
Jeugdherinneringen 17 :
Wie zou er armoe lijden om een mondje meer?
De grote attractie van mijn verblijf op “den buiten” van onze pa was het poezen-regiment dat daar rondliep. Soms hadden we er wel dertien tegelijk! Die heerlijke dieren waren voor mij een onuitputtelijke bron van vreugde. Ik vond dat we er maar niet genoeg konden hebben. Moemoe, de ooms, pa en ma dachten daar heel anders over.
Als de kattinnen krols waren dan mochten ze de keuken niet uit en werden de katers niet binnen gelaten. Er werd streng op toegezien dat de deur altijd gesloten was. Het duurde een tijd eer ik het verband zag, maar op de duur begon het toch te schemeren… Op een of andere raadselachtige manier kregen de kattinnen kleintjes als ze buiten raakten… Aangezien ik niet liever had dan dat er elk seizoen enkele nesten waren was het dus zaak om het plan van de ouderen te boycotten. Maar voorzichtig. Want op krolse kattinnen buiten laten stonden ergere straffen dan op vlierstruiken uitroeien. Dit vereiste dus een omzichtige aanpak, temeer omdat ik de enige was die dit nobele doel nastreefde en de verdenking dus direkt op mij viel.
Een redelijk vruchtbare tactiek was “de plotse behulpzaamheid”. Door bijvoorbeeld voor te stellen om iets uit het magazijn te gaan halen. Liefst iets groot waar ik mijn handjes mee vol had, zodanig dat ik mijn lading eerst op de keukentafel moest deponeren alvorens ik de deur achter mij kon sluiten. Patatjes halen was daar heel bruikbaar voor. En ja, meermaals ben ik in mijn missie geslaagd, glibberde een krolse kattin buiten, werd vrolijk door de katers gedekt, en konden we na twee maanden een nest jonge poezen verwelkomen. Ondanks het feit dat “iedereen” toch zó goed opgelet had dat de kattinnen niet buiten gesukkeld waren… J
In de wintermaanden lagen al de katten op de schoorsteenmantel, in de zomer lagen ze overal. Na ’t eten werden de resten in een grote pot gemengd en kreeg heel de bende eten. Maar én mijn pa én mijn oom hadden zo hun favorieten die tijdens de maaltijden ook bij hen op schoot mochten zitten en daar gevoederd werden. Tot groot ongenoegen van ons ma, die natuurlijk vreesde dat die dierenliefde-genen ook in mij zouden zitten. Wat vanzelfsprekend ook ’t geval is.

De kleine poezen zitten ongegeneerd naast de soepketel op tafel...
... tot ons ma binnenkomt...
... je ziet een hand die de achterste poes plots in de lucht laat verdwijnen...
De katten hadden in die tijd nog geen ingewikkelde of mooie namen. Het was gewoon “de Minne” (een oude moederpoes met een ietwat moeilijk karakter die al ontelbare nesten had grootgebracht), en “de Kater” (een lieve, zeer dun in de pels zittende, magere kater), “den Ti” (dat kwam van “Tijger”, maar ik bleef die halstarrig “Bam Bam” noemen. Een stevige grijze kerel.), “het Spitske” (een frèle grijs moederpoezeke). En als toegift aan mij mocht ik er toch ook enkele “Suske”, “Wiske” en “Flipper” noemen.
Verscheidene van de poezen werden overreden. Zelfs in die tijd al. Maar als er een poes gewond was dan werd er wel vroeger gestopt met werken en reed mijn oom met de auto 20 kilometer ver naar de dierenarts en kreeg het arme dier de beste verzorging. Desalniettemin was iedereen - behalve ik - het er over eens dat we meer dan genoeg katten hadden. Maar daar stond wel tegenover dat een zwervertje dat haveloos kwam aankloppen nooit in de kou bleef staan en dat de harten dan weer snel vermurwd waren en de nieuwkomer gezellig mocht blijven wonen…
Dus onze kattenpopulatie bleef, dankzij mijn stiekeme “anti-geboorte-beperkings-acties” en de binnenvallende zwervers, tot mijn groot genoegen, vrijwel konstant. J

Met ma, moemoe en pa achterin de tuin.
Ik met een product van mijn “anti-geboorte-beperkings-acties” in mijn armen

Ronnie, Katia, Moorke en Flipper.


































3 reacties op dit bericht
De kartonnen doos...
Wij hebben véél propere kartonnen dozen weggegooid, en véél vuile lakens gewassen
Ook van datte
Het was soms ook anders....
We hadden ook een hond (een teef omdat die zachter zouden zijn voor kinderen ????) en als die loops was dan verschenen er wel regelmatig opgewonden mannetjes op onze hof.... Ook al konden die nooit tot bij de teef in de kennel geraken, ons moeder wist de reu in kwestie steeds te verdrijven met een emmer ijskoud water... Pfff dat mens kon niet veel verdragen zelle......