naar buiten. Op het grote plein voor de fabriek maakten we daar dan een reuze kampvuur van waarnaast we met ons tweetjes picknikten. Ons ma wist altijd wel ’t nuttige aan ’t aangename te paren. En zelfs daar, naast de opslagplaatsen, had ons ma een piepklein tuintje aangelegd, dus ook daar kon ik smullen van allerhande bessen. Het dessert van de picknick was dus ook al geregeld.
17 juni 1959.
Samen met ma op een voorplein van de fabriek op een nieuwe schoolbank die pa
net gemaakt had. Op de achtergrond zie je een klimtoren in wording en het dennen-
bos waarin het vijvertje lag.
Achter de smakelijke braambossen begon het dennenbos dat bij de fabriek hoorde en daarin lag zelfs een natuurlijk vijvertje. Het groeide steeds volledig dicht met eendenkroos en voor ik er in kon gaan zwemmen gingen we dan bij de buren enkele eenden lenen. Ma en ik dreven het zevental eenden dan helemaal over het fabrieksterrein naar het vijvertje, lieten ze te water, en lieten hen hun buikjes vol eten met het smakelijke eendenkroos. Voor de dieren was het een leuk uitje met diner, en op die manier geraakte mijn “zwembad” proper. Heel efficiënt, zoals trouwens alles wat mijn ma organiseerde.
’s Avonds reden we dan met de camionette, als echte werkmannen - vuil en moe - terug naar de moemoe en schaarden ons voor de Leuvense stoof aan de tafel voor een welverdiend avondmaal. Overheerlijke dagen waren dat!
Pa in 1982. Bijna 70 jaar oud en nog steeds aan 't werk...
en hij zou dat nog tot zijn 76ste volhouden...
Een deel van de vervallen fabriek, net voor de afbraak in 2006,
waar ik nog een schat aan oude foto's uit kon redden.

















































