Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Dolce far niente (Das deutsche Münster)

Dolce far niente

 

 

 

Das deutsche Münster

 

Die Menge in den Gassen
Drängt sich vorbei an mir.
Zu wem Vertrauen fassen
Soll ich im Volke hier?

Wie? nach verwandter Seele
Siehst du dich, Wandrer, um,
Als ob dir etwas fehle? –
Betritt dies Heiligtum!

 

 

 

 1204650-3727a22d85e4da4703127d3c5ddf892b.jpg

Lambertikirche in Münster



Wie tragen diese Hallen
Und der gewölbte Chor
Aus niedern Erdenwallen
Den
Geist zum Geist empor!

Dies deutsche
Münster baute
Die
Stadt in ihrer Kraft.
Was suchst du erst Vertraute
In ihrer Bürgerschaft?

Ihr ganzes
Volk umfasse,
Das schaffende, mit Lieb‘,
Ob dir auch auf der Gasse
Kein
Freund darunter blieb!

 

 

 

1204650-abf9d827a672e72e48e95cd1b7244628.jpg
Karl May (25. Februar 1842 - 30. März 1912)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 22:07 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Dolce far niente (Friedenssaal zu Münster)

Dolce far niente

 

 

Friedenssaal zu Münster

An Freiligrath, 1840.

 

Zum Friedenssaal! — Es war ein sonn'ger Tag;

Die Lind' im Vorhof legte ihre Schatten

Auf die gefärbten Scheiben, und es brach

Das Licht darin sich in ein trüb Ermatten:

 

Als wolt' es nicht die düstern Kammern sehn,

Und tiefer nicht in die Gewölbe lugen! —

Vorn sieht man Karls und Heinrichs Bilder stehn,

Die Heiligen, die Deutschlands Krone trugen;

 

Darob der Aar, des Reiches stolz Panier

Der deutschen Kaiser schreckende Standarte,

Die Flügel schlagend um der Stadt Zimier,

An blanker Zinne, ihrer Freiheit Warte.

 

1204551-ed03363c6c4df4cd39d961ad96d639cc.jpg
Friedenssaal


Es ist ein düstrer feierlicher Ort!

Viel Bilder schauen mit vergilbten Mienen —

Hier Trautmannsdorff und Orenstierna dort —

Als ob sie selber sich zu zürnen schienen,

 

Daß sie in diesem Raume hier die Pracht,

Die Kraft, die Herrlichkeit des Reichs begraben,

Und einen Frieden schmachvoll hier gemacht,

Nach welschem Sinn, mit welscher Zunge haben.

 

Es ist ein düstrer, feierlicher Ort,

Durch den verstorbner Tage Schatten schwanken.

Und durch Jahrhunderte so stecht er fort,

Ein letzt Asyl gespenstischer Gedanken.

 

Rings steht von alten Panzern eine Zahl,

Mit Schien' und Tartsch', verbogen und verrostet:

Der lang' bestäubten Ritterschwerter Zahl

Hat schon der Väter Blut nicht mehr gekostet.

 

„Nimm eins zur Hand! Schwing du des Kaisers Schwert!

So wie der Rothbart einst dein Spiel geschlagen,

So bist auch du es, Mann der Lieder, werth,

In deiner Faust des Kaisers Schwert zu tragen!"

 


1204551-a69324e5984fa2afd5e89ae91b0e278d.jpg
Friedenssaal


„Mir diese Wehr!" Das mächt'ge Waffen klirrt,

Wir lassen keck es um die Häupter kreisen:

„Gekreuzt die Klingen!" — Ha, der Funke schwirrt

Und rasselnd biegt in Scharten sich das Eisen! —

 

Schwang so dein Roland einst mit läss'ger Faust

Um Sarazenenköpfe Durindane?

Hat Rothbart so durchs Schlachtgewühl gebraust?

Du bist so stark nicht, wie dein grimmer Ahne!

 

Gewaltge Wucht! Der Arm erlahmt und sinkt:

Da, laß den Flamberg und die Helme stehen;

Sieh, wo im goldnen Sonnenlicht uns winkt

Mit luftgem Flattern unsres Banners Wehen:

 

Der Blüthenzweig, gewiegt in blauer Luft,

Die herzgeformten Blätter dieser Linden!

Der Strahl ist unser, unser ist der Duft,

Die hellen Tage unser, bis sie schwinden!


Und lockt uns Kampf — das doppelschneid'ge Wort

Gilt es wie blinkend hellen Stahl zu biegen,

Zu stehn wie keckbehelmte Ritter dort,

Wo als Standarten die Gedanken fliegen!

 

 

 

1204551-66f1f279bb7c5afe8e5727d48fb1a29c.jpg
Levin Schücking (6. September 1814 - 31. August 1883)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Manu Joseph

De Indiase schrijver en journalsit Manu Joseph werd geboren op 22 juli 1974 geboren in Kottayam en groeide op in Chennai. Hij is afgestudeerd aan Loyola College, Chennai, en verliet het Madras Christian College om vaste schrijver te worden bij Society magazine. Hij is redacteur geweest van The Times van India en heeft ook geschreven voor The Independent en voor Wired. Hij is de huidige redacteur van OPEN magazine. Zijn debuutroman "Serious Men" werd genomineerd voor de Man Asian Literary Prize en won de 2010 The Hindu Literary Prize. Het werd opgenomen in Huffington Post 's 10 beste boeken van 2010. In 2011 werd het genomineerd voor de Bollinger Everyman Wodehouse Prize. Hij ontving ook de PEN Open Book Award voor de roman in 2011.

 

Uit: Serious Men

 

“Ayyan Mani's thick black hair was combed sideways and parted by a careless broken line, like the borders the British used to draw between two hostile neighbours. His eyes were keen and knowing. A healthy moustache sheltered a perpetual smile. A dark tidy man, but somehow inexpensive.

He surveyed the twilight walkers. There were hundreds on the long concrete stretch by the Arabian Sea. Solitary young women in good shoes walked hastily, as if they were fleeing from the fate of looking like their mothers. Their proud breasts bounced, soft thighs shuddered at every step. Their tired high-caste faces, so fair and glistening with sweat, bore the grimace of exercise. He imagined they were all in the ecstasy of being seduced by him. Among them, he could tell, there were girls who had never exercised before.

They had arrived after a sudden engagement to a suitable boy, and they walked with very long strides as though they were measuring the coastline. They had to shed fat quickly before the bridal night when they might yield on the pollen of a floral bed to a stranger. Calm unseeing old men walked with other old men, discussing the state of the nation. They had all the solutions. A reason why their wives walked half a mile away, in their own groups, talking about arthritis or about other women who were not present. Furtive lovers were beginning to arrive. They sat on the parapet and faced the sea, their hands straying or eyes filling depending on what stage the relationship was in. And their new jeans were so low that their meagre Indian buttocks peeped out as commas.

Ayyan looked with eyes that did not know how to show a cultured indifference. He often told Oja, 'If you stare long enough at serious people they will begin to appear comical.'

So he looked. “

 

 

1326489-cd2a79f727e184b2ab8f4ff75dc2b9f6.jpg
Manu Joseph (Kottayam 22 juli 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tour de France 15 (Karl Vannieuwkerke)

Bij (het slot van) de Tour de France

 

 

De Vlaamse sportverslaggever, presentator en schrijver van boeken en columns  Karl Vannieuwkerke werd geboren in Ieper op 19 januari 1971. Vannieuwkerke werkte eerst als freelance verslaggever voor de krant Het Volk. Halverwege de jaren 90 verschenen in Vlaanderen regionale televisiezenders en zo kon hij in 1994 aan de slag als sportverslaggever en nieuwslezer bij het West-Vlaamse FocusTV. In 1997 werd hij naar de openbare Vlaamse omroep VRT gehaald door toenmalige chef-sport Marc Stassijns. Daar ging hij verder werken als live-sportverslaggever en presentator van sportprogramma's. Daar richtte hij zich op tennis, maar vooral op wielrennen, met live-wedstrijdcommentaar, live-commentaar vanop de motor en presentatie van onder andere avondprogramma's rond de Ronde van Frankrijk. In 1998 won hij de Sportpersprijs voor zijn jaaroverzicht van de Ronde van Frankrijk, Het epos van de Tour. Vanaf het jaar 2005 presenteerde hij populaire talkshows over de Ronde van Frankrijk met bekende gasten, eerst vanuit de studio en later vanaf een locatie in de buurt van de aankomst van de rit van die dag.

 

Uit: Tom en Thomas (Column)

 

„In elke mens zit toch een beetje revanchist. Het klonk in geen enkel interview door. Tom had ruim een uur de tijd gehad om er over na te denken en de (af)rekening al gemaakt onder het fietsen. Zijn inspanning was krachtig, maar sereen. Hij perste het uiterste uit zijn verwrongen ledematen en genoot ingetogen. Geen tierlantijntjes. Geen overdreven pathetische gebaren, geen engeltjes uit achterzakjes, geen smoelenwerk. Eén keer een vinger naar de camera: ‘Voor jou, Lore!’ en dan nog eens vier voor het aantal overwinningen in Roubaix. Het grootste geluk diep van binnen gesavoureerd.

 

 

1202568-38af1b19dae1658750847ca29e74afc0.jpg
Tom Boonen en Thomas Voeckler

 

 

Thomas Voeckler deed het opzichtiger, dacht aan de samenstellers van de jaaroverzichten. Eens zijn voorsprong de halve minuut had bereikt, ging de mond niet meer dicht. Zijn tong maakte bochten als op een achtbaan. De focus lag op de duur meer op de mimiek dan op de prestatie. Hij was alleen nog bezig met de camera. Solo’s op de fiets. Ze bestaan in diverse vormen. Geen wonder dat het in de Tour van een paar jaar geleden al eens botste tussen Tom en Thomas. Wat voor de ene een klap is, is voor de andere een aai. Maar de prestaties zijn allebei uitzonderlijk. Boonen en Voeckler zijn uitstekende renners. En wat maakt het dan uit of tegenstanders tot de eerste, tweede of derde klasse behoren. Tom en Thomas gaan er graag voor. Antipoden van Joop, gulzig in de inspanning, miniem in het profitariaat.“

 

 

 1202568-4a22d96384f78a71b9ae1ef449647ed9.jpg

Karl Vannieuwkerke (Ieper, 19 januari 1971)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e juli ook mijn blog van 22 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 08:46 Reageer op dit bericht

Tour de France 14 (Thijs Zonneveld, Peter Winnen)

Bij de Tour de France

 


1202426-68e8ac017440b8555c6585dc9137a249.jpg
Fabian Cancellara, cover


Uit: De straaljager ontploft (Column)

 

„En zou er vast wel weer ergens een YouTube-filmpje opduiken met het bewijs dat er een motortje in zijn fiets of zijn benen zit. Of anders een vage bewering over een nieuw soort kettingolie, de vondst van kerosine in zijn bidon of een buitenaards gen in zijn DNA-structuur.

Gááááp. Wat was wielrennen eigenlijk saai met zo'n onmens als Cancellara in het peloton. In het begin was het nog geweldig om te zien hoe hij zijn tegenstanders verpulverde, maar op een gegeven moment gaat al dat geweldige geweld op twee wielen je toch de keel uithangen. Zo'n Zwitser die denkt dat hij zijn klok kan gelijk zetten op een overwinning, die maakt de sport kapot.

Stumper Zou die Cancellara eigenlijk weten wat hij allemaal aanrichtte? Besefte hij wel hoe al die andere renners zich voelden? Tom Boonen bijvoorbeeld, held van beroep in Vlaanderen, werd elke keer in de hoek gezet als een stumper op een fiets. Kan je niet maken, vind ik.

Of zoals Bram Tankink vorige week, die wordt tot in de lengte van dagen achtervolgd door het beeld van een krampaanval in zijn bil op het moment dat hij probeert Cancellara bij te benen. Hoe moesten die jongens er ooit nog in geloven dat ze een grote klassieker kunnen winnen waar Der Fabian ook aan meedoet?“

 

 

 1202426-be70cdc669c24d5bd228d06d60e49e32.jpg

Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

 


Uit:
Granieten kont (Koersdagen)

 

“De overmacht waarmee Fabian Cancellara de stenen slechtte in Parijs-Roubaix wordt het beste tot uitdrukking gebracht in het volgende dialoogje. Ik plukte het van de Vlaamse teletekst.

“Hij komt eraan”, roept Marc Sergeant vanuit de auto in het elektronisch oortje van Leif Hoste die op dat moment van de koers in een kopgroepje huist. Waarop Hoste antwoordt: “Hij is al voorbij”.

Hoe doet doe Cancellara dat toch? Bijna de hele solovlucht werden mijn ogen als een magneet naar die granieten kont getrokken. Niks geen gestuiter op het zadel; je kon een glas water op zijn rug zetten zonder dat er één druppel werd gemorst. Ik zou al een tevreden mens zijn als ik zo op een toilet kon zitten.

Alsof de Franse regisseur mijn vraag had gehoord laste die enige studiemomenten in. Cancellara in slow motion, als een vogel glijdend op thermiek. Een close-up van banden op de woestenij: ook al geen gedaver. Cancellara rijdt over de stenen alsof het Zwitsers asfalt is. Een vleesgeworden schokdemper. Maar dat ik nu precies kan uitleggen hoe hij hem dat flikt, neen.”

 

 

 1202426-c789e1336594b2f8259d15b7aa93b297.jpg

Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 22:36 Reageer op dit bericht

Tour de France 13 (Mart Smeets)

 

Bij de Tour de France

 

 

De Nederlandse (sport)journalist, schrijver en radio- en televisiepresentator Martinus Jan (Mart) Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Zie ook alle tags voor Mart Smeets op dit blog.

 

Uit: Rond de 40

 

‘Eigenlijk is het de schuld van Kees Buurman van de NOS- radio. In de zomer van 1973 stuurde hij me naar de Tour om het verslaggeversvak te leren. Er was niemand anders. Als het toen Wimbledon was geweest, was ik daar hoogstwaarschijnlijk ook met veel plezier naartoe gegaan en was ik dáár blijven hangen. Het werd de Ronde van Frankrijk. In alle hoedanigheden heb ik deze fietsronde meegemaakt: achter op de motor voor de radio, als televisiecommentator, als aangever, als inkopper, als interviewer, als stukjesmaker, als inspreker, als gast van een late avondshow, als presentator, als haarlemmerolie, als sjouwer, als redactielid, als journalist vooral. Ik volgde de Tour blij, bijna euforisch, kwaad, bedroefd en doodziek. Ik was jubelend, streng, grimmig en elke keer vroeg ik me af: waarom reis ik iedere zomer naar Frankrijk, hang daar een kaart om mijn nek en ga ik leven in een rondreizend circus met eigen kleine wetten en regels? Wat is er zo aantrekkelijk aan het slapen in kamer 314 van de Ibis van Béziers, een kamer waar je de kont niet kunt keren, waar de lakens vuil zijn en waar je altijd de buren aan het werk hoort?

 


1201745-ade924b9b59c3e8acfb070c4bce97fb4.jpg
Luis Ocaña
in de Tour de France 1973


Wat is de charme van lange,nachtelijke ritten van finishplaats naar uitzendstadje, over wegen die Tom Tom niet kent? Waarom doet slapen er op een gegeven moment niet meer toe? Op den duur ga je stokbrood van anderhalve dag oud zelfs acceptabel vinden. Je toert door een wonderschoon land met alle denkbare landschappen. Je zit vast in alle mogelijke files. Je koopt landwijn van 2,95 euro per fles en die smaakt ook nog; je doet het omdat je iets wilt drinken terwijl je in de samenvatting in razend tempo zit te monteren. Koppijn, ach wat. Dan maar weer aspirines als ontbijt. Nog zo’n vraag die me vaak heeft beziggehouden: waarom kennen we allemaal de Tour en weten we niets van de Giro d’ Italia en nog minder van de Vuelta a España?

 

 

 1201745-5f66f401cda45fff25826dd34f6444bc.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)




Zie voor de schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en  eveneens deel 3
Geschreven door Romenu om 19:44 Reageer op dit bericht

Tour de France 12 (Jacques Anquetil)

Bij de Tour de France

 

 

De Franse wielrenner Jacques Anquetil werd geboren in Mont-Saint-Aignan op 8 januari 1934. Hij verwierf vooral bekendheid doordat hij als eerste de Ronde van Frankrijk vijfmaal wist te winnen, namelijk in 1957, 1961, 1962, 1963 en 1964. Naast de Ronde van Frankrijk heeft Jacques Anquetil de Ronde van Italië tweemaal gewonnen (1960, 1964) alsmede de Ronde van Spanje (1963). Hij is de absolute recordhouder inzake podiumplaatsen in de drie grote rondes met 13. Verder won Jacques Anquetil nog negen maal de Franse tijdrit-wedstrijd GP des Nations. De basis voor de overwinningen legde Anquetil in de tijdritten, hetgeen hem de bijnaam Monsieur Chrono opleverde.

 

Uit: Anquetil (Samen met Pierre Joly)


“De Dauphiné eindigde om vijf uur 's middags. 's Nachts om half twee is de start van Bordeaux- Parijs. In de tussenliggende uren moet Anquetil zich afsoigneren en voorbereiden op de lange rit. Er moest ook nog een afstand van vijfhonderd kilometer overbrugd worden naar Bordeaux!. Bij aankomst kan Anquetil maar drie uur echt rusten, daarna moet hij het onmenselijke verrichten. Het is half twee 's nachts. Anquetil kijkt naar Simpson in de nachtelijke kou, gedragen door de kilte van de duisternis. Anquetil is nieuw binnen dit gezelschap. Het startsein wordt gegeven voor dit onwezenlijke gebeuren. Vage silhouetten fietsen in de betovering van lichtbundels in de duisternis. Kale wijngaarden doemen op als bergplaatsen vol spelonken met daarin nachtelijke demonen.

 

 

 1201099-fcf93b118718742b3c2480af45b074f2.jpg

Jacques Anquetil, Tour de France 1962

 

 

Een spookachtig luguber decor. Anquetil heeft niet vooraf de pijn leren kennen en ondergaan van een rit over zeshonderd kilometer. Hij gaat het onbekende tegemoet. Hij vindt steun bij zijn makker Stablinski in de strijd tegen de gevaarlijkste tegenstander: Tom Simpson. Nog drie uur, dan wordt het zonsopgang. Anquetil vecht tegen regen, wind en een schreeuwende innerlijke kracht die hem smeekt om op te geven. Het wordt licht. Hij lijkt ineen te stuiken, maar herrijst steeds weer. Diverse tegenstanders zijn definitief afgehaakt. Dan ineens, circa vijftig kilometer voor de finish, stijgt Anquetil boven zichzelf uit, hij ondergaat het goddelijke gevoel zoals alleen de geboren atleet dat kan oproepen, er ontwaakt iets in Anquetil dat groter is dan hijzelf. Hij laat het slagveld achter zich en zijn pedaalslag wordt steeds rustiger. In de intense strijd, heeft het lichaam van Anquetil het vermogen om te herstellen van eerder gedane inspanningen. Een mysterie, een raadsel, maar wel een zichtbaar feit.“

 

 

 1201099-4c904fa421cea0fca569421d53e9591c.jpg

Jacques Anquetil (8 januari 1934 — 18 november 1987)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 21:09 Reageer op dit bericht

Tour de France 11 (Edwin Winkels)


Bij de Tour de France

De  Nederlandse journalist en schrijver.Edwin Winkels (Utrecht, 1962)
is sinds 1991 verslaggever van de krant El Periódico de Catalunya, eerst op de sportredactie en sinds 2000 als algemeen verslaggever en onderzoeksjournalist. Sinds 2010 is hij ook stadschroniqueur van deze in Barcelona gevestigde krant. Winkels woont sinds 1988 in Spanje en is daar tevens correspondent voor het Algemeen Dagblad en de sportredacties van de NOS. Eerder was hij correspondent voor de Volkskrant en de VNU-dagbladen. Ook schrijft hij voor verschillende andere Nederlandse publicaties. Tevens heeft hij zowel in het Nederlands als het Spaans enkele boeken geschreven.

 

Uit: Op grote hoogte met Contador (Het Barcelona gevoel)

 

„Een topsporter hoeft niet per se heel aardig te zijn. Maar bij mij winnen ze heel wat punten als ze nog in staat zijn zich als een normaal, toegankelijk persoon op te stellen. De halve wereld gaat het over een maand, als het WK vol onbereikbare vedetten is afgelopen, hebben over het nieuwe duel tussen Lance Armstrong en Alberto Contador. Geen kleur, dat heeft de Spanjaard bij vooraf al gewonnen. Om te beginnen in sympathie. In Nederland kennen we hem te weinig, heeft Mart Smeets van de kijkers Armstrong-devoten gemaakt. Dat fanatieke Amerikaanse, eigenlijk mogen we dat wel.

 

 

 1200325-b8b6ddf9b1c3dbc01a34fa69a7fa8dc0.jpg

 Alberto Contador, Tour de France 2010

 

 

 Niet als je al lang in Spanje woont. Dan ben je al snel op de hand van de Spaanse sporter. Die je trouwens eigenlijk alleen maar goed kent vanuit de kranten, want dieptereportages op TV over de sterren zijn ver te zoeken. Wij zouden ‘onze’ reportage van gisteren zomaar aan die domme, archaïsche TVE kunnen verkopen, maar laten we beginnen om Contador in Nederland wat bekender te maken. ‘Wij van de NOS’ trokken een dag op met de tweevoudige winnaar van de Tour de France. Met Anquetil, Gimondi, Merckx en Hinault de enige renner ook die de drie grote rondes heeft gewonden. Cameraman Dennis achterin mijn auto en Contador en zijn companen van dichtbij volgen op de prachtige Pyreneeënklim van de Palhières.

Contador verkent er deze dagen de vier Pyreneeënetappes. Geen probleem dat een TV-ploeg hem een dag op de hielen zit en hem na het avondeten, in een oud hotelletje in Foix, ook nog eens een interview afneemt. Mooie woorden van een prachtig coureur, maar vooral een heel leuk mens.“

 

 

 1200325-fcb85202dc0f79a05f13ab80af55430b.jpg

Edwin Winkels (Utrecht, 1962)



Zie voor de schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Tour de France 10 (Michael Boogerd)


Bij de Tour de France

 

Uit: Boogie (Biografie van Michael Boogerd)

 

„Toen we de bus instapten, zagen we het meteen. Theo’s gezicht stond op onweer. Hij deed de mededeling dat het over en uit was. Rasmussen werd naar huis gestuurd. „Breaking internal rules”, dat was de officiële verklaring. Ik nam meteen het woord. „Dit kan niet”, zei ik. „De Tour is nog drie dagen.” Toen zei Theo: „Het is al gebeurd, ik kan het niet meer terugdraaien.”

Ik werd boos omdat wij nergens in gekend waren. We hebben niet eens de mogelijkheid gehad om Theo over te halen. De renners niet en de ploegleiders niet. „Theo doe het nou niet, wacht die drie dagen af! We rijden naar Parijs en zien het wel. Al moeten we het feest in Gent vieren, zal ons een worst wezen. Hier hebben we zo hard voor gewerkt! Iedereen!”

Er zaten jongens te huilen in de bus. Zo van: Theo, dit kan je niet doen! Ik zag ook dat Theo het er heel moeilijk mee had. Maar hij gaf geen reden. Breaking internal rules, ja, maar wat is nou de reden? Nou, toen werd Erik Breukink (ploegleider) helemaal gek. Hij riep: „Rasmussen en Theo, nu allebei de bus uit! En als jullie terugkomen wil ik precies de reden weten.” Want Breuk wist het niet en Erik Dekker (tweede ploegleider) ook niet.

 

 

 1199505-3897487074171a86fe6a4824914bd3e2.jpg

Michael Boogerd wint op La Plagne in 2002

 

 


Ze gingen een kwartier de bus uit. We wisten inmiddels dat het niet terug te draaien was. „Een biertje voor de moraal?”, vroeg Piet de Vos, de buschauffeur. Pieter Weening werd helemaal gek. „Ik maak die Cassani dood!”, schreeuwde hij. „Ik maak hem dood!”

Net toen hij dat laatste riep, liep Theo langs de deur van de bus. En wij maar wachten. Uiteindelijk kwamen Theo en Rasmussen terug. „Michael vertel maar waarom je de Tour uit moet”, zei Theo. „Ik word de Tour uitgestuurd vanwege speculaties en verdachtmakingen”, reageerde Rasmussen. „Dat is niet waar!”, schreeuwde Theo. Ging de discussie weer tussen die twee.

Op dat moment kwam er een helikopter overgevlogen. Erik Dekker riep: „De pers is er, de pers is er!” Waardoor Theo helemaal door het lint ging. „Het is te laat! Nu d’r uit Rasmussen! De bus uit! Je koffer pakken en we brengen je weg! De pers weet er al van! Het is nu om zeep! Ik ben de baas!” Kortom, totale paniek in die bus.“

 

 

 1199505-397ca6416812685e9d958162ec69d503.jpg

Michael Boogerd (Den Haag, 28 mei 1972)

 

 

 

"Boogie" werd opgetekend door Maarten Scholten, vanaf 1994 sportverslaggever bij de Haagsche Courant, Sport International en tegenwoordig bij NRC Handelsblad/NRC Next.

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

In Memoriam Rutger Kopland


In Memoriam Rutger Kopland

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland is afgelopen woensdag in zijn woonplaats Glimmen op 77-jarige leeftijdoverleden. Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

 

Lijsterbessen

 

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

 

 

 

 

Enkele andere overwegingen

 

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

 

 

 

 

De Dokter

 

De dokter keek op mij neer
ik zag zijn gezicht boven het mijne

ik zag wat hij dacht
dat ik dood kon gaan - zo keek hij
terwijl hij luisterde aan mijn borst

hij keek mij aan met een blik
- hoe kan ik dat zeggen - een blik
voorbij mijn gezicht, een blik naar iets
achter mij naar iets verwegs
alsof hij iets in de toekomst
probeerde te zien

hij keek mij aan en hij zei
hier mag u niet blijven
ze komen u halen

 

 

 

 

 1198437-ae8c79c4dcb4fdf561fb70ae3db9a698.jpg

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

Tour de France 9 (Patrick Cornillie, Frank Pollet, Ton Peters)


Tom Boonen

 

Is het zijn frisse jongenskop,
de vanzelfsprekende cool van zijn look?
Is het de manier waarop hij het stuur
blik over de kasseien ramt?

 

En laat zien hoe gestroomlijnd
kunst op een fiets wel kan zijn.

 

Feit is: enkel hij die zo’n wil heeft,
kan de weg tonen. In zijn spoor is het
de pijn van de verzuring verbijten,
gaat het lomp en loom, stampt het
bonkig en schonkig. Rijdt de rest erbij

 

voor spek achter Boonen.

 

 

 

 1197860-c753b06d8a5d54f276721f4c24e0ad2f.jpg

Patrick Cornillie (Roeselare, 11 april 1961)

 

 

 

 

Mario Aerts, Lotto

'Zesmaal gegokt, zesmaal
verloren. De gezegende omstandigheden
van de winnaar, die onthoudt men allemaal.
Jaja, ik ben toch tevreden.

Men zegt dat ik charmeer, want
ik trap rond zoals een lottobal; in
mijn dromen is het dat ik vierkant
maal, maar vele malen win.

Daar en dan eet ik mijn pasta op en sla
mijn tegenstanders murw. En tel goddank,
terwijl ik door de pijngrens ga,
als SuperMario, de nullen op mijn bank.

Nee, ik rijd me niet graag het snot
voor de ogen. Ik speculeer
op goed geluk. Dat is mijn lot.
Ik gok, ik val er liever niet bij neer...'

 

 

 

 1197860-620db3339ff89ecff5d414046255a0b3.JPG

Frank Pollet (Sint-Niklaas, 5 juli 1959)

 

 

 

 

 1197860-89f31af91c1d9ed4850f90656a920d72.jpg

Fausto Coppi (15 september 1919 – 2 januari 1960)

 

 


Fausto Coppi

 

Flink trappen tot je weet wat je ooit wordt:
kasseienknecht of koning van de wegen.
Zo simpel is de wet van wielersport.

En op zichzelf is daar niet veel op tegen
zolang je je maar niet te buiten gaat
aan doping of de pauselijke zegen.

’t Is mooi als je de rest finaal verslaat
door eerder op een bergtop aan te komen,
ontsnapt aan peloton en middelmaat

en dat je in het landschap opgenomen
zo hoog komt dat je nergens meer op let,
op weg naar de vervulling van je dromen.

Bedacht ik mij vanmorgen in mijn bed
als fietser met een minimaal verzet.

 

 

 

1197860-76e34e2a398f50d1f7bbe5dc0f8716ba.jpg
Ton Peters (Dieren, 23 februari 1952)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2011 deel 1 en eveens deel 2.
Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Tour de France 8 (Dries van Agt)

De Nederlandse jurist, voormalig hoogleraar, politicus en diplomaat en schrijver Andreas Antonius Maria (Dries) van Agt werd geboren in Geldrop op 2 februari 1931.

 

Uit: Op weg naar Alpe d'Huez (Samen met Frans van Agt)

 

“Fietsen is de opperste vorm van reizen. Lopen is edel, maar gaat voor bedrijvige eenentwintigste-eeuwers te langzaam. Met de auto kun je vlug ergens komen, voor zover je althans niet in files verstrikt raakt. Maar tijdens autoritten krijg je meestal weinig te zien. En wat je om je heen hoort is nauwelijks meer dan mechanisch geraas, in plaats van de weldadige tonen van de natuur.

 


1197411-38096ea9666fcfee0084047c925ff3d6.jpg 

Cover Velo, Tour de France 1980

 

 

De uitvinding van de fiets is een zegen voor de mensheid. In zeker opzicht is,  de latere introductie van de auto regressief geweest, een afdeling naar een lager beschavingsniveau. Automobilisten zijn meervoudig deerniswekkende mensen, de auto is een veelszins verwerpelijk vervoermiddel. Bij elkaar zijn de vele bezwaren ertegen overrompelend. Eeen onbevooroordeelde evaluatie toont dat aan.

Om te beginnen is autorijden, in tegenstelling tot fietsen, kwalijk voor de lichamelijke gezondheid van de inzittenden. Wie zich vrijwel alleen per auto verplaatst, wordt allicht zwaarlijvig en vadsig, en nog kortademig erbij wegens een chronisch tekort aan frisse lucht. Weliswaar kun je dit onheil voorkomen door te joggen of door je flink in te spannen op de golfbaan. Maar velen nemen daar de tijd niet voor en golfen is bovendien duur, heel wat prijziger dan fietsen.

De auto is daaren boven een nogal gevaarlijk vervoermiddel. Riskant voor de bestuurder zelf en zijn passagiers, alsook voor andere deelnemers aan het snelverkeer. De verkeersongevallenstatistiek spreekt hierover duidelijke taal. Fietsen is echter een bijna riscoloze bezigheid. Mede daarom is de auto een gevaarlijk ding omdat het gebruik ervan bij velen, bij mannen vooral, latente agressie activeert. Een fiets wekt geen agressie, bij de berijder noch bij anderen, en mocht ooit een fietser hoornwoest worden, dan kan hij maar weinig kwaad aanrichten.”

 

 

 1197411-bfa58c0774dd7ff88b047224f5ef61e8.jpg

Dries van Agt (Geldrop, 2 februari 1931)

Hier met Tourwinnaar 1980 Joop Zoetemelk (links)

 



Zie voor de schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:29 Reageer op dit bericht

Tour de France 7 (Albert Londres)

De Franse journalist en schrijver Albert Londres werd geboren in Vichy op 1 november 1884. Hij maakte vooral naam als onderzoeksjournalist. Hij schreef een boek tegen slavernij in Guyana en Noord-Afrika, en schreef lyrisch over de Ronde van Frankrijk in 1924 (Ronde van Frankrijk, Ronde van Slavernij). Hij stierf tijdens de brand op het schip de Georges Philippar door het te snel dichten van de waterkerende schotten waardoor hij en een 90-tal andere passagiers opgesloten zaten bij de brand en door verstikking of verbranding omkwamen. Na zijn overlijden in 1932 heeft zijn dochter Florise de prijs 'Prix Albert Londres' ingesteld die jaarlijks, op de sterfdag, wordt uitgereikt aan de beste Franse journalist.

 

Uit: Tour de France, tour de souffrance

 

“Le Havre, 22 juin 1924.

(…)

Le Tréport, Dieppe. Là, ils doivent signer. Une dame, au contrôle, tient le crayon. La chère créature ! Elle ne sait pas ce qui l’attend. Ils signent : je veux dire qu’ils griffent la main de la dame et la dame les regarde se sauver, tout effarée.

Entre Dieppe et Fécamp, rien à signaler, qu’une tente dressée dans un champs. De cette tente élégante, plantée cette nuit pour la circonstance, sort une tête, un petit museau de femme mal éveillée : elle avait trouvé le moyen de ne pas manquer le spectacle.

Mais de Fécamp au Havre, le lot s’est épuré et l’effort que font ces hommes n’est plus sans souffrance. Beaucoup montent « en danseuse », autrement dit en se dandinant sur leur selle comme des pingouins. Le 256 marche comme un canard écoeuré ; Mottiat, Alavoine, Defraye crèvent et crèvent encore.

 

 

1196528-47220f0a7de42b9cfc78570c602b92ae.jpg
Tour de France 1924

 


- La poisse !... crie Alavoine. J’ai crevé cinq fois !

Il remet cela tout de même. Frantz le Luxembourgeois crève comme les autres ; Lambot crève ; Mottiat crève ; «  la pomme » crève. Une partie de la route est goudronnée ; la poussière de goudron brûle leurs yeux ; ils mettent leurs lunettes, ils les enlèvent ; ils ne savent de quelle façon ils souffrent le moins.

D’une voiture, on crie à Loew :

- Ca va ?

Loew a découvert complètement ses dents, ce qui l’aide sans doute ; il répond :

- Ns ? ? Ouich ! ! Ns ? ? Ouich ! !

Muller est coincé entre une auto et le talus. Il tombe. Les silex ont déchiré ses cuisses ; il se fiche de ses cuisses, redresse sa roue.

 

 

 

1196528-6359c596aacd7e71ed8bd3948cee94ac.jpg
Bottecchia tijdens de Tour van 1924

 

 


Bottecchia qui avait du retard revient. Bottechia a le nez le plus pointu de tout le lot ; il fend l’air.

Les casquettes, blanches au départ, sont maintenant délavées, tachées, rougies ; elles ont l’air, sur le front de ces hommes, de pansements de blessés de guerre.

Dans le peloton des meilleurs, c’est la poursuite ; de grosses voitures peinent à les suivre. Tout Le Havre est sur cinq kilomètres de route. On entend crier par mille voix :

- Bottecchia ! Henri ! Francis !

C’est Bottecchia qui, en pleine ville, donne le dernier coup de jarret vainqueur, et le second est Ville, dit Jésus, dit Pactole.”

 

 

 1196528-3e0a0f4fb60bd44d52dabfdbbb754d44.jpg

Albert Londres (1 november 1884 - 16 mei 1932)



Zie voor de schrijvers van de 12e juli ook
mijn blog van 11 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:58 Reageer op dit bericht

Tour de France 6 (Jean Nelissen)

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936. Zie ook alle tags voor Jean Nelissen op dit blog.

 

Uit: Arrogantie is het ergste wat er is

     (Interview door Rob Janssen en René Roovers, in de Tribune, februari 2004)

 

‘Ik was al journalist en deed vooral voetbal. Er werd een collega ziek die de Tour de France zou doen. Toen werd tegen mij gezegd: Zeg Jean, jij hebt toch ook gefietst? Waarom doe jij het niet? In 1967 was dat. Dat was meteen een knallende Tour met de dood van de Britse wielrenner Tommy Simpson. Ik ben de laatste journalist die met hem gesproken heeft. Op 13 juli 1967 om kwart over negen’s morgens in Marseille. Het was bloedheet. Tommy zei tegen me: Vandaag wordt het mijn dag en moet ik op het podium komen. Vier uur later was hij dood. Onmiddellijk gingen natuurlijk de wildste geruchten. ’s Avonds deed de politie een inval bij de Engelse ploeg. Ze vonden een tas met medicamenten die aan Simpson zou hebben toebehoord. Maar ik denk niet dat iemand ooit gestorven is aan alleen doping. Het was een combinatie van hitte, gebrek aan zuurstof en de Mont Ventoux. Ook had Simpson het karakter om zichzelf half dood te rijden zonder medicamenten of wat ook. Door de optelsom van al die zaken begaf zijn hart het. Dat was een enorme shock. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt.’

(….)


1195918-990fa11de816bab789476c6ba19d4d16.jpg
Tour de France 2012

 

Dus over heimwee gesproken: ik denk wel, dat de mensen op de een of andere manier heimwee hebben naar de manier waarop de verslaggeving vroeger gebeurde. Door de feiten en details die je geeft en door het inkleuren van het geheel. Het specialisme dat sportverslaggevers – vaak zelf oud-sporters – tegenwoordig aan de dag leggen is niet mijn stijl. Want ze praten elke seconde dicht en het is veel te specialistisch. Welke ketting Armstrong erop heeft liggen… dat gaat mij veel te ver. Ik heb het liever over sfeer. Als we bijvoorbeeld een kathedraal passeren, dan zeg ik: Nou, da’s die en die stijl, geweldig mooi interieur, dus gaat u eens kijken als u in de buurt bent. Dat soort dingen gooi ik eruit. Toen ik Jan Ullrich na afloop van het WK in Lissabon zag zitten met een dikke Cubaanse sigaar en een glas champagne, liep ik naar ’m toe en zei: Und, Jan? Met een gelukzalig gezicht zegt hij: Whoah… herrlich! Dat onthoud ik en op een gepast moment breng ik het erin. Om te laten zien, dat een jongen die zó ontzettend onder druk staat, toch zulke momenten heeft.

 

 


1195918-28fdcee9e804597ea740fa983f34d30a.jpg
Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)

Hier met een jongere Mart Smeets (links) 

 

 


Zie voor de scvhrijvers van de 11e juli ook
mijn blog van 11 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:50 Reageer op dit bericht

Tour de France 5 (Albert Megens, Jan Kal, Jan Zitman, Huisdichter Cornelis)


Uit:
Requiem voor een Wielrenner



JOHN SULKERS

geboren te Bergen op Zoom 15 maart 1982

overleden te Maastricht 4 februari 2006

 

JOHN

 

'Een trapje minder. Dat kan geen kwaad,'

zegt dokter Mathieu van Lotto Davitamon.

'Jouw leven hangt niet aan een zijden draad.'

En ook de cardioloog kan jou overhalen om

niet te stoppen maar af te bouwen in de rangen

van het peloton voor een nieuw seizoen op de pedalen.

Binnenkort afgestudeerd als fysiotherapeut

en dan met jouw Suzanne gaan trouwen.

 

Maar als sneeuw neerdaalt in het Vijlenerbos

val jij temidden van vier kameraden.

Dinteloord rouwt. In Breda op school blijkt

iedereen verslagen. Ook Wim de Nijs en zijn

vriendenploeg uit Made. En in Tilburg smijt

Stef Clement zijn fiets over de balustrade.

 

 

 

1195261-bf87bb4166a467475d6885719005d068.jpg
Albert Megens (Boxtel,
23 augustus 1939)

 

 

 

 

Mont Ventoux

 

dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
onder zo tragiese omstandigeden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze winderige berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

 

 

 

1195261-3b98a4679a79cb579189fbeb8538e49f.jpg
Jan Kal (Haarlem, 18 september 1946)

 

 

 

 

De pijp aan Maarten geven

 

 

Maarten heeft een rek vol pijpen,
want die in de remmen knijpen,

die plat vallen in de sprint
door een overstekend kind,

die door puisten op de kont
krijgen ’t wiel niet goed meer rond

of die pakken bij het leven
tot het hart het gaat begeven,

voor hen komt, nog onverwacht,
midden in de laatste jacht,

Maarten die, op hen bedacht,
uit de bezemwagen lacht.

 

 

 

 1195261-3ff70e1f0612997c27097d62b866e3a2.jpg

Jan Zitman (17 oktober 1925 – 1 augustus 1996)

Tour de France 2012 (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Wim van Est

 

De anjers trillen
Op zijn kist
Een halve eeuw
Zowat
Nadat hij op
De Col d’ Aubisque
Een bocht net had
Gemist

 

De schok was groot
Zoals ook nu
Want Wim van Est
Is dood

 

 

 

1195261-153d9a28d154608d5d2494a65af27734.jpg
Huisdichter Cornelis (Amstelveen, 1 september 1950)



Zie voor de schrijvers van de 10e juli ook
mijn blog van 10 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

Tour de France 4 (Thijs Zonneveld)

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Thijs Zonneveld werd geboren op 28 september 1980 in Sassenheim. Zie ook alle tags voor Thijs Zonneveld op dit blog.

 

Uit: Vallen (Column Leidsch Dagblad)

 

„Natuurlijk zijn er genoeg andere sporten, waarbij ernstige verwondingen opgelopen kunnen worden. Kruisbanden scheuren als krantenpapier in menig voetbalwedstrijd, rugbyspelers krijgen meer klappen dan de vrouw van Regilio Tuur en zelfs bij het bridgen kan men zich lelijk verwonden aan het scherpe randje van de hartenvrouw. Er is bij mijn weten echter geen andere sport waar de deelnemers met enorme snelheden in de rondte rijden, slechts beschermd door het dunne textiel van hun shirt en broek.

Elke wielrenner is er doodsbang voor. Ik ook. Ik droom erover. Schiet wakker midden in de nacht, omdat ik mezelf zie vallen. Met het hart in de keel en de adrenaline uit mijn oren spuitend, probeer ik weer in slaap te vallen, maar als ik mijn ogen sluit zie ik mezelf weer over het asfalt schrapen of boven een bodemloos ravijn zweven.

Het vreemde van vallen is, dat het zo lang duurt. Je doet alles om in evenwicht op je fiets te blijven zitten, maar vanaf het moment dat het besef is doorgedrongen dat de valpartij en de daaropvolgende pijnscheut onvermijdelijk zijn, draait de wereld ineens een stuk langzamer. Het beton nadert zo traag, dat je de steentjes en het zand erop tot in de kleinste details in je op kunt nemen. Ik zie een kraai voorbijvliegen, ruik de lavendel in de graskant en verbaas me over de groenheid van de bladeren aan de bomen. Het tijdsloze gevoel verdwijnt bruusk op het moment dat mijn lichaam de grond of enig ander voorwerp raakt. Het asfalt brandt in mijn vlees, mijn longen blazen in een klap alle lucht uit en ik probeer me klein te maken om andere renners, mijn fiets, kilometerpaaltjes en verkeersborden te ontwijken. En dan? Blijven liggen is er niet bij. De ploegleider schreeuwt in mijn oor en de mecanicien heeft mijn fiets in zijn handen, klaar om me op weg te duwen. En zo zit ik vlak na mijn kennismaking met Moeder Aarde alweer op mijn beschadigde stalen ros of een reservefiets. Misselijk van de pijn, met bonkend hoofd en gescheurde kleren denk ik aan wat mijn moeder ooit zei, terwijl ze met de tranen in haar ogen mijn schaafwonden uitwaste: "Jongetje, jongetje toch: vroeger kon je zo goed schaken!" 

 

 

 1194628-a5faadfb38cada7035344a5a6dc1f57f.jpg

Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Wie een mens streelt met een mes
om scherper te verwachten

hoe het geluid van de liefde verstrijkt

en cirkelend en dieper

 

verschuift de pijngrens ingehouden
tussen lippen en doorbijten,

raakt aan elkaar, onderhuids.

 

'Ik open je als eerste, liefste
beweging die in mijn leegbloedt –

 

neem mij terug tot het heft.

 

 

 

 

@N.I.A.S.

 

Hoe de boomschaduwen over de grasmat
wandelen, rondom, onophoudelijk. Stil
staan als een beuk in het struikgewas. De wil
om te groeien is wet: van leven, maar wat

weten we van de vogels die tussen blad
en takken in ons nestelen? Is er pril
geluk dat nog uitgebroed moet? Het wil
hier aan de dag waar het strijklicht ons omvat.

Tussen ons allen vallen eierschalen
op de aarde. Het jaargetijde kennen
is zo onmogelijk als de kruin dragen:

voel je hoe ons hart buigt in de windvlagen?
Elke ochtend aan het hernieuwde wennen.
Doorstaan. Er is zwaar weer op til. Niet falen.

 

 

 

 

Moeders en dochters

voor mijn dochter Cat van Daalen

Het spoor van de taal vind ik terug in de tijd.
Mijn moeder. Mijn Omoe. Opoe Kragt. En dan
mijn dochter. Luister: wie zingt, en breien kan
en koken, weeft taal. Smakelijke waarheid

wordt gewoon op alledag lopend, bereid
gevonden tot dansen, vol als knopen van
wol in warme sokken, is het boodschappen-
briefje een lied voor de eenzame man. ‘Meid…’

‘…wat een heerlijk recept. Heeft Oma dat nog
aan jou gegeven? Heeft ze opgeschreven
hoe ze dat deed in de oorlog, vertel je

alles van vroeger, waren jullie arm? Me
vernoemen is leuk, maar bloedlijn is leven.’
Dat liefhebben geven we door in het zog.

 

 

 

 1193993-85a2fd1829ca709c965c0c913e644109.JPG

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook alle tags voor Walter Hasenclever op dit blog.

 

 

Eine Nacht voll Angst und Verlangen -

 

Eine Nacht voll Angst und Verlangen -
So geht die Welt zur Ruh.
Auch der Mond ist niedergegangen.
Wir aber wandern - Du!

Zuweilen ein Baum mit dunkeln
Ästen, ein Haus, ein Licht -
Zuweilen ein fernes Funkeln
Von Sternen in Deinem Gesicht.

Und Deine Augen - laß mich!
Dein Gott ist nah und der meinige weit.
Deine Augen leuchten - faß mich!
Wir stehn über Raum und Zeit.

Wir stehn hoch oben. Wir gleiten.
Und sieh, jener Stern, der uns trägt,
War seit urdenklichen Zeiten
Schon in mein Leben gelegt.

Und seltsam - der Stern ist gefunden!
Andre Sterne schauen zu.
Gott mit seinen Menschen steht unten;
Wir aber wandern - Du!

 

 

 

 

Der Tramm stöhnt aufwärts

 

Der Tramm stöhnt aufwärts;
Überall Schnee.
Dein Herz und mein Herz
Klopft im Takt. Ich steh
Etwas tiefer, ich kann dich
So besser sehn.
Seltsam, wenn man sich
Im Schneesturmwehn
Unterhält, noch die Töne
Der Quadrille im Ohr.
Du leichte Schöne,
Deine Uhr geht vor!
Der Tramm stöhnt aufwärts;
Überall Schnee.
Dein Herz und mein Herz
Klopft im Takt, und der See
Liegt unten im Träumen.
Es rauscht. Ich seh
Auf den Wegen und Bäumen
Nur immer Schnee.

 

 

1193993-70e2d27f4aab3449c44e98764e121b85.jpg 

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940)

 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

 

Daisy

 

Plus quan se atque suos amavit omnes,
nunc...
- Catullus


You were my playmate by the sea.
We swam together.
Your girl's body had no breasts.

We found prawns among the rocks;
We liked to feel the sun and to do nothing;
In the evening we played games with the others.

It made me glad to be by you.

Sometimes I kissed you,
And you were always glad to kiss me;
But I was afraid - I was only fourteen.

And I had quite forgotten you,
You and your name.

To-day I pass through the streets.
She who touches my arms and talks with me
Is - who knows? - Helen of Sparta,
Dryope, Laodamia ...

And there are you
A whore in Oxford Street.

 

 

1193993-e7def5c849a1780a24c03b99d714ee20.jpg
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook alle tags voor Jean Ray op dit blog.

 

Uit: Les noces de mademoiselle Bonvoisin

 

„A ce moment une terrible clarté rouge incendia le vaste espace sacré: une haute flamme pointue venait de jaillir d'un bénitier. Hannedouche s'enfuit en criant et Mlle Sylvie ne sut jamais comment elle se retrouva chez elle avec son perroquet.
- Mon mari... mon mari... hoquetait-elle sans cesse.

Dans une belle maison de maître de Gand, la noble et très farouche, habite encore un médecin à peu près centenaire qui assista aux étranges couches d'une dame bien proche de la cinquantaine. Elle mit au monde un enfant hideux à tête et bec de perroquet, aux membres absolument difformes et terminés en serres de rapace.
Le monstre respirait et poussait des cris effrayants qui ressemblaient bien plus à des grincements de jeune bête de proie, qu'aux vagissements d'un nouveau-né. Néanmoins les médecins assistant l'accouchée, estimant que la créature n'était pas viable, la firent baptiser sur l'heure.
Mais à peine l'eau lustrale avait-elle humecté la tête difforme, que le monstre se recroquevilla, poussa une atroce clameur et mourut.
Immédiatement les docteurs firent apporter un large bocal d'esprit de vin et y plongèrent le petit cadavre, dans l'intention bien compréhensible de conserver pareil sujet.
Ah... ils comptaient sans le mystère qui entourait cette histoire inouïe! L'alcool s'enflamma sous leurs mains, le bocal éclata comme une bombe, blessant les assistants, et une immense flamme bleue consuma l'affreuse dépouille.
La mère survécut, mais resta plongée dans un mutisme effrayant qui faisait croire à la perte de sa raison.
Elle disparut une nuit; nul ne sut jamais ce qui advint d'elle.
Elle s'appelait Sylvie Bonvoisin.

La rumeur publique accusa le détestable Hannedouche de cette épouvantable paternité, mais, peu de jours après l'hymen sacrilège, on avait trouvé le cadavre du prêtre renégat dans les herbes folles du Peerdemeersch, la face étrangement mutilée...
- Comme à grands coups de bec, avait dit un policier.“ 

 

 

 1193993-45bc581dba919b5697476855eeeed8be.jpg

Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook alle tags voor Julius Mosen op dit blog.

 

Der erste Kuß

 

Das Röslein war verborgen

In seiner Knospe sitzt,

Der neue Frühlingsmorgen

Zum Kuß das Mäulchen spitzt;

Doch Röslein mag nichts wissen

Vom Blühen und vom Küssen.

 

Das Röslein sitzt gar spröde

In seinem engen Haus,

Der Mittag ist nicht blöde,

Strahlt Glut und Flammen aus;

Doch Röslein mag nichts wissen

Vom Blühen und vom Küssen.

 

In seiner Zelle drinnen

Das Röslein heimlich steht,

Der Abend kommt zu minnen,

Der Abend weint und sieht:

Ach alle Blumen müssen

Am Ende blühn und küssen!

 

Das Röslein steht in Bangen,

Es steht in Liebesnoth,

Roth werden seine Wangen,

Vor Liebe purpurroth,

Und seine Lippen müssen

Zum ersten Male küssen.

 

Zum ersten Male blühen

Mit allererstem Kuß,

Zum ersten Male glühen

Das holde Röschen muß;

Denn alle Blumen müssen

Um Ende blühn und küssen.

 

 


 1193993-687334de419b57dd3d41e37e48cb3cf4.jpg

Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Bord op de Marktplatz in Marieney

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean de La Fontaine werd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry inChampagne. Zie ook alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

 

De krekel en de mier

 

De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was,
Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door 't gras
"Ik vrolijk je wat op," zei hij. "Kom, luister naar mijn lied."
Zij schudde nijdig met haar kop: "Een mier die luiert niet!"

Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op.
Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop.
Doorkoud en hongerig kroop hij naar 't warme mierennest.
"Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest

Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug,
Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe 'k niet vlug!"
"Je weet dat ik aan niemand leen,"
Zei buurvrouw mier toen heel gemeen.

"Wat deed je toen de zon nog straalde
En ik mijn voorraad binnenhaalde?"
"Ik zong voor jou," zei zacht de krekel.
"Daaraan heb ik als mier een hekel!
Toen zong je en nu ben je arm.
Dus dans nu maar, dan krijg je 't warm!"

Wie leeft van kunst gaat door voor gek.
Vaak lijdt hij honger en gebrek.

 

 

 

1193993-dabe6fe637dbdc8822458a10c63c7b15.jpg
Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

De Franse acteur Lorànt Deutsch in de rol van de schrijver  

in film Jean de la Fontaine, le défi uit 2007

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Ivo Victoria

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

 

Uit: Die Jüdin von Toledo

 

“Auch ein Anderes, Unheimliches, sehr Gefährliches wurde hergestellt, eine tödliche Explosivmischung, sogenanntes Flüssiges Feuer.
Die Schiffahrt der spanischen Moslems, geleitet von erprobten Mathematikern und Astronomen, war schnell und sicher, so daß sie ausgedehnten Handel treiben und ihre Märkte mir allen Erzeugnissen des islamischen Weltreichs versorgen konnten.
Künste und Wissenschaften blühten wie bisher niemals unter diesem Himmel. Erhabenes und Zierliches mischten sich, die Häuser auf besondere, bedeutende Art zu schmücken. Ein kunstvoll verästeltes Erziehungssystem erlaubte einem jeden, sich zu bilden. Die Stadt Córdova hatte dreitausend Schulen, jede größere Stadt hatte ihre Universität, es, gab Bibliotheken wie niemals seit der Blüte des hellenischen Alexandria. Philosophen weiteten die Grenzen des Korans, übersetzten in ihre eigene Denkart das Werk der griechischen Weltweisheit, schufen es in ein Neues um. Eine bunte, blühende Fabulierkunst schloß der Phantasie bisher unbekannte Räume auf. Große Dichter verfeinerten das reiche, tönend Arabisch, bis es jegliche Regung des Gefühls wiedergab.
Den Unterworfenen zeigten die Moslems Milde. Für ihre Christen übertrugen sie das Evangelium ins Arabische. Den zahlreichen Juden, die von den christlichen Westgoten unter strenges Ausnahmerecht gestellt worden waren, räumten sie bürgerliche Gleichheit ein. Ja, es führten unter der Herrschaft des Islams die Juden in Spanien ein so glückhaft erfülltes Leben wie niemals vorher seit dem Untergange ihres eigenen Reiches. Sie stellten den Kalifen Minister und Leibärzte, gründeten Fabriken, ausgedehnte Handelsunternehmungen, sandten ihre Schiffe über die sieben Meere. Sie entwickelten, ohne ihr eigenes hebräisches Schrifttum zu vergessen, philosophische Systeme in arabischer Sprache, sie übersetzten den Aristoteles und verschmolzen seine Lehren mit denen ihres eigenen Großen Buches und den Doktrinen arabischer Weltweisheit. Sie schufen eine freie, kühne Bibelkritik. Sie erneuerten die hebräische Dichtkunst.”

 

 

 1193283-59cebf5f0d638e1302ae93261fb39d74.jpg

Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

 

 

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

 

Von Straße zu Straße

 

Die
Straße.
Die Fressen
deutscher Doggen
von Jahren
ge-
schärft. Ü-
ber
die eisernen Rösser
aus den Fenstern der fliehenden Häuser
sprangen die ersten Würfel.
Ihr glockentürmigen Schwanenhälse,
krümmt euch in den Schlingen der Kabel!
Im Himmel stehn Bildergiraffen bereit,
rostige Schöpfe zu färben.
Regenbogig wie die Forelle:
Sohn
des schlichten Ackerlands.
Ein Zauberer zieht
Schienen lang
aus dem Rachen der Straßenbahn,
verborgen von Turmzifferblättern.

Wir haben gesiegt!
Badewannen.
Seelen.
Fahrstühle.
Sie knöpfen auf das Seelenleibchen.
Die Hände brennen auf dem Körper.
Schrei doch, Mädchen, oder schweige:
»Nein, das wollt ich nicht!« –
scharf
brennen
Qualen.
Stachelwinde
reißen
Röhren
dunstge Büschel Wolle aus.
Die Kahlkopflaterne
voller Wolllust
sammelt von der Straße gerne
schwarze Strümpfe nächtlich auf.

 

 


Vertaald door Eric Boemer

 

 

 

 1193283-cff0f44d49640ba8afd59d2b2c1a8997.jpg

Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

 

Uit: Goodbye Rock’n’Roll. Eine Vätergeschichte in 256 E-Mails (Samen met Max Witzigmann)

 

„Von: Clemens

An: Max

Gesendet: 10. November 2009, 18:36

Betreff: GVK

Hi Max, ja stimmt schon: All die Klischees, die man kennt und über die man sich oft und gerne lustig gemacht hat, stimmen schlicht und ergreifend: Ja, es ist egal, ob es ein Bub oder ein Mädchen wird – Hauptsache gesund. Ja, man erreicht eine neue Dimension der Liebe und selbstverständlich ist das eigene Kind das schönste, klügste und liebste der Welt. Was denn sonst. Und von wegen gesund:

Weil wir nicht gewusst haben, was auf uns zukommt, auf keinen Fall aber auf einschlägige Erfahrungen zurückgreifen konnten, haben wir einen Geburtsvorbereitungskurs gemacht. Der allein ist schon einige Worte wert.

Geburtsvorbereitungskurs ist nicht nur ein langes Wort, sondern im Prinzip ein bisschen wie Schule. Man trifft dort auf einen breiten Querschnitt verschiedener Menschentypen. Wäre Verena nicht sowieso schwanger gewesen, hätte ich sie gebeten, so zu tun als ob und sich einen Polster unter den Pullover zu stecken. Ich hätte das wunderbare Szenario des zweitägigen Geburtsvorbereitungskurses ungern vermisst. In einem bemerkenswert unspektakulären Seminarraum oder Turnsaal – so genau weiß ich

nicht, was das war – haben wir ca. zehn andere Paare getroffen, die ich mir mit steigender Begeisterung

stundenlang ansehen könnte. Gemeinsam war allen ein weiblicher Part mit einen phänomenalen Bauch, aber abgesehen davon war es, wie wenn Noah sämtliche Life-style-Klischees auf seine Arche retten wollte.

Da war zum Beispiel das Bobo-Paar inklusive Freytagtasche aus LKW-Planen. „Bobo“ steht in Wien für bourgeois bohémien, Neudeutsch für „Biedermann“. Selbstverständlich ist sie Yoga-Lehrerin und Künstlerin. Was denn sonst?“

 

 

1193283-a8dcc84db48d17d8b0a8998d7ad8297b.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)

Max Witzigmann (links) en Clemens Haipl

 

 

 


De Vlaamse schrijver
Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey)werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem
(Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

 

Uit: Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalf-jarigen won

 

‘Daar rijdt Wimmeke Eyckmans. Nog vijfhonderd meter. Tandje bijschakelen optrekken. Nog tweehonderd meter. Doorduwen nu, en erlangs! De ijle ochtendlucht verbrandt mijn longen. Mijn kuitspieren verzuren. De kou prikt in mijn ogen als de rook van mijn moeders sigaret aan het ontbijt. Tranen glijden langs mijn wangen. Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken door de inspanning, alsof het vacuüm wordt getrokken. Maar eenmaal ter hoogte van Wimmeke Eyckmans gooi ik mijn handen losjes bovenop het stuur, kijk ontspannen opzij, en knik. “Hoi”. Ik glijd op volle snelheid en met de moeiteloze klasse die mij eigen is langs hem heen de fietsenstalling in.’

 

 

1193283-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 15:39 Reageer op dit bericht

In Memoriam Gerrit Komrij


In Memoriam Gerrit Komrij

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij is gisteren op 68-jarige leeftijd overleden. Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

 

Fiat lux

 

We liepen op de Transformator Weg.
De zon kwam op, ze bleef nog even hangen:
Een sinaasappel door de groene heg.
We stapten zwijgend voort. Je bleke wangen
Weerkaatsten argeloos de vroege gloed.
Een jonge god, heet zoiets sedert Tachtig.
We liepen stil de morgen tegemoet.
Ik hoorde je niet ademen. Stormachtig
Kwam toen de zon omhoog. Je werd zo licht.
De vonken sprongen uit je zwarte haren.
De zon sloeg stralen van je aangezicht.
Zie, hoe het vlamde. 't Kwam niet tot bedaren.

 

 

 


Maskers

 

De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

 

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

 

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

 

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
't Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.

 

 

 

 

Vooravond

 

Dood is mijn vriend. Nog altijd schijnt de maan

Naar binnen, uit zijn asbak kringelt rook,

er ligt een boek, de radio staat aan.

 

De rozen die hij kocht zijn nog bedauwd.

Een scheermesje, een spiegel en wat coke

Staan op tafel klaar voor zo meteen.

 

De kachel doet haar best, maar hij blijft koud.

Alles is nog precies zo om hem heen -

Maar hij is uit de symfonie verdwenen.

 

Het boek, de maan, de kachel en de rook -

Eens, op een dag, verdwijnt dat alles ook.

Dat is de dag waarop de dood zal wenen.

 

 

 

1192762-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2011 deel 1, en deel 2,  en deel 3 en eveneens deel 4.
Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

Hilary Mantel

De Engelse schrijfster, critica en advocate Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren.. Mantel groeide op in een katholiek gezin met wortels ​​in Ierland. Haar ouders zijn echter Brits. Op de leeftijd van elf, nam Mantel de naam van haar stiefvader aan. De familie achtergrond is de drijvende kracht achter de meeste van haar romans. Thema's van haar romans gaan over de 'rotte compromissen van de volkskerk "en de" panische fantasieën van het islamitisch fundamentalisme "(Patrick Bahners). Mantel studeerde rechten aan de London School of Economics en Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Sheffield  en behaalde daar in 1973 haar bachelor. Ze werkte als maatschappelijk werkster. In 1974, begon ze te schrijven. In 1972 trouwde ze met en vanaf 1977 woonde zij met haar echtgenoot Gerald McEwen vijf jaar in Botswana, daarna vier jaar in Jeddah in Saoedi-Arabië. Van 1987 tot 1991 werkte ze als filmcritica voor The Spectator. In 1987 werd ze bekroond met de Shiva Naipaul Memorial Prize, In 1996 ontving zij de Hawthornden Prize, in 2006 de Commonwealth Writers 'Prize en de Orange Prize for Fiction. In datzelfde jaar werd ze bekroond met de Commander's Cross van de Orde van het Britse Rijk. In 2009 won zij met haar roman Wolf Hall de Booker Prize, de meest prestigieuze literaire prijs voor een Engels werk.

 

Uit: Wolf Hall

 

“PUTNEY, 1500
So now get up."
Felled, dazed, silent, he has fallen; knocked full length on the cobbles of the yard. His head turns sideways; his eyes are turned toward the gate, as if someone might arrive to help him out. One blow, properly placed, could kill him now.
Blood from the gash on his head— which was his father’s first effort— is trickling across his face. Add to this, his left eye is blinded; but if he squints sideways, with his right eye he can see that the stitching of his father’s boot is unraveling. The twine has sprung clear of the leather, and a hard knot in it has caught his eyebrow and opened another cut.
"So now get up!" Walter is roaring down at him, working out where to kick him next. He lifts his head an inch or two, and moves forward, on his belly, trying to do it without exposing his hands, on which Walter enjoys stamping. "What are you, an eel?" his parent asks. He trots backward, gathers pace, and aims another kick.
It knocks the last breath out of him; he thinks it may be his last. His forehead returns to the ground; he lies waiting, for Walter to jump on him. The dog, Bella, is barking, shut away in an out house. I’ll miss my dog, he thinks. The yard smells of beer and blood. Someone is shouting, down on the riverbank. Nothing hurts, or perhaps it’s that everything hurts, because there is no separate pain that he can pick out. But the cold strikes him, just in one place: just through his cheekbone as it rests on the cobbles.

"Look now, look now," Walter bellows. He hops on one foot, as if he’s dancing. "Look what I’ve done. Burst my boot, kicking your head."
Inch by inch. Inch by inch forward. Never mind if he calls you an eel or a worm or a snake. Head down, don’t provoke him. His nose is clotted with blood and he has to open his mouth to breathe. His father’s momentary distraction at the loss of his good boot allows him the leisure to vomit. "That’s right," Walter yells. "Spew everywhere." Spew everywhere, on my good cobbles. "Come on, boy, get up. Let’s see you get up. By the blood of creeping Christ, stand on your feet."

 

 

1257342-22f61ef7e7514eb47e73c555fb131cf2.jpg
Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten