Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 februari 2017

Nick McDonell, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens, Toni Morrison, Elke Erb, Charlotte Van den Broeck

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Third Brother

“Mike tries to decode this and can't. Analect tells him again to stay out of trouble and that Bishop will take care of him. It seems to Mike that Bishop is pleased to have the help, but that there is more to it. When they are leaving the office, Analect tells Mike to wait for a moment, and when they are alone, he tells Mike that Dorr had been a friend of Mike's father, years ago. That they had all been good friends, actually, the three of them practically brothers, and that Mike's father would be glad for news of Dorr.
Mike looks out the window. He notices for the first time how really extraordinary the view from Analect's office is. Mike can see the whole city, enormous and smogged and throbbing. For a moment he can't believe the sound of it doesn't blow in the windows. But Analect's office sits quietly above it all, humming coolly. Mike is suddenly uneasy, with only the inch of glass between the two of them and the loud, empty space above the city. He looks back at Analect, who is frowning.
"Dorr and your father were sparring partners, when they boxed back in college," says Analect.
Mike looks back out over the city. He knew about the boxing, but his father had never mentioned Dorr. It all surprises him, but maybe it's just seeing his own features reflected in the glass, and the long drop to Hong Kong from fifty stories up.
When Mike was a small boy, his parents often entertained. In New York City in their world, they were famous for the dinners they gave in their big beach house at the end of Long Island, especially Thanksgiving. Mike remembered the candlelight and gluey cranberry sauce, which he would wipe off his hands into his hair. His older brother, Lyle, remembered the same things. There were servants, who disciplined Mike when his parents did not. One Filipino lady in particular boxed his ears. When he was older he remembered how it hurt but not her name. Their parents gave these dinners several years in a row. There were mostly the same guests, adults who would tousle Mike's fine but cranberried hair, and their children, a crew of beautiful, spoiled playmates whom Mike assumed he would know forever. He still saw some of them, at parties and dinners of their own on school breaks. At hearing that one or two of them had slid into addiction, Mike would remember chasing them through his mother's busy kitchen. His mother was never in the kitchen, of course, but it was definitely hers. Small paintings of vegetables and an antique mirror hung on its walls.”

 

 2009533-d185fec7f7cda0b21bf1810de16e6b41.jpeg
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: In goede handen

“Verdomd, daar loop ik. Op perron 4 van station Amstel. Ik ben het, geen twijfel mogelijk. Ik zit in de trein op weg naar Amsterdam Centraal en we staan stil, pal naast de roltrappen. Het is half zeven ’s avonds. Ik kijk door het raam naar buiten en tussen de mensen op het perron – bellend, etend, in de weer met hun OV-pas, uitgeblust voor zich uit starend – zie ik mezelf. Ik, althans, een man die als twee druppels water op mij lijkt, sluit netjes aan bij de mensenmassa en glijd daarna langzaam met de roltrap naar beneden.
De man kijkt anders uit zijn ogen en draagt kleding die ik nooit zou dragen, maar toch ben ik het: hetzelfde gezicht, ongeveer één meter negentig lang, begin dertig, licht gebogen. Onder een bijpassende jas draagt hij een pak met stropdas. Hij heeft zijn haar iets korter geknipt dan ik het meestal heb. Door de ongewoon gezonde teint in het gezicht lijkt het alsof hij onlangs op wintersportvakantie is geweest. In zijn hand heeft hij een leren aktetas. Zelf zou ik nooit een leren aktetas dragen of op wintersport gaan.
Ik moet mezelf volgen; ik wil beslist weten wie hij is en waar hij naartoe gaat. Snel stap ik de trein uit, net nadat de conducteur op zijn fluitje heeft geblazen. De deuren schuiven pal achter me dicht.
Eigenlijk ben ik op weg naar de kunstacademie waar ik elke donderdagavond van zeven tot tien uur een cursus geef. Dat is een van de losse baantjes die ik heb omdat mijn illustraties en tekeningen niet zo veel opbrengen. Lesgeven op de academie waar ik zelf les heb gehad geeft me een gemengd gevoel van vooruitgang en stilstand. Vanavond zullen we het lijnperspectief behandelen. ‘Het is een misverstand dat het perspectief een uitvinding is uit de vijftiende eeuw. Het werd toen herontdekt. Nieuw is een relatief begrip.’ Negen cursisten zullen in het lokaal op me zitten wachten en naar de lege lerarenstoel kijken. Als ik mezelf snel inhaal, kan ik nog net op tijd zijn.”

 

 2009533-0c60520fbf702bcee09b795c85120fd4.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

Blauwe maan

We zijn er blauw van afgekomen
met blauwe bloempjes van witteboord
de blauwe begijn lag er blauw van
en dat een blauwe maandag lang

blauwe maan was een blauwe baby
een blauwe bliksem waar niemand zich
zijn vingers blauw aan telde, alhier
en dat een blauwe maandag lang

blauwboorden kregen blauwe schenen
van blauwe boodschap van witteboord
we zijn er blauw van afgekomen
en dat een blauwe maandag lang.

 

 

Mens op planeet aarde

Europa, Azië, Afrika - ik verzamel
continenten werkgewijs - ik wijs
toerisme af en waan me werker
in een wereld die naar rotting stinkt

ach, hoe mooi de sterren, hoe onbedorven
de planeten waar nooit mensen waren
met machines die aarde vraten, wateren
ontvisten en vergiftigen, ja voordien

'k zou me moeten schamen, 'k zou
zoveel excuses aan moeten bieden
maar aan wie o wie o wie.

 

 2009533-4b295c9cf358292dac875e26057b4ee2.jpg
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923. Zie ook alle tags voor Maarten Mourik op dit blog.

 

Indian Summer

Gloeiende kleuren op alle heuvels
van Virginië, maar nergens bloemen;
in het dorre gras alleen nog stervend blad.
Wel is er elke dag opnieuw
die heldere stilte, ver en hoog,
maar aan de open hemel hangt,
in ijle rook van brandend loof,
onzekerheid: wat doet het hart zo laat
nog in oktober met een zomer:
toegift, elegische, na brio van ’t concert,
waarvoor men toch betaalt:
met aftrek op het jaar.
Want elke nieuwe dag laten ons de gordijnen
van ochtendmist en avondnevel
een smaller doorkijk op de kammen
der Alleghenies in het Westen, waarachter
lang al donkere wolkenruggen dringen.
En in het niemandsland van de seizoenen
wordt schraler steeds de krekelzang.

 

 

Stormvloed

Ons is van ’t eenmaal onbegrensd gebied
van ‘t gemeenschappelijke samenleven
nog slechts een uiterst smalle strook gebleven
wat ons de stormvloed van de dood nog liet:

een zwakke terp, aan alle kanten omgeven
door ’t zwarte water van de nacht, meer niet.
Al slaan de golven sissend in ’t riet,
hier zijn w’ een ogenblik de hel ontheven.

Het is de droom, dat allerlaatst domein
waar we nog even kunnen samenzijn
en jouw verlorenheid niet wordt gevoeld.

Maar wordt de droom gebroken als mijn hand
jou tastend zoekt en niets vindt dan de wand
dan word ook ik door ’t stormtij overspoeld.

 

 2009533-8acec70c37ff0c75ca3723383a375457.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

 

Tederheid van wolven

Wij liggen in het gras
Op het Wolvenveld boven Vršac

Men zegt
Dat hier alle wolven
Zijn doodgeslagen
Tot op de laatste

Levend bleef
Alleen hun naam

Een soort dierlijke tederheid dringt
Vanonder opgeschrikt gras
En beroert onze ledematen
Lippen en bloed

Wij beminnen elkaar zonder woorden
Mijn jonge wolvin en ik

 

 

Alleenspraak in de herfst

In de warme oktoberzon in een stadspark gezeten
met schrik beseffen hoeveel najaren voordien je al
wist dat, in tegenstelling tot jij nu, geen wesp die
zwermt het zwermen der wespen van de herfst

tevoren mist, geen kruisspin zich kruisspinnen
herinnert, daar zij er niet waren in hun eertijds
dat je kent. Van den beginne maak ik deel uit
van het einde der dagen, wat intussen niet went

hoewel ik er de afgrond zelve toe ben. Stiller
spelen kinderen in hun vragen waarvan de klanken
verder dragen. Dat ik mensen in het gras zie liggen
als na hun laatste val, ligt aan mij en niet aan hen.

 

 2009533-e954ffb4d5bb31d363be464f812ff755.JPG
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)
Tegelen 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Amazone

Over de zomerweide drijft geur van drogend hooi
ons trouwe schouwers eenzaam toewaarts
langs den weg staan blakende papavers passieloos
en bloeien anemonen hun laatsten stond
van eenzaamheid.

Zag ik hun laatsten stond?
den laatsten stond van laaiende papavers
in 't aanschijn van het drogend hooi
alover de zomerweide waart ook de geur van 't hooi
den weg langs waar een amazone rijdt
ons trouwe schouwers toewaarts
een rit van eenzaamheid.

Als onder paardenhoeven thans lillende papavers
hun stengels niet bestendig weten
bloeien hun laatsten stond de anemonen
en glijdt de anemonenblik der amazone
het oogenblik der eenzaamheid van beiden voorbij.

 

 

Ontsnapping

De spijker van mijn lichaam is verroest.
De suiker opgelost in vet en water.
De spijker heb ik in mijn kist geslagen.
Mijn kist met zeep en water opgepoetst.

Dies is van mij niet méér gebleven
dan niets [maar met een majuscuul].
Of niets. Wat zit ik hier dan te beweren?
Zoiets is radicaal òf ridicuul.

Welnee. Welnee. Gezelle zei het reeds:
‘Niets is een kouse voeteloos
en zonder been d'r an’.

Wat dan?
Zo'n Niets is zo maar niets. Het is het iets
dat ons altijd nog juist ontsnappen kan.

 

 2009533-e9166c4f985ff367e6c10977a1948baf.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
Cover

 

 

De Afro-Amerikaansschrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

Uit: The Bluest Eye

“The puke swaddles down the pillow onto the sheet -- green-gray, with flecks of orange. It moves like the insides of an uncooked egg. Stubbornly clinging to its own mass, refusing to break up and be removed. How, I wonder, can it be so neat and nasty at the same time?
My mother's voice drones on. She is not talking to me. She is talking to the puke, but she is calling it my name: Claudia. She wipes it up as best she can and puts a scratchy towel over the large wet place. I lie down again. The rags have fallen from the window crack, and the air is cold. I dare not call her back and am reluctant to leave my warmth. My mother's anger humiliates me; her words chafe my cheeks, and I am crying. I do not know that she is not angry at me, but at my sickness. I believe she despises my weakness for letting the sickness "take holt." By and by I will not get sick; I will refuse to. But for now I am crying. I know I am making more snot, but I can't stop.
My sister comes in. Her eyes are full of sorrow. She sings to me: "When the deep purple falls over sleepy garden walls, someone thinks of me. . . ." I doze, thinking of plums, walls, and "someone."
But was it really like that? As painful as I remember? Only mildly. Or rather, it was a productive and fructifying pain. Love, thick and dark as Alaga syrup, eased up into that cracked window. I could smell it -- taste it -- sweet, musty, with an edge of wintergreen in its base -- everywhere in that house. It stuck, along with my tongue, to the frosted windowpanes. It coated my chest, along with the salve, and when the flannel came undone in my sleep, the clear, sharp curves of air outlined its presence on my throat. And in the night, when my coughing was dry and tough, feet padded into the room, hands repinned the flannel, readjusted the quilt, and rested a moment on my forehead. So when I think of autumn, I think of somebody with hands who does not want me to die.”

 

 2009533-7df3ab9b0c06cc1e279acc8d8615c0b4.jpg
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Erwägung

Stelle ich mir vor, was ich sehe, seien Erscheinungen.

Und die Erscheinungen seien nur Schein.

Und der Schein sei nichts als die Oberfläche.

Und die Oberfläche sei glatt.

Aber die Erscheinung «suspekt»
sei nicht glatt wie die Gesamtheit der anderen,

sondern schrumplig, ein schrumplig verdecktes Loch
in der Gesamtheit der andern.

Als brodele etwas, ohne zu kochen,
brodele kalt – suspekt.

Werfe Blasen auf.
Diese Stelle verdecke die Hölle.

Und wäre ein Denkprozeß
adäquat so beschreibbar,

und man beschriebe ihn so –
fände er sich diffamiert.

 

 

Sich äussern

Warum spricht man nicht so, wie man denkt bei sich:

flugs, andeutend, aber zielstrebig,
konzentriert, aber weich, so daß
bei sich heißen könnte in nuce?

Ausgeführt sprechen ist
gesellschaftlich positioniert sprechen.

Gedichte schreiben ist – in nuce, aber nicht weich,
sondern strategisch gehärtet: wie als spräche man positioniert
(Impetus, kommunikative Provokations-, Vermittlungs-&
Verführungstechniken).

Das Unternehmen, so zu sprechen, nämlich in nuce,
aber wie positioniert,

ist selbst Poesie.

 

 2009533-329b94016fbb942a98533d543b8bd761.jpg
Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd in 1991 geboren in Borgerhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

 

Flamingo

Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.

Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.

 

 2009533-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Borgerhout, 1991)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:45 Reageer op dit bericht

Níkos Kazantzákis, Jean M. Auel, Mór Jókai, Hedwig Courths-Mahler, Alexander Kielland, Audre Lorde, Wallace Stegner, Leone Battista Alberti

De Griekse dichter en schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op 18 februari 1883. Zie ook alle tags voor Níkos Kazantzákis op dit blog.

Uit: The Odyssey (Vertaald door Kimon Friar)

O Sun, my quick coquetting eye, my red-haired hound,
sniff out all quarries that I love, give them swift chase,
tell me all that you've seen on earth, all that you've heard,
and I shall pass them through my entrails' secret forge
till slowly, with profound caresses, play and laughter,
stones, water, fire, and earth shall be transformed to spirit,
and the mud-winged and heavy soul, freed of its flesh,
shall like a flame serene ascend and fade in sun.

You've eaten and drunk well, my lads, on festive shores,
until the feast within you turned to dance and laughter,
love-bites and idle chatter that dissolved in flesh;
but in myself the meat turned monstrous, thewine rose,
a sea-chant leapt within me, rushed to knock me down,
until I longed to sing this song- make way, my brothers!
Oho, the festival lasts long, the place is small;
make way, let me have air, give me a ring to stretch in,
a place to spread my shinbones, kick up my heels,
so that my giddiness won't wound your wives and children.
As soon as I let my words loose along the shore
to hunt all mankind down, I know they'll choke my throat,
and when my full neck smothers and my pain grows vast
I shall rise up- make way!- to dance on raging shores.

 

 2009526-86421c2f25bd5f47bbf857b688039ac8.jpg
Níkos Kazantzákis (18 februari 1883 - 26 oktober 1957)



De Amerikaanse schrijfster Jean Marie Auel werd geboren op 18 februari 1936 in Chicago. Zie ook alle tags voor Jean M. Auel op dit blog.

Uit: Het lied van de grotten (Vertaald door Henny van Gulik en Ingrid Tóth)

“Ayla en Jondalar liepen achteraan in de stoet, met achter zich drie paarden, en ze keken op om te zien wat de oorzaak van het oponthoud was. ‘Ik vraag me af waarom we halt houden,’ zei Jondalar, met een zorgelijke frons.
Ayla keek nauwlettend naar de leider en de mensen die om hem heen stonden en bracht instinctief haar hand beschermend naar het warme bundeltje in de zachte leren draagdoek op haar buik. Jonayla had pas de borst gekregen en sliep, maar ze bewoog even bij de aanraking van haar moeder. Ayla had een buitengewoon vermogen om lichaamstaal te lezen, dat had ze op jonge leeftijd geleerd toen ze bij de Stam leefde.
Ze wist dat Joharran verontrust was en Th efona bang. Ayla had ook een uitzonderlijk scherp gezichtsvermogen. Daarbij kon ze geluiden horen die boven het bereik van het menselijk gehoor lagen, en de diepe tonen voelen van de geluiden daaronder. Haar reuk- en smaakzin waren eveneens buitengewoon scherp, maar ze had zich nooit met iemand vergeleken en besefte dus niet hoe bijzonder haar waarnemingen waren. Ze was geboren met uiterst fi jngevoelige zintuigen, wat ongetwijfeld had bijgedragen tot haar kans op overleving nadat ze op haar vijfde haar ouders en alles wat haar vertrouwd was had verloren.
Al haar kennis had ze opgedaan uit het leven zelf. Ze had haar aangeboren vaardigheden ontwikkeld gedurende de jaren dat ze dieren had bestudeerd, met name carnivoren, toen ze zichzelf had leren jagen. In de stilte bespeurde ze de nauwelijks waarneembare, maar vertrouwde bromgeluiden van leeuwen. Ze rook in een zachte bries hun kenmerkende geur, en ze zag dat verschillende mensen vooraan in de groep naar voren keken. Toen ze hun blik volgde, zag ze iets bewegen. Plotseling leken de katten in het hoge gras scherp in beeld te komen. Ze onderscheidde nu twee jonge en drie of vier volwassen holenleeuwen.
Terwijl ze naar voren liep ging haar ene hand naar haar speerwerper die aan een lus aan haar riem hing, en met de andere pakte ze een speer uit de houder op haar rug.
‘Waar ga je heen?’ vroeg Jondalar.”

 

 2009526-bcac10513194dd1992f6853102ccc337.jpg
Jean M. Auel (Chicago, 18 februari 1936)

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Mór Jókai werd geboren op 18 februari 1825 in Komárom. Zie ook alle tags voor Mór Jókai op dit blog.

Uit: The Baron’s Sons (Vertaald door Percy Favor Bicknell)

“The final words of this peroration were drowned in a storm of cheers, an outburst of music, and the confused din caused by the pushing back of chairs and the dashing of wine-glasses against the wall, while the guests fell into one another’s arms in an ecstasy of enthusiasm.
“Long life to him!” they cried; “may he live a thousand years!”
He to whom the assembled company wished so long a life was the renowned and honoured Baron Casimir Baradlay, lord lieutenant of his county, the owner of large estates, and the leader of a powerful party. The high dignitaries assembled about his hospitable board had gathered from far and near to determine upon a programme which should ensure their country’s welfare for the coming years. As a fitting close to this important conference, Baron Baradlay was treating his partisans to a banquet in the great hall of his castle, and in the unavoidable absence of the host himself his wife was presiding at the festive board. The administrator, however, Benedict Rideghváry, had taken the absentee’s place at the conference.
At the close of the toast, when those near the head of the table turned to touch glasses with the hostess, her absence was noticed, and the butler who stood behind her empty chair explained that the physician had just entered and whispered something in the lady’s ear, whereupon she had left the room. Probably, said he, her husband had sent for her. Upon this information a number of the guests made anxious inquiry whether their honoured host was seriously ill; and the administrator hastened to reassure all present, as far as his voice could reach down the long table, by telling them that it was merely a return of the baron’s chronic ailment. Some of the better-informed supplemented this announcement by explaining to their neighbours that the gentleman had, for perhaps ten years, been subject to frequent attacks of heart-failure, but could nevertheless, by observing very regular habits, be expected to live for another ten years or more.”

 

 2009526-82600a87315f99ec3d43880acddadc4e.jpg
Mór Jókai (18 februari 1825 – 5 mei 1904)
Hier met zijn tweede vrouw Bella Nagy

 

 

De Duitse schrijfster Hedwig Courths-Mahler werd geboren in Nebra (Saksen-Anhalt) op 18 februari 1867. Zie ook alle tags voor Hedwig Courths-Mahler op dit blog.

Uit: Ich lieb' in dir die ganze Welt

„Graf Lothar seufzte. „Ja, Baroness, auf Rosen sind wir hier nicht gebettet. Und das wird in Zukunft sogar noch schlimmer werden. Der Treubruch seiner Frau hat Rüdiger noch griesgrämiger gemacht. Wir werden hier ein Leben in Sack und Asche führen müssen.“
„Ich wollte, ich könnte Sie davon erlösen. Wenn ich könnte, wie ich wollte, würde ich, noch ehe Graf Rüdiger heimkommt, meine Sachen packen und nach Rottberg fahren. Sie müssten mich dann begleiten, und wir würden froh und vergnügt sein.“
Graf Lothar sah ihr mit einem tiefen Blick in die Augen. „Das klingt wie ein schönes Märchen, in dem eine gute Fee zwei Geschwister von einem bösen Zauber erlöst.“
„Ja, liebe Annedore“, sagte nun auch die Komtess, „wunderschön wäre das! Sie sind so gut und haben ein edles, empfängliches Herz.“
Annedore wurde verlegen. „Das müssen Sie nicht sagen. Ich bin gar nicht gut und edel, sondern oft recht trotzig und unliebenswürdig. Nur wen ich gern habe, der hat es leicht mit mir.“
Graf Lothar fasste ihre Hand. „Wenn ich doch zu den Menschen gehörte, die Sie gern haben!“
Errötend zog Annedore ihre Hand zurück. „Ganz sicher gehören Sie dazu, Graf Lothar, und Lilly auch. Sie haben es mir so leicht gemacht durch Ihr freundliches Entgegenkommen. Es musste ja nach Ihren Beschreibungen ganz schrecklich in Lindeck sein unter Graf Rüdigers Herrschaft.“
„Nun, schließlich hat ja Rüdiger auch manche gute Seiten“, erwiderte Graf Lothar in lauer Verteidigung, nur um sich den Anschein des Edelmuts zu geben.
Annedores Augen leuchteten warm in die seinen. „Es ehrt Sie, Graf Lothar, dass Sie trotz allem, was Ihr Bruder Ihnen angetan hat, noch für ihn eintreten.“
Einen Moment sah Graf Lothar ein wenig verlegen vor sich hin. Die ehrlichen Mädchenaugen genierten ihn. Doch solche Gefühle waren in seiner Situation vollkommen fehl am Platz …“

 

 2009526-75784daa8e1c7de9788c9db52d787a57.jpg
Hedwig Courths-Mahler (18 februari 1867 - 26 november 1950)
Cover

 

 

De Noorse schrijver Alexander Lange Kielland werd geboren in Stavanger op 18 februari 1849. Zie ook alle tags voor Alexander Kielland op dit blog.

Uit: Tales of Two Countries (Vertaald door William Archer)

“It was not difficult to obtain control of her, as she belonged to no one. He gave her a name, and placed her in one of the best convent schools. Before long her benefactor had the satisfaction of observing that the seeds of evil died away and disappeared. She developed an amiable, rather indolent character, correct and quiet manners, and a rare beauty.
When she grew up he married her. Their married life was peaceful and pleasant; in spite of the great difference in their ages, he had unbounded confidence in her, and she deserved it.
Married people do not live in such close communion in France as they do with us; so that their claims upon each other are not so great, and their disappointments are less bitter.
She was not happy, but contented. Her character lent itself to gratitude. She did not feel the tedium of wealth; on the contrary, she often took an almost childish pleasure in it. But no one could guess that, for her bearing was always full of dignity and repose. People suspected that there was something questionable about her origin, but as no one could answer questions they left off asking them. One has so much else to think of in Paris.
She had forgotten her past. She had forgotten it just as we have forgotten the roses, the ribbons, and faded letters of our youth—because we never think about them. They lie locked up in a drawer which we never open. And yet, if we happen now and again to east a glance into this secret drawer, we at once notice if a single one of the roses, or the least bit of ribbon, is wanting. For we remember them all to a nicety; the memories are as fresh as ever—as sweet as ever, and as bitter.
It was thus she had forgotten her past—locked it up and thrown away the key.
But at night she sometimes dreamed frightful things. She could once more feel the old witch with whom she lived shaking her by the shoulder, and driving her out in the cold mornings to work at her artificial flowers.”

 

 2009526-9d96f00777965947787bf16fa46af559.jpg
Alexander Kielland (18 februari 1849 - 6 april 1906)

 

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en lesbisch-feministische, anti-racistische activiste Audre Geraldine Lorde werd geboren op 18 februari 1934 in New York. Zie ook alle tags voor Audre Lorde op dit blog.

 

Father Son and Holy Ghost

I have not ever seen my father’s grave.

Not that his judgment eyes
have been forgotten
nor his great hands’ print
on our evening doorknobs
           one half turn each night
           and he would come
           drabbled with the world’s business
           massive and silent
           as the whole day’s wish
           ready to redefine
           each of our shapes
but now the evening doorknobs
wait and do not recognize us
as we pass.

Each week a different woman
regular as his one quick glass
each evening
pulls up the grass his stillness grows
calling it weed.
Each week a different woman
has my mother’s face
and he
who time has changeless
must be amazed
who knew and loved
but one.

My father died in silence
loving creation
and well-defined response
he lived still judgments
on familiar things
and died knowing
a January 15th that year me.

Lest I go into dust
I have not ever seen my father’s grave.

 

 2009526-c24e0900d464290e7f1d918248bc7e68.jpg
Audre Lorde (18 februari 1934 – 17 november 1992)

 

 

De Amerikaanse schrijver Wallace Stegner werd geboren op 18 februari 1909 in Lake Mills, Iowa. Zie ook alle tags voor Wallace Stegner op dit blog.

Uit: Wat behouden blijft (Vertaald door Edzard Krol)

“Terwijl ik uit verwarrende dromen en herinneringen naar boven kom, slingerend als een forel opduik door de kringen van eerdere stijgingen, bereik ik het oppervlak. Mijn ogen gaan open. Ik ben wakker.
Mensen die lijden aan grauwe staar zullen na afloop van de operatie, als het verband wordt verwijderd, iets dergelijks zien: elk detail heeft de scherpte van iets wat voor het eerst wordt waargenomen, toch is het ook bekend, van de tijd die aan de blindheid voorafging, het herinnerde en het waargenomen beeld vallen samen als in een stereoscoop.
Het is duidelijk nog heel vroeg. Het licht dat door de kieren van de jaloezieën lekt, is niet meer dan een schemering. Maar ik zie, of herinner me, of beide, de gordijnloze ramen, de kale dakspanten, de houten wanden die leeg zijn, op een kalender na, die er acht jaar geleden geloof ik ook hing, toen we hier voor het laatst waren.
Wat ooit opvallend spartaans was, is nu sjofel. Sinds Charity en Sid het terrein aan de kinderen hebben overgedragen, is er niets bij gekomen of opgeknapt. Ik zou het gevoel moeten hebben wakker te worden in een goedkoop hotelletje in crisistijd, maar dat is niet het geval. Ik heb te veel goede dagen en nachten in dit huisje doorgebracht om mij er ontmoedigd door te voelen.
Als mijn ogen zich aan de schemering hebben aangepast en ik mijn hoofd van het kussen til om rond te kijken, is er iets wonderbaarlijk geruststellends, behaaglijks aan de kamer, zelfs in het halfduister. Door de associaties wellicht, maar ook door de kleur.
In de loop van de jaren is het onafgewerkte grenen van de wanden en plafonds verzacht tot een rijke honingkleur, alsof ze geverfd zijn door de warmte van de mensen die er een wijkplaats voor hun vrienden van maakten. Ik vat het op als een voorteken; en hoewel ik mezelf eraan herinner waarom we hier zijn, kan ik het heerlijke gevoel van vertrouwdheid waarmee ik zojuist wakker werd niet van me afschudden.”

 

 2009526-5cf30ad90a3c81eaecdbfb9a2bdb4d91.jpg
Wallace Stegner (18 februari 1909 – 13 april 1993)

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Leone Battista Alberti werd geboren in Genua op 18 februari 1404. Zie ook alle tags voor Leone Battista Alberti en voor Leone Alberti op dit blog.

Uit: On Painting (Vertaald door Cecil Grayson)

“I used to marvel and at the same time to grieve that so many excellent and superior arts and sciences from our most vigorous antique past could now seem lacking and almost wholly lost. We know from [remaining] works and through references to them that they were once widespread. Painters, sculptors, architects, musicians, geometricians, rhetoricians, seers and similar noble and amazing intellects are very rarely found today and there are few to praise them. Thus I believed, as many said, that Nature, the mistress of things, had grown old and tired. She no longer produced either geniuses or giants which in her more youthful and more glorious days she had produced so marvelously and abundantly.
Since then, I have been brought back here [to Florence]from the long exilein which we Alberti have grown old into this our city, adorned above all others. I have come to understand that in many men, but especially in you, Filippo, and in our close friend Donato the sculptor and in others like Nencio, Luca and Masaccio, there is a genius for [accomplishing] every praiseworthy thing. For this they should not be slighted in favor of anyone famous in antiquity in these arts. Therefore, I believe the power of acquiring wide fame in any art or science lies in our industry and diligence more than in the times or in the gifts of nature. It must be admitted that it was less difficult for the Ancients--because they had models to imitate and from which they could learn to come to a knowledge of those supreme arts which today are most difficult for us. Our fame ought to be much greater, then, if we discover unheard-of and never-before-seen arts and sciences without teachers or without any model whatsoever.”

 

 2009526-bacecc6ba2187e17266777b3a7121a08.jpg
Leone Battista Alberti (14 februari 1404 — 25 april 1472)
Florentijnse school, 1e helft 17e eeuw

Geschreven door Romenu om 11:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten