
29. Een Siswattil.
Het enige aspect van schoolgaan dat me echt boeide was het leren lezen. Ik wou boeken kunnen lezen! Dringend. Dat project vlotte dan ook vrij goed. Het eerste jaar moesten we een abonnement nemen op “Do-re-mi”, vervolgens werd dat “Zonnekind”, “Zonnestraal” en “Zonneland”. Ik begreep wel dat “Nonkel Fons van Averbode” ook iets moest verdienen maar échte boeken vond ik die tijdschriftjes toch niet. Dus abonneerde ons ma mij op een ander schoolboekje : “Historische Verhalen”. Maar dat bleek helemaal een ramp! De meest mistroostige verhalen, droog als gort, zonder ook maar één prentje. Over allemaal al lang dode mensen. Nee, zo had ik me een boek ook niet voorgesteld.
De redding zou pas komen toen ik wekelijks een aflevering van “Vlaamse Filmkes” kreeg. Spannende verhaaltjes en heel afwisselend van genre. Echte avonturen. Mijn jongenszieltje leefde weer op! Toch kreeg ik toen al in de smiezen dat ik later best mijn eigen verhalen zou gaan schrijven, want echt mijn volle goesting waren die boekjes toch ook nog niet. Reeds op jonge leeftijd zou ik dan ook al in de weer gaan met dagboeken. Ik heb er dan nu ook een kast vol…
Maar eer we zover waren moest er eerst nog een andere taal geleerd worden.
Reeds vanaf het tweede studiejaar was het zover. De eerste les Frans!
Ik vergeet de eerste pagina uit dat boek nooit meer. “Pierre va ramer” en een zin waar het woord “usine” in voor kwam. Alweer geen prentjes dus, en we wisten van toeten of blazen wat die vreemde woorden wilden zeggen. De juffrouw weigerde ze te vertalen omdat dat zogezegd “ons taalgevoel zou aanscherpen”… Bij kinderen van 6 jaar…
’s Avonds thuis liet ik ons ma het boek zien en ze viel bijna achterover. Het woord “usine” had voor haar geen geheimen omdat onze pa een “fabriek” had. Maar wat “ramer” wou zeggen wist ze ook niet. Een Frans woordenboek hadden we niet in huis dus werd aan de buren gevraagd wat het raadselachtige “ramer” kon betekenen. Niemand wist het. Allemaal volwassenen uit een stad waar tot voor enkele decenia nog veel Frans gesproken werd stonden met hun mond vol tanden! Zo’n dagelijks woord bleek het dus niet te zijn. Uiteindelijk kwamen we erachter dat “ramer” “roeien” betekende. De volgende dag op school deelde ik mijn nieuwe kennis direct met mijn arme, al even “geboulverseerde” collega’s als ik, wat alweer niet in goede aarde viel bij de leerkracht. Weeral straf dus. Alle hoeken van de kamer heb ik destijds gezien. J
Vanzelfsprekend moesten we op een nonnenschool ook leren bidden in ’t Frans. De “Weesgegroet” en de “Onze Vader” ratelden we op den duur vlot af. Alweer als automatische bidmachientjes. We verstonden er geen woord van, maar van dat gebed in ’t Nederlands begrepen we ook geen snars, dus daar maakten we ons niet druk over. Het resultaat was wel dat ik jarenlang aan iedereen gevraagd heb wat “een siswattil” in godsnaam nu wel was. Niemand heeft mij daar ooit op kunnen antwoorden. Tot er op de duur toch eens iemand vroeg : “Kind, waar hebt ge dat woord toch vandaan gehaald?” Waarop ik spontaan het “Onze Vader” in ‘t Frans begon af te ratelen en dat gebed eindigt dus met dat vreemde woord “een siswattil”. De vrouw schoot in een lach en sprak de eindzin langzaam en articulerend uit : “Ainsi soit-il.” Ze vertaalde het als : “Het zij zo”. “Amen”.
Tot mijn grote ontzetting bleek “een siswattil” dus niet eens te bestaan! Weer een illusie armer.
Het moeilijke Franse leerboek was een domper op de toch al karige schoolvreugde, maar wat nog veel dramatischer was was dat het tot een zeer ongelukkig “Eerste Communie”-kado zou leiden. Voor ’t eerst zou me “oorzaak en gevolg” duidelijk gemaakt worden… Maar dat verhaal is voor later.
Ik moet er hier zeker niet bijvertellen dat Frans nooit mijn lievelingstaal is geworden?

Mijn zesde verjaardag, 9 oktober 1963.
Francois mailde me over deze foto op dat hij vond dat mijn ogen toch zo droef stonden
hoewel een verjaardag toch een fijne dag zou moeten zijn.
Maar deze foto is genomen net na de eerste maand van mijn eerste studiejaar,
in de tijd dat het pesten over mijn mager zijn op volle toeren draaide.
Je weet nog wel, de toestanden die ik beschreef in de vorige aflevering van
mijn jeugdverhaal. Het was een trieste tijd.
Vandaar dat ik denk dat ma en ik op deze foto zo pips kijken.
Trouwens hier zien jullie ineens eens mijn schooluniformpje.
-------------------------------------------------------------------------------------
Morgen zeker een grotere foto van 't fotoraadsel want iedereen zit vreselijk op 't verkeerde pad!
























































7 reacties op dit bericht
Altijd bereid om goede raad te geven!
Moest ge ooit met uw Dolfijntje trouwen, laat dan ook zeker bij 't buitengaan van de kerk geen twee witte duiven los! Ten eerste is dat niet diervriendelijk, die beesten worden door de katten rond de kerk opgepeuzeld (ik ken dat uit ervaring, ik woon over een kerk) en ten tweede, in een van die beesten kan dus ook den H. Geest zitten!
Den H. Geest vermomd zich soms ook in een vlammeke! Dat doet hij meestal in de periode rond pinksteren.
Dus blijf dan zeker met uw lief weg van barbeque's en aanverwanten!
Meer uitleg over dit pijnlijke onderwerp komt aan bod in mijn twee volgende jeugdverhalen. Ik hoop dat ze tot lering gaan strekken.
In de hoop op deze manier te helpen om uw lief maagd te houden,
groet ik u beleefd.
Jawadde....
Chapeau!
In de loop van volgende dagen zet ik de verhaaltjes over de voorbereidingen van mijn eerste communie op 't blog...
Met foto's van de cathechismus... En mijn eigen kinderlijke interpretatie... U kennende gaat ge daar lol aan beleven
En nog iets bijleren ook... Want de kinnekes komen in de maagd door den Heilige Geest! Dat wist gij nog niet hé?! Awel, dat wist ik al van 't in 't eerste studiejaar. Dat ge als meiske altijd goed uit de buurt van duiven moest blijven
En nog eens merci voor uw zalige reactie, ik heb zitten schateren!
franse les en voorlichting
Heeft die mens daar miserie mee gehad van misnoegde ouders die dat echt niet konden apreciëren dat de meester zoiets uitlegde aan ons.
Ons moeder stond toen ook mee als eerste bij de directeur aan te schuiven om haar beklag te doen, nochtans was ik best fier thuis gaan vertellen dat die verhalen van de congo- of de kinnekesboot in het kanaal van willebroek niet waar waren, en dat ze met de ooievaar ook niet meer moesten afkomen. Hoe dat die kindjes in dat lichaam kwamen dat heeft die meester nooit durven vertellen... dat hebben we pas in het middelbaar via de bibliotheek uitgevonden.
Hallo Liliane!
Groetjes,Joël.
Dat waren bangelijke tijden :-)
Ja Bojako, das ongelofelijk hé hoe ze ons als kinderen dingen lieten vanbuiten lieten leren en opzeggen waar we echt de ballekes van snapten?! En wij deden dat ook nog allemaal!!!! Ik vraag mij soms af of de kinderen van nu dat ook nog doen. Zouden die niet veel mondiger zijn en dat gewoon vertikken?
Allez, die cathechismusvragen uit onze jeugd! Dat was een drama! Ik vertel er over in een van mijn volgende jeugdverhaaltjes.
Ik ben nu als een gek naar mijn oude cathechismus aan't zoeken om enkele foto's van die vragen en antwoorden te nemen. Ik weet 100% zeker dat ik hem nog heb want een klein jaar geleden, bij 't leegmaken van de kamers waar nu mijn hobbithol leke gevestigd is ,heb ik hem nog in mijn handen gehad. Maar het ding blijft onvindbaar... Maar ik geef niet op natuurlijk... Want van die waanzinnige teksten moeten er zoveel mogelijk mensen mee kunnen "genieten"
..
Groetjes en een fijne zondag!