Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 30 januari 2016

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 

 1870911-6959eb86d9c14ac6f63b3f14c0cac69a.jpg
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

 

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit:Vis in bad

“Darwins benadering was uitzonderlijk in een eeuw waarin er nog altijd meer hoogleraarsposten bestonden om de Heilige Geest te doorgronden dan voor de natuurwetenschappen. Zelf kijken, inductief komen tot een hypothese en die, met huis-tuin-en-keukenmiddelen, zo goed mogelijk proberen te toetsen: dat deed Darwin keer op keer. Adrian Desmond en James Moore vertellen in hun rijke Darwinbiografie dat hij stukje bij beetje vorderend, zonder dat er een specifiek eurekamoment valt aan te wijzen, zijn evolutiegedachte ontwikkelde. Soorten waren niet voor eeuwig en onveranderlijk geschapen door de Almachtige, maar evolueerden uit moedersoorten en stierven net zo terloops weer uit als ze waren ontstaan.
De fossielen van reuzenluiaards, reuzengordeldieren en knaagdieren met de afmetingen van een nijlpaard die hij tijdens de tocht met de Beagle in Zuid-Amerika opgroef getuigden daarvan.
Descent with modification noemde hij het proces waarvoor wij nu het woord evolutie gebruiken, ook valt in dat verband de term transmutation regelmatig.
Na jaren van reizen, observeren, piekeren en experimenteren, na het voeren van diepgaande gesprekken met kwekers en uitgebreide correspondenties met naturalists over de hele wereld was hij overtuigd geraakt van het alles bepalende belang van evolutie door natuurlijke selectie. Het ging om een blind proces, de transmutatie van soorten was doelloos. Genesis bleef een indrukwekkende mythe, maar moest voortaan vooral niet meer letterlijk worden genomen.
Voor een Almachtige Schepper was bij het ontstaan van nieuwe biologische soorten geen enkele rol meer weggelegd.”

 

 1870911-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit: Honolulu King

“Hoe heet de man die de gevangeniskat opat? Dat is de vraag en het maakt niet uitwie van de drie vrienden de vraag stelt ofhoe ze op het onderwerp komen. Het draait om de achternaam en niets anders doet ertoe op deze Ienteochtend in toko Hardy.
‘Hij heet Brouwer,’ zegt George. ‘Sure as hell. Samen met zijn makkers vrat hij de kat op, uit noodzaak. Gedreven door honger en wanhoop.’ Onderuitgezakt op de bank kijkt hij zijn twee vrienden aan met zijn typische George-blik. Met zijn eenentachtigjaar en slechte ogen maakt George nog steeds net zo’n zelfverzekerde indruk alsruim een halve eeuw geleden toen ze met de Honolulu Kings vollezalen trokken. Vijflndischejongens met snaarinstrumenten op het podium. al leek George meer op een Afrikaan dan op een indo. In het bijzonder op Nelson Mandela.
‘Volgens mij heette die man niet zo,’ zegt Cok hoestend boven een bak met kipfilet. Hij zit aan tafel en rijgt de blokjes aan satéstokjes.
‘Ik zie hem zo voor me. Een schriel ventje met onwaarschijnlijk grote voeten… Verbeek! Verbeek uit Batavia at de gevangeniskat op! Dat was zijn redding. Dejappen wilden datde gevangenen hun drol inleverden vanwege mijnworm. Maar er viel niets te kakken. omdat ze niets te vreten kregen. Zonder eten geen kak.‘
Tevreden neemt Cok een trekje van zijn kruidensigaret en krult zijn lippen naar buiten waardoor sigarettenrook tussen de spleetjes in zijn kunstgebit ontsnapt. "l’oen heeft Verbeek zijn drol, de resten van die gevangeniskat, onder zijn slapies verdeeld. Want als je niks inleverde. kreegje klappen van de jap."
’

 

 1870911-5c33e9a7e703846c7dfbed1ab9548edc.jpg
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: The Great Fire

“If the man had stood up and walked from the picture, the strong torso would have been seen to dwindle into the stockiness of shortish legs. The son's greater height, not immoderate, came through his mother; his dark eyes also.
All this time, Leith's body had been gathering speed. Putting the book aside, he interested himself in the world at the window: wet town giving way to fields, fields soggily surrendering to landscape. The whole truncated from time to time by an abrupt tunnel or the lash of an incoming train. Body went on ahead; thought hung back. The body could give a good account of itself -- so many cities, villages, countries; so many encounters, such privation and exertion should, in anyone's eyes, constitute achievement. Leith's father had himself flourished the trick of mobility, fretting himself into receptivity and fresh impression. The son was inclined to recall the platform farewells.
He had the shabby little compartment to himself. It was locked, and he had been given a key. It was clean, and the window had been washed. Other sections of the train were crammed with famished, thread bare Japanese. But the victors travelled at their ease, inviolable in their alien uniforms. Ahead and behind, the vanquished overflowed hard benches and soiled corridors: men, women, infants, in the miasma of endurance. In the steam of humanity and the stench from an appalling latrine. Deploring, Aldred Leith was nevertheless grateful for solitude, and spread his belongings on the opposite seat. Having looked awhile at Asia from his window, he brought out a different, heavier book from his canvas bag.”

 

 1870911-33fd1c4e14892e198f5752cdb638904f.jpg
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Uit:Peter Schlemihls wundersame Geschichte

„Wir hatten den Rosenhain erreicht. Die schöne Fanny, wie es schien, die Herrin des Tages, wollte aus Eigensinn einen blühenden Zweig selbst brechen, sie verletzte sich an einem Dorn, und wie von den dunkeln Rosen, floß Purpur auf ihre zarte Hand. Dieses Ereignis brachte die ganze Gesellschaft in Bewegung. Es wurde Englisch Pflaster gesucht. Ein stiller, dünner, hagrer, länglichter, ältlicher Mann, der neben mitging, und den ich noch nicht bemerkt hatte, steckte sogleich die Hand in die knapp anliegende Schoßtasche seines altfränkischen, grautaffentnen Rockes, brachte eine kleine Brieftasche daraus hervor, öffnete sie, und reichte der Dame mit devoter Verbeugung das Verlangte. Sie empfing es ohne Aufmerksamkeit für den Geber und ohne Dank, die Wunde ward verbunden, und man ging weiter den Hügel hinan, von dessen Rücken man die weite Aussicht über das grüne Labyrinth des Parkes nach dem unermeßlichen Ozean genießen wollte.
Der Anblick war wirklich groß und herrlich. Ein lichter Punkt erschien am Horizont zwischen der dunklen Flut und der Bläue des Himmels. »Ein Fernrohr her!« rief John, und noch bevor das auf den Ruf erscheinende Dienervolk in Bewegung kam, hatte der graue Mann, bescheiden sich verneigend, die Hand schon in die Rocktasche gesteckt, daraus einen schönen Dollond hervorgezogen, und es dem Herrn John eingehändigt. Dieser, es sogleich an das Aug bringend, benachrichtigte die Gesellschaft, es sei das Schiff, das gestern ausgelaufen, und das widrige Winde im Angesicht des Hafens zurücke hielten. Das Fernrohr ging von Hand zu Hand, und nicht wieder in die des Eigentümers; ich aber sah verwundert den Mann an, und wußte nicht, wie die große Maschine aus der winzigen Tasche herausgekommen war; es schien aber niemandem aufgefallen zu sein, und man bekümmerte sich nicht mehr um den grauen Mann, als um mich selber.
Erfrischungen wurden gereicht, das seltenste Obst aller Zonen in den kostbarsten Gefäßen. Herr John machte die Honneurs mit leichtem Anstand und richtete da zum zweiten Mal ein Wort an mich: »Essen Sie nur; das haben Sie auf der See nicht gehabt.« Ich verbeugte mich, aber er sah es nicht, er sprach schon mit jemand anderem.“

 1870911-7331dd0529816d3f1297c855aec8c245.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)
Cover Audio-CD

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

The Missing Persons File                  

Love walked in unannounced - just came to call -
Left her coat and left her hat out in the hall,
She poured a glass of wine and found a chair
As if she'd never spent a day or night elsewhere;
Out of sight and out of mind for quite a while;
Then she walks out from the missing persons file.

And she whispered in my ear, so sweet and low,
In a language I can never hope to know;
She kissed me, and she took me by the hand
To a world that I will never understand
Where she showed with her improper sense of style
What this person had been missing for a while.

Just like so long ago, she's back again;
My hormones doing handstands in my brain,
I dream of all I thought I didn't need;
To all that I have learned I pay no heed.
There's reality back there; I'm in denial
Since Love came back from the missing persons file

Love walked in unannounced from who knows where,
Turned my life back upside down, then left me there.
I've a feeling that we've been this way before
And like last time, I won't do this any more.
Independence; that's the best way by a mile;
Love? I'll lose her in the missing persons file.

 

 1870911-48e168f62b2710c136b6229cdeab56b2.jpg
Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Zie ook alle tags voor Karl Gerok op dit blog.

 

Jakobs Traum - I.

Sein Kissen ein Stein und der Himmel sein Zelt,
So schlummert er ein auf dem offenen Feld.

Sein Fuß ist bestaubt vom beschwerlichen Gang,
So müde sein Haupt und sein Herze so bang.

Doch schlummert er kaum und er lächelt entzückt,
Dieweil er im Traum ein Geheimnis erblickt:

Es öffnet der Himmel die goldene Thür,
Draus schwebt ein Gewimmel von Engeln herfür.

Sie schweben hernieder, sie schweben empor,
Sie singen ihm Lieder des Himmels ins Ohr.

Sie neigen mit Lächeln sich über ihn leis,
Mit Palmen zu fächeln die Stirne voll Schweift.

Und oben im Glanze steht strahlend von Licht
Jehovah im Kranze der Engel und spricht:

"Ich schaue hernieder, ich halte die Wacht,
Bis das; ich dich wieder nach Hause gebracht."

"Ich werde dich lenken mit schützender Hand,
Zum Erbe dir schenken dies liebliche Land."

Der Traum ist zerflossen, verronnen die Nacht,
Der Himmel geschlossen, der Schläfer erwacht.

Da färbt sich der Morgen von rosiger Glut,
Vorbei sind die Sorgen und frisch ist sein Mut.

"Der Herr ist am Orte — o heiliger Raum,
Des Himmelreichs Pforte — ich sah sie im Traum!"

"Mein Gott wird mich leiten mit schützender Hand,
Mich segnend begleiten ins ferneste Land."

So wandert er weiter und fürchtet sich nicht,
Die himmlische Leiter noch stets im Gesicht.

Und was er geschauet im Traume der Nacht,
Der Herr, dem er tränet, hat's wirklich gemacht.

Geworden zwei Heere, so kommt er zurück,
Gott giebt er die Ehre für alle sein Glück.

Nicht wert bin ich Armer, so betet er an,
Was Gott, mein Erbarmer, an mir hat gethan.

 

 1870911-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)
Jacobs droom door Bartolomé Esteban Murillo, 1665,

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 14:33 Reageer op dit bericht

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people, "dene," was used as a kind of "we"--the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun--and therefore any act became, at least in conception, a group experience.
It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do's and don'ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste.
I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes; most adults in the community were busy in their smokehouses, preserving and canning August's catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school. In a world of "we," I was an "I," with no essential responsibilities or links outside myself.
Periodically, I glanced from my window at the darkening sky. The twenty-four-hour circuit of day and night, upon which most of Western time is based, expands to a full twelve months in the far north. There is light enough to fish any time in the summer, and so the arbitrary schedules of passing salmon runs rather than a wristwatch dictate when dories should put to sea. The darkness is absolute in winter, underlined by forbidding temperatures that sometimes dip fifty degrees below zero. The short fall season, therefore, is a blend of both fatigue and melancholy, of final consolidation of the summer's gains and of preparation for the severity of approaching weather. It is a bridge of contemplation, of taking stock, and there is no occasion more appropriate for that practice than when the turning of the tide corresponds to the setting or rising of the low sun.”

 

1870899-c62a30dd93de36d405819fd87a9e4a7d.jpg
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Hier met Louise Erdrich

 

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook alle tags voor Barbara Wood op dit blog.

Uit: Butterfly

“It could have been any island in any green sea in the world.  A white villa stood at the top of a sheer cliff, overlooking aquamarine depths and crashing waves.  An eighty-foot yacht rode at anchor, its crew in smart uniforms keeping the boat ready for the whim of the man and woman up on the cliff.  There was an exotic swimming pool behind the white villa; a woman swam in it, reveling in the pure air and silence of her retreat.  A feast had been set out under a gently flapping canopy: bowls of iced caviar, chilled lobster and crab, fruit frosted in sugar, cheeses imported from all over the globe, four kinds of wine standing in coolers.  No one waited in attendance.  The two lovers wanted to be alone.
     She got out of the marble pool, climbing up the curved white steps and going between two Corinthian pillars to where chaise lounges covered in plush velour towels waited in the sun.
     She moved languidly.  She felt hot and sweet and ready for sex.
     She didn’t remove her bathing suit.  He would do that for her.  Instead she stretched out in the heat and settled her eyes upon the television set that stood in the shade of the striped canopy.  It was on.  It was always on.  She was waiting for something.
     A moment later he emerged from the house, the shimmering water of the pool reflected in the lenses of his Ray-Bans.  His long white bathrobe was open; he was naked underneath.  She gazed at him as he walked slowly toward her.  He was tall and lithe, with sinewy muscles and strong thighs; he walked with the stride of an Olympic gold medalist.
     He came alongside her chaise lounge.  She reached up with a lazy hand.  The waves of heat rising mirage-like from the white walls of the villa seemed to melt her bones.  She stirred on the thick towel, relishing the sensation of its creamy plush pile against her bare skin.”

 

 1870899-0473cb50ba57a8b0e28192b541096f5f.jpg
Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook alle tags voor Richard Brautigan op dit blog.

  

The Galilee Hitch-Hiker
Part 1

Baudelaire was
driving a Model A
across Galilee.
He picked up a
hitch-hiker named
Jesus who had
been standing among
a school of fish,
feeding them
pieces of bread.
'Where are you
going?' asked
Jesus, getting
into the front
seat.
'Anywhere, anywhere
out of this world!'
shouted
Baudelaire.
'I'll go with you
as far as
Golgotha,'
said Jesus.
'I have a
concession
at the carnival
there, and I
must not be
late.

 

 

The American Hotel
Part 2

Baudelaire was sitting
in a doorway with a wino
on San Fransisco's skid row.
The wino was a million
years old and could remember
dinosaurs.
Baudelaire and the wino
were drinking Petri Muscatel.
'One must always be drunk,'
said Baudelaire.
'I live in the American Hotel,'
said the wino. 'And I can
remember dinosaurs.'
'Be you drunken ceaselessly,'
said Baudelaire.

 

 1870899-fc14c80ffa73097ea03168079ed2bb9e.jpg
Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)
Portret door  Kenn Davis, 1958



 

De Duitse dichter en schrijver Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hans Erich Nossack op dit blog.

Uit: Spätestens im November

„Der Oberbürgermeister erkundigte sich, was mein Mann zu der Wahl, die die Jury getroffen hätte, gesagt habe und ob er damit einverstanden sei. Ja sehr, antwortete ich, und er finde es großartig, wie alles gemacht sei. Es ging sie nichts an, dass Max sich überhaupt nicht mehr darum gekümmert hatte. Ich glaube, er wusste nicht einmal den Namen. Max hatte andere Dinge im Kopf; wer den Preis kriegte, war ihm nicht wichtig. Nur der Preis selber, und dass er auf seine Anregung gestiftet worden war, darauf legte er großen Wert. Es war eine Reklame für ihn. Oder für die Fabrik.
(…)

"Welch eine Freude, mein verehrter Herr Möncken, dass ich Ihnen noch persönlich die Hand schütteln darf. Ich konnte leider heute Nachmittag bei dem Festakt nicht dabei sein, ich hätte viel darum gegeben. Aber unsereiner ist nicht Herr seiner Zeit. Umso dankbarer bin ich meiner Frau, dass sie Sie hierhergebeten hat. Wirklich, ein großartiger Gedanke von ihr."
"Ich, und das geht den meisten von uns so, wir können es uns einfach nicht leisten, uns ablenken zu lassen. Die Helldegen-Werke zum Beispiel beschäftigen schon heute dreitausend Leute. Mit den Angehörigen wären es also rund zehntausend Menschen, deren Wohl und Wehe davon abhängt, dass bei uns alles klappt.
(…)

"Meine Eltern zum Beispiel, sie lebten so, wie es sein muss. Etwas andres kam gar nicht für sie in Frage. Meine Mutter hat nie auch nur versucht, meinen Vater zu verlassen; es ist komisch, sich so etwas überhaupt nur vorzustellen; sie wird nicht einmal die Sehnsucht gehabt haben. Aber nicht weil sie so glücklich war; glücklich waren meine Eltern nicht. Sie waren auch nicht unglücklich, ich weiß nicht, was sie waren; es war alles so tot und gleichmäßig, heute wie gestern und morgen wieder so und immer so weiter."

 

 1870899-ed366b4c2e80dbd2bea9011ff94f175a.jpg
Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The Misadventures of the New Satan (Vertaald door Christopher Moseley)

“Concerning that house which we built on my crossroads with your loan. You see, Jürka, this house is, so to say, part of the Pit, in as much as it was built with that land-improvement money, and during the time you were the owner of the Pit. And now it’s I who am the owner of the Pit, while you have become the tenant as before. But when you were merely the tenant you wouldn’t have received the loan, and you only got it when you became a property owner. I don’t know what you think about it, but the way I see it is like this: if you’re only a tenant and not the owner could the house which is part of the Pit belong to you? To make my meaning clear, here’s an example: suppose you have an axe and you sell it, would you say that the handle belongs to you after the deal has been made and the money for the axe has been paid you?’
‘I guess not.’
‘The handle, therefore, belongs to the chap who bought the axe, doesn’t it?’
‘I guess so.’
‘We’ve got it all clear then. The Pit is the axe, and the house on the crossroads is the handle, and since I’ve bought the Pit—the axe, in other words, the handle that came with it, meaning the house at the crossroads, also belongs to me.’
‘I see. The Pit was there before the house, of course.’
‘That’s what I say too,’ Ants said in agreement. ‘There was the Pit and then the house appeared—no Pit, no house, because what good is a handle if there’s no axe? . . ."

 

 1870899-0b736f387f07690ee58991d276899a3e.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Borstbeeld in Albu

 

 

De Engelse dichter en schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire. Zie ook alle tags voor Walter Savage Landor op dit blog.

 

Absence

Here, ever since you went abroad,
If there be change no change I see:
I only walk our wonted road,
The road is only walk'd by me.

Yes; I forgot; a change there is--
Was it of that you bade me tell?
I catch at times, at times I miss
The sight, the tone, I know so well.

Only two months since you stood here?
Two shortest months? Then tell me why
Voices are harsher than they were,
And tears are longer ere they dry.

 

 

You smiled, you spoke, and I believed

You smiled, you spoke, and I believed,
By every word and smile deceived.
Another man would hope no more;
Nor hope I what I hoped before:
But let not this last wish be vain;
Deceive, deceive me once again!

 

To sleep

Come, Sleep! but mind ye! if you come without
The little girl that struck me at the rout,
By Jove!
I would not give you half-a-crown
For all your poppy-heads and all your down.

 

 1870899-c9ae42d06424f59987502cd47d73f4ac.jpg
Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)
St. Peter’s Church, Ipsley Court

 

 

De Zwitserse schrijver Franz von Sonnenfeld (eig. Johann Girr) werd op 30 januari 1821 in Witterswil geboren. Zie ook alle tags voor Franz vob Sonnenfeld op dir blog.

Uit: Aus den Schweizerbergen (Der Bezirksschreiber)

„Solche schmerzliche Seufzer regten sich heute in mancher Brust und füllten die Augen mit wehmuthvollen Thränen. Von dem Kirchthurme der kleinen Gemeinde klangen zweitönig die
Glocken über die auf dem Gottesacker versammelten Dorfbewohner. Es war Allerheiligen Der Schluß der Nachmittagsvesper entließ heute die Andächtigen nicht wie gewöhnlich nach Haufe.
Kaum war das feierlich-jubelnde »Magnifikat« zu Ende gesungen, so bereitete man sich zu einer weiteren Feier vor. Im Chor der Kirche wurde ein Katafalk aufgestellt, während inzwischen der Priester und die Ministrauten in der Sakristei ihre hellfarbigen Gewänder mit der Farbe der Trauer vertauschten. Jetzt brannten die Lichter zu beiden Seiten des Katafalksz schwarzgekleidete Frauen kamen still und sittsam dahergetrippelt und zündeten an denselben ihre gelben und weißen Wachsstöcke an. Im veränderten Ornat, die schwarze Stol und die schwarzen Krägen mit Silberborden umrahmt, erscheinen Priester und Ministrauten wieder im Chor der Kirche. Auf die Lobgesange zu Ehren aller Heiligen folgt nun die Todtenvesper in klagenden, bittenden Melodien.
An das gemeinsame Fest aller Heiligen schließt sich die gemeinsame Feier aller Seelen, zuletzt mit einer Prozession auf den Friedhof.
Da knieten uun die Mitglieder der Gemeinde um die zahlreichen Gräber. Die Glocken, als fühlten sie die allgemeine Trauer mit, klangen heute offenbar wehmüthiger als gewöhnlich aus dem hölzernen, rothaugestrichenen Thurme. Und mancher Bursche und manches Mädchen, die sinnend hinaufsahen nach den allbekannten, so traurig tönenden Glocken, bemerkten auch, wie der schlanke Helm des Kirchthurms zitterte und Kreuz und Hahn hinüber und herüberwinkten wie das alternde Haupt eines von Kummer gebeugten Kirchenfürsten.“

 

1870899-8c954aed0a2bfb47f8531553ab1ace0d.jpg
Franz von Sonnenfeld (30 januari 1821 – 5 maart 1888)
Cover



Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten