42. Moemoe en ik in actie!
Elke namiddag liet ma moemoe en ik een dutje doen. Waarschijnlijk niet met ónze rust in haar achterhoofd maar wel met de háre. Op zo’n momenten kon ze dan even ongestoord in de keuken werken.
In de zomer was het altijd heel druk. Pa oogstte dan allerlei groenten en ons ma legde die op in grote bokalen die daarna in de kelder werden gezet zodat we ook ‘s winters tomatensoep en boontjes konden eten. Dat was altijd een heel werk. Om nog te zwijgen van de “krieken op jenever” voor het nieuwjaarsfeest en de eindeloze reeksen potten confituur die ma maakte van het fruit uit de tuin. (Al de appels die ik dus niet in ’t zwembad van de buurman gezwierd had). De appels die niet in ’t zwembad of de confituurpotten beland waren werden netjes uitgespreid op de zoldervloer. Rij aan rij lagen ze daar op oude kranten te wachten tot het winter werd.
De oplegbokalen moesten eerst gesteriliseerd worden in reuzegrote ketels alvorens de groenten er in konden gedaan worden en dan was ’t best dat ik uit de buurt was. Kwestie dat mijn grijpgrage vingers niet in de groenten van de steriele bokalen begonnen rond te woelen.
Ook konijnen werden klaargemaakt. Die sukkelaars zaten ergens achter ’t magazijn in konijnenhokken. Ik werd er zover mogelijk uit de buurt gehouden om er toch maar zeker geen affectieve band mee op te kunnen bouwen want anders had er natuurlijk nooit meer konijn kunnen gegeten worden. Zo slim waren ze wel. Gelukkig verdween dat droeve gebruik nadat de eerste oom zijn geest gegeven had. De arme konijnen vertrokken samen met hem naar de eeuwige jachtvelden. Die oom natuurlijk naar de hel. Zoveel was voor mij wel duidelijk.
Om mij en moemoe tijdens haar kookwerk op een menslievende manier uit te rangeren, stopte ma ons altijd net na de middag in bed. Samen stapten moemoe en ik dan de paar treden op naar de “kellekamer” en kropen gemoedelijk samen onder de dekens.
We lagen dan gewoon gezellig wat te praten over de belangrijke dingen des levens - op ons beider niveau dus, 6 jaar en 96 jaar maken op die leeftijden heel weinig verschil - en soezelden uiteindelijk ook meestal knus tegen mekaar weg. Al dan niet met een nest jonge poezen tussen ons in.
Een uurtje later kwam de “crème-glace”-kar en ma wekte ons dan met twee ijsjes die we in bed mochten oppeuzelen. Héérlijke momenten waren dat! We kregen dan beiden een plastic potje met daarin twee bolletjes vanille, mijn portie overgoten met grenadine-siroop. Smullend lepelden we onze potjes leeg.
Een extra fijn aspect aan de dagelijkse crème-glace traktatie waren de plastic lepeltjes! Elk seizoen had de ijskar andere modellen. Ze verschilden ook allemaal zodat ge ze kon verzamelen. De bedoeling was om het uiteinde van het lepeltje af te breken en die bij te houden tot ge de hele serie bezat. Soms waren de uiteinden van de lepeltjes verkeersbordjes. Soms wegwijzers. Soms letters. Heel boeiend voor de verzamelaar in mij!
Aangezien moemoe niet zo’n grote eetlust meer had besloot ons ma op een dag om voor moemoe, in plaats van een plastic potje, een hoorntje te kopen. Dan had ze tenminste toch ook al een voedzaam koekje binnen. Zusterlijk zaten we half rechtop in bed rustig te genieten. Ik lepelde mijn potje leeg en moemoe likte van haar hoorntje.
Tot ze plots opmerkte : “Ja, gij hebt het wel makkelijk! Gij hebt een lepeltje, maar ik kan niet meer aan de crème-glace aan want die zit diep in dit bruine ding en mijn tong is niet lang genoeg!” Educatief als altijd antwoordde ik haar : “Jamaar moemoe, dat bruin ding is een koekske en ge moogt dat mee opeten!” Waarop ze vliegensvlug het hoorntje in haar twee handen nam en het fluks doormidden brak! Heel ons bed en haar blouse zaten onder het ijs en de koekkruimels! Alwéér gedaan met ons ma haar rust want die zag zich ineens voor een berg was geplaatst.
Al de volgende dagen van de vakantie kreeg moemoe terug haar ijsje uit een plastic bakje.
Soms deed moemoe nog brei-pogingen. Ze wilde altijd maar sokjes breien voor “haar zoontjes” (stevige 50- en 60-plussers). Ons ma zette dan een breiwerkje op en moemoe mocht “broddelen” en prutsen naar hartenlust. Steevast viel ze toch na een kwartierje in slaap en tijdens dat dutje puzzelde ons ma het breiwerk dan terug uit mekaar en zette het opnieuw netjes op de priemen.
Op een namiddag vond ik haar in de veranda weggedut boven haar breiwerk. Ik nam de priemen uit haar handen, tilde de rok van haar schort omhoog, trok die over haar gezicht, en maakte de stof over haar gezicht vast met de breinaalden die ik kruiselings door haar haardotje stak. Moemoe zag er volgens mij zo heel geestig uit en ze zou beslist met mijn grapje kunnen lachen. Moemoe dutte tijdens mijn creatie vredig verder.
Ik verstopte mij achter de zetel om haar reactie af te wachten. Pijnlijk genoeg kwam ons ma toen net de veranda binnen. Ze schrok zich een ongeluk bij ’t zien van de moemoe uitgedost als een buitenaards wezen met twee priemen door haar hoofd, bevrijdde het menske en gaf mij een fikse uitbrander. En ik die dacht dat mijn ma zin voor humor had…
Ja, als kind ziet ge dementie wel door een héél ander paar ogen dan als volwassene...

Met ma, moemoe en pa achter in de tuin. Vanzelfsprekend met een poes in mijn armen.
Wil je de voorgaande afleveringen lezen klik dan op :
http://www.bloggen.be/laathi/
1 reactie op dit bericht
Nu heb ik net het gevoel alsof ik een heeeeeellll goed boek gelezen heb.