De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.
Campo dei Fiori
Op Campo dei Fiori in Rome manden met olijven, citroenen, stenen die bespat zijn met wijn, en met restjes van bloemen. Door kooplui op tafels gestort het roze fruit van de zee, donkere trossen van druiven vallend op het perzikdons. Hier, juist op dit plein, werd ooit Giordano Bruno verbrand. De beul stak de brandstapel aan, door het nieuwsgierige plebs omringd. Maar de vlam was amper gedoofd, of de taveernen zaten al vol. Op de hoofden van de kooplui manden met olijven, citroenen. Ik dacht aan Campo dei Fiori bij de zweefmolen in Warszawa, op een zachte voorjaarsavond, terwijl vrolijke muziek weerklonk. De melodie overstemde de salvos in het getto vlakbij, en in de zachte voorjaarslucht stegen de paren steeds hoger. Uit brandende huizen joeg de wind zwarte vliegers naar ons en zij die zweefden en draaiden vingen de flarden op in de lucht. Die wind van brandende huizen woei de meisjesjurken omhoog. En de mensen lachten erom, die mooie zondag in Warszawa. Voor de een kan de moraal zijn dat het volk van Warszawa en Rome slechts handelt en vrijt, zich vermaakt, en brandstapels, martelaars mijdt. Een ander concludeert wellicht dat al wat menselijk is vergaat, en de vergetelheid begint nog voor de vlammen zijn gedoofd. Ik moest toen echter denken aan de eenzaamheid van stervenden, aan Giordano die de treden van het schavot beklom en in de taal van de mensen geen woorden kon vinden, niet één, om afscheid te nemen van hen, afscheid van die mensheid die bleef. Zij zaten weer aan de wijn en verkochten hun zeesterren, droegen in het vrolijk rumoer manden met olijven, citroenen. En hij was al heel ver van hen, er leken eeuwen verstreken, al hadden ze maar even gewacht terwijl hij wegvloog in vlammen. Ook deze eenzaam stervenden, door de wereld al vergeten, begrijpen onze taal niet meer, als stamt ze van een oude ster. Tot alles een legende is en op een nieuwe Campo dei Fiori na jaren een dichters woord het oproer laat ontbranden.
Vertaald door Gerard Rasch
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)
De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.
Uit: Unterleuten
„Ihre offenen Haare und das fließende Kleid schienen von Woodstock zu erzählen und weckten in Gerhard die Sehnsucht nach einer Epoche, die er verpasst hatte. Statt mit Blumen im Haar auf Sommerwiesen zu liegen, hatte er als junger Mensch in kommunistischen Arbeitskreisen gesessen und sich Sorgen um den Zustand der Welt gemacht. Die Frauen in seiner Umgebung waren nicht halb nackt und auf LSD, sondern steckten in dunklen Rollkragenpullovern, trugen Brillen und rauchten Kette, während sie über den Kapitalismus in seiner gegenwärtigen Endphase diskutierten. Vor der Kulisse dieser Erinnerung erschien Jule als Abgesandte aus einer anderen Welt. Jetzt blickte er auf ihren gebeugten Nacken und die bebenden Schultern und wünschte, er könnte Hitze und Gestank einfach in sich einsaugen, alle Last auf sich nehmen, um Jule und Sophie zu befreien. Es war Hochsommer, 32 Grad im Schatten, und sie saßen seit vier Tagen eingesperrt im Haus, ohne Möglichkeit, in den Garten zu gehen oder auch nur ein Fenster zu öffnen. Nicht einmal bei Nacht konnten sie lüften, weil Schaller, den Jule nur noch »das Tier« nannte, die Feuer auch nach Sonnenuntergang nicht ausgehen ließ. Wenn Gerhard sich ausmalte, wie das Tier nachts alle zwei Stunden aus dem Bett kroch, um die Feuer in Gang zu halten, begannen seine Hände vor Hass zu zittern. »Bald kommt die Mauer, Liebes.« Seit das Tier auf dem Nachbargrundstück eine »Autowerkstatt« betrieb – ein Begriff, der sich angesichts von Schallers Müllhalde nur in Anführungszeichen denken ließ –, hörte sich Gerhard immer häufiger mit der Stimme eines Nahost-Diplomaten reden. Jule hob das verweinte Gesicht. »Wann?« »Sobald das Genehmigungsverfahren abgeschlossen ist.« »Du meinst, wenn die Scheißämter zur Vernunft gekommen sind.« Jule wurde lauter. »Wenn sie einsehen, dass sie nicht dem Tier einen Schrottplatz erlauben und uns den Sichtschutz verbieten können!«
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)
De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.
Nothing Ends, Nothing Stays
Nothing ends Nothing stays Each end Promises new beginning And each beginning Promises new end. End of shore Promises beginning of the sea And beginning of the sea Promises another shore. Dawn of night Promises beginning of new day And beginning of new day Promises another night. Each fetus delivered Promises beginning of new life And beginning of each new life Promises grave some day. Nothing ends Nothing stays Each end Promises new beginning And each beginning Promises new end.
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)
De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.
The Spider in the Holiday House Motel
The spider's been here.
Quick as a will-o-the-wisp, tiny as a flea the spider scaled-down, her final reduction to an almost microbial being.
She climbed into bed, read something in the open book and carried off a line in her claws.
Spider in the motel where no one knows anything about anyone, she, the indifferent one, knows it all and carries her knowledge: where?
To the negligible part of night under her dark dominion, some high castle or country store of harmless silk that our poor provisional but necessary eyes won't see - so the world can exist - like her web.
Wrapped up in her own arrogance she goes by again. She wipes out one line more, ruins the meaning. The spider is the miniaturisation of terror.
Push her away if you wish but don't kill her. Now you know what the spider's trying to say.
Vertaald door Peter Boyle
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)
De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van AlgiersZie ook alle tags voor Assia Djebar op dit blog.
Uit: L'Amour, la fantasia
«Le correspondant mystérieux rappelle la cérémonie des prix qui s'est déroulée deux ou trois jours auparavant, dans la ville proche ; il m'a vue monter sur l'estrade. Je me souviens de l'avoir défié du regard à la sortie, dans les couloirs du lycée de garçons. Il propose cérémonieusement un échange de lettres « amicales ». Indécence de la demande aux yeux du père, comme si les préparatifs d'un rapt inévitable s'amorçaient dans cette invite. Les mots conventionnels et en langue française de l'étudiant en vacances se sont gonflés d'un désir imprévu, hyperbolique, simplement parce que le père a voulu les détruire. Les mois, les années suivantes, je me suis engloutie dans l'histoire d'amour, ou plutôt dans l'interdiction d'amour; l'intrigue s'est épanouie du fait même de la censure paternelle. Dans cette amorce d'éducation sentimentale, la correspondance secrète se fait en français : ainsi, cette langue que m'a donnée le père me devient entremetteuse et mon initiation, dès lors, se place sous un signe double, contradictoire... A l'instar d'une héroïne de roman occidental, le défi juvénile m'a libérée du cercle que des chuchotements d'aïeules invisibles ont tracé autour de moi et en moi... Puis l'amour s'est transmué dans le tunnel du plaisir, argile conjugale. Lustration des sons d'enfance dans le souvenir; elle nous enveloppe jusqu'à la découverte de la sensualité dont la submersion peu à peu nous éblouit... Silencieuse, coupée des mots de ma mère par une mutilation de la mémoire, j'ai parcouru les eaux sombres du corridor en miraculée, sans en deviner les murailles. Choc des premiers mots révélés : la vérité a surgi d'une fracture de ma parole balbutiante. De quelle roche nocturne du plaisir suis-je parvenue à l'arracher? J'ai fait éclater l'espace en moi, un espace éperdu de cris sans voix, figés depuis longtemps dans une préhistoire de l'amour. Les mots une fois éclairés — ceux-là mêmes que le corps dévoilé découvre —, j'ai coupé les amarres. Ma fillette me tenant la main, je suis partie à l'aube.»
Assia Djebar (30 juni 1936 – 6 februari 2015)
De Nederlandse schrijfster Jacqueline Zirkzee werd geboren in Leiden op 30 juni 1960. Zie ook alle tags voor Jacqueline Zirkzee op dit blog.
Uit: Reimer
“Zijn kreet werd gesmoord door het water. De plotselinge stilte die leek te zijn gevallen, was een zinsbegoocheling. Er was nog steeds het ritmische geknars van hout dat tegen hout aan wreef, het wrikken van de strakgespannen touwen, het trage voorwaartse plonzen van de scheepsboeg. Alles leek bevroren in de tijd, totdat de roep ‘Man overboord!’ over het dek echode en de bemanning in beweging kwam. De zeilen werden gereefd. Een van de sloepen zakte schokkerig aan de touwen via de katrollen naar beneden. De mannen handelden gericht maar ongehaast, bijna bedaard. Impulsieve acties leidden tot fouten en verspilling van kostbare tijd. Net als de meeste andere opvarenden kon de man in de met lintenen strikken opgesierde chirurgijnsjas niet zwemmen, een tekortkoming die welbewust in stand werd gehouden door het scheepsvolk. De verdrinkingsdood was al gruwelijk genoeg zonder dat daar een vruchteloos gevecht met de golven aan voorafging. Nadat Klaas Klaaszoon, bijgenaamd Klaas Kluns, met een voor hem ongebruikelijke behendigheid een van de enterhaken onder de gordel van de drenkeling had weten te schuiven en zijn dode gewicht samen met de anderen in de sloep hees, zag deze dat de chirurgijn nog ademde, hoewel hij er met zijn wasbleke gezicht en gesloten ogen uitzag als een lijk. Met zorg brachten de mannen hem terug aan boord. Na dit korte intermezzo zeilde het Compagnieschip verder. De indrukwekkende romp bewoog zich met logge volharding door de zachtjes wiegende zee. De bemanningsleden die dienst hadden, stelden de opnieuw gehesen zeilen steeds een fractie bij om zo veel mogelijk te profiteren van het flauwe briesje dat kwam opzetten. De jonge leerling-chirurgijn boog zich over het lichaam dat roerloos op het dek lag. Hij ontweek de blikken die hem werden toegeworpen, in het besef dat hij door de mannen werd gewogen en te licht bevonden, al volgden ze zijn aanwijzingen op zonder commentaar te leveren.”
Jacqueline Zirkzee (Leiden, 30 juni 1960) Cover
De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Zie ook alle tags voor Hendrik Jan Schimmel op dit blog.
Uit: Multatuli versus Droogstoppel, Slijmering en Co
“Indien gij u de ‘Story of Lefèvre’ of ‘de Story of la Roche’ herinnert, indien gij u ‘Hanna’ of ‘Blaauwbes, Blaauwbes’ van onzen te weinig gewaardeerden Potgieter kunt voor den geest roepen, indien gij, in één woord, alles genoten en in het geheugen bewaard hebt, wat de groote meesters der kunst om door de pen het hart te treffen, in het vak der naief-aandoenlijke novelle geleverd hebben, dan nog durf ik u met vertrouwen uitnoodigen, om in het zeventiende hoofdstuk van ‘Max Havelaar’ de geschiedenis van Saïdjah - de schrijver noemt ze ‘eene eentoonige geschiedenis’ - op te slaan, ten volle overtuigd dat zij de vergelijking kan doorstaan met het schoonste en beste wat uwe herinnering voor u kan doen opdagen. En wanneer gij na de lezing u gedrongen mogt gevoelen, om mijn oordeel in het gelijk te stellen, dan zult gij uwe bewondering voor den schrijver nog voelen klimmen, omdat hij zoozeer uwe sympathie heeft weten op te wekken, terwijl hij u verplaatste in eene wereld die u vreemd is, onder menschen die naauwelijks met ons van gelijke beweging zijn; omdat hij u in die vreemde wereld zoo heeft te huis gemaakt, en u die menschen heeft leeren liefhebben, die gij te naauwernood geleerd hadt onder de uitdrukking ‘uwe naasten’ te begrijpen. ‘Saïdjah's vader had een buffel waarmede hij zijn veld bewerkte. Toen die buffel hem afgenomen....’ - Multatuli verhaalt u niet dat die buffel hem afgenomen werd; dat is eene zaak die te zeer van zelve spreekt. Gelijk men niet zeggen zal: ‘Ik gebruikte het middagmaal en deed daarna een slaapje,’ maar ‘Toen ik het middagmaal gebruikt had, deed ik een slaapje’, zoo spreekt hij ook niet verhalenderwijze van de ontvreemding des buffels, alsof die iets bijzonders ware, neen hij zegt eenvoudig: ‘Toen die buffel hem was afgenomen door het Distriktshoofd van Parang Koedjang1, was hij zeer bedroefd en sprak geen woord, vele dagen lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en het was te vreezen, als men de sawah niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaijen zou voorbijgaan, en eindelijk dat er geene padie zou te snijden zijn, om die te bergen in den lombong2 van het huis. Ik moet hierbij voor lezers, die wel Java, doch niet Bantam kennen, de opmerking maken dat in die Residentie persoonlijk grondeigendom bestaat, wat elders niet het geval is.”
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)
De Franse dichter, romanschrijver en essayist Georges Duhamel werd geboren op 30 juni 1884 in Parijs. Zie ook alle tags voor Georges Duhamel op dit blog.
Uit: Le Désert de Bièvres
“Le chemin qui, venant de Jouy, longe le Val de Bièvres sur la rive gauche, est étroit et nonchalant. Il s'insinue, à flanc de colline, entre les murailles et les haies de riches propriétés bourgeoises. Parfois, à la faveur d'une venelle, d'une grille, d'un verger baîllant aux brises, l'œil s'échappe vers les collines boisées de la rive méridionale, et le voyageur, un instant, aperçoit le fond du val avec les prés et les jardins où la rivière se prélasse... C'est là, s'il faut en croire la légende, que s'est exhalée, jadis, la tristesse d'Olympio. Le poète aurait peine à retrouver maintenant le silence de ses songeries. Pareils à des nids de frelons, les aérodromes installés sur les plateaux du voisinage lancent tout le jour dans le ciel des essaims de machines grondantes... Mais le chemin qui court, au nord, entre les domaines bien clos, est encore à peu près tel qu'il apparaissait, par une assez triste soirée de janvier 1907, aux yeux de quatre jeunes gens qui se dirigeaient en causant tous ensemble, vers la petite ville de Bièvres. ... Ah ! Nous arrivons au village, comme la petite place est belle ! ... Par là, ça monte vers l'église. Ici, la route de Paris, c'est une route magnifique ! Elle s'élève doucement, doucement, jusqu'au plateau de Châtillon. On découvre les vergers, le fort, les genêts jaunes au printemps, et, tout à coup, Paris, en bas, dans la plaine où le vent chasse toutes les fumées dans le même sens... - Où nous emmènes-tu, Justin ? - ... "Par là, dit-il, on retourne vers la gare. Laissez-moi réfléchir une demi-seconde. Par là, c'est le vieux moulin..."
Georges Duhamel (30 juni 1884 – 13 april 1966)
De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton. Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes op dit blog.
Let Dew The Flowers Fill
Let Dew The Flowers Fill ; No need of fell despair, Though to the grave you bear One still of soul-but now too still, One fair-but now too fair. For, beneath your feet, the mound, And the waves, that play around, Have meaning in their grassy, and their watery, smiles; And, with a thousand sunny wiles, Each says, as he reproves, Death's arrow oft is Love's.
The Swallow Leaves Her Nest
The Swallow Leaves Her Nest The soul my weary breast; But therefore let the rain On my grave Fall pure; for why complain? Since both will come again O'er the wave.
The wind dead leaves and snow Doth hurry to and fro; And, once, a day shall break O'er the wave, When a storm of ghosts shall shake The dead, until they wake In the grave.
Thomas Lovell Beddoes (30 juni 1803 – 26 januari 1849) Cover
Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.
30-06-2017 om 18:46
geschreven door Romenu
Tags:Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes, Romenu
|