|
De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.
Uit: Bevrijde jeugd
“Hoe betrouwbaar is het geheugen? Nog een jaar of tien geleden meende ik duidelijk te weten wat mijn vroegste herinnering was. Negentiendrie-, misschien zelfs tweeënveertig. Onze voorkamer in een hard, glansloos ochtendlicht. Kennelijk zondag want mijn vader is thuis. Ik troon op een wollig kussen – het dure, vol dieprood en zwarte patronen, dat mijn vader eens toen ik nog niet bestond met een prijsvraag gewonnen heeft. Aan weerskanten van mij de leunstoelen van mijn ouders. Hun schoenen. Daarboven hun benen, hun knieën. Hun hoofden schemeren haast onbereikbaar hoog en ver. Ze luisteren roerloos. Uit de radio achter mij – niet de latere van de ptt maar de vooroorlogse, met gloeilampen, die op ons mooiste kastje staat – buldert een stem. Mijn vader houdt zijn gezicht in die richting. Mijn moeder tuurt door het raam naarbuiten. Maar ook al verraadt hun lichaam geen reactie op het getier dat onze hele kamer vult, ik voel het ontbreken van de normale veiligheid van het bij elkaar zitten. Alsof mijn vader en moeder ergens diep achter hun kleren zijn weggevlucht, onvindbaar voor die stem, en ik opeens alleen zit tussen twee poppen. Het was Hitler. Een van zijn oorlogstoespraken. Aan de authentieke kern van het bovenstaande twijfel ik nog steeds niet, daarvoor zijn de indrukken en mijn emotie van gemis te sterk. Maar dat dit het allereerste zou zijn dat ik me herinner? Alsof ik niet willekeurig twee, drie andere prehistorische beelden naar boven zou kunnen halen – scènes uit het overgangsgebied tussen pure zinnelijkheid en beginnend realiteitsbesef van voor je vierde. Deze warme zomermiddag bijvoorbeeld. Mijn broer loopt in een badpak over het terrasje achter ons huis. Af en toe komt hij in mijn gezichtsveld. Achter mij hoor ik door het open raam mijn moeders gescharrel in de keuken. In mijn zinken teiltje vol water, eveneens op het terras, heb ik geen aandacht voor hem of haar, wel een onbestemd besef dat ik mij door hun aanwezigheid geen zorgen hoef te maken om de buitenwereld. Dus concentreer ik me vrij op het zwaantje van celluloid dat ik tussen mijn vingers klem en dat mij steeds ongelukkiger maakt en steeds kwader. Waarom schiet het hooghartige ding telkens naar de oppervlakte, met telkens datzelfde triomfantelijke sprongetje boven water, wanneer ik het op de bodem loslaat?”

Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)
De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.
In de wachtkamer
In Worcester, Massachusetts, kwam ik samen met Tante Consuelo haar tandartsafspraak na en zat op haar te wachten in de wachtkamer van de tandarts. Het was winter. Het werd vroeg donker. De wachtkamer zat vol grote mensen, overschoenen en jassen, lampen en tijdschriften. Een poos die lang leek te duren bleef mijn tante daarbinnen en terwijl ik wachtte las ik de National Geographic (ik kon lezen) en bestudeerde zorgvuldig de foto’s: het binnenste van een vulkaan, zwart en vol as; en dan stroomde hij over in beekjes van vuur. Osa en Martin Johnson gekleed in rijbroek, rijglaarzen en met tropenhelmen op. Een dode man die aan een paal hing -‘Long Pig’ zei het onderschrift. Babies met puntige hoofden van top tot teen omwikkeld met touw; zwarte, naakte vrouwen met halzen helemaal omwikkeld met draad als de glazen staafjes van gloeilampen. Hun borsten waren afschuwelijk. Ik las het helemaal door. Ik was te schuw om te stoppen.
En toen keek ik naar de omslag: de gele randen, de datum.
Plotseling, daarbinnen, klonk een oh! van pijn – Tante Consuelo’s stem – niet erg luid of erg lang. Ik was totaal niet verbaasd; zelfs toen wist ik dat zij een vrouw was, dwaas en verlegen. Ik had van mijn stuk kunnen raken maar raakte dat niet. Wat mij volstrekt overviel was dat ik het was: mijn stem, in mijn mond. Zonder ook maar te denken was ik mijn dwaze tante, ik – wij – vielen, vielen, onze ogen star gericht op de omslag van de National Geographic, februari, 1918.
……..
Ik zei tot mezelf: nog drie dagen en je bent zeven jaar oud. Ik zei het om het gevoel te stoppen, van de ronde, draaiende wereld in koude, blauwzwarte ruimte te vallen. Maar ik voelde: je bent een Ik, je bent een Elizabeth, je bent een van hen. Waarom moet jij er ook een zijn Ik durfde nauwelijks te kijken om te zien wat ik dan wel was. Ik wierp een blik opzij – ik kon niet hoger kijken – naar schimmige grijze knieën, broeken, rokken, laarzen en de verschillende paren handen die onder de lampen lagen. Ik wist dat er nooit iets vreemders was gebeurd, dat niets vreemders ooit gebeuren kon. Waarom zou ik mijn tante zijn, of mezelf of willekeurig wie? Welke overeenkomsten – laarzen, handen, de familiestem die ik voelde in mijn keel, of zelfs de National Geographic en die vreselijke hangborsten – hielden ons allen tezamen of maakten ons allen tot één? Wat – ik wist er geen woord voor – wat ‘onwaarschijnlijk’… Hoe kwam het dat ik hier was, zoals zij, en een kreet van pijn hoorde die luider en erger had kunnen worden maar dat niet geworden was?
De wachtkamer was licht en te heet. Zij schoof onder een grote zwarte golf, en nog een en nog een.
Toen was ik erin terug. Het was oorlog. Buiten, in Worcester, Massachusetts, heerste nacht en moddersneeuw en kou en nog steeds was het de vijfde februari, 1918.
Vertaald door J. Bernlef

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)
Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.
09-02-2026 om 16:30
geschreven door Romenu 
Tags:Elizabeth Bishop, J. Bernlef, Kees Verheul, Romenu
|