
32. Verboden te bijten in het lichaam van Christus.
De dagen voor de communie waren hectisch. Ma naaide voor mij een stijfstaand wit kleedje, ze ontwierp een kroontje en een handtasje uit maagdelijke kant. Het kleedje moest keer op keer opnieuw gepast worden zodat ze telkens nog wat verbeteringen kon aanbrengen. En passen vond ik niet plezant. Zo lang stilstaan en dan nog met al die vervelende spelden… Pffft en dan nog langzaam ronddraaien om te zien of de lengte wel overal gelijk was. Wat een kwelling voor een beweeglijk kind.
Voor haarzelf ontwierp ze een lichtblauw tailleurke en een hoed.
Om nog te zwijgen van de voorbereiding van mijn kapsel… Ik had "ijzerdraadhaar". Er was werkelijk niets mee aan te vangen. Desalniettemin was ons ma al heel mijn jeugd bezig geweest met krulletjes in mijn haren te draaien, want ze zag toch zo graag krullen. Maar voor de communie moest het natuurlijk nog een specialer kapsel worden. Nóg meer ellende aan mijn kop...
De voorlaatste dag werden mijn haren zorgvuldig in de bangelijkste krullen gedraaid. Vervolgens werd ik zo onbeweeglijk mogelijk mee naar de fotograaf genomen. Bewegingsloos als een opgezet wit konijn moest ik daar staan poseren. Zonder beer. Dat viel dus ook weer niet in goede aarde.
De voorbereidingen van het gedoe begonnen stilaan mijn neus uit te komen. Goddank zouden de cadeaus dit beslist toch allemaal de moeite maken. Dacht ik.
Nog een extra fotosessie... Bij mijn tante beneden in de antiekzaak.
Zie mij hier weer "overgelukkig" staan stralen, zonder beer.
Hier sta ik uiterst spontaan voor een biechtstoel uit de 18de eeuw
die ze als pronkstuk achter in haar winkel had staan.
Eindelijk brak de grote dag aan…
Het werd een aaneenschakeling van zorgvuldig ingestudeerde pasjes en bewegingen. De jongens moesten aan de linkerzijde van de kapel op de witte tegels gaan staan en de meisjes rechts op de zwarte. Er werd in ganzenpas naar het altaar gedabbeld en daar kregen we voor de eerste keer van ons leven de heilige hostie! Dit was dan eindelijk het grote moment waar alles al die maanden om te doen was geweest.
Ge kunt u de desillusie niet voorstellen toen ik merkte dat die hostie ten eerste naar weinig smaakte en ten tweede ook nog binnen de minuut gesmolten was. (Kauwen was ten strengste verboden want dan beet ge in het lichaam van Christus!!!) En dan te bedenken dat ik aan een toverbol wel vijf minuten plezier beleefde en aan een “zjapmeter” (een meterlang lint van zwarte drop) een kwartier… En om die dingen te leren snoepen had ik niet maandenlang moeten oefenen.
Vanaf nu kon er ook niet meer “gebeuzeld” worden. En ging er dus bij ’t vertellen van een “onwaarheid” ook geen zwart kruis meer op ons voorhoofd verschijnen zoals toen we klein waren. (Hoewel ik dat nooit heb zien gebeuren, want ik ben regelmatig voor de spiegel gaan staan en elke keer als ik hem een leugen vertelde gebeurde er juist niets met mijn voorhoofd. Het bleef net even wit - of vuil – net als het voor de leugen was.)
Maar als we na onze “Eerste Communie” een “onwaarheid” vertelden ging dat plots een “leugen” heten en zou er moeten “gebiecht” worden. In een biecht-“stoel”, en dat bleek dan helemaal geen stoel te zijn - zoals een coiffeurstoel, of een tandartsstoel - maar een groot houten hok met een half gordijntje, een bank om op te knielen en een duister roosterke waarachter een pastoor iets zat te mummelen. Gij moest dan op uw beurt uw zonden van de week terug fezelen. Heel stillekes, maar toch verstaanbaar. Ge mocht ook niet te dicht bij dat rooster komen want er doorheen kijken was niet toegestaan. Probeer het maar eens…
Mijn lijst zonden zou ook elke week dezelfde zijn. Ik was drie keer ongehoorzaam geweest tegenover ons ma. (Nooit tegenover onze pa, gewoon uit tijdsgebrek, ik zag die mens toch alleen maar in ’t weekend.) Ik had drie keer gelogen. En ik was drie keer onkuis geweest. God weet wat ik met dat laatste bedoelde, maar de pastoor wist dat schijnbaar wel.
Elke keer moest ik als “penitentie” (nog zo’n woord!) drie “Wees Gegroet”-jes en drie “Onze Vader”-s bidden. Vanaf dan kon ik opnieuw gaan zondigen. Ik moest wel!! Anders had ik de volgende keer niets om te gaan biechten!!!

Mijn communieprentje.
Na de Communie-mis, pardon, de Communie-“eucharistieviering”, werd er gefeest.
De familie kwam samen in onze kleine living en er verschenen kristallen coupe’s op tafel tot de rand gevuld met garnalen en stukjes tomaat in whisky-saus. Persoonlijk sprak het mij niet zoveel aan als “Krieken op Jenever”, maar het kon er mee door. Daarna werden de “communie”-korfjes geserveerd. Gewone videekes in feite. Bakjes in deeg waarin kip en frikadellekes zaten en waar een zwanekopje uitstak. Best lekker. Dan volgde een stuk vlees met “groentenkrans”. Niet te doen.
Als dessert kwam crème-glace in de vorm van een lam op tafel. Ik vond het een beetje onsmakelijk om zo’n beest te moeten zien onthoofden maar later bleek dat ik nog heel veel geluk had gehad. Bij andere kinderen was het ijsbeest gevuld geweest met grenadine… Op het moment dat de kop er werd afgeschept stroomde de rode stroop over dat witte beestje! Ik ben mijn ouders nog altijd dankbaar dat ze me dat beeld bespaard hebben.

Het feest bij ons thuis. Ma staat rechtop, ik leg mijn arm rond moemoe.
Vanzelfsprekend was het de bedoeling dat de rijkgevulde tafel op de foto kwam
te staan... Maar de camera had weer zijn eigen willetje en hij trok de rijkversierde...
luster.
Er waren toen nog zekerheden in 't leven.
Na de maaltijd verschenen de cadeaus. Eindelijk!!! Het meest interessante aspect aan heel het gedoe volgens mij. Na maanden uitkijken naar dit gebeuren bleek het een grote teleurstelling. Ik had gehoopt op minstens één beer… maar nee. Uit het eerste pakje kwam… een gouden polshorloge… Goud! Wat een fragiel materiaal om aan mij te geven! Zou ik weer niet met mijn kwikbolleke mogen spelen als ik dat ding droeg waarschijnlijk…
Het volgende pakje dan maar. Dat was groter, alhoewel verdacht hoekig en veel te zwaar, maar ik koesterde toch nog hoop. De beer zat misschien in een doosje… Edoch. Uit het vrolijk gekleurde papier kwam het triestigste boek dat ik ooit gekregen heb : het “Kramer’s Nederland-Frans en Frans-Nederlands Woordenboek”. Die in ’t vervolg onder de naam “Den Dictionnaire” door ’t leven zou gaan. Dat vond ik nu echt helemaal geen cadeau voor een kind. Dat was een cadeau voor ons ma begot! Want zíj was het die zich druk maakte omdat ze die moeilijke woorden in mjin Frans boek niet verstond! Ik moest ze van de juffrouw niet eens kúnnen begrijpen. Ik moest ze alleen maar juist kunnen “prononceren” “om mijn taalgevoel aan te scherpen”.
Maar krijgt dat op zo’n moment, met heel de familie erbij, maar weer uitgelegd…
"Den Dictionnaire".
Het lichaam van Christus was smakeloos en de cadeaus in mijn ogen waardeloos.
Wat al die mensen in de eerste communie gezien hadden… ik zag het alleszins niet… En vanaf nu kwam er ook nog elke zondag een mis bij … Pfffff, en dat allemaal voor een fragiel horlogeke en “Den Dictionnaire”. Ik had toch weer een triestige ruil gedaan ja…
Dit was ons ma op haar eerste communie.
Ook al met een dikke collant waarschijnlijk bedoeld om
haar magere beentjes wat te verhullen.
Voor haar kapsel heeft ze zo te zien ook moeten lijden en afzien.
Maar aan haar glimlach te zien zijn haar cadeaus toch beter meegevallen.
Ofwel had ze ze nog niet gekregen en leefde ze ook nog in de naïeve illusie
dat ze een schone beer zou krijgen...






















































2 reacties op dit bericht
Oh ja, de papierkes met bier...
Er werden vierkante papiertjes geknipt, die werden in een baddeke met licht bier geweekt en dan werd zo'n velleke rond een haarstreng gevouwen waarna er een ijzeren krulspeld rondgeklemd werd. Er werd dan ook nog verwacht dat ge met heel die ijzerwinkel op uw kop ging slapen!
De volgende dag, als de krulspelden er uit werden gehaald, dan zag je er uit als een Marsmanneke wiens antennes in de knoop geslagen waren...
Ik heb toen, onderweg naar de fotograaf, zitten trekken en sleuren aan mijn haar om die pijpekrullen eruit te krijgen dat 't me verbaasde dat ik nog haar had toen ik bij hem aankwam...
Bangelijke tijden waren dat
communie
Groetjes van Yvette uit kuurne