Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 28 januari 2017

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Domme Julia

domme julia
wat heb je gedaan
je grote oogjes uitgedoofd
je keeltje gestikt
je navel doorboord
je vingers verknipt
je lijfje vermoord
door domme domme gedachten
ik ben hier
wil je dat ik naar jou toe
wil je dat ik opgestegen kom
om je verder te duwen
om je mee te trekken
om je te helpen
om samen te leren vliegen
zonder los te laten
om samen te klinken
twee kamers van hetzelfde hart
ik kom eraan liefste
ik trek mijn zware vleugels aan
en stijg
en stijg
en onderweg zal ik voor jou de sterren tellen
en planeten
water zal sprenkelen uit mijn tenen
tien tenen bewaar ik voor jou
en uit mijn hielen allebei spuit lichtblauw gas
om hoger te geraken tot bij jou
vuil sijpelt uit mijn beide ogen
over mijn beide wangen
en allebei mijn handen vullen zich ermee
en gieten het uit
ver onder mij
dood vuil over dode aarde
ik kom eraan
ik versnel
ik ben al in donkere luchten en roep om jou
ik zie hoe sterren achter mij steken blijven
en langzaam doven
terwijl ik vuur uit mijn duizenden haren pers
dunne buizen over mijn gehele lijf
mijn hoofd brandt voor jou
mijn handen zijn tien pennen van stralend vuur
ik stijg op eigen kracht
dit is niet meer naar boven
ik kom eraan
mijn lichaam smelt
mijn botten ontploffen als hete lucht ontploft uit een moeras
ik straal
voel hoe mijn lichaam barst en knalt
mijn aderen slagaderen capillairen
nerven van licht gestold in licht voor jou
ik ben voor jou veranderd
ik zoek je
ik verlicht je van binnen
ik zoek de randen van je holle lijf
ik zoek je vingers
tien vingers voor mij
ik brand
ik ben hel lichtend in je
voel je mij
ik kom eraan liefste
ik kom eraan

 

 2002380-78507b773d5aadcce319f79afc802ccf.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

Ik herinner me niets

Ik herinner me niets
en zelfs dat niet,
zelfs niet de wereld
en zoals ik de wereld
niets meer te zeggen heb
heeft de wereld mij
op zijn beurt niets meer te zeggen
en toch blijven woorden uit mij stromen
even nutteloos en even belachelijk.
Vergeet die woorden nu
onmiddellijk.
Ik wil door niemand herinnerd worden.
Zelfs niet door mijzelf.

 

 

Uren waren we aan het klimmen

Je vingertoppen op je gezicht en daarna in je ooghoeken
om het vel vaster aan te drukken,

is dat jouw manier van denken?
Wat een prachtige, stille plek.

Hoe moet het verder, denk je. In de vallei klopt ochtendmist
zich boven de rivier op. Verlangen

in iets te verdwijnen
wat er altijd zal zijn.

Het gras is hier zo anders.
Hoe moet het verder met ons? fluister je.

Bloemen met verglaasde kelken.
Ik ga met gespreide armen op sterrenmos liggen.

Hoe zou jij dat noemen, verlangen naar iets moois?
Je schudt je hoofd. Naar iets wat er altijd zal zijn, fluister je.
droom je weg, je pink streelt je mond en ergens

moeten nu verdrietige vormen ontstaan
van glimlach, magnolia, halsbandparkiet. Onverwoestbaar

vanzelfsprekend en onzinnig tegelijk
lijkt de vallei van hierboven.

 

 2002380-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

woher diese beilhoffnung

woher diese beilhoffnung
auf fleisch
das der fessel aufwärts
steigt
ist es die geometrie
der fasern
die äderung
das messer an der sehne
hier löst sich das fleisch
leicht
die zunge ist auch nur ein muskel
zum schreien
überflüssig

 

 

urin urin

urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen
riechst du das nicht
urin urin
und du kriechst
mit dem feuerzeug
auf und ab
dein glück fiel
in eine der fugen
ein krumen in stanniol
woher nimmst du
diese nacht
dein synapsenfeuer
urin urin
fließt nicht ab
zwischen den bordsteinen

 

 2002380-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)
Erfurt

 

 

De Nederlandse schrijver, historicus en jurist Thierry Baudet werd geboren in Heemstede op 28 januari 1983. Zie ook alle tags voor Thierry Baudet op dit blog.

Uit:Voorwaardelijke liefde

- ‘Nog op kantoor?’
‘Ze moest iets afmaken,’ knikte ze. ‘Maar ze kon bijna weg.’ Ze legde haar telefoon omgekeerd op tafel. Kon goed nieuws zijn. Wat langer de tijd met z’n tweeën. ‘We zien haar wel verschijnen.’ Ik fronste mijn wenkbrauwen als Marlon Brando in The Godfather. Komt nonchalant over. Je bent een man, je ziet de wereld aan je voorbij trekken. Ik wenkte de ober en bestelde witte wijn.
‘Weet je Gregor, als ik zie wat voor uren Tessa maakt...’ Madelon rechtte haar rug, haar borsten kwamen wat naar voren. ‘Heerlijk gewoon om nog even student te zijn!’ ‘Je eigen tijd indelen, geen anderen die je agenda bepalen!’ Ze kon doen wat ze wilde, ‘in de ochtend wat langer blijven liggen, met mensen afspreken voor de lunch’ en terwijl ze aan haar scriptie werkte in de ub was dit café haar tweede huiskamer geworden. Ze keek me weer aan. ‘Kun jij je agenda eigenlijk zelf bepalen? Hoe is het in Utrecht?’
- ‘Goed. Erg leuk...’ Ik haalde even adem. ‘Ik kan veel thuis werken, maar Amsterdam-Utrecht is ook goed te doen. De universiteit ligt alleen zo ver uit het centrum. Elke keer die volle bus naar de Uithof...’
‘Je deed onderzoek naar de evolutiepsychologie, toch?’ zei Madelon. ‘We zijn dieren...’ Ze keek me samenzweerderig aan.
- ‘We zijn alles door elkaar,’ lachte ik zo ontspannen mogelijk. ‘Maar wat willen we zijn?’
Een fles en twee glazen kwamen op tafel. De ober haalde een kurkentrekker tevoorschijn en pakte de fles weer op. Ontkurken, inschenken, eerste slok. Wanneer hadden we elkaar voor het laatst gezien?
- ‘Ja, wanneer?’ Madelon draaide met haar ogen. ‘Een paar jaar geleden? Time flies! Heb je Tess in de tussentijd nog gesproken?’

 

 2002380-4c4c564e5a3a0a16ed7e149c9cbc75ea.jpg
Thierry Baudet (Heemstede, 28 januari 1983)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

Sehnsucht

Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.
Wir beide leben in der gleichen Stadt,
Doch unsre Wege kreuzen sich nicht oft.

Und wie der Herbst und dieser Morgen kam
Erschien in hohem Maß mir sonderbar.
Ein trüb verhangner Himmel ohne Störche,
Kein Regenbogen zwischen starken Schauern.

Warum wohl kommt das alte Wort des Heraklit
Mir ausgerechnet heute in den Sinn:
„Den Wachenden ist eine Welt gemeinsam,
Doch jeder Schlafende hat eine Welt für sich.“

In welchen Traum sind wir so tief versunken,
Daß wir daraus nicht mehr erwachen können?
Die Regentropfen pochten auf das Glas
Als jähe Sehnsucht mich nach dir ergriff.

 

 

Wenn meine Erinnerung

Wenn meine Erinnerung, die müde, dann
Wie eine Straßenbahn zu später Mitternacht
Nur noch an wichtigen Stationen hält:
Dich werd ich nicht vergessen!

Erinnern werd ich mich
Des Abends, unendlich schweigsam, deiner Augen,
Des Schluchzens, das erstickt auf meine Schulter sank
Wie fester Schnee.

Nun ist der Abschied da,
Ich gehe fort, und weit.
So ist es oft, nur dass
Des Nachts sich einmal Finger
Mit deinem Haar verflechten,
Die längsten Finger, meine, kilometerlang.

 

Vertaald door Joachim Röhm

 

 2002380-d19f2a6ecda31cd7df30f86329a86338.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten, David Lodge

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

Vers voor de jonge monnik
Aan Pieter en Christine van der Meer de Waleheren.

De meiavond is in de boomgaard gegleden
waar hij de stammen omhelst,
de kruinen vastmeert in aandachtigheid.
Over het gras en de boterbloemen die slapen gaan
- wind-vermoeide kinderen -
in verre blinkende transen, diep heiligdom van de vliedende dag,
kom ik tot U, Heilige Vader Benedictus,
zooals ik U ken uit de verhalen van moeder
en de Vijf schitterende Wonden geslagen in mijn kindsheid.

De doornen dragen bloemkladden uw vlees
vurig-bedropte hagedoorn: het opstandige bloed geperst uit uw witheid
- de roodborstjes schreiden om U in het hout! -
O de wierook van uw gekastijde lichaam
in het midden der heilige zusteren,
de vlam van uw woord
als een Godslamp onder hen.
Het Monasterium blauw op de berg
en de witte duiven
die komen pikken uit uw handen!

Een lieve kameraad, een verre onbekende broeder
legt heden zijn hoofd in uw schoot.
Zo komen er velen en altijd weer:
de rinkelende wereld hebben zij gelaten
voor de stille sneeuw waarin uw voeten staan,
de glinsterende gletsjer Gods,
en de nijpende wind der Armoede
die de mantels vreet van het lijf.

Dat hun naaktheid worde gekleed
met de warme wol van het Lam,
Zijn gulpend bloed tot een lafenis
aan de lippen van hen
die het leven hebben aanvaard van het blad,
dat zich verdorren laat in onderworpenheid
- doorruisend de morgenden en de nachten -
en met zijn broeders te gronde gaat
voor de eeuwige terugkeer van Uw lenten,
Uw veropenbaarde majesteit, Heer,
in groen en gewas over de aarde!

 

 2002376-7b36cc2fdc3a9c049e6c8590289b04d1.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Martí op dit blog.

 

I wish to leave the world

I wish to leave the world
By its natural door;
In my tomb of green leaves
They are to carry me to die.
Do not put me in the dark
To die like a traitor;
I am good, and like a good thing
I will die with my face to the sun

 

 

I'm So Frightfully Unhappy

I'm so frightfully unhappy,
I feel, oh stars, I am dying!:
I want to live, and I'm sighing
A beauteous woman to see.

Like a helmet, her headdress
A beautiful face protects:
Her black hair the light reflects
Like the sword of Damascus.

What of that one?… Well, find all
The world's gall, and then enmesh,
Cover it in so much flesh,
And you have a soul that's all gall!

Well, this one?… What a disgrace!
The creature red slippers wears,
Paints her lips red if she cares,
And puts on a barnished face.

The sorrowful soul then screamed:
Damn you, woman, twice damn you!'
I know not which of the two
The more accursed should be deemed!

 

 2002376-bb0d5311a48d4d6f6ffdf7c962844454.jpg
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)
Portret door Rene Mederos, z.j.

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook alle tags voor Miguel Barnet op dit blog.

Uit: Biography of a Runaway Slave (Vertaald door W. Nick Hil)

“Runaways, there weren’t many. People were afraid of the woods. They said that if some slaves escaped, they would be caught anyway. But for me that idea went around in my head more than any other. I always had the fantasy that I would enjoy being in the forest. And I knew that working in the fields was like living in hell. You couldn’t do anything on your own. Everything depended on the master’s orders.
One day I began to watch the overseer. I had already been studying him. That dog got stuck in my eyes, and I couldn’t get him out. I think he was a Spaniard. I remember that he was tall and never took his hat off. All the blacks had respect for him because one of the whippings he gave could strip the skin off of just about anybody. The thing is, one day I was riled up, and I don’t know what got into me, but I was mad, and just seeing him set me off.
I whistled at him from a distance, and he looked around and then turned his back. That’s when I picked up a rock and threw it at his head. I know it hit him because he shouted for someone to grab me. But he never saw me again because that day I made it into the woods.
I traveled many days without any clear direction. I was sort of lost. I had never left the plantation. I walked uphill and downhill, all around. I know I got to a farm near Siguanea, where I had no choice but to camp. My feet were full of blisters and my hands were swollen. I camped under a tree. I stayed there no more than four or five days. All I had to do was hear the first human voice close by, and I would take off fast. It would have been real shitty if you got caught right after escaping.“


2002376-57d928d9f78a54c861f3167fa349e684.jpg
Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook alle tags voor Hermann Kesten op dit blog.

Uit:Dichter im Café

„Ich habe einen guten Teil meines Lebens im Kaffeehaus verbracht, und ich bedauere es nicht. Das Kaffeehaus ist ein Wartesaal der Poesie. Das Beste am Kaffeehaus ist sein unverbindlicher Charakter. Da bin ich in einer Gesellschaft, und keiner kennt mich. Man redet, und ich brauche nicht zuzuhören. Ich sehe einen nach dem andern an und erkenne alle. Für mich agieren sie wie Komödianten. Wenn mir der erste Beste missfällt, greife ich nach meinem Hut und gehe ins nächste Kaffeehaus.
Zuweilen statte ich mir selber einen Besuch im Kaffeehaus ab. Manchmal gehe ich in ein halbes Dutzend Kaffeehäuser, ehe ich mich finde. Ringsum sind Spiegel mit zahlreichen gespiegelten Spiegeln, ich nicke meinem Bilde zu und sage: Guten Abend, alter Freund!
Wenn ich in Laune bin, ziehe ich mein altes Schulheft und einen Bleistift aus der Tasche, beginne zu schreiben und vergesse alle, die Kellner, die Gäste und mich. Das Kaffeehaus wird mein Parnass. Ich bin Apoll. Ich schlage die Leier.
Oft leiht mir das Kaffeehaus eine geheime Unabhängigkeit. Ich bin der Fremde in einer Stadt, wo jeder jeden kennt. Ich bin der Gast an einem Ort, wo jeder andre zu Hause ist.
Für wenig Geld setze ich mich an einen Tisch, der mir nicht gehört, neben fremde Menschen, die nichts mit mir verbindet, ich nehme einen Schluck oder esse einen Bissen und beobachte das leidenschaftliche Getümmel auf den Straßen und den Gesichtern. Ich sehe in einer Stunde ein
Dutzend Komödien und höre ein Echo von Tragödien, die keiner schreibt.
Ein großer Teil des Lebens hat Platz im Kaffeehaus, von der Liebe zum Tod, vom Spiel zum Geschäft, nur leiht das Café dem großen Publikum die falsche Leichtigkeit eines Balletts. Die meisten Leute gehn ins Café wie auf Urlaub vom täglichen Leben.“

 

 2002376-e91145745b987306f78e257868038f9e.jpg
Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)
Standbeeld bij de stadsbibliotheek van Neurenberg

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook alle tags voor David Lodge op dit blog.

Uit:Changing Places

“All I'm saying is that there is a generation gap, and I think it revolves around this public/private thing. Our generation -- we subscribe to the old liberal doctrine of the inviolate self. I'ts the great tradition of realistic fiction, it's what novels are all about. the private life in the foreground, history a distant rumble of gunfire, somewhere offstage. In Jane Austen not even a rumble. Well, the novel is dying, and us with it. No wonder I could never get anything out of my novel-writing class at Euphoric State. It's an unnatural medium for their experience. Those kids...are living a film, not a novel.”
(…)

“Life was transparent, literature opaque. Life was open, literature a closed system. Life was composed of things, literature of words. Life was what it appeared to be: if you were afraid your plane would crash it was about death, if you were trying to get a girl into bed it was about sex. Literature was never about what it appeared to be about, though in the case of the novel cosiderable ingenuity and perception were needed to crack the code of realistic illusion, which was why he had been professionally attracted to the genre (even the dumbest critic understood that Hamlet wasn't about how the guy wanted to kill his uncle, or the Ancient Mariner about cruelty to animals, but it was surprising how many people thought Jane Austen's novels were about finding Mr Right).”

 

 2002376-c067b87c6382bf8c8c820b934e9ffb19.jpg
David Lodge (Londen, 28 januari 1935) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:25 Reageer op dit bericht

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook ook alle tags voor Manfred Jendryschik op dit blog.

 

Vorm Bahnhof

Iduna / Nova, e’plus – Wahnsinn! Super!
Und Völckers King & Co., ja: Wir vermieten im Alleingang, das
heißt: selbst. Der Krane Glieder greifen in die Nacht
daneben, die Ellenbogenkugellager grellbeleuchtet
(ein großer Glanz von innen). Und aus dem Rohbau
stolpert seine Herrlichkeit Methusalem, der Veteran
des Alkohols, und wirft die Arme auf gleich einer Menschheit
mit einer Kurzhaardame schlurfend die Geleise, worauf
sich Monds Geschling getreu bescheidet, spiegelnd (es
kommt die 11 nun, wie gerufen), so
Leipzigs Pflastermitte mit dem Kosmos knüpfend.

 

 

Für William C.W.*

Der Tisch der Stuhl das Bett der Schrank
das Fenster klein die Herde Blumen
und die Lampe im August ein Blitz
das steht für Sie bereit Herr Williams
der Nagel in der Wand für Ihren Hut
(daneben dieses Bild das machte einer sich
für uns] das Wasserglas und Whisky
Brot das Messer Zigaretten auch
der Türspalt für den Neugierwind:
hier sind vier Wände also die ich geben kann:
das andre Zimmer brauch ich selbst
mit Tisch Stuhl Bett und Ihnen nebenan.

 

* William Carlos Williams

 

 2002371-9f5ed1a439250aa1f38e212a101f3ed4.jpg
Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook alle tags voor Mo Rocca op dit blog.

Uit: All the Presidents' Pets

“But like it or not, Phil was my cameraman, and I needed his cooperation if I was ever going to prove that I was worthy of a meatier assignment. I picked up a copy of the Washington Post I’d been keeping behind the counter. “Hey, Phil, did you know that Amtrak requested $1.82 billion in federal assistance last year?”
Phil didn’t hear me. He was polishing off a pack of peanut M&M’s and staring at the café car TV, which was tuned to CNN.
Earlier that day, President Bush had once again dropped his dog Barney, this time at a gathering of Hispanic businesswomen. (It had happened once before, at an airfield in Waco.) It didn’t seem like a particularly remarkable event—and playing it over and over didn’t make it more so. In fact the only thing that was remotely interesting was the split-second startled look on Bush’s face before he dropped the Scottie. But Phil didn’t notice that.
“Poor doggie,” he whimpered. I tried again to get his attention.
“So anyway, Amtrak requested over $1.8 billion and yet its on-time record continued to decline.”
“And?” Phil snapped without looking at me.
“And that’s pretty outrageous,” I said defensively. “This is the story we should look into.” Phil finally turned to me with a look one-quarter compassionate, three-quarters belittling that read, “You sad deluded clown. You really think they want you to be a real reporter?” But before I could respond, a woman’s voice piped in.
“And yet it’s still faster than the shuttle door to door. How are you, cutie?” My cover was blown, by none other than CBS’s Lesley Stahl, a former network “colleague.”
“Hey, Les,” I said, forcing a casual smile, then remembering it was no use pretending I wasn’t embarrassed. I was wearing a fake mustache."

 

 2002371-b207b19788c966b1db060cd153910fd8.jpg
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Hermann Peter Piwitt op dit bog.

Uit: Die Gärten im März

„Daß ich mir so was doch verkneifen solle, sagte Zange, solche Unternehmen, solche Gefühle. Daß es geradezu unsolidarisch sei, sich an so was zu verzetteln, wo sie selbst oft nicht wüßten, wo die Zeit hernehmen für die Sache. Nein, er sagt nicht bloß >unsolidarisch<, er sagt >objektiv unsolidarisch<, die Chance läßt er mir, mich subjektiv im Recht zu fühlen, - ehrlich, was ich mir davon verspräche? Ponto: ein hoffnungsloser Fall, wem der denn nun wohl nütze, was denn daran wohl noch zu beweisen sei?
Wirklich, ein privatistischer Luxus, sagt Lea.
Immerhin, sage ich, wir waren Freunde.
Gut, sagt Zange, aber ob ich denn wirklich glaubte, daß das ausreiche, daß das irgend jemanden interessiere, wo doch die großen Themen auf der Straße lägen. Löhne, Preise, Mieten, Wohnraumvernichtung Der drohende Abriß der Häuser hier, sagt Zange.
Ja, wen ich überhaupt damit erreichen wolle, sagt Lea.
Ich weiß es nicht, sage ich. Ich weiß nur, daß ich es zu Ende schreiben muß.
Da stehen sie, die beiden, schon in Mänteln. Sind eben aufgestanden, wollen gehen,nun, dann gehen wir wohl besser, da ist ja dann alles gesagt, sagt er, steht auf und schlüpft.“

 2002371-4aa2e5695b65b4f074cab550a3c17b5f.jpg
Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)
Cover

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook alle tags voor Colette op dit blog.

Uit: La vagabonde

"Oh, je peux chercher partout, dans les coins, et sous le lit, il n’y a personne ici, personne que moi. Le grand miroir de ma chambre ne me renvoie plus l’image maquillée d’une bohémienne pour music-hall, il ne reflète… que moi.
Me voilà donc, telle que je suis. Je n’échapperai pas, ce soir, à la rencontre du long miroir, au soliloque cent fois esquivé, accepté, fui, repris et rompu… Hélas, je sens d’avance la vanité de toute dispersion. Ce soir, je n’aurai pas sommeil, et le charme du livre, -oh ! le livre nouveau, le livre tout frais dont le parfum d’encre humide et de papier neuf évoque celui de la houille, des locomotives, des départs !- le charme du livre ne me détournera pas de moi…
Me voilà donc, telle que je suis ! Seule, seule, et pour la vie entière sans doute. Déjà seule ! C’est bien tôt. J’ai franchi, sans m’en croire humiliée, la trentaine ; car ce visage-ci, le mien, ne vaut que par l’expression qui l’anime, et la couleur du regard, et le sourire défiant qui s’y joue, ce que Marinetti appelle ma gaiezza volpina… Renard sans malice, qu’une poule aurait su prendre ! Renard sans convoitise, qui ne se souvient que du piège et de la cage… Renard gai, oui, mais parce que les coins de sa bouche et de ses yeux dessinent un sourire involontaire… Renard las d’avoir dansé, captif, au son de la musique…
C’est pourtant vrai que je ressemble à un renard ! Mais un joli renard fin, ce n’est pas laid, n’est-ce pas ?… Brague dit aussi que j’ai l’air d’un rat, quand je mets ma bouche en pointe, en clignant des paupières pour y voir mieux… Il n’y a pas de quoi me fâcher.
Ah, que je n’aime pas me voir cette bouche découragée et ces épaules veules, et tout ce corps morne qui se repose de travers, sur une seule jambe… Voilà des cheveux pleureurs, défrisés, qu’il faut tout à l’heure brosser longtemps pour leur rendre leur couleur de castor brillant. Voilà des yeux qui gardent un cerne de crayon bleu, et des ongles où le rouge a laissé une ligne douteuse… Je ne m’en tirerai pas à moins de cinquante bonnes minutes de bain et de pansage…"

 

 2002371-8b1df131da2fe5a64f6915789bdf52c8.jpg
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook alle tags voor Christian Felix Weiße opdit blog.

 

Der bescheidne Schäfer

Mein Schäfer, ach! der ist bescheiden!
Er liebt mich, zärtlich liebt er mich!
Der Innbegriff von seinen Freuden,
Sagt er mir öfters, sey nur ich:
Doch bleibt er allezeit bescheiden.

Jüngst ließ die Mutter uns alleine;
Was denkst du, ist alsdenn geschehn?
Da stand er starr, gleich einem Steine,
Guckt in den Hut, und wolte gehn,
Und ach! wir waren ganz alleine!

 

 

An den Schlaf

Komm, süsser Schlaf, erquicke mich!
mein muedes Auge sehnet sich
Der Ruhe zu geniessen,
Komm, sanft es zuzuschliessen.

Wie aber, Freund, o schlössest Du
Von nun an es auf ewig zu,
und diese Augenlider
Sähn nie den Morgen wieder?

So weiss ich, daß ein schöner Licht
Einst meinen Schlummer unterbricht,
Das ewig, ewig glänzet,
Und keine Nacht begrenzet.

 

2002371-2b694c72989a439f1d48ad7964065c4c.jpg
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)
Annaberg

Geschreven door Romenu om 12:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten