NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

            Romenu          

Romenu is een blog over gedichten, literatuur en kunst Maar Romenu is ook een professionele freelance vertaler
Du-Ne en Ne-Du
http://www.romenu.nl.

Blog als favoriet !
   Romenu op Twitter       

Follow Romenu on Twitter
Huur eens een (vakantie)huis in een natuurgebied, dichtbij het centrum van Nijmegen
          Google          

Mijn favorieten
  • Buddenbrookhaus
  • Thomas Mann
  • Hans Warren
  • Paul Celan
  • Georg Trakl
  • Frans Roumen
  • In Letterland
  • Frédéric Leroy
  • Romenu I
  • Yang
    Foto
    Georg Trakl    

    Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden. Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen. Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraïne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. De spanning en druk dreven hem ertoe een suïcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd.Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaïne
    Foto
    Paul Celan   

    Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. Daar was hij werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Vermoedelijk op 20 april 1970 beëindigde hij zijn leven zelf door in de Seine te springen.

    Gerard Reve   

    Gerard Reve over: Medearbeiders ”God is in de mensen, de dieren, de planten en alle dingen - in de schepping, die verlost moet worden of waaruit God verlost moet worden, door onze arbeid, aangezien wij medearbeiders van God zijn.” Openbaring ”Tja, waar berust elk godsbegrip op, elke vorm van religie? Op een openbaring, dat wil zeggen op een psychische ervaring van zulk een dwingende en onverbiddelijke kracht, dat de betrokkene het gevoel heeft, niet dat hij een gedachte of een visioen heeft, maar dat een gedachte gedachte of visioen hem bezit en overweldigt.”

    Foto
    Foto
    Simon Vestdijk   

    Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898 – Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romancier, dichter, essayist en vertaler. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden beschreef hij later in de Anton Wachter-cyclus. Van jongs af aan logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Amsterdam, waar hij zich in 1917 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijft als student in de medicijnen. Tijdens zijn studie die van 1917 tot 1927 duurde, leerde hij Jan Slauerhoff kennen.Tot 1932 is hij als arts in praktijken door heel Nederland werkzaam. In 1932 volgt zijn officiële schrijversdebuut met de uitgave van de bundel Verzen in De Vrije Bladen. Doorslaggevend voor Vestdijks uiteindelijke keuze voor de literatuur is zijn ontmoeting in 1932 met Eddy Du Perron en Menno ter Braak. Deze ontmoeting had tot resultaat dat hij redactielid werd van het tijdschrift Forum Kort daarop, in 1933, wordt zijn eerste novelle, De oubliette, uitgegeven. In hetzelfde jaar schrijft hij Kind tussen vier vrouwen, dat, eerst geweigerd door de uitgever, later de basis zal vormen voor de eerste drie delen van de Anton Wachter-romans. In 1951 ontvangt Vestdijk de P.C. Hooftprijs voor zijn in 1947 verschenen roman De vuuraanbidders. In 1957 wordt hij voor het eerst door het PEN-centrum voor Nederland voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die hij echter nooit zal krijgen. Op 20 maart 1971 wordt hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, maar voor hij deze kan ontvangen overlijdt hij op 23 maart te Utrecht op 72-jarige leeftijd. Vestdijk was auteur van ca. 200 boeken. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. Andere belangrijke boeken van Simon Vestdijk zijn: "Kind van stad en land" (1936), "Meneer Visser's hellevaart" (1936), "Ierse nachten" (1946), "De toekomst de religie" (1947), "Pastorale 1943" (1948), "De koperen tuin" (1950), "Ivoren wachters" (1951), "Essays in duodecimo" (1952) en "Het genadeschot" (1964).
    Foto
    K.P. Kavafis   

    K.P. Kavafis werd als kind van Griekse ouders, afkomstig uit Konstantinopel, geboren in 1863 in Alexandrië (tot vandaag een Griekse enclave) waar hij ook het grootste deel van zijn leven woonde en werkte. Twee jaar na de dood van zijn vader verhuist het gezin in 1872 naar Engeland om na een verblijf van vijf jaar naar Alexandrië terug te keren. Vanwege ongeregeldheden in Egypte vlucht het gezin in 1882 naar Konstantinopel, om na drie jaar opnieuw naar Alexandrië terug te gaan. In de jaren die volgen maakt Kavafis reizen naar Parijs, Londen en in 1901 zijn eerste reis naar Griekenland, in latere jaren gevolgd door nog enkele bezoeken. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, in 1933 sterft Kavafis in Alexandrië. De roem kwam voor Kavafis pas na zijn dood, dus postuum. Deels is dat toe te schrijven aan zijn eigen handelswijze. Hij was uiterst terughoudend met de publicatie van zijn gedichten, liet af en toe een enkel gedicht afdrukken in een literair tijdschrift, gaf in eigen beheer enkele bundels met een stuk of twintig gedichten uit en het merendeel van zijn poëzie schonk hij op losse bladen aan zijn beste vrienden.
    Foto
    Thomas Mann    


    Thomas Mann, de jongere broer van Heinrich Mann, werd geboren op 6 juni 1875 in Lübeck. Hij was de tweede zoon van de graankoopman Thomas Johann Heinrich Mann welke later één van de senatoren van Lübreck werd. Zijn moeder Julia (geboren da Silva-Bruhns) was Duits-Braziliaans van Portugees Kreoolse afkomst. In 1894 debuteerde Thomas Mann met de novelle "Gefallen". Toen Thomas Mann met 21 jaar eindelijk volwassen was en hem dus geld van zijn vaders erfenis toestond - hij kreeg ongeveer 160 tot 180 goldmark per jaar - besloot hij dat hij genoeg had van al die scholen en instituties en werd onafhankelijk schrijver. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de ironie, de fenomenale taalbeheersing en de minutieuze detailschildering. Manns reputatie in Duitsland was sterk wisselend. Met zijn eerste roman, Buddenbrooks (1901), had hij een enorm succes, maar door zijn sceptische houding tegenover Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veranderde dit volledig. Stelde hij zich tot aan de jaren twintig apolitiek op (Betrachtungen eines Unpolitischen, 1918), meer en meer raakte hij bij het Politiek gebeuren betrokken. Zijn afkeer van het nationaal socialisme groeide, zijn waarschuwingen werden veelvuldiger en heftiger. In 1944 accepteerde hij het Amerikaanse staatsburgerschap. Tussen 1943 en 1947 schreef Mann Doktor Faustus (zie Faust), de roman van de 'Duitse ziel' in de gecamoufleerd geschilderde omstandigheden van de 20ste eeuw. In 1947 bezocht hij voor het eerst sinds de Oorlog Europa, twee jaar later pas Duitsland. In 1952 vertrok hij naar Zwitserland. Op 12 augustus 1955 stierf hij in Zürich. Twintig jaar na zijn dood, in aug. 1975, is zijn literaire nalatenschap geopend: dagboekaantekeningen van 15 maart 1933 tot 29 juli 1955, alsmede notities uit de jaren 1918 tot en met 1921.Belangrijke werken zijn: Der Zauberberg, Der Tod in Venedig, Dokter Faustus , Joseph und seine Brüder en Die Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
    Foto
     Rainer Maria Rilke   

    Rilke werd op 4 december 1875 geboren in Praag. Hij had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das Buch der Bilder, toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn twee delen Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit een van zijn vruchtbaarste periodes, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. Rilke was daar diep onder de indruk gekomen van Rodin, bij wie hij een tijdlang in dienst was als particulier secretaris. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken. Dit kijken kwam neer op intense concentratie, om het mysterie te kunnen zien ‘achter de schijnbare werkelijkheid'. Latere en rijpere werken als Duineser Elegien (1912-1923) en het ronduit schitterende Die Sonette an Orfeus (1924) illustreren Rilkes metafysische visie op het onzegbare, dat haar verwoording vindt in een hermetische muzikale taal. Op 29 december 1926 overlijdt Rilke in het sanatorium in Val-Mont aan de gevolgen van leukemie. Enkele dagen later wordt hij, overeenkomstig zijn wens, begraven op het kerkhof van Raron.
    * * * * * * * * * * * * *  * * *   
    Romenu
    Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
    19-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Mika Waltari, Hartley Coleridge

    De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

     

    AUF DEM SEE
    brot & spiele

    hölderlin, von küssen trunken, beisst
    in eine birne; saftig
    frische nahrung saugt aus jener
    frucht er. es ist abend
    und der tag
    war heiss, wir lassen es uns gutgehn, nackt
    im pavillon. den kopf
    in den nacken gelegt,
    gleichend einem jungen star, den schnabel aufgerissen
    mit feuchtem blick empor erwarte ich, was
    hölderlin mir eingibt. wolkiggelbes tropfen gleitet
    über meine brust, das plätschern schallt
    quer übern see;
    mir war, als sah ich einen kahn.
    da kommt er durch die weide auch in sicht,
    an seiner ruderbank aus vollen kräften rudernd
    brecht. auf seiner stirn
    perlt schwül die luft.
    quer übern see
    schreit goethe einszwei, einszwei und gefällt sich dabei sehre.
    brecht seufzt lang und bang, er atmet kaum;
    der kahn, ein altes stück, schwankt, schaukelt und bricht durch:
    quer übern see,
    ein gurgeln, glucksen,
    himmelan ein vogelaufschwung, widerschallt
    jetzt unser lachen.
    der kahn sinkt nieder, weicher wind erhebt sich und
    im trüben licht verschwindet goethe grün mit
    brecht im schilf. der tag
    war heiss;
    sein antlitz rein, so schön im sommer, findet
    hölderlin den schritt zum steg, bespiegelt sich und badet dann.
    und wenn er aus dem wasser steigt, ists abend
    brotzeit.

     

     

    august und acker
    für jacques austerlitz

    du schlägst die augen auf: sand.
    du schlägst die augen auf: schnee.
    du schlägst auf land und findest
    ein kind, das du manchmal warst.

    ein junge in hohen strümpfen,
    ein junge in seide in furchiger weisse
    aus augustwüste und acker.
    die nüstern blähen sich blutig, wünschen
    sich wind und nicht dieses geschürfte zuhause.
    ein junge in hohen strümpfen und goldenen fransen,
    und man hört einen heimlichen traktor,
    und man hört verschiedenes rufen. der junge
    hat ein glas in der hand, auf den rücken geschnallt
    die schuhe sind dreck
    aus augustwüste, acker und sand.

    du schlägst die augen auf: schnee.
    du schlägst die augen auf: rot.
    du blinzelst, der junge hebt seine hand.
    aufschlag, er hat dir gewunken
    und trinkt die orangen jetzt leer.

     

     
    Crauss (Siegen, 19 september 1971)

     

     

    De Engelse schrijver, acteur en regisseur Patrick Marber werd geboren op 19 september 1964 in Londen. Zie ook alle tags voor Patrick Marber op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

    Uit: Don Juan In Soho

    “Afternoon. Winter.
    The large, open-plan lobby of a swank modern hotel in Soho.
    A long slab of strange, black slate for the reception desk. A few stools shaped like garden gnomes. A faux Louis XIV safa. A preposterous lamp.
    A little side table with a bottle of beer and a neat double Scotch on it. Also a small jar of cashew nuts.
    STAN (late-twenties, rumpled, not tall) and COLM (twenties, Irish, earnest) are found in mid-conversation.
    COLM WHERE IS HE?!
    STAN l'm sorry?
    COLM Is he here? He must be here!
    STAN Well he's not!
    Colm senses a lie. His eyes wander to the jar of nuts ...
    COLM Are they from a mini-bar? Did you stay here last night?
    STAN Nahhh. There's ... a little nut man on Berwick Street. Chinese bloke. I love a nut. Want one?
    COLM Where were you last night?
    STAN I was tucked up in bed!
    COLM Where?
    STAN In my lowly hovel.
    COLM So where's he?
    STAN I don't know!
    COLM What are you doing here?
    STAN Can't a man have an innocent beer without being molested?
    COLM (points to other drink) Who's this for? He drinks Scotch.
    STAN It's for me, it's a chaser.
    COLM So neither of you stayed here last night?
    STAN Why would he stay here when he's got a lovely new wife to go home to?”

     

     
    Patrick Marber (Londen, 19 september 1964)
    Dominique Moore (Lottie) en David Tennant (Don Juan) in Don Juan in Soho, Londen, 2017

     

     

    De Engelse dichter en schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor William Golding op dit blog.

    Uit: The Scorpion God

    “There were few men about. A slave was doing something highly technical to one of the steering paddles and someone was shovelling coal in the hold. The coal grit lay everywhere on her deck and sides and paddles. Only Talos was clean, waist deep in the deck, breathing steam, heat, and glistening with oil. Once Amphitrite had been a corn-barge that labourers had hauled up the river to Rome, an ungainly box, smelling of chaff and old wood, comfortable and harmless. But now she was possessed. Talos sat in her, the insect pointed over the harbour wall and hell roared. Phanocles poked his head out of the hold. He squinted at Mamillius through his sweat, shook his beard and wiped his face with a piece of waste. "We are almost ready." "You know the Emperor is coming?" Phanocles nodded. Mamillius grimaced at the coal dust. "Haven't you made any preparations for him?" "He said there was to be no ceremony." "But Amphitrite is filthily dirty!" Phanocles peered down at the deck. "This coal costs a fortune." Mamillius stepped aboard gingerly. "The hottest corner in hell." The heat hit him from the boiler and sweat streamed down his face. Phanocles looked round at Talos for a moment then handed Mamillius the piece of waste. He conceded the point. "I suppose it is hotter than usual." Mamillius waved away the waste and wiped his streaming face on the corner of his elegant cloak. Now that he was cheek by jowl with Talos he could see more of his construction. Just above deck level at the after-end of the sphere was a projection surrounded with springs. Phanocles, following his gaze, reached out and flicked the brass with his fingers so that it tinged and gave out a puff of steam. He looked moodily at the projection. "See that? I call it a safety valve, I gave exact instructions—" But the craftsman had added a winged Boreas who touched the brass with an accidental toe and rounded his cheeks to eject a fair wind. Mamillius smiled with constraint. "Very pretty." The springs strained, steam shot out and Mamillius leapt back. Phanocles rubbed his hands.”

     

     
    William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)

     

     

    De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Ingrid Jonker op dit blog.

     

    Bitter-berry daybreak

    Bitter-berry daybreak
    bitter-berry sun
    a mirror has broken
    between me and him

    I try to find the highway
    perhaps to run away
    but everywhere the footpaths
    of his words lead me astray

    Pinewood remember
    pinewood forget
    however much I lose my way
    I step on my regret

    Parrot-coloured echo
    tricks me tricks me on
    until I turn beguiled
    to retrieve the mocking song

    Echo gives no answer
    he answers everyone
    bitter-berry daybreak
    bitter-berry sun

     

     

    Escape

    From this Valkenburg have I run away
    and in my thoughts return to Gordon’s Bay:

    I play with tadpoles swimming free
    carve swastikas in a red-krantz tree

    I am the dog that slinks from beach to beach
    barks dumb-alone against the evening breeze

    I am the gull that swoops in famished flights
    to serve up meals of long-dead nights

    The god who shaped you from the wind and dew
    to find fulfilment of my pain in you:

    Washed out my body lies in weed and grass
    in all the places where we once did pass.

     

    Vertaald door Antjie Krog en André Brink

     

     
    Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)
    Portret door Jonel Scholtz voor het Ingrid Jonker Tribute Album, 2016

     

     

    De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

    Uit:De duivel verkoopt zijn ziel

    "Hij is weer jong en lanceert zijn eerste boek, dat al heel snel de Top Tienlijst haalt. Applaus, uitnodigingen, contracten, geld. Het applaus wordt luider en laat geen seconde af. Edward John Mesquita schrijft en blijft schrijven. Het tintelen van zijn vingers heeft zich over zijn hele lichaam verspreid, het is alsof zijn geest uitstroomt en verhaal wordt op het papier dat voor hem ligt.
    Eerst laat in de morgen legt de schrijver zijn pen neer. Hoewel zonlicht in overvloed naar binnen valt, zijn alle lichten nog aan. Het verkeersrumoer dat tot de kamer doordringt gaat aan hem voorbij. Voor de zoveelste keer herleest hij zijn verhaal en streelt hij de dichtbeschreven vellen. Vóór hem ligt zijn levenswerk, het verhaal waarvoor de heren uitgevers in de rij zullen staan.
    ‘Pico bello’, fluistert een bekende stem hem in het oor. ‘Zo briljant hebben de uitgevers je nog nooit gekend. Maak de verrassing compleet voor die leeghoofden. Je beste verhaal verdient zeker een feestelijk tintje. Doen!’ Met moeite sleept hij zich van de stoel en slingerend bereikt hij de kast waar hij zijn kleurpotloden in weet staan. De poppetjes die in verschillende kleuren dwars over de beschreven vellen van het manuscript verschijnen stellen zijn uitgevers voor, kinderlijke figuurtjes met armen en handen als bladerharken en hoofden als voetballen.
    De chauffeur, die voor de dagelijkse rit is komen voorrijden, treft een verschrompeld, haast seniel mannetje aan, dat met een schaar in de hand op de vloer zit. Overal om hem heen liggen papierresten van een manuscript. Met zijn mond wijd open lacht Edward John Mesquita. ‘Kijk’, zegt hij, ‘ik heb de mooiste poppetjes die ik ooit getekend heb, uitgeknipt.’
    Als de chauffeur hem hete koffie en boterhammen uit de keuken brengt, zit de schrijver niet langer in de papiertroep op de vloer en alsof hij een gedaanteverwisseling heeft ondergaan, blikt hij zelfverzekerd van achter zijn bureau op.”

     

     
    Orlando Emanuels (Paramaribo, 19 september 1927)

     

     

    De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Zie ook alle tags voorJean-Claude Carrière op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

    Uit: Audition

    « Un décor anonyme, une sorte de pièce vide avec sept ou huit chaises, deux portes au fond.
    Deux hommes, l’un plus âgé que l’autre, sont assis sur deux chaises. Pendant quelques secondes, ils ne bougent pas, puis le premier – le plus jeune – demande à l’autre :
    HOMME 1. Ça commence quand ?
    HOMME 2. Bientôt.Cette réponse est suivie d’un silence. Puis le plus jeune demande :
    HOMME 1. Ça veut dire quoi, bientôt ?
    HOMME 2. Ça veut dire dans peu de temps.Autre silence, plus court que le précédent.
    HOMME 1. Oui, mais le temps c’est relatif.
    HOMME 2. Admettons.
    HOMME 1. Pour certaines personnes, “peu de temps”, c’est une heure ou deux.
    HOMME 2. Exact.
    HOMME 1. Et ici, maintenant, si nous devons attendre une heure ou deux, ce n’est pas ce que j’appellerais “peu de temps”.
    HOMME 2. Tout à fait exact.
    HOMME 1. Donc, “peu de temps”, pardonnez-moi, au fond ça ne veut pas dire grand-chose.
    HOMME 2. Non. Mais bientôt, c’est bientôt.
    HOMME 1. Bon.
    Encore un silence. Les deux hommes bougent peu. Le plus jeune reprend :
    HOMME 1. Parce que moi, vous comprenez, je n’ai pas que ça à faire.
    HOMME 2. Mais moi non plus.
    HOMME 1. J’ai d’autres possibilités.
    HOMME 2. Mais moi aussi. Que croyez-vous ? Je vais même vous dire, cher monsieur... Quel est votre nom, à propos ?
    HOMME 1. Il est difficile à retenir.
    HOMME 2. Et pourquoi ? C’est un nom d’origine étrangère ? »

     

     
    Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)
    Affiche, 2010

     

     

    De Duitse schrijfster Stefanie Zweig werd geboren in Leobschütz, Oberschlesien, op 19 september 1938. Zie ook alle tags voor Stefanie Zweig op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2010.

    Uit: Ein Mund voll Erde

    “Die Farm in Ol’ Joro Orok, auf der kurz vor dem Zweiten Weltkrieg zwei Kinder unterschiedlicher Hautfarbe und Kultur eine lebenslange Freundschaft mit einem Mund voll Erde beschworen, lag dreitausend Meter hoch am Fuße des Mount Kenya. Selbst betagte Wunder der modernen Technik brauchten damals noch Bedenkzeit, bis sie zu den Hütten mit den grasbedeckten Dächern gelangten. Ehe meine Eltern auf die Farm kamen, hatten lediglich sechs Männer und keine einzige Frau ein Radio spielen hören. Und nur Kimani, der zwei Jahre in Nairobi bei einem indischen Geschäftsmann gearbeitet hatte, kannte einen Fotoapparat. Der von meinem Vater faszinierte die Menschen noch mehr als das Radio. Vor allem war das zu der Kamera gehörende Album eine Sensation – nicht nur, weil die Häuser auf den Fotos mehrstöckig waren und die Menschen vorwiegend dicke Mäntel und Strickmützen trugen, sondern auch, weil jedes der Bilder aus Deutschland als ein immer wieder begehrter Beweis diente, was der auf den ersten Blick so unscheinbar wirkende schwarze Kasten zu leisten vermochte.
    In Unkenntnis der Folgen fotografierte mein Vater in der ersten Woche auf der Farm meine Mutter mit einem irischen Wolfshund in Kalbsgröße, seine fünfjährige Tochter inmitten von drei in löcherige Decken gehüllten und zwei nackten Buben vom Stamm der Kikuyu und schließlich den Hausgenossen Owour samt Gehilfen mit einer erlegten Schlange. Ein solcher Kardinalfehler konnte nur einem Mann aus Deutschland passieren, der keine Ahnung von den Bedürfnissen, Begierden und Rivalitäten der phantasievollen Menschen hatte, deren Leben er und die Seinen fortan teilen sollten. Als nämlich der Film entwickelt und die Fotos zur Besichtigung freigegeben wurden, setzte ein nimmer endender Wettbewerb um die Gunst des naiven Fotografen ein, den man unermesslich reich und mächtig dünkte. Alle, vom greisen Viehhirten bis zu den Kindern, die noch keine Backenzähne hatten, wünschten sich ein eigenes Bild – eine von Kopf bis Fuß auf das eigene Ich eingestellte Aufnahme ohne störenden Baum, lästigen Bergoder ein vom Hauptsujet ablenkendes Tier. Ein solches Bild hätte den glücklichen Besitzer nicht nur unabhängig von einem Spiegel gemacht, den ohnehin kaum ein Mensch auf der Farm besaß, sondern Tag für Tag seinen Stolz und sein Prestige genährt. Ein eigenes Porträt wäre von Freund und Feind als der unübersehbare Beweis von Wichtigkeit und Auserwähltheit anerkannt worden.”

     

     
     Stefanie Zweig (19 september 1932 - 25 april 2014)

     

     

    De Finse schrijver Mika Toimi Waltari werd geboren in Helsinki op 19 september 1908. Zie ook alle tags voor Mika Waltari op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2010.

    Uit: The Egyptian (Vertaald door Naomi Walford)

    “Kaptah was at the inn when I returned and had drunk copiously in the wine shops of the harbor. He said to me, "Lord, for servants this land is the Western Land; no one beats them or remembers how much gold was in his purse or what jewels he had. If a master be wroth with his servant and order him to leave his house, the servant has but to hide himself and return the following day when his master has forgotten the whole matter." This he said in his customary manner as if he were drunk, but then he shut the door, and having assured himself that no one was listening, he went on, "Lord, strange things are coming to pass in this country. The seamen in the wine shops say that the god of Crete has died and that the priests in great fear are seeking a new god. This is dangerous talk for which sailors have already been hurled from the clifftop to be devoured by cuttlefish, for it has been foretold that the might of Crete will crumble when the god dies." A wild hope blazed up in my heart. I said to Kaptah, "On the night of the full moon Minea is to enter the house of that god. If he is indeed dead-and it may be so, for the people come to know all things at last though no one tell them-then Minea will perhaps come back to us from the god's house, whence no one has hitherto returned." On the following day I secured a good place in the great amphitheater whose stone benches rose up like steps one behind the other so that everyone could see the bulls without difficulty. I greatly admired this cunning device, never having seen another like it; in Egypt, at processions and displays, high platforms are erected that all may behold the god and the priests and those who dance. The bulls were let into the ring one by one, and each dancer in turn carried out a routine that was complex and exacting. It included many different feats, which must all be faultlessly performed in a prescribed order. Most difficult of all was the leap between the horns and from there the back somersault into the air, which must end with the dancer standing on the bull's back.“

     

     
    Mika Waltari (19 september 1908 - 26 augustus 1979)

     

     

    De Engelse dichter en schrijver Hartley Coleridge werd geboren in Clevedon, Somerset, op 19 september 1796. Zie ook alle tags voor Hartley Coleridge op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2010.

     

    Early Death

    She pass'd away like morning dew
    Before the sun was high;
    So brief her time, she scarcely knew
    The meaning of a sigh.

    As round the rose its soft perfume,
    Sweet love around her floated;
    Admired she grew--while mortal doom
    Crept on, unfear'd, unnoted.

    Love was her guardian Angel here,
    But Love to Death resign'd her;
    Tho' Love was kind, why should we fear
    But holy Death is kinder?

     

     
    Hartley Coleridge (19 september 1796 - 6 januari 1849)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2015 deel 2.

    19-09-2017 om 18:20 geschreven door Romenu  


    Tags:Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Mika Waltari, Hartley Coleridge, Romenu
    » Reageer (0)
    18-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak, Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers

     

    De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

     

    Marken

    I
    Het knekelveld: hier zag ik hen
    toen ik niet beter wist of
    aanstonds gingen graven open.
    Engelen in blauwe overalls en
    plompe modderlaarzen zij spatten
    met water alsof het licht was.

    Jeu de boules met het hoofd van
    een man van honderdtachtig jaar
    zij braken de kaak van zijn schedel
    een tandeloze kinnebak en er droop
    een lijntje van rulle aarde uit.

    Rommelend zag ik later op die dag
    de trage vuilniswagen naar dit
    weiland gaan, de molens kraakten.
    Zij gingen als mortel in een vloer
    beensplinters, kiezen en weer
    die draderige aarde.

    De onbereikbaarheid: een brede wetering
    om de heuvel vol graven, vol doden
    samen met Angelica weet ik de angst
    (mijn zusje, mijn zusje - al die verhalen)
    wij stellen vast hoe smal de greppel werd.

    Is dit te weten dat men ouder werd
    het brede water werd een hinkestap
    droogt na een jeugd de Lethe uit?

     

    II.
    Ons sjibbolet is mij reeds lang ontschoten
    ik ken de taal niet die men nodig heeft noch
    ken ik het gebaar dat vrede sticht en orde
    en voor een antwoord zorgt of een gesprek;
    er lopen mensen om mij heen aan wie ik ooit
    gevraagd heb om een brood, een liter melk.

    Nu ik mij witte hemden een lijntje stropdassen
    verwierf trek ik mij spoedig terug in een café
    de argwaan van een lompe jongen schimmen aan
    een tap het werend vocht aan al het meubilair
    stellen de engte vast van mijn verblijf.

     

     
    Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009) 
    Marken

     

     

    De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

     

    Weggebracht

    De mond zei dat de mond gesproken had.

    Snel de laatste regel geschreven,
    bleker dan een doodsklok.

    Er werd op de driftige deur gebonsd.

    Hier zijn de benen, hier zijn de armen,
    ze worden weggebracht.

     

     
    Armando: Melancholie, 2006

     

    Nog

    Het is er nog,
    het feest van dwaze elfen,
    de klopjacht op het evenbeeld,
    een zitplaats voor de haat.

    Het is er nog,
    de hardgekookte hongersnood,
    een zijweg aan de overkant,
    de hang naar het verraad.

    Het is er nu nog steeds,
    het werd een metgezel.

     

     
    Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

     

     

    De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

    Uit: De verkeerde wereld van Gerrit Komrij

    “Een gedetailleerde analyse van de hele bundel kan hier natuurlijk niet gegeven worden. Enkele gedichten zijn bovendien bepaald niet gemakkelijk, zodat het afwegen van de interpretatiemogelijkheden vele bladzijden zou vergen (‘Helena's stopwatch’ bij voorbeeld, en het gedicht dat ‘Verkeerde wereld’ heet). Ik zal alleen wat uitvoeriger stilstaan bij het eerste gedicht, ‘Janus’, omdat het een aantal aanknopingspunten biedt om de thematiek van de bundel in zijn geheel te achterhalen. Janus is de Romeinse god met de twee gezichten, die nogal eens op poorten wordt afgebeeld: een geschikte titel voor een openingsvers.

    Janus

    De zee is droog. Het vasteland is nat.
    Alleen de dode dingen hoor je zingen.
    De levende hebben hun tijd gehad
    En zwijgen stom. Groeten uit Scheveningen.

    Op dit strand worden alle vrouwen mooi.
    Hun ogen glanzen en rondom hun monden
    Verdwijnt hier elke levervlek en plooi.
    Haast om te zoenen zijn hier alle honden.

    De jongens daarentegen hebben in
    Hun neuzen onophoudelijk bezoek
    Van kevers, in hun oogkas huist een spin.
    Hun voorhoofd is vergaan, hun wang is zoek.

    Regel 1 is een ondubbelzinnig signaal: we bevinden ons in de omgekeerde wereld. Het is overigens opvallend hoe hardnekkig sommige lezers deze opening een realistische interpretatie proberen te geven, iets in de geest van: ‘de zee is over het strand gespoeld, er zijn zandbanken boven gekomen enz.’ Dat lijkt mij een fundamenteel foute lezing, want de regel wil juist aangeven dat we ons in een andere werkelijkheid ophouden. Blijkbaar heeft het te maken met het dodenrijk want ‘de levende [dingen] hebben hun tijd gehad’. De afronding van de eerste strofe: ‘Groeten uit Scheveningen’ levert met zijn ansichtkaartencliché een ironisch commentaar op een wel heel vreemd strandtafereel.”

     

     
    Ton Anbeek (18 september 1944)
    Borstbeeld van Janus in het Vaticaan

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog

    Uit: Das Truthuhnparadies

    „Zwei Tauben waren nämlich gerade dabei, auf dem Balkon in meinen frischen Brötchen herumzuhacken, und als ich sie empört fortscheuchte, schissen sie mir vor Schreck auf den Tisch. Unschwer erahnte ich das Gesicht meiner Mutter, hätte sie dies gewusst. »Weißt du eigentlich, wie viele Krankheitserreger in solch einer Taube stecken?« würde sie vorwurfsvoll fragen. Anzunehmenderweise enthielt Taubenkacke Cholera-, Typhus- und Pestbakterien in einer ausgewogenen Mischung. Meine Mutter ist überängstlich, dachte ich, wusch mir aber gründlich die Hände, nachdem ich das Häufchen mit Toilettenpapier entfernt hatte. Meine Wohnung lag im dritten Stock und bot einen phantastischen Blick auf die Straße. Die meisten Balkone waren trostlos, grau und leer, doch der Nachbarbalkon eins tiefer war vollgestellt mit Antennen und Satellitenschüsseln. Als dort die Tür zur Wohnung aufging, sah ich auch, wem sie gehörte. Der Verrückte trat hinaus und schaute wie magisch angezogen gleich zu mir empor.
    Er winkte mir fröhlich zu, zog aber dann, genau wie vorhin, wieder dieses geheimnisvolle Gesicht. Er stand etwas hilflos da. Offenbar wollte er mir auch diesmal sein Geheimnis verraten, wusste aber nicht, wie er es auf diese Distanz ohne Geschrei schaffen sollte. Als ich seinem Blick standhielt, sah er schüchtern zur Seite. Sicher hätte er ebenso zurückhaltend reagiert, wäre er ein ganz normaler Mann und kein Verrückter. Männer haben Angst vor starken Frauen, und dass ich eine starke Frau war, hatte ich eben beim Einkaufen bewiesen.
    Der Verrückte zog sich in seine Wohnung zurück. Wie ein Hund, der seinen Schwanz einzieht, dachte ich. Und bei dem Stichwort Schwanz kam mir mein eigenes Problem einmal wieder in den Sinn. Mein Problem war nämlich, dass ich keines damit hatte. Diese Erkenntnis der jüngsten Zeit hatte meinen Entschluss mitgetragen, in eine Großstadt zu ziehen. Obwohl ich mich über zu wenige Verehrer nie beklagen konnte, war ich doch anders als meine ältere Schwester, die nun mit dem siebten Mann ihres Lebens eine Familie gründen wollte.“

     
    Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)
    Cover

     

     

    De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

     

    Verhangen

    ’s Nuchtens, over winter, hangt 'n
    schuwe schooier in de top
    van een eike, langs een wegel,
    witgeijzeld, aan 'n strop.

    Zijn gerokken lijf, in vodden,
    wiegelt met een doof gerucht
    van de takken, lijk de slinger
    van een uurwerk, door de lucht.

    Diepe, met de randen vóór zijn
    ogen, zit een vette hoed,
    en er leken uit zijn neuze-
    gaten zwarte druppels bloed.

    Over ’t veld, in wilde snakken,
    loopt de scherpe wind en vaart,
    huilend lijk een brakke, door de
    stoppels van zijn roste baard.

    Uit de hemel, grauw lijk asse,
    met een aardig moordgeschreeuw
    draait een kraaie, rond de eike,
    nerewaarts, tot in de sneeuw.

    En ze vlucht, omdat de schooier
    zijn bebloede tong uitsteekt
    naar de zon, die lijk een gouden
    penning, door het oosten breekt.

     

     
    Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)
    Plakket aan de voormalige woning van Omer Karel De Laey in Hooglede

     

     

    De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar. Michael Deak is op 5 september op 95-jarige leeftijd overleden. Zie ook alle tags voor Michael Deak op dit blog.

     

    Danseres

    Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit
    en laat mij zacht de lof der minnen spellen.
    Met vingers die haar edeltenen tellen
    streel ik de dieren achter in haar huid.

    Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit
    dan zijn haar voetjes spitse springgazellen
    waarin de welpen van haar enkels zwellen,
    en die zijn snel en breekbaar als geluid.

    Haar voeten zijn van Venus en volmaakt
    met sterren om haar tenen te versieren
    en als zij danst breekt er de melkweg uit.

    Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt
    en in mijn handpalm ademen de dieren,
    slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.

     

     
    Michael Deak (18 september 1920 – 5 september 2016)
    Alkmaar, Kuipersbrug

     

     

    De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

     

    I Think of You (Fragment)

    I think of you
    in the stairways of housing blocks
    in the haze of the sweetshop
    that was freedom beyond
    the fence
    that breaktime locked us inside
    of you
    when winter kindled cold cigarettes
    between us
    you in the sweetshop and heroes of
    the cold war in pornographic poses
    dirty magazines in the window
    that made the boiler room mystical
    when we made sure
    no one could hear the kisses that rang
    like shouts between us
    I was hans and you were gretel
    the witch was the woman upstairs

    I think of you
    who thought you could joke with days
    that later proved deadly serious
    and turned themselves in like gangsters
    in the midwinter exams
    that hung like a cobweb
    in the ribbons of plaits and spread
    over the crewcut heads
    on an eternal bummer
    in the headmaster's speeches
    it was like jumping a bus only with time
    putting it all off until tomorrow
    sooner or later you would fall under the wheels
    I think of you
    whose only mistakes were made
    from ruthlessness towards yourself
    your face so wrinkled
    so lethargic in a cottoned dream along the streets
    like an airbed
    that the wind has forsaken

    and I think of me
    turning to avoid that face
    at the bus stop
    like truth
    like a memory I have buried
    with an azure ticket between your fingers
    en route to where
    the used condoms
    the broken ships
    and the yellow asylum
    still await you
    at 16 rpm through life
    gathering rings under your eyes in your sleep.

     

     
    Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver, biograaf en letterkundige Gerrit Borgers werd op 18 september 1917 te Brummen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Borgers op dit blog.

    Uit: Anna Blaman

    “Onlangs wilde iemand van mij weten hoe het toch kwam, dat het werk van Anna Blaman, geschreven met zulk een warmte en overtuiging, geheel afgestemd op levensaanvaarding, niettemin op het hoofdthema is gebouwd van de menselijke eenzaamheid. Lag daar niet een tegenstrijdigheid in? Afkerig van een vlot antwoord in de trant van biografisch improviseren, maakte ik er mij met wat vage opmerkingen van af; toch moest ik er achteraf erkennen, dat de vraag wel degelijk zin had gehad, in zover er een paradox mee werd aangeroerd, die iets zeer wezenlijks behelst van wat Anna Blaman tot schrijven moet hebben gedreven.
    Niets immers geeft een betere omschijving van de bestaansvoorwaarden van haar personages dan een eenzaamheid, die op verrassende wijze haar eigen tegendeel blijkt te zijn. Niet zozeer nog door de drang om een als ondraaglijk ervaren toestand desnoods geforceerd te doorbreken, - iets dat vaak genoeg in haar boeken geschiedt, - doch veeleer omdat eenzaamheid geen tastbare vorm aanneemt anders dan in innig contact met de medemens. Ik ben bijna éen met deze geliefde, of deze vriend, en doordat ik er zo dicht bij ben, zie ik eerst recht wat mij van het bereiken gescheiden houdt. De mens zonder bindingen, voor zover hij bestaat, weet misschien theoretisch, dat hij eenzaam is, maar hij wordt het zich niet bewust in concrete beproevingen. Hij is eenzaam, maar niet verlaten, en heeft er verder geen last van.
    Deze oneenzame eenzaamheid, waarin Anna Blaman een persoonlijke variant beleefde op een algemeen menselijk grondconflict, heeft literair zeer verschillende vormen aangenomen, waarbij zich globaal een ontwikkeling laat opmerken van de overweldigende erotische passie, volstrekte eenwording belovend aan de onervarene, naar het rustiger verlangen naar wederzijds begrip, dat dan uiteraard onder diezelfde paradoxale wet komt te vallen van wel en niet, van slagen en mislukken op een en hetzelfde moment.
    In de roman Eenzaam avontuur eenzaamheid genoeg; maar we kunnen dit ook anders beschouwen, want bij nader inzien zijn de handelende personen zo weinig eenzaam als het begrip avontuur met al zijn implicaties en bijbetekenissen maar te raden geeft. Lijden mag hier het individu onder zijn alleen-zijn, in ontgoocheling, waanzin, op zijn best berustend in menselijke beperktheid, de lezer vergaat het veeleer zo, dat hij na afloop de impressie behoudt van een overvolle ruimte, waarin de mensen borst aan borst elkaar door koortsachtig hijgen van hun bestaan en niet te korten rechten op geluk trachten te overtuigen.”

     
    Gerrit Borgers (18 september 1917 – 15 januari 1987)
    Portret van Gerrit Borgers door W. Schrofer, 1960

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

    18-09-2017 om 18:35 geschreven door Romenu  


    Tags:Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak, Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers, Gerrit Komrij, Anna Blaman, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nicolien Mizee

     

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Nederlandse schrijfster Nicolien Mizee werd in 1965 in Haarlem geboren. Toen ze 28 was ging ze naar de Schrijversvakschool, die in 1984 werd opgericht. In 2000, op 35-jarige leeftijd, publiceerde zij haar eerste roman ”Voor God en de Sociale Dienst”,over leven van een bijstandsuitkering, over haar werk als schildersmodel en haar opleiding aan de Schrijversvakschool. Drie jaar later volgde de roman “Toen kwam moeder met een mes”. Dat boek werd een groot succes. Het werd in 2004 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2006 kwam haar derde roman uit: “En knielde voor hem neer”. Intussen had de directeur van de Schrijversvakschool aan Nicolien gevraagd of ze les wilde geven in romans en verhalen schrijven. Daarnaast schreef zij voor het NRC Handelsblad. Later werden die stukjes gebundeld in het boekje “Schrijfles”. In 2015 verscheen “De Halfbroer”. Op 1 september van dit jaar verscheen “De kennismaking. Faxen aan Ger”

    Uit: De halfbroer

    “Met je moeder: zei ze op harde fluistertoon en alles was direct weer bij het oude. 'Er is iets vreselijks gebeurd. Oom Jan belde om te vragen hoe het met papa ging Ik vertelde natuurlijk dat het verschrikkelijk is, dat papa steeds het parlement toespreekt en de tafel dekt voor zijn dode broer. Dat ik niet weet hoe lang ik dit nog volhoud. En toen kwam ik boven en daar zat papa, met de hoorn in de hand. Hij had alles gehoord. Je moet direct komen? 'Goed,' Zei ik Ik trok het briefje van de muur en kneep het tot een prop, wat lastig was, met één hand. 'Kun je dan een pond tomaten voor me meenemen? Dat is nauwelijks een omweg voorjou, en het is misschien juist wel even prettig voor», een klein onnveggeije. Als ze wagen wat voor tomaten» wilt, dan zegje maar gewoon: 'gewone tomaten'. En als je tóch bij de groenteman bent, kun je dan ook wat selderij meenemen? 0, daar is de dominee. Hallo Johannes! Ja, ik laatje erin_ ik heb mijn dochter aan de telefoon, Nicolien, die ken je nog wel van vroeger, die komt zo om mij met Lex te helpen-.' Toen ik een kwartier later het tuinpad opkwam, zat mijn moeder achter de vleugel met haardominee, een kale man die van adel is en nog met de koningin heeft gecorrespondeerd. Ik haastte me naar boven en vond mijn vader aangekleed op bed, roerloos, de ogen open. 'Ben» echt? vroeg hij. 'Voel maar, zei ik en pakte zijn hand. 'Godzijdank,' zei hij zachijes.'Het werd ook tijd. Ik weet eindelijk waar ik aan zal doodgaan? Waaraan dan? vroeg ik. Aan uitputting. Ik ben gewoon steeds vermoeider. Ik vind het goed zo. Die dokters geven steeds geen antwoord. Ze noemen allerlei ziektes die ik heb, en voegen eraan toe dat ik daar niet aan zal doodgaan. Als ik dan vraag waar ik wél aan zal doodgaan, weten ze geen antwoord. Hij grinnikte:Ik heb een droge mond.' 'Ik zal een glas water voor» halen,' zei ik 'Ik heb een heel goed gesprek met Hans gehad, zei mijn vader.'Hij was
    helemaal naakt maar hij zag er heel goed uit. Vannacht stond hij ineens naast mijn bed. Ik heb tegen hem gezegd dat ik zwaar in gebreke ben gebleven indertijd. Hij zei dat het niet gaf. Ik was ontzaggelijk opgelucht.' 'Dat kan ik me voorstellen, zei ik Ja._ Ik zei "Hans, we hebben nooit echt gepráát En ik wil dit gesprek graag voortzetten, maar ik ben nu te moe." Toen zei hij: °Dan doen we het op een ander moment" Ik 7ki: °Dat zou geweldig zijn." Toen was hij weer weg' Wat is er roetje pink? vroeg ik 'Ik ben tegen het hek aangevallen. Eens per week maak Ik een reuzensmak' Hij grinnikte. 'Dat geeft ook niets. Dat is eigenlijk wel aardig. We moesten naar het ziekenhuis. Er zit een scheur in het bot.”

     

     
    Nicolien Mizee (Haarlem, 1965)

    18-09-2017 om 18:16 geschreven door Romenu  


    Tags:Nicolien Mizee, Romenu
    » Reageer (0)
    17-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

    De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

     

    Gehoorzaam de wesp

    Gehoorzaam de wesp
    en zijn angel: zet
    zoetigheid op tafel
    Geliefkoosde dranken

    Onder de linden
    is het goed toeven,
    kleverig
    met een wesp op je glas

    De wet van de wesp
    is ouder dan wielen
    hard als gesloten water
    in de winter

    Tot prinsjesdag, in september
    leven de wespen, daarna
    gaan zij op reces en
    sterven een voor een

     

     

    De benzinepomp

    Strogele vogelschrik
    wreed gestroomlijnd

    ’s nachts op zijn mooist
    in de benzineboomgaard,

    verjaagt noch verschrikt:
    lokt de koplamp.

    Tondelzwam,
    vuurgevaarlijk

    niet gedetermineerd
    door Linnaeus.

    Eksters leidt hij langs
    ’t nikkel in de kassa,

    de plukkers drenkt hij
    in de boomgaard.

    Romp zonder armen,
    mokkend crucifix;

    een zwam, onwelriekend
    aan de muur van stallen.

    Aluminium
    dagen, ijzeren jaren

    kloppend op de snelweg
    voedt zijn boodschap.

    Benzinepomp,
    vijfde evangelieschrijver!

    Zuilenheilige
    die zijn volgelingen

    toeroept ‘Vlieg
    naar de koperen einder!

    Daar is de zoetheid.
    Daar hangt de vrucht’.

     

     

    Klein Hoefblad

    Hoefblad werpt zijn heel verre van
    gloeiende sterren op de groene planeet,
    trillende schijnsels in de winterwind:
    ze zweven en staan toch bijna stil.

    Niet erg dichtbij, op een stuk of wat
    parsecs, brandt de Orionnevel op 't groot
    gasveld; sterren vóór duizend eeuwen,
    bloeiden op, t uur dat de verkenner

    scheepging, zijn al bijna roemloze
    reis naar de planeet, na parsecs geland.
    Rondziend (op zijn stengel) fluistert hij
    ‘Orion’, pluis bootst de lichten na.

    ‘Alles zo klein hier’, seint hij stil
    naar de Orionnevel: hoefblad blijft hier,
    gast uit het blauw die zijn missie vergat,
    onontraadseld, fbi en radar ten spijt.

     

     
    H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

     

    Want bussen, die minacht
    hij, tegen auto's voedt hij haat.
    Verregend ploegt hij jarenlang
    gerimpeld fietspad om.

    Maar halverwege brak

    krenk, gewricht laat los,
    moeren rollen spottend
    in de sloot. Stug hinkt
    hij steppend voort naar Grol.
    Geen griepje, nee liever steriele
    slangen door de neus, haperende
    symbolen op een schermpje, op de walkman,

    die doorschreeuwt als ik niets meer hoor,
    My Favorite Things. Zo wil ik dat het gaat:
    weloverwogen en onopgemerkt.

    Anonymus, particulier verzekerd.

     

     

    Idyllen

    I
    Wat rent er die haas
    voor je velgen van mes?
    Moet hij dat hij zo'n
    vaart ergens heen?

    Nee, nooit werd hij waar
    ook verwacht. Wat hem dreef
    was vandaan, dat men sloot

    zijn seizoen. Inderdaad
    in geen velden zijn jager.

    In je zog landt een koppel
    gemaskerde duifgrijs
    geharnaste kauwen in

    aas dat - maar
    langzaam - bedaart.

     

     
    Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

     

     

    De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

     

    Sympathetic Portrait Of A Child

    The murderer's little daughter
    who is barely ten years old
    jerks her shoulders
    right and left
    so as to catch a glimpse of me
    without turning round.
    Her skinny little arms
    wrap themselves
    this way then that
    reversely about her body!
    Nervously
    she crushes her straw hat
    about her eyes
    and tilts her head
    to deepen the shadow—
    smiling excitedly!

    As best as she can
    she hides herself
    in the full sunlight
    her cordy legs writhing
    beneath the little flowered dress
    that leaves them bare
    from mid-thigh to ankle—

    Why has she chosen me
    for the knife
    that darts along her smile?

     

     

    Sonnet In Search Of An Author

    Nude bodies like peeled logs
    sometimes give off a sweetest
    odor, man and woman

    under the trees in full excess
    matching the cushion of

    aromatic pine-drift fallen
    threaded with trailing woodbine
    a sonnet might be made of it

    Might be made of it! odor of excess
    odor of pine needles, odor of
    peeled logs, odor of no odor
    other than trailing woodbine that

    has no odor, odor of a nude woman
    sometimes, odor of a man.

     

     
    William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

    Uit: Sometimes a Great Notion

    “Down through the druid wood I saw Wildman join with Cleaver Creek, put on weight, exchange his lean and hungry look for one of more well-fed fanaticism. Then came Chichamoonga, the Indian Influence, whooping along with its banks war-painted with lupine and columbine. Then Dog Creek, then Olson Creek, then Weed Creek. Across a glacier-raked gorge I saw Lynx Falls spring hissing and spitting from her lair of fire-bright vine maple, claw the air with silver talons, then crash screeching into the tangle below. Darling Ida Creek slipped demurely from beneath a covered bridge to add her virginal presence, only to have the family name blackened immediately after by the bawdy rollicking of her brash sister, Jumping Nellie. There followed scores of relatives of various nationalities: White Man Creek, Dutchman Creek, Chinaman Creek, Deadman Creek, and even a Lost Creek, claiming with a vehement roar that, in spite of hundreds of other creeks in Oregon bearing the same name, she was the one and only original...Then Leaper Creek...Hideout Creek...Bossman Creek...I watched them one after another pass beneath their bridges to join in the gorge running alongside the highway, like members of a great clan marshaling into an army, rallying, swelling, marching to battle as the war chant became deeper and richer.”
    (...)

    “He had only smiled, condescendingly and therapeutically. "No, Leland, not you. You, and in fact quite a lot of your generation, have in some way been exiled from that particular sanctuary. It's become almost impossible for you to 'go mad' in the classical sense. At one time people conveniently 'went mad' and were never heard from again. Like a character in a romantic novel. But now"--And I think he even went so far as to yawn--"you are too hip to yourself on a psychological level. You are all too intimate with too many of the symptoms of insanity to be caught completely off your guard. Another thing: all of you have a talent for releasing frustration through clever fantasy. And you, you are the worst of the lot on that score. So... you may be neurotic as hell for the rest of your life, and miserable, maybe even do a short hitch at Bellvue and certainly good for another five years as a paying patient--but I'm afraid never completely out." He leaned back in his elegant Lounge-o-Chair. "Sorry to disappoint you but the best I can offer is plain old schizophrenia with delusional tendencies.”

     

     
    Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
    The Storyteller Ken Kesey Memorial in Eugene, Oregon

     

     

    De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

    Uit:Meat and vegetables

    “Wat doet nou per slot van rekening die hele 5de Mei ertoe? De gewone man gelooft het allang. Om aan de 5de Mei te denken, daar moet je toch voor gaan zitten! Dat is toch een karwei! Laat de redactie van dit nummer ons nu eens eerlijk biechten, hoeveel moeite het heeft gekost, om zijn inhoud bij elkaar te krijgen? Hoeveel spontaneïteit zit er achter? Ik weet zelf het best, wat een moeite het kost, je gedachten op een stuk voor een nummer, dat aan de 5de Mei is gewijd, te verzamelen. Waarom duurt het tien jaren voordat een boekwerk als Onderdrukking en Verzet gereed kan komen? Waar is de verontwaardiging gebleven, de vaart in het denken uit de jaren 1940-1945?
    Je kunt het ook anders zeggen, en iemand die proza schrijft, zegt de dingen het best op de meest prozaïsche manier.
    Kijk, op 3 October eet iedere goede Leidenaar, en eigenlijk iedere goede vaderlander, hutspot met klapstuk. Waarom eet geen mens op de 5de Mei meat and vegetables? Daar is geen minister voor nodig, geen regering en geen erecomité. Dat heeft niets met de economie te maken of met de industrialisatie. Waren de meat and vegetables, die de Canadezen medebrachten, minder welkom dan destijds, na het beleg van Leiden, de hutspot? De Joden eten op Pasen matzes. Waarachtig niet, omdat ze zo lekker zijn, al zijn ze dat. En op Poerim hamansoren, en ze steken op het Inwijdingsfeest een lichtje aan. Zonder regering en zonder minister en zonder bijzondere propaganda. En ze weten heel goed waarom. Ze herdenken feiten van duizenden jaren geleden. Ligt 5 Mei 1945 dan zoveel langer terug? Maar daar heb je die vervelende Joden weer. En de redactie wil per se, dat ik daarover schrijf.
    Ze zal haar zin hebben.”

     
    Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)

     

     

    De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

     

    Dichter sein

    Es war bloß ein Traum Namdeo und Vitthal Erschienen mir im Traum
    Mach du gefälligst Gedichte Sagte Namdeo Hör auf deine Zeit zu vergeuden
    Vitthal gab mir das Versmaß Und einen Klaps Um mich zu wecken Aus meinem Traum Im Traum
    Die Gesamtsumme Der Gedichte die Namdeo zu schreiben gelobte War eine Billion Sagte er Alle ungeschriebenen, Tuka Fallen auf dich
    Gewährtest du mir Nur Zuflucht, Herr Dir zu Füßen zu weilen In einer Reihe von Heiligen
    Ich hab schon hinter mir gelassen Die Welt die mir lieb war Steh nicht still Du bist am Zug jetzt
    Meine Kaste ist niedrig Meine Herkunft gering Ein bißchen Hilfe von dir Hält lange vor
    Dank Namdeo Hast du mich besucht In einem Traum und der ließ mir zurück Poesie
    Das ist wirklich ungewöhnlich, Hari Es heißt du linderst Leid Und hier steh ich, dein treuer Diener Und mein Haus ist heimgesucht von Poesie
    Je mehr ich glänze mit Gedichten dir zum Lob Desto mehr läßt mein Werk scheint's zu wünschen übrig Das ist noch so ein erstaunlicher Widerspruch Sorge ist der Lohn für Achtsamkeit
    Sagt Tuka: Herr, gerade wird mir's klar Dir zu dienen ist die äußerste Schwierigkeit
    Bin ich ganz vom Boden abgehoben Bilde mir ein daß ich Gedichte schreibe Bestimmt werden die Dichter dich loben All die Prominenten lachen über mich
    Des Lebens schwerste Prüfung Muß heute mir gelingen Wovon ich keine Ahnung hab Davon soll ich jetzt singen
    Ich bin das Unschuldslamm das sündigen soll Was ich anstellen muß kann ich nicht sagen Anfänger bin ich in der Kunst ganz unbeschlagen Mein Meister selbst ist mir verhüllt
    O Herr, erleuchte und begeistre mich Sagt Tuka: meine Zeit vollendet sich
    Wo beginnt man mit dir O Herr, du hast keine Anfangszeile Es ist so schwer dich in Gang zu setzen
    Alles was ich versuchte ging schief Du hast alle meine Möglichkeiten erschöpft
    Was ich eben noch sagte hat sich in Luft aufgelöst Und ich lieg wieder am Boden
    Sagt Tuka: ich bin wie betäubt Mir fällt nicht ein einziges Wort ein

     

    Vertaald door Lothar Lutze

     

     
    Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

     

     

    De Oostenrijkse dichter en schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Fleischer op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

    Uit: Der Büttelschrei. Die Ilias, die Äneis und die göttliche Komödie in Schüttelreimen

     

    Wir stückten früh. Er sagte: Auf nun in die finst’re Limbusnacht.
    Kein Heiliger ist dort, der milde unter seinem Nimbus lacht.
    Vielmehr sind’s Frühgeburten, die nie Böses taten, am Bösen litten.
    Und dennoch würden sie vergeblich Jesus ums Erlösen bitten.
    Der größte Christenschuft kann sich von Sünden durch die Beicht’ entleeren,
    selbst knapp vorm Tod. Doch die gerechten Heiden kann Gott leicht entbehren.
    (....)

    Ich bin Erzähler, Schüttler. ‘S zeig als Worterheischer Fleiß ich,
    und ich gesteh’s: nicht Kantendübel, sondern Fleischer heiß ich.
    Stirb ich, will ich Olymp-wärts, mit Dionysos und Hermes leben
    Und mich hinweg von aller Unbill dieses Erdenlärmes heben.
    Doch denk’ ich – tu den Geist mit Wein jetzt freudedurstig heben, laben,
    dass wir nur dieses eine, ach so kurze Erdenleben haben.

     

     
    Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

     

     

    De Franse dichteres en schrijfster Albertine Sarrazin werd geboren op 17 september 1937 in Allgiers. Zie ook alle tags voor Albertine Sarrazin op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

     

    Sur les frais oreillers de marbre ciselé

    Sur les frais oreillers de marbre ciselé
    Où fane un lourd feston de corolles savantes
    Se confondent sans fin les amants aux amantes
    Qui se sont fait mourir du verbe ensorcelé

    Avares du vieillir ô vous enviez-les
    D'avoir sur le tremplin des extases si lentes
    Laissé ce million de minutes naissantes
    Et bien royalement le monde tel qu'il est

    Cette nuit-là comme il s'aimèrent sans mensonge
    Quelque pouce géant dans sa toute bonté
    À fait rouler leurs yeux hors des coffres du songe

    Cependant que très loin sur les terres bénies
    Les violons têtus enchantaient les Asies
    Et riaient de tendresse leurs divinités

     

     

    Je suis en mal du mal que j'aime

    Je suis en mal du mal que j'aime
    Du ciel fauve où bat sans arrêt
    Appel rythmé la forêt
    Pour l'impossible poème.

    Dans nos courses d'enfant pas sage
    Sous le dôme d'air et de lait
    Comme la fontaine volait
    Légèrement au visage.

    Le vent bruni couleur de flûte
    Dans le sable nous effaçait
    Et douce pluie dansait
    Mêlant nos pas en sa chute.

     

     
    Albertine Sarrazin (17 september 1937 – 10 juli 1967)

     

     

    De Engelse dichteres schrijfster Mary Stewart werd geboren op 17 september 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor Mary Stewart op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

     

    Lidice

    This is a conquered village. Here is death
    Sitting in silence; stone from very stone
    Has dropped, and grey grass of oblivion
    Crawls in the cracks to blot the lines beneath.
    Cottage, street, orchard — blackened boughs uplifted
    That have borne fearful fruit — and everywhere,
    Over the village that has died in fear,
    The thin essential dust has drifted, drifted.

    This was a conquered village: but the hour
    In which it died brought it beyond the clutch
    Of fear, to freedom; and the tyrant's touch
    Startled potentiality to power.
    Oh fools who did this thing, who dream of winning
    Safe from day's arrow, from the noonday's terror,
    Authors of unimaginable error —
    Did you not know the End is the Beginning?

    There is no end, oh blind. Though you have shot
    The fortunate men, though girls in different graves
    Lie crying through the night, though you call slaves
    Children with murdered eyes — yet you forgot
    There is no end. Since you have blindly made
    Dangerous what lay dormant here before,
    You who have murdered sleep shall sleep no more,
    And shall, who wrought by terror, be afraid.

     

     
    Mary Stewart (17 september 1916 – 9 mei 2014)

    17-09-2017 om 10:42 geschreven door Romenu  


    Tags:H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart, Romenu
    » Reageer (0)
    16-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe

    De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

     

    (de buikspreker)

    was het Rimbaud die de dichtkunst
    aan de vooravond van zijn vertrek
    naar Afrika
    op de knie heeft genomen zodat ze
    wenen kon?

    want in Afrika
    is het ’t voorrecht van een dichter
    immers dat je niet hoeft in te staan
    voor je opinies

    je neemt het gedicht op je schoot
    die schattige
    buikpop:
    en laat het dan een dans dansend
    vrijheidsliederen zingen voor Afrika

     

     

    aan de wereld te kunnen zeggen

    aan de wereld te kunnen zeggen
    de weg te onthouden
    wanneer de gedachte aan
    het grote vergeten voor
    nog een aanlokkelijk avontuur is
    te luisteren hoe de boom groeit
    en de rondingen van de wind
    met de hand te verkennen
    te weten hoe de vernedering
    van armoede vreet
    en het verdriet van macht
    met een vinger het bloed
    te proeven en te schrijven
    het gezicht van het wordwoord
    te kunnen tekenen
    het bestaan te zingen en te bezingen
    dat de zin van het zijn het leven is

     

    Vertaald door Laurens van Krevelen

     

     

    spieden over de muur

    eerst is er de zeer blauwe koepel
    dan een gerafelde witte wolk zuiver wit
    zoals het wit en enkel dromend
    van een heel oude man met een ruw geheugen die toen hij nog jong was
    zo veel van nachtvlinders hield

    dan de halve cirkel van de maan
    zo wit in die dag
    een kaalkop met ouderdomsvlekken
    de witgespikkelde kale kop van een heel oude stinkkaas-man
    die door diepe waters loopt

    en hoger dan de muren een vlinder wit dartelend
    eerst een maar daarna twee in flappertonen
    witte vlucht twee witte zakdoekjes één
    in een onzichtbare trein

    elke dag is huwelijk

     

    Vertaald door Adriaan van Dis

     

     
    Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

     

     

    De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

     

    Kleine gezichten

    Broers beschermen elkaar met messen
    en stenen. Ze zijn jong en groot,
    op zoek naar een vijand en vinden hem,
    dagen hem uit.

    Ze maken hun jongere broers vroeg wijs,
    met hun kleine gezichten
    waarop veel geschreven staat.
    Hun moeder heeft de mooiste stem van alle moeders.

    Op een bewolkte vakantiedag
    voldoen de broers aan hun broederplicht,
    dromen dat zij mannen werden
    en zien niet vooruit.

     

     

    De vertraging goedgemaakt

    Op de donkerrode tennisbaan suist een bal heen en weer.
    De tribunes zijn leeggehaald uit veiligheidsoverwegingen.

    De formule bevredigt: de spelers imponeren als tijdens een topwedstrijd.
    De lichamen in de juiste posities. Tot moord in staat.

    Nu en dan slaat de vermoeidheid toe in de vorm van een reeks troebele
    gedachten en het spel wordt gestaakt tot de spanningen verdwenen zijn.

    Harder knalt de bal bij elk slag. In een melkwitte lucht.
    De bal relativeert de regels van het spel tot in het oneindige.

     

     
    Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

     

     

    De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog en ook mijn blog van 16 september 2010.

    Uit: Tussen de rododendrons (een fragment)

    “Ik weet niet meer precies of de Nijmeegse rechtenfaculteit in twee- of drieëntachtig naar de Thomas van Aquinostraat is verhuisd. Wel herinner ik me dat ik, voor het zover was, met een collega aan het eind van een regenachtige ochtend naar de amper in de steigers staande bouwdelen 6 en 8 ben gefietst en dat wij, turend op een door weer een andere collega vervaardigd schetsje, probeerden te bepalen waar onze werkkamers zouden komen. Dat moest op de eerste verdieping van 8 zijn en volgens het document dat onder het hemelwater gestadig aan bruikbaarheid inboette zaten we schuin boven iets dat reska iii heette en driekwart van de begane grond in beslag moest gaan nemen.
    ‘De derde reska,’ sprak mijn collega nadenkend, ‘weet jij wat een reska is?’ De druppels dropen langs de veter waarmee hij zijn capuchon onder de kin had vastgestrikt en ik bracht met een stelligheid die mezelf verbaasde in het midden dat het hier om ‘een soort demonstratieruimte’ ging. Niet lang daarna wisten we beiden wel beter. Reska is een samenstelling van restaurant en kantine, een (om in de termen van het universitair management te spreken) immobiel verstrekkingspunt voor natte en droge voedingswaren waar het minuscule kuipje halvarine de naam ‘Bebo’ draagt en het tussen de middag altijd een drukte van jewelste is. Die collega was een zachtmoedige en inschikkelijke figuur; we wisten niet hoe we het hadden, toen hij tijdens een examenvergadering in een opwelling van niet voor mogelijk gehouden drift verklaarde dat hij liever met wachtgeld ging dan gedwongen te worden ook maar een minuut van zijn middagpauze in die ruimte door te brengen. Niemand van ons die iets zei; maar ik zag ze, stuk voor stuk, aan onverwerkte kostschoolbelevenissen denken en aan een proefschrift dat maar niet opschoot, zodat hij een benoeming tot hoofddocent wel kon vergeten, en aan het triestige van een leven dat met niemand wordt gedeeld. Maar dat had er allemaal volgens mij weinig mee te maken. Het was de angst voor de afgrond van iemand die aan hoogtevrees lijdt. Wij verzekerden hem dat het niet in ons hoofd zou opkomen hem tot wat dan ook te dwingen. En we vergaderden verder over het examen, alsof er niets was voorgevallen, een beetje goedlachser misschien dan voorheen.
    Hij hield woord, de collega. Iedere middag, weer of geen weer, zagen we hem om kwart over twaalf stipt het instituut verlaten, zijn plastic boterhammentrommeltje onder de ene, een karton melk onder de andere arm. En wij, aan ons gezamenlijke middagmaal, smeerden de Bebo op ons brood en spraken over het bestaan van vrijgezel, dissertatieperikelen en traumatische jeugdervaringen waarmee iemand maar behept kan zijn.”

     

     
    Frans Kusters (16 september 1949 - 20 november 2012)
     

     

    De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Nava op dit blog.

    Uit: Lay Your Sleeping Head

    “I stood in the sally port until the steel door lurched back with a clang and then stepped into the jail. A sign ordered prisoners to proceed no further; an emphatic STOP was scrawled beneath the printed message. I looked up at the mirror above the sign where I saw a slender, olive-skinned, dark-haired man in a wrinkled seersucker suit. I adjusted the knot in my tie. A television camera recorded the gesture in the booking room where a bank of screens monitored every quarter of the jail.
    It was six-thirty a.m., but in the windowless labyrinth of cells and offices in the basement of Linden’s City Hall, perpetually lit with buzzing fluorescent lights, it could have been midnight. Only mealtimes and the change of guards communicated the passage of time to the inmates. I had often thought the hardest part of doing time was that time stood still; serving a sentence must feel like scaling a mountain made of glass.
    I stepped out of the way of a trustie who raced by carrying trays of food. Breakfast that morning, the first Monday of June, 1982, was oatmeal, canned fruit cocktail, toast, milk and Sanka—inmates were not allowed caffeine because it was a stimulant. Ironic considering the other stimulants that made their way into the jail; you could get almost any drug here. Jones stepped into the hall from the kitchen and acknowledged me with an abrupt nod. He had done his hair up in cornrows and his apron was splattered with oatmeal. On the outside, Jones was a short-order cook and a low level drug dealer. I’d represented him after his last bust. In exchange for snitching on some higher ups, I got him a plea, a reduced sentence and a guarantee he could serve it in county jail instead of state prison where his life expectancy would have been about that of a soap bubble. Unlike the prisons, the jail population was either transient or made up of inmates serving short sentences for relatively minor offenses. The deputy sheriffs who ran the place weren’t as tightly wound as prison guards and you didn’t see inmates sleeping in the halls or six to a cell because of overcrowding. Jail was easy time compared to the hard time at places like Folsom or San Quentin and a lot safer for a snitch like Jones. Still, county had the familiar institutional stink of all places of incarceration, a complex odor of ammonia, unwashed bodies, latrines, dirty linen and cigarette smoke compounded by bad ventilation and mingled with a sexual musk, a distinctive genital smell. The walls were painted in listless pastels, faded greens and washed-out blues like a depressed child’s coloring book, and were grimy and scuffed. The linoleum floor, however, was spotless. The trusties mopped it at all hours of the day and night. Busy work, I suppose."

     

     
    Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)
    Cover 

     

     

    De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook alle tags voor Justin Haythe op dit blog en ook mijn blog van 16 september 2010

    Uit:The Honeymoon

    “For a moment, a breeze tapped the plants against the railing and then there was a version of silence, a flexing of the space that had swallowed her before Maureen returned. She was in the middle of saying something, but when she saw me she fell quiet. She looked around as if Claudia might have concealed herself in the shadows. She stepped out onto the patio, and without getting too close, peered over the edge. Maureen held me on her lap while we waited for the siren. Small breaths of steam escaped from the teapot. She served the tea to the police once she assured them we were in no way related to Claudia. She wandered around filling cups, the policemen thanking her politely. She forgot to put out ashtrays and after some hesitation, the men went ahead and ashed in their saucers. Marcel came home early from the jungle. Claudia's mother sat at the table in the living room where my mother had left the petit fours and the mail. Our bags were already in the hall. Maureen told her how sorry we were. The woman silently sipped her tea while Marcel stood at the window smoking cigarettes. They did not speak in our presence. Four bars had to be sawed away from the fence on the pavement when they cut Claudia's body free. Paris was finished. So was my mother's friendship with Marcel. And then there was the airport, the plane full of people, and the sky.

    (...)

    Maureen was too disorganized and in ways had too much faith to have made a duplicate. The dedication is to me—For Gordon, My Faithful Assistant (Of Course). To the front page she paperclipped two photographs of herself—potential dust jacket pictures, I imagine. The first was taken quite recently here in Cape Cod in cold black and white. In the picture she sits alert on her porch in a wooden deckchair. A corner of the wood-shingle house is visible behind her, a window stands open; it is warmer than it looks. Her face is thin; her hair has grown long again. She wears a coat over her shoulders. The smoke from her cigarette is washed away in the breeze, or perhaps it is unlit.”

     

     
    Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.

    16-09-2017 om 10:10 geschreven door Romenu  


    Tags:Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.James Alan McPherson, Hans Arp, Andreas Neumeister, Anna Bosboom - Toussaint, Frans Eemil Sillanpää

    De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

    Uit:A Region Not Home: Reflections from Exile

    “I recall that in 1960, for example, something called the National Defense Student Loan Program went into effect, and I found out that by my agreeing to repay a loan plus some little interest, the federal government would back my enrollment in a small Negro college in Georgia. When I was a freshman at that college, disagreement over a seniority clause between the Hotel & Restaurant Employes and Bartenders Union and the Great Northern Railway Co., in St. Paul, Minn., caused management to begin recruiting temporary summer help. Before I was 19 I was encouraged to move from a segregated Negro college in the South and through that very beautiful part of the country that lies between Chicago and the Pacific Northwest. That year -- 1962 -- the World's Fair was in Seattle, and it was a magnificently diverse panorama for a young man to see. Almost every nation on earth was represented in some way, and at the center of the fair was the Space Needle. The theme of the United States exhibit, as I recall, was drawn from Whitman's "Leaves of Grass": "Conquering, holding, daring, venturing as we go the unknown ways."
    When I returned to the South, in the midst of all the civil rights activity, I saw a poster advertising a creativewriting contest sponsored by Reader's Digest and the United Negro College Fund. The first story I wrote was lost; but the second, written in 1965, was awarded first prize by Edward Weeks and his staff at The Atlantic Monthly. That same year I was offered the opportunity to enter Harvard Law School. During my second year at law school, a third-year man named Dave Marston (who was in a contest with Attorney General Griffin Bell [last] year) offered me, through a very conservative white fellow student from Texas, the opportunity to take over his old job as a janitor in one of the apartment buildings in Cambridge. There I had the solitude, and the encouragement, to begin writing seriously. Offering my services in that building was probably the best contract I ever made.
    I HAVE NOT recalled all the above to sing my own praises or to evoke the black American version of the Horatio Alger myth. I have recited these facts as a way of indicating the haphazard nature of events during that 10-year period. I am the product of a contractual process. To put it simply, the 1960s were a crazy time. Opportunities seemed to materialize out of thin air; and if you were lucky, if you were in the right place at the right time, certain contractual benefits just naturally accrued. You were assured of a certain status; you could become a doctor, a lawyer, a dentist, an accountant, an engineer. Achieving these things was easy, if you applied yourself.”

     

     
    James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

     

     

    De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Arp op dit blog.

     

    Die Herzen sind Sterne (Fragment)

    Wie schnell vergeht ein Leben
    in Gottes lichtem Dunkel.
    Kaum ist heute gesagt,
    ist morgen schon vergangen.
    Und so vergehen die Jahre
    mit Spielen, Träumen, Säumen.
    Und so vergeht die Zeit,
    in der die Blumen schweben.

    Wann blühen wir wieder
    vereint an Gottes lichtem Strauch?
    Wann ruhe ich für immer
    in deinem reinen Hauch?

     


    Hans Arp, Human Concretion without Oval Bowl, 1933



    Du lächelst,
    um nicht zu weinen.
    Du lächelst,
    als würden lange noch
    die guten Tage scheinen.
    Deine Flügel glänzten
    wie junge Blätter.
    Dein Gesicht
    war ein weißer Stern.

    Seitdem du gestorben bist,
    danke ich jedem vergehenden Tag.
    Jeder vergangene Tag
    bringt mich dir näher.

     

     
    Hans Arp (16 september 1886 - 7 juni 1966)
    Hans Arp Museum Bahnhof Rolandseck in Remagen

     

     

    De Duitse schrijver Andreas Neumeister werd geboren op 16 september 1959 in Starnberg. Zie ook alle tags voor Andreas Neumeister op dit blog en ook mijn blog van 16 september 2010

    Uit: Könnte Köln sein

    „Die neue Brücke der Hungerburgbahn über den Inn. Rechts ab. Bergisel Ski Jump. Das Beste an Innsbruck ist nicht das Goldene Dachl. Das Beste an Innsbruck war nicht die gewonnene Schlacht gegen Franzosen und Bayern. Das Beste an Innsbruck ist Frau Hadids neue Sprungschanze. Vier-Schanzen-Tournee: Wegen Zaha Hadids neuer Sprungschanze zum ersten Mal ein echtes Skispringen in Echtzeit am Fernseher verfolgt. Wer hat gewonnen? Zaha Hadid. Schlacht am Bergisel. Wer hat gewonnen? Am besten sieht die Schanze in der Dämmerung aus, wie sie da erleuchtet aus dem finsteren Schlachtwald emporsteigt und als schick behelmter Kopf nach Süden schaut. Den windschnittigen Kopf frisch gewaschen gegen den Wind stemmt. (Föhn, der aus dem Süden ins Tal pfeift)

    The Europabruecke (Bridge Europe), located just outside of Innsbruck, a few kilometers north of the Brenner Pass, is a large concrete bridge carrying the six-lane autobahn over the valley of the Sill River. 180 meters tall and 820 meters long, it was celebrated as a masterpiece of engineering upon its completion in 1963

    Ingenieursbaukunststück Europabrücke. Irgendein Rekord zu ihrer Zeit. Riesige Spannweite in Beton und Spannstahl gemeistert

    Den sanften Schwung der Brennerautobahnbrücken sieht man nicht von der Autobahn. Den sanften Schwung der Brennerautobahnbrücken sieht man am besten von der weit ausholenden Bundesstraße. (Vater hat nie Stahlbrücken gebaut, Vater hat immer nur Spannbetonbrücken gebaut, Vater hat meistens gerade Brücken gebaut)“

     

     
    Andreas Neumeister (Starnberg, 16 september 1959)
    Starnberg

     

     

    De Nederlandse schrijfster Anna Bosboom - Toussaint werd geboren op 16 september 1912 te Alkmaar. Zie ook alle tags voor Anna Bosboom – Toussaint op dit blog en ook mijn blog van 16 september 2010

    Uit:Engelschen te Rome

    “Wie lust heeft den loop van dit verhaal te volgen, verplaatse zich in verbeelding binnen Rome, maar Rome in 1587. Ik heb dat woord slechts te uiten en de lezer denkt zich de stad, die tweemaal heerschappij heeft gevoerd over de wereld; eene heerschappij, die zij nog niet heeft opgegeven. De stad, die tweemaal een stoffelijk en een zedelijk overwicht gehad heeft over de volkeren, het Rome der Consuls en der Cesars, door het zwaard en de wet; het Rome der Pausen, door den banbliksem en het kruis; de stad, waarvan de Sibyllijnsche boeken voorspeld hebben, dat zij sterker zijn zoude dan de tijd! Zij ook die profetie valsch, moet Rome den tol betalen, dien zij zelve Karthago heeft afgeëischt, dien Babylonie heeft moeten brengen! Wie toch zoude Vandaal genoeg zijn, om er met koelheid aan te denken, hoe de Zeven-heuvelenstad langzaam in zich zelve verkwijnende, roemloos vergaande onder vermolming en onedel wormgeknaag, onbemerkt zal afnemen onder de stil vernielende beten van den tijd, zooals eene moerassige kust langzaam wegslibt onder de trouwelooze liefkoozingen van den oceaan,zoo onbemerkt zelfs, dat niemand het rechte uur van haren dood zal weten, omdat de wereld sinds lang niet meer aan haar dacht, of haar reeds dood waande, toen ze nog op haar uitterend sterfbed lag. Wie is zoó kond voor de poëzie der geschiedenis, om zich zonder weemoed voor te stellen, dat Rome zou kunnen wegsterven als eene andere stad, die uitgewischt wordt uit de rij der steden, en om niet liever te wenschen. dat haar val een ontzettend verheven, een schrikkelijk grootsch schouwspel mocht zijn, waarop de volkeren met siddering staarden, en waarbij de wereld eenen langen lijkzang aanhief, een val, die de aarde zonde schokken als eene hevige stuiptrekking, opdat hare aspunten het weten konden, dat de wereldstad gevallen was! En waarom zoude zij nog niet eenmaal kunnen opflikkeren tot eenen schijn der vorige schittering, om te eindigen zooals Rome eindigen moet? Terwijl ik met beschouwingen speel, is de lezer misschien reeds op het St. Pietersplein ; hij heeft misschien reeds eene standplaats gekozen, dicht bij de trappen van het Vatikaan, hij ziet de Engelenburg, de St. Pieterskerk, het laatste wonder der bouwkunst, de gedenkteekenen der oudheid, die weder vernieuwd zijn geworden, en wat niet al, dat ik niet beschrijven zal, omdat het reeds duizendmaal beter gedaan is, dan ik het zoude kunnen doen, omdat ieder het weet, en eindelijk ook, omdat ik slechts vertel en niet schilder.”

     

     
    Anna Bosboom – Toussaint (16 september 1812 – 13 april 1886)

     

     

    De Finse schrijver en Nobelprijswinnaar Frans Eemil Sillanpää werd geboren in Hämeenkyrö op 16 september 1888. Zie ook alle tags voor Frans Eemil Sillanpää op dit blogen ook mijn blog van 16 september 2006 en mijn blog van 16 september 2010

    Uit: Silja ou une brève destinée (Vertaald door Jean-Louis Perret)

    « Silja, la belle jeune campagnarde, s'éteignit, une huitaine de jours après la Saint-Jean, alors que l'été rayonnait dans toute sa fraîcheur. Elle eut une fin très convenable, étant donné sa condition. Bien qu'elle ne fût qu'une servante orpheline de père et de mère, et sans autres parents à qui s'adresser, et bien qu'elle dût recourir un temps aux soins d'autrui, elle put se passer de l'assistance publique : ainsi lui fut épargnée cette petite laideur pourtant bien anodine.
    (…)

    "L'amour commence, malheureusement, toujours par la période la plus délicate, si bien qu'il ne peut que se souiller avec le temps. L'amour d'un homme et d'une femme est un organisme dont les veines et les fibres, une fois rompues, ne peuvent plus se ressouder. Il serait prudent, dès le début, de lui maintenir un aspect rude et brutal, et pour un homme, le plus sage serait de prendre femme au diable vauvert, comme on dit."

    (…)

    "Doucement, sans faire grincer la porte, Silja sortait dans la cour où s'attardait le crépuscule printanier. Les touffes fleuries des merisiers sur les rives lointaines et le long des chemins semblaient suspendues dans l'air. Le chant des oiseaux se taisait peu à peu dans le voisinage des maisons ; mais au coeur des forêts éloignées, quelques chanteurs puissants exprimaient par leur longue, longue mélopée le charme profond de la nuit d'été nordique qui les avait attirés d'au-delà les mers et les terres."

    (…)

    "L'Etat-Major siégeait dans un nuage de fumée ; les hommes avaient l'air placide de gens qui détiennent la puissance. Ces quelques tenanciers et locataires, dont les ancêtres - et eux-mêmes dans leur jeunesse - avaient trimé une année après l'autre sans espoir de jamais améliorer leur condition, que leur travail eût été accompli paresseusement ou avec énergie, se trouvaient au comble du bonheur de former maintenant un Etat-Major. Ils avaient de la nourriture, du repos, du tabac, de beaux discours. Ils éprouvaient une forte émotion en donnant des ordres à des paysans naguère hautains ; au début, ils en avaient presque le vertige, ils sentaient qu'ils s'étaient engagés sur une voie dont l'aboutissement était des plus incertains. Ce sentiment s'associait aussi aux arrestations de personnes connues qu'on amenait devant eux."

     

     
    Frans Eemil Sillanpää (16 september 1888 – 3 juni 1964)
    Cover

    16-09-2017 om 10:08 geschreven door Romenu  


    Tags:James Alan McPherson, Hans Arp, Andreas Neumeister, Anna Bosboom - Toussaint, Frans Eemil Sillanpää, Romenu
    » Reageer (0)
    15-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay

    De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

     

    de rivier

    uit al haar armen brandt de rivier onder de rotsen
    en onder de kleine zon boven de bossen
    spuwt naar tellurische wortels naar de staart van de wolk
    en met gesperde muil dwars door deinende scherven zij zwermt
    met grillige warmte over de wereld

    de duisternis dicht bij haar buik buigen gulzige bloemen
    en daar is een hol en een poel en het kraken en zoemen
    van een paar draken in de avond niet veraf op een graf
    staande een uil staart naar een glazen galg daar grof
    gebouwde rotsen omringen de melodische afgrond

    ach altijd en altijd hangen natte tongen aan de trieste bergen
    gespleten tongen getande tongen en opgeblazen
    ronkende tongen en in de dalen in de stenen en lemen cocons
    academisch zingende mannen manmoedig wanhopig
    zingende mannen en vrouwen vaag draperend de ruimte

    maar een adder de lichtgeaderde rivier spartelt en
    knaagt aan het wenende vlees van de wind
    wat geeft dat klagen? sneeuw sneeuwt over vervaarlijke
    en ook over bedaagde ogen en alles raakt los in de nacht
    voort stromende argeloos tomeloos maar niet verlost
    van de klagende nacht

     

     

    lente-suite voor lilith

    introductie:

    als babies zijn de dichters niet genezen
    van een eenzaam zoekend achterhoofd
    velen hebben liefde uitgedoofd
    om in duisternis haar licht te lezen

    in duisternis is ieder even slecht
    de buidel tederheid is spoedig leeg
    alleen wat dichters brengen het te weeg
    uit poelen worden lelies opgedregd

    kappers slagers beterpraters
    alles wat begraven is
    godvergeten dovenetels laat es
    aan uw zwarte vlekken merken dat het niet te laat is

    wie wil stralen die moet branden
    blijven branden als hij liefde meent
    om in licht haar duisternis op handen
    te dragen voor de hele goegemeent


    1
    o-o-oh
    zo god van slanke lavendel te zien
    en de beek koert naar de keel
    en de keel is van de anemonen
    is van de zee de monen zingende bovengekomen

    kleine dokter jij drinkende huid van bezien
    zie een mond met de torens luiden de tong
    een wier van geluid de libbelen tillende klei

    en jij
    wassen jij klein en vingers in de la in de ven
    lavendel in de lente love lied
    laat zij geuren
    pagodegeuren
    lavendelgoden
    geuren

     

     
    Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
    Lucebert: Prinsenpaar, 1962

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

     

    Eer de tuin 't vertrouwen vindt

    Eer de tuin 't vertrouwen vindt
    Zich de volle bloei te geven,
    Staan de meisjes er in, beven,
    Willen wel, neen nog niet leven
    En uit enge angsten streven
    Tengre handen tegen wind.

    En zij gaan met schuwe voeten,
    Als door zwaar gewaad gedrukt,
    Traag, bevreesd en toch verrukt,
    Houdingen zoekend die zij moeten
    Vinden om hun droom te ontmoeten.

     

     

    Uyemo Park, Tokio

    De kindren lopen uit hun kleurig spel
    En laten 't park schuw en verwaarloosd achter.
    De vogels zwijgen om een oude wachter,
    Alleen de krekels sjirpen snel en schel.

    Het groene en rode loof wordt even vaal.
    Een flakkerlicht ontwaakt in bronzen lampen.
    De avond komt gedempt, gehuld in dampen
    Nader, als een sluipmoordnaar in een zaal.

    Maar plechtig aangetrokken klokken tampen
    En langgerekte heilige tonen gonzen
    Boven het dor en streng gebed der bonzen,
    Beveiligd voor de nacht in 't heiligdom.

     

     

    Klaaglijk roepen de alcyonen

    KLAAGLIJK roepen de alcyonen,
    Schichtig fladdren de alcyonen,
    Boven 't woedend brandingklotsen
    Tegen Akashiro's rotsen,
    Waar wraakgierige demonen,
    Boven Akashiro's rotsen,
    Tussen gierennesten tronen.

    Over Akashiro's rotsen
    Zweeft een lieflijk avondrood;
    Onder, blind in 't brandingklotsen,
    Vindt de schepeling zijn dood.
    Klaaglijk schreeuwen de alcyonen,
    Laag en schichtig de alcyonen
    Scheren over 't brandingklotsen.
    Rood zijn Akashiro's rotsen.

     

     
    Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936) 

     

     

    De Colombiaanse dichter, schrijver, hoogleraar en journalist Sergio Esteban Vélez Peláez werd geboren op 15 september 1983 in Medellín. Zie ook alle tags voor Sergio Esteban Vélez op dit blog.

     

    The soul weighs twenty-one grams

    The soul weighs twenty-one grams,
    say the esoteric
    philosophers.
    The supreme energy
    chained to a body
    and only two trembling
    shutters
    show you a
    deserted
    corner of the universe.

    Pseudolife
    subjected to time;
    dreams,
    a few bones,
    and love,
    a few atoms of smoke.

    All in an ashtray.

    They are only twenty-one
    eternal grams.

     

     
    Sergio Esteban Vélez (Medellín, 15 september 1983)

     

     

    De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

    Uit: Americanah

    “Everyone she had told she was moving back seemed surprised, expecting an explanation, and when she said she was doing it because she wanted to, puzzled lines would appear on foreheads.“You are closing your blog and selling your condo to go back to Lagos and work for a magazine that doesn’t pay that well,” Aunty Uju had said and then repeated herself, as though to make Ifemelu see the gravity of her own foolishness. Only her old friend in Lagos, Ranyinudo, had made her return seem normal. “Lagos is now full of American returnees, so you better come back and join them. Every day you see them carrying a bottle of water as if they will die of heat if they are not drinking water every minute,” Ranyinudo said. They had kept in touch, she and Ranyinudo, throughout the years. At first, they wrote infrequent letters, but as cybercafés opened, cell phones spread, and Facebook flourished, they communicated more often. It was Ranyinudo who had told her, some years ago, that Obinze was getting married. “Meanwhile o, he has serious money now. See what you missed!” Ranyinudo had said. Ifemelu feigned indifference to this news. She had cut off contact with Obinze, after all, and so much time had passed, and she was newly in a relationship with Blaine, and hap-pily easing herself into a shared life. But after she hung up, she thought endlessly of Obinze. Imagining him at his wedding left her with a feeling like sorrow, a faded sorrow. But she was pleased for him, she told herself, and to prove to herself that she was pleased for him, she decided to write him. She was not sure if he still used his old address and she sent the e-mail half expecting that he would not reply, but he did. She did not write again, because she by then had acknowledged her own small, still-burning light. It was best to leave things alone. Last December, when Ranyinudo told her she had run into him at the Palms mall, with his baby daughter (and Ifemelu still could not picture this new sprawling, modern mall in Lagos; all that came to mind when she tried to was the cramped Mega Plaza she remembered)—“He was looking so clean, and his daughter is so fine,” Ranyinudo said—Ifemelu felt a pang at all the changes that had happened in his life.“Nigeria film very good now,” Aisha said again.“Yes,” Ifemelu said enthusiastically. This was what she had become, a seeker of signs. Nigerian films were good, therefore her move back home would be good.“You from Yoruba in Nigeria,” Aisha said.“No. I am Igbo.”“You Igbo?” For the first time, a smile appeared on Aisha’s face,a smile that showed as much of her small teeth as her dark gums.”

     

     
    Chimamanda Ngozi Adichi (Enugu, 15 september 1977)
    Cover 

     

     

    De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

    Uit: The Murder at the Vicarage

    “It is difficult to know quite where to begin this story, but I have fixed my choice on a certain Wednesday at luncheon at the Vicarage. The conversation, though in the main irrelevant to the matter in hand, yet contained one or two suggestive incidents which influenced later developments.
    I had just finished carving some boiled beef (remarkably tough by the way) and on resuming my seat I remarked, in a spirit most unbecoming to my cloth, that any one who murdered Colonel Protheroe would be doing the world at large a service.
    My young nephew, Dennis, said instantly:
    "That'll be remembered against you when the old boy is found bathed in blood. Mary will give evidence, won't you, Mary? And describe how you brandished the carving knife in a vindictive manner."
    Mary, who is in service at the Vicarage as a stepping-stone to better things and higher wages, merely said in a loud, businesslike voice, "Greens," and thrust a cracked dish at him in a truculent manner.
    My wife said in a sympathetic voice: "Has he been very trying?"
    I did not reply at once, for Mary, setting the greens on the table with a bang, proceeded to thrust a dish of singularly moist and unpleasant dumplings under my nose. I said, "No, thank you," and she deposited the dish with a clatter on the table and left the room.
    "It is a pity that I am such a shocking housekeeper," said my wife, with a tinge of genuine regret in her voice.
    I was inclined to agree with her. My wife's name is Griselda — a highly suitable name for a parson's wife. But there the suitability ends. She is not in the least meek.
    I have always been of the opinion that a clergyman should be unmarried. Why I should have urged Griselda to marry me at the end of twentyfours hours' acquaintance is a mystery to me.”

     
    Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
    Cover DVD van de film uit 1986 met Joan Hickson als Miss Marple

     

     

    De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

    Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

    ‘Obviously. We’ll also have to invite him out as well.’
    ‘We could do that, you know. Take him along to a restaurant with Nejip.    We ought to, really.’
    ‘We could order two full bottles of raki…’
    ‘If I get about a hundred and fifty or so, then it really won’t matter.’
    ‘I wouldn’t worry. Your aunt’s bound to send you at least that. Because she does know you have a friend with you as well….’
    That evening Nevzat handed me the letter I had long been waiting for. I excitedly ripped open the envelope. Gazi and I leaned over and swiftly read the brief note.
    I was to leave any so-called friend and come over straight away. There would be no need for me to pay the bus fare – I had only to give my uncle’s name. And when was I going to learn not to let every bum and scrounger tag along wherever I went!
    Gazi had changed colour. I tore up the letter and threw it out of the window and into the smell of fried fish. First, we sold my clothes and then my suitcase.
    ‘Istanbul is one of a kind!’
    You can hop off its trams, hop on to its taxis and entertain whom you want at the restaurant of your choice…. You can set up a factory, or stay unemployed or open a bank… Whatever you want!
    ‘Istanbul is one of a kind!’
    Then what?
    Well, then, it was first one bit of work, then another. We worked as waiters in cafés around Galata, shovelled coal, did a bit of street selling and occasionally played for some of the useless local football teams, all for no more than a square meal.
    ‘Istanbul is one of a kind!’
    Finally one morning, half starving, we bade farewell to the bridge, to the trams, to the dirty sea, to Galata and to Beyoglu and boarded a ship back home, leaving all those beautiful women to the men of Istanbul.
    Farewell, then, Istanbul!”

     

     
    Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)

     

     

    De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Gunnar Ekelöf op dit blog.

     

    The flowers doze in the window

    The flowers doze in the window and the lamp gazes / light
    the window gazes with thoughtless eyes out into the / dark
    paintings exhibit without soul the thought confided / to then
    and houseflies stand still on the walls and think

    the flowers lean into the night and the lamp weaves / light
    the cat in the corner weaves woolen yarn to sleep with
    on the stove the coffeepot snores now and then with / pleasure
    the children play quietly on the floor with words

    the table set with white cloth is waiting for someone
    whose feet never will come up the stairs

    a train-whistle tunneling through the silence in the / distance
    does not find out what the secret of things is
    but fate counts the strokes of the pendulum by / decimals

     

    Vertaald door Robert Bly

     

     
    Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)

     

     

    De Amerikaanse schrijver James Fenimore Cooper werd geboren in Burlington, New Jersey op 15 september 1789. Zie ook alle tags voor James Fenimore Cooper op dit blog.

    Uit: The Last of the Mohicans

    “While, in the pursuit of their daring plans of annoyance, the restless enterprise of the French even attempted the distant and difficult gorges of the Alleghany, it may easily be imagined that their proverbial acuteness would not overlook the natural advantages of the district we have just described. It became, emphatically, the bloody arena, in which most of the battles for the mastery of the colonies were contested. Forts were erected at the different points that commanded the facilities of the route, and were taken and retaken, razed and rebuilt, as victory alighted on the hostile banners. While the husbandman shrank back from the dangerous passes, within the safer boundaries of the more ancient settlements, armies larger than those that had often disposed of the scepters of the mother countries, were seen to bury themselves in these forests, whence they rarely returned but in skeleton bands, that were haggard with care or dejected by defeat. Though the arts of peace were unknown to this fatal region, its forests were alive with men; its shades and glens rang with the sounds of martial music, and the echoes of its mountains threw back the laugh, or repeated the wanton cry, of many a gallant and reckless youth, as he hurried by them, in the noontide of his spirits, to slumber in a long night of forgetfulness.
    It was in this scene of strife and bloodshed that the incidents we shall attempt to relate occurred, during the third year of the war which England and France last waged for the possession of a country that neither was destined to retain.
    The imbecility of her military leaders abroad, and the fatal want of energy in her councils at home, had lowered the character of Great Britain from the proud elevation on which it had been placed by the talents and enterprise of her former warriors and statesmen. No longer dreaded by her enemies, her servants were fast losing the confidence of self-respect. In this mortifying abasement, the colonists, though innocent of her imbecility, and too humble to be the agents of her blunders, were but the natural participators. They had recently seen a chosen army from that country, which, reverencing as a mother, they had blindly believed invincible--an army led by a chief who had been selected from a crowd of trained warriors, for his rare military endowments, disgracefully routed by a handful of French and Indians, and only saved from annihilation by the coolness and spirit of a Virginian boy, whose riper fame has since diffused itself, with the steady influence of moral truth, to the uttermost confines of Christendom.”

     

     
    James Fenimore Cooper (15 september 1789 - 14 september 1851)
    Standbeeld in New York

     

     

    De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius "Claude "McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

     

    After the Winter

    Some day, when trees have shed their leaves
    And against the morning’s white
    The shivering birds beneath the eaves
    Have sheltered for the night,
    We’ll turn our faces southward, love,
    Toward the summer isle
    Where bamboos spire the shafted grove
    And wide-mouthed orchids smile.

    And we will seek the quiet hill
    Where towers the cotton tree,
    And leaps the laughing crystal rill,
    And works the droning bee.
    And we will build a cottage there
    Beside an open glade,
    With black-ribbed blue-bells blowing near,
    And ferns that never fade.

     

     

    Subway Wind

    Far down, down through the city’s great gaunt gut
    The gray train rushing bears the weary wind;
    In the packed cars the fans the crowd’s breath cut,
    Leaving the sick and heavy air behind.
    And pale-cheeked children seek the upper door
    To give their summer jackets to the breeze;
    Their laugh is swallowed in the deafening roar
    Of captive wind that moans for fields and seas;
    Seas cooling warm where native schooners drift
    Through sleepy waters, while gulls wheel and sweep,
    Waiting for windy waves the keels to lift
    Lightly among the islands of the deep;
    Islands of lofy palm trees blooming white
    That led their perfume to the tropic sea,
    Where fields lie idle in the dew-drenched night,
    And the Trades float above them fresh and free.

     

     
    Claude McKay (15 september 1890 - 22 mei 1948)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2015 en ook mijn blog van 15 september 2013 deel 2.

    15-09-2017 om 18:15 geschreven door Romenu  


    Tags:Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay, Romenu
    » Reageer (0)
    14-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dolce far niente, Eugen Roth, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

     

    Dolce far niente

     

     
    Binnenplaats van het ziekenhuis in Arles door Vincent van Gogh, 1889

     

     

    Das ist der Krankenhäuser Sinn

    Das ist der Krankenhäuser Sinn,
    Dass man - wenn's geht - gesund wird drin.
    Doch wenn man's ist: dann schnell heraus!
    Ansteckend ist das Krankenhaus.

     

     
    Eugen Roth (24 januari 1895 – 28 april 1976)
    Städtisches Krankenhaus in München, de geboorteplaats van Eugen Roth

     

     

    De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

     

    Alsof zij daar ligt, nu

    Alsof zij daar ligt, nu
    hier is gaan liggen, en aanbiedt
    wat zij onthult: een duin, blakend

    op haar zij, een waarsprekende
    waaier, de rilling die mij opricht;

    en geur, ooit zo doorhuifd als alleen
    verbeelding het wil, opdat zij uitmaakt
    hoe het is. Niet hier immers, door mijn
    ogen niet, is zij opgewekt om toen
    daar te gaan liggen, zich te doen
    zoals het wordt.

     

     

    [In de flank getroffen]

    In de flank getroffen;
    in het eigenste vreemdgaande.
    Die zich inscheepten: een golf

    het gezicht ontsluit - de twijfel.

    Het gepeuter aan windharpen.

    De dode plek op de helling.
    Wat ik niet kan vangen
    draag ik bij me; schipbreuk
    lijdt iedereen after all.

     

     

    [Mir nix: dir nix]

    Mir nix: dir nix.

    Ergens niets aan hebben.
    Van iemand niks moeten hebben.
    Heb jij terug van de zee?
    Heeft zij van zee terug?

    Haast zijn de ogen die je mooi vindt
    al van rookkwarts, gaat het kwarts
    dat jou aardig vindt in rook op.

    Ergens niets aan gehad hebben.

    Nooit ergens heen hoeven.
    Niets kunnen vergeten.
    Niks maken van niets.

    Dir nix: mir nix.

     

     
    Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
     

     

    De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

    Uit: Der Schimmelreiter

    "Mich wollte nachträglich ein Grauen überlaufen. "Verzeiht!" sprach ich, "was ist das mit dem Schimmelreiter?"
    Abseits hinter dem Ofen, ein wenig gebückt, saß ein kleiner hagerer Mann in einem abgeschabten schwarzen Röcklein; die eine Schulter schien ein (Reclam, S. 8) wenig ausgewachsen. Er hatte mit keinem Worte an der Unterhaltung der andern teilgenommen, aber seine bei dem spärlichen grauen Haupthaar noch immer mit dunklen Wimpern besäumten Augen zeigten deutlich, daß er nicht zum Schlaf hier sitze.
    Gegen diesen streckte der Deichgraf seine Hand. "Unser Schulmeister", sagte er mit erhobener Stimme, „wird von uns hier Ihnen das am besten erzählen können; freilich nur in seiner Weise und nicht so richtig, wie zu Haus meine alte Wirtschafterin Antje Vollmers es beschaffen würde."
    "Ihr scherzet, Deichgraf!" kam die etwas kränkliche Stimme des Schulmeisters hinter dem Ofen hervor, „daß Ihr mir Euern dummen Drachen wollt zur Seite stellen!"
    "Ja, ja, Schulmeister!" erwiderte der andere, "aber bei den Drachen sollen derlei Geschichten am besten in Verwahrung sein!"
    "Freilich!" sagte der kleine Herr; "wir sind hierin nicht ganz derselben Meinung"; und ein überlegenes Lächeln glitt über das feine Gesicht.
    "Sie sehen wohl", raunte der Deichgraf mir ins Ohr; "er ist immer noch ein wenig hochmütig; er hat in seiner Jugend einmal Theologie studiert und ist nur einer verfehlten Brautschaft wegen hier in seiner Heimat als Schulmeister behangen geblieben."

     
    Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
    Cover luisterboek

     

     

    De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

    Uit:Hoogtij overzee ( Notities van een vriend)

    “Deze hard werkende mannen veranderen zichtbaar een zwaarkleizwamprivierbos dat het in het begin is, in een prachtig groen geëgaliseerd landschap met wit beschelpte straten en tussenpaden. Precies een jaar. Eerst een periode van zware regens, dan felle droogte met veel stof.
    Afvoerkanaaltjes met helder water. Een wat breder en langer kanaal aan de noordzijde, geeft door een lichtgroene omzoming aan het hele landschap waarin de grote sierbomen gelukkig gespaard zijn gebleven, een heel apart karakter. Na de eerste ruk flink doorwerken, neem ik 's middags tegen vijven even een pauze voor een wandeling met Rasso op het project. Ik wandel altijd naar dezelfde plek. Waarom ik ook de eerste keer naar die plek gewandeld ben, weet ik niet. Ik neem een klein plankje mee om niet op de vochtige grond te zitten. Rasso rent vast vooruit.
    Voor me de brede rivier. Bij eb, bruin troebelig aanrollende moddergolfjes. Na een uurtje kaatsen late, oranje zonnestralen er sombere nuances violet in. Van de groenig bruisende vloedgolven omrand met ragfijn schuim, geniet ik beter. Een stralend blauwe hemel. Koele wind. Een vlucht witte snippen scheert plotseling rakelings over het water. In formatie, een mathematisch haarscherp gelijkzijdige driehoek. Basis en top schijnen elkaar snel van plaats te verwisselen. Voor je ze kunt tellen, zijn ze alweer in het niet verdwenen, waar ze net uit vielen. Op de andere oever. Het eerste dat duidelijk te zien is, het huis uit Ātman, zwevend in een koepel van donkergroen bos. Buitenboordveerbootjes zie ik af en aan varen. Dezelfde namen. Daar op die plek, maakt mijn geweten me bewust van het conflict dat in feite mijn depressie, wanhoop en onzekerheid veroorzaakt. Een zekere onvrede tussen mezelf en mijn nieuwe werk.
    Twee maanden zijn er nu weer om. Geen school. Toch heb ik niets en dan ook niets met het schrijven kunnen presteren. Al die ideeën van me. Ik wil toch wel. Meen ik nu de kern gevonden te hebben waar het in zit dat ik er niet goed toe kom? Iedere keer komt er weer te veel tussen. Zo kun je niet werkelijk geconcentreerd werken. Alles duurt zo kort. Die invallen, schetsen. Voor Brsk. Dan weer voor Blawoj of de Mandiënri. Eén dag. Meestal ben ik daarna niet meer in staat iets zo af te maken, dat ik het gaaf getikt voor me heb. Later blijkt het allemaal te vaag om er in de zin van uitwerken iets mee te doen. Toch blijf ik er steeds mee bezig. Weer zo'n prachtige middag.”

     

     
    Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
    Paramaribo

     

     

    De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

     

    dit wankel huis

    Hindostanen en Creolen
    hebben het gezegd
    de laatsten het bevolen
    er is een avontuur te vondeling gelegd.

    en wij staan onbehulpzaam toe te zien
    hoe het bederf invreet
    in de huid van 't jonge kind

    God had ik maar de macht
    een lied te zingen waarnaar men
    luistert in dit wankel huis
    dat zo gebarsten is en dreigt
    omver te vallen in een onverhoedse nacht.

     

     

    kruis en as

    Niets verhevener is er dan
    de morbide toon van je stem
    onder de regennatte bladeren
    bij het kruis:

    een kind hing eens verborgen
    aan de navelstreng
    een vrouw kreet toen verlaten
    in uiterste benauwenis

    ik die de eerste kus mocht
    drukken in je begeerlijke poriën
    kroop in het zoete ritme
    van je bedding rond

    maar onder regennatte bladeren
    bij de zerk in het gras
    staan wij nu met de pijn
    van kruis en as.

     

     
    Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

     

     

    De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

    Uit: Midwinter Break

    “In the bathroom Stella was getting ready for bed. Gerry had left the shaving mirror at the magnifying face and she was examining her eyebrows. She licked the tip of her index finger and smoothed both of them. Then turned to her eyelids. She was sick of it all – the circles of cotton wool, the boiled and sterilised water in the saucer, the ointments, the waste bin full of cotton buds.
    She said goodnight to Gerry and, on her way to the bed- room, passed their luggage in the hall. She switched on the late night news on the small radio beside her bed and got into her pyjamas. Quickly, because the bedroom air was cold. She saw no point in paying good money to heat a room all day for a minute's comfort last thing at night.
    Before getting into bed she turned off the electric blanket.
    Now and again she'd fallen asleep with it still on. By the time Gerry came to bed she felt and looked awful. 'Like fried bacon,' was the way he described her.
    She loved this hour to herself – this separation at the end of every day. Her hot-water bottle, the electric blanket, the radio voices. Gerry, out of action, in another room listening to music on his headphones. Having a nightcap, no doubt. Or two or three. The storm doors locked, the windows bolted.
    The place safe. Sometimes after the news she read for a while n the silence. The sound of a page turning. The absence of talk. But of late she'd been too tired to read, even to hold a book. Hardbacks were out of the question. There was a tip- ping point when she knew she was going to 'get over'. Her head would go down on the pillow, her hand creep out from under the covers to get rid of the book or to switch off the radio. The duties and the menus and the lists melted away. Responsibilities were such that nothing could be done at this hour. They were hidden behind a curtain but would return with a swish first thing in the morning. And before she knew, she was sound asleep.”

     
    Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

     

     

    De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

    Uit: Love and Garbage (Vertaald door Ewald Osers)

    “The woman in the office told me to go to the locker room: I was to wait there. So I set out across the court to a door which bore the notice LOCKERS. The office was grey and dismal, and so was the courtyard, with a pile of broken bricks and rubble in one corner, several two-wheeled handcarts, a lot of dustbins, and not a touch of greenery anywhere. The locker room seemed to me even more depressing. I sat down on a seat by the window which looked out on that dismal yard, clutching a small leather case which contained three small sweet buns, a book, and a notebook in which I was in the habit of jotting down anything that occurred to me in connection with what I was writing. Currently I was finishing an essay on Kafka. There were two other men sitting in the locker room already. One, tall and greying, reminded me of the specialist who many years before had removed my tonsils; the other, a short, stocky man of uncertain age in very dishevelled and dirty trousers scarcely reaching halfway down his calves and with enormous sewn-on pockets rather like misshapen pistol holsters, wore on his head a sea-captain's cap with a peak and a gleaming golden anchor above it. From beneath the peak a pair of eyes the colour of shallow coastal waters were watching me curiously. Those eyes, or rather their glance, seemed somehow familiar. He obviously realised that I was new here and advised me to put my identity card on the table. I did as he said, and as he placed his next to mine I noticed that he did not have a right hand; a black hook protruded from his sleeve. By now my new workmates were beginning to arrive — the sweepers. A squat young idiot with a nervous facial tic sat down next to me, took out a pair of dirty shaft-boots from a locker, and turned them upside down. From one of them there ran out a quantity of liquid which might just have, but most probably did not, come from a tap. He immediately began to scream at us all in a language of which I was unable to make out a single word. I am not sure myself what made me decide to try this unattractive occupation. Most probably I thought that I would gain from it an unexpected view of the world. Every so often you feel that unless you look at the world and at people from a new angle your mind will get blunted. As I was waiting for what would happen next there suddenly came to my mind the scene, fifteen years ago, when I was about to return home from my stay in America and the dean there gave a dinner in my honour. The dean was a mathematician, and wealthy. He owned a stableful of horses and a house in the style of a hunting lodge. I had only met him once before and I didn't really want to go to the dinner: a crowd of strangers tends to depress me. But then, how could I have known anyone properly when I had been teaching at the university for a mere six months?”

     

     
    Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)
    Cover

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2015.

    14-09-2017 om 18:13 geschreven door Romenu  


    Tags:Eugen Roth, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma, Dolce far niente, Romenu
    » Reageer (0)
    13-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Březina, Julian Tuwim, Muus Jacobse

    De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

    Uit: Flanders Diary (Vertaald door Miriam McIlfatrick)

    “This perfect world is strange, and a little awful. I went out on the bike yesterday, planning to stay out longer, to go further, I felt that I could not stand being here in this room or outside any longer. Curious, at home I hardly ever get that feeling. I can move between room and garden for a whole week, going no further and it never enters my head that I should. If I have to go somewhere, it is simply a bore. It would be nteresting to know how many of those writers whose pictures are hanging on the corridor wall have agonized here? Most of them, I suspect. This bed where I toss and turn must have been a similar nightly battleground for a fair few. A struggle with your chimera, a writhing consciousness which wants to become itself in the mirror, but does not dare. Dreams. I am already a little afraid of this room with its cold, damp smell, the constant whine of a gnat in some corner, the broad white bed. Only at midday when the sun shines in through the withered vine tendrils and scatters patches of light over everything, is it good to stretch out, not on the bed but on the hard wooden sofa.
    A perfect world ... It would be if we did not have such imperfect dreams. Yesterday I decided to do the 39-kilometre cycle route and it was good. It goes along backroads, in between fields. There is more land round there, less real estate development. There is not much development anywhere, the real estate is for the most part ready, completed earlier. The same goes for the roads. The smaller roads here are made of reinforced concrete, they seem to consist of slabs with little interstices, just like the Narva, or rather, the Leningrad road once was. It was built by German prisoners of war. In one place near Tollenbeek I saw this concreting, they were doing repair work. Apart from that there is no major road construction anywhere to be seen. Everything is ready. When this was all done, all this concrete laid down between the cornfields and grazing land, is impossible to guess. Earlier. And all these houses. If anything else is built on, it is garages. Not that there aren’t any garages, where would you find a house without a garage! You can always add another one, two or three, if the site is big enough of course. Cars seem to be multiplying here, as with us. Life is good. Could it be better? I do not think so, not significantly. Everyone could have slightly larger houses, but would anyone want that, especially when they are away from home all day. There is enough to do as it is.
    The roads could be a little smoother, but what difference would it really make whether the road under you is very smooth or slightly less smooth if, on the way to work in the morning and back home in the evening, you have to sit in a traffic jam anyway?”

     

     
    Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

     

     

    De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

    Uit: Going Solo

    “When flying a military aeroplane, you sit on your parachute, which adds another six inches to your height. When I got into the open cockpit of a Tiger Moth for the first time and sat down on my parachute, my entire head stuck up in the open air. The engine was running and I was getting a rush of wind full in the face from the slipstream. `You are too tall,' the instructor whose name was Flying Officer Parkinson said. 'Are you sure you want to do this?' `Yes please,' I said. `Wait till we rev her up for take-off,' Parkinson said. 'You'll have a job to breathe. And keep those goggles down or you'll be blinded by watering eyes.' Parkinson was right. On the first flight I was almost asphyxiated by the slipstream and survived only by ducking down into the cockpit for deep breaths every few seconds. After that, I tied a thin cotton scarf around my nose and mouth and this made breathing possible. I see from my Log Book, which I still have, that I went solo after 7 hours 40 minutes, which was about average. An RAF pilot's Log Book, by the way, is, or certainly was in those days, quite a formidable affair. It was an almost square (8" x 9") book, 1" thick and bound between two very hard covers faced with blue canvas. You never lost your Log Book. It contained a record of every flight you had ever made as well as the plane you were flying, the purpose and destination of the trip and the time you had spent in the air. After I had gone solo, I was allowed to go up alone for much of the time and it was wonderful. How many young men, I kept asking myself, were lucky enough to be allowed to go whizzing and soaring through the sky above a country as beautiful as Kenya? Even the aeroplane and the petrol were free!”

     

     
    Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)

     

     

    De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

    Uit: The Last Supper (Vertaald door Zuza Glowacka)

    “Several thousand people died in the catastrophes. Among them were two supermodels, whose deaths - directly preceding the autumn shows - were mourned by millions of ordinary people around the world.
    In the meantime, the street lamps on Broadway lit up, followed by the lights in Lincoln Center, and Chagall’s winged creatures once again whirled in the air.
    I thought about the passing of glory, but only for a second. Because a man who sat down at the table to my right began, pretty insolently, to bore into me with his puffy blue eyes. He looked about thirty. His legs were short, his torso long, his neck red, his nose was snub, his hair ashy and brushed up in a wave, his cheeks also red and slightly sagging. At first glance he looked familiar, but something about him didn’t fit. His enormous red paws stuck out from the sleeves of his elegant jacket, and a diamond ring which shone just like the real thing was shoved on one short, hairy finger. A second later, a black-haired waiter wearing an earring hustled around me, and with one, smooth movement, unfolded a little table, and placed a mini bucket with a linen napkin and packed with ice and an oversized bottle of Chopin Vodka on it. My neighbor leaned right behind it and over the table.
    - Judging by your face, I’d say you were a fellow Slav - he hazarded.
    I nodded and he moaned with relief and dropped into the chair next to me.
    - My name is Kuba, - he said. And he squeezed my hand much too hard. We sat in silence for a while, and then he jabbed the cover of the magazine with his finger.
    - Have you heard of Caine’s lottery by any chance?
    The question was absurd. For the last few months, every television station had been occupied with this lottery and nothing else. The whole world knew about it.”

     

     
    Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Jacobus (Jac) van Looy werd geboren in Haarlem op 13 september 1855. Zie ook alle tags voor Jac. van Looy op dit blog.

     

    Zacht valt de regen

    Zacht valt de regen uit een hemel zonder pracht...
    Die zich stil heeft betrokken met 'n water-zware vracht
    Bij het komen van de nacht.
    Geen ziet hoe het daalt uit dat duistre wolk-gespan,
    Als de tranen stil geschreid van een hoge sterke man,
    Die men voelen wel maar zien niet kan.

    Langzaam zakt de stad in het duistren van de nacht.
    Langzaam valt de regen uit de duistere hemel, zacht
    Als een woordenloze klacht.

     

     

    Op het kerkhof

    Zij liggen rij aan rij de grijze zerken,
    Omwonden met een band van dorrend lover;
    Gevangen in des winters doffe tover
    Slapen de wilgen en de bleke berken.
    En op de koude wind is het als stoof er
    Hij mij voorbij met zijn getakte vlerken,
    En zoekend waart hij om die droeve merken,
    Tellend hun tal, de strenge Levens-rover.
    De dode blaren stuiven om de zoden,
    Waar bloemen groeiden eens en donzen klaver,
    Geboren op een graf en daar gestorven.-
    Een spade dragend, het gelaat doorkorven
    Van rimpels, stapt een stille dodengraver,
    Teken van leven, door de hof der doden.

     

     
    Jac. van Looy (13 september 1855 – 24 februari 1930)
    Zelfportret 1922

     

     

    De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

     

    Een stem van de overzijde

    Als 't leven over-leven wordt,
    Al is het kort,
    't Schijnt lang te duren;
    Hoe pijlsnel vroeger tijd verdween,
    De laatste zijn de slependste uren;
    Zij kruipen heen.

    Maar troost de Heer, die ik aanschouw,
    U in uw rouw,
    Steunt Hij uw voeten,
    Zo zult ge uw weg gemoedigd gaan,
    Totdat wij ons bij Hem ontmoeten, -
    Treed rustig aan!

     

     

    Jong blijven

    Het hart blijft jong en wordt niet oud,
    Wanneer 't zich fris en open houdt
    Om al wat menslijk is te voelen,
    Te voelen wat een kind verblijdt,
    En wat er door de geest moet woelen
    Eens jonglings, in zijn schoonste tijd.

    Die zijn verleden in zich draagt,
    Blijft jong, al is hij welbedaagd,
    En wekt der jonkheid geen mistrouwen.
    Veel kan hij hopen, wie veel heugt;
    Veel met zachtmoedig oog beschouwen;
    't Herinn'ren is een grote deugd.

     

     

    Verjaardag

    De wereld aan te zien, welvarend nog en krachtig,
    Maar met een afscheidnemend oog,
    De zeventig voorbij, in 't opgaan naar de tachtig,
    Een leefkring die, uit veel, een enkle slechts voltoog;

    Omstuwd van een geslacht, mij over 't hoofd gewassen,
    Meest door een andre geest dan mij vervult bestierd;
    Op stelsels prat, die slecht bij wat ik voorsta passen;
    Dat weinig missen zal als 't ook mijne uitvaart viert:

    Ziedaar wat ernstig maakt; maar niet gebiedt te treuren,
    Zolang mij huwlijksmin en kinderliefde omringt,
    Een Godlijk avondrood mijn westerkim blijft kleuren,
    Zo menig lieve bloem mijn dalend pad doet geuren,
    En tussen 't gelend groen nog éne vogel zingt.

     

     
    Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
    Portret door Johan Coenraad Ulrich Legner, 1903

     

     

    De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Marie Freifrau von Ebner-Eschenbach werd geboren op slot Zdislavice bij Kroměří¸ in Moravië op 13 september 1830. Zie ook alle tags voor Marie von Ebner-Eschenbach op dit blog

    Uit:Krambambuli

    „Vorliebe empfindet der Mensch für allerlei Dinge und Wesen. Liebe, die echte, unvergängliche, die lernt er – wenn überhaupt – nur einmal kennen. So wenigstens meint der Herr Revierjäger Hopp. Wie viele Hunde hat er schon gehabt, und auch gern gehabt; aber lieb, was man sagt lieb und unvergeßlich, ist ihm nur einer gewesen – der Krambambuli. Er hatte ihn im Wirtshause zum Löwen in Wischau von einem vazierenden Forstgehilfen gekauft oder eigentlich eingetauscht. Gleich beim ersten Anblick des Hundes war er von der Zuneigung ergriffen worden, die dauern sollte bis zu seinem letzten Atemzuge. Dem Herrn des schönen Tieres, der am Tische vor einem geleerten Branntweingläschen saß und über den Wirt schimpfte, weil dieser kein zweites umsonst hergeben wollte, sah der Lump aus den Augen. Ein kleiner Kerl, noch jung und doch so fahl wie ein abgestorbener Baum, mit gelbem Haar und spärlichem gelbem Barte. Der Jägerrock, vermutlich ein Überrest aus der vergangenen Herrlichkeit des letzten Dienstes, trug die Spuren einer im nassen Straßengraben zugebrachten Nacht. Obwohl sich Hopp ungern in schlechte Gesellschaft begab, nahm er trotzdem Platz neben dem Burschen und begann sogleich ein Gespräch mit ihm. Da bekam er es denn bald heraus, daß der Nichtsnutz den Stutzen und die Jagdtasche dem Wirt bereits als Pfänder ausgeliefert hatte und daß er jetzt auch den Hund als solches hergeben möchte; der Wirt jedoch, der schmutzige Leuteschinder, wollte von einem Pfand, das gefüttert werden muß, nichts hören.
    Herr Hopp sagte vorerst kein Wort von dem Wohlgefallen, das er an dem Hunde gefunden hatte, ließ aber eine Flasche von dem guten Danziger Kirschbranntwein bringen, den der Löwenwirt damals führte, und schenkte dem Vazierenden fleißig ein. – Nun, in einer Stunde war alles in Ordnung. Der Jäger gab zwölf Flaschen von demselben Getränke, bei dem der Handel geschlossen worden – der Vagabund gab den Hund. Zu seiner Ehre muß man gestehen: nicht leicht. Die Hände zitterten ihm so sehr, als er dem Tiere die Leine um den Hals legte, daß es schien, er werde mit dieser Manipulation nimmermehr zurechtkommen.“

     

     
    Marie von Ebner-Eschenbach (13 september 1830 - 12 maart 1916)
    Als jonge vrouw rond 1850 op een aquarel van Johann Nepomuk

     

     

    De Tsjechische dichter Otokar Březina werd geboren op 13 september 1868 in Počátky, Bohemen. Zie ook alle tags voor Otokar Březina op dit blog.

     

    Reiner Morgen

    Als wir des Morgens, der Träume Last noch fühlend, Gärten nahten,
    Da sahen wir die ganze Welt, der frohen Seele Spiegelbild, aufblüh’n in Feuerstaaten,
    Da fragten wir die Winde, Wässer, Vögel, Bienen, Bäume:
    Wer heute Nacht, geheimnisvoll, durchschritt des Gartens Räume.

    Zu Gold verwandelt spielt der Sand, wo heilige Spuren lagen,
    Heilquellen rauschten, wellenreich, von Engelshauch getragen,
    Ein jeder Hauch barg Lebenskraft für hundert Glutentage,
    In jedem Blick lag Staunen und des Neugeborenen Frage.

    Unserer Rätsel Schmerzenslast begriffen wir als deinen Ratschluß,
    Versiegelt noch empfing dein Brief der Demut treuen Lehenskuß;
    Und unsern Feind, der lauernd, bei unserem Tor schlief ein,
    Als deinen Knecht, der matt sich lief, luden wir freundlich ein.

    In fahrnisreicher Einsamkeit, umweht von böser Geister Macht,
    Blüht uns’rer Wünsche zarter Hain, in lilienweißer Beete Pracht,
    Und glutenreichste, süßeste, berückendste der Frau’n
    Waren für uns, im keuschen Glanz, wie Schwestern mild zu schau’n.

     

    Vertaald door Emil Saudek

     

     
    Otokar Březina (13 september 1868 - 25 maart 1929)

     

     

    De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

     

    Archangel

    Oh, what a charming guy!
    Cultured and religious,
    absolutely apolitical,
    and so non-party it's prodigious.

    What lofty ideals
    he whispers on the side!
    What a clean and holy flame,
    beats forth from his noble eyes!

    Oh, what a beautiful platform he has,
    both righteous and forthright:
    absolutely apolitical
    and delightfully non-party alright!

    It must be so: Civilization,
    Democracy, Freedom of Expression,
    Victorious Spirit, Representative Government,
    Likewise No Class-Based Oppression.

    The heart grows when I listen
    to his melodious tirades,
    absolutely apolitical,
    and delightfully non-party by the way.

    There must also be Fairness,
    Pure Art and Eternal Peace,
    Love, Bliss, Luck—or, in a word,
    a wonderful fairy-tale world at least.

    Such a platform does give rise to fascination!
    A true biblical paradise:
    absolutely apolitical,
    a miraculously non-party place.

    “But Prophet, I say, my dearest deity!
    while it sure sounds so brilliant and beautiful,
    how does one make it real,
    does one implement it, make it doable?

    All will march behind your voice,
    each accepting you as saviour—
    Absolutely! Apolitically!
    With enthusiasm! All Parties, I'm sure!

    But tell me, my little prophet,
    my archangel, my seer,
    who will engineer these tiny details:
    luck, harmony, freedom, mir?”

    The prophet lost himself in deepest thought,
    before elegiacially exhaling,
    (absolutely apolitically
    and non-party without failing)—

    Then immediately in pure specifics
    he told about his plan:
    beginning with Sanctissimus,
    and ending on Guderian.

    And that is how from the Archangel
    sprung the old reactionary swine:
    absolutely apolitical,
    and non-politically benign.

     

    Vertaald door Pacze Moj

     

     
    Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver en taalkundige Muus Jacobse werd op 13 september 1909 als Klaas Hanzen Heeroma geboren op het waddeneiland Terschelling. Zie ook alle tags voor Muus Jacobse op dit blog en ook mijn blog van 13 september 2010

     

    Adam

    Hij dwaalde, zegenend al wat hij zag,

    En gaf de dieren en de bloemen namen,
    Elk naar zijn aard, wanneer zij tot hem kwamen
    Onder de zon van elke nieuwe dag.

    Maar ’s avonds zocht hij droef het donker midden
    En keerde tot de boom des levens, waar
    Vooglen des hemels nestten bij elkaar,
    Om daar in eenzaamheid tot God te bidden.

    Onder de welving van de wereldboom,
    Zijn tentzeil spannend voor de sterrenzalen,
    Lag hij en sliep aan ’t ademende water,

    Wellend over de wortels …
                                                Sloeg de stroom
    Niet met zijn hartslag mee? Werd bij het slapen
    Niet aan zijn hart een ander hart geschapen?

     


    Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2015 deel 2 en eveens deel 1.




    13-09-2017 om 17:59 geschreven door Romenu  


    Tags:Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Bř,ezina, Julian Tuwim, Romenu
    » Reageer (0)
    12-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel

    De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog

     

    Wells II

    The last Sinhala word I lost
    was vatura.
    The word for water.
    Forest water. The water in a kiss. The tears
    I gave to my ayah Rosalin on leaving
    the first home of my life.

    More water for her than any other
    that fled my eyes again
    this year, remembering her,
    a lost almost-mother in those years
    of thirsty love.

    No photograph of her, no meeting
    since the age of eleven,
    not even knowledge of her grave.

    Who abandoned who, I wonder now.

     

     

    What were the names of the towns

    What were the names of the towns
    we drove into and through

    stunned lost

    having drunk our way
    up vineyards
    and then Hot Springs
    boiling out the drunkenness

    What were the names
    I slept through
    my head
    on your thigh
    hundreds of miles
    of blackness entering the car

    All this
    darkness and stars
    but now
    under the Napa Valley night
    a star arch of dashboard
    the ripe grape moon
    we are together
    and I love this muscle

    I love this muscle
    that tenses

    and joins
    the accelerator
    to my cheek

     

     

    Kissing the stomach

    Kissing the stomach
    kissing your scarred
    skin boat. History
    is what you've travelled on
    and take with you

    We've each had our stomachs
    kissed by strangers
    to the other

    and as for me
    I bless everyone
    who kissed you here

     

     
    Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

     

     

    De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor James Frey op dit blog

    Uit: My Friend Leonard

    “He cheered at the battle of Borodino, and though he admired the Russian tactics, he cursed while Moscow burned. When we're not reading, he carries War and Peace around with him. He sleeps with it at night, cradles it as if it were his child. He says that if he could, he would read it again and again.
    I started reading to Porterhouse the day after he hit me with the tray, my second day here. I was walking to my cell and I had a copy of Don Quixote in my hand. As I passed his cell, Porterhouse said come here, I wanna talk to you. I stopped and asked him what he wanted. He said he wanted to know why I was here and why a County Sheriff would give him three cartons of cigarettes to beat my ass. I told him that I had hit a County Sheriff with a car going five miles an hour while I was drunk and high on crack and that I had fought several others when they tried to arrest me. He asked if I had hit the man on purpose. I told him I didn't remember doing it. He laughed. I asked him why he was here and he told me. I did not offer further comment. He asked what the book was and I told him and he asked why I had it and I told him that I liked books. I offered to let him have it when I was done with it and he laughed and said I can't read motherfucker. Fucking book ain't gonna do me no good. I offered to read to him.
    He said he'd think about it. A couple of hours later he showed up and sat on my floor. I started reading. He has been here every day since.
    At six o'clock, I walk with Porterhouse to dinner, the only meal of the day that I eat. It is usually foul, disgusting, almost inedible. The meat is mush, the bread stale, potatoes like water, vegetables hard as rock. I eat it anyway. Porterhouse eats seconds and thirds and fourths, which he takes from the trays other prisoners. He offers to get food for me, but I decline. When I am finished eating, I sit and I listen to Porterhouse talk about his upcoming trial. Like every other man in here, regardless of what they might say, Porterhouse is guilty of the crimes that he has been accused of committing. He is going to trial because until he is convicted, he will stay here, at county jail, instead of doing his time in state prison.
    Jail is a much easier place to live than prison. There is less violence, there are more privileges, most of the prisoners know they are getting out within the next year and want to be left alone. Once they're gone, they don't want to come back. In prison, there are gangs, rapes, drugs, murder.”

     

     
    James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

     

     

    De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

     

    Padde

    Hij is zo mooi, zo droog, zacht leer,
    een zaak voor goud, een voor de ouderlingen
    op tafel neergelegde wel-
    gevulde, dungesleten kerkezak.

    De dood is een omhelzing van de wind
    waarachter van nature niets dan onbruik
    en dor geraamte zich bevindt.

    Een pad misschien, hij is zo oud
    zijn vleugels zijn vergaan, een plant
    als steen teruggevonden, zwart
    altaar, hij denkt, hij denkt erover na.

     

     

    ' s Nachts buiten

    Het slapen bezig horen in het water,
    de struiken zien door wimpers van de nacht,
    naar konijnen tussen bomen staren.

    Zij kijken met hun rode oog mij aan.
    Het onbegrijpelijke slapen door
    de slaap heen overwogen op gevaar.

     

     

    Een regenachtige dag

    De mensen schuiven stil
    op fietsen door de lanen,
    een enkele meeuw er boven.
    In dorre blaren rent een merel.
    Hij luistert, telkens,
    de blaren maken leven.
    De wind, een oude wind van toen
    de mensen die nu dood zijn leefden,
    spreidt breed, aanvaardt
    al wat hij aanraakt.
    Laag hangt de lucht, is overal grijs,
    de hemel woont bijna bij ons.

     

     
    Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

     

     

    De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

     

    Carrickfergus

    I was born in Belfast between the mountain and the gantries
    To the hooting of lost sirens and the clang of trams:
    Thence to Smoky Carrick in County Antrim
    Where the bottle-neck harbour collects the mud which jams

    The little boats beneath the Norman castle,
    The pier shining with lumps of crystal salt;
    The Scotch Quarter was a line of residential houses
    But the Irish Quarter was a slum for the blind and halt.

    The brook ran yellow from the factory stinking of chlorine,
    The yarn-milled called its funeral cry at noon;
    Our lights looked over the Lough to the lights of Bangor
    Under the peacock aura of a drowning moon.

    The Norman walled this town against the country
    To stop his ears to the yelping of his slave
    And built a church in the form of a cross but denoting
    The List of Christ on the cross, in the angle of the nave.

    I was the rector's son, born to the Anglican order,
    Banned for ever from the candles of the Irish poor;
    The Chichesters knelt in marble at the end of a transept
    With ruffs about their necks, their portion sure.

    The war came and a huge camp of soldiers
    Grew from the ground in sight of our house with long
    Dummies hanging from gibbets for bayonet practice
    And the sentry's challenge echoing all day long.

    I went to school in Dorset, the world of parents
    Contracted into a puppet world of sons
    Far from the mill girls, the smell of porter, the salt mines
    And the soldiers with their guns.

     

     
    Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

    Uit: Een krokodil is een zeer eenzaam dier

    ‘Moet?’
    ‘Wilt U alstublieft vanavond mijn huiswerk overhoren?’
    Het kon haar niets schelen.
    Hij keek op zijn horloge, wat nergens op sloeg. Doe toch een broek aan, dacht ze. Ze keek naar de trapleuning, zou wel weer een gemelijke indruk maken. Schiet nou op.
    ‘Goed.’
    Ze rende weer naar beneden. Jas aan. De tas stond al in de vestibule. Ze had nog vijf minuten voor de bus. Als ze rende kon ze 'm halen.
    ‘Dag’, riep ze naar binnen. Plichtmatig: anders moest ze terugkomen (‘Je hebt me niet goedendag gezegd.’).
    Met een klap viel de deur dicht.
    Ze zette de tas tussen haar benen. Stille angst dat hij in het bagagerek open zou gaan en de mensen zouden zien wat er in zat. Straks aan Marjolein vragen hoe vaak je moest verwisselen. Al die dingen wist ze nog niet.
    De chauffeur had naar haar gekeken. Zouden mensen zoiets aan je kunnen zien? Ze bloosde en keek gauw uit het raampje naar de weilanden naast de weg. Lammetjes bij de schapen. Lente, en ze was voor het eerst ongesteld en ze ging naar Amsterdam. Ze drukte even haar schouders naar binnen, ellebogen tegen haar borsten, om goed het gevoel te voelen. Ze lachte tegen haar spiegelbeeld dat in het raampje op en neer vaagde met de bewegingen van de bus. Wat zou Marjolein wel zeggen. Ze moest niet vergeten binnenkort aan te bieden de was te doen. Kon ze die handdoek van gisteren erbij doen. Vanaf nu zou ze zorgen dat ze genoeg maandverband in huis had.
    Als haar vader hem maar niet vond. Niemand verteld, Marjolein zou de eerste zijn. Ze zou de handdoek vanavond beter verstoppen."

     

     
    Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

     

     

    De Nederlandse columnist, journalist en schrijver Eduard Maurits Elias werd geboren in Amsterdam op 12 september 1900. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Elias op dit blog.

    Uit: Een bloemetje

    “Ik hoop, dat het niet tegen de maatstaf van Maatstaf is, wanneer ik in eigen huis misschien iets onaardigs zeg met de bedoeling, iets aardigs te zeggen: van alles wat de laatste twee jaargangen bevatten, waren de stukken van Annie Salomons mij ver-uit het liefst.
    Misschien dat ik niet letterkundig-rijp genoeg ben, of dat ik, dood-eenvoudig-menselijk, te ongeduldig ben om mijn gedachten bij de essayistiek van Rodenko of Straat te houden. Ik weet van de, voor mij, onbegrijpelijk-uitgebreide en diepe ontwikkeling dezer heren, waardoor zij [ook al ben ik ervan overtuigd dat dit hun zó-een-zorg zal wezen] op mijn bewondering-bij-voorbaat mogen rekenen. Dit impliceert dat, 't zij onbeschaamd erkend, mijn ontwikkeling niet groot genoeg is om de hunne op haar adelaarsvlucht steeds te volgen. Dikwijls moet ik, ditmaal wèl beschaamd, erkennen dat ik hen, [letterlijk: domweg] niet begrijp en dat ik daarom na enige bladzijden de ijdelheid mijner pogingen aan mij zelf moet erkennen. Ook de vele bladzijden ingeruimd voor de polemiek Verspoor contra Brandt Corstius en vice versa waren mij te machtig. Ik moest, onwillig, in beiden mijn superieuren erkennen en bleef daarbij steken in de stof.
    Ik maak deze opmerking, onbetamelijk jegens Maatstaf en de vier heren voornoemd; beschamend voor mijzelf, niet om pralend de ‘gewone man’ uit te hangen, hetgeen altijd een kwalijke vorm van snobisme is, maar omdat ik haar nodig heb om het hoofd-argument voor mijn bewondering voor Annie Salomons' memoires te plaatsen: de meesterlijke eenvoud van hun stijl. De klare doorzichtigheid van dit onliterair proza, zijn oprechtheid, maakten dat in deze opstellen dikwijls een poëzie, of althans: een poëtische aandoenlijkheid, aan de dag treedt, die, naar mijn overtuiging, dit non-fictionproza - laat ik mij zo ruw mogelijk uitdrukken: deze journalistiek - tot de ware letterkunde bestempelt.”

     

     
    Eduard Elias (12 september 1900 — 14 januari 1967)
    Cover 

     

     

    De Nederlandse dichter en hoogleraar Jan Willem (Wim) Schulte Nordholt werd geboren in Zwolle op 12 september 1920. Zie ook alle tags voor Jan Willem Schulte Nordholt op dit blog.

     

    Geschiedenis

    De wereld en haar pijn is het verhaal,
    dat loopt al op een rekening van eeuwen.
    De toren valt maar 't blijft dezelfde taal,
    waarmee de mensen fluisteren en schreeuwen,
    waarmee de honger opstijgt uit het hart,
    de sterke stem van liederen en klokken,
    dezelfde woordenstroom waarmee het zwart
    verraad des doods aan 't leven wordt voltrokken.

    Wat doet men dan? Alsof het Hem aangaat
    roepen tot God die ons het leven laat
    sinds Babylon en sinds de pyramiden?
    Of gaat men als een andere Candide,
    binnen het donker waar de dood in staat,
    in de eigen tuin zich een plek zonlicht wieden?

     

     

    Herfst

    Het licht is helder, het geluid
    straalt seinen van herkenning uit
    uit hemelen van heerlijkheid
    die overlopen in de tijd,

    die openbreken blauw en goud
    met rode vlammen in het hout,
    en in het hart een warme toon
    om wat moet sterven groot en schoon.

    Een ruiter is het hart, het gaat
    zo trots de sterfelijke straat,
    en licht voor dezen dood de hoed,
    voor wien het eenmaal buigen moet.

     

     
    Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 - 16 augustus 1995)
    Cover

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010.

     

    Feierabend

    Vogellos flirrte der Sommertag
    über dem Hang. Die Landstraße kurvt
    um die Hütte.

    Ruhig in seinem Schatten
    steht der Bauer als Baum verkrümmt
    zwischen den Bäumen.

    In seiner Stube wächst
    Gras. Bröckeln die Wände. Dürers
    abgeschnittene Hände
    beten.

     

     

    So bei Licht besehen

    Alle Farben enthält des
    Wassers schillernde
    Klarheit
    Himmels- und schwerpunkt-
    sicher bewegt es sich
    frei
    in seiner scheinbaren
    Haltlosigkeit

    Lichtverschwistert über-
    brückt es
    nicht nur im Regenbogen
    spielend

    Erde und Himmel

     

     
    Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Zie ook alle tags voor Gust Van Brussel op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010

     

    DE MORGEN sijpelt wat citroen
    op de oesters van mijn ogen
    ik voel de nacht in mij verdrogen
    de wereld wordt weer blauw en groen

    rondom mij de oceaan
    van mijn duizend handen
    op de kurken stranden
    spoelen ligstoelen aan

    naar het verboden licht
    klim ik langs graten van de dag
    het oceaanschuim slaat een slag
    groene rimpels over je gezicht

    door de ramen van het restaurant
    drijven schimmen en nimfen voorbij
    je stoel met je handtasje zwemt naar mij
    ergens wordt een lijk verbrand

     

     

    Venus

    De late winden van september
    zuigen het kustzand
    de zeegolven worden verkleurd naar grauw
    een speedwagen draaft over de baren
    een valscherm achteraan
    waarin een mens zichzelf vlucht
    zijn ego zwelt zoals de wolken
    Venus stapt uit haar schelp

     

     
    Gust Van Brussel (12 september 1924 - 20 mei 2015)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

    12-09-2017 om 19:03 geschreven door Romenu  


    Tags:Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

    Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

    Gisteravond werd de Constantijn Huygens-prijs toegekend aan dichter en schrijver Hans Tentije. De oeuvreprijs van 12 duizend euro wordt op 21 januari 2018 uitgereikt aan de 72-jarige Tentije voor zijn zestien dichtbundels en roman “De innerlijke bioscoop”. Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Zie ook alle tags voor Hans Tentije op dit blog.

     

    Orvieto

    Een slingerende weg en haarspeldscherpe
    lussen tillen langs brokkelige, overgroeide weringen
    het tufstenen plateau hoger en hoger, tot voor de poorten
    van een later in de middag weer ontwaakte stad

    voor de kathedraal sluit je vol ongeloof
    je ogen even en over je oogleden strijkt zijn schittering
    het goud van een heel verleden uit

    getemperd, wijngeel licht valt
    door wat marmeren triten lijken, met een nervatuur
    van verkoolde bliksemschichten, van eeuwen terug geronnen
    levenslopen, van vloedlijnen, opgestuwd
    en onderaards nagolvend bloed dat in gebergten
    strandde, zich daar begroef -

    iemand brengt een grafstuk, vol overdadig
    groen en aronskelken, naar de zijkapel, waar hardop, iets
    te loslippig bidden zelfs verboden is

    een lijkwagen draait met hangende vaantjes
    het domplein op, verspilt zijn enorme motorvermogen
    aan het vervoer van een simpele kist, het requiem
    zal dadelijk worden opgedragen

    vier pilasters laten, door druivenranken
    en acanthusblad omlijst, een reeks uitgehouwen
    bijbelse taferelen zien - bij de jongste dag zoek je je gezicht
    tussen dat van de vele, vele verdoemden -
    je vindt het niet, vooralsnog

     

     

    l’Arbre de Jesse
    Georges Braque – Kerkraam te Varengeville

    Zoals het volmaakte het gebrekkige
    nog gebrekkiger, erbarmelijker maakt, zo armzalig
    voel je je naast het hoog op het krijt staande
    zeekerkje van Varengeville
     
    bijtende westenwinden hebben het klokkentouw gerafeld
    en zout zet zich op de naar de afgrond
    hellende grafstenen af, gebeier stort zich driest
    over golven en rotskust uit en roept onweersluchten
    aan en eenzame opvarenden –
     
    gebrandschilderd, versplinterd valt de zon
    op de plavuisgrauwe, zerkstenen vloer en stuwt
    takken, mossen, bladeren, vogelnesten
    naar het punt waar doorschijnende vingertoppen gothisch
    bij elkaar komen en het allerbinnenste
    zich met het buitenste vervlecht
     
    met maangestalten, de oceaan
    in al zijn schakeringen, met inzegeningen
    en eerste communies, met het op drift
    geraakte en het geborgene, het wisselend getij
     
    een rijsje, uit een afgehouwen tronk
    voortgekomen, een boom die, aan zichzelf ontgroeid
    uit zijn omlijsting wil breken om het lood
    van jaren van zich af te schudden en zijn kruin
    tot de hemel te laten reiken –
     
    zou je door dit glas heen ‘s avonds
    de lichten van het reuzenrad, de schiettenten, het casino
    kunnen zien, het getwinkel, daar, heel
    in de verte, in Dieppe?
     
    onbereikbare smalle stroken zand
    tussen de golfslag en de steile kliffen, poreus
    afbrokkelend krijt waarmee niet te schrijven is, de vloed
    die ondermijnt en ontwortelt en tekeergaat
    in de brandingsnissen en verstikt soms meehuilt
    tijdens de engelenmissen
     
    de zee beneden je, als keek je
    door Braques glasscherven voor het eerst
    naar zulke breekbare, onbestaanbare
    tinten blauw en grijs
     
    het sluike drenkelingenhaar van de wieren
    wenkt de schaduwen die vergeefs tegen de dwarsstroom
    proberen op te zwemmen, terwijl stenen
    vonken in de diepte en een oorverdovend geruis
    de schelpen, schelpenbanken spoelt
     
    het kerkhofgrint is onberispelijk aangeharkt –

     

     
    Hans Tentije (Beverwijk, 23 december 1944)

    12-09-2017 om 08:05 geschreven door Romenu  


    Tags:Constantijn Huygens-prijs 2017, Hans Tentije, Romenu
    » Reageer (0)
    11-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk

    De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

     

    Zink
    in memoriam Lisbé Smuts-Smith

    1
    Veeg de sneeuw van de daken
    vouw de vogels weer dicht
    laat de winter nog slapen
    doe iets aan het licht

    Sluit de tuin en strooi kiezels
    in het bord van het kind
    pluk messen en wespen
    plet van perziken de pit.

    (Gordijnen wil men en aceton
    en al wat de lente vertraagt.
    Slavernij desnoods of spoorwegen
    of ergens iets desolaats.)


    2
    Nu klotst het water zaagt men hout
    blaffen honden brutaal

    Nu zit ik hier in deze vlei
    te roeien naar een taal

    Papyrus zingt de ibis vliegt
    de stilte hoort men niet

    De boot valt stil wij stappen uit
    en rillen met het riet

    Onder het water zal mijn adem
    trager woorden blazen

    Dit machteloze schrijven
    is een vroege vorm van zwijgen -

     

     
    David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

     

     

    De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

    Uit: Wees onzichtbaar

    “In de winter van 1983 reden we onze nieuwe toekomst tegemoet toen we de grens passeerden bij Nieuweschans, het meest oostelijke punt van Nederland. Voor in de auto riep Kadir ‘Hollanda!’ toen we na vele uren eindelijk de Duitse Autobahn achter ons lieten. Op de achterbank klapten mijn zus en ik in onze handjes. Mijn moeder zat aan het raam en keek onbewogen voor zich uit terwijl de snelwegverlichting haar magere gezicht bescheen.
    Een paar maanden daarvoor was mijn vader vanuit Hamburg, waar we drie moeizame jaren hadden doorgebracht, halsoverkop naar Amsterdam vertrokken omdat zijn politiek asiel in Duitsland was afgewezen. Al op zijn tweede dag had hij woonruimte gevonden in een flat in de Bijlmermeer, iets wat hem in Duitsland in al die jaren niet was gelukt waardoor we steeds afhankelijk waren geweest van de welwillendheid van familie en vrienden en van adres naar adres trokken, tot er geen adres meer over was en mijn vader uit wanhoop een tochtig appartement kraakte. Dezelfde dag nog trotseerde hij de Duitse politie. ‘Waar moet ik verdomme heen met mijn gezin?’ had hij vertwijfeld geroepen. ‘Moeten we soms op straat slapen?’ De agenten hadden bedremmeld geknikt en liepen toen weg.
    Van Hollanda kon ik me als vijfjarige geen voorstelling maken. Ik dacht alleen maar aan het weerzien met mijn vader die ik al zo lang niet had gezien dat ik me zijn stem nauwelijks kon herinneren. Maar eerst wilde ik op de Autobahn achter het stuur zitten van de grote Mercedes Benz, want dat hadden ze me beloofd.
    Mijn moeder had vergeefs geprotesteerd. ‘Hij is nog maar vijf, dat is veel te gevaarlijk.’
    Maar Kadir had gegrijnsd en daarna een diepe trek van zijn Camel genomen. ‘Dan is hij al ouder dan ik dacht.’ Hij had zijn sigaret dreigend in de lucht gehouden. ‘In het dorp bestuurde ik op mijn vijfde al een tractor. Wind je dus niet zo op, zuster, anders maak je nog een mietje van Metin.’
    Kadir was de man die mij mijn eerste trek van een sigaret had gegeven. Het was op de wc van een buurtcentrum in Hamburg waar Turkse communisten regelmatig vergaderden over de rechten van de onderdrukte arbeiders en de bedroevende staat van Turkije na de staatsgreep van 1980. Ik nam gretig een trek van de peuk zoals ik mijn vader dat zo vaak had zien doen, maar een paar tellen later vlogen mijn longen in brand en begon ik onbedaarlijk te hoesten. Ik kreeg geen lucht meer en zakte door mijn knieën, maar het enige wat Kadir deed, was zijn makker Erol lachend op zijn schouder slaan. Sindsdien was ik een beetje bang van Kadir”.

     
    Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

     

     

    De Engelse dichter en schrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor D. H. Lawrence op dit blog.

    Uit: The White Peacock

    “I stood watching the shadowy fish slide through the gloom of the mill-pond. They were grey, descendants of the silvery things that had darted away from the monks, in the young days when the valley was lusty. The whole place was gathered in the musing of old age. The thick-piled trees on the far shore were too dark and sober to dally with the sun; the weeds stood crowded and motionless. Not even a little wind flickered the willows of the islets. The water lay softly, intensely still. Only the thin stream falling through the mill-race murmured to itself of the tumult of life which had once quickened the valley.
    I was almost startled into the water from my perch on the alder roots by a voice saying:
    “Well, what is there to look at?” My friend was a young farmer, stoutly built, brown eyed, with a naturally fair skin burned dark and freckled in patches. He laughed, seeing me start, and looked down at me with lazy curiosity.
    “I was thinking the place seemed old, brooding over its past.”
    He looked at me with a lazy indulgent smile, and lay down on his back on the bank, saying:
    “It’s all right for a doss—here.”
    “Your life is nothing else but a doss. I shall laugh when somebody jerks you awake,” I replied.
    He smiled comfortably and put his hands over his eyes because of the light.
    “Why shall you laugh?” he drawled.
    “Because you’ll be amusing,” said I.
    We were silent for a long time, when he rolled over and began to poke with his finger in the bank.
    “I thought,” he said in his leisurely fashion, “there was some cause for all this buzzing.”
    I looked, and saw that he had poked out an old, papery nest of those pretty field bees which seem to have dipped their tails into bright amber dust.”

     

     
    D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
    Cover

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Eddy van Vliet op dit blog

     

    Van de terugkomst der golven

    Van de terugkomst der golven
    heb ik je nauwelijks
    en hoezeer weet je dat ook ik de hopeloze vrager ben
    kunnen overtuigen

    ook de jaargetijden
    ook de ziekten
    ook de bewegingen
    ook de tranen
    ook de bijen
    ook de reigers en de regen
    ook de beloften en de bladeren
    met de golven hebben zij de terugkomst gemeen

    enkel na de dood
    en bij dit woord
    leg ik mijn liefste hand op al je lippen
    alsof de verzegeling van je blozend lichaam
    het kiemend zaad stuiten kon

    ‘neen, na de geboorte is de dood niet meer mogelijk’

    en zoals nooit tevoren
    d.w.z. zoals elke avond
    slaap je in
    met zoveel dromen als er vragen blijven.

     

     

    Zoals de morgen in de nacht dringt

    Zoals de morgen in de nacht dringt
    d.w.z. behoedzaam en onafwendbaar
    glijden de schaduwen van de minnaar
    eerst zijdelings langs haar lenden
    met iets van het woord ‘nauwelijks’ in elk gebaar
    om plotseling onvoorwaardelijk zwaar
    vanuit haar geheimste plooien
    als een valk te vallen
    in het laatste licht
    dat zij langzaam dooft onder haar lichtste wimpers.

     

     
    Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)
    In 1974 

     

     

    De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California. Zie ook alle tags voor Andre Dubus III op dit blog.

    Uit: House of Sand and Fog

    “The fat one, the radish Torez, he calls me camel because I am Persian and because I can bear this August sun longer than the Chinese and the Panamanians and even the little Vietnamese Tran. He works very quickly without rest, but when Torez stops the orange highway truck in front of the crew, Tran hurries for his paper cup of water with the rest of them. This heat is no good for work. All morning we have walked this highway between Sausalito and the Golden Gate Park. We carry our small trash harpoons and we drag our burlap bags and we are dressed in vests the same color as the highway truck. Some of the Panamanians remove their shirts and leave them hanging from their back pockets like oil rags, but Torez says something to them in their mother language and he makes them wear the vests over their bare backs. We are upon a small hill. Between the trees I can see out over Sausalito to the bay where there are clouds so thick I cannot see the other side where I live with my family in Berkeley, my wife and son. But here there is no fog, only sun on your head and back, and the smell of everything under the nose: the dry grass and dirt; the cigarette smoke of the Chinese; the hot metal and exhaust of the passing automobiles. I am sweating under my shirt and vest. I have fifty-six years and no hair. I must buy a hat.
    When I reach the truck, the crew has finished their water and the two Chinese light new cigarettes as they go back to the grass. The Panamanians have dropped their cups upon the ground around their feet and Tran is shaking his head, and saying something in his language as he stoops to pick them up with his hands. Mendez laughs. He is almost as big as the radish and there is a long burn scar the color of sand upon one of his fat arms. He sees me looking at it as I drink my ice water and he stops his laughing, no longer does he even smile, and he to me says: "What you looking at, viejo?"
    I drink from my cup and let him look at my eyes. His brothers have started to go back to work but now they stop to watch.
    "Old maricon," says Mendez. He takes up his trash spear from the orange tailgate, but my eyes look at the burn again long enough for him to see. His face becomes more ugly than it already is and he yells something at me in his language and his teeth are very bad, like an old dog's. I don't give him rest from my eyes and so now he steps to me, yelling more, and I smell him, last night's wine and today's sweating of it, and now Torez is yelling louder than Mendez. Again it is in their mother tongue and it is over quickly because Mendez knows this crew can manage very fine without him, and he needs money for his sharob, his wine. He is goh, the shit of life. They are all goh”.

     

     
    Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

     

     

    De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

     

    Sestina

    U is nearly six, and the ice-covered road
    Bends toward the north.
    Chains
    Clatter on tires. The muffled metal echo,
    Like the surface of a lake, glitters up front.
    The weightless and wounded March snow
    Still tries to cover the annihilated forest.

    Like a drawbridge which divides the sluggish forest,
    My glance lifts and stops. It is led astray by the road
    Against which several times have battered the snow
    And the monotonous chains

    Of birch trees. In the pure mist the well rises in front
    Of the empty houses. And everything else is an echo

    And clots of air. The aimless echo,
    Which does not exist, resounds through the forest.
    The graphite mirror stands blackly in front
    Of the great darkness. We have been given the road
    And the heaven-sent chains,
    The invisible but all-powerful snow.

    The old-aged spring is watched by the snow,
    And our hearing is unraveled by the many-faced echo.

    Like a pond which has broken loose from its chains,
    A blind thought seeps into the forest.
    Here, gasoline will not help, the white road,
    Or the beam of light clearing up front.

    The formless cosmos emerges in front.
    The biting star, the mindless snow
    That cloaks the field, the armed road.
    A shadow, a reflection, a painting, an echo
    Fill the crumbling Arden forest,
    And their payment is the solitary chains.

    Will we be tempered by your chains?
    Things and elements stand in front
    Of me. I will leave that severe forest
    Where the trees are covered and guarded by snow,
    And the word is replaced by an empty echo,
    And everything ends. Perhaps the road

    Is a net of chains. My protected road
    To your forest. The earth is frozen with snow.
    We have become enemies. You are only an echo.

     

     
    Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)

     

     

    De Amerikaanse dichter en psychiater Merrill Moore werd geboren op 11 september 1903 in Columbia, Tennessee. Zie ook alle tags voor Merrill Moore op dit blog.

     

    Fable

    Does everyone have to die? Yes, everyone.
    Isn’t there some way I can arrange
    Not to die — cannot I take some strange
    Prescription that my physician might know of?

    No. I think not, not for money or love;
    Everyone has to die, yes, everyone.

    Cannot my banker and his bank provide,
    Like a trust fund, for me to live on inside
    My warm bright house and not be put into
    A casket in the clay, can they not do
    That for me and charge a fixed per cent
    Like interest or taxes or the rent?

    No, Madame, I fear not, and if they could
    There might be more harm in it than good.

     

     

    The Noise That Time Makes

    The noise that Time makes in passing by
    Is very slight but even you can hear it
    Having not necessarily to be near it,
    Needing only the slightest will to try!

    Hold the receiver of a telephone
    To your ear when no one is talking on the line
    And what may at first sout,d to you like the whine.
    Of wind over distant wires is Time's own
    Garments brushing against a windy cloud.

    That same noise again but not so well
    Can be heard by taking a large cockle shell
    From the sand and holding it against your head;

    Then you can hear Time's footsteps as they pass
    Over the earth brushing the eternal grass.

     

     
    Merrill Moore (11 september 1903 – 20 september 1957)

     

     

    De Duitse schrijfster Barbara Bongartz werd geboren op 11 september 1957 in Keulen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Barbara Bongartz op dit blog.

    Uit: Die Schönen und die Reichen

    Ich habe Glück gehabt, dass meine Kindheit unmissverständlich war. Ich kann sie nicht vergessen. So wenig wie ich meine Mutter, eine blasse Erscheinung mit strähnigem Haar, zuwenig Gewicht und zu kurzgeschnittenen Fingernägeln vergessen kann.
    Sie starb vor ein paar Jahren an Knochenkrebs.
    Dass meine Mutter mich mit in diese Häuser nahm, war ein heikles Arrangement. Sie war unsicher, durchlöchert von Angst.
    Ständig besorgt, dass wir lästig sein könnten, dass ihre Arbeit den Preis ihrer Anwesenheit nicht aufwiegen, dass ich etwas anfassen und kaputt machen könnte, verhielt sie sich, als seien wir verseucht. Mehr noch als die Bewohner, die nur in Ausnahmefällen in Erscheinung traten, schüchterten die Dinge in diesen Häusern sie ein. Die Gerätschaften, Utensilien, Dekorationsstücke waren Zeugen und Markierungen anderer Welten, die sie verunsicherten. Sie blieben ihr nicht nur fremd: Sie schienen beseelt von ihren Eignern zu sein, übermächtig in ihre Erscheinung, lauernd in ihrer Stellvertreterschaft. Nie verlor meine Mutter den Dingen gegenüber ihre ohnmächtige Furcht, obwohl sie sie täglich säubern musste.
    Ich, das kleine Mädchen, sah indes mit Staunen, dass es Leute gab, die andere für die Beseitigung des täglichen Drecks bezahlten. Ich fragte mich, woher das kam. Ich bin ein altkluges Kind gewesen. Während meine Mutter die Erniedrigung zu ignorieren schien, empfand ich die Würdelosigkeit für uns beide. Natürlich gab es Dreck und Dreck. Der Dreck auf der Terrasse wa rschlichter Schmutz, bröcklige Erde, feuchter Sand, nicht aufgeladen von privaten Handlungen wie die ungenießbaren Reste von Speisen oder der heikle Unrat, den intime Verrichtungen hinterlassen.
    War Mutter stumpf oder tapfer? Oder war es Demut, mit der sie das Nötige tat, ohne ein Wort darüber zu verlieren? Ich weiß nicht, ob sie je in Erwägung zog, etwas anderes zu tun, als anderen auf der niedrigsten Stufe zu dienen. Zu einer Zeit, in der ich alt genug gewesen wäre, es herauszufinden, lief ich davon. Ich wollte nicht das Kind dieser Mutter sein, kein Kind einer Frau für den Dreck, egal welches ihr Motiv gewesen war oder ob sie überhaupt eines hatte."

               

     
    Barbara Bongartz (Keulen, 11 september 1957)

     

     

    De Poolse dichter en toneelschrijver Adam Asnyk werd geboren op 11 september 1838 in Kalisz. Zie ook alle tags voor Adam Asnyk op dit blog en ook mijn blog van 11 september 2010.

     

    Sonett

    Ich mußte schweigen, als ich schied von dir,
    Die Lippe schien der Sprache zu entbehren,
    Es blieb das Wort zurück im Busen mir,
    Das Herz entfloh und will nicht wiederkehren.

    Dir bleibt geöffnet deines Hauses Thür,
    Du wirst im Lenz dort Nachtigallen hören -
    Getrennt, im tiefen Unglück leb' ich hier,
    Mein Haus ist fern, ich kann nicht wiederkehren.

    Kein Echo klang mir nach, als ich geschieden;
    Doch besser, daß mein Angedenken nimmer
    Gefährde deiner hellen Träume Frieden!

    Der Morgen wird dir neues Glück gewähren -
    Ich nehme Abschied von dem letzten Schimmer,
    Um aus dem Dunkel nie zurückzukehren!

     

    Vertaald door Heinrich Nitschmann

     

     

    Rosentage sind verronnen

    Rosentage sind verronnen,
    Liebster, geh! Bist frei!
    Der Goldfaden riss entzwei,
    Den die Lieb’ gesponnen.

    Und ich ließ ihn, sprang von hinnen,
    Suchte neues Gold.
    Doch das Glück war mir nicht hold,
    Nichts fand ich zum Spinnen.

    Wieder blüht der Rosen Schimmer,
    Nur dahin mein Glück.
    Liebster! Ruf ich, komm zurück!
    Doch der glaubt mir nimmer.

     

     
    Adam Asnyk (11 september 1838 – 2 augustus 1897)
    Portret door Aleksy Strażyński, 1886

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

    11-09-2017 om 18:18 geschreven door Romenu  


    Tags:David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk, Romenu
    » Reageer (0)
    10-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Edmund de Waal, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver

    De Britse schrijver, keramist en hoogleraar Edmund Arthur Lowndes de Waal werd geboren op 10 september 1964 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Edmund de Waal op dit blog.

    Uit: The Hare With Amber Eyes: A Hidden Inheritance

    `I look up at the second-floor windows where Charles had his suite of rooms, some of which looked across the street to the more robustly classical house opposite, some across the courtyard into a busy roofscape of urns and gables and chimneypots. He had an antechamber, two salons --- one of which he turned into his study – a dining-room, two bedrooms and a ‘petite’. I try to work it out; he and his older brother Ignace must have had neighbouring apartments on this floor, their elder brother Jules and their widowed mother Mina below, with the higher ceilings and grander windows and the balconies on which, on this April morning, there are now some rather leggy red geraniums in plastic pots. The courtyard of the house was glazed, according to the city records, though all that glass is long gone. And there were five horses and three carriages in these stables which are now a perfect bijou house. I wonder if that number of horses was appropriate for a large and social family wanting to make the right kind of impression.
    It is a huge house, but the three brothers must have met every day on those black-and-gold winding stairs, or heard each other as the noise of the carriage being readied in the courtyard echoed from the glazed canopy. Or encountered friends going past their door on the way up to an apartment above. They must have developed a way of not seeing each other, and not hearing each other, too: to live so close to your family takes some doing, I think, reflecting on my own brothers. They must have got on well. Perhaps they had no choice in the matter. Paris was work, after all.
    The Hôtel Ephrussi was a family house, but it was also the Parisian headquarters of a family in its ascendancy. It had its counterpart in Vienna, the vast Palais Ephrussi on the Ringstrasse. Both the Parisian and Viennese buildings share a sense of drama, of a public face to the world. They were both built in 1871 in new and fashionable areas: the rue de Monceau and the Ringstrasse were so of-the-minute that they were unfinished, untidy, loud and dusty building sites. They were still spaces that were inventing themselves, competitive with the older parts of town with their narrower streets, and spikily arriviste.
    If this particular house in this particular streetscape seems a little stagey, it is because it is a staging of intent. These houses in Paris and Vienna were part of a family plan: the Ephrussi family was ‘doing a Rothschild’. Just as the Rothschilds had sent their sons and daughters out from Frankfurt at the start of the nineteenth century to colonise European capital cities, so the Abraham of my family, Charles Joachim Ephrussi, had masterminded this expansion from Odessa in the 1850s. A true patriarch, he had two sons from his first marriage, Ignace and Léon. And then when he remarried at fifty he had continued producing children: two more sons, Michel and Maurice, and two daughters, Thérèse and Marie. All of these six children were to be deployed as financiers or married into suitable Jewish dynasties."

     

     
    Edmund de Waal (Nottingham, 10 september 1964)

     

     

    De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook mijn blog van 10 september 2010. en eveneens alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

    Uit: Das französische Testament (Vertaald door Holger Fock en Sabine Müller)

    `Und plötzlich dieses Foto!
    Ich erblickte es, als ich aus reiner Neugier einen großen Umschlag öffnete, der zwischen der letzten Seite und dem Einband herausgerutscht war. Es handelte sich um einen der unvermeidlichen Stapel von Abzügen, die man nicht für wert erachtet, auf den spröden Karton der Albumblätter geklebt zu werden: Landschaften, deren Herkunft man nicht mehr kennt, Gesichter, an denen niemand hängt oder an die sich keiner erinnert. Ein Stapel, den man endlich einmal sichten müsste, um über den Verbleib all dieser armen Seelen zu entscheiden ...
    Zwischen diesen Unbekannten und den längst in Vergessenheit geratenen Landschaften sah ich sie. Eine junge Frau, deren Kleidung sich auf eigenartige Weise von der Eleganz der Leute unterschied, die auf den anderen Fotos zu sehen waren. Sie trug eine weite, wattierte Jacke in schmutzigem Grau und eine Tschapka mit heruntergeklappten Ohrenschützern. Sie hatte sich mit einem Baby ablichten lassen, das sie, eingemummt in eine Wolldecke, an die Brust drückte.
    »Wie hat sie es nur geschafft«, fragte ich mich, »sich bei diesen Männern und Frauen in Frack und Abendrobe einzuschleichen?« Was hatte sie zwischen all diesen Aufnahmen von Prachtstraßen, diesen Wandelhallen, diesen südländischen Ausblicken zu suchen? Sie schien aus einer anderen Zeit, aus einer anderen Welt, unerklärlich. In ihrer Aufmachung, die heutzutage nur noch Frauen tragen, die im Winter auf den Straßen den Schnee schippen, schien sie ein Eindringling in unserer Ahnengeschichte zu sein ...
    Ich hatte meine Großmutter nicht hereinkommen hören.
    Sie legte ihre Hand auf meine Schulter. Ich schreckte auf, dann zeigte ich ihr das Foto und fragte: »Wer ist diese Frau?«
    Für einen Augenblick blitzte in dem sonst unerschütterlich ruhigen Blick meiner Großmutter Bestürzung auf. Aber fast unbekümmert fragte sie zurück: »Welche Frau?«
    Wir hielten beide inne und spitzten die Ohren. Ein eigenartiges Knistern lag im Raum. Meine Großmutter wandte sich um und rief plötzlich und, wie mir schien, voller Freude:
    »Ein Totenkopf! Sieh mal, ein Totenkopf!"

     

     
    Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)

     

     

    De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Werfel werd op 10 september 1890 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Franz Werfel op dit blog.

    Uit: Lied der Bernadette

    `Am dritten Abend seines stummen Krieges mit dem Weibe gibt der Mann sich geschlagen. Es handelt sich nur mehr um die Form, welche er seiner Kapitulation zu verleihen gedenkt. Nach langem Hin und Wider entschließt sich der Kaiser zu einem sehr ungewöhnlichen Schritt. Er vermeidet den bürokratischen Geschäftsgang. Da er sich vor seinen Ministern schämt, umgeht er dieselben. Weder Fould noch Roulland oder Delangle werden verständigt. Der Kaiser wirft eine Depesche an den Präfekten von Tarbes aufs Papier:
    »Sie haben den Zugang der Grotte westlich von Lourdes unverzüglich dem Publikum zu öffnen. Napoleon.«
    Das ist alles. Die Depesche wandert aufs Telegraphenamt. Mit einer Abschrift wandert der Kaiser zur Kaiserin. Eugénie errötet tief:
    »Ich wußte immer, Louis«, sagt sie, »daß du ein großes Herz besitzest, das sich selbst zu überwinden vermag ...«
    »Tatsache ist, Madame«, erwidert er auf diese Deklamation äußerst förmlich, »daß die Dame von Lourdes in Ihnen eine vortreffliche Verbündete gefunden hat ...«
    Baron Massy hält die Depesche des Kaisers in der Hand. In den ersten Minuten der Bestürztheit, nach einer raschen Anwandlung des Stolzes, unverzüglich seine Demission einzureichen, gewinnt er schnell seine kalte Fassung wieder und beginnt mit gewohntem Scharfsinn die Lage zu analysieren:
    Zuvörderst das Telegramm selbst. Der Text ist knapp und trocken wie ein militärischer Befehl. Er widerspricht der Art Louis Napoleons, der seine Weisungen an die zivilen Behörden sonst in Höflichkeit zu kleiden und oft auch zu begründen pflegt. Die Wortkargheit des Textes verrät Unbehagen. Sollte das Telegramm echt sein, so ist es dem Kaiser zweifellos abgerungen worden. Eine Verschwörung Eugénies, der bigotten Hofdamen und etwelcher Soutanen vermutlich, die von Tag zu Tag mehr den propagandistischen Wert der »Apparitionen von Lourdes« zu erkennen scheinen. Einzig der zuständige Bischof bleibt starr nach wie vor. Der übrige Klerus ist seit einiger Zeit in Bewegung geraten wie Flußeis bei Tauwetter. Ein durch erwiesene, aber unerklärbare Heilungen dokumentiertes Wunder bedeutet einen so gewaltigen Einbruch in den offiziellen Deismus und inoffiziellen Nihilismus des Zeitalters, daß sowohl die Sicherheit des Unglaubens als auch die Unsicherheit des Glaubens ins Wanken gerät. Davon ist die Depesche des Kaisers der lebendige Beweis."

     

     
    Franz Werfel (10 september 1890 – 26 augustus 1945)
    Scene uit de Amerikaanse film “The Song of Bernadette” uit 1943 

     

     

    De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

    Uit: The Last Supper (Vertaald door Antonia Lloyd-Jones)

    "Citizen," began the sergeant, "what's going on in here? Making noise again?" As quietly as could be, Mateusz handed them his identity card, then lit his pipe and sat in an armchair, as if Mr and Mrs Zielenko and their entire backstage crew, including the Civic Militia, the Volunteer Reserve, the district Party committee, the allotment owners' club, the village homeowners' circle, the residential committee, the house committee, the Front for National Unity and the parish committee were of no concern to him at all. "Bit of a tussle, was there?" said the sergeant, holding the identity card in two fingers and waving it above the defendant's head. "Should we withhold this document and summons you?" Mateusz did not even deign to make eye contact with the policeman. "Windows flying out, are they?" "Citizen Sergeant," said one of the constables, who while examining the paintings leaning against the wall had come across a picture of a woman's head with a woolly forest of spirally intertwining penises growing out of it, "perverts like this should be sent straight to the camps. Why the bloody hell were they closed down?" "Shut your gob, Rydomski!" said the sergeant, rashly revealing the flatfoot's name to us. "You'd best keep your nose out of politics because you're a bit short on brains. And as for you, gentlemen," he turned to us, "we've had complaints about you singing songs!" "We were singing the Internationale, as usual," I said without hesitating, "and please make a note of it in your report." "Quite so," said Mateusz, breaking his silence from behind clouds of pipe smoke. "The Internationale, in the report, without question!" Just then we heard the mighty thud of the Engineer's footsteps on the stairs. In his own way he proved a genius: to fall onto the lawn and then get up as if nothing had happened, brush down his clothes and make his way to the nearest bar, quickly down a couple of vodkas there and return in even better condition than before to the site of his missionary activities he must have had an undeniably potent categorical imperative driving him. "Fucking hell, man," he said, throwing himself into the sergeant's arms and covering him in soggy kisses. "The avant garde and the police, that's the best coalition!" As if he had a talent for that sort of clowning and some well practised tricks, quick as a flash the same bear hug was performed — actually without any protest — on the other two policemen. Then the Engineer stood in the middle of the studio, spread his arms as if about to fly and declared: "It was me, fuck it, thwough that window! The one and only me! That's what you call an expewiment! Hey, arseholes, don't you get it? Don't like that sort of art, do you? But it's the future! Not that." He nodded towards the partly painted canvases leaning against the wall. "Not that." And he blew his nose in their direction, which was clearly a hit with the policemen.`

     

     
    Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

     

     

    De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

     

    Mushrooms

    Rain, and then
    the cool pursed
    lips of the wind
    draw them
    out of the ground -
    red and yellow skulls
    pummeling upward
    through leaves,
    through grasses,
    through sand; astonishing
    in their suddenness,
    their quietude,
    their wetness, they appear
    on fall mornings, some
    balancing in the earth
    on one hoof
    packed with poison,
    others billowing
    chunkily, and delicious -
    those who know
    walk out to gather, choosing
    the benign from flocks
    of glitterers, sorcerers,
    russulas,
    panther caps,
    shark-white death angels
    in their town veils
    looking innocent as sugar
    but full of paralysis:
    to eat
    is to stagger down
    fast as mushrooms themselves
    when they are done being perfect
    and overnight
    slide back under the shining
    fields of rain.

     

     

    The Summer Day

    Who made the world?
    Who made the swan, and the black bear?
    Who made the grasshopper?
    This grasshopper, I mean--
    the one who has flung herself out of the grass,
    the one who is eating sugar out of my hand,
    who is moving her jaws back and forth instead of up and down--
    who is gazing around with her enormous and complicated eyes.
    Now she lifts her pale forearms and thoroughly washes her face.
    Now she snaps her wings open, and floats away.
    I don't know exactly what a prayer is.
    I do know how to pay attention, how to fall down
    into the grass, how to kneel in the grass,
    how to be idle and blessed, how to stroll through the fields,
    which is what I have been doing all day.
    Tell me, what else should I have done?
    Doesn't everything die at last, and too soon?
    Tell me, what is it you plan to do
    With your one wild and precious life?

     

     
    Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)
    In 1964

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september mijn vorige blog van vandaag.

    10-09-2017 om 10:39 geschreven door Romenu  


    Tags:Edmund de Waal, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł, Huelle, Mary Oliver, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille

    De Surinaamse dichter en schrijver Eddy Louis Pinas werd geboren in Paramaribo op 10 september 1939. Zie ook alle tags voor Eddy Pinas op dit blog.

     

    de rivier zal 't weten

    de rivier zal 't weten
    vanaf de bergen
    tot daar waar het
    in in-
    nig
    samenzijn knuffelt met
    dorstig zeewater

    het brullend
    bruizend wezen op
    de rug van de
    granolosoela
    draagt in iedere molecule
    de tedere kiem
    van wording

    ook de zee zal 't weten
    en de boodschap
    beuken tegen ijzeren rompen
    op iedere strand
    zal het te lezen zijn

    door de branding
    zal het geëtst worden
    op de klippen
    de zon zal het
    met bladders neerschrijven
    op de gevels
    Suriname wordt vrij
    maar...

    heb ik mijn vaccinatiebewijs
    niet vergeten?

     

     
    Eddy Pinas (Paramaribo, 10 september 1939)

     

     

    De Deense dichter en schrijver Jeppe Aakjær werd geboren in Aakjær bij Skive op 10 september 1866. Zie ook alle tags voor Jeppe Aakjaer op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

    Uit: Die Kinder des Zorns (Vertaald door Erich Holm)

    „Die beiden Neuangekommenen hatten scheinbar keine Eile. Mit großer Umständlichkeit holte der Armenvorsteher sein Pfeifengeschirr hervor und breitete es auf dem Tische aus. Als er mit dem Stopfen fertig war, warf er die Frage an den Schuhmacher hin: »Hast vielleicht ein Schwefelholz bei dir?«
    »Jesus ja!« sagte der Schuhmacher und fuhr mit großer Eilfertigkeit in die Hosentasche.
    Der Vorsteher wartete mit der Pfeife in der Hand, indes die Lippen erwartungsvoll eine Saugstellung einnahmen. Der Schuhmacher fingerte an seiner ganzen Person auf der Suche nach einem Zündholz herum. Erst holte er einen schlottrigen Lederbeutel hervor und legte ihn vor sich auf den Tisch, dann zog er aus der Hosentiefe ein altes Schnappmesser, schließlich erwischte er das Ende eines Schusterpechdrahtes, der sich immer weiter und weiter aufwickelte.
    »Na, was wird’s damit?« sagte der Vorsteher und sah ihn spöttisch an.
    Im selben Augenblick flog das Branntweinglas auf den Steinboden und zerschmetterte in tausend Stücke.
    »Na, bist schon so weit gekommen, daß du’s Branntweinglas bei dir im Sack trägst?« höhnte Hans Nielsen. »Da hast du’s wenigstens gleich zur Hand.«
    »Aber, Herr Jeses,« keifte die allzeit zankbereite Ann-Marie Kjærsgaard, »jetzt schlägt er das einzige Glas entzwei, das noch im Haus war, der Schußbartel, der. Hättst mich nicht können die Schwefelhölzer suchen lassen?« Mit diesen Worten schleuderte Ann-Marie eine Schachtel dicht an der Nase des Schuhmachers vorbei dem Gemeindevorsteher hin.
    »Au, au!« schrie der Schuhmacher und bog den Kopf jäh zurück, um dem Projektil zu entgehen.
    Die drei andern lächelten sich hämisch zu.
    »Der gehört wohl auch zum Geschäft?« bemerkte nun der Nørhofer, einen Pfropfen in die Höhe haltend, auf den er sich in der Bankecke gesetzt hatte.
    »Ach, da ist er ja! Nur her damit, sonst könnt es schief gehen!« rief Kræn Lybsker, in die innere Rocktasche guckend.
    »Schau, daß du dem grünen Vogel da den Schnabel stopfst,« lachte Bertel, »sonst fängt er noch zu krähen an."

     

     
    Jeppe Aakjær (10 september 1866 - 22 april 1930)
    Standbeeld op het schiereiland Salling in de Limfjord, Denemarken

     

     

    De Bulgaarse schrijver en musicus Viktor Markos Paskov werd geboren in Sofia op 10 september 1949. Zie ook alle tags voor Viktor Paskov op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

    Uit: Autopsie (Vertaald door Alexander Sitzmann)

    „So ... jetzt ist es gut ... Jetzt ist alles in Ordnung.
    Ich habe den Fusel von letztem Jahr ausgetrunken, den man mir in Sozopol geschenkt hatte. Eine Widerwärtigkeit mit Feigengeschmack.
    Nimm den Rasierer und schau dich nicht an!
    Rasier dich vorsichtig, stütz die rechte Hand mit der linken ab, damit du dich nicht abschlachtest!
    Dieses Gesicht ist nicht meines. Es ist ausgetauscht worden. Höchstwahrscheinlich hat man es in einem dieser geheimnisvoll anmutenden Antiquitätenläden ausgegraben, im Halbdunkel, unter dem schweren Geruch von verrottendem Papier und bedeutungslosen Gegenständen. Meine Mutter würde dieses Gesicht nicht wiedererkennen. Ebenso wenig mein
    Vater. Aber sie sind nicht mehr am Leben, und es gibt keinen Grund, warum sie mich wiedererkennen
    sollten.
    Ich steige in die Wanne: Strafduschen. Heiß-kalt, kalt-heiß. Heiß, bis man schier wahnsinnig wird.
    Kalt, bis man schreit. Ich bringe das Bad mit Reinigungsmitteln auf Hochglanz und ordne Rasierzeug,
    Cremes, Eau de Cologne und Zahnbürsten unter dem Spiegel an.
    Ich habe keine Zigaretten. Ich habe schon wieder keine Zigaretten! Zum wievielten Male wohl habe ich
    morgens keine Zigaretten?
    Ich gehe in die Unterführung der U-Bahn, kaufe zwei Schachteln Marlboro, es ist ungefähr acht Uhr
    Morgens“.

     

     
    Viktor Paskov (10 september 1949 - 16 april 2009)

     

     

    De Amerikaanse dichteres en schrijfster Hilda Doolittle werd geboren in Bethlehem, Pennsylvania, op 10 september 10 1886. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Hilda Doolittle op dit blog.

     

    Garden

    I
    You are clear
    O rose, cut in rock,
    hard as the descent of hail.

    I could scrape the colour
    from the petals
    like spilt dye from a rock.

    If I could break you
    I could break a tree.

    If I could stir
    I could break a tree—
    I could break you.


    II
    O wind, rend open the heat,
    cut apart the heat,
    rend it to tatters.

    Fruit cannot drop
    through this thick air—
    fruit cannot fall into heat
    that presses up and blunts
    the points of pears
    and rounds the grapes.

    Cut the heat—
    plough through it,
    turning it on either side
    of your path.

     

     
    Hilda Doolittle (10 september 1886 – 21 september 1961)

     

     

    De Duits-Amerikaanse schrijver Reinhard Lettau werd geboren op 10 september 1929 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Reinhard Lettau op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

    Uit: Auftritt Manigs

    „Nur daß diese mögliche Erklärung der Ironie der Texte anheimfiele. So könnte der eben zitierte gut und gerne "Die Mitläufer" heißen. Er zeigt den Tanz einer Masse und obendrein den Anführer selbst als Mitläufer. Manig aber läuft jeder Auslegung mühelos davon. Das macht: Er ist figürlich und abstrakt zugleich. Philosophie in diesen Geschichten wird Graphik, aber auch Graphik Philosophie. Wem Identität und Dialektik Fremdwörter bleiben, wer nicht wahrhaben will, daß da vor seinen Augen eins ins andere sich verwandelt und diese oder jene Handlung in ihr Gegenteil umschlägt, kurz, wer seinen Augen nicht traut, an dem sind Lettaus Erfindungen verloren, und verloren ist die verlorene Komik, die statt eines Schattens jeden Schritt Manigs begleitet.
    Diese Prosa ist voll trockenster Poesie, und sie ist gearbeitet wie ein Gedicht. Ihre Leichtigkeit trügt, ihre Abläufe sind silbengenau gesetzt. Manig tritt auf dem Hochseil der Sprache auf. Diese Gangart erlaubt keinen Gag und keine Pointe. Hier rächt sich jeder Schritt daneben. Reste surrealistischer Beliebigkeit, wie in den Stücken "Ankunft" und "Manig setzt sich", geben Proben dafür ab. Überhaupt erweist sich die Gefährlichkeit dieser Prosa an ihren Schlüssen. Wie soll Manig, der den Akrobaten in seiner Brust selten verleugnet, von seinem Seil herunterkommen? Seine besten Nummern fallen nicht ab, verlangen weder Verbeugung noch Beifall: Sie enden schwebend.“

     
    Reinhard Lettau (10 september 1929 - 17 juni 1996)
    In 1991

     

     

    De Franse dichter, schrijver en filosoof George Bataille werd op 10 september 1897geboren in Billom (Auvergne). Zie ook alle tags voor George Bataille op dit blog en ook mijn blog van 10 september 2010

     

    Je rêvais de toucher

    Je rêvais de toucher la tristesse du monde
    au bord désenchanté d’un étrange marais
    je rêvais d’une eau lourde où je retrouverais
    les chemins égarés de ta bouche profonde

    j’ai senti dans mes mains un animal immonde
    échappé à la nuit d’une affreuse forêt
    et je vis que c’était le mal dont tu mourais
    que j’appelle en riant la tristesse du monde

    une lumière folle un éclat de tonnerre
    un rire libérant ta longue nudité
    une immense splendeur enfin m’illuminèrent

    et je vis ta douleur comme une charité
    rayonnant dans la nuit la longue forme claire
    et le cri de tombeau de ton infinité.”

     

     

    Je mets mon vit contre ta joue

    Je mets mon vit contre ta joue
    le bout frôle ton oreille
    lèche mes bourses lentement
    ta langue est douce comme l’eau

    ta langue est crue comme une bouchère
    elle est rouge comme un gigot
    sa pointe est un coucou criant,
    mon vit sanglote de salive

    ton derrière est ma déesse
    il s’ouvre comme ta bouche
    je l’adore comme le ciel
    je le vénère comme un feu

    je bois dans ta déchirure
    j’étale tes jambes nues
    je les ouvre comme un livre
    où je lis ce qui me tue.

     

     
    George Bataille (10 september 1897 – 9 juli 1962)
    Cover

    10-09-2017 om 10:28 geschreven door Romenu  


    Tags:Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille, Romenu
    » Reageer (0)
    09-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen

    De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

     

    Afscheid komt zelf. Dat wat je nemen moet.

    Afscheid komt zelf. Dat wat je nemen moet.
    Je kunt wel doen alsof het niet bestaat.
    't Bestaat ook niet zover het denken gaat.
    Hoe kun je anders, alles wat je doet

    schuift afscheid op, pas als een schaakstuk slaat
    voorbij het denken valt een gat voorgoed.
    Nemend wat kwam wordt leegte naam. En hoe't
    gebeurde is beschrijfbaar. Maar te laat.

    Schrijvend voorbij te zijn. Dat afscheid. Kijk:
    voorwerpen om je heen, jouw woord geeft glans
    zoals het licht dat doet - zij, onbewogen,

    zijn om te zijn en geven jou gelijk.
    Benoeming schijnt een overlevingskans:
    verdwijnen in een woord. Voor eigen ogen.

     

     

    De brief

    Er is een glimlach blijven staan
    tussen de andere veel grotere lettertekens -

    eens toen wij langs de rivier liepen
    heb je me met een dove vergeleken
    een liplezer. het is zo moeilijk, zei je,
    het is zo moeilijk om met jou te praten,
    zei je, omdat je kijkt en niets zegt;
    wij gaan niet vrijuit. - later
    toen ik alleen terugliep en er niets meer
    te luisteren viel, het grind niet meer
    onder je voeten, de wind niet ritselend door je haar,
    toen gaf ik antwoord: luister nu goed,
    zei ik, zie je de zon drijven op de rivier?
    misschien gaat hij al vannacht de grens over,
    dan is het winter morgen, dan is het hier
    winter, zei ik, ik houd van je.

    nu schrijf je over het boek dat je leest
    en over de voorbijgangers die je zien zitten
    omdat je de tafel bij het raam geschoven hebt
    voor het betere licht; want het is winter,
    schrijf je, en daar tussen de andere lettertekens
    zie ik je glimlach staan
    onooglijk -

     

     

    Nazomer
    Trakl zum Gedächtnis

    onder het zand is het gaan stromen
    gaatjes ontstaan een huis hangt ietsje scheef
    en uit de oksels van de bomen
    druppelt een sterke geur van zweet

    wel valt de hamer lichter op de stenen
    wanneer de wegen worden omgelegd
    de rode zon schijnt rustig naar beneden
    een mens wacht of een mens iets zegt

    maar in de hemel liggen wolken wit
    en roerloos op een blauwe baar
    onder het zand rekt een gevaar
    als slangen in hun slaap zich uit

    en mannen die lang jong bleven en fit
    ontwaken op een morgen met grijs haar

     

     
    C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
    Hier bij een portret van hem zelf, geschilderd door Matthijs Röling

     

     

    De Nederlandse publicist, schrijver en biograaf Wim Huijser werd geboren op 9 september 1960 in Ridderkerk. Zie ook alle tags voor Wim Huijser op dit blog.

    Uit: Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh'

    “De verwarring rond zijn naam werd nog groter doordat hij in de Encyclopedie voor de wereldliteratuur, die hij zelf samenstelde, zichzelf vermeldt als: ‘Cornelis Buddingh’’. Daarmee droeg hij er zelf toe bij dat over de juiste vermelding van zijn naam altijd onduidelijkheid is blijven bestaan. Wie zijn naam zoveel jaar na zijn dood opzoekt in een personenregister, stuit meestal op het foutieve ‘Cees Buddingh’’, terwijl hij voor vrienden bestemde exemplaren van zijn dichtbundels steevast met ‘Kees Buddingh’ signeerde.
    Gevraagd naar de herkomst van zijn bijzondere achternaam met apostrof zou Buddingh’ zich in zijn leven meermalen op het standpunt stellen dat hij niet zo geïnteresseerd was in zijn voorgeslacht, maar meer in zijn nageslacht. Hij heeft zich daarom ook nooit verdiept in zijn familiegeschiedenis. Dat zijn wortels ergens in de Oost-Betuwe lagen vond hij wel voldoende om te weten. Het was echter die merkwaardige apostrof aan het eind, die steeds weer aanleiding gaf tot de vraag: waar die naam eigenlijk vandaan kwam.
    De naam zou oorspronkelijk voluit ‘Boetrechtheer’ zijn geweest, legt Buddingh’ in een brief aan Gerrit Borgers uit, in die tijd directeur van het Letterkundig Museum in Den Haag: dit ‘zou dan zijn verbasterd tot Buddingh en voor de verloren gegane “eer” zou de ’ [apostrof ] in de plaats zijn gekomen’. Dat Boetrechtheer zou van Betuwse origine zijn en afkomstig van een rechterschap bij het zogenaamde ‘boetrecht’. Daarmee volgde Buddingh’ de lezing van Derk Buddingh’ die een boek had geschreven over de herkomst van de naam, getiteld Het Boetregt; bevattende een oudheid-, geschied- en letterkundig onderzoek naar den oorsprong en naambeteekenis van het geslacht Buddingh’, benevens de genealogische verspreiding van diens stamboom en zijne takken (1862). De kans is groot dat iemand in de familie het had opgepikt uit de biografie H. J. Budding; leven en arbeid (1883) van J. H. Gunning, over de beroemde Zeeuwse predikant en stichter van afgescheiden ‘Budding- gemeenten’. Dat deze ‘beroemde dominee’ nog een van zijn voorvaderen van vaderszijde was, zoals Buddingh’ later zou menen, blijkt onjuist te zijn.”

     

     
    Wim Huijser (Ridderkerk, 9 september 1960)
    Cover 

     

     

    De Italiaanse dichter en schrijver Cesare Pavese werd geboren in Santo Stefano Belbo op 9 september 1908. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Cesare Pavese op dit blog.

     

    Ontmoeting

    Deze harde heuvels die mijn lichaam hebben gemaakt
    en het teisteren met zo veel herinneringen, hebben mij het wonder ontsloten
    van haar, die niet weet dat zij in mij bestaat en ik kan haar niet begrijpen.

    Ik heb haar ontmoet, op een avond: een lichtere vlek
    onder de aarzelende sterren, in de zomernevel.
    Rondom hing de geur van deze heuvels,
    dieper dan het donker, en plotseling klonk er,
    alsof zij vanuit de heuvels kwam, een stem, helderder
    en schriller tegelijk, een stem uit verloren tijden.

    Soms zie ik haar, en is ze levend voor me,
    scherp omlijnd, onveranderlijk, als een herinnering.
    Ik heb haar nooit kunnen vatten: haar werkelijkheid
    ontglipt me telkens en voert me ver weg.
    Of ze mooi is, weet ik niet. Onder de vrouwen is zij heel jong:
    als ik aan haar denk, overvalt me een vervlogen herinnering
    aan mijn kindertijd die ik in deze heuvels doorbracht,
    zo jong is ze. Ze is als de morgen. In mijn ogen roept ze
    alle verre luchten op van die vervlogen morgens.
    En in haar ogen staat een vast voornemen: het helderste licht
    dat het ochtendgloren ooit heeft gekend boven deze heuvels.

    Ik heb haar geschapen uit het diepst van alle dingen
    die mij het dierbaarst zijn, en kan haar niet begrijpen.

     

    Vertaald door Willem van Toorn en Pietha de Voogd

     

     
    Cesare Pavese (9 september 1908 – 27 augustus 1950)
    Cover dagboeken

     

     

    De Russische schrijver Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Tolstoj op dit blog.

    Uit: Boyhood (Vertaald door Leo Wiener)

    “Rarely have I spent days so — I will not say merrily, for I was still rather conscience-stricken at the idea of yielding to merriment — but so agreeably, so pleasantly, as the four during which our journey lasted.
    I had no longer before my eyes the closed door of mamma's room, which I could not pass without a shudder; nor the closed piano, which no one approached, but which every one regarded with a sort of fear ; nor the mourning garments (we all had on simple traveling suits), nor any of those things, which, by recalling to me vividly my irrevocable loss, made me avoid every appearance of life, from the fear of offending her memory in some way. Here, on the other hand, new and picturesque spots and objects arrest and cftvert my attention, and nature in its spring garb fixes firmly in my mind the cheering sense of satisfaction in the present, and bright hopes for the future.
    Early, very early in the morning, pitiless Vasily, who is overzealous, as people always are in new situations, pulls off the coverlet, and announces that it is time to set out, and that everything is ready. Snuggle and rage and contrive as you will to prolong even for another quarter of an hour the sweet morning slumber, you see by Vasily*s determined face that he is inexorable, and prepared to drag off the coverlet twenty times ; so you jump up, and run out into the yard to wash yourself.
    The samovar is already boiling in the anteroom, and Mitka, the outrider, is blowing it until he is as red as a crab. It is damp and dark out of doors, as though the steam were rising from an odoriferous, dung-heap ; the sun illuminates with a bright, cheerful light the eastern sky and the straw roofs of the ample sheds surrounding the courtyard, which are sparkling with dew. Beneath them our horses are visible, hitched about the fodder, and the peaceful sound of their mastication is audible.
    A shaggy black dog, who has lain down upon a dry heap of manure before dawn, stretches lazily, and be- takes himself to the other side of the yard at a gentle trot, wagging his tail the while. The busy housewife opens the creaking gates, drives the meditative cows into the street, where the tramp, lowing, and bleating of herds is already audible, and exchanges a word with her sleepy neighbor. Philip, with the sleeves of his shirt stripped up, draws the bucket from the deep well, all dripping with clear water, by means of the wheel, and empties it into an oaken trough, about which wide-awake ducks are already splashing in the pool ; and I gaze with pleasure upon Philip's handsome face with its great beard, and at the thick sinews and muscles which are sharply defined upon his bare, hairy arms when he makes any exertion.”

     

     
    Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)
    Als jongeman, rond 1848

     

     

    De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gentil Th. Antheunis op dit blog.

     

    Tirolerlied

    Ik vlucht mijn leger, mijn vreedzame dakje;
    'k heb hond noch geweer, door de nacht loop ik heen,
    Mijn boezem doorwoelt een knagende smart,
    En waar ik ook vlucht, zij volgt mijne schreên.
    Voor mij geen rust,
    Geen hoop in 't verschiet;
    Want zij die ik bemin
    Bemint mij toch niet.

    Hier eenzaam gezeten op 't hoogste der bergen,
    Op rotsen zo woest, dat geen wild ze betreedt;
    Hier zing ik mijn leed de onpeilbare afgrond,
    De spraakloze nacht zing ik 't grievende leed.
    De diepte en het duister
    Aanhoren mijn lied;
    Maar zij, voor wie ik zing,
    Zij luistert toch niet.

    Daar klimt uit de diepte een geheimvol gefluister:
    ‘Wat baat u het leven? Kom, rust in mijn schoot.
    En zij die gevoelloos uw jeugd zag verkwijnen,
    Zoekt morgen met angst en beweent uw dood.’
    Heel 't dorp zou mij zoeken
    Met klemmend verdriet;
    Maar zij, voor wie ik stierf,
    Zij komt toch niet.

     

     
    Gentil Th. Antheunis (9 september 1840 – 5 augustus 1907)
    Oudenaarde

     

     

    De Vlaamse schrijver, dichter en journalist Gaston Cyriel Durnez werd geboren in Wervik op 9 september 1928. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gaston Durnez op dit blog.

     

    Soldatenliedje (Fragment)

    In Korea liet ik 't rechter-,
    en in Vietnam 't linkerbeen.
    'k Wou er ook in Leo laten
    maar helaas ik had er geen.
    Eén twee! Eén twee!
    Op vier wielen
    Eén twee! Eén twee!
    in de maat
    rijd ik in de stoeten mede
    voor 't pensioen en voor de vrede.
    Eén twee! Eén twee!
    Op vier wielen
    vraag 'k een aalmoes
    op de straat.

    Als het nog eens pas zal geven,
    generaals, o denkt er aan:
    'k heb een hoofd en ook een romp die
    nog tot uw beschikking staan.
    Eén twee! Eén twee!
    Flink marsjeren
    Eén twee! Eén twee!
    kan ik niet.
    Maar ik kan rekruten tonen
    hoe zichzelve te verschonen
    en te vreten met hun tanden
    zonder voeten, zonder handen.
    Eén twee! Eén twee!
    Op vier wielen
    Eén twee! Eén twee!
    Kameraad!

     

     
    Gaston Durnez (Wervik, 9 september 1928)
    Cover 

     

     

    De Engelse schrijver Edward Falaise Upward werd geboren in Romford op 9 september 1903. Zie ook alle tags voor Edward Upward op dit blog.en ook mijn blog van 9 september 2010

    Uit:The Spiral Ascent

    “Sooner than Alan expected, at a point where the road rounded a small hill, the bay came into full and close view. To the right was the Britannia public house, mentioned in Richard’s letter, with a balcony supported by wooden Doric pillars. To the left, on a shingle bank, Richard was sitting.
    He scrambled up from the shingle and leapt over a low concrete parapet towards the motor-coach, his legs apart and his arms thrown upwards in greeting. He was so demonstratively glad to see Alan that he seemed not merely to be expressing his own feelings about him but also to be welcoming him publicly on behalf of all the bystanders and of all the houses around and of the sea itself.
    ‘Thank God you’ve come,’ Richard said loudly as the two of them moved off down a sandy side-lane towards his lodgings.
    ‘Oh boy, it would be impossible for you not to be able to write here. This place is utter heaven. . . . But I ought to have told you in my letter – there are certain complications. I’ll explain later.’
    ‘I suppose I shall be able to sleep somewhere tonight in this town?’ Alan asked.
    ‘Oh yes. I’ve fixed all that with my landlady, Miss Pollock. You can stay as long as you like. And when you find the effect it has on your poetry I expect you’ll want to be here for the rest of the summer.’
    ‘Is yours still going well?“
    ‘Wonderfully, though I’ve not been attempting any during this last week.’
    They came to a small white front-gate over which a hawthorn tree had been trained into an arch. A mossed gravel path curved round an ascending lawn to reach the verandah of the house.
    Glass doors wide open to the verandah revealed a shadowy sitting-room in which an oil lamp with a white glass shade stood on a bobble-fringed velvety table-cloth. As Alan stepped after Richard into the room he noted that the ottoman and two armchairs were upholstered in red plush; and over the mantelpiece there was a large gilt-framed mirror with swans in green reeds painted on the lower corners of the glass.
    ‘It’s marvellous,’ Alan said. ‘Isn’t it?’ Richard agreed with a pleased grin. ‘But you won’t meet Miss Pollock herself till she brings in our tea. She’s never to be seen except at meal-times, and even then only for a moment or so."

     

     
    Edward Upward (9 september 1903 - 13 februari 2009)
    Cover biografie

     

     

    De Tsjechische schrijfster Hana Androníková werd geboren op 9 september 1967 in Zlín. Zie ook mijn blog van 9 september 2010.

    Uit: The sound of the sundial (Vertaald door David Short)

    „Tom came back from work early one day and found the house deserted. He took off his jacket, went into the kitchen, and lifted the lid of the teapot. He raised an eyebrow and let out a sigh. He poured the remaining tea into a cup and looked briefly for the sugar, but mentally he had already abandoned the idea. He headed for the living room, loosened his tie, undid his top button, and sprawled out in an armchair with the Times of India. Having read it, he reached for the week-old paper from Zlín. In March 1936, a headline proclaimed: Germany arms—France has qualms!
    Beneath the headline was a cartoon of an arrogant Nazi fully armed with the modern trappings of war, and a cowering Frenchman equipped for an Iron Age encounter. A shiver ran down his spine.
    Suddenly Rachel was standing behind him. Immersed in the red-hot news, he hadn’t heard her approach. She placed a hand on his shoulder, bent over him, and inhaled deeply. She loved that smell. His sweat. A mix of cedar and peppermint. And the tobacco that clung to his white shirts. He stretched out his right hand and touched her face above him. She took the long fingers between her palms and put them to her lips. She took another breath. A waft of nicotine between his middle and index fingers. He watched her for a moment, then tipped back his head and pulled her face towards him. He parted his lips as if ready to swallow her.
    I stood in the doorway, staring at my parents as they kissed with all the passion of a pair of film stars. I dropped my tennis ball, forgotten in the intensity of the moment, and it rolled across the floor and was lost. My parents shot apart. At first they looked startled, then they burst out laughing.
    “Don’t you know how to knock?” said Mommy.
    “Come here,” Dad said, with the gesture that so typified him. Beckoning, giving his permission to approach. I sat on his knee. Dad put one arm around my shoulders, slapped his free thigh with the other, and nodded to Mommy that she could sit down too. He winked at me, but my mother was quicker than my father expected and sat right down on his hand. He howled and tried to pull his squashed fingers out. When he was in the mood, he could be very funny.“


    Hana Androníková (Zlín, 9 september 1967)

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Nederlandse dichter Bas Jongenelen werd in 1968 geboren in Roosendaal. Hij studeerde in 1995 in Tilburg af bij prof. dr. Jaap Goedegebuure met de doctoraalscriptie “De Kleine Zenuwlijder – Literatuur en psychologie aan de hand van Gerard Reves Werther Nieland”. Daarna werkte hij enkele jaren als docent Nederlands in het voortgezet onderwijs. Tegenwoordig doceert hij Nederlands aan de Fontys Lerarenopleiding Tilburg en is hij promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onder begeleiding van prof. dr. Johan Oosterman verricht hij onderzoek naar humor in 1561.

     

    Best seller

    Er zijn inmiddels vele boeken over
    geschreven, maar er kan er altijd wel
    nog eentje bij, het liefst een beetje snel.
    Zo een met een mooi plaatje op de cover,

    zodat eenieder die het ziet een toverslag
    voelt, zoals een bliksemschicht zo fel,
    een nacht zo koud als in een ijshotel,
    opdringerig zoals een Latin lover.

    Een boek dat uitermate goed zal lopen,
    een boek dat alle mensen willen kopen,
    een boek met vele liters rode wijn,

    een boek met rozengeur en maneschijn,
    een boek met sex and drugs and rock ’n roll,
    een boek… maar schenk nu eerst de glazen vol!

     

     

    Sonnet

    Van grote mondjes, met hun lange staat
    van dienst (zoals je zegt in Duitse termen),
    daarvan hoor ik het vreselijke kermen,
    wanneer de zon hoog langs de hemel gaat.

    De Duitsers (meestal wel van groot formaat)
    zijn over Zeeuwse stranden aan het zwermen
    (verscholen achter wind- en zonne-schermen)
    en zijn op zoek naar een fijn strandklimaat.

    Ze zitten in de hete zon te bakken,
    totdat diezelfde hete zon gaat zakken

    en tot het donker wordt en ietsje kouder.
    `Och hemel! Kijk eens naar mijn rode schouder!'
    Vat zien zij niet? Die mooie zeenatuur:
    de ledjes van de zee in 't avonduur.

     

     
    Bas Jongenelen (Roosendaal, 1968)

    09-09-2017 om 10:30 geschreven door Romenu  


    Tags:C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen, Cees Buddingh', Romenu
    » Reageer (0)
    08-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens, Frederic Mistral, Grace Metalious

    De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

     

    Prelude: The Troops

    Dim, gradual thinning of the shapeless gloom
    Shudders to drizzling daybreak that reveals
    Disconsolate men who stamp their sodden boots
    And turn dulled, sunken faces to the sky
    Haggard and hopeless. They, who have beaten down
    The stale despair of night, must now renew
    Their desolation in the truce of dawn,
    Murdering the livid hours that grope for peace.

    Yet these, who cling to life with stubborn hands,
    Can grin through storms of death and find a gap
    In the clawed, cruel tangles of his defence.
    They march from safety, and the bird-sung joy
    Of grass-green thickets, to the land where all
    Is ruin, and nothing blossoms but the sky
    That hastens over them where they endure
    Sad, smoking, flat horizons, reeking woods,
    And foundered trench-lines volleying doom for doom.

    O my brave brown companions, when your souls
    Flock silently away, and the eyeless dead
    Shame the wild beast of battle on the ridge,
    Death will stand grieving in that field of war
    Since your unvanquished hardihood is spent.
    And through some mooned Valhalla there will pass
    Battalions and battalions, scarred from hell;
    The unreturning army that was youth;
    The legions who have suffered and are dust.

     

     

    Song-Books Of The War

    In fifty years, when peace outshines
    Remembrance of the battle lines,
    Adventurous lads will sigh and cast
    Proud looks upon the plundered past.
    On summer morn or winter's night,
    Their hearts will kindle for the fight,
    Reading a snatch of soldier-song,
    Savage and jaunty, fierce and strong;
    And through the angry marching rhymes
    Of blind regret and haggard mirth,
    They'll envy us the dazzling times
    When sacrifice absolved our earth.

    Some ancient man with silver locks
    Will lift his weary face to say:
    'War was a fiend who stopped our clocks
    Although we met him grim and gay.'
    And then he'll speak of Haig's last drive,
    Marvelling that any came alive
    Out of the shambles that men built
    And smashed, to cleanse the world of guilt.
    But the boys, with grin and sidelong glance,
    Will think, 'Poor grandad's day is done.'
    And dream of lads who fought in France
    And lived in time to share the fun.

     

     
    Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)

     

     

    De Nederlandse dichter, letterkundige, schrijver, essayist en literair vertaler Anthonie Donker (Nicolaas Anthonie Donkersloot ) werd geboren in Rotterdam op 8 september 1902. Zie ook alle tags voor Anthonie Donker op dit blog.

     

    Het zieke meisje

    Zij sloot haar ogen voor de wrede zon en
    Ontvoer volkomen de aanwezigheid
    Der anderen. Zij heeft zich diep bezonnen,
    Zij was alleen geweest ten allen tijd.

    Achter haar warme oogleden begonnen
    De fluisteringen van de eeuwigheid.
    Waarom was zij niet eerder overwonnen
    En van haar liefde en haar smart bevrijd?

    - Toen zij haar ogen eind'lijk opende
    Waren er stemmen en zij zocht bevreesd
    De zachte streling van een teed're hand.

    Zij glimlachte, maar sprak niet van het land
    Waarin zij diep verloren was geweest,
    Want zij bevond zich weder hopende.

     

     

    De Onvervulde

    - Zij zag hem opstaan en de lamp aansteken.
    De warme, milde lichtkring bracht hen nader
    Hij zocht haar oogen, die hem snel ontweken.
    Toen zei hij aarz'lend, zij geleek haar vader.

    Zij trok den smallen doek strak om haar schouder.
    Hij had haar schuwe weif'ling niet gezien.
    Hij naderde; zij werden beiden ouder.
    Zóó anders had zij het gedroomd voordien -

    - Ver, in den duistren tuin juichte een merel.
    Zij hief zich op uit haar herinnering.
    't Geluk scheert rakelings voorbij de wereld.

    Zij zag haar schralen schoot en haar verdorde
    Vingers spelende om den doffen ring,
    En vroeg zich af hoe het zóó was geworden.

     

     
    Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)
    Clara Eggink, Anthonie Donker en Victor van Vriesland in 1965

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

     

    Vor einem Madonnenbilde

    Ach! so fühlst du ihn denn auch
    Diesen Glanz, so keusch und milde
    Wie des Schöpfers Lebenshauch
    Auf dem ersten Ebenbilde.

    Also hob im ersten Tau,
    Wie ein Kind im Heiligtume,
    Auf des Paradieses Au
    Still ihr Haupt die erste Blume.

    Ach! dies ist kein irdscher Glanz,
    Unerneuert, unverloren,
    Ewig aus dem Lichte ganz
    Vor der Sünde ausgeboren.

    Dieses Weiß und dieses Rot
    Ist noch nie gerichtet worden,
    Keine Sünde und kein Tod
    Kann je dieses Leben morden.

    Nie erröten wird dies Weiß,
    Dieses Rot wird nie erbleichen,
    Denn in diesen Farbenkreis
    Kann nicht Scham, nicht Schrecken reichen.

    Aus dem Himmelgarten sind
    Diese tiefen Blumenfarben,
    Die zum Kranz das fromme Kind
    Nahm aus reifer Ähren Garben.

    Diese Anmut ist kein Schein,
    Ist auch nicht der Glanz der Jugend;
    Nichts vermag so schön zu sein,
    Als der ewge Glanz der Tugend.

     

     

    Du

    Die Erde war gestorben
    Ich lebte ganz allein
    Die Sonne war verdorben,
    Bis auf die Augen dein.

    Du bietest mir zu trinken
    Und blickst mich nicht an
    Läßt du die Augen sinken
    So ist's um mich getan.

    Der Frühling regt die Schwingen
    Die Erde sehnet sich
    Sie kann nichts wiederbringen
    Als dich, du Gute, dich.

     

     
    Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)
    Het huis van de familie Brentano in Oestrich-Winkel, waar Clemens Brentano zelf echter zelden verbleef. Menig andere vertegenwoordiger van de Rijnromantiek echter wel, evenals Goethe die er een deel van zijn “Italienischen Reise” schreef.

     

     

    De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Raabe op dit blog.

    Uit: Stopfkuchen. Eine See- und Mordgeschichte

    „Aber es ist doch hübsch im Vaterlande, und wenn dem nicht so wäre, so würde ich dieses sicherlich nicht der Rückreise-Unterhaltung wegen an Bord des Hagebucher auf den langen Wogen des Atlantischen Ozeans niederschreiben. Zum wenigsten werde ich mir, wenn das Wetter gut bleibt, dreißig nicht ganz unnütz verträumte Seefahrtstage – von Hamburg aus gerechnet – durch die ungewohnte Federarbeit verschaffen. Wie aber würden sich meine Nachbarn am Oranjefluß und im Transvaalschen über unsern gemeinsamen Vetter Stopfkuchen wundern und freuen, wenn sie das Kajütengekritzel lesen könnten, so sie es in die Hände kriegten! Zu dem letzteren ist aber so wenig eine Aussicht wie zu dem ersteren, und unser Präsident, mein guter Freund daheim im Burenlande, hat wirklich auch wenig Zeit zu so was, sonst täte er mir wohl den Gefallen und sagte mir seine Meinung über mein Manuskript.
    Es war eine sternenklare Nacht, und wir waren auf dem Heimweg. Nicht nach dem Kap der Guten Hoffnung, sondern vom »Brummersumm«. Einer, gottlob, unter einem ganzen, ja auch unter einem halben Dutzend deutscher Männer hat immer Astronomie ein wenig gründlicher getrieben als die übrigen und weiß Auskunft zu geben, Namen zu nennen und mit seinem Stabe zu deuten, wo die andern vorübergehend in der schauerlichen Pracht des Weltalls verlorengehen und kopfschüttelnd sagen: Es ist großartig.
    Man kann in vielen Wissenschaften Bescheid wissen und sich doch bei passender, stimmungsvoller Gelegenheit belehren lassen müssen, wo der Sirius zu finden ist, wo die Beteigeuze und wo der Arktur und der Aldebaran. Die den Orion kennen, sind den andern schon weit voraus, denn auch was die Sternbilder anbetrifft, tappen die meisten im dunkeln. So allein und einfach wie mein südliches Kreuz steht das nicht am Himmel, und wenn nördliche Männer den Großen Bären zu finden wissen, ist das schon viel; doch verfallen auch hierbei nicht üble Kenner manchmal in den Irrtum, daß sie den Polarstern ihm zurechnen und nicht dem Kleinen Bären.
    Wir sahen auf dem Heimweg vom Brummersumm nach den Sternen. So gegen Mitternacht, wo sie dann und wann am schönsten zu sehen sind und einer am wenigsten bei seiner Betrachtung gestört wird. Zu den Stunden auf einem Feldweg allein mit den noch übrigen Genossen seiner Jugend zu sein – das ist etwas! Wovon man reden mag, ob von Politik, Börsengeschäften, Fabrikangelegenheiten, Ästhetik: jeder Mann und berufenste Mitredner in allem diesem darf ungehöhnt sein gescheitestes Wort abbrechen und aufblinzelnd bemerken: Da liegt auch was drin!“

     

     
    Wilhelm Raabe (8 september 1831 - 15 november 1910)
    Cover

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

     

    Septembermorgen

    Im Nebel ruhet noch die Welt,
    noch träumen Wald und Wiesen;
    bald siehst du, wenn der Schleier fällt,
    den blauen Himmel unverstellt,
    herbstkräftig die gedämpfte Welt
    in warmem Golde fließen.

     

     

    Nur zu!

    Schön prangt im Silbertau die junge Rose,
    Den ihr der Morgen in den Busen rollte,
    Sie blüht als ob sie nie verblühen wollte
    Und ahnet nichts vom letzten Blumenlose.

    Der Adler schwebt hinan ins Grenzenlose,
    Sein Auge trinkt sich voll von sprühndem Golde;
    Er ist der Tor nicht, daß er fragen sollte,
    Ob er das Haupt nicht an die Wölbung stoße.

    Mag denn der Jugend Blume uns verbleichen,
    Noch glänzet sie und reizt unwiderstehlich;
    Wer will zu früh so süßem Trug entsagen?

    Und Liebe, darf sie nicht dem Adler gleichen?
    Doch fürchtet sie; auch fürchten ist ihr selig,
    Denn all ihr Glück, was ist's? ein endlos Wagen!

     

     

    In dieser Winterfrühe

    In dieser Winterfrühe
    wie ist mir doch zumut!
    O Morgenrot, ich glühe
    vor deinem Jugendblut.

    Es glüht der alte Felsen
    und Wald und Burg zumal,
    berauschte Nebel wälzen
    sich jäh hinab ins Tal.

    Mit tatenfroher Eile
    erhebt sich Herz und Sinn
    und flügelt goldne Pfeile
    durch alle Ferne hin.

    Ach wohl! was aus mir singet
    ist nur der Liebe Glück,
    die wirren Töne schlinget
    sie sanft in sich zurück.

     

     
    Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)
    Evangelische St.-Jost-Kerk en het Mörike-museum in het oude schoolhuis in Cleversulzbach, waar Mörike van 1834 tot 1843 werkte als pastor.

     

     

    De Frans-Belgische schrijver Franz Hellens (pseudoniem van Frédérique van Ermenghem) werd op 8 September 1881 uit Vlaamsche ouders in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Franz Hellens op dit blog.

    Uit: Emile Verhaeren. Les blés mouvants

    “Geene dichtersloopbaan is in onze tijden zoo schoon te noemen als die van Emile Verhaeren. Zij is het niet zoozeer nog vanwege een aldoor rijper talent : wat men onder talent verstaat is eene zeer wisselvallige geesteswerking die, naarmate zij den drang gevoelt, en er aan gehoorzaamt, van de verdieping en van de loutering, vaak er geen uitdrukking voor vindt die niet troebelder en meer-ingewikkeld dan in vroeger stadium schijnt te zijn. Daar hebt gij, als voorbeeld, Rimbaud : op zestienjarigen leeftijd als verskunstenaar een wonderkind, neen, een der sterkste en fijnste, tevens meest-persoonlijke dichters van Frankrijk. In schijn dragen deze verzen — de eerste die sluiten op „Le Bateau ivre" en „Les Corbeaux" — het merk van het hoogst-bereikbare talent; zij zijn van eene spontane zekerheid, eene geniale frischheid in het definitieve van hun vorm, waar het meer-fluide, lang niet zoo vaste, vaak hortende, soms stamelende van de gedichten, die in de latere „Illuminations" zijn opgenomen, voor elken gewonen lezer leelijk bij afsteken zal; al weet hij, die Rimbaud kent en doorziet, te goed welke grondige ontwikkeling oak van het talent het sterk-elliptische of sinueus-verglijdende van deze, anders onrustbarende, lang niet onmiddellijk-bevredigende verzen, beteekent.
    Hierin Verhaeren bij Rimbaud te vergelijken (dien ik als voorbeeld koos omdat geen dichter zulke scherpe, en tevens voor den doorsnee-liefhebber-van-poezie teleurstellende ontwikkeling vertoonde) gaat niet aan. Verhaeren weliswaar bleek eveneens van bij zijn eersten bundel een rijk instrument volkomen meester te zijn.
    Zou echter tot bij „Les Villes tentaculaires" zijne virtuositeit boek aan boek schijnen te rijzen, het kan goed gebeuren dat sommigen in „Les Forces tumultueuses", „La multiple Splendeur" en „Les Rythmes souverains" noode de luide en machtige assonanties, de hamerende en beitelende stafrijmen en de rijkwisselende, steeds zoo bewust-wendende arabeske van den rythmus missen die van „Les Villages illusoires" bijvoorbeeld een zoo uitzonderlijk boekje maken. Al meenen wij dat, in zijn onopgesmukten, naakteren eenvoud, deze jongste bundel van den Meester : „Les Bles mouvants", ook hierin — aan talent dus — hooger staat.”

     

     
    Franz Hellens (8 september 1881 – 20 januari 1972) 
    Hier met Maxime Gorki (links) in 1926

     

     

    De Zwitserse schrijver Perikles Monioudis werd geboren op 8 september 1966 in Glarus. Zie ook alle tags voor Peikles Monoudis op dit blog en ook mijn blog van 8 september 2010.

    Uit: Land

    "Er öffnete eine Pistazie und warf sie, wie er es hier beobachtet hatte, aus dem Handgelenc in den Mund. Die Hülsen steccte er in die Hosentasche, die er, als sie sich zu füllen begann, neben einer Palme ausschüttelte. Die Pistazien schmeccten. Er sollte vielleicht ein Pfund auf Vorrat kaufen – doch wann würde er hier die Möglichceit haben, Kadaifi oder Baclava zuzubereiten?
    Er versicherte sich der Brieftasche im Jackett, kam sich gleich kindisch vor, man hatte es nicht auf seine Brieftasche abgesehen. Woher diese Befürchtung, fragte er sich.
    Er machte ein paar Schritte und setzte sich ans Ende einer Bank, neben eine Familie; hier, im Orient, wo auch er in der Lage war, für sich Unterscheidungen zu treffen und sich in diesen eingebildeten oder tatsächlichen Unterscheidungen als das zu sehen, was er nicht war: ein auf Anhieb Eindeutiger.
    Der Mann mit dem Samowar auf dem Rücken bot ihm das leere Glas an, ließ sich nicht abweisen. Der bittere schwarze Tee war noch warm. Der Reisende gab das leere Glas zurück, kramte Augenblicke später schon wieder in der Innentasche des Jacketts, nach einem Schein für das Ticket, das ihm ein Alter in einem verschlissenen braunen Anzug in die Hand drückte. Er konnte den Schriftzug auf dem Papierstreifen mit Mühe lesen, kam sich dabei erneut wie ein Ungebildeter vor.
    Er erinnerte sich an den Moment, da er, mit zwölf oder etwas älter, verstanden hatte, daß er nicht alles über die Welt wissen konnte. Der Junge lag auf dem Bett, dachte nach, blickte in sich, flößte sich selbst eine kindliche, scheinbar grenzenlose Kraft ein, die immer wieder einen Größenwahn, einen doch höchst eigenen Wahn, eine Art phantastischer Ekstase hervorbrachte: den Kapitän auf den Weltmeeren verlangte es nach Betätigung, den einsamen Beduinen nach Beanspruchung, den großen Erfinder nach Herumgehen, Reisen.
    Der Wahn endete öfter unter dem Bett, wo der Junge sich jahrelang mit Vorliebe ausgestreckt hatte, oder dann gleich auf dem Bett, das französisch gemacht war, mit weißem Lacen, einem weiteren Lacen und der dünnen, blauen Schlafdecke. Nachts kam die Daunendecke drauf, tagsüber, während sie neben dem Daunencissen im Bettschrank am Kopfende verstaut war, der weinrote Überwurf.“

     

     
    Perikles Monioudis (Glarus, 8 september 1966)

     

     

    De Franse (Occitaanse) dichter en schrijver Frederic (Frédéric) Mistral werd geboren op 8 september 1830 in Maillane. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Frederic Mistral op dit blog.

    Uit: Mireio. A Provencal poem (Fragment)

     

    CANTO I.
    Lotus Farm.

    " Look ! There 's their olive-orchard, interraixt
    With rows of vines and almond-trees betwixt.
    The beauty of it is, that vineyard hath
    For every day in all the yeai' a path !
    There 's ne'er another such the beauty is ;
    And in each path are just so many trees."

    " O heavens ! How many hands at harvest-tide
    So many trees must need ! " young Vincen cried.
    " Nay : for 'tis almost Hallowmas, you know.
    When all the girls come flocking in from Baux,*
    And, singing, heap with olives green and dun
    The sheets ^ and sacks, and call it only fun."

    The sun was sinking, as old Ainbroi said ;
    On high were little clouds a-flusli with red ;
    Sideways ujDon their yoked cattle rode
    The laborers slowly home, each with his goad
    Erect. Night darkened on the distant moor ;
    'Twas supper-time, the day of toil was o'er.


    Vertaald door Harriet Waters Preston

     

     
    Frederic Mistral (8 september 1830 – 25 maart 1914)
    Portret door Felix Auguste Clement, 1885

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Grace Metalious werd geboren in Manchester, New Hampshire, op 8 september 1924. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Grace Metalious op dit blog.

    Uit: Peyton Place

    “Early that same evening, Dr. Swain telephoned to Seth Buswell that he would be unable to join with the other men of Chestnut Street to play poker.
    "What's the matter, Matt?" asked the newspaper editor. "Did we push your luck too far? Somebody go and get sick?"
    "No," said the doctor. "But some things at the hospital need straightening out and I should attend to them this evening."
    "Nothing in the accounting department, I hope," said Seth laughing. "I hear that those guys from the state auditor's office are bastards."
    "No, Seth. Nothing in the accounting department," said the doctor, and his hearty laugh was strained. "But I'd better watch my step or the Feds'll be on my tail."
    "Sure, Matt," laughed Seth. "Well, sorry you can't make the game. See you tomorrow."
    "See you, Seth," said Dr. Swain and hung up gently.
    Selena Cross had not left the doctor's house. She lay in a darkened upstairs bedroom with a cool cloth on her forehead.
    "Stay here," the doctor had told her. "Stay right here on the bed, and when you feel a little better we'll talk over what we can do."
    "There's nothing to do," said Selena and retched violently while the doctor held a basin for her.
    "Lie quietly," he said. "I have to go downstairs for a while."
    In his dining room, Matthew Swain went at once to the sideboard where he poured himself a large drink of Scotch whisky.
    Gin, Scotch, young girls in bed upstairs, I'd better watch out, he thought wryly. If I'm not careful, I'll be getting a reputation as a drunken old reprobate who is no longer the doctor he once was.
    He carried the second drink into his living room and sat down on a brocaded sofa in front of the empty fireplace.
    What are you going to do, Matthew Swain? he asked himself. Here you've been shooting your mouth off for years. What will you do now, when it is time to put your fancy theories to the test? Nothing dearer than life, eh, Matthew? What is this thing you are thinking of doing if it isn't the destruction of what you have always termed so dear?”

     

     
    Grace Metalious (8 september 1924 - 25 februari 1964)
    De vaste cast van de tv-serie (1964 – 1969): Dorothy Malone, Ed Nelson, Barbara Parkins, Christopher Connelly, Ryan O'Neal, Mia Farrow en Tim O'Connor.

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook  mijn blog van 8 september 2013 deel 2.

    08-09-2017 om 18:50 geschreven door Romenu  


    Tags:Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens, Frederic Mistral, Grace Metalious, Romenu
    » Reageer (0)
    07-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

    De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

    Uit:'t Jagthuys

    “Binnert stond achter het gordijn terwijl ik kennismaakte met zijn moeder. Ze wist niet dat hij daar stond en ik had het aanvankelijk ook niet door.
    `Hoelang doe je dit werk al?' vroeg ze.
    Door de bizarre situatie duurde het even voordat ik een antwoord kon formuleren.
    `Twee jaar,' antwoordde ik afwezig, terwijl ik niet naar haar maar naar het gordijn keek. De zoom kwam tot zijn kuiten: hij droeg een gele broek, rode sokken en bruinrode brogues. Waardoor het leek alsof het gordijn voeten had. Want ook het velours was geel, okerachtig, met een patroon erop van rode bloemen en sierlijke groene bladeren.
    Hij had zich zo opgesteld, precies achter de grote, lichtpaarse fauteuil waarin zijn moeder zat, dat ik hem wel kon zien en zij niet.
    Ze keek me belangstellend aan en vroeg: 'Mag ik vragen waarom je dit werk doet?'
    `Uit idealisme,' antwoordde ik. En uit cynisme, maar dat zei ik er niet bij. Idealisme en cynisme waren een verbond met elkaar aangegaan.
    `Ja, het is bijzonder dat zoiets bestaat,' zei de WOUW. Ik had er nog nooit van gehoord. Tot er op het journaal aandacht aan werd besteed. En ik dacht: dat is misschien wel iets voor mijn Binnert.'
    Achter het gordijn werd een keel geschraapt maar ze hoorde het niet.
    `Kan ik jou nog wat thee inschenken, Vera?' Zonder dat ik iets had geantwoord, stond ze al op.
    Ondanks de warmte in de kamer droeg ze een wijde wollen jurk, die de contouren van haar lichaam haast volledig verborg. Ze had grote zware borsten, dat zag ik wel, maar waar haar heupen zich precies bevonden en of er een dikke buik onder die borsten hing, dat kon ik niet uitmaken. Waarschijnlijk wel, want anders droeg je natuurlijk niet zo'n soepjurk.
    Ze duwde haar paarse bril tegen haar voorhoofd en kwam, een beetje log, met in haar hand een vergeelde theepot naar me toe. Snel hield ik mijn halfvolle kopje thee omhoog, zodat ze me makkelijker kon bijschenken. 'Ik vrees dat ik een beetje verslaafd ben aan zoethoutthee,' vertelde ze. 'Mijn dokter zegt dat het slecht is voor mijn bloeddruk maar ik drink al decennia meerdere koppen per dag en ik heb nergens last van. Heb ik nou op je mouw gemorst?"

     

     
    Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

     

     

    De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

    Uit: Voor de spiegel

    “Voor een zelfportret moet je jezelf zien. Van aangezicht tot aangezicht.
    Ik zie mijzelf alleen bij het scheren. Geleidelijk kom ik in de spiegel te voorschijn van achter mijn witte baard van schuim. Zonder bril.
    Zo meen ik voor mijzelf mijn uiterlijk te onthullen. Mijn innerlijk - daar gaat het hier niet om, daar zijn andere geschriften voor, waar ik telkens in een andere vermomming optreed.
    Maar ook dat geleidelijk in de spiegel te voorschijn komende uiterlijk kan me aan het twijfelen brengen.
    Ik heb mijn tent opgeslagen op een grote camping waar ik de wasgelegenheid aantrof in een gebouw met rijen wastafels in lange, evenwijdige gangen. Boven die wastafels bevinden zich kleine spiegels in lijstjes, net groot genoeg om een gelaat te omvatten.
    's Morgens heb ik me royaal ingezeept en mijn scheerapparaatje ter hand genomen. Voorzichtig ben ik begonnen mijn gezicht te onthullen. Ik zag hoe het krabbertje haal na haal een gelaat aan het licht bracht dat roder en boller was dan ik verwachtte. Ik keek verbaasd en het gelaat keek verbaasd terug. Daarna verdween het plotseling, en terwijl ik bleef kijken, zag ik binnen de omlijsting niets meer, helemaal niets behalve de vaalwitte planken waaruit het toiletgebouw was opgetrokken.
    Totdat er een ander gelaat binnen het lijstje verscheen, van een ongeschoren man die mij aankeek, zich realiseerde dat hij een reeds ingezeept gelaat zag, en eveneens verdween, mij achterlatend in het niets.
    Wie was ik ook alweer? Ik verplaatste mijn gereedschap naar de wasbak ernaast en zag in net zo'n omlijsting de man zonder bril die ik gewend ben bij het scheren aan te kijken.”

     

     
    Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)
    The Mirror door Philip Gladstone, z.j.

     

     

    De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

     

    Interlude

    Mid this hot green glowing gloom
    A word falls with a raindrop's boom...

    Like baskets of ripe fruit in air
    The bird-songs seem, suspended where

    Those goldfinches--the ripe warm lights
    Peck slyly at them--take quick flights.

    My feet are feathered like a bird
    Among the shadows scarcely heard;

    I bring you branches green with dew
    And fruits that you may crown anew

    Your whirring waspish-gilded hair
    Amid this cornucopia--

    Until your warm lips bear the stains
    And bird-blood leap within your veins.

     

     

    Poetry

    Enobles the heart and the eyes,
    and unveils the meaning of all things
    upon which the heart and the eyes dwell.
    It discovers the secret rays of the universe,
    and restores to us forgotten paradises.

     

     

    Bells Of Gray Crystal

    Bells of gray crystal
    Break on each bough—
    The swans' breath will mist all
    The cold airs now.
    Like tall pagodas
    Two people go,
    Trail their long codas
    Of talk through the snow.
    Lonely are these
    And lonely and I….
    The clouds, gray Chinese geese
    Sleek through the sky.

     

     
    Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)
    Portret door Stella Bowen, 1929

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem Bilderdijk op dit blog.

     

    De liefde is vrij

    Dwang is een last; last baart verdriet;
    Verdriet bestaat met Liefde niet.
    De lieve Liefde is vrij; zij haat de strenge banden,
    Waaraan belang of pligt, door gierigheid of magt,
    Het hart te kluist'ren tragt;
    Zij eischt niet anders, dan vrijwillige offerhanden.
    't Gareel, waarin haar' zagte hand
    Twee teed're harten spant,
    Is slegts van bloemen t'zaam geweeven.
    Vrij, vrolijk, vergenoegt te leeven,
    Den wederzijdschen gloed bestendig voedsel geeven,

    Geen' kwellende argwaan voên, eendragtig zijn van zin:
    Zie daar de wetten van de Min.
    De Liefde ontvlugt, zoo draa men d'invloed deezer wetten
    Door wreev'le norsheid wil beletten;
    Zoo draa zij merkt, dat dwang haar dreigt.
    En ééns ontvloden, kan geen magt haar weêr doen keeren,
    Zelfs geen berouw maakt haar op nieuws geneigt:
    Men moet alsdan de Liefde altoos ontbeeren.

    Dus als men zig aan 't voorwerp, dat men mint,
    Met onverbreekb're banden bind,
    Staat veeltijds 't lastig lot te wagten,
    Dat men slegts om een paar vermaakelijke nagten,
    Al d'overigen Leevenstijd
    In onrust en verveeling slijt.

     

     

    Sneedig antwoord

    Een jonge knaap zag een boerinnetje, zoo frisch
    Als melk en roozen, op haar' bloote beenen loopen:
    ‘Meid’, (sprak hij,) ‘'k zal u een paar and're koussen koopen,
    Zoo draa het paar, dat gij nu draagt, versleeten is.’
    ‘Is 't zeeker waar, mijn beste maatje?’
    (Hernam de fluksche tas,) ‘dan dient geen tijd verspilt;
    Gaat dan maar vrij te markt: want, als je 't weeten wilt,
    Van boven hebben ze al een gaatje.’

     

     
    Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831) 
    Portret door Charles Howard Hodges, 1810

     

     

    De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

     

    Georg Trakl

    Ein Haufen schwerverwundeter Soldaten,
    und keine Hilfe, und die lange Nacht,
    und dann, im Morgengrauen, auf dem Dorfplatz
    die Leichen hingerichteter Ruthenen,
    und dann, im Garnisonsspital, die Aussicht,
    selbst vor das Standgericht gestellt zu werden:
    das sind die letzten Dinge dieses Dichters,
    die Briefe, die er mitgenommen hat.

     

     

    Schluss

    Nicht ewig sinnlos wie des Meeres Brandung,
    die sich gebiert zu immer neuer Strandung,
    geschehen Lust und Schmerz in unsrer Brust.
    Von nun an rein und heilig wie die Firne
    stehn über uns die leuchtenden Gestirne
    der Wiederliebe und der Aberlust

     

     
    Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

     

     

    De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Jenny Aloni op dit blog.

    Uit: Jenny Aloni – Heinrich Böll. Briefwechsel

    „Gane Jehuda/Doar Jahud Israel
    26.9.1960.
    (…)
    Wenn ich Zeit finde, werde ich es vielleicht einmal fertig schreiben. Ich bat Frl. Zander gestern Ihnen ein Exemplar von „Hagar“ zu senden. Leider habe ich seit einigen Wochen nichts von ihr gehört und hoffe nur, dass sie nicht krank ist. Was „Hagar“ betrifft, so denke ich daran, noch ein Kapitel über die Bekanntschaft zwischen Hagar und Elisabeth in Deutschland hinzuzufügen. Ob das Buch etwas taugt,
    kann ich selbst nicht beurteilen. Es würde mich sehr interessieren was Sie und Ihre Frau darüber denken. „Hagar“ ist vom Rowohlt Verlag, der Deutschen Verlagsanstalt und dem Nymphenburger
    Verlag München abgelehnt worden. Esliegt noch bei Dr. Macher, welcher inzwischen für den Eckha
    rtverlag arbeitet. „Das Budenspiel“ ist von dem westdeutschen Fernsehen, Köln abgelehnt worden. Einige Sachen haben vor Jahren einmal dem Fischerverlag vorgelegen. „Die Brandstiftung“ hat, so glaube ich, einmal der deutschen Rundschau vorgelegen. Das ist, soweit ich mich erinnere
    alles, es sei denn dass Frl. Zander noch jemandem etwas gezeigt hat, aber ich denke nicht. – Was Sie über die Du-Form in „Jenseits der Wüste“ schreiben, sagte Esra auch und ich verbesserte es sogar
    schon in einem Exemplar. Haben Sie die kleine Erzählung (oder wie Sie es sonst nennen wollen) „Begegnung“ in der FAZ gelesen.
    Ich sende sie Ihnen zu sowie noch einige andere Sachen, von denen ich annehme, dass ich Sie Ihnen nicht gab. Ich hoffe, Ihr Wunsch ist in Erfüllung gegangen und Sie können sich ganz Ihrer Arbeit
    widmen, und auch hoffe ich, dass ich Sie nicht allzu sehr mit meinen Angelegenheiten störe. Einen
    herzlichen Gruss an Sie,“

     

     
    Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Margaret Landon op dit blog.

    Uit: Anna and the King of Siam

    “In the early afternoon the Chow Phya began its slow and careful passage up the winding river. Tables were set on deck and the passengers ate and talked. The reddish-brown water curved between banks of lush green. Monkeys swung from bough to bough. Birds flashed and piped among the thickets. After half an hour the ship anchored again at a squalid little town where the captain went ashore to report to the governor and the customs officials. The passengers occupied themselves with watching the life of the village. In the open shed of the Custom House interpreters, inspectors, and tidewaiters lounged on mats, chewing betel and tobacco, extorting money, goods, or provisions from the owners of the various craft anchored at the wharf. Under the flimsy houses of bamboo, pigs and dogs and dirty babies played together in the mud. Across from the town on a small island was the delicate spire of a marble temple. It shone like a jewel on the breast of the river and was duplicated in the quivering shadows of the waters below. A fitful breeze stirred. When the Chow Phya resumed its journey up the river, the Englishwoman and her son were standing against the rail. The nearer they came to the city the more frequent were the houses, thatched with atap palm, the pyramids and spires and turrets of the larger buildings. The sun was already setting when they caught sight of a roof of English pattern. Presently a white chapel with green shutters appeared beside two houses standing among shade trees, evidently the compound of the American missionaries. The swaying of the trees over the chapel, the peaceful and homelike quality of the scene, stole into the heart of the Englishwoman. Ahead was the glamour of the approaching night, the darkness and mystery of the land to which she had come. The thought filled her suddenly with indefinable dread. She wished for a brief instant that she had listened to her friends in Singapore. Then she put fear away resolutely. For another half hour the ship moved on into the darkness, dropping anchor near several rotting hulks of Siamese men-of-war. A little farther up the river Anna could discern a long white wall over which towered dimly, tier on tier, the roofs of the Royal Palace.”

     

     
    Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)
    Scene uit een opvoering in Chicago, 2016, met Sam Simahk (Lun Tha) en Kate Baldwin (Anna)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Henry Morton Robinson werd op 7 September 1898 in Boston, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Henry Morton Robinson op dit blog

    Uit: The Cardinal 

    “Merry del Val smiled at the commotion. “There is no need to test Monsignor Fermoyle’s knowledge of Horace. I propose a divertissement more original. Suppose,” he appealed engagingly to Stephen, “we cap the poet’s verses in a language native to neither of us. What do you say to trying it in French?”
    Squeals of delight rose from the ladies. Latin was beyond them; French they might understand. A space was cleared between the contestants; at one end of the gauntlet sat Merry del Val enjoying the hubbub; at the other, Stephen faced him standing.
    “Shall we go on with the Integer vitae?” asked Merry del Val.
    “It’s one of the few I happen to know, Your Eminence.”
    While the Cardinal delicately moistened his lips for the first line, Princess Lontana gathered her linguistic skirts about her for the hurdles ahead. Her attention at the moment was divided between Lord Chatscombe and Baron Rumboldt; for better or worse, these two gentlemen were about to hear in their native language a catch-as-catch-can translation of a Roman lyric poet tripping off the tongue of a Steubenville, Ohio, American.
    Merry del Val began:
    “L’homme honnête, tout pur, sans crime . . .”
    Princess Lontana whispered simultaneously from both sides of her fan. “Der Mann des reinen Sinnes . . . the honest, pure-souled man . . .”
    The poetic passage at arms was interrupted by the arrival of new guests who, sensing the unusual nature of the performance, found places along the line of fire. The Cardinal waited serenely for the late-comers to settle down, and during this interval of silence Stephen let his eyes range along the aisle of listeners. He had almost completed the circuit of faces, gowns, and coiffures when he saw quite close to him—so close that she might have touched him with her outstretched fan—the unforgettable face and figure of Ghislana Falerni.“

     

     
    Henry Morton Robinson (7 september 1898 – 13 januari 1961)
    Tom Tryon (Stephen Fermoyle) en Romy Schneider (Annemarie von Hartmann) in de gelijknamige film uit 1963

    07-09-2017 om 18:23 geschreven door Romenu  


    Tags:Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson, Romenu
    » Reageer (0)
    06-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Amelie Fried, Jessica Durlacher, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Carmen Laforet

    De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

    Uit: Be My Enemy

    “`Bin Laden? A fucking charlatan.' 'Be serious for a minute,' Williams told him. 'I am being serious. That's my point. Everybody's so reverent about this guy. Strip away all the mythologising and hocus-pocus and what have you got? Patty Hearst with a beard. Bored rich kid playing at soldiers. He's in the huff with his family, for Christ's sake — the psychology's pitifully mundane. If he'd been born into a semi in Surbiton he'd have painted his bedroom black, got himself a Nine Inch Nails T-shirt and hung around swingparks drinking cider from plastic bottles.' Fotheringham's rant was attracting admonitory glances, more in disapproval of the growing volume and vehemence than the content, which wouldn't have been clearly discernible above the whipping wind. Raised voices were not decorous at a funeral; they suggested that your thoughts were not respectfully concentrated upon the memory of the departed, even if, in Williams's case, that was not strictly true. Nothing was more prominent in his mind than the man they had just buried or the consequences of his loss, not least the fact that Williams now had his job. Fotheringham gestured apologetic acknowledgement and Williams led him in the opposite direction to the dispersing mourners. `Bin Laden's about a lot more than thrill kills and power trips,' Williams chided, measuring his condescension precisely. 'And there's three thousand dead people in New York of the opinion that you should be taking him more seriously.' 'I'm taking him entirely seriously, sir. I just don't think it will help us if we buy into the hype and start thinking of him as some kind of formidable genius. Look at the Black Spirit, if you need a primer. Remember what a bogeyman he was? Turned out to be a fucking oil-biz wage slave from Aberdeen.' `Quite. Something, I should remind you, that we only learned after the fact. Didn't make him any easier to catch, did it? And besides, I don't think there's much ground for comparison. For all his theatrics, the Black Spirit was essentially just a mercenary, prepared to do horrific things on other people's behalf if they paid him enough. Bin Laden represents the possibility of ten thousand Black Spirits, all of them prepared to do horrific things merely because it's Allah's bidding. We've never had to face this kind of fanaticism before: there's no fifth column to cultivate, no disaffected factions to encourage, no waverers, not even anyone we can bribe and corrupt. Just total, unquestioning, homicidal, suicidal commitment to the cause.' `With respect, sir, that's what I mean by believing the hype. For one thing, there is no cause. Bin Laden's too smart to marry himself to anything as cumbersome as a coherent or even consistent political ideology, because such a thing could be debated, held up to scrutiny, and, worst of all, alienate potential followers. "The cause of Islam" is expediently nebulous.”

     

     
    Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

    Uit:A Visit from the Goon Squad

    “Stephanie and Bennie had lived in Crandale a year before they were invited to a party. It wasn’t a place that warmed easily to strangers. They’d known that going in and hadn’t cared – they had their own friends. But it wore on Stephanie more than she’d expected, dropping off Chris for kindergarten, waving and smiling at some blonde mother releasing blonde progeny from her SUV or Hummer, and getting back a pinched quizzical smile whose translation seemed to be: Who are you again? How could she not know, after months of daily mutual sightings? They were snobs or idiots or both, Stephanie told herself, yet she was inexplicably crushed by their coldness.
    During that first winter in town, the sister of one of Bennie’s artists sponsored them for membership to the Crandale Country Club. After a process only slightly more arduous than applying for citizenship, they were admitted to the Crandale Country Club in late June. They arrived at the club on their first day carrying bathing suits and towels, not realizing that the CCC (as it was known) provided its own monochromatic towels to reduce the cacophony of poolside colour. In the ladies’ locker room, Stephanie passed one of the blondes whose children went to Chris’s school, and for the first time she got an actual ‘Hello’, her own appearance in two separate locations having apparently fulfilled some triangulation Kathy required as proof of personhood. That was her name: Kathy. Stephanie had known it from the beginning.
    Kathy was carrying a tennis racket. She wore a tiny white dress beneath which white tennis shorts, hardly more than underpants, were just visible. Her prodigious childbearing had left no mark on her narrow waist and welltanned biceps. Her shining hair was in a tight ponytail, stray wisps secured with gold bobby pins“.

     

     
    Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

    Uit:Het prozadebuut van Boeli van Leeuwen: De Mensenzoon

    “In de in eigen beheer uitgegeven De Mensenzoon (1947) treedt Van Leeuwen in discussie met vigerende opvattingen over - wat hij zelf in het voorwoord tot het eigenlijke verhaal noemt - ‘het kernpunt en tegelijkertijd de grootste vraag in het Nieuwe Testament (...): Waarom moest Judas Christus verloochenen?’. Op zich is deze preoccupatie met een andere tekst geen uitzonderlijke handelwijze. In feite vormen alle Caraïbische literaire teksten tesamen een meer of minder felle, onderlinge woordenwisseling, maar ook een pennestrijd met scribenten van niet-literaire teksten en met auteurs en hun geschriften van buiten de regio.
    Condé geeft in haar nawoord onomwonden te kennen met haar roman de gerechtelijke scribenten uit de 17e eeuw en de talrijke historici daarna terecht te wijzen, geeft te kennen dat Anne Petry's invulling van Tituba's levensloop alles behalve de hare is en plaatst met name kanttekeningen bij de literaire aandacht voor de processen rond de ‘heksen van Salem’ in Arthur Millers The Witches of Salem, waarin het lot van de blanke heksen centraal staat.
    Van Leeuwens concentratie op een Bijbelverhaal en de interpretatie daarvan is evenmin als zodanig uitzonderlijk voor de Caraïbische literatuur. Verschillende auteurs uit de Caraïbische regio hebben één of meerdere personages uit de Bijbel en hun wederwaardigheden als uitgangspunt genomen voor een nieuwe interpretatie van en een verhelderende visie op die Bijbelse figuren en hun handelen, èn als structurend element voor hun eigen roman. Brother Man (1954) van de Jamaicaanse auteur Roger Mais en Ti Jean L'Horizon van Simone Schwarz-Bart zijn dergelijke romans die ook buiten de regio grote bekendheid genieten.5 De vijf romans van Van Leeuwen zijn verder evidente voorbeelden van de be- en verwerking van Bijbelse motieven in de Caraïbische literatuur. De Mensenzoon wijkt echter belangrijk af van deze specifieke vorm van ‘intertextualiteit’: een Bijbelse figuur of gebeurtenis speelt niet een meer of minder belangrijke rol op de achtergrond van het feitelijke verhaal dat de roman vormt, maar een reeks van belangrijke Bijbelse gebeurtenissen wordt herschreven
    In de vooroorlogse Antilliaanse literatuur, i.c. die tussen circa 1918-1938, werd in de Papiamentstalige literatuur de Afro-Curaçaose bevolkingsgroep een centrale rol toebedeeld. In het werk van Willem Kroon, Manuel Fray, Minguel Suriel, Emilio Davelaar, José Kleinmoedig en anderen krijgt deze grote, overwegend rooms-katholieke groep positief waarderende aandacht waar het haar potentiële mogelijkheden om sociale veranderingen in het licht van het Katholicisme betreft, te bewerkstelligen.6 De blanke élite speelt in deze literatuur een uiterst marginale rol.”

     

     
    Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

     

     

    De Duitse schrijfster Amelie Fried werd geboren op 6 september 1958 in Ulm. Zie ook alle tags voor Amelie Fried op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

    Uit: Ich fühle was, was du nicht fühlst

    „Dass mit meiner Familie etwas nicht stimmte, hatte ich schon länger vermutet. Spätestens, als mein Bruder religiös wurde, mein Vater uns ein schreckliches Geheimnis verriet und meine Mutter schließlich verschwand, wurde es zur Gewissheit. Aber bis dahin würden noch vierhundertneunzehn Tage vergehen, von dem Tag an gerechnet, an dem die Geschichte begann.
    An diesem Tag war ich zur Frau geworden, jedenfalls hatte meine Mutter es so genannt, mich begeistert geküsst und mir eine rote Rose aus Seidenpapier und einen knallroten Lippenstift aus ihrer Sammlung geschenkt.
    Für mich war es der Tag, an dem ich nach der Englischstunde aufgestanden war und hinter mir die hämische Stimme einer Mitschülerin gehört hatte.
    »Da schau, die Verrückte hat in die Hose gemacht!«
    Ich fuhr herum, zwei grinsende Teenager glotzten mir auf den Hintern. Ich sah an mir hinunter, bemerkte zwischen den Beinen dunkle Flecken auf dem blauen Stoff, tastete entsetzt mit den Fingern danach, fühlte etwas Feuchtes.
    Ich wusste natürlich, was passiert war, meine Eltern hatten mich aufgeklärt. Und zwar so früh und umfassend, dass ich im Alter von vier Jahren meiner Kindergärtnerin erklärt hatte, die beiden Hunde im Hof würden nicht raufen, sondern rammeln. »Und dann kriegen sie viele kleine Hundekinder«, hatte ich zufrieden festgestellt. Meine Mutter war daraufhin zur Leiterin einbestellt worden.
    Mir war also klar, dass ich meine Periode bekommen hatte.
    Und mir war auch klar, dass dieser Umstand auf Wochen hinaus Anlass zu Spott und Gemeinheiten seitens meiner Mitschülerinnen sein würde. Ich spürte, wie mir Tränen in die Augen stiegen, und senkte den Kopf.
    Du heulst nicht!, befahl ich mir selbst. Wer Schwäche zeigt, fordert den Jagdinstinkt seiner Verfolger heraus. Ich blähte die Nüstern, richtete mich auf und nahm Anlauf, um mich auf eine meiner Peinigerinnen zu stürzen.
    Da spürte ich, wie mir jemand eine Strickjacke um die Hüften schlang, und sah überrascht zu, wie die Ärmel über meinem Bauch verknotet wurden."

     

     
    Amelie Fried (Ulm, 6 september 1958)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jessica Durlacher op dit blog.

    Uit: Arthuro d’Alberti

    “Papa is de baas van de muziek. Als hij met zijn hoofd wiegt, wiegen wij inwendig ook. Als de piano vrolijk is en niet kan stoppen met praten en vertellen, worden wij steeds wilder. Soms krijgen we er zelfs de slappe lach van en gillen van plezier om de dolle verhalen die het geweld uit papa’s boxen bij ons oproept. Dan begint papa, die eerst nog vrolijk keek, langzaam aan te fronsen om ons lawaai, en houdt, ineens afwezig, zijn hoofd stil, zijn bijna zwarte ogen rond en aandachtig om iets anders, zijn wijsvinger geheven. We worden allemaal even stil als hij en luisteren mee naar de sprong die de muziek onder zijn leiding maakt. Soms voelen we ons dan even een klein beetje alleen – alsof papa luistert naar iets wat alleen hij kan horen, en wij niet. Sssst, zegt hij, en iets zegt ons dat wij dat niet te licht mogen opvatten.
    Muziek. Altijd is er muziek. Er zijn de lieflijke vioolconcerten, de snarentrio’s en de kwartetten met hun verstandige, en toch zo verleidelijke kamermuziek. We laten ons overspoelen door de eindeloze, onbegrijpelijke pianoconcerten, en de symfonieën met hun bulderende orkesten waarbij je niet meer kan denken. Het ene moment stroom je vol onbekend woest verdriet, in het volgende word je meegesleurd in de idiote opgewondenheid van de strijkers en de slaginstrumenten. De lange, saaie stukken daarna zijn lessen in beheersing en ernst. We ondergaan ze geduldig, maar soms worden we gek van het om en om draaien en steeds verder verwateren van de thema’s die zoëven nog mooi en krachtig waren. Nu weten we het wel, denken we moe, nu is het toch wel klaar, suf zijn we, van de emoties.
    In de auto zit nog geen radio. Wij zingen. We kennen liedjes van school, en ik zit sinds kort op een koortje waar ik nieuwe liedjes leer. Daar heeft hij het gezegd, papa, in de auto, met een waardering die uit een andere wereld komt, een wereld waar men verstand van die dingen heeft: ze heeft een goede stem. Dat is iets groots, een goede stem, daar zitten beloftes in die verder reiken dan ik nu kan overzien.”

     

     
    Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)
    Cover

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

    Uit: The Lovely Bones

    “He did this to my little sister, Lindsey, thank God. At least I was spared that indignity. But he liked to tell a story about how, once Lindsey was born, I was so jealous that one day while he was on the phone in the other room, I moved down the couch-he could see me from where he stood-and tried to pee on top of Lindsey in her carrier. This story humiliated me every time he told it, to the pastor of our church, to our neighbor Mrs. Stead, who was a therapist and whose take on it he wanted to hear, and to everyone who ever said "Susie has a lot of spunk!"
    "Spunk!" my father would say. "Let me tell you about spunk," and he would launch immediately into his Susie-peed-on-Lindsey story.
    But as it turned out, my father had not mentioned us to Mr. Harvey or told him the Susie-peed-on-Lindsey story. Mr. Harvey would later say these words to my mother when he ran into her on the street: "I heard about the horrible, horrible tragedy. What was your daughter's name, again?"
    "Susie," my mother said, bracing up under the weight of it, a weight that she naively hoped might lighten someday, not knowing that it would only go on to hurt in new and varied ways for the rest of her life.
    Mr. Harvey told her the usual: "I hope they get the bastard. I'm sorry for your loss." I was in my heaven by that time, fitting my limbs together, and couldn't believe his audacity. "The man has no shame," I said to Franny, my intake counselor. "Exactly," she said, and made her point as simply as that. There wasn't a lot of bullshit in my heaven.
    Mr. Harvey said it would only take a minute, so I followed him a little farther into the cornfield, where fewer stalks were broken off because no one used it as a shortcut to the junior high. My mom had told my baby brother, Buckley, that the corn in the field was inedible when he asked why no one from the neighborhood ate it. "The corn is for horses, not humans," she said. "Not dogs?" Buckley asked. "No," my mother answered. "Not dinosaurs'" Buckley asked. And it went like that.”

     

     
    Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)
    Cover 

     

     

    De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Julien Green op dit blog.

    Uit: Erinnerungen an glückliche Tage (Vertaald door Elisabeth Edl)

    „Als ich älter wurde, vertrieb ich mir eher mit literarischen Dingen die Zeit, ich sagte mir gern, daß ich eines Tages ein großer Schauspieler sein würde, so wie der Mann, der bei
    In achtzig Tagen um die Weltdie Rolle des Mr. Fogg spielte.
    Mit dieser Idee im Kopf begann ich Dialoge aus berühmten Stücken auswendig zu lernen, um bereit zu sein für den Tag, da man mich auf die Bühne rufen würde. Daß ich von allem, was ich da aufsagte, die Hälfte nicht verstand, war nicht so wichtig. Was ich wollte, war, in meinem Zimmer mit dem Fuß aufstampfen, hochtönende Worte sprechen und mir einbilden, daß ich nicht ich selbst war, sondern irgendein wichtiger und scharfsinniger Mensch wie Augustus oder Cyrano de Bergerac.
    Ungeduldig wartete ich auf den Donnerstag, denn an diesem Tag hatten wir frei, und außerdem kam unsere Näherin, Mademoiselle Félicité Goudeau, frühmorgens ins Haus und blieb bis abends nach dem Essen. Sie war mein Publikum. Ihre Rolle war ziemlich leicht, denn sie bestand einfach darin, wie gewöhnlich ihre Arbeit zu verrichten, während ich für sie deklamierte. Zuweilen geschah es, daß ich mit der Faust vor ihrem Gesicht herumfuchtelte oder einen Dolch über ihrem Kopf schwang, aber selbstverständlich wußte sie, daß alles
    Theater war, und nahm die Sache gelassen.
    Sie war ein schüchternes kleines Geschöpf mit grauen Locken und trippelte so geschwind von einem Zimmer ins andere, daß man unvermeidlich an eine Maus denken mußte oder an irgendein anderes verhuschtes Tier. Meistens trug sie eine schwarze Schürze und lief mit Stecknadeln zwischen den Zähnen umher. Das störte mich ein bißchen; mir wäre lieber gewesen, sie hätte dagesessen und sich nicht gerührt. Eines Tages sagte ich das auch, und daraus entspann sich eine lange Diskussion, an deren Ende meine Mutter als Schiedsrichterin hereingerufen wurde. Natürlich befahl sie mir, den Raum auf der Stelle zu verlassen, doch wenig später kehrte ich zurück und »schnaubte noch mit Drohen und Morden«, im reinsten Stil der Comédie-Française.”

     

     
    Julien Green (6 september 1900 - 13 augustus 1998)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar Willem Brandt (pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster) werd geboren in Groningen op 6 september 1905. Zie ook alle tags voor Willem Brandt op dit blog.

     

    Berg-kampong

    Bemoste daken als oeroude dieren
    te-rusten in de flanken van een dal,
    onder de blauw doorweven hemelval
    waaruit de hete moessonwinden gieren.

    Het eenzaam volk hurkt zwijgend om het vuur,
    de dagen komen, sterven en verdwijnen,
    men legt zich neer op het getelde uur
    wanneer de vlammen aan de wanden schijnen.

    Maar soms neemt iemand in de dageraad
    zijn bundel en verlaat zijns vaders schuren.
    Niemand die naar hem vraagt, over hem praat,
    men schikt zich dichter om de hoge vuren.

    Als hij na jaren weerkeert, even arm,
    bedekt met wonden uit de grote steden,
    vindt hij de vuren even rood en warm
    en vrouwen die zijn zieke lichaam kneden.

    Iemand wijst hem de helling aan waar hij
    zijn rijst zal planten in de vroege uren.
    De revoluties komen, gaan voorbij,
    men zwijgt en rust rondom de rosse vuren.

     

     
    Willem Brandt (6 september 1905 – 29 april 1981)

     

     

    De Spaanse schrijfster Carmen Laforet werd geboren op 6 september 1921 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Carmen Laforet op dit blog en ook mijn blog van 6 september 2010.

    Uit:Nada (Vertaald door Susanne Lange)

    „Gewiß sah ich seltsam aus mit meiner fröhlichen Miene, meinem alten Mantel, den mir der Seewind um die Beine schlug, wie ich mißtrauisch meinen Koffer vor den dienstfertigen Trägern, den camàlics, verteidigte.
    Nach wenigen Minuten stand ich allein auf dem breiten Gehweg, während die anderen zu den wenigen Taxis rannten oder sich in Trauben in die Straßenbahn drängten.
    Eine der alten Droschken, die man nach dem Krieg wieder öfter sah, hielt vor mir an, ich zögerte nicht und stieg ein, zum Verdruß eines Herrn, der verzweifelt den Hut schwenkend hinterherstürzte.
    Das klapprige Gefährt fuhr mich in dieser Nacht durch breite, leere Straßen, durchquerte das Herz der Stadt, auch jetzt noch voller Lichter, wie ich es erhofft hatte, und die Fahrt erschien mir kurz und belebt von Schönheit.
    Der Wagen bog in die Plaza de la Universidad, und ich weiß noch, wie bewegt ich war, als mir das prächtige Universitätsgebäude einen feierlichen Willkommensgruß bot.
    Wir schwenkten in die Calle de Aribau ein, wo meine Verwandten wohnten, und dort strotzten die Platanen im Oktober noch von Blättern, und das lebendige Schweigen unzähliger Seelen atmete hinter den dunklen Balkonfenstern. Die Wagenräder hinterließen eine Kielspur von Lärm, der in meinem Kopf widerhallte. Auf einmal knarrte und schwankte der Klapperkarren. Dann blieb er stehen.
    »Da wären wir«, sagte der Kutscher.
    Ich sah hinauf zu dem Haus, vor dem wir standen. Eine Balkonreihe glich der anderen, wie sie mit ihren dunklen Eisengittern über das Geheimnis der Wohnungen wachten. Ich konnte nicht erraten, von welcher aus ich in Zukunft hinabschauen würde. Mit leicht zitternder Hand gab ich dem Nachtwächter ein paar Münzen, und nachdem er die Eingangstür mit mächtig erbebendem Glas und Eisen hinter mir ins Schloß geworfen hatte, schleppte ich mich mit dem Koffer Stufe für Stufe die Treppe hinauf.“

     
    Carmen Laforet (6 september 1921 – 28 februari 2004)
    DVD-cover voor de gelijknamige film uit 1947

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

    06-09-2017 om 18:10 geschreven door Romenu  


    Tags:Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Amelie Fried, Jessica Durlacher, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Carmen Laforet, Boeli van Leeuwen, Romenu
    » Reageer (0)
    05-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.250 jaar August Wilhelm Schlegel, Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Ward S. Just, Heimito von Doderer, Rachid Boudjedra, Peter Winnen

    De Duitse literatuurcriticus, dichter, schrijver en verrtaler August Wilhelm Schlegel werd geboren in Hannover op 5 september 1767. Dat is vandaag precies 250 jaar geleden. Zie ook alle tags voor August Wilhelm Schlegel op dit blog

     

    Zueignung des Trauerspiels Romeo und Julia

    Nimm dieß Gedicht, gewebt aus Lieb' und Leiden,
    Und drück' es sanft an deine zarte Brust.
    Was dich erschüttert, regt sich in uns beiden,
    Was du nicht sagst, es ist mir doch bewußt.
    Unglücklich Paar! und dennoch zu beneiden;
    Sie kannten ja des Daseins höchste Lust.
    Laß süß und bitter denn uns Thränen mischen,
    Und mit dem Thau der Treuen Grab erfrischen.

    Den Sterblichen ward nur ein flüchtig Leben:
    Dieß flücht'ge Leben, welch ein matter Traum!
    Sie tappen, auch bei ihrem kühnsten Streben,
    Im dunkel hin, und kennen selbst sich kaum.
    Das Schicksal mag sie drücken oder heben:
    Wo findet ein unendlich Sehnen Raum?
    Nur Liebe kann den Erdenstaub beflügeln,
    Nur sie allein der Himmel Thor entsiegeln.

    Und ach! sie selbst, die Königin der Seelen,
    Wie oft erfährt sie des Geschickes Neid!
    Manch liebend Paar zu trennen und zu quälen
    Ist Haß und Stolz verschworen und bereit.
    Sie müßen schlau die Augenblicke stehlen,
    Und wachsam lauschen in der Trunkenheit,
    Und, wie auf wilder Well' in Ungewittern,
    Vor Todesangst und Götterwonne zittern.

    Doch der Gefahr kann Zagheit nur erliegen,
    Der Liebe Muth erschwillt, je mehr sie droht.
    Sich innig fest an den Geliebten schmiegen,
    Sonst kennt sie keine Zuflucht in der Noth.
    Entschloßen sterben, oder glücklich siegen
    Ist ihr das erste, heiligste Gebot.
    Sie fühlt, vereint, noch frei sich in den Ketten,
    Und schaudert nicht bei Todten sich zu betten.

    Ach! schlimmer droh'n ihr lächelnde Gefahren,
    Wenn sie des Zufalls Tücken überwand.
    Vergänglichkeit muß jede Blüth' erfahren:
    Hat aller Blüthen Blüthe mehr Bestand?
    Die wie durch Zauber fest geschlungen waren,
    Löst Glück und Ruh und Zeit mit leiser Hand,
    Und, jedem fremden Widerstand entronnen,
    Ertränkt sich Lieb' im Becher eigner Wonnen.

    Viel seliger, wenn seine schönste Habe
    Das Herz mit sich in's Land der Schatten reißt,
    Wenn dem Befreier Tod zur Opfergabe
    Der süße Kelch, noch kaum gekostet, fleußt.
    Ein Tempel wird aus der Geliebten Grabe,
    Der schimmernd ihren heil'gen Bund umschleußt.
    Sie sterben, doch im letzten Athemzuge
    Entschwingt die Liebe sich zu höherm Fluge.

    Dieß mildert dir die gern erregte Trauer,
    Die Dichtung führt uns in uns selbst zurück.
    Wie fühlen beid' in freudig stillem Schauer,
    Wir sagen es mit schnell begriffnem Blick:
    Wie unsers Werths ist unsers Bundes Dauer,
    Ein schön Geheimniß sichert unser Glück.
    Was auch die ferne Zukunft mag verschleiern,
    Wir werden stets der Liebe Jugend feiern.

     

     
    August Wilhelm Schlegel (5 september 1767 — 12 mei 1845)
    Portret door Johann Friedrich August Tischbein, rond 1800

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957.Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

    Uit: Der nächtige Ort (Vertaald door Helga van Beuningen)

    „Eine gottverdammte völkische ... Er steht in der unvorstellbaren Stille der schummrigen Buchhandlung, wo sich hinter dem Geruch von Papier und Leinen eine schwache olfaktorische Erinnerung an Schuhe verbirgt und das Bimmeln der Ladenglocke noch nachhallt, und betrachtet, was eine List des Lichts zu sein scheint, aber doch keine ist.
    Schritte ertönen auf dem dunklen Flur zwischen der Wohnung und dem Laden, und aus dem Schatten tritt ein mürrisch dreinschauender Mann in Weste und Hemdsärmeln.
    »Wir haben zu.«
    Jakob Noach starrt dem Mann ins Gesicht mit einem Blick, der nur leer genannt werden kann: keine Spur von Reaktion, keine Emotion, kein Ausdruck, Augen, leer wie die Schöpfung, bevor der Allmächtige die Ärmel aufkrempelte und etwas daraus machte.
    Stille hängt zwischen ihnen, eine gazeschleierartige Stille, die den Raum dicht und diffus macht und ihm etwas in Erinnerung ruft, das er nicht kennt. Seine Gedanken reisen durch die Landschaft seiner Vergangenheit.
    Wie scharf alles ist ... das Licht, das durch die staubigen Fenster fällt, über die Theke streicht und einen seidenweichen Glanz auf das von Gebrauch und Zeit gerundete Holz legt ... wie scharf gezeichnet die Fächer in den Schränken an den Wänden, in denen früher Schuhkartons standen, vom Fußboden bis zur Decke, von einer Wand zur anderen, ein Mosaik aus weißen, rosa, schwarzen, grünen, roten, braunen, blauen, malvenfarbenen und grauen Rechtecken.
    »Wir haben ...«
    »Raus. Aus. Meinem. Geschäft.«
    Der Mann kneift die Augen zusammen und sieht ihn an, als habe man ihn in einer Sprache angesprochen, die keinerlei Verwandtschaft mit den ihm bekannten Sprachen aufweist.
    »RAUS.«
    Er spricht, soweit er weiß, laut, doch was aus seiner Kehle kommt, ist ein ersticktes Ächzen, das kaum verständlich erscheint.
    »Ich weiß nicht, wer Sie sind, aber das hier ist mein Ge- schäft, und ...«
    Jakob Noach, in der Blüte seines Lebens, klein zwar und nach den Jahren in seinem Loch im Moor unübersehbar bleich und mager, so mager, wie er es für den Rest seines Lebens eindeutig nie mehr sein wird, richtet sich auf wie ein Bär, der beim Fressen gestört wurde. Seine Brust schwillt an wie ein Blasebalg, und obwohl es zweifellos nicht so ist, scheinen sich seine Haare zu sträuben.“

     
    Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

     

     

    De Nederlandse schrijver en acteur Herman Koch werd geboren in Arnhem op 5 september 1953. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Herman Koch op dit blog.

    Uit: Angerichtet (Vertaald door Heike Baryga)

    „Wir wollten ins Restaurant gehen. Ich sage jetzt nicht dazu, in welches Restaurant, denn sonst ist es bei unserem nächsten Besuch wahrscheinlich vollkommen überftillt mit Leuten, die mal sehen wollen, ob wir auch wieder da sind. Serge hatte reserviert. Er übernimmt das Reservieren immer. Das Restaurant ist eins von der Sorte, wo man sich drei Monate im Voraus telefonisch anmelden muss — oder sechs, oder acht, inzwischen weiß ich schon gar nicht mehr wie viele. Ich bin nicht der Typ, der drei Monate im Voraus wissen will, wo er an einem bestimmten Abend essen wird, aber offenbar gibt es Leute, für die ist das überhaupt kein Problem. Sollten Historiker in ein paar Jahrhunderten herausfinden wollen, wie zurdükgeblieben die Menschheit zu Beginn des einundzwanzigsten Jahrhunderts war, dann brauchen sie nur einen Blick in die Computer der sogenannten Toprestaurants zu werfen, denn dort werden alle Details gespeichert, zuffillig weiß ich das. Wenn Herr L. beim letzten Mal bereit war, drei Monate auf einen Tisch am Fenster zu wanen, dann wartet er jetzt auch fünf Monate auf den Katzentisch neben der Toilette. So etwas nennt man in solchen Restaurants •Pfiege von Kundendaten.. Serge reserviert nie drei Monate im Voraus. Serge reserviert am selben Tag. Das sei für ihn ein Sport, sagt er. Es gibt Restaurants, die lassen immer einen Tisch frei für Leute wie Serge Lohman, und dieses Restaurant zählt dazu. Wie viele andere auch, müsste ich eigentlich sagen. Wahrscheinlich gibt es im ganzen Land überhaupt kein Restaurant mehr, bei dem die Bedienung nicht zusammenzuckt, wenn am Telefon der Name Lohman erklingt. Er ruft nadirlich nicht selbst an, so etwas Iäisst er seine Sekretäirin oder seine engste Mitarbeiterin erledigen. •Mach dir keine Sorgen•, sagte er, als ich ihn vor ein paar Tagen an der Strippe hatte. »Man kennt mich dort, ich organisiere uns schon einen Tisch.« lch hatte nur gefragt, ob wir noch mal telefonieren sollten, falls es vielleicht keinen Tisch geben würde, und wohin wir dann gingen. In seiner Stimme am anderen Ende der Leitung schwang ein gewisses Mitleid mit, ich konnte förrmlich sehen, wie er den Kopfschüttelte. Ein Sport. Es gab da etwas, worauf ich heute wirklich überhaupt keine Lust hatte. Ich wollte nicht dabei sein, wenn Serge Lohman vom Restaurantinhaber oder dem Maitre d'hotel wie ein alter Bekannter begrüßt würde: um dann von einer Kellnerin zum schönsten Tisch an der Gartenseite geleitet zu werden, und wie Serge dann so tun würde, als sei das alles ganz normal und er in seinem tiefsten Inneren noch immer ein ganz normaler Kerl, der sich deswegen inmitten der vielen anderen normalen Leute besonders wohlfühlte. Deshalb hatte ich vorgeschlagen, dass wir uns im Restaurant treffen sollten und nicht, wie er es angeregt batte, vorher noch in der Kneipe um die Ecke.“

     

     
    Herman Koch (Arnhem, 5 september 1953)

     

     

    De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Jos Vandeloo op dit blog.

    Uit: Margot Vanderstraeten interviewt: Jos Vandeloo

    “Leven is een eenzame bezigheid. Schrijven ook. Als je schrijft, sta je er echt alleen voor. Niemand kan je helpen. Je eenzaamheid wordt hooguit af en toe onderbroken door een ontmoeting. Ik vind ontmoetingen in het leven van essentieel belang voor wie je wordt. Op dat vlak heeft Angèle Manteau (de stichtster van uitgeverij Manteau ) een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Zij, maar ook haar man, de letterkundige François Closset, wezen me aan wat ik moest lezen. Ze hebben me nieuwe inzichten aangereikt, me auteurs leren kennen die ik tevoren absoluut niet kende. Dat is verrijkend en stimulerend. Ik vind ook dat dit dankbaarheid verdient.
    “Maar ik kan nog namen noemen, hoor. Louis Paul Boon, bijvoorbeeld, met wie ik goed bevriend was en die, toen ik nog in Borgerhout woonde, soms bij me bleef logeren; dat was dan als hij naar Nederland ging. Boon heeft nog met mij in mijn echtelijk bed geslapen. En hij was degene die ‘s ochtends, als een geliefde, al uit het bed verdwenen was zodat ik verbaasd wakker werd, zoekend naar dat lichaam naast me en me afvragend waar hij naartoe was. Hij bleek dan in de keuken te staan; hij had al koffie gemaakt, was naar de bakker geweest en zette mij en Lisette (die in de andere kamer sliep) een heerlijk ontbijt voor. Boon kon heel toegewijd zijn.
    “Nu, tijdens deze winterdagen, kan ik soms vol nostalgie terugdenken aan veel vrienden van vroeger, vrienden die intussen jammer genoeg overleden zijn. Hun verlies kun je niet meer goedmaken, zij laten een leegte na die ik niet opnieuw kan opvullen.”

     

     
    Jos Vandeloo (5 september 1925 - 5 oktober 2015)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Margaretha Ferguson werd geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Margaretha Ferguson op dit blog.

    Uit: Chaos

    "Ach die arme snoes, ze moet nog wennen natuurlijk," mevrouw Verlaer stond op en streelde Ingrid over het korte blonde haar. "Kom zusje, jij krijgt van mij nog een lekker koekje en dan breng ik jullie naar boven. En als je mamma een beetje uitgerust is volgende week gaan jullie gezellig stadten en dan koopt ze voor jou een mooie pop."
    Gezellig stadten. Termen uit de meisjesboeken die Katharina in haar Indische jeugd had gelezen, vol heimwee naar Holland waaruit ze op haar negende jaar was weggegaan. Gezellig stadten. Weddenschapjes wie in de tearoom de zalige moorkoppen zal betalen, knusse HBS-meisjesuitjes, dochters gearmd met hun jeugdige moeders op zoek naar een mooi boek voor vaders verjaardag. Een meisjeskamer met schuin dak, bloemetjes behang in voorzichtige tinten, een boekenplank je met daarop Van Hille Gaerthé en Cissy van Marxveldt, na het eten nog een kopje thee in de serre met de rieten stoelen en de planten, en dan naar boven voor het huiswerk. De eerste verwarrende gevoelens. Een lieve, begrijpende tante, want met je moeder kon je over zulke dingen echt niet praten. Haar eigen moeder-dochtertoekomst met Ingrid? En van de vroege ochtend tot de late avond tedere zorg voor dingen, dingen, dingen. Gezellig stadten. Woorden die een hele wereld opriepen.
    "Kom liefje,"ze wiegde Ingrid sussend heen en weer, "eet je koekje op, trek je schoentjes aan, en dan gaan we over de trap naar boven, gaan we kijken waar jouw nieuwe bedje staat!"
    Hoe armoedig en vuil was eigenlijk haar bagage, Katharina zag het nu pas, toen ze terugkwamen in de gang. Hoe lang zouden ze hier mogen blijven?
    "0, wat een mooie kamer!"
    Hoog en langwerpig, een erker aan de straatkant. Kolossale buikige kasten op balpoten, een 18e-eeuwse secretaire met ontelbare laadjes, in het midden een grote eettafel, rechte stoelen met pluchen zittingen, twee plechtige armstoelen. In de hoek bij de gesloten schuifdeuren ("wij hebben van de alcoof daarachter een badkamer laten maken"), een ijzeren fornuis met ronde kookplaten, en een gasie op hoge poten. "In de winter kunt u daarin ook stoken en erop koken, in de zomer kunt u als u niet genoeg hebt aan het gasje ook gebruikmaken van mijn keuken beneden, voor koffie en thee is dat gasstelletje wel voldoende... hier naast is het kabinet..." Een kabinet. Ook zo'n Hollands woord uit de in Indië gelezen boeken. Het kon van alles betekenen, nu was het een kleine kamer aan de voorkant waarin twee éénpersoonsbedden, van het zeil daartussen kreeg je bij het zien al koude voeten, verder was er een houten wastafel met marmeren blad en losse spiegel, op het blad een waskom, lampetkan, zeepbakje. "Water kunt u halen op de gang, uit het fonteintje."


     
    Margaretha Ferguson (5 september 1920 - 8 mei 1992)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Ward S. Just werd geboren op 5 september 1935 in Michigan City, Indiana.Zie ook alle tags voor Ward S. Just op dit blog.

    Uit: An Unfinished Season

    “The winter of the year my father carried a gun for his own protection was the coldest on record in Chicago. The winter went on and on, blizzard following blizzard, each day gray with a fierce arctic wind. The canyons of the Loop were deserted, empty as any wasteland, the lake an unquiet pile of ice beyond. Trains failed, water pipes cracked, all northern Illinois was locked in, the air as brittle as a razorblade. The newspaper story that had everyone talking was the account of a young colored woman found frozen solid in an alley on the South Side and taken at once to the city morgue, where an alert doctor discovered the faintest of heartbeats. She was revived, thawed as you would thaw a frozen piece of meat, and in the course of the subsequent examination was found to have so much gin in her veins that— leez, it was like she had swallowed antifreeze,' the doctor said. Religious leaders, ignoring the lu-rid details in the papers, declared her survival a miracle. She was a young woman touched by the hand of the son of God. Je-sus had visited Chicago and saved the humblest and most desti-tute of his creatures, praise the Lord. Happened all the time when I was a boy, my father said. Some poor bastard wandered away, got lost, passed out, froze to death. Happened to our neighbor. They didn't find him for a week.
    We didn't have morgues out here. And the doctor was twenty miles away. My father was born on a farm on the prairie north of Chi-cago and insisted that this winter was nothing compared to the winters he had endured as a boy, interminable winters when the snow reached to the eaves of the roof; and when the west-ern wind from the plains blew away the snow, the icicles re-mained, icicles as thick as your arm. My father had an imagina-tive memory stacked with stories and often different versions of the same story. One time he had the wind howling like wolves and another time wolves howling like the wind. When he told his stories, my mother always rolled her eyes and winked at me. We lived in his family's homestead, except now it had nine large rooms instead of six small ones, and where the barn had stood, an emerald lawn with oval flower beds and a great oak so broad two men could not reach their arms around it. The house was on the grounds of a newly minted golf club in a town-ship that was unincorporated but known informally as Quarter-day, meaning that in the previous century it took a quarter of a day to reach Half Day, itself half a day's ride to Chicago.”

     

     
    Ward S. Just (Michigan City, 5 september 1935)

     

     

    De Oostenrijkse schrijver Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Heimito von Doderer op dit blog.

    Uit: Die Dämonen

    „Seit Jahr und Tag wohne ich nun in Schlaggenbergs einstmaligem Zimmer.
    Es ist eine Mansarde, jedoch darf man dabei an kein ärmliches Quartier denken. Er pflegte in der letzten Zeit, die er noch in Wien und in unserer Gartenvorstadt hier verlebte, seltsamerweise stets in Malerateliers zu hausen, und bewies in der Auffindung von reizenden Wohnungen dieser Art großes Geschick – erstmalig, als er, knapp bevor sein Lehrer Kyrill Scolander aus Südfrankreich wieder hierher kam, für jenen ein geeignetes Zimmer suchen mußte: das Ergebnis war das erste und ielleicht schönste von ,Schlaggenbergs Ateliers‘ (wie wir’s später nannten) – welche im übrigen seine einzige Beziehung zur Malerei darstellten, denn von dieser selbst hat er, wie mir schien, nie viel verstanden, oder sich darum ebensowenig bekümmert als etwa um das Theater. Bei Scolander indessen, dem damals zu Wien eine Professur angeboten worden war, gewann der Raum für die Berufsarbeit Bedeutung, wenngleich ihm ja auch der Staat nunmehr eine geeignete Werkstatt zur Verfügung stellen mußte.
    Las man übrigens Schlaggenbergs schon vordem in den Buchhandel gekommene Biographie
    Seines Lehrers, so mußte man den falschen Eindruck gewinne, daß jener sozusagen nur nebenher male: denn verglichen mit den Schriften Scolanders, welche mit einiger Ausführlichkeit dort betrachtet werden, erscheinen die malerischen Arbeiten fast nachlässig behandelt.
    Es ist also das letzte von ,Schlaggenbergs Ateliers‘, womit ich ihn gewissermaßen beerbt habe, das zuletzt von ihm bewohnte; der Raum ist kleiner als jener, den Scolander einstinnehatte, jedoch scheint mir dafür diesem kleineren Raume mehr Behagen zu eignen.“

     

     
    Heimito von Doderer (5 september 1896 – 23 december 1966)

     

     

    De Algerijnse dichter, schrijver en draaiboekauteur Rachid Boudjedra werd geboren op 5 september 1941 in Aïn Beïda. Zie ook alle tags voor Rachid Boudjedra op dit blog en ook mijn blog van 5 september 2010.

    Uit: Printemps

    « Pendant quelques mois, Teldj avait subi le vacarme et le tohu-bohu de ses voisins dont la terrasse faisait face à sa cuisine. Ils étaient quelques-uns, mâles et étrangers, et se comportaient assez grossièrement surtout lorsque, installés sur la terrasse pour éviter que leurs propres collègues ne les écoutent, ils téléphonaient ou plutôt ils hurlaient, dans leurs appareils portables, leurs consignes ou leurs ordres à des interlocuteurs installés — certainement — dans de confortables bureaux à Londres, Barcelone, Paris, Moscou, Dubaï, Shanghai ou New York. Sans parler des beuveries du jeudi soir : mémorables et insomniaques. Ils buvaient surtout de la bière algérienne (Stella, Tango, etc.) parce qu'elles étaient moins chères que les étrangères et des vins algériens parce qu'ils étaient excellents et avaient une connotation religieuse : chrétienne, romaine ou antique. Vms aux marques prestigieuses : Saint Augustin, Santa Monica, Césarée, etc. Ils se payaient aussi des petites putains algériennes à peine pubères à cent euros la nuit. Ainsi et sans le vouloir, Teldj apprit quelques phrases de russe et quelques bribes d'allemand, et elle perfectionna son anglais et son espagnol. Mais ce qui l'agaçait le plus c'était ce dépotoir qu'était devenue la terrasse qu'ils occupaient, qui faisait face à la sienne et dont l'encombrement et la saleté l'intriguaient. Un vieux canapé bancal, défraîchi, de couleur verdâtre, le ventre ouvert et qui n'avait que trois pieds, occupait une grande partie de l'espace et trônait dans un bric-à-brac faramineux. Aussi : pots en plastique dont les fleurs étaient rabougries, comme assoiffées, qui se mouraient dans le grésillement des appareils téléphoniques et les hurlements des voix qui vociféraient des chiffres indéchiffrables, des taux abracadabrants, des ordres méchants, des codes secrets, des cotes boursières et des statistiques insensées à longueur de journée. D'autant plus que le soleil, qui inondait la terrasse de son lever à son coucher, exacerbait les objets du capharnaüm, posés là, pèle-mêle, dans un désordre inouï et crasseux. Teldj, en préparant son café le matin, en était perplexe. Elle avait le tournis de cette logorrhée financière, monstrueuse, implacable, guerrière. Autant la terrasse était sale autant les tenues vestimentaires de ses locataires étrangers étaient élégantes, de bonne qualité et de couleur harmonieuse. Costumes impeccables. Chemises de grands couturiers. Cravates élégantes. Pulls en cachemire. Chaussures italiennes (elle en était sire d'une façon irraisonnée, intuitive), et cousues main! La plupart de ces étrangers étaient plutôt de beaux garçons, au physique attirant, de corpulence musclée et d'apparence sportive."

     

     
    Rachid Boudjedra (Aïn Beïda, 5 september 1941)

     

     

    De Nederlandse schrijver en wielrenner Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook mijn blog van 5 september 2010. en eveneens alle tags voor Peter Winnen op dit blog.

    Uit: Renner in landschap

    De huiskamerbank is in de maand juli mijn belangrijkste werkplek. Ik beoordeel (of veroordeel) de koers in het ‘weten wat er voor nodig is’.
    Indurain en Armstrong, ze lijken met de fiets tussen de benen geboren. Alles klopt. De macht straalt je tegemoet. Je hoeft geen auralezer te zijn om dat op te merken. In feite is iedereen in het profpeloton met de fiets tussen de benen geboren. Het is pas na een jarenlange natuurlijke selectie dat men in De Tour de France terecht komt. Als ik in de auto zit en ik zie op het fietspad een wielrenner trainen, dan zie ik van een afstand of ik te maken heb met een recreant, een wedstrijdfietser, of een professional. Het verschil zit hem in de ‘coup de pédale’. De tred van de professional is schijnbaar moeiteloos, machinaal, en zonder haperingen. De amateurwielrenner zie je iets meer duwen, en de recreant heeft over het algemeen zo'n hulpeloze slag dat je nauwelijks over pedaleren kunt spreken. Bovendien bespringt me bij de laatste de behoefte een inbussleutel te grijpen om zadel en stuur in een effectievere positie te stellen.
    De charme van de Tour de France (en alle grote wedstrijden) is nu dat in de uitputtingsslag het peloton zich begint te scheiden in recreanten, wedstrijdfietsers en professionals. Alles relatief natuurlijk, het zit hem in kleine details. Gestrekt op de huiskamerbank verveel ik mij geen seconde. Al moet ik drie uur kijken naar een en dezelfde eenzame koploper, ik bestudeer aandachtig de verschillende stadia van het ‘kapot vallen’. Een opwindende bezigheid - soms lijd ik mee.
    Helemaal een lust voor het oog zijn de bergetappe's. Ik lees soms dat Touradepten, meestal schrijvers, terugverlangen naar het radiotijdperk. Toen kon de verbeelding nog zijn gang gaan. Als ex-wielrenner zeg ik: er kunnen niet genoeg camera's in de koers zijn. Hoe meer studiemateriaal hoe beter. Ik wil de koers lezen. Ik wil overzichten uit de helikopter. Ik wil shots van tandwielen. Wie rijdt er op welke versnelling? Ik wil dat er wordt ingezoomd op benen want de coup de pédale is de belangrijkste aanwijzing voor iemands status. Ik wil de koppen meer dan levensgroot op mijn scherm.”

     

     
    Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

    05-09-2017 om 18:14 geschreven door Romenu  


    Tags:250 jaar August Wilhelm Schlegel, Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Ward S. Just, Heimito von Doderer, Rachid Boudjedra, Peter Winnen, Romenu
    » Reageer (0)
    04-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Marijn Sikken, Femke Brockhus, Dik van der Meulen

    De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

     

    Helga Ruebsamen

    “Het zelfportret van een schrijver moet natuurlijk uit al zijn personages bestaan, want een schrijver schrijft omdat hij zoveel mensen tegelijk is. (Er huizen zoveel zielen in zijn borst.) Een schrijver kun je aanroepen bij de naam van zijn personage, dan kijkt hij om. Ik zou het zelfportret van een schrijver of een schrijfster nooit of te nimmer vertrouwen. Schrijvers! Vandaag zijn zij Blauwbaard, morgen zijn bruid.
    Mijzelf vertrouw ik ook geen zelfportret toe, ik ben nog niet eens te vertrouwen waar het mijn eigen naam betreft. De voorzienigheid heeft mij een naam toegespeeld, die hier niet altijd even gemakkelijk wordt verstaan. Wat zegt u? Hoe zei u? Oh, Heldere Zuupzager, juist ja. Zeg dat dan meteen, hoor je ze vaak denken. Ik kan mijn geluk niet op dat ik nu zomaar een ander kan zijn, zonder er eerst zelf een heel karakter voor te hebben moeten verzinnen. Tijdenlang stel ik me aan iedereen voor als Heldere Zuupzager, waarna het caleidoscopisch gerommel met de klinkers en de medeklinkers begint. In alle mogelijke rangschikkingen, in schier ondenkbare lettercombinaties word ik nu vervolgens benoemd, geroepen en aangeschreven, totdat iemand ineens zegt: hee, Helga Ruebsamen. Ik schrik daar flink van, wat doen we? We gaan de letterlijke waarheid toch niet rauw opdissen? De werkelijkheid versieren we, verzoeten of verzilten wij al naar gelang van onze smaak van dit moment, plooien we naar onze inzichten van dit ogenblik.
    Helse Gluurdame, zei de donkere, landerige stem van een telefoniste een tijdje geleden en ik was weer intens gelukkig. Helse Gluurdame, waarom was ik er zelf eigenlijk nooit opgekomen als pseudoniem. Ik presenteerde mij overal parmantig als Helse Gluurdame en niemand keek er vreemd van op. De mens is van schokbeton aan het worden, gelukkig maar, als je bedenkt wat ons nog allemaal te wachten staat.
    Helse Gluurdame is na een glorieus leventje vol schittering en uitspatting nu langzaam aan, aftakelend, op weg naar huis. Binnenkort staat die Helga Ruebsamen weer voor mijn deur. Hoe saai, hoe oervervelend, hoe voorspelbaar om mij dan weer met mijzelf te verenigen, aan mijzelf is zonder verzinsels en hersenspinsels niets aan.”

     

     
    Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)
    Jakarta (voormalig Batavia)

     

     

    De Franse dichter en schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonin Artaud op dit blog.

     

    Je ne crois plus aux mots des poèmes

    Je ne crois plus aux mots des poèmes,
    car ils ne soulèvent rien
    et ne font rien.
    Autrefois il y avait des poèmes qui envoyaient un guerrier se faire trouer la gueule,
    mais la gueule trouée
    le guerrier était mort,
    et que lui restait-il de sa gloire à lui ?
    Je veux dire de son transport ?
    Rien.
    Il était mort,
    cela servait à éduquer dans les classes les cons et les fils de cons qui viendraient après

    lui et sont allés à de nouvelles guerres
    atomiquement réglementées,
    je crois qu’il y a un état où le guerrier
    la gueule trouée
    et mort, reste là
    il continue à se battre
    et à avancer,
    il n’est pas mort,
    il avance pour l’éternité.
    Mais qui en voudrait
    sauf moi ?
    Et moi, qu’il vienne celui qui me trouera la gueule
    je l’attends.

     

     
    Antonin Artaud (4 september 1896 - 4 maart 1948)
    Zelfportret, 1920

     

     

    De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor René de Chateaubriand op dit blog.

    Uit: Mémoires d'outre-tombe

    « Lucile était grande et d’une beauté remarquable, mais sérieuse. Son visage pâle était accompagné de longs cheveux noirs ; elle attachait souvent au ciel ou promenait autour d’elle des regards pleins de tristesse ou de feu. Sa démarche, sa voix, son sourire, sa physionomie avaient quelque chose de rêveur et de souffrant.
    Lucile et moi nous nous étions inutiles. Quand nous parlions du monde, c’était de celui que nous portions au-dedans de nous et qui ressemblait bien peu au monde véritable. Elle voyait en moi son protecteur, je voyais en elle mon amie. Il lui prenait des accès de pensées noires que j’avais peine à dissiper : à dix-sept ans, elle déplorait la perte de ses jeunes années ; elle se voulait ensevelir dans un cloître. Tout lui était souci, chagrin, blessure : une expression qu’elle cherchait, une chimère qu’elle s’était faite, la tourmentaient des mois entiers. Je l’ai souvent vue, un bras jeté sur sa tête, rêver immobile et inanimée ; retirée vers son cœur, sa vie cessait de paraître au dehors ; son sein même ne se soulevait plus. Par son attitude, sa mélancolie, sa vénusté, elle ressemblait à un Génie funèbre. J’essayais alors de la consoler, et, l’instant d’après, je m’abîmais dans des désespoirs inexplicables.
    Lucile aimait à faire seule, vers le soir, quelque lecture pieuse : son oratoire de prédilection était l’embranchement des deux routes champêtres, marqué par une croix de pierre et par un peuplier dont le long style s’élevait dans le ciel comme un pinceau. Ma dévote mère, toute charmée, disait que sa fille lui représentait une chrétienne de la primitive Église, priant à ces stations appelées laures.
    De la concentration de l’âme naissaient chez ma sœur des effets d’esprit extraordinaires : endormie, elle avait des songes prophétiques ; éveillée, elle semblait lire dans l’avenir. Sur un palier de l’escalier de la grande tour, battait une pendule qui sonnait le temps au silence ; Lucile, dans ses insomnies, allait s’asseoir sur une marche, en face de cette pendule : elle regardait le cadran à la lueur de sa lampe posée à terre. Lorsque les deux aiguilles, unies à minuit, enfantaient dans leur conjonction formidable l’heure des désordres et des crimes, Lucile entendait des bruits qui lui révélaient des trépas lointains. Se trouvant à Paris quelques jours avant le 10 août, et demeurant avec mes autres sœurs dans le voisinage du couvent des Carmes, elle jette les yeux sur une glace, pousse un cri et dit : « Je viens de voir entrer la mort. » Dans les bruyères de la Calédonie, Lucile eût été une femme céleste de Walter Scott, douée de la seconde vue ; dans les bruyères armoricaines, elle n’était qu’une solitaire avantagée de beauté, de génie et de malheur."

     

     
    René de Chateaubriand (4 september 1768 – 4 juli 1848)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Constantijn Huygens op dit blog.

     

    Is mij een vodderij

    Is mij een vodderij gevallen uit de pen
    (weet, lezer, dat ik al mijn vodden daarvoor ken):
    ik sluit ze van mij af en laat ze liggen rotten.
    Lang, lang na haar geboorte onthaal ik ze de motten
    en val er met de keur van een vers oog op aan.
    Bevalt mij 't kind dan nog als 't eertijds heeft gedaan
    dan houd ik 't voor zo schoon als ik er een kan baren,
    en breng het in de wereld. Er hoort een tijd van jaren
    om de eerste blinde min die de geboorte gaf
    haar ogen te openen met alle vliezen af.
    Wij moeten elk onszelf als vreemdelingen lezen:
    dan kan elk, en niet eer, zijn eigen rechter wezen.

     

     

    Aan Mevrouw Van Merode

    Zoet vrouwtje, wier gebed gebod is over mij,
    Verwacht gij nog in dicht hoe 't afgelopen zij
    Met mijn uitheemse reis? Ik zal z' in 't kort vertellen.
    Zo heb ik omgezwierd met mijn drie jonggezellen:
    Ter Goud' heb ik vernacht en in ons Monnikland,
    En op mijn Zuilichem, en aan de overkant
    Ten Bosch en t' Eindhoven, te Bree, te Maastricht binnen,
    Te Luik, de grote stad van ongeruste zinnen,
    Te Maastricht andermaal, te Aken eens in 't bad,
    Te Spa vier weken lang eens daags door en door nat,
    Te Butgenbach, Sint Vijt, en Dasburg en Vianden,
    Te Echternach en Trier, en langs de Moezelstranden,
    Te Kobelenz, te Bonn, te Keulen, Dusseldorf,
    Te Moers, te Krefeld, weer te Moers en met een korf
    Vol voedsel op de Rijn voor Wesel, voor Nijmegen,
    Voor Monnikland, en thuis, door Gods gewenste zegen.
    Waar ik geslapen heb, is afgekerfd; hoe lang
    Zal best bij monde gaan. In rijm viel 't mij te bang.
    In 't gros zeg ik ervan, als 't iemand kwam te vragen:
    ‘De reis is net gedaan in viermaal twintig dagen.’
    Houdt gij u dan voldaan, zo ben ik 't meer dan gij,
    Zoet vrouwtje, wier gebed gebod is over mij.

     

     
    Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)
    Kasteel Zuilichem met grachten en ophaalbrug. Potloodtekening, 1657, toegeschreven aan C. Huygens Jr.

     

     

    De Amerikaanse schrijver Richard Nathaniel Wright werd geboren in Roxie, Mississippi op 4 september 1908. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Richard Wright op dit blog.

    Uit: Black Boy

    “Who would bother about a few straws if I burned them? I pulled out the broom and tore out a batch of straws and tossed them into the fire and watched them smoke, turn black, blaze, and finally become white wisps of ghosts that vanished. Burning straws was a teasing kind of fun and I took more of them from the broom and cast them into the fire. My brother came to my side, his eyes drawn by the blazing straws. "Don't do that" he said. "How come?" I asked. "You'll burn the whole broom," he said. "You hush," I said. "I'll tell," he said. "And I'll hit you," I said. My idea was growing, blooming. Now I was wondering just how the long fluffy white curtains would look if Hit a bunch of straws and held it under them. Would I try it? Sure. I pulled several straws from the broom and held them to the fire until they blazed; I rushed to the window and brought the flame in touch with the hems of the curtains. My brother shook his head. "Naw," he said. He spoke too late. Red circles were eating into the white cloth; then a flare of flames shot out. Startled, I backed away. The fire soared to the ceiling and I trembled with fright. Soon a sheet of yellow lit the room. I was terrified; I wanted to scream but was afraid. I looked around for my brother; he was gone. One half of the room was now ablaze. Smoke was choking me and the fire was licking at my face, making me gasp. I made for the kitchen; smoke was surging there too. Soon my mother would smell that smoke and see the fire and come and beat me. I had done something wrong something which I could not hide or deny. Yes, I would run away and never come back. I ran out of the kitchen and into the back yard. Where could I go? Yes under the house! Nobody would find me there. I crawled under the house and crept into a dark hollow of a brick chimney and balled myself into a tight knot. My mother must not find me and whip me for what I had done. Anyway, it was all an accident; I had not really intended to set the house afire. I had just wanted to see how the curtains would look when they burned. And neither did it occur to me that I was hiding under a burning house. Presently footsteps pounded on the floor above me. Then I heard screams. Later the gongs of fire wagons and the clopping hoofs of horses came from the direction of the street. Yes, there was really a fire, a fire like the one I had seen one day burn a house down to the ground, leaving only a chimney standing black. I was stiff with terror. The thunder of sound above me shook the chimney to which I clung. The screams came louder. I saw the image of my grandmother lying helplessly upon her bed and there were yellow flames in her black hair. Was my mother afire? Would my brother burn? Perhaps everybody in the house would burn! Why had I not thought of those things before I fired the curtains?”

     

     
    Richard Wright  (4 september 1908 – 28 november 1960)
    Cover biografie

     

     

    De Engelse schrijfster Mary Renault werd op 4 september 1905 geboren als Mary Challans in Forest Gate in Essex. Zie ook alle tags voor Mary Renault op dit blog en ook mijn blog van 4 september 2010.

    Uit: De Perzische Jongen (Vertaald door Frédérique Halbardier).

    “Toen pas wierp ik mij voor de voeten van de handelaar en hield ze huilend omklemd Maar ze trokken zich er evenveel van aan als boerenknechten van een loeiend stierkalf Ze zeiden geen woord tegen me Ze bonden me eenvoudig vast terwijl ze praatten over een nieuwtje op do markt tot ze begonnen en er niets meer tot mij doordrong dan de pijn en mijn eigen gekrijs.
    Ze zeggenn dat vrouwen de pijn van de bevalling vergeten. Nu ja, zij zijn in de hand van de natuur. Geen hand pakte de mijne Ik was een lichaam vol pijn op eenn aarde en onder een hemel vol duisternis. Sletchts de dood zal het mij kunnen doen vergeten Er was een oude slavin die mijn wonden verbond Ze was handig en zindelijk, want jongens waren koopwaar en. zoals ze mij eens vertelde, omdat ze haar een pak ransel gaven als ze er een verloren. Mijn sneden etterden nauwelijks, ze zei telkens tegen me dal ze het keurig opgeknapt hadden en later beweerde ze giechelend dat ik er nog plezier van zou hebben. Haar woorden konden mij gestolen worden, ik weet alleen dat zij lachte toen ik pijnn leed. Toen ik genezen was, werd ik in het openbaar verkocht. Weer stond ik spiernaakt, maar deze keer vaar een gapende menigte. Vanaf het blok kon ik het paleis zien fonkelen waar mijn vader beloofd had mij voor te stellen aan de koning. Ik werd gekocht door een handelaar in edelstenen, hoewel het zijn vrouw was die mij koos, en wees met een rode vingertop tussen de gordijnen van haar draagstoel. De veilingmeester had getalmd en ge,soebat de prijs had hem teleurgesteld. Van pijn en verdriet was ik mager geworden en ongetwijfeld ook lelijker. Ze hadden mij volgestopt met eten, maar ik had het grotendeels weer uitgebraakt alsof mijn lichaam het versmaadde te Ieven, daarom wilden ze van mij af
    De juweliersvrouw wilde een knappe page om de concubine de loef af te steken. Daarvoor was ik nog knap genoeg. Ze had ook een aap. met een groene vacht.
    De aap werd mij dierbaar, het was mijn taak hem voedsel te geven. Als ik aankwam sprong hij door de lucht naar me toe en sloeg zijn harde zwarte handjes om mijn nek. Maar op een dag kreeg ze genoeg van hem en liet hem verkopen. Ik was nog jong en leefde van dag tot dag. Maar toen ze de aap verkocht, keek Ik vooruit. Ik zou nooit vrij zijn. Ijk zou gekocht en verkocht worden als een aap, en ik zou nooit een man zijn.
    Die nacht lag ik daaraan te denken. en in de ochtend leek het of tk zonder mannelijkheid oud geworden was.”

     

     
    Mary Renault (4 september 1905 - 13 december 1983)
    Cover

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Nederlandse schrijfster Marijn Sikken werd geboren in Utrecht in 1990. Marijn volgde de vierjarige vakopleiding aan de Schrijversvakschool. Ze won in 2011, 20 jaar oud, zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Haar korte verhalen verschenen o.a. in De Titaan, Passionate Platform, Kluger Hans, Tirade en De Optimist, waar ze inmiddels zelf redactielid van is. Ze schreef columns voor onder meer Youth-R-Well.com, de online community voor jonge reumapatiënten, en schrijft voor Literair Nederland. Dit jaar verscheen haar debuutroman “Probeer om te keren”.

    Uit: Probeer om te keren

    “Boven slaapt de jongste.
    Alma brandt haar tong. Ze zet haar kop koffie neer en leunt met haar rug tegen het aanrecht. De laatste druppels chloorwater glijden vanuit haar nek naar beneden: ze heeft gezwommen en is net thuis. In de gootsteen ligt een bord met wat broodkruimels en een weggesneden vetrandje van de ham. Het is drie over acht, Arthur is al weg.
    Vandaag is het twee jaar geleden. Wat moet een mens met zo’n datum? Michelle had zoveel zin in een avond met vriendinnen naar de bioscoop, voor het eerst zonder begeleiding. Ze vonden haar terug op het station.
    In de gang blijft Alma even staan. De deurmat moet worden uitgeklopt en het raam boven de vensterbank is vettig – hoort ze iets? Vorig jaar stuurden mensen kaartjes en berichtjes, ze gooide ze een voor een in de prullenbak. Het leek of het hele dorp aan hen dacht, in weloverwogen krullen: ‘Sterkte’ en ‘We leven met jullie mee’.
    Alma loopt de trap op.
    Michelles kamer ruikt naar slaap. Een streep daglicht valt tussen de gordijnen door, aan de muur hangt een poster van een schildpadjong: vers uit het ei, de gebroken schaal ligt erachter. Schildpadje, zo is ze Michelle gaan noemen. Uit het zwembad kent Alma een stel dat hun mongoloïde zoon liefkozend ‘slakje’ noemt. Daar zit geen kwaad in, zo’n kind ís toch traag? Schildpadden lijken haar taaie dieren.
    In bed ligt geen schildpad, maar een dikke jonge vrouw.
    Jarenlang had Alma als badjuf uitzicht op graatmagere tienermeisjes en mannen met morbide obesitas, op mensen met dwerggroei of juist te lange ledematen, amputaties of beenlengteverschil en klotsende knieën, misvormd en gezond. Alleen aan Michelles lichaam stoort ze zich. Ze schraapt haar keel. ‘Michelle? Mies?’
    Een blote voet steekt onder het blauwe dekbed uit.
    ‘Tijd om wakker te worden. Er wordt op je gewacht in de winkel, het is mooi weer vandaag.’ Ze opent de gordijnen en het raam, een warm briesje waait naar binnen.”

     
    Marijn Sikken (Utrecht, 1990)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Femke Brockhus werd geboren in 1989 in Alkmaar en groeide op op een woonboot. Ze is afgestudeerd in Moderne Nederlandse Letterkunde en woont in Leiden. Ze werkte o.a.als content manager voor E-Wise, als vestigingscoördinator in Zaandam en als docente Nederlands in Haarlem.

    Uit: Laat het stil zijn

    “We zitten op het podium. De gordijnen blijven onafgebroken open. Na wat duistere uren branden toneellampen samen met al het zaallicht, alsof hetzelfde middaguur blijft haperen, wanneer de zon op zijn felst is en de avond mijlenver lijkt. De attributen zijn zo klein mogelijk gestampt en aan de kant geschoven om plaats te maken. Overal liggen mensen, tassen en koffers. De vloer is hard. De stemmen, het gemurmel en gehuil weerkaatsen tegen de muren en komen ergens in het midden samen tot een onverstaanbaar geruis.
    Mijn paniek groeit in stilte. Ik kan moeilijk slapen, niet zoals Carmel. Ik blijf zitten met de vraag wat we hier doen, in een schouwburg die is opgeheven, bezweken onder een te groot publiek. Drie of vier dagen nu. Misschien vijf.
    Carmel maakt zich los van mijn schouder en komt overeind. Ze kijkt me verward aan en knippert tegen het licht. Mensen hebben wel gezegd dat het onderscheid tussen ons klein is. Dat we meer gemeen hebben dan dat we verschillen. Dat is nu veranderd. Tegen verwarring heb ik armen die wrijven en klemmen, tegen tranen heb ik droge wangen en mouwen, tegen slapen heb ik waken. Ik groter, haar bewaker, zij kleiner, haar overgave. We lijken steeds minder op elkaar.
    Ga maar slapen.
    Het is een scène waarin we ons bevinden, net niet sluitend genoeg om zijn onwaarachtigheid te verhullen. De schreeuwen zijn hard, het praten langs elkaar, het huilen is eindeloos, zo doen mensen niet. Dit is geschreven door een verward individu dat zich heeft verloren in details, onverhoeds zijpaden neemt en bovendien veel te veel mensen in zijn stuk heeft geschreven.
    We weten het niet meer. We zijn onze tekst kwijt. Het is wachten op de regisseur die verbluffend hard in zijn handen kan klappen, stilte kan maken en ons vertelt wat er gaat gebeuren.
    Het ruikt naar pis, zweet, vochtig katoen dat maar niet opdroogt, naar vingers die door plakkerige aarde woelen, grijpen in bollen en mestresten, tussen vaders wachtende oogst van aardappelen en uien, om er een worm te vinden. (Carmel zei met grote donkere ogen dat ik dat niet moest doen, ze walgt van alles wat tussen haar tenen door kan. Ik duwde mijn bruine vingers in haar neus. Ze rende huilend naar moeder. Ik stak mijn vingers onder mijn neus en snoof.) Zuur.
    Alles went. Ga maar weer slapen."

     


    Femke Brockhus (Alkmaar, 1989)

     

     

    De Nederlandse schrijver, biograaf en neerlandicus Dik van der Meulen werd geboren in Neede in 1963. Van der Meulen studeerde Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden en schreef zijn doctoraalscriptie over Menno ter Braak en Hendrik Marsman. Hij werkte bij het Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. De laatste twee, in 1995 verschenen delen (XXIV en XXV) van de Volledige Werken van Multatuli werden mede door hem geredigeerd. Zijn promotie in 2002 betrof een biografie van deze Eduard Douwes Dekker, waarvoor hij in 2003 de AKO Literatuurprijs won. In 2014 was hij een van de drie auteurs van de reeks Koningsbiografieën waarvoor hij het deel over koning Willem III der Nederlanden schreef; in oktober 2014 won van der Meulen de Libris Geschiedenis Prijs voor deze biografie.

    Uit: De duivelskunstenaar en zijn meester. Over de biografieën van Vestdijk en Du Perron

    “Op een avond in 1931 zat Simon Vestdijk, die tijdelijk bij zijn ouders in Den Haag woonde, op zijn kamer een paar gedichten te corrigeren, toen een inwonend nichtje hem kwam storen met de mededeling: ‘Er is een meneer Du-Perron voor je.’ Vestdijk, op dat moment nog op afroep beschikbaar als huisarts, maar dromend van een literaire loopbaan, ‘zweefde “de trappen af” en trof de bezoeker op de canapé in een hoek van de salon, waar hij een ernstig gesprek voerde met mijn vader’. Ze bleven daar niet lang. ‘Du Perron had een onuitroeibare drang naar café's, niet om er te drinken, of rond te kijken, want ik geloof, dat hij van zijn omgeving nog minder opmerkte dan ik, maar om beter te kunnen praten, vrijer, met meer ruimte om zich heen, ver van iedere zweem van huiselijkheid, die voor hem in hoofdzaak een negatief begrip scheen te vertegenwoordigen.’ Praten deed Du Perron, ‘met een stem van metaal, toch gevoelig, iets waardoor het constant ratelende, dat de Franse spreektrant altijd in zekere mate eigen is, bij hem nooit hinderlijk werd. Ik aanvaardde hem geheel, van meet af aan. De Nederlandse literatuur was bij mij binnengetreden en ik had niets meer te wensen.’ Aldus Vestdijk in zijn Gestalten tegenover mij, waarin hij Du Perron, meer dan twintig jaar na diens dood, een ‘meester’ noemde, ‘iemand tegen wie ik zonder voorbehoud kon opzien, menselijk haast nog meer dan literair’.
    Du Perron bleef de meester, ook nadat Vestdijk met boeken als Terug tot Ina Damman en De nadagen van Pilatus algemeen als belangrijkste ontdekking - én meest omstreden medewerker - van Forum werd gezien, het tijdschrift dat ondanks zijn korte levensduur (vier jaar) wordt herinnerd als het huisorgaan van een nieuwe en vernieuwende schrijversgeneratie, zoals De nieuwe gids dat voor de Beweging van Tachtig was.
    Met de boeken van Kees Snoek en Wim Hazeu, kort na elkaar verschenen, zijn de hoofdfiguren van die generatie - behalve Du Perron en Vestdijk ook Ter Braak, Marsman en Slauerhoff - nu voorzien van een biografie, met uitzondering van de wat oudere Greshoff, die tegenwoordig zo goed als vergeten is.”

     

     
    Dik van der Meulen (Neede, 1963)

    04-09-2017 om 18:25 geschreven door Romenu  


    Tags:Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Marijn Sikken, Femke Brockhus, Dik van der Meulen, Simon Vestdijk, Romenu
    » Reageer (0)



    Zoeken op Blog Romenu

    Inhoud blog
  • Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig, Mika Waltari, Hartley Coleridge
  • Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak, Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers
  • Nicolien Mizee
  • H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart
  • Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe
  • James Alan McPherson, Hans Arp, Andreas Neumeister, Anna Bosboom - Toussaint, Frans Eemil Sillanpää
  • Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay
  • Dolce far niente, Eugen Roth, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma
  • Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Březina, Julian Tuwim, Muus Jacobse
  • Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel
  • Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije
  • David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk
  • Edmund de Waal, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver
  • Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Hilda Doolittle, Reinhard Lettau, George Bataille
  • C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen
  • Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Franz Hellens, Frederic Mistral, Grace Metalious
  • Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson
  • Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Amelie Fried, Jessica Durlacher, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Carmen Laforet
  • 250 jaar August Wilhelm Schlegel, Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Margaretha Ferguson, Ward S. Just, Heimito von Doderer, Rachid Boudjedra, Peter Winnen
  • Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Marijn Sikken, Femke Brockhus, Dik van der Meulen
  • In memoriam Theo Sontrop
  • In Memoriam John Ashbery
  • Jacq Firmin Vogelaar, Fritz J. Raddatz, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Ernst Meister, Lino Wirag, Doğan Akhanlı
  • Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Robert Habeck, Pierre Huyskens
  • Joseph Roth, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl, Paul Bourget, Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß
  • W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Peter Adolphsen, Lenrie Peters, J. J. Cremer
  • William Saroyan, Éric Zemmour, Wolfgang Hilbig, Elizabeth von Arnim, Théophile Gautier, Raymond P. Hammond
  • Dolce far niente, James Whitcomb Riley, Charles Reznikoff, François Cheng, Jiři Orten, Libu¨e Moníková, Mary Wollstonecraft Shelley
  • Dolce far niente, Jennifer Grotz, Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, John Edward Williams, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn
  • Dolce far niente, Friedrich Hebbel, Johann Wolfgang von Goethe, Maria Barnas, A. Moonen, C. J. Kelk, Frederick Kesner
  • Rainer Kirsch, Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Paul Verhuyck, Jeanette Winterson
  • Lolita Pille, David Rowbotham, Norah Lofts, Cecil Scott Forester, Lernert Engelberts
  • Christopher Isherwood, Laura van der Haar, C. B. Vaandrager, Paula Hawkins, Joachim Helfer, Guillaume Apollinaire, Rashid Al-Daif
  • Jules Romains, Julio Cortázar, Walter Helmut Fritz, Joachim Zelter, Jürgen Kross, Ludwig Aurbacher, Boris Pahor
  • Martin Amis, Kees Stip, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder, Thea Astley
  • John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius
  • Dolce far niente, Victor Vroomkoning, Charles Busch, Curtis Sittenfeld, Koos Dijksterhuis, Albert Alberts, Ilija Trojanow
  • Dolce far niente, Jacob Israël de Haan, Griet Op de Beeck, Jeroen Theunissen, Annie Proulx, Krijn Peter Hesselink, Willem Arondeus
  • Alfred Wellm
  • Dolce far niente, Martin Bril, Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Frédéric Mitterrand
  • Dolce far niente, Tom van Deel, Anneke Brassinga, Etgar Keret, James Rollins, Clemens Meyer, Arno Surminski
  • Maren Winter, Charles de Coster, Edgar Guest, Tarjei Vesaas, Salvatore Quasimodo, Colin MacInnes
  • Sylvie Richterová, Ernst-Jürgen Dreyer, Boleslaw Prus, Menno Lievers, Vasili Aksjonov, Jacqueline Susann
  • Alfred Birney
  • Mies Bouhuys, Jonathan Coe, Li-Young Lee, Frederik Lucien De Laere, Louis Th. Lehmann, Ogden Nash, Frank McCourt
  • Marion Pauw, John Dryden, Samuel Richardson, Jerzy Andrzejewski, James Gould Cozzens, Claude Gauvreau, Inigo de Mendoza
  • Dolce far niente, Hans Andreus, Ulrich Woelk, Marc Degens, Luciano de Crescenzo, Alain Robbe-Grillet, Idea Vilariño
  • Dolce far niente, Simon Vestdijk, Ted Hughes, V. S. Naipaul, Nis-Momme Stockmann, Jonathan Franzen, Jan Emmens
  • Dolce far niente, Willen van Toorn, Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Justus van Maurik
  • Sander Kok

    Archief per dag
  • 19-09-2017
  • 18-09-2017
  • 17-09-2017
  • 16-09-2017
  • 15-09-2017
  • 14-09-2017
  • 13-09-2017
  • 12-09-2017
  • 11-09-2017
  • 10-09-2017
  • 09-09-2017
  • 08-09-2017
  • 07-09-2017
  • 06-09-2017
  • 05-09-2017
  • 04-09-2017
  • 03-09-2017
  • 02-09-2017
  • 01-09-2017
  • 31-08-2017
  • 30-08-2017
  • 29-08-2017
  • 28-08-2017
  • 27-08-2017
  • 26-08-2017
  • 25-08-2017
  • 24-08-2017
  • 23-08-2017
  • 22-08-2017
  • 21-08-2017
  • 20-08-2017
  • 19-08-2017
  • 18-08-2017
  • 17-08-2017
  • 16-08-2017
  • 15-08-2017
  • 14-08-2017
  • 13-08-2017
  • 12-08-2017
  • 11-08-2017
  • 10-08-2017
  • 09-08-2017
  • 08-08-2017
  • 07-08-2017
  • 06-08-2017
  • 05-08-2017
  • 04-08-2017
  • 03-08-2017
  • 02-08-2017
  • 01-08-2017
  • 31-07-2017
  • 30-07-2017
  • 29-07-2017
  • 28-07-2017
  • 27-07-2017
  • 26-07-2017
  • 25-07-2017
  • 24-07-2017
  • 23-07-2017
  • 22-07-2017
  • 21-07-2017
  • 20-07-2017
  • 19-07-2017
  • 18-07-2017
  • 17-07-2017
  • 16-07-2017
  • 15-07-2017
  • 14-07-2017
  • 13-07-2017
  • 12-07-2017
  • 11-07-2017
  • 10-07-2017
  • 09-07-2017
  • 08-07-2017
  • 07-07-2017
  • 06-07-2017
  • 05-07-2017
  • 04-07-2017
  • 03-07-2017
  • 02-07-2017
  • 01-07-2017
  • 30-06-2017
  • 29-06-2017
  • 28-06-2017
  • 27-06-2017
  • 26-06-2017
  • 25-06-2017
  • 24-06-2017
  • 23-06-2017
  • 22-06-2017
  • 21-06-2017
  • 20-06-2017
  • 19-06-2017
  • 18-06-2017
  • 17-06-2017
  • 16-06-2017
  • 15-06-2017
  • 14-06-2017
  • 13-06-2017
  • 12-06-2017
  • 11-06-2017
  • 10-06-2017
  • 09-06-2017
  • 08-06-2017
  • 07-06-2017
  • 06-06-2017
  • 05-06-2017
  • 04-06-2017
  • 03-06-2017
  • 02-06-2017
  • 01-06-2017
  • 31-05-2017
  • 30-05-2017
  • 29-05-2017
  • 28-05-2017
  • 27-05-2017
  • 26-05-2017
  • 25-05-2017
  • 24-05-2017
  • 23-05-2017
  • 22-05-2017
  • 21-05-2017
  • 20-05-2017
  • 19-05-2017
  • 18-05-2017
  • 17-05-2017
  • 16-05-2017
  • 15-05-2017
  • 14-05-2017
  • 13-05-2017
  • 12-05-2017
  • 11-05-2017
  • 10-05-2017
  • 09-05-2017
  • 08-05-2017
  • 07-05-2017
  • 06-05-2017
  • 05-05-2017
  • 04-05-2017
  • 03-05-2017
  • 02-05-2017
  • 01-05-2017
  • 30-04-2017
  • 29-04-2017
  • 28-04-2017
  • 27-04-2017
  • 26-04-2017
  • 25-04-2017
  • 24-04-2017
  • 23-04-2017
  • 22-04-2017
  • 21-04-2017
  • 20-04-2017
  • 19-04-2017
  • 18-04-2017
  • 17-04-2017
  • 16-04-2017
  • 15-04-2017
  • 14-04-2017
  • 13-04-2017
  • 12-04-2017
  • 11-04-2017
  • 10-04-2017
  • 09-04-2017
  • 08-04-2017
  • 07-04-2017
  • 06-04-2017
  • 05-04-2017
  • 04-04-2017
  • 03-04-2017
  • 02-04-2017
  • 01-04-2017
  • 31-03-2017
  • 30-03-2017
  • 29-03-2017
  • 28-03-2017
  • 27-03-2017
  • 26-03-2017
  • 25-03-2017
  • 24-03-2017
  • 23-03-2017
  • 22-03-2017
  • 21-03-2017
  • 20-03-2017
  • 19-03-2017
  • 18-03-2017
  • 17-03-2017
  • 16-03-2017
  • 15-03-2017
  • 14-03-2017
  • 13-03-2017
  • 12-03-2017
  • 11-03-2017
  • 10-03-2017
  • 09-03-2017
  • 08-03-2017
  • 07-03-2017
  • 06-03-2017
  • 05-03-2017
  • 04-03-2017
  • 03-03-2017
  • 02-03-2017
  • 01-03-2017
  • 28-02-2017
  • 27-02-2017
  • 26-02-2017
  • 25-02-2017
  • 24-02-2017
  • 23-02-2017
  • 22-02-2017
  • 21-02-2017
  • 20-02-2017
  • 19-02-2017
  • 18-02-2017
  • 17-02-2017
  • 16-02-2017
  • 15-02-2017
  • 14-02-2017
  • 13-02-2017
  • 12-02-2017
  • 11-02-2017
  • 10-02-2017
  • 09-02-2017
  • 08-02-2017
  • 07-02-2017
  • 06-02-2017
  • 05-02-2017
  • 04-02-2017
  • 03-02-2017
  • 02-02-2017
  • 01-02-2017
  • 31-01-2017
  • 30-01-2017
  • 29-01-2017
  • 28-01-2017
  • 27-01-2017
  • 26-01-2017
  • 25-01-2017
  • 24-01-2017
  • 23-01-2017
  • 22-01-2017
  • 21-01-2017
  • 20-01-2017
  • 19-01-2017
  • 18-01-2017
  • 17-01-2017
  • 16-01-2017
  • 15-01-2017
  • 14-01-2017
  • 13-01-2017
  • 12-01-2017
  • 11-01-2017
  • 10-01-2017
  • 09-01-2017
  • 08-01-2017
  • 07-01-2017
  • 06-01-2017
  • 05-01-2017
  • 04-01-2017
  • 03-01-2017
  • 02-01-2017
  • 01-01-2017
  • 31-12-2016
  • 30-12-2016
  • 29-12-2016
  • 28-12-2016
  • 27-12-2016
  • 26-12-2016
  • 25-12-2016
  • 24-12-2016
  • 23-12-2016
  • 22-12-2016
  • 21-12-2016
  • 20-12-2016
  • 19-12-2016
  • 18-12-2016
  • 17-12-2016
  • 16-12-2016
  • 15-12-2016
  • 14-12-2016
  • 13-12-2016
  • 12-12-2016
  • 11-12-2016
  • 10-12-2016
  • 09-12-2016
  • 08-12-2016
  • 07-12-2016
  • 06-12-2016
  • 05-12-2016
  • 04-12-2016
  • 03-12-2016
  • 02-12-2016
  • 01-12-2016
  • 30-11-2016
  • 29-11-2016
  • 28-11-2016
  • 27-11-2016
  • 26-11-2016
  • 25-11-2016
  • 24-11-2016
  • 23-11-2016
  • 22-11-2016
  • 21-11-2016
  • 20-11-2016
  • 19-11-2016
  • 18-11-2016
  • 17-11-2016
  • 16-11-2016
  • 15-11-2016
  • 14-11-2016
  • 13-11-2016
  • 12-11-2016
  • 11-11-2016
  • 10-11-2016
  • 09-11-2016
  • 08-11-2016
  • 07-11-2016
  • 06-11-2016
  • 05-11-2016
  • 04-11-2016
  • 03-11-2016
  • 02-11-2016
  • 01-11-2016
  • 31-10-2016
  • 30-10-2016
  • 29-10-2016
  • 28-10-2016
  • 27-10-2016
  • 26-10-2016
  • 25-10-2016
  • 24-10-2016
  • 23-10-2016
  • 22-10-2016
  • 21-10-2016
  • 20-10-2016
  • 19-10-2016
  • 18-10-2016
  • 17-10-2016
  • 16-10-2016
  • 15-10-2016
  • 14-10-2016
  • 13-10-2016
  • 12-10-2016
  • 11-10-2016
  • 10-10-2016
  • 09-10-2016
  • 08-10-2016
  • 07-10-2016
  • 06-10-2016
  • 05-10-2016
  • 04-10-2016
  • 03-10-2016
  • 02-10-2016
  • 01-10-2016
  • 30-09-2016
  • 29-09-2016
  • 28-09-2016
  • 27-09-2016
  • 26-09-2016
  • 25-09-2016
  • 24-09-2016
  • 23-09-2016
  • 22-09-2016
  • 21-09-2016
  • 20-09-2016
  • 19-09-2016
  • 18-09-2016
  • 17-09-2016
  • 16-09-2016
  • 15-09-2016
  • 14-09-2016
  • 13-09-2016
  • 12-09-2016
  • 11-09-2016
  • 10-09-2016
  • 09-09-2016
  • 08-09-2016
  • 07-09-2016
  • 06-09-2016
  • 05-09-2016
  • 04-09-2016
  • 03-09-2016
  • 02-09-2016
  • 01-09-2016
  • 31-08-2016
  • 30-08-2016
  • 29-08-2016
  • 28-08-2016
  • 27-08-2016
  • 26-08-2016
  • 25-08-2016
  • 24-08-2016
  • 23-08-2016
  • 22-08-2016
  • 21-08-2016
  • 20-08-2016
  • 19-08-2016
  • 18-08-2016
  • 17-08-2016
  • 16-08-2016
  • 15-08-2016
  • 14-08-2016
  • 13-08-2016
  • 12-08-2016
  • 11-08-2016
  • 10-08-2016
  • 09-08-2016
  • 08-08-2016
  • 07-08-2016
  • 06-08-2016
  • 05-08-2016
  • 04-08-2016
  • 03-08-2016
  • 02-08-2016
  • 01-08-2016
  • 31-07-2016
  • 30-07-2016
  • 29-07-2016
  • 28-07-2016
  • 27-07-2016
  • 26-07-2016
  • 25-07-2016
  • 24-07-2016
  • 23-07-2016
  • 22-07-2016
  • 21-07-2016
  • 20-07-2016
  • 19-07-2016
  • 18-07-2016
  • 17-07-2016
  • 16-07-2016
  • 15-07-2016
  • 14-07-2016
  • 13-07-2016
  • 12-07-2016
  • 11-07-2016
  • 10-07-2016
  • 09-07-2016
  • 08-07-2016
  • 07-07-2016
  • 06-07-2016
  • 05-07-2016
  • 04-07-2016
  • 03-07-2016
  • 02-07-2016
  • 01-07-2016
  • 30-06-2016
  • 29-06-2016
  • 28-06-2016
  • 27-06-2016
  • 26-06-2016
  • 25-06-2016
  • 24-06-2016
  • 23-06-2016
  • 22-06-2016
  • 21-06-2016
  • 20-06-2016
  • 19-06-2016
  • 18-06-2016
  • 17-06-2016
  • 16-06-2016
  • 15-06-2016
  • 14-06-2016
  • 13-06-2016
  • 12-06-2016
  • 11-06-2016
  • 10-06-2016
  • 09-06-2016
  • 08-06-2016
  • 07-06-2016
  • 06-06-2016
  • 05-06-2016
  • 04-06-2016
  • 03-06-2016
  • 02-06-2016
  • 01-06-2016
  • 31-05-2016
  • 30-05-2016
  • 29-05-2016
  • 28-05-2016
  • 27-05-2016
  • 26-05-2016
  • 25-05-2016
  • 24-05-2016
  • 23-05-2016
  • 22-05-2016
  • 21-05-2016
  • 20-05-2016
  • 19-05-2016
  • 18-05-2016
  • 17-05-2016
  • 16-05-2016
  • 15-05-2016
  • 14-05-2016
  • 13-05-2016
  • 12-05-2016
  • 11-05-2016
  • 10-05-2016
  • 09-05-2016
  • 08-05-2016
  • 07-05-2016
  • 06-05-2016
  • 05-05-2016
  • 04-05-2016
  • 03-05-2016
  • 02-05-2016
  • 01-05-2016
  • 30-04-2016
  • 29-04-2016
  • 28-04-2016
  • 27-04-2016
  • 26-04-2016
  • 25-04-2016
  • 24-04-2016
  • 23-04-2016
  • 22-04-2016
  • 21-04-2016
  • 20-04-2016
  • 19-04-2016
  • 18-04-2016
  • 17-04-2016
  • 16-04-2016
  • 15-04-2016
  • 14-04-2016
  • 13-04-2016
  • 12-04-2016
  • 11-04-2016
  • 10-04-2016
  • 09-04-2016
  • 08-04-2016
  • 07-04-2016
  • 06-04-2016
  • 05-04-2016
  • 04-04-2016
  • 03-04-2016
  • 02-04-2016
  • 01-04-2016
  • 31-03-2016
  • 30-03-2016
  • 29-03-2016
  • 28-03-2016
  • 27-03-2016
  • 26-03-2016
  • 25-03-2016
  • 24-03-2016
  • 23-03-2016
  • 22-03-2016
  • 21-03-2016
  • 20-03-2016
  • 19-03-2016
  • 18-03-2016
  • 17-03-2016
  • 16-03-2016
  • 15-03-2016
  • 14-03-2016
  • 13-03-2016
  • 12-03-2016
  • 11-03-2016
  • 10-03-2016
  • 09-03-2016
  • 08-03-2016
  • 07-03-2016
  • 06-03-2016
  • 05-03-2016
  • 04-03-2016
  • 03-03-2016
  • 02-03-2016
  • 01-03-2016
  • 29-02-2016
  • 28-02-2016
  • 27-02-2016
  • 26-02-2016
  • 25-02-2016
  • 24-02-2016
  • 23-02-2016
  • 22-02-2016
  • 21-02-2016
  • 20-02-2016
  • 19-02-2016
  • 18-02-2016
  • 17-02-2016
  • 16-02-2016
  • 15-02-2016
  • 14-02-2016
  • 13-02-2016
  • 12-02-2016
  • 11-02-2016
  • 10-02-2016
  • 09-02-2016
  • 08-02-2016
  • 07-02-2016
  • 06-02-2016
  • 05-02-2016
  • 04-02-2016
  • 03-02-2016
  • 02-02-2016
  • 01-02-2016
  • 31-01-2016
  • 30-01-2016
  • 29-01-2016
  • 28-01-2016
  • 27-01-2016
  • 26-01-2016
  • 25-01-2016
  • 24-01-2016
  • 23-01-2016
  • 22-01-2016
  • 21-01-2016
  • 20-01-2016
  • 19-01-2016
  • 18-01-2016
  • 17-01-2016
  • 16-01-2016
  • 15-01-2016
  • 14-01-2016
  • 13-01-2016
  • 12-01-2016
  • 11-01-2016
  • 10-01-2016
  • 09-01-2016
  • 08-01-2016
  • 07-01-2016
  • 06-01-2016
  • 05-01-2016
  • 04-01-2016
  • 03-01-2016
  • 02-01-2016
  • 01-01-2016
  • 31-12-2015
  • 30-12-2015
  • 29-12-2015
  • 28-12-2015
  • 27-12-2015
  • 26-12-2015
  • 25-12-2015
  • 24-12-2015
  • 23-12-2015
  • 22-12-2015
  • 21-12-2015
  • 20-12-2015
  • 19-12-2015
  • 18-12-2015
  • 17-12-2015
  • 16-12-2015
  • 15-12-2015
  • 14-12-2015
  • 13-12-2015
  • 12-12-2015
  • 11-12-2015
  • 10-12-2015
  • 09-12-2015
  • 08-12-2015
  • 07-12-2015
  • 06-12-2015
  • 05-12-2015
  • 04-12-2015
  • 03-12-2015
  • 02-12-2015
  • 01-12-2015
  • 30-11-2015
  • 29-11-2015
  • 28-11-2015
  • 27-11-2015
  • 26-11-2015
  • 25-11-2015
  • 24-11-2015
  • 23-11-2015
  • 22-11-2015
  • 21-11-2015
  • 20-11-2015
  • 19-11-2015
  • 18-11-2015
  • 17-11-2015
  • 16-11-2015
  • 15-11-2015
  • 14-11-2015
  • 13-11-2015
  • 12-11-2015
  • 11-11-2015
  • 10-11-2015
  • 09-11-2015
  • 08-11-2015
  • 07-11-2015
  • 06-11-2015
  • 05-11-2015
  • 04-11-2015
  • 03-11-2015
  • 02-11-2015
  • 01-11-2015
  • 31-10-2015
  • 30-10-2015
  • 29-10-2015
  • 28-10-2015
  • 27-10-2015
  • 26-10-2015
  • 25-10-2015
  • 24-10-2015
  • 23-10-2015
  • 22-10-2015
  • 21-10-2015
  • 20-10-2015
  • 19-10-2015
  • 18-10-2015
  • 17-10-2015
  • 16-10-2015
  • 15-10-2015
  • 14-10-2015
  • 13-10-2015
  • 12-10-2015
  • 11-10-2015
  • 10-10-2015
  • 09-10-2015
  • 08-10-2015
  • 07-10-2015
  • 06-10-2015
  • 05-10-2015
  • 04-10-2015
  • 03-10-2015
  • 02-10-2015
  • 01-10-2015
  • 30-09-2015
  • 29-09-2015
  • 28-09-2015
  • 27-09-2015
  • 26-09-2015
  • 25-09-2015
  • 24-09-2015
  • 23-09-2015
  • 22-09-2015
  • 21-09-2015
  • 20-09-2015
  • 19-09-2015
  • 18-09-2015
  • 17-09-2015
  • 16-09-2015
  • 15-09-2015
  • 14-09-2015
  • 13-09-2015
  • 12-09-2015
  • 11-09-2015
  • 10-09-2015
  • 09-09-2015
  • 08-09-2015
  • 07-09-2015
  • 06-09-2015
  • 05-09-2015
  • 04-09-2015
  • 03-09-2015
  • 02-09-2015
  • 01-09-2015
  • 31-08-2015
  • 30-08-2015
  • 29-08-2015
  • 28-08-2015
  • 27-08-2015
  • 26-08-2015
  • 25-08-2015
  • 24-08-2015
  • 23-08-2015
  • 22-08-2015
  • 21-08-2015
  • 20-08-2015
  • 19-08-2015
  • 18-08-2015
  • 17-08-2015
  • 16-08-2015
  • 15-08-2015
  • 14-08-2015
  • 13-08-2015
  • 12-08-2015
  • 11-08-2015
  • 10-08-2015
  • 09-08-2015
  • 08-08-2015
  • 07-08-2015
  • 06-08-2015
  • 05-08-2015
  • 04-08-2015
  • 03-08-2015
  • 02-08-2015
  • 01-08-2015
  • 31-07-2015
  • 30-07-2015
  • 29-07-2015
  • 28-07-2015
  • 27-07-2015
  • 26-07-2015
  • 25-07-2015
  • 24-07-2015
  • 23-07-2015
  • 22-07-2015
  • 21-07-2015
  • 20-07-2015
  • 19-07-2015
  • 18-07-2015
  • 17-07-2015
  • 16-07-2015
  • 15-07-2015
  • 14-07-2015
  • 13-07-2015
  • 12-07-2015
  • 11-07-2015
  • 10-07-2015
  • 09-07-2015
  • 08-07-2015
  • 07-07-2015
  • 06-07-2015
  • 05-07-2015
  • 04-07-2015
  • 03-07-2015
  • 02-07-2015
  • 01-07-2015
  • 30-06-2015
  • 29-06-2015
  • 28-06-2015
  • 27-06-2015
  • 26-06-2015
  • 25-06-2015
  • 24-06-2015
  • 23-06-2015
  • 22-06-2015
  • 21-06-2015
  • 20-06-2015
  • 19-06-2015
  • 18-06-2015
  • 17-06-2015
  • 16-06-2015
  • 15-06-2015
  • 14-06-2015
  • 13-06-2015
  • 12-06-2015
  • 11-06-2015
  • 10-06-2015
  • 09-06-2015
  • 08-06-2015
  • 07-06-2015
  • 06-06-2015
  • 05-06-2015
  • 04-06-2015
  • 03-06-2015
  • 02-06-2015
  • 01-06-2015
  • 31-05-2015
  • 30-05-2015
  • 29-05-2015
  • 28-05-2015
  • 27-05-2015
  • 26-05-2015
  • 25-05-2015
  • 24-05-2015
  • 23-05-2015
  • 22-05-2015
  • 21-05-2015
  • 20-05-2015
  • 19-05-2015
  • 18-05-2015
  • 17-05-2015
  • 16-05-2015
  • 15-05-2015
  • 14-05-2015
  • 13-05-2015
  • 12-05-2015
  • 11-05-2015
  • 10-05-2015
  • 09-05-2015
  • 08-05-2015
  • 07-05-2015
  • 06-05-2015
  • 05-05-2015
  • 04-05-2015
  • 03-05-2015
  • 02-05-2015
  • 01-05-2015
  • 30-04-2015
  • 29-04-2015
  • 28-04-2015
  • 27-04-2015
  • 26-04-2015
  • 25-04-2015
  • 24-04-2015
  • 23-04-2015
  • 22-04-2015
  • 21-04-2015
  • 20-04-2015
  • 19-04-2015
  • 18-04-2015
  • 17-04-2015
  • 16-04-2015
  • 15-04-2015
  • 14-04-2015
  • 13-04-2015
  • 12-04-2015
  • 11-04-2015
  • 10-04-2015
  • 09-04-2015
  • 08-04-2015
  • 07-04-2015
  • 06-04-2015
  • 05-04-2015
  • 04-04-2015
  • 03-04-2015
  • 02-04-2015
  • 01-04-2015
  • 31-03-2015
  • 30-03-2015
  • 29-03-2015
  • 28-03-2015
  • 27-03-2015
  • 26-03-2015
  • 25-03-2015
  • 24-03-2015
  • 23-03-2015
  • 22-03-2015
  • 21-03-2015
  • 20-03-2015
  • 19-03-2015
  • 18-03-2015
  • 17-03-2015
  • 16-03-2015
  • 15-03-2015
  • 14-03-2015
  • 13-03-2015
  • 12-03-2015
  • 11-03-2015
  • 10-03-2015
  • 09-03-2015
  • 08-03-2015
  • 07-03-2015
  • 06-03-2015
  • 05-03-2015
  • 04-03-2015
  • 03-03-2015
  • 02-03-2015
  • 01-03-2015
  • 28-02-2015
  • 27-02-2015
  • 26-02-2015
  • 25-02-2015
  • 24-02-2015
  • 23-02-2015
  • 22-02-2015
  • 21-02-2015
  • 20-02-2015
  • 19-02-2015
  • 18-02-2015
  • 17-02-2015
  • 16-02-2015
  • 15-02-2015
  • 14-02-2015
  • 13-02-2015
  • 12-02-2015
  • 11-02-2015
  • 10-02-2015
  • 09-02-2015
  • 08-02-2015
  • 07-02-2015
  • 06-02-2015
  • 05-02-2015
  • 04-02-2015
  • 03-02-2015
  • 02-02-2015
  • 01-02-2015
  • 31-01-2015
  • 30-01-2015
  • 29-01-2015
  • 28-01-2015
  • 27-01-2015
  • 26-01-2015
  • 25-01-2015
  • 24-01-2015
  • 23-01-2015
  • 22-01-2015
  • 21-01-2015
  • 20-01-2015
  • 19-01-2015
  • 18-01-2015
  • 17-01-2015
  • 16-01-2015
  • 15-01-2015
  • 14-01-2015
  • 13-01-2015
  • 12-01-2015
  • 11-01-2015
  • 10-01-2015
  • 09-01-2015
  • 08-01-2015
  • 07-01-2015
  • 06-01-2015
  • 05-01-2015
  • 04-01-2015
  • 03-01-2015
  • 02-01-2015
  • 01-01-2015
  • 31-12-2014
  • 30-12-2014
  • 29-12-2014
  • 28-12-2014
  • 27-12-2014
  • 26-12-2014
  • 25-12-2014
  • 24-12-2014
  • 23-12-2014
  • 22-12-2014
  • 21-12-2014
  • 20-12-2014
  • 19-12-2014
  • 18-12-2014
  • 17-12-2014
  • 16-12-2014
  • 15-12-2014
  • 14-12-2014
  • 13-12-2014
  • 12-12-2014
  • 11-12-2014
  • 10-12-2014
  • 09-12-2014
  • 08-12-2014
  • 07-12-2014
  • 06-12-2014
  • 05-12-2014
  • 04-12-2014
  • 03-12-2014
  • 02-12-2014
  • 01-12-2014
  • 30-11-2014
  • 29-11-2014
  • 28-11-2014
  • 27-11-2014
  • 26-11-2014
  • 25-11-2014
  • 24-11-2014
  • 23-11-2014
  • 22-11-2014
  • 21-11-2014
  • 20-11-2014
  • 19-11-2014
  • 18-11-2014
  • 17-11-2014
  • 16-11-2014
  • 15-11-2014
  • 14-11-2014
  • 13-11-2014
  • 12-11-2014
  • 11-11-2014
  • 10-11-2014
  • 09-11-2014
  • 08-11-2014
  • 07-11-2014
  • 06-11-2014
  • 05-11-2014
  • 04-11-2014
  • 03-11-2014
  • 02-11-2014
  • 01-11-2014
  • 31-10-2014
  • 30-10-2014
  • 29-10-2014
  • 28-10-2014
  • 27-10-2014
  • 26-10-2014
  • 25-10-2014
  • 24-10-2014
  • 23-10-2014
  • 22-10-2014
  • 21-10-2014
  • 20-10-2014
  • 19-10-2014
  • 18-10-2014
  • 17-10-2014
  • 16-10-2014
  • 15-10-2014
  • 14-10-2014
  • 13-10-2014
  • 12-10-2014
  • 11-10-2014
  • 10-10-2014
  • 09-10-2014
  • 08-10-2014
  • 07-10-2014
  • 06-10-2014
  • 05-10-2014
  • 04-10-2014
  • 03-10-2014
  • 02-10-2014
  • 01-10-2014
  • 30-09-2014
  • 29-09-2014
  • 28-09-2014
  • 27-09-2014
  • 26-09-2014
  • 25-09-2014
  • 24-09-2014
  • 23-09-2014
  • 22-09-2014
  • 21-09-2014
  • 20-09-2014
  • 19-09-2014
  • 18-09-2014
  • 17-09-2014
  • 16-09-2014
  • 15-09-2014
  • 14-09-2014
  • 13-09-2014
  • 12-09-2014
  • 11-09-2014
  • 10-09-2014
  • 09-09-2014
  • 08-09-2014
  • 07-09-2014
  • 06-09-2014
  • 05-09-2014
  • 04-09-2014
  • 03-09-2014
  • 02-09-2014
  • 01-09-2014
  • 31-08-2014
  • 30-08-2014
  • 29-08-2014
  • 28-08-2014
  • 27-08-2014
  • 26-08-2014
  • 25-08-2014
  • 24-08-2014
  • 23-08-2014
  • 22-08-2014
  • 21-08-2014
  • 20-08-2014
  • 19-08-2014
  • 18-08-2014
  • 17-08-2014
  • 16-08-2014
  • 15-08-2014
  • 14-08-2014
  • 13-08-2014
  • 12-08-2014
  • 11-08-2014
  • 10-08-2014
  • 09-08-2014
  • 08-08-2014
  • 07-08-2014
  • 06-08-2014
  • 05-08-2014
  • 04-08-2014
  • 03-08-2014
  • 02-08-2014
  • 01-08-2014
  • 31-07-2014
  • 30-07-2014
  • 29-07-2014
  • 28-07-2014
  • 27-07-2014
  • 26-07-2014
  • 25-07-2014
  • 24-07-2014
  • 23-07-2014
  • 22-07-2014
  • 21-07-2014
  • 20-07-2014
  • 19-07-2014
  • 18-07-2014
  • 17-07-2014
  • 16-07-2014
  • 15-07-2014
  • 14-07-2014
  • 13-07-2014
  • 12-07-2014
  • 11-07-2014
  • 10-07-2014
  • 09-07-2014
  • 08-07-2014
  • 07-07-2014
  • 06-07-2014
  • 05-07-2014
  • 04-07-2014
  • 03-07-2014
  • 02-07-2014
  • 01-07-2014
  • 30-06-2014
  • 29-06-2014
  • 28-06-2014
  • 27-06-2014
  • 26-06-2014
  • 25-06-2014
  • 24-06-2014
  • 23-06-2014
  • 22-06-2014
  • 21-06-2014
  • 20-06-2014
  • 19-06-2014
  • 18-06-2014
  • 17-06-2014
  • 16-06-2014
  • 15-06-2014
  • 14-06-2014
  • 13-06-2014
  • 12-06-2014
  • 11-06-2014
  • 10-06-2014
  • 09-06-2014
  • 08-06-2014
  • 07-06-2014
  • 06-06-2014
  • 05-06-2014
  • 04-06-2014
  • 03-06-2014
  • 02-06-2014
  • 01-06-2014
  • 31-05-2014
  • 30-05-2014
  • 29-05-2014
  • 28-05-2014
  • 27-05-2014
  • 26-05-2014
  • 25-05-2014
  • 24-05-2014
  • 23-05-2014
  • 22-05-2014
  • 21-05-2014
  • 20-05-2014
  • 19-05-2014
  • 18-05-2014
  • 17-05-2014
  • 16-05-2014
  • 15-05-2014
  • 14-05-2014
  • 13-05-2014
  • 12-05-2014
  • 11-05-2014
  • 10-05-2014
  • 09-05-2014
  • 08-05-2014
  • 07-05-2014
  • 06-05-2014
  • 05-05-2014
  • 04-05-2014
  • 03-05-2014
  • 02-05-2014
  • 01-05-2014
  • 30-04-2014
  • 29-04-2014
  • 28-04-2014
  • 27-04-2014
  • 26-04-2014
  • 25-04-2014
  • 24-04-2014
  • 23-04-2014
  • 22-04-2014
  • 21-04-2014
  • 20-04-2014
  • 19-04-2014
  • 18-04-2014
  • 17-04-2014
  • 16-04-2014
  • 15-04-2014
  • 14-04-2014
  • 13-04-2014
  • 12-04-2014
  • 11-04-2014
  • 10-04-2014
  • 09-04-2014
  • 08-04-2014
  • 07-04-2014
  • 06-04-2014
  • 05-04-2014
  • 04-04-2014
  • 03-04-2014
  • 02-04-2014
  • 01-04-2014
  • 31-03-2014
  • 30-03-2014
  • 29-03-2014
  • 28-03-2014
  • 27-03-2014
  • 26-03-2014
  • 25-03-2014
  • 24-03-2014
  • 23-03-2014
  • 22-03-2014
  • 21-03-2014
  • 20-03-2014
  • 19-03-2014
  • 18-03-2014
  • 17-03-2014
  • 16-03-2014
  • 15-03-2014
  • 14-03-2014
  • 13-03-2014
  • 12-03-2014
  • 11-03-2014
  • 10-03-2014
  • 09-03-2014
  • 08-03-2014
  • 07-03-2014
  • 06-03-2014
  • 05-03-2014
  • 04-03-2014
  • 03-03-2014
  • 02-03-2014
  • 01-03-2014
  • 28-02-2014
  • 27-02-2014
  • 26-02-2014
  • 25-02-2014
  • 24-02-2014
  • 23-02-2014
  • 22-02-2014
  • 21-02-2014
  • 20-02-2014
  • 19-02-2014
  • 18-02-2014
  • 17-02-2014
  • 16-02-2014
  • 15-02-2014
  • 14-02-2014
  • 13-02-2014
  • 12-02-2014
  • 11-02-2014
  • 10-02-2014
  • 09-02-2014
  • 08-02-2014
  • 07-02-2014
  • 06-02-2014
  • 05-02-2014
  • 04-02-2014
  • 03-02-2014
  • 02-02-2014
  • 01-02-2014
  • 31-01-2014
  • 30-01-2014
  • 29-01-2014
  • 28-01-2014
  • 27-01-2014
  • 26-01-2014
  • 25-01-2014
  • 24-01-2014
  • 23-01-2014
  • 22-01-2014
  • 21-01-2014
  • 20-01-2014
  • 19-01-2014
  • 18-01-2014
  • 17-01-2014
  • 16-01-2014
  • 15-01-2014
  • 14-01-2014
  • 13-01-2014
  • 12-01-2014
  • 11-01-2014
  • 10-01-2014
  • 09-01-2014
  • 08-01-2014
  • 07-01-2014
  • 06-01-2014
  • 05-01-2014
  • 04-01-2014
  • 03-01-2014
  • 02-01-2014
  • 01-01-2014
  • 31-12-2013
  • 30-12-2013
  • 29-12-2013
  • 28-12-2013
  • 27-12-2013
  • 26-12-2013
  • 25-12-2013
  • 24-12-2013
  • 23-12-2013
  • 22-12-2013
  • 21-12-2013
  • 20-12-2013
  • 19-12-2013
  • 18-12-2013
  • 17-12-2013
  • 16-12-2013
  • 15-12-2013
  • 14-12-2013
  • 13-12-2013
  • 12-12-2013
  • 11-12-2013
  • 10-12-2013
  • 09-12-2013
  • 08-12-2013
  • 07-12-2013
  • 06-12-2013
  • 05-12-2013
  • 04-12-2013
  • 03-12-2013
  • 02-12-2013
  • 01-12-2013
  • 30-11-2013
  • 29-11-2013
  • 28-11-2013
  • 27-11-2013
  • 26-11-2013
  • 25-11-2013
  • 24-11-2013
  • 23-11-2013
  • 22-11-2013
  • 21-11-2013
  • 20-11-2013
  • 19-11-2013
  • 18-11-2013
  • 17-11-2013
  • 16-11-2013
  • 15-11-2013
  • 14-11-2013
  • 13-11-2013
  • 12-11-2013
  • 11-11-2013
  • 10-11-2013
  • 09-11-2013
  • 08-11-2013
  • 07-11-2013
  • 06-11-2013
  • 05-11-2013
  • 04-11-2013
  • 03-11-2013
  • 02-11-2013
  • 01-11-2013
  • 31-10-2013
  • 30-10-2013
  • 29-10-2013
  • 28-10-2013
  • 27-10-2013
  • 26-10-2013
  • 25-10-2013
  • 24-10-2013
  • 23-10-2013
  • 22-10-2013
  • 21-10-2013
  • 20-10-2013
  • 19-10-2013
  • 18-10-2013
  • 17-10-2013
  • 16-10-2013
  • 15-10-2013
  • 14-10-2013
  • 13-10-2013
  • 12-10-2013
  • 11-10-2013
  • 10-10-2013
  • 09-10-2013
  • 08-10-2013
  • 07-10-2013
  • 06-10-2013
  • 05-10-2013
  • 04-10-2013
  • 03-10-2013
  • 02-10-2013
  • 01-10-2013
  • 30-09-2013
  • 29-09-2013
  • 28-09-2013
  • 27-09-2013
  • 26-09-2013
  • 25-09-2013
  • 24-09-2013
  • 23-09-2013
  • 22-09-2013
  • 21-09-2013
  • 20-09-2013
  • 19-09-2013
  • 18-09-2013
  • 17-09-2013
  • 16-09-2013
  • 15-09-2013
  • 14-09-2013
  • 13-09-2013
  • 12-09-2013
  • 11-09-2013
  • 10-09-2013
  • 09-09-2013
  • 08-09-2013
  • 07-09-2013
  • 06-09-2013
  • 05-09-2013
  • 04-09-2013
  • 03-09-2013
  • 02-09-2013
  • 01-09-2013
  • 31-08-2013
  • 30-08-2013
  • 29-08-2013
  • 28-08-2013
  • 27-08-2013
  • 26-08-2013
  • 25-08-2013
  • 24-08-2013
  • 23-08-2013
  • 22-08-2013
  • 21-08-2013
  • 20-08-2013
  • 19-08-2013
  • 18-08-2013
  • 17-08-2013
  • 16-08-2013
  • 15-08-2013
  • 14-08-2013
  • 13-08-2013
  • 12-08-2013
  • 11-08-2013
  • 10-08-2013
  • 09-08-2013
  • 08-08-2013
  • 07-08-2013
  • 06-08-2013
  • 05-08-2013
  • 04-08-2013
  • 03-08-2013
  • 02-08-2013
  • 01-08-2013
  • 31-07-2013
  • 30-07-2013
  • 29-07-2013
  • 28-07-2013
  • 27-07-2013
  • 26-07-2013
  • 25-07-2013
  • 24-07-2013
  • 23-07-2013
  • 22-07-2013
  • 21-07-2013
  • 20-07-2013
  • 19-07-2013
  • 18-07-2013
  • 17-07-2013
  • 16-07-2013
  • 15-07-2013
  • 14-07-2013
  • 13-07-2013
  • 12-07-2013
  • 11-07-2013
  • 10-07-2013
  • 09-07-2013
  • 08-07-2013
  • 07-07-2013
  • 06-07-2013
  • 05-07-2013
  • 04-07-2013
  • 03-07-2013
  • 02-07-2013
  • 01-07-2013
  • 30-06-2013
  • 29-06-2013
  • 28-06-2013
  • 27-06-2013
  • 26-06-2013
  • 25-06-2013
  • 24-06-2013
  • 23-06-2013
  • 22-06-2013
  • 21-06-2013
  • 20-06-2013
  • 19-06-2013
  • 18-06-2013
  • 17-06-2013
  • 16-06-2013
  • 15-06-2013
  • 14-06-2013
  • 13-06-2013
  • 12-06-2013
  • 11-06-2013
  • 10-06-2013
  • 09-06-2013
  • 08-06-2013
  • 07-06-2013
  • 06-06-2013
  • 05-06-2013
  • 04-06-2013
  • 03-06-2013
  • 02-06-2013
  • 01-06-2013
  • 31-05-2013
  • 30-05-2013
  • 29-05-2013
  • 28-05-2013
  • 27-05-2013
  • 26-05-2013
  • 25-05-2013
  • 24-05-2013
  • 23-05-2013
  • 22-05-2013
  • 21-05-2013
  • 20-05-2013
  • 19-05-2013
  • 18-05-2013
  • 17-05-2013
  • 16-05-2013
  • 15-05-2013
  • 14-05-2013
  • 13-05-2013
  • 12-05-2013
  • 11-05-2013
  • 10-05-2013
  • 09-05-2013
  • 08-05-2013
  • 07-05-2013
  • 06-05-2013
  • 05-05-2013
  • 04-05-2013
  • 03-05-2013
  • 02-05-2013
  • 01-05-2013
  • 30-04-2013
  • 29-04-2013
  • 28-04-2013
  • 27-04-2013
  • 26-04-2013
  • 25-04-2013
  • 24-04-2013
  • 23-04-2013
  • 22-04-2013
  • 21-04-2013
  • 20-04-2013
  • 19-04-2013
  • 18-04-2013
  • 17-04-2013
  • 16-04-2013
  • 15-04-2013
  • 14-04-2013
  • 13-04-2013
  • 12-04-2013
  • 11-04-2013
  • 10-04-2013
  • 09-04-2013
  • 08-04-2013
  • 07-04-2013
  • 06-04-2013
  • 05-04-2013
  • 04-04-2013
  • 03-04-2013
  • 02-04-2013
  • 01-04-2013
  • 31-03-2013
  • 30-03-2013
  • 29-03-2013
  • 28-03-2013
  • 27-03-2013
  • 26-03-2013
  • 25-03-2013
  • 24-03-2013
  • 23-03-2013
  • 22-03-2013
  • 21-03-2013
  • 20-03-2013
  • 19-03-2013
  • 18-03-2013
  • 17-03-2013
  • 16-03-2013
  • 15-03-2013
  • 14-03-2013
  • 13-03-2013
  • 12-03-2013
  • 11-03-2013
  • 10-03-2013
  • 09-03-2013
  • 08-03-2013
  • 07-03-2013
  • 06-03-2013
  • 05-03-2013
  • 04-03-2013
  • 03-03-2013
  • 02-03-2013
  • 01-03-2013
  • 28-02-2013
  • 27-02-2013
  • 26-02-2013
  • 25-02-2013
  • 24-02-2013
  • 23-02-2013
  • 22-02-2013
  • 21-02-2013
  • 20-02-2013
  • 19-02-2013
  • 18-02-2013
  • 17-02-2013
  • 16-02-2013
  • 15-02-2013
  • 14-02-2013
  • 13-02-2013
  • 12-02-2013
  • 11-02-2013
  • 10-02-2013
  • 09-02-2013
  • 08-02-2013
  • 07-02-2013
  • 06-02-2013
  • 05-02-2013
  • 04-02-2013
  • 03-02-2013
  • 02-02-2013
  • 01-02-2013
  • 31-01-2013
  • 30-01-2013
  • 29-01-2013
  • 28-01-2013
  • 27-01-2013
  • 26-01-2013
  • 25-01-2013
  • 24-01-2013
  • 23-01-2013
  • 22-01-2013
  • 21-01-2013
  • 20-01-2013
  • 19-01-2013
  • 18-01-2013
  • 17-01-2013
  • 16-01-2013
  • 15-01-2013
  • 14-01-2013
  • 13-01-2013
  • 12-01-2013
  • 11-01-2013
  • 10-01-2013
  • 09-01-2013
  • 08-01-2013
  • 07-01-2013
  • 06-01-2013
  • 05-01-2013
  • 04-01-2013
  • 03-01-2013
  • 02-01-2013
  • 01-01-2013
  • 31-12-2012
  • 30-12-2012
  • 29-12-2012
  • 28-12-2012
  • 27-12-2012
  • 26-12-2012
  • 25-12-2012
  • 24-12-2012
  • 23-12-2012
  • 22-12-2012
  • 21-12-2012
  • 20-12-2012
  • 19-12-2012
  • 18-12-2012
  • 17-12-2012
  • 16-12-2012
  • 15-12-2012
  • 14-12-2012
  • 13-12-2012
  • 12-12-2012
  • 11-12-2012
  • 10-12-2012
  • 09-12-2012
  • 08-12-2012
  • 07-12-2012
  • 06-12-2012
  • 05-12-2012
  • 04-12-2012
  • 03-12-2012
  • 02-12-2012
  • 01-12-2012
  • 30-11-2012
  • 29-11-2012
  • 28-11-2012
  • 27-11-2012
  • 26-11-2012
  • 25-11-2012
  • 24-11-2012
  • 23-11-2012
  • 22-11-2012
  • 21-11-2012
  • 20-11-2012
  • 19-11-2012
  • 18-11-2012
  • 17-11-2012
  • 16-11-2012
  • 15-11-2012
  • 14-11-2012
  • 13-11-2012
  • 12-11-2012
  • 11-11-2012
  • 10-11-2012
  • 09-11-2012
  • 08-11-2012
  • 07-11-2012
  • 06-11-2012
  • 05-11-2012
  • 04-11-2012
  • 03-11-2012
  • 02-11-2012
  • 01-11-2012
  • 31-10-2012
  • 30-10-2012
  • 29-10-2012
  • 28-10-2012
  • 27-10-2012
  • 26-10-2012
  • 25-10-2012
  • 24-10-2012
  • 23-10-2012
  • 22-10-2012
  • 21-10-2012
  • 20-10-2012
  • 19-10-2012
  • 18-10-2012
  • 17-10-2012
  • 16-10-2012
  • 15-10-2012
  • 14-10-2012
  • 13-10-2012
  • 12-10-2012
  • 11-10-2012
  • 10-10-2012
  • 09-10-2012
  • 08-10-2012
  • 07-10-2012
  • 06-10-2012
  • 05-10-2012
  • 04-10-2012
  • 03-10-2012
  • 02-10-2012
  • 01-10-2012
  • 30-09-2012
  • 29-09-2012
  • 28-09-2012
  • 27-09-2012
  • 26-09-2012
  • 25-09-2012
  • 24-09-2012
  • 23-09-2012
  • 22-09-2012
  • 21-09-2012
  • 20-09-2012
  • 19-09-2012
  • 18-09-2012
  • 17-09-2012
  • 16-09-2012
  • 15-09-2012
  • 14-09-2012
  • 13-09-2012
  • 12-09-2012
  • 11-09-2012
  • 10-09-2012
  • 09-09-2012
  • 08-09-2012
  • 07-09-2012
  • 06-09-2012
  • 05-09-2012
  • 04-09-2012
  • 03-09-2012
  • 02-09-2012
  • 01-09-2012
  • 31-08-2012
  • 30-08-2012
  • 29-08-2012
  • 28-08-2012
  • 27-08-2012
  • 26-08-2012
  • 25-08-2012
  • 24-08-2012
  • 23-08-2012
  • 22-08-2012
  • 21-08-2012
  • 20-08-2012
  • 19-08-2012
  • 18-08-2012
  • 17-08-2012
  • 16-08-2012
  • 15-08-2012
  • 14-08-2012
  • 13-08-2012
  • 12-08-2012
  • 11-08-2012
  • 10-08-2012
  • 09-08-2012
  • 08-08-2012
  • 07-08-2012
  • 06-08-2012
  • 05-08-2012
  • 04-08-2012
  • 03-08-2012
  • 02-08-2012
  • 01-08-2012
  • 31-07-2012
  • 30-07-2012
  • 29-07-2012
  • 28-07-2012
  • 27-07-2012
  • 26-07-2012
  • 25-07-2012
  • 24-07-2012
  • 23-07-2012
  • 22-07-2012
  • 21-07-2012
  • 20-07-2012
  • 19-07-2012
  • 18-07-2012
  • 17-07-2012
  • 16-07-2012
  • 15-07-2012
  • 14-07-2012
  • 13-07-2012
  • 12-07-2012
  • 11-07-2012
  • 10-07-2012
  • 09-07-2012
  • 08-07-2012
  • 07-07-2012
  • 06-07-2012
  • 05-07-2012
  • 04-07-2012
  • 03-07-2012
  • 02-07-2012
  • 01-07-2012
  • 30-06-2012
  • 29-06-2012
  • 28-06-2012
  • 27-06-2012
  • 26-06-2012
  • 25-06-2012
  • 24-06-2012
  • 23-06-2012
  • 22-06-2012
  • 21-06-2012
  • 20-06-2012
  • 19-06-2012
  • 18-06-2012
  • 17-06-2012
  • 16-06-2012
  • 15-06-2012
  • 14-06-2012
  • 13-06-2012
  • 12-06-2012
  • 11-06-2012
  • 10-06-2012
  • 09-06-2012
  • 08-06-2012
  • 07-06-2012
  • 06-06-2012
  • 05-06-2012
  • 04-06-2012
  • 03-06-2012
  • 02-06-2012
  • 01-06-2012
  • 31-05-2012
  • 30-05-2012
  • 29-05-2012
  • 28-05-2012
  • 27-05-2012
  • 26-05-2012
  • 25-05-2012
  • 24-05-2012
  • 23-05-2012
  • 22-05-2012
  • 21-05-2012
  • 20-05-2012
  • 19-05-2012
  • 18-05-2012
  • 17-05-2012
  • 16-05-2012
  • 15-05-2012
  • 14-05-2012
  • 13-05-2012
  • 12-05-2012
  • 11-05-2012
  • 10-05-2012
  • 09-05-2012
  • 08-05-2012
  • 07-05-2012
  • 06-05-2012
  • 05-05-2012
  • 04-05-2012
  • 03-05-2012
  • 02-05-2012
  • 01-05-2012
  • 30-04-2012
  • 29-04-2012
  • 28-04-2012
  • 27-04-2012
  • 26-04-2012
  • 25-04-2012
  • 24-04-2012
  • 23-04-2012
  • 22-04-2012
  • 21-04-2012
  • 20-04-2012
  • 19-04-2012
  • 18-04-2012
  • 17-04-2012
  • 16-04-2012
  • 15-04-2012
  • 14-04-2012
  • 13-04-2012
  • 12-04-2012
  • 11-04-2012
  • 10-04-2012
  • 09-04-2012
  • 08-04-2012
  • 07-04-2012
  • 06-04-2012
  • 05-04-2012
  • 04-04-2012
  • 03-04-2012
  • 02-04-2012
  • 01-04-2012
  • 31-03-2012
  • 30-03-2012
  • 29-03-2012
  • 28-03-2012
  • 27-03-2012
  • 26-03-2012
  • 25-03-2012
  • 24-03-2012
  • 23-03-2012
  • 22-03-2012
  • 21-03-2012
  • 20-03-2012
  • 19-03-2012
  • 18-03-2012
  • 17-03-2012
  • 16-03-2012
  • 15-03-2012
  • 14-03-2012
  • 13-03-2012
  • 12-03-2012
  • 11-03-2012
  • 10-03-2012
  • 09-03-2012
  • 08-03-2012
  • 07-03-2012
  • 06-03-2012
  • 05-03-2012
  • 04-03-2012
  • 03-03-2012
  • 02-03-2012
  • 01-03-2012
  • 29-02-2012
  • 28-02-2012
  • 27-02-2012
  • 26-02-2012
  • 25-02-2012
  • 24-02-2012
  • 23-02-2012
  • 22-02-2012
  • 21-02-2012
  • 20-02-2012
  • 19-02-2012
  • 18-02-2012
  • 17