Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 januari 2016

P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Zie ook alle tags voor P. F. Thomése op dit blog.

Uit: De onderwaterzwemmer

„De vader en de zoon komen tevoorschijn uit het rijshout en laten hun bleke, met reuzel ingevette lichamen stil als zilvervissen in het duistere water glijden. Stroomopwaarts, in de verte, wordt de onderkant van de nacht al blauw, ze mogen wel opschieten. Hun bundel kleren hebben ze met hun koppelriem op het hoofd gebonden, hun klompen drijvend aan een touwtje achter zich aan. De vader verdwijnt meteen; zonder eerst te waarschuwen laat hij zich opslokken door de rivier. De jongen wil het uitschreeuwen van de kou, die zich met vissentandjes in hem vastbijt, vermant zich bijtijds en laat zich verdoofd door de stroming meevoeren. Zodra ze iets horen, weet hij, richten ze op het geluid. En als er een begint te schieten, gaan ze allemaal los. Ook aan de overkant, waar de bevrijders zitten. Dan ontstaat er een kruisvuur. Vlakbij (maar waar?) hoort hij zijn vader. Hij hoort hijgen – toch? Hij ziet hem niet meer, hij ziet helemaal niets meer. Het kan evengoed zijn eigen hijgen zijn waar hij naar luistert. Het is de eerste keer dat hij mee mag naar de overzijde.
De opdracht, zíjn opdracht. Het gefluister op zijn zolderkamer voor het slapengaan, het oefenen met de bundel kleren, de klompen. En nu gebeurt het echt. De kou snijdt zijn adem af. Hij weet niet zeker of hij zijn lichaam nog voelt. Van steen lijkt hij geworden. Er is een zwaarte die hem naar beneden trekt. Kon hij maar op zijn rug drijven, dan hield hij het langer vol. Drijven en dromen van de overkant. Hij is bang dat hij kopjeonder gaat. Zijn kleren mogen niet nat worden; als dat gebeurt, is hij nog verder van huis. Zwemmen is de enige manier, zegt papa. Roeiboten vallen tegenwoordig veel te gauw op; laatst is er nog eentje onder vuur genomen. Mensen die hij niet kende, vluchtelingen uit de stad. Verzwolgen door de stroom, werd er gezegd. Verder was er niets over bekend. Hij moet het ook leren, de rivier oversteken. Voor het geval dat. Zijn vader vindt hem nu oud genoeg. Voor wat? Om te sterven? Hij hoort hem niet meer, trouwens. Hij is al ver vooruit zeker, het diepste duister in. De zoon moet het nu alleen kunnen. Tussen hem en de bodem is niets. Niets wat hem kan behoeden. Hij weet al niet meer of hij zich boven of onder water bevindt. De klompen, die hij aan een touwtje tussen zijn tanden met zich meetrekt, klotsebotsen steeds tegen zijn hoofd. Boven water dus. Hij hoort ze bonken, voelt ze niet. Hij voelt niets meer. De kou heeft zijn lichaam van hem afgenomen. Het is verleidelijk om je af te laten glijden, weg te zinken in deze ijzige slaap.“

 

 1867836-7988c5f61ba1e2ed41fff8bc763da472.jpg
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

 

 

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Wouter van Heiningen op dit blog.

 

De kortste weg tussen twee punten is een rechte lijn

De grijsblauwe plataanschaduw
zat hem als gegoten
al werd hem driemaal de maat genomen

achter dode namen
weerkaatste de hitte in zijn nek
het verlangen naar de zee
in zijn droge mond

waar is de klei, het zacht wuivend
helmgras, de verkoelende gedachte
aan rijp op de vensters
het krakende ijs zo plat als hier
de grond, vol krassen

de wake aan het wak
van zijn geheugen
rond als de verlepte bloemenkrans
aan zijn voeten

mocht dit van huis gaan zijn
dan liever de warmte
van de paardendeken
in het hooi van zijn jeugd

 

 

Lente

Waar tussen kastanjes en eiken
grondig het hoofd wordt geschud,
een grijze jas afgelegd,
glijden warm voedende stralen binnen
in hoofd en nest

de eerste muggen rond de regenton,
razernij nog in het verschiet
nachten die zich steeds vroeger
prijsgeven aan de ochtendzon

wortels van elastiek die zich vastzetten
in de zwetende klei, op zoek naar ruimte

daar meen ik in de luchtdans van de
pimpelmezen een bijenvolk te herkennen
de vorige zomer indachtig

 

 1867836-5dd267a87890204dca7b9607400e0743.jpeg
Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

 

 

De Franse schrijver Stendhal werd op 23 januari 1783 in Grenoble geboren als Henri Beyle. Zie ook alle tags voor Stendhal op dit blog.

Uit:Le Rouge et le Noir

„ Depuis 1815 il rougit d'être industriel : 1815 l'a fait maire de Verrières. Les murs en terrasse qui soutiennent les diverses parties de ce magnifique jardin, qui, d'étage en étage, descend jusqu'au Doubs, sont aussi la récompense de la science de M. de Rênal dans le commerce du fer.
Ne vous attendez point à trouver en France ces jardins pittoresques qui entourent les villes manufacturières de l'Allemagne, Leipzig, Francfort, Nuremberg, etc. En Franche-Comté, plus on bâtit de murs, plus on hérisse sa propriété de pierres rangées les unes au-dessus des autres, plus on acquiert de droits aux respects de ses voisins. Les jardins de M. de Rênal, remplis de murs, sont encore admirés parce qu'il a acheté, au poids de l'or, certains petits morceaux du terrain qu'ils occupent. Par exemple, cette scie à bois, dont la position singulière sur la rive du Doubs vous a frappé en entrant à Verrières, et où vous avez remarqué le nom de SOREL, écrit en caractères gigantesques sur une planche qui domine le toit, elle occupait, il y a six ans, l'espace sur lequel on élève en ce moment le mur de la quatrième terrasse des jardins de M. de Rênal.
Malgré sa fierté, M. le maire a dû faire bien des démarches auprès du vieux Sorel, paysan dur et entêté ; il a dû lui compter de beaux louis d'or pour obtenir qu'il transportât son usine ailleurs. Quant au ruisseau public qui faisait aller la scie, M. de Rênal, au moyen du crédit dont il jouit à Paris, a obtenu qu'il fût détourné. Cette grâce lui vint après les élections de 182*.
Il a donné à Sorel quatre arpents pour un, à cinq cents pas plus bas sur les bords du Doubs. Et, quoique cette position fût beaucoup plus avantageuse pour son commerce de planches de sapin, le père Sorel, comme on l'appelle depuis qu'il est riche, a eu le secret d'obtenir de l'impatience et de la manie de propriétaire, qui animait son voisin, une somme de 6 000 fr.“

 

 1867836-2d47e0cee4ab383acbdef236550ffb5f.jpg
Stendhal (23 januari 1783 – 23 maart 1842)
Scene uit de film met  Gérard Philipe en Danielle Darrieux, 1964

 

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

Love after Love

De tijd zal komen
dat je, verrukt
jezelf groet thuiskomend
bij je eigen deur, in je eigen spiegel
en elk zal glimlachen om elkanders welkom,
en zeggen, zit hier. Eet.

Je zult de vreemde weer liefhebben
die jezelf was.
Geef wijn. Geef brood.
Geef je hart terug aan zichzelf,
aan de vreemde die van je hield,
heel je leven, die jij negeerde
als een ander, die jou van harte kent.

Haal de liefdesbrieven van de plank
de foto’s, de wanhopige notities,
pel je beeld af van de spiegel.

Zit.
Vier je leven!

 


Blues

Those five or six young guys
lunched on the stoop
that oven-hot summer night
whistled me over. Nice
and friendly. So, I stop.
MacDougal or Christopher
Street in chains of light.

A summer festival. Or some
saint's. I wasn't too far from
home, but not too bright
for a nigger, and not too dark.
I figured we were all
one, wop, nigger, jew,
besides, this wasn't Central Park.
I'm coming on too strong? You figure
right! They beat this yellow nigger
black and blue.

Yeah. During all this, scared
on case one used a knife,
I hung my olive-green, just-bought
sports coat on a fire plug.
I did nothing. They fought
each other, really. Life
gives them a few kcks,
that's all. The spades, the spicks.

My face smashed in, my bloddy mug
pouring, my olive-branch jacket saved
from cuts and tears,
I crawled four flights upstairs.
Sprawled in the gutter, I
remember a few watchers waved
loudly, and one kid's mother shouting
like 'Jackie' or 'Terry,'
'now that's enough!'
It's nothing really.
They don't get enough love.

You know they wouldn't kill
you. Just playing rough,
like young Americans will.
Still it taught me somthing
about love. If it's so tough,
forget it.

 

 1867836-67d4f72b6c6b0973458c46d729268a10.jpg
Derek Walcott (St. Lucia, 23 januari 1930)
Borstbeeld in Castries, Saint Lucia

 

 

De Franse schrijfster en actrice Françoise Dorin werd geboren op 23 januari 1928 in Parijs. Zie ook alle tags voor Françoise Dorin op dit blog.

Uit: Prête-moi ta vie pour t'écrire là-haut

„-J'étais dans la salle, le soir de la générale de presse, et dans les coulisses après la représentation. Je ne t'avais jamais vue autant pleurer !
- Je ne pleure que dans la joie.
- Eh oui ... comme ta mère !
- Et toi, que fais-tu dans la joie ?
- Je la cueille. Je la laisse mûrir ... sur les claies de mon cerveau. Et quand je la juge mûre à point, je la transforme en confiture de souvenirs ... je la garde dans un pot Victor Hugo.
- Un pot Victor Hugo ?
- Oui, un pot signalé dans ma tête par une étiquette où moi seul je peux lire :
Un souvenir heureux est peut-être sur terre
Plus vrai que le bonheur.
(…)

Personnellement, en dehors de toute indulgence filiale, j'ai toujours pensé, selon une expression de ma grand-mère maternelle, que physiquement mon père était "hors des Mon Dieu". C'est-à-dire qu'il n'appartenait pas à la catégorie de ceux dont on dit : "Mon Dieu, qu'il est beau !" Mais pas davantage à la catégorie de ceux dont on dit : "Mon Dieu, qu'il est laid !"
Avec la même idée, dans un autre style, moi je classerais mon père, comme beaucoup d'hommes, dans les "Quasipollon" : entre Quasimodo et Apollon. Comme je classe beaucoup de femmes dans les "Gornus" : entre Gorgone et Vénus.“

 

 1867836-7aea4f85abd9c1325ddd86bc0b582f5f.jpg
Françoise Dorin (Parijs, 23 januari 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:49 Reageer op dit bericht

Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson, João Ubaldo Ribeiro, Christina Viragh, Michel Droit

De Oostenrijkse dichter, schrijver en musicus Gerald Jatzek werd geboren op 23 januari 1956 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Jatzek op dit blog.

 

Die Zeit

Man kann sie nicht riechen,
man kann sie nicht schmecken,
man kann sie einfach
nirgends entdecken.

Man kann sie vergeuden,
man kann sie vergessen.
Doch was man versäumt hat,
kann man nicht messen.

Man kann sie nicht kaufen,
man kann sie nicht borgen.
Man sucht das Gestern,
schon ist es morgen.

Man kann sie gut nutzen
und jemandem schenken,
und wenn man Zeit hat,
an sie denken.

 

 1867834-ffc810b2730701e3aa6974479b03c0cc.jpg
Gerald Jatzek (Wenen, 23 januari 1956)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich von Matthisson werd geboren op 23 januari 1761 in Hohendodeleben bij Magdeburg. Zie ook alle tags voor Friedrich von Matthisson op dit blog.

 

Die Betende

Laura betet! Engelharfen hallen
Tröstung Gottes in ihr krankes Herz,
Und, wie Abels Opferdüfte, wallen
Ihre Seufzer himmelwärts!

Wie sie kniet! in Andacht hingegossen,
Schön wie Raphael die Unschuld malt!
Vom Verklärungsglanze schon umflossen,
Der um Himmelswohner stralt!

O! sie fühlt, im leisen, linden Wehen,
Näher ihres Gottes Gegenwart,
Sieht im Geiste schon die Palmenhöhen,
Wo der Lichtkranz ihrer harrt.

So von Andacht, so von Gottvertrauen
Ihre engelreine Brust geschwellt,
Betend diese Heilige zu schauen,
Ist ein Blik in jene Welt!

 


Wehmut

Sonnenvergoldet flüstert ihr, o Linden!
Von der leiseren Herbstluft sanft umlispelt,
Banges Ahnden nahender Wintertrauer
Mir in die Seele!

Senken nicht diese bunten Rasenblumen,
Einst des buhlenden Sommerwests Gespielen,
Schon dem frühen Tode die Farbenhäupter
Traurend entgegen?

Ach! es wird ihnen, wenn im kalten Grabe,
Unter silbernen Floken, sie nun ruhen,
Bald der allverheerende Nord das grause
Todtenlied heulen!

Traurend durchirr' ich dann die Eisgefilde,
Schaue weinend die Stäte wo sie prangten:
Denn wie sie verblühten auch meiner Jugend
Flüchtige Freuden!

 

 1867834-83ba9c6d8adb56a2f883ec0889de0d38.jpg
Friedrich von Matthisson (23 januari 1761 – 12 maart 1831)
Cover

 

 

De Braziliaanse schrijver João Ubaldo Osório Pimental Ribeiro werd geboren op 23 januari 1941 in Itaparica, Bahia. Zie ook alle tags voor João Ubaldo Ribeiro op dit blog.

Uit: Brasilien, Brasilien (Vertaald door Curt Meyer-Clason en Jacob Deutsch)

„Niemals indessen wurde die erste lnkarnation des Fähnrichs José Francisco Brandäo Calväo richtig festgestellt, der jetzt in der Brise des Walfischkaps steht, kurz bevor die kleinen Stein- und Eisenkugeln ihn an Brust und Kopf treffen, abgeschossen aus den portugiesischen Arkebusen, die sich in Kürze mit der Flut nähern werden. Er wird in der Blüte seiner Jugend sterben, ohne eine Frau erkannt noch irgend etwas Erinnernswertes geleistet zu haben. Sicherlich ruht seine Vorstellungskraft, während er hier die vor seinem Tod wehende Brise genießt, denn er hat nicht genug gelebt, um davon zehren zu können, wie es dagegen bis heute die Hochbetagten in seiner Heimat tun, alle viel zu alt, um auch nur das Geringste noch selbst erleben zu wollen, und nun kauern sie da und phantasieren mit ihren drei Handbreit langen Pfeifen vor sich hin, umringt von den gebannt lauschenden Jüngeren, und lügen das Blaue vom Himmel herunter. Und vielleicht fehlt nur eine Minute, vielleicht weniger, bis die Portugiesen unter der starken Wintersonne in der Baia de Todos os Santos, der Bucht-aller-Heiligen, erscheinen und jene Eisen- und Steinkügelchen über ihn ausschwärmen lassen, die ihn unter großen Schmerzen töten werden: ihm ein Auge durchbohren, ihm die Schädelknochen zertriimmern und ihn in einer Selbstumarmung nach vorne kippen lassen, ohne daß er an seinen Tod auch nur denken kann. Das Bild »Der Fähnrich Brandäo Galväo predigt den Möwen« zeigt auf einem durch die Luft segelnden Blättchen das Datum no. juni i812«; auf der einen Seite ist es vom Schnabel einer Möwe gehalten, auf der anderen von der Spitze einer mit den Farben und Wappenzeichen der Freiheit geschmückten Lanze. Schon tödlich getroffen, raffte er sich hoch, mit dem einen über den Bart herabtriefenden Auge. und predigte den Möwen, die eben noch umhergeschwärmt waren, jetzt aber über den Briggs und Walfischbooten des portugiesischen Kommandanten Trinta Diabos kreisten. Er richtete nicht einen, sondern viele berühmte Sätze an sie, mit bebender, aber stentorhafter Stimme, die seither immer in Hörsälen und Klassenzimmern nachgeahmt wird oder sonst bei offiziellen Anlässen, wo es Reden anzuhören gilt.“

 

 1867834-ea111765ffc47efda8b79301b673fd67.jpg
João Ubaldo Ribeiro (Itaparica, 23 januari 1941)

 

 

De Zwitsers-Hongaarse schrijfster en vertaalster Christina Viragh werd geboren op 23 januari 1953 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Christina Viragh op dit blog.

Uit: Im April

„Heuer, Sechzigerjahre, haben die Stürme des Vorfrühlings jedenfalls gehalten, was sie versprachen, schon am 4. Juni hat man im See baden können, und jetzt, am 11. Juni, sind es 29 Grad. Jeden Tag kann es soweit sein, denkt der Mann, der im Schlafzimmer angezogen auf dem Bett liegt. Sie räumen aus, es ist schon fast alles ausgeräumt. Seine Tochter Mari, der es verboten ist, hinter das Haus zu gehen, steht hinter dem Haus. Sie ist unsichtbar zwischen Möbeln und Kisten, die aus dem Bauernhaus ausgeräumt worden sind. Es sind auch Tiere zum Vorschein gekommen, aus dem Keller ein Schwein, aus dem Schuppen ein Schrankvoll Kaninchen. Der zum Käfig umfunktionierte Schrank ist ein Empire-Stück. Das Schwein ist mit einem Strick an einem der Birnbäume festgebunden und hat die Augen zu. Mari steht vor einer rotlackierten Kiste und fragt eins der Schacherkinder: Was ist da drin? Geht dich einen Scheißdreck an, sagt der älteste Schacherjunge. Im Neubau wird ein Fenster zugemacht, Mari blickt zum zweiten Stock hinauf, aber hinter den Geranienkisten aus Styropor ist das Schlafzimmerfenster, aus unerklärlichen Gründen die einzige Öffnung des Schlafzimmers zum Balkon, immer noch offen. Mari stellt sich etwas abseits, hinter die im Vorfrühling durch die Stürme gefällte kleine Tanne. Er kann mich nicht sehen, denkt sie, aber sie täuscht sich, vorhin hat er sie gesehen, als er vom Bett aufstand und sich ans Fenster stellte. Es schlägt zwölf, das Mittagsgeläut beginnt, Mari geht vom umgefallenen Baum wieder zur roten Kiste. Bekommst du zu Hause nichts zu fressen?“

 

 1867834-6a2f93390760cddb234a18e38160bf28.jpg
Christina Viragh (Boedapest, 23 januari 1953)
Cover

 

 

De Franse schrijver en journalist Michel Droit werd geboren op 23 januari 1923 in Vincennes. Zie ook alle tags voor Michel Droit op dit blog.

Uit: Les clartés du jour

„Une question me brûle les lèvres. En entrant ici, je me demandais si j'aurais l'occasion de la poser. Et puis, l'entretien a pris, d'emblée, un tour tellement différent de celui que j'imaginais. Je tente donc ma chance.
- Avez-vous songé, dimanche soir, à ne pas vous présenter au second tour ?
De Gaulle réfléchit un instant. Il sait bien ce qu'il va répondre. Mais il veut le faire de façon à ne laisser flotter aucune équivoque.
- Oui, j'y ai songé. La vague de tristesse dont je vous ai parlé(1)... Mais les choses ne sont pas encore assez consolidées pour que je m'en aille. Ah, si Mitterrand n'était pas ce qu'il est et ne représentait pas ce qu'il représente ! Tenez, je vais vous confier une anecdote sur lui qui situe le personnage. En 1940, il a été fait prisonnier. Il ne fut pas le seul. Puis, il s'est évadé. Tous ne l'ont pas fait. Donc, jusque-là, très bien. Il est alors arrivé à Vichy où il s'est occupé des prisonniers. Normal. Il a même tellement donné satisfaction à ses employeurs qu'on lui a remis la francisque. Et puis, il a fondé, dans la clandestinité - vous voyez ce que j++e veux dire - le Mouvement national des prisonniers de guerre et déportés. De mieux en mieux. Alors, il est arrivé à Alger, en 1943. Je lui ai dit : "Puisque vous connaissez les questions de prisonniers, vous allez travailler avec Frenay".

 

 1867834-0185749071054c0f03ffc18da7d7fdf0.jpg
Michel Droit (23 januari 1923 – 22 juni 2000)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Jesse Thoor, Hannelore Valencak, Anna Maria Jokl, Franz Rieger, Christian Vulpius

De Duits - Oostenrijkse dichter en schrijver Jesse Thoor (eig. Peter Karl Höfler) werd op 23 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Jesse Thoor op dit blog.

 

Rede von der Anschauung

"Und es kommen die Vögel von den Bergen und aus jeder Richtung.
Und es kommen die Fische mit den hellen Kreuzen auf ihren Rücken.
Und die Sterne mit den verzweigten Augen und mit den weisen Händen.
Und die Monde mit den silbernen Geräten und den höchsten Reden.

Und du bleibst immer bei mir, und du verläßt mich nicht.
Und du wendest mühelos meinen Leib, und du begleitest mich.
Und du läuterst meine Wünsche, und du änderst meine Gedanken.
Und du richtest mich wieder auf, und du beendest meine Not.

Und ich erwäge den Lauf des Regens und den Rat der Sonne.
Und ich rufe deinen Namen laut und vor allen Leuten.
Und ich esse dein Brot, und ich trinke deinen Wein.

Und es kommen deine Wochentage zu mir mit großer Verheißung.
Und es kommen deine vier Boten mitsamt den sieben heiligen Zeichen.
Und dein Wille geschieht zur Zeit. Und geschieht in Ewigkeit."

 

 1867831-015c0b601175fc0dc3f3f16a5849347c.jpg
Jesse Thoor (23 januari 1905 – 15 augustus 1952)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Hannelore Valencak werd geboren op 23 januari 1929 in Leoben-Donawitz. Zie ook alle tags voor Hannelore Valencak op dit blog.

Uit: Das Fenster zum Sommer

"Ich fühlte, wie viel Raum es in mir für die schönen Dinge des Lebens gab. Dieser Raum war schon einmal erfüllt und bewohnt gewesen. Es hatte in mir ein Beet voll Rosen geblüht, ein Birnbaum hatte Flocken abgeschüttet, und allerorten war der Grassamen aufgegangen, sogar auf dem frisch mit Kies bestreuten Weg. Jeden Abend war Joachim heimgekommen, und es gab immer Gründe genug, darüber froh zu sein. Und die vielen schönen Dinge, die wir erlebten, gingen durch offene Türen aus und ein, ..."
(…)

"Jetzt sah ich von oben in die Gärten hinein. Sie hatten nichts herzuzeigen als den Schnee und die zusammengeflickten Hütten. Doch stand es mir frei, sie im Geist mit allerlei Grünem zu schmücken. Ich versagte dem vielen toten Weiß das Recht, sich gegen mich durchzusetzen, und stellte kühn einen Dahlienbusch hinein. Ich ließ Malven, Phlox und allerlei Rosensorten blühen und umspann die Bretterbuden mit wildem Wein. An die Gartenränder kamen Hirtentäschchen, Breitwegerich und Hundskamille. Schon flogen Bienen herbei, um Honig zu suchen. Dann teilte ich an die kleinen Gärten ihre Sonnenblumen aus, so daß jeder wenigstens eine bekam, eine ernste, freundliche Wächterin. Als ich sah, daß es gut war, trat ich vom Fenster zurück ..."
(…)

"Ich hatte keine Angst mehr, den Weg zu verfehlen, jenen Weg, der aus dem Schnee in den Sommer führte. Im Spätwinternebel war ein Geruch nach Gras, nach Lindenhonig und blühenden Vorstadtgärten. Joachim hatte mich nicht im Stich gelassen. Er ging unbeirrt, wenn auch blind, auf unseren Treffpunkt zu, verläßlich und treu, wie er immer gewesen war."

 

1867831-3029bb5b06bd3c7ecf6ead1552fe2fac.jpg
Hannelore Valencak (23 januari 1929 – 9 april 2004)
Cover 

 

 

De Oostenrijk-Israëlische schrijfster, journaliste en psychotherapeute Anna Maria Jokl werd geboren op 23 januari 1911 in Wenen. Zie ook alle tags voor Anna Maria Jokl op dit blog.

Uit: Die Perlmutterfarbe

„Die Gruber -Anhänger aber waren hochmütig und spielten Geheimverband. Sie wollten keine Neuen mit dabei haben.
Dafür aber bestürmten die den langen Gruber, daß sie als »Stolze As« irgend etwas unternehmen wollten. Irgend etwas. Wozu war das sonst alles gut? Sie wollten irgendein Ziel.
Der war ganz der Meinung. Endlich hörte man auf ihn. Endlich war der Maulwurf ausgebootet. Aber wenn weiter nichts geschah, konnte sich das wieder ändern. Einmal den Kampf begonnen, konnte man nicht stehenbleiben, sonst ging es abwärts. Die Macht für einen Tag genügte ihm nicht. Nein, der Maulwurf und die anderen mußten ganz tot gemacht werden. Nur auf seine Stimme sollte man mehr hören in der A.
(....)

„Josef hatte anscheinend gut zugehört in jenen gefährlichen Nachtstunden an der Grenze; und als er – vermutlich ein großer Mann auf dem Schmuggelgebiet – in Prag zu tun hatte, war er zur Französischen Botschaft gegangen, hatte dem Portier gesagt, er sei der Onkel von Anicka, der er herbeigerufen, ins Ohr flüsterte, er käme von mir, worauf sie sofort einging [sic!] und ihm das Manuskript übergab, das er bei nächster Gelegenheit mit über die Grenze schmuggelte. Er wußte, daß ich nichts besaß, um solch Unbelohnbares zu belohnen.”

 

 1867831-6afb618c55da5778dfabbcbb458a12d7.jpg
Anna Maria Jokl (23 januari 1911 - 21 oktober 2001)
Cover 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Rieger werd geboren op 23 januari 1923 in Riedau. Zie ook alle tags voor Franz Rieger op dit blog.

Uit: Strohpferde

„Und sie hielt genau die Reihenfolge der Vorbereitungen ein als Kind -, und die Erregung war geblieben. Damals gab es zwei Rappen. In Breeches, in den eigens für sie angefertigten Stiefeln, winters im gefütterten Kapuzenmäntelchen, sommers in weißer Spitzenbluse, wartete sie oben in der Diele, neben dem großen Spiegel. War sie allein, drehte sie sich vor dem Spiegel, verrenkte die Hüfte, lockerte die Beine; was wußte Papa schon von Vortraining, das die Haltung im Sattel, die Führung der Trense beeinflußte! Hier oben war sie allein, horchte auf die Geräusche unten, Tritte lösten eine Stimme ab, Männerbaß, erstaunte Frauenrufe, Ausdrücke aus Geschäft und Küche, oder es handelte sich um Hunde und Pferde, oder Vater diktierte im Büro. Frau Marianne tippte, und es dauerte nicht lange, so grollte er unsachgemäß oder lachte breit, ein wenig in die Zigarre verliebt.
Sie konnte aus der Stimme wahrsagen, dem Gärtner oder Knecht voraussagen, was Vater in den nächsten Minuten genehm war und was nicht; nur für Frau Marianne konnte sie das nicht; ihr gegenüber war er unsicher, und das gab seiner Stimme einen zwiespältigen Ton. Deshalb mochte sie diese Marianne nicht, war ihr die Gewalt über den Vater leid; denn daß es Gewalt war, das erfaßte sie mit ihren zwölf oder dreizehn Jahren, und: eine schnöde Angelegenheit, versicherte sie ihrem Bild da im Spiegel, Männer beherrschen sei eine schnöde Angelegenheit, - man lacht höchstens über sie, wenn sie vor einem auftrumpfen, blasen wie Pfaue und im Geschoß der Blicke sich verirren.“

 

 1867831-586e266644b09a7c1659b6021e11fef6.jpg
Franz Rieger (23 januari 1923 – 11 juni 2005)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver Christian August Vulpius werd geboren op 23 januari 1762 in Weimar. Zie alle tags voor Christian Vulpius op dit blog.

Uit: Rinaldo Rinaldini der Räuberhauptmann

„Altaverde schlief wirklich gleich ein. Rinaldo ergriff seufzend seine Gitarre, spielte und sang:

Ach! wie war ich sonst so fröhlich
In der Unschuld Blumental!
Kannte keine bangen Sorgen,
Kannte weder Leid noch Qual.
Frohe Unschuld scherzte traulich,
Scherzte hold und sanft mit mir;
Und umgeben mit Verbrechen,
Sitz' ich jetzo klagend hier.

Heiter blickt' ich sonst zum Himmel,
Selbst, wie er, so klar und rein,
Konnte meine sanfte Seele
Seiner Reinheit Spiegel sein.
Und jetzt finster, wie die Nächte,
Die mein Unmut hier durchwacht,
Hat das Laster meine Seele
Dunkler als die Nacht gemacht.

Von mir floh mit bangem Beben,
Von mir wich mein guter Geist.
Ich empfinde, voll Verzweiflung,
Wie die Ruh sich von mir reißt.
Blumenketten sind zerrissen,
Und des Lasters Fessel drückt,
Ach! mit namenlosen Schmerzen
Nieder, was mich sonst beglückt.“

 

 1867831-98fa3d9e296344d1d57258f955003877.jpg
Christian Vulpius (23 januari 1762 – 26 juni 1827)
Scene uit de Duitse tv-serie „Rinaldo Rinaldini“ uit 1968



Geschreven door Romenu om 13:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten