Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 11 juni 2011

William Styron, Renée Vivien, Jean-Pierre Chabrol, Sophie van der Stap, Ben Jonson, Romenu

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook mijn blog van 11 juni 2010 en eveneens alle tags voor William Styron op dit blog.


Uit:
Sturz in die Nacht (Darkness Visible: A Memoir of Madness, vertaald door Willy Winkler)


“In Paris, an einem kalten Abend Ende Oktober 1985, wurde mir zum ersten Mal voll bewusst, dass der Kampf mit meiner psychischen Störung – ein Kampf, der mich schon seit einigen Monaten in Anspruch nahm – tödlich ausgehen könnte. Das war mir in dem Augenblick klar, als das Auto, in dem ich saß, eine vom Regen glänzende Straße in der Nähe der ChampsÉlysées hinabfuhr und an einem matt leuchtenden Neonschild mit der Aufschrift HÔTEL WASHINGTON vorbeiglitt. Beinah fünfunddreißig Jahre war es her, seit ich das Hotel gesehen hatte, als es im Frühjahr 1952 für einige Nächte meine erste Unterkunft in Paris gewesen war. Während der ersten Monate meines »Wanderjahrs « war ich im Zug von Kopenhagen nach Paris gekommen und dank der nachdrücklichen Laune eines New Yorker Reisebüroangestellten im Hôtel Washington gelandet.

Damals war das Hotel eine der vielen feuchten, anspruchslosen Herbergen für vorwiegend amerikanische Touristen, die nur über sehr bescheidene Mittel verfügten, dafür aber, wenn

sie wie ich reagierten und zum ersten Mal aufgeregt mit den Franzosen und ihren komischen

Gepflogenheiten in Berührung kamen, nie vergessen würden, wie das exotische Bidet, unverrückbar

an seinem Platz im tristen Schlafzimmer, zusammen mit der Toilette am anderen Ende des schwach beleuchteten Flurs buchstäblich den Abgrund zwischen der gallischen und der angelsächsischen Kultur definierte.

Im Washington war ich allerdings nur kurz geblieben: Innerhalb weniger Tage hatten mich

neugewonnene junge amerikanische Freunde zum Auszug überredet und mich in einem noch schäbigeren, dafür aber bei weitem pittoreskeren Hotel am Montparnasse in nächster Nähe von Le

Dôme und anderen, einem Literaten angemessenen Lokalen untergebracht. (Ich war Mitte zwanzig, hatte soeben meinen ersten Roman veröffentlicht und war eine Berühmtheit, allerdings eine recht bescheidene, weil nur sehr wenige in Paris lebende Amerikaner von meinem Buch gehört, geschweige denn es gelesen hatten.) Und im Lauf der Jahre verschwand das Hôtel Washington

allmählich aus meinem Bewusstsein.”



930891-04850761a86e8ffca12a0740d26d8333.jpg
William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)





De Britse dichteres en schrijfster
Renée Vivien (eig. Pauline Mary Tarn) werd geboren op 11 juni 1877 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 juni 2007 en ook mijn blog van 11 juni 2008 en ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010.


The Touch

The trees have kept some lingering sun in their branches,

Veiled like a woman, evoking another time,

The twilight passes, weeping. My fingers climb,

Trembling, provocative, the line of your haunches.

My ingenious fingers wait when they have found

The petal flesh beneath the robe they part.

How curious, complex, the touch, this subtle art--

As the dream of fragrance, the miracle of sound.

I follow slowly the graceful contours of your hips,

The curves of your shoulders, your neck, your upappeased breasts.

In your white voluptuousness my desire rests,

Swooning, refusing itself the kisses of your lips.



De aanraking


De bomen bewaarden wat zon in hun takken.
Zoals een gesluierde vrouw in een andere tijd,
Verdwijnt de wenende schemering... Mijn vingers
Volgen trillend en uitdagend de lijn van je heupen.

Mijn listige vingers treuzelen als ze onder het kleed
je huiverend vlees voelen, dat zacht is als petaaltjes...
De kunst van het tasten, complex en nieuwsgierig,
Evenaart de droom van parfum, het wonder van klanken.

Ik volg langzaam de contouren van je heupen,
Je schouders, je nek, je onbevredigde borsten.
Mijn kiese begeerte wijst je kussen af;
Ze beroert en bezwijmt in blanke wellust.


Vertaald door Lepus



930891-6b11a6c2d830a770fc2db7ba30c09225.jpg
Renée Vivien (11 juni 1877 – 10 november 1909)





De Franse schrijver
Jean-Pierre Chabrol werd geboren op 11 juni 1925 in Chamborigaud. Zie ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010.

Uit: Clerguemort - Les Rebelles

“Pour monter jusqu’au mas des siens, le Casquillé, Cherchemidi ne voulut pas passer par le village, naturellement. Il l’évita sans réflexion, instinctivement, par une de ces lois naturelles du savoir-vivre montagnard jamais énoncées, jamais apprises, toujours appliquées sans effort, qui demande qu’on se présente d’abord aux siens avant d’aller se présenter, comme il se doit aussi, mais en deuxième temps seulement, aux différentes familles de son village.

L’écrivain de Paris emprunta le sentier, au flanc de la rive droite. La pente était rude, le sentier muletier, taillé dans le rocher, irrégulier, caillouteux ; à l’une des vistes, l’un de ces virages abrupts au tranchant d’une arête d’où l’on a toutes les vues (les vistes) possibles, Cherchemidi fit une pause, pour reprendre souffle, pour contempler son village, à ses pieds.

Clerguemort s’allongeait sur la rive gauche de cette rivière lunatique, du jour au lendemain jaunâtre ou verdâtre, torrentueuse et puis paisible, dévastatrice ou enjôleuse, seulement asservie aux humeurs du Lozère, vieux mont farouche, souverain absolu, pesant de toute sa masse chauve sur le village, trônant là-bas, à main gauche, au bout de la verte et fraîche vallée de Clerguemort

Le rocher en corne, au saillant de la pente, sur lequel Cherchemidi s’était assis, sur la rive droite, surplombait la farouche petite rivière d’une trentaine de mètres. Les toits étaient pour la plupart de ces lourdes pierres plates qu’on nommait lauzes en patois, quelques-uns, plus neufs, étaient en tuiles romaines déjà pâlies par les grands soleils. Vus de ce perchoir, tous les toits de Clerguemort semblaient se toucher.”



930891-b89f28b681511a4ff70c16790d02ce39.jpg
Jean-Pierre Chabrol (11 juni 1925 – 1 december 2001)

Chabrol in 1953




De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010.


Uit:
Een blauwe vlinder zegt gedag

‘Huilen en klagen deed ze niet. Niet in mijn bijzijn. Maar toen ze vertelde over

het samenzijn met haar moeder, zoals het de laatste maanden iedere dag is geweest, gleden de

tranen al op het kussen voor ze er erg in had. Tranen van liefde, verdriet en geluk als ze aan haar

moeder dacht. Die liefde beleefde ze evengoed als ze alleen was. Misschien zelfs nog intenser.

Net zoals haar moeder haar verdriet beter wist te verwerken als ze alleen was dan in gezelschap

met dierbaren.’

(...)

’Misschien kunnen we samen met de doden in die essentie blijven hangen, door in de

dood een vriend te vinden, een onzichtbare hand die ons vooruittrekt en samenbrengt en leert

dat het leven zelf de essentie is, niet onze ambities of onze persoonlijke strijd.’




930891-fb7680d17a93f0444838244e39e1a353.jpg
Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)





De Engelse dichter en schrijver Ben Jonson werd geboren rond 11 juni 1572 in Westminster, Londen. Zie ook mijn blog van 11 juni 2010 en eveneens alle tags voor Ben Jonson op dit blog.



On Poet-Ape

Poor Poet-Ape, that would be thought our chief,

Whose works are e'en the frippery of wit,

From brokage is become so bold a thief,

As we, the robbed, leave rage, and pity it.

At first he made low shifts, would pick and glean,

But the reversion of old plays; now grown

To a little wealth and credit in our scene,

He takes up all, makes each man's wit his own.

And told of this, he slights it. Tut, such crimes

The sluggish, gaping auditor devours;

He marks not whose 'twas first, and after-times

May judge it to be his as well as ours.

Fool, as if half-eyes will not know a fleece

From locks of wool, or shreds from the whole piece!



Aeglamour's Soliloquy

Here she was wont to go, and here, and here,

Just where those daisies, pinks, and violets grow!

The world may find the spring by following her,

For other print her airy steps ne'er left.

Her treading would not bend a blade of grass,

Or shake the downy blow-ball from his stalk.

But like the soft west wind she shot along;

And where she went, the flowers took thickest root,

As she had sowed 'em with her odorous foot.



930891-100e733cb1eef6c63052d9f08a1e73f7.jpg
Ben Jonson (ca. 11 juni 1572 – 6 augustus 1637)



Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Athol Fugard, Yasunari Kawabata, Jules Vallès, George Wither, Barnabe Googe

De Zuidafrikaanse schrijver Harold Athol Lannigan Fugard werd geboren op 11 juni 1932 in Middelburg, Kaapprovincie. Zie ook mijn blog van 11 juni 2007 en ook mijn blog van 11 juni 2008 en ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010

 

Uit:  Hello And Goodbye

 

„Hester: Somewhere else. Your were too young. They pushed me forward. ‘Say goodbye to your Mommie, Hester.’ I said it – but I couldn’t cry. I was dry and hot inside. Ashamed! Of u. Of her, Mommie, for being dead and causing all the fuss. Of him, Daddy, his face cracked like one of our old plates, saying things he never said when she was alive.

And all the uncles and aunties kissing him and patting hin on the back and saying ‘Shame!’ every time they saw you. It was those cousins of his from Despatch, who never ever came to visit us. The whole mob of them, all in black, the little girls in pretty dresses, looking at everything in the house and us looking like poor whites because there wasn’t enough cups to give everybody coffee at the same time. I hated it! I hated Mommie for being dead. I couldn’t cry. I cried later. I don’t know, maybe two days. Everything was over, the relatives gone. He was in bed with shock. The house was quiet like never before. Then there was a knock at the back door. I opened it an it was that coolie who always sold the vegetables, Where’s your Mommie?’ he asked. I couldn’t say anything at first. ‘Girlie, where’s your Mommie?’ then I told him. ‘Dead.’ I just said, ‘Dead’, and started to cry. He took off his hat and stood there watching me until I shouted, ‘Voetsek!” and chased him away – and sad down and cried and cried. Because suddenly I knew she was dead, and what it meant, being dead. It’s goodbye for keeps. She was gone forever. So I cried. There was something I wanted to do, but it was to late.

 

 

 930886-a6e8c8a2fb958c355792bb03d4bf338a.jpg

Athol Fugard (Middelburg (ZA), 11 juni 1932)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasunari Kawabata werd geboren op 11 juni 1899 in Osaka. Zie ook mijn blog van 11 juni 2007 en ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010

 

Uit: Neujahrsglocken (Vertaald door Heinz Haase)

 

“Im Aussichtswagen des Expreßzuges »Hato« der Tokai-do-Linie standen an der einen Fensterseite fünf Drehsessel in einer Reihe. Toshio Oki bemerkte, daß sich der letzte Sessel in dieser Reihe durch die Bewegungen des Zuges geräuschlos hin- und herdrehte. Er starrte gebannt darauf. Die niedrigen Sitze mit Armlehne auf der Seite, wo er saß, waren fest und unbeweglich.

Oki war der einzige Reisende im Aussichtswagen. Tief in seinen Sitz zurückgelehnt, beobachtete er den sich hin- und herdrehenden Sessel auf der anderen Seite. Nicht daß dieser sich immer in dieselbe Richtung mit immer derselben Geschwindigkeit bewegte, er drehte sich mal etwas schneller, mal etwas langsamer, stand zuweilen still und schwenkte dann wieder in die entgegengesetzte Richtung.

Der Anblick dieses einen sich im Aussichtswagen hin- und herdrehenden Sessels weckte ein Gefühl der Einsamkeit in ihm. Die verschiedensten Gedanken gingen ihm durch den Kopf.

Es war der 29. Dezember. Oki war auf dem Weg nach Kyoto, um dort das Neujahrsglockenläuten mitzuerleben. Wie viele Jahre mochte er es wohl schon in der Silvesternacht im Radio gehört haben? Wie viele Jahre gab es diese Sendung schon? Hatte er es überhaupt je versäumt, sie zu hören? Während das Geläut berühmter Glocken alter Tempel aus allen Teilen Japans erklang, sprach der Ansager seinen Kommentar. Da im Verlaufe dieser Sendung das alte Jahr zu Ende ging und das neue anbrach, wurde der Kommentar mit feierlicher und emphatischer Stimme gehalten. Im Ton der in langen Intervallen geläuteten alten buddhistischen Tempelglocken, in ihrem lange nach- schwingenden Ton war das Fließen der Zeit, war der Hauch des alten Japan zu spüren. Nach den Glocken aus Nordjapan klangen gewöhnlich die aus Kyushu, aber immer beendeten die Glocken der Tempel in Kyoto das Neujahrsläuten. In Kyoto gab es so viele Tempel, daß die ineinander übergehenden Töne der Vielzahl von Glocken im Radio manchmal nicht mehr zu unterscheiden waren.”

 

 

930886-155da7a82c23a39ab5f57437a99a02b5.jpg
Yasunari Kawabata (11 juni 1899 — 16 april 1972)

 

 

 


De Franse schrijver
Jules Vallès werd geboren op 11 juni 1832 in Puy-en-Velay, Haute-Loire. Zie ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010

 

Uit: L’Enfant

 

„C'est au coin d'un feu de fagots, sous le manteau d'une vieille cheminée ; ma mère tricote dans un coin ; une cousine à moi, qui sert de bonne dans la maison pauvre, range, sur des planches rongées, quelques assiettes de grosse faïence avec des coqs à crête rouge, et à queue bleue.
Mon père a un couteau à la main et taille un morceau de sapin ; les copeaux tombent jaunes et soyeux comme des brins de rubans. Il me fait un chariot avec des languettes de bois frais. Les roues sont déjà taillées ; ce sont des ronds de pommes de terre avec leur cercle de peau brune qui imite le fer... Le chariot va être fini ; j'attends tout ému et les yeux grands ouverts, quand mon père pousse un cri et lève sa main pleine de sang. Il s'est enfoncé le couteau dans le doigt. Je deviens tout pâle et je m'avance vers lui ; un coup violent m'arrête ; c'est ma mère qui me l'a donné, l'écume aux lèvres, les poings crispés.
« C'est ta faute si ton père s'est fait mal ! »
Et elle me chasse sur l'escalier noir, en me cognant encore le front contre la porte.
Je crie, je demande grâce, et j'appelle mon père : je vois, avec ma terreur d'enfant, sa main qui pend toute hachée ; c'est moi qui en suis cause ! Pourquoi ne me laisse-t-on pas entrer pour savoir ? On me battra après si l'on veut. Je crie, on ne me répond pas. J'entends qu'on remue des carafes, qu'on ouvre un tiroir ; on met des compresses.
« Ce n'est rien », vient me dire ma cousine, en pliant une bande de linge tachée de rouge.
Je sanglote, j'étouffe : ma mère reparaît et me pousse dans le cabinet où je couche, où j'ai peur tous les soirs.
Je puis avoir cinq ans et me croit un parricide.
Ce n'est pas ma faute, pourtant !
Est-ce que j'ai forcé mon père à faire ce chariot ? Est-ce que je n'aurais pas mieux aimé saigner, moi, et qu'il n'eût point mal ?
Oui – et je m'égratigne les mains pour avoir mal aussi.
C'est que maman aime tant mon père ! Voilà pourquoi elle s'est emportée.
On me fait apprendre à lire dans un livre où il y a écrit, en grosses lettres, qu'il faut obéir à ses père et mère : ma mère a bien fait de me battre.“

 

 

 930886-ffaea7695a5508f9e9a006e990cdb36d.jpg

Jules Vallès (11 juni 1832 – 14 februari 1885)

Boekomslag

 

 

 

De Engelse dichter en satiricus George Wither werd geboren op 11 juni 1588 in Bentworth. Zie ook mijn blog van 11 juni 2007 en ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010

 

 

A Widow’s Hymn

 

How near me came the hand of Death,

When at my side he struck my dear,

And took away the precious breath

Which quicken'd my belovèd peer!

How helpless am I thereby made!

By day how grieved, by night how sad!

And now my life's delight is gone,

--Alas! how am I left alone!

 

The voice which I did more esteem

Than music in her sweetest key,

Those eyes which unto me did seem

More comfortable than the day;

Those now by me, as they have been,

Shall never more be heard or seen;

But what I once enjoy'd in them

Shall seem hereafter as a dream.

 

Lord! keep me faithful to the trust

Which my dear spouse reposed in me:

To him now dead preserve me just

In all that should performèd be!

For though our being man and wife

Extendeth only to this life,

Yet neither life nor death should end

The being of a faithful friend.

 

 

 930886-78b18ae46fb5a3f4cf4d856c4f69f005.jpg

George Wither (11 juni 1588 – 2 mei 1667)

 

 

 

 

De Engelse dichter en vertaler Barnabe Googe werd geboren op 11 juni 1540 in Londen of Kent. Zie ook mijn blog van 11 juni 2009 en ook mijn blog van 11 juni 2010

 

 

At Bonneval 

 

O fond Affection,

wounder of my heart,

When wilt thou cease

To breed my ceaseless pain?

When comes the end

of thy my cruel smart?

When shall my force

beat back thy force again?

When shall I say

this restless rage of mine

By reason ruled,

is banished quite away,

And I escaped

these cruel bonds of thine,

O flaming fiend,

that seekest my decay?

Safe thinking I,

Charybdis' rage to fly

On Scylla rock

in Bonneval I die.

 

 

 930886-6db85e6c0d2780b14a6c673e26d2c9f5.jpg

Barnabe Googe (11 juni 1540 – 1594)

16e Eeuwse huizen in Holborn, Londen (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten