Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 3 oktober 2015

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Blanco

“Het restaurant bevond zich midden in een rij bescheiden herenhuizen.
De gevel was onopvallend; behalve een hoge plant in een terracotta pot naast de voordeur wees niets erop dat hier een zaak werd uitgebaat.
Viktor kon zich moeilijk van de indruk ontdoen dat men de glimmende plant speciaal voor deze dag gehuurd had.
De ontvangst was onpersoonlijk en de eetkamer ademde een sfeer van verouderde plechtstatigheid. De moeder van Helena, die het restaurant had gekozen, posteerde zich als enige van het gezelschap met de handen op de rug voor de vergeelde jachttaferelen en het schamele wandtapijt.
De gerechten werden opgediend onder stolpen. Toen alle borden op tafel stonden, kwam de vrouw des huizes erbij om samen met de kelners gelijktijdig de maaltijd te onthullen, maar het spektakel was weinig indrukwekkend en het eten kon warmer. Bij een blozend nichtje aan het einde van de tafel ontbrak de gratin dauphinois; de aard van dit samenzijn indachtig vond niemand het nodig er ophef van te maken, behalve Viktor. Het nichtje kreeg tranen in de ogen van schaamte toen de vrouw des huizes haar bord wegnam.
Het duurde een paar glazen rode wijn voor er verspreid gesprekken ontstonden. Links van Viktor zat Eveline, rechts Igor. Zijn zoon had de eend nauwelijks aangeraakt, alleen het bundeltje prinsessen was verdwenen.
Viktor nam zijn hand.
De jongen keek op met een bleek en vermoeid gezicht. Hij legde zijn hoofd tegen de arm van zijn vader en vroeg stil wanneer ze naar huis gingen.
Na het dessert steeg de kakofonie van kletsende mensen tot een niveau dat bij degenen die er geen deel aan namen slaap verwekte.”

 

 1821305-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

“When I asked my grandparents about the newspapers, they replied in unison, “If you read it in the papers, it isn’t true.” But then populists have never had a good press in Freedom’s Land. I was also warned never to answer the questions of strangers, and, of course, I always did. To one reporter, I said that my stepfather could not possibly have been the father of my half sister as he had not known my mother long enough. Although I had no inkling of the facts of life, I had an instinct for the telling detail. Later, at school, when asked what my father did, I said, “He’s in the newspapers.” Which seemed to me a precise way of accounting for his activities as director of air commerce.
In 1936 I moved from Rock Creek Park to the house, Merrywood, across the Potomac, and money suddenly hedged us all round. At the height of the Depression there were five servants in the house, white servants, a sign of wealth unique for Washington in those years. My stepfather was an heir to Standard Oil, the nemesis of T. P. Gore and Huey Long. Although I now lived the life of a very rich prince, I was still unconscious of class differences other than the relation between black and white, which was something as fixed in our city then as the Capitol dome, and as unremarkable. But the rock that had landed between my grandfather and me in the back of the car was a sharp and unmistakable signal that there were others who were not, indeed, princes at all; that there were millions of people to whom an old-fashioned word applied—pauper.
Although something of an avatar of Mark Twain, I have never read The Prince and the Pauper, made into a film by Warner Brothers in the thirties.
Lonely children often have imaginary playmates but I was never lonely; rather, I was solitary, and wanted no company at all other than books and movies, and my own imagination. I was Puck; I was a long-dead Egyptian; I was a time traveler to Rome; I was many other selves.”

 

 1821305-04caa2e01c7351292ca54fadc2d21e96.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit:In oorlogstijd (1915-1916)

“4 oktober 1915
Op mijn reis naar Kortrijk wordt mijn aandacht getrokken te Harelbeke op de zonderlinge houding van de bevolking. De deuren van al de herbergen zijn gesloten en terwijl ik de nieuwe plakbrieven lees komen een paar mannen bij die mij in opgewonden bewoording de ‘toestand’ uiteendoen.
Het volk van Harelbeke heeft heel bijzondere hoedanigheden - oproerig van karakter, fel aan elkaar gehecht en koppig - als ze iets voorhebben zullen ze 't niet meer veranderen en de zeden zijn zo: als er 100 werklieden het werk zouden willen aanvaarden, daar zijn de andere 7000 om de lafaards de kop in te slaan. De Harelbekenaars maken ten andere theatergebaren en spreken gees nutteloze woorden - ze staan daar, een beetje uitdagend. Als de Duitse overheid hen roept op een vergadering om te gaan werken - ze verschijnen er - maar als het besluit moet uitgevoerd worden zijn ze allen verdwenen - niemand weet waar. De Harelbeekse vrouwen vooral zijn geen katten om zonder handschoenen te pakken! Als gisternacht een 20-tal van die werklieden door soldaten op hun bed verrast waren en naar Kortrijk gebracht - deden de vrouwen met al de kinderen hun uitgeleide - en ze namen geen blad voor de mond om achterwege1 haar verontwaardigd gemoed los te laten.
In 't terugkeren heb ik het getroffen dat ik 1/4 voor 3 uur B.T.1 hier terug ben om de opsluiting van de stad bij te wonen. De patroeillen zetten uit2 en overal in de volkrijke straten, in steegjes en gangjes - lijkt het een vluchten als voor de opkomende watervloed - Iedereen springt het deurgat in en op vijf minuten tijd is heel de stad als uitgestorven. Zo vreemd en angstig is 't gevoel dat men ondergaat om te midden de zonnige namiddag die straten leeg en verlaten te zien - en te denken dat in al die kleine huisjes en konkelige3 koertjes - die grote mannen met heel hun huisgezin opgesloten blijven tot morgen. –“

 

 1821305-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)
Cover

 

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

"Le lendemain matin, Meaulnes fut prêt un des premiers. Comme on le lui avait conseillé, il revêtit un simple costume noir, de mode passée, une jaquette serrée à la taille avec des manches bouffant aux épaules, un gilet croisé, un patalon élargi du bas jusqu'à cacher ses fines chaussures, et un chapeau haut de forme.
La cour était déserte encore lorsqu'il descendit. Il fit quelques pas et se trouva comme transporté dans une journée de printemps. Ce fut en effet le matin le plus doux de cet hiver-là. Il faisait du soleil comme aux premiers jorus d'avril. Le givre fondait et l'herbe mouillée brillait comme humectée de rosée. Dans les abres, plusiers petits oiseaux chantaient et de temps à autre une brise tiédie coulait sur le visage du promeneur.

 

 1821305-f9d67361607ef3d0d9935c3f860bed73.jpg
Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier in de film Le Grand Meaulnes uit 2006

 

Il fit comme les invités qui se sont éveillés avant le maître de la maison. Il sortit dans la cour du
Domaine, pensant à chaque instant qu'une voix cordiale et joyeuse allait crier derrière lui:
"Déjà réveillé, Augustin?..."
Mais il se promena longtemps seul à travers le jardin et la cour. Là-bas, dans le bâtiment principal, rien ne remuait, ni aux fenêtres, ni à la tourelle. On avait ouvert déjà, cependant, les deux battants de la ronde porte de bois. Et, dans une des fenêtres du haut, un rayon de soleil donnait, comme en été, aux premières heures du matin."

 

 1821305-91a95062a5bcd4b811cb5f790a3fa3cb.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
De school van Alain;Fournier in Epineuil le Fleuriel
 



 
De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

Brief aan mijn moeder

Ben je nog in leven, oudje van me?
Wel, ik ook. Ik groet je, warm gegroet!
Dat jouw stulp mag baden in oranje,
Die onnoemelijke avondgloed!

Iemand schreef dat jij, in stilte dubbend,
Nogal danig inzit over mij,
Dat je vaak de weg op loopt, gehuld in
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.

Vóór je doemt dan in de avondschemer
Dikwijls één en ’t zelfde schrikbeeld op:
Dat mij bij een ruzie in ’t café een
Dolkmes in het hart gestoken wordt.

Niets daarvan hoor, lieverd! Niks te vrezen!
Dat is maar een raar idee van jou.
Zou ik dan zo’n zuiplap kunnen wezen,
Dat ik zonder weerzien sterven zou?

Ik ben net zo teder als tevoren;
In mijn droom denk ik er telkens aan
Om zo gauw ik kan uit al mijn sores
Weer naar onze stulp terug te gaan.

Ik keer weer als in de voorjaarsdagen
Onze witte tuin zijn takken spreidt,
Maar je wekt me niet, hoor, wou ik vragen,
Bij zonsopgang, zoals indertijd.

Wek wat uitgedroomd is niet, laat rusten
Al wat onvervuld gebleven is –
Veel te vroeg was ik me al bewust van
Mijn verlies en mijn vermoeienis.

Leer mij niet meer bidden, want dat werkt niet!
’t Pad naar toen, naar vroeger, dat zit dicht.
Jij alleen bent mij tot troost en sterkte,
Jij alleen bent mijn onzegbaar licht.

Dus vergeet nou maar die onrust in je,
Wees niet zo bekommerd over mij.
Loop niet meer zo vaak de weg op in je
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.


Vertaald door Kees Jiskoot

 

 1821305-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Standbeeld in Konstantinovo, Ryazan Oblast, Rusland

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook alle tags voor Bernard Cooper op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: Guess Again (Night Sky)

“As Kay shouted instructions in the background, I angled the telescope down the mountain toward the home of her ex-husband, but no matter how carefully I focused the lens or adjusted the tripod, I couldn't make out much more than a tile roof surrounded by trees. Each time I blinked, my eyelashes splayed against the glass.
"It's the wall to the left of the front door," she yelled. "Just below his driveway. See any damage?"
What little I could see of Warren's house looked fine to me, no gaping hole or trace of rubble. When I turned around and shrugged at Kay, she shrugged, too. She stood above me on the patio, lit by the blaze of an orange afternoon, her bathrobe flapping. The fierce wind blew her hair to one side, where it whipped from her head like a wind sock. The patio was as far as she could stray from the house before her electronic ankle bracelet set off an alarm at the Bel Air Police Department. Whenever this happened, a concerned officer phoned within a minute and interrogated whoever answered in order to verify Kay's whereabouts. Even if she answered the phone herself, which was usually the case, they had a way of quizzing her to make sure the voice didn't belong to some kind of Kay impersonator.
According to Kay, the main problem with house arrest was the fact that her swimming pool, embedded in a flagstone terrace several steps below the patio, was now off-limits. She loved nothing more than drifting on an inflatable raft and dangling her hands in the tepid water, a mindless hydrotherapy that helped her forget a vindictive divorce.”

 1821305-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Louis Aragon, Thomas Wolfe, James Herriot, Wolf Klaussner, Johann Peter Uz, Niña Weijers

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook alle tags voor Louis Aragon op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

L’Etrangère

Il existe près des écluses
Un bas quartier de bohémiens
Dont la belle jeunesse s’use
À démêler le tien du mien
En bande on s’y rend en voiture,
Ordinairement au mois d’août,
Ils disent la bonne aventure
Pour des piments et du vin doux

On passe la nuit claire à boire
On danse en frappant dans ses mains,
On n’a pas le temps de le croire
Il fait grand jour et c’est demain.
On revient d’une seule traite
Gais, sans un sou, vaguement gris,
Avec des fleurs plein les charrettes
Son destin dans la paume écrit.

J’ai pris la main d’une éphémère
Qui m’a suivi dans ma maison
Elle avait des yeux d’outremer
Elle en montrait la déraison.
Elle avait la marche légère
Et de longues jambes de faon,
J’aimais déjà les étrangères
Quand j’étais un petit enfant !

Celle-ci parla vite vite
De l’odeur des magnolias,
Sa robe tomba tout de suite
Quand ma hâte la délia.
En ce temps-là, j’étais crédule
Un mot m’était promission,
Et je prenais les campanules
Pour des fleurs de la passion

À chaque fois tout recommence
Toute musique me saisit,
Et la plus banale romance
M’est éternelle poésie
Nous avions joué de notre âme
Un long jour, une courte nuit,
Puis au matin : “Bonsoir madame”
L’amour s’achève avec la pluie.

 

 1821300-ef801f296d5e69f713efaf9c07025102.jpg
Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

 

 

De Engelse schrijver en dierenarts James Herriot (pseudoniem van James Alfred Wight) werd geboren op 3 oktober 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor James Herriot op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: All Things Wise and Wonderful

“Now that I had done my first solo I was beginning to appreciate the qualities of my instructor. There was no doubt F. O. Woodham was a very good teacher.
There was a war on and no time for niceties. He had to get green young men into the air on their own without delay and he had done it with me.
I used to fancy myself as a teacher, too, with the boys who came to see practice in Darrowby. I could see myself now, smiling indulgently at one of my pupils.
“You don’t see this sort of thing in country practice, David,” I said. He was one of the young people who occasionally came with me on my rounds. Fifteen years old, and like all the others he thought he wanted to be a veterinary surgeon. But at the moment he looked a little bewildered.
I really couldn’t blame him. It was his first visit and he had expected to spend a day with me in the rough and tumble of large animal practice in the Yorkshire Dales and now there was this lady with the poodle and Emmeline. The lady’s progress along the passage to the consulting room had been punctuated by a series of squeaking noises produced by her squeezing a small rubber doll. At each squeak Lucy advanced a few reluctant steps until a final pressure lured her on to the table. There she stood trembling and looking soulfully around her.”

 

 1821300-bd92138dcd3c7a06c3ac1f1fce8af313.jpg
James Herriot (3 oktober 1916 - 23 februari 1995)
Christopher Timothy (James) en Robert Hardy (Siegfried) in de tv-serie "All Creatures Great And Small" (1978 – 1990)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Wolfe werd geboren op 3 oktober 1900 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Wolfe op dit blog.

Uit: The Lost Boy

“And here," the boy thought, "is Grover with his paper bag. Here is old Grover, almost twelve years old. Here is the month of April, 1904. Here is the courthouse bell and three o'clock. Here is Grover on the Square that never changes. Here is Grover, caught upon this point of time."
It seemed to him that the Square, itself the accidental mason many years, the chance agglomeration of time and of disrupted strivings, was the center of the universe. It was for him, in his soul's picture, the earth's pivot, the granite core of changelessness, the eternal place where all things came and passed, and yet abode forever and would never change.
He passed the old shack on the corner-the wooden fire-trap where S. Goldberg ran his wiener stand. Then he passed the Singer place next door, with its gleaming display of new machines. He saw them and -admired them, but he felt no joy. They brought back to him the busy hum of housework and of women sewing, the intricacy of stitch and weave, the mystery of style and pattern, the memory of women bending over flashing needles, the pedaled tread, the busy whir. It was women's work: it filled him with unknown associations of dullness and of vague depression. And always, also, with a moment's twinge of horror, for his dark eye would always travel toward that needle stitching up and down so fast the eye could never follow it. And then he would remember how his mother once had told him she had driven the needle through her finger, and always, when he passed this place, he would remember it and for a moment, crane his neck and turn his head away.
He passed on then, but had to stop again next door before the music store. He always had to stop by places that had shining perfect things in them. He loved hardware stores and windows full of accurate geometric tools. He loved windows full of hammers, saws, and planing boards. He liked windows full of strong new rakes and hoes, with unworn handles, of white perfect wood, stamped hard and vivid with the maker's seal. He loved to see such things as these in the windows of hardware stores. And he would fairly gloat upon them and think that some day he would own a set himself.”

 

 1821300-12ceef4ac468d4501e2347312dabadd4.jpg
Thomas Wolfe (3 oktober 1900 - 15 september 1938)

 

 

De Duitse schrijver Wolf Klaußner werd geboren op 3 oktober 1930 in Lichtenau. Zie ook alle tags voor Wolf Klaußner op dit blogen ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: Lebensläufe

„Ich weine vor Glück. Seit ich dich kenne, ist meine Liebe jeden Tag in diesen vierzehn Jahren stärker geworden, eine schier unerträgliche Seligkeit.
Ach, seufzte sie und hob ihm heiter das Becken entgegen wie ein Lerchenlied: — mein Engel, mein Alles, mein Ich.
Sie standen auf, sahen jeder den anderen mit Bedauern hinter Kleiderkulissen verschwinden, gingen hinunter, wo Tante Anna seit einem Jahr stumm in der schwarzen Küche saß, und deckten ihr den Frühstückstisch.
Komm, Tante Anna, sagte Gritli, — du siehst aus, als hättest du lang nichts Richtiges zu essen bekommen, setz dich zu uns.
Sie tranken Tee, aßen weißes Brot und Corned Beef und Marmelade auf Butter, italienischen Käse. Tante Anna fraß wie ein Wolf.
Plötzlich gurgelte es in ihrer Kehle (natürlich, jetzt speit sie, das ist sie nicht gewohnt, Dummheit von uns), aber sie spie nicht, und als Konrad genauer zuhörte: nerntes gstulln, begriff er, daß sie redete. Sie verstummte, als Gritli die Brauen hob: — Sie will wissen, wo wir das gestohlen haben.
Schmeckt's wenigstens? fragte Gritli und hörte von ihrem Ehegespan zum ersten Mal ähnliche Laute, Geheimsprache der Getretenen, koschemer Loschen, Gritli ängstigte sich schier, als dies noch eine Weile so zuging. Die Haushälterin-Nichte kam herein, blieb wie vom Donner gerührt stehen und schrie: — Dannda! Du kunst ja widder reden!
Sie wurde zu Tisch gebeten und man erfuhr: Rohrbach habe noch hundertdreiundachtzig Einwohner, davon ein Kind unter zehn und eins über zehn, Rohrbach sei tot. Es habe im Sommer eine unerhörte Trockenheit gegeben, daß schier der Rohrbach ganz versiegte, Elektrisches gebe es erst seit acht Tagen wieder, und außerdem seien Tschechen übern Ort hergefallen, wo die Amis abgezogen waren, daß es Tote gegeben habe, und was sie nicht mit der Hand hätten aufarbeiten können, hätten sie gesprengt.“

 

 1821300-980056c958456bcd50d0674f27d2b8d1.jpg
Wolf Klaußner (3 oktober 1930 – 3 april 2005)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Peter Uz werd geboren op 3 oktober 1720 in Ansbach. Zie ook alle tags voor Johann Peter Uz op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

Frühlingslust

Seht den holden Frühling blühn!
Soll er ungenossen fliehn?
Fühlt ihr keine Frühlingstriebe?
Freunde! weg mit Ernst und Leid!
In der frohen Blumenzeit
Herrsche Bacchus und die Liebe.
Die ihr heute scherzen könnt,
Braucht, was euch der Himmel gönnt,
Und wohl morgen schon entziehet.
Denn wer ists, der wissen mag,
Ob für ihn ein Frühlingstag
Aus Aurorens Armen fliehet?

Hier sind Rosen! Hier ist Wein!
Soll ich ohne Freude seyn,
Wo der alte Bacchus lachet?
Herrsche, Gott der Fröhlichkeit!
Herrsche, denn es kommt die Zeit,
Die uns trübe Stirnen machet.

Aber, Phyllis läßt sich sehn!
Seh ich Amorn mit ihr gehn?
Ihm wird alles weichen müssen.
Weiche, Wein! Wo Phyllis ist,
Trinkt man seltner, als man küßt:
Bacchus, weg! ich will nun küssen.

      

 1821300-9e902de41a6a20c3b8c34ee277814675.jpg
Johann Peter Uz (3 oktober 1720 – 12 mei 1796)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Niña Weijers werd geboren in Nijmegen in 1987. Zie ook alle tags voor Niña Weijers op dit blog.

Uit: De consequenties

“Minnie zat tegenover haar moeder in een groot lunchcafé aan het water. Het was een rumoerige plek met een voorspelbare en te dure kaart, een onuitgesproken interieur en bedienend personeel dat bestellingen invoerde op apparaten die van oogcontact een relikwie uit het verleden hadden gemaakt. Het was hun vaste ontmoetingsplek.
Die ochtend had haar moeder haar in alle vroegte opgebeld. Een zeldzame gebeurtenis, niet alleen vanwege het tijdstip maar ook omdat hun contact voornamelijk verliep per e-mail en erop was gericht zonder al te veel omwegen tot hun driemaandelijkse lunchafspraak te komen, tijdens welke ze elkaar in zo grof mogelijke pennenstreken op de hoogte brachten van de stand van zaken. Haar moeder begreep weinig van Minnies leven en Minnie al net zomin van het hare. Dat twee mensen die zo van elkaar verschilden toch bloedverwanten waren had haar al verbaasd toen ze nog maar een klein meisje was en staarde naar de waardeloze glow-inthe- dark-sterren op haar plafond, zich afvragend of je ook per ongeluk in iemands buik terecht kon komen.
‘Gelukkig,’ had haar moeder zonder omhaal gezegd toen Minnie de telefoon die ochtend opnam. ‘Je leeft nog.’
‘Natuurlijk leef ik nog,’ zei Minnie. ‘Waarom zou ik niet leven?’ Het bleef even stil.
‘Ik droomde net over je,’ zei haar moeder. ‘In mijn droom liep ik je slaapkamer binnen, het was je kinderkamer, maar jij was gewoon volwassen. Je lag naast je bed, van top tot teen gewikkeld in een laken, strak, mummieachtig. Vlug liep ik naar je toe om het laken van je gezicht te halen, maar het was al te laat, je lippen en oogleden waren blauw en je huid lag wit en strak over je botten heen. Hoewel ik dat helemaal niet wilde, raakte ik je gezicht aan met mijn vingertop. Het was hard en koud, als, weet ik het, een pak vissticks in het vriesvak. Het was zo, zo vreselijk… realistisch.’

 

 1821300-f7b81983c02b638dec59b8357fa11471.jpg
Niña Weijers (Nijmegen, 1987)

Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten