Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 12 september 2017

Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog

 

Wells II

The last Sinhala word I lost
was vatura.
The word for water.
Forest water. The water in a kiss. The tears
I gave to my ayah Rosalin on leaving
the first home of my life.

More water for her than any other
that fled my eyes again
this year, remembering her,
a lost almost-mother in those years
of thirsty love.

No photograph of her, no meeting
since the age of eleven,
not even knowledge of her grave.

Who abandoned who, I wonder now.

 

 

What were the names of the towns

What were the names of the towns
we drove into and through

stunned lost

having drunk our way
up vineyards
and then Hot Springs
boiling out the drunkenness

What were the names
I slept through
my head
on your thigh
hundreds of miles
of blackness entering the car

All this
darkness and stars
but now
under the Napa Valley night
a star arch of dashboard
the ripe grape moon
we are together
and I love this muscle

I love this muscle
that tenses

and joins
the accelerator
to my cheek

 

 

Kissing the stomach

Kissing the stomach
kissing your scarred
skin boat. History
is what you've travelled on
and take with you

We've each had our stomachs
kissed by strangers
to the other

and as for me
I bless everyone
who kissed you here

 

 2072180-7f07b224387757a158126e36b1a91980.jpg
Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor James Frey op dit blog

Uit: My Friend Leonard

“He cheered at the battle of Borodino, and though he admired the Russian tactics, he cursed while Moscow burned. When we're not reading, he carries War and Peace around with him. He sleeps with it at night, cradles it as if it were his child. He says that if he could, he would read it again and again.
I started reading to Porterhouse the day after he hit me with the tray, my second day here. I was walking to my cell and I had a copy of Don Quixote in my hand. As I passed his cell, Porterhouse said come here, I wanna talk to you. I stopped and asked him what he wanted. He said he wanted to know why I was here and why a County Sheriff would give him three cartons of cigarettes to beat my ass. I told him that I had hit a County Sheriff with a car going five miles an hour while I was drunk and high on crack and that I had fought several others when they tried to arrest me. He asked if I had hit the man on purpose. I told him I didn't remember doing it. He laughed. I asked him why he was here and he told me. I did not offer further comment. He asked what the book was and I told him and he asked why I had it and I told him that I liked books. I offered to let him have it when I was done with it and he laughed and said I can't read motherfucker. Fucking book ain't gonna do me no good. I offered to read to him.
He said he'd think about it. A couple of hours later he showed up and sat on my floor. I started reading. He has been here every day since.
At six o'clock, I walk with Porterhouse to dinner, the only meal of the day that I eat. It is usually foul, disgusting, almost inedible. The meat is mush, the bread stale, potatoes like water, vegetables hard as rock. I eat it anyway. Porterhouse eats seconds and thirds and fourths, which he takes from the trays other prisoners. He offers to get food for me, but I decline. When I am finished eating, I sit and I listen to Porterhouse talk about his upcoming trial. Like every other man in here, regardless of what they might say, Porterhouse is guilty of the crimes that he has been accused of committing. He is going to trial because until he is convicted, he will stay here, at county jail, instead of doing his time in state prison.
Jail is a much easier place to live than prison. There is less violence, there are more privileges, most of the prisoners know they are getting out within the next year and want to be left alone. Once they're gone, they don't want to come back. In prison, there are gangs, rapes, drugs, murder.”

 

 2072180-39b8617c593d1ccf0b80e9f6b873f7e8.jpg
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

Padde

Hij is zo mooi, zo droog, zacht leer,
een zaak voor goud, een voor de ouderlingen
op tafel neergelegde wel-
gevulde, dungesleten kerkezak.

De dood is een omhelzing van de wind
waarachter van nature niets dan onbruik
en dor geraamte zich bevindt.

Een pad misschien, hij is zo oud
zijn vleugels zijn vergaan, een plant
als steen teruggevonden, zwart
altaar, hij denkt, hij denkt erover na.

 

 

' s Nachts buiten

Het slapen bezig horen in het water,
de struiken zien door wimpers van de nacht,
naar konijnen tussen bomen staren.

Zij kijken met hun rode oog mij aan.
Het onbegrijpelijke slapen door
de slaap heen overwogen op gevaar.

 

 

Een regenachtige dag

De mensen schuiven stil
op fietsen door de lanen,
een enkele meeuw er boven.
In dorre blaren rent een merel.
Hij luistert, telkens,
de blaren maken leven.
De wind, een oude wind van toen
de mensen die nu dood zijn leefden,
spreidt breed, aanvaardt
al wat hij aanraakt.
Laag hangt de lucht, is overal grijs,
de hemel woont bijna bij ons.

 

 2072180-23f87af2c60d13935cb0e2bee499044b.jpg
Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

Carrickfergus

I was born in Belfast between the mountain and the gantries
To the hooting of lost sirens and the clang of trams:
Thence to Smoky Carrick in County Antrim
Where the bottle-neck harbour collects the mud which jams

The little boats beneath the Norman castle,
The pier shining with lumps of crystal salt;
The Scotch Quarter was a line of residential houses
But the Irish Quarter was a slum for the blind and halt.

The brook ran yellow from the factory stinking of chlorine,
The yarn-milled called its funeral cry at noon;
Our lights looked over the Lough to the lights of Bangor
Under the peacock aura of a drowning moon.

The Norman walled this town against the country
To stop his ears to the yelping of his slave
And built a church in the form of a cross but denoting
The List of Christ on the cross, in the angle of the nave.

I was the rector's son, born to the Anglican order,
Banned for ever from the candles of the Irish poor;
The Chichesters knelt in marble at the end of a transept
With ruffs about their necks, their portion sure.

The war came and a huge camp of soldiers
Grew from the ground in sight of our house with long
Dummies hanging from gibbets for bayonet practice
And the sentry's challenge echoing all day long.

I went to school in Dorset, the world of parents
Contracted into a puppet world of sons
Far from the mill girls, the smell of porter, the salt mines
And the soldiers with their guns.

 

 2072180-e8da042d2c8e719c39773cec8b6d8e87.jpg
Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

Uit: Een krokodil is een zeer eenzaam dier

‘Moet?’
‘Wilt U alstublieft vanavond mijn huiswerk overhoren?’
Het kon haar niets schelen.
Hij keek op zijn horloge, wat nergens op sloeg. Doe toch een broek aan, dacht ze. Ze keek naar de trapleuning, zou wel weer een gemelijke indruk maken. Schiet nou op.
‘Goed.’
Ze rende weer naar beneden. Jas aan. De tas stond al in de vestibule. Ze had nog vijf minuten voor de bus. Als ze rende kon ze 'm halen.
‘Dag’, riep ze naar binnen. Plichtmatig: anders moest ze terugkomen (‘Je hebt me niet goedendag gezegd.’).
Met een klap viel de deur dicht.
Ze zette de tas tussen haar benen. Stille angst dat hij in het bagagerek open zou gaan en de mensen zouden zien wat er in zat. Straks aan Marjolein vragen hoe vaak je moest verwisselen. Al die dingen wist ze nog niet.
De chauffeur had naar haar gekeken. Zouden mensen zoiets aan je kunnen zien? Ze bloosde en keek gauw uit het raampje naar de weilanden naast de weg. Lammetjes bij de schapen. Lente, en ze was voor het eerst ongesteld en ze ging naar Amsterdam. Ze drukte even haar schouders naar binnen, ellebogen tegen haar borsten, om goed het gevoel te voelen. Ze lachte tegen haar spiegelbeeld dat in het raampje op en neer vaagde met de bewegingen van de bus. Wat zou Marjolein wel zeggen. Ze moest niet vergeten binnenkort aan te bieden de was te doen. Kon ze die handdoek van gisteren erbij doen. Vanaf nu zou ze zorgen dat ze genoeg maandverband in huis had.
Als haar vader hem maar niet vond. Niemand verteld, Marjolein zou de eerste zijn. Ze zou de handdoek vanavond beter verstoppen."

 

 2072180-1c6f699805486ffd1364d083874c5ae3.jpg
Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

De Nederlandse columnist, journalist en schrijver Eduard Maurits Elias werd geboren in Amsterdam op 12 september 1900. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Elias op dit blog.

Uit: Een bloemetje

“Ik hoop, dat het niet tegen de maatstaf van Maatstaf is, wanneer ik in eigen huis misschien iets onaardigs zeg met de bedoeling, iets aardigs te zeggen: van alles wat de laatste twee jaargangen bevatten, waren de stukken van Annie Salomons mij ver-uit het liefst.
Misschien dat ik niet letterkundig-rijp genoeg ben, of dat ik, dood-eenvoudig-menselijk, te ongeduldig ben om mijn gedachten bij de essayistiek van Rodenko of Straat te houden. Ik weet van de, voor mij, onbegrijpelijk-uitgebreide en diepe ontwikkeling dezer heren, waardoor zij [ook al ben ik ervan overtuigd dat dit hun zó-een-zorg zal wezen] op mijn bewondering-bij-voorbaat mogen rekenen. Dit impliceert dat, 't zij onbeschaamd erkend, mijn ontwikkeling niet groot genoeg is om de hunne op haar adelaarsvlucht steeds te volgen. Dikwijls moet ik, ditmaal wèl beschaamd, erkennen dat ik hen, [letterlijk: domweg] niet begrijp en dat ik daarom na enige bladzijden de ijdelheid mijner pogingen aan mij zelf moet erkennen. Ook de vele bladzijden ingeruimd voor de polemiek Verspoor contra Brandt Corstius en vice versa waren mij te machtig. Ik moest, onwillig, in beiden mijn superieuren erkennen en bleef daarbij steken in de stof.
Ik maak deze opmerking, onbetamelijk jegens Maatstaf en de vier heren voornoemd; beschamend voor mijzelf, niet om pralend de ‘gewone man’ uit te hangen, hetgeen altijd een kwalijke vorm van snobisme is, maar omdat ik haar nodig heb om het hoofd-argument voor mijn bewondering voor Annie Salomons' memoires te plaatsen: de meesterlijke eenvoud van hun stijl. De klare doorzichtigheid van dit onliterair proza, zijn oprechtheid, maakten dat in deze opstellen dikwijls een poëzie, of althans: een poëtische aandoenlijkheid, aan de dag treedt, die, naar mijn overtuiging, dit non-fictionproza - laat ik mij zo ruw mogelijk uitdrukken: deze journalistiek - tot de ware letterkunde bestempelt.”

 

 2072180-62ae9b24cc09d6c80c3c98c9740bbaa7.jpg
Eduard Elias (12 september 1900 — 14 januari 1967)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter en hoogleraar Jan Willem (Wim) Schulte Nordholt werd geboren in Zwolle op 12 september 1920. Zie ook alle tags voor Jan Willem Schulte Nordholt op dit blog.

 

Geschiedenis

De wereld en haar pijn is het verhaal,
dat loopt al op een rekening van eeuwen.
De toren valt maar 't blijft dezelfde taal,
waarmee de mensen fluisteren en schreeuwen,
waarmee de honger opstijgt uit het hart,
de sterke stem van liederen en klokken,
dezelfde woordenstroom waarmee het zwart
verraad des doods aan 't leven wordt voltrokken.

Wat doet men dan? Alsof het Hem aangaat
roepen tot God die ons het leven laat
sinds Babylon en sinds de pyramiden?
Of gaat men als een andere Candide,
binnen het donker waar de dood in staat,
in de eigen tuin zich een plek zonlicht wieden?

 

 

Herfst

Het licht is helder, het geluid
straalt seinen van herkenning uit
uit hemelen van heerlijkheid
die overlopen in de tijd,

die openbreken blauw en goud
met rode vlammen in het hout,
en in het hart een warme toon
om wat moet sterven groot en schoon.

Een ruiter is het hart, het gaat
zo trots de sterfelijke straat,
en licht voor dezen dood de hoed,
voor wien het eenmaal buigen moet.

 

 2072180-2a5e3d6d41baa8dd9a7b9e92edb26da5.jpg
Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 - 16 augustus 1995)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010.

 

Feierabend

Vogellos flirrte der Sommertag
über dem Hang. Die Landstraße kurvt
um die Hütte.

Ruhig in seinem Schatten
steht der Bauer als Baum verkrümmt
zwischen den Bäumen.

In seiner Stube wächst
Gras. Bröckeln die Wände. Dürers
abgeschnittene Hände
beten.

 

 

So bei Licht besehen

Alle Farben enthält des
Wassers schillernde
Klarheit
Himmels- und schwerpunkt-
sicher bewegt es sich
frei
in seiner scheinbaren
Haltlosigkeit

Lichtverschwistert über-
brückt es
nicht nur im Regenbogen
spielend

Erde und Himmel

 

 2072180-a4329a78800d5c94b80e03c4199fa0c4.jpg
Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Zie ook alle tags voor Gust Van Brussel op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010

 

DE MORGEN sijpelt wat citroen
op de oesters van mijn ogen
ik voel de nacht in mij verdrogen
de wereld wordt weer blauw en groen

rondom mij de oceaan
van mijn duizend handen
op de kurken stranden
spoelen ligstoelen aan

naar het verboden licht
klim ik langs graten van de dag
het oceaanschuim slaat een slag
groene rimpels over je gezicht

door de ramen van het restaurant
drijven schimmen en nimfen voorbij
je stoel met je handtasje zwemt naar mij
ergens wordt een lijk verbrand

 

 

Venus

De late winden van september
zuigen het kustzand
de zeegolven worden verkleurd naar grauw
een speedwagen draaft over de baren
een valscherm achteraan
waarin een mens zichzelf vlucht
zijn ego zwelt zoals de wolken
Venus stapt uit haar schelp

 

 2072180-5e735244252dbdf0301c818c10dc5346.jpg
Gust Van Brussel (12 september 1924 - 20 mei 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

Constantijn Huygens-prijs 2017 voor Hans Tentije

Gisteravond werd de Constantijn Huygens-prijs toegekend aan dichter en schrijver Hans Tentije. De oeuvreprijs van 12 duizend euro wordt op 21 januari 2018 uitgereikt aan de 72-jarige Tentije voor zijn zestien dichtbundels en roman “De innerlijke bioscoop”. Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Zie ook alle tags voor Hans Tentije op dit blog.

 

Orvieto

Een slingerende weg en haarspeldscherpe
lussen tillen langs brokkelige, overgroeide weringen
het tufstenen plateau hoger en hoger, tot voor de poorten
van een later in de middag weer ontwaakte stad

voor de kathedraal sluit je vol ongeloof
je ogen even en over je oogleden strijkt zijn schittering
het goud van een heel verleden uit

getemperd, wijngeel licht valt
door wat marmeren triten lijken, met een nervatuur
van verkoolde bliksemschichten, van eeuwen terug geronnen
levenslopen, van vloedlijnen, opgestuwd
en onderaards nagolvend bloed dat in gebergten
strandde, zich daar begroef -

iemand brengt een grafstuk, vol overdadig
groen en aronskelken, naar de zijkapel, waar hardop, iets
te loslippig bidden zelfs verboden is

een lijkwagen draait met hangende vaantjes
het domplein op, verspilt zijn enorme motorvermogen
aan het vervoer van een simpele kist, het requiem
zal dadelijk worden opgedragen

vier pilasters laten, door druivenranken
en acanthusblad omlijst, een reeks uitgehouwen
bijbelse taferelen zien - bij de jongste dag zoek je je gezicht
tussen dat van de vele, vele verdoemden -
je vindt het niet, vooralsnog

 

 

l’Arbre de Jesse
Georges Braque – Kerkraam te Varengeville

Zoals het volmaakte het gebrekkige
nog gebrekkiger, erbarmelijker maakt, zo armzalig
voel je je naast het hoog op het krijt staande
zeekerkje van Varengeville
 
bijtende westenwinden hebben het klokkentouw gerafeld
en zout zet zich op de naar de afgrond
hellende grafstenen af, gebeier stort zich driest
over golven en rotskust uit en roept onweersluchten
aan en eenzame opvarenden –
 
gebrandschilderd, versplinterd valt de zon
op de plavuisgrauwe, zerkstenen vloer en stuwt
takken, mossen, bladeren, vogelnesten
naar het punt waar doorschijnende vingertoppen gothisch
bij elkaar komen en het allerbinnenste
zich met het buitenste vervlecht
 
met maangestalten, de oceaan
in al zijn schakeringen, met inzegeningen
en eerste communies, met het op drift
geraakte en het geborgene, het wisselend getij
 
een rijsje, uit een afgehouwen tronk
voortgekomen, een boom die, aan zichzelf ontgroeid
uit zijn omlijsting wil breken om het lood
van jaren van zich af te schudden en zijn kruin
tot de hemel te laten reiken –
 
zou je door dit glas heen ‘s avonds
de lichten van het reuzenrad, de schiettenten, het casino
kunnen zien, het getwinkel, daar, heel
in de verte, in Dieppe?
 
onbereikbare smalle stroken zand
tussen de golfslag en de steile kliffen, poreus
afbrokkelend krijt waarmee niet te schrijven is, de vloed
die ondermijnt en ontwortelt en tekeergaat
in de brandingsnissen en verstikt soms meehuilt
tijdens de engelenmissen
 
de zee beneden je, als keek je
door Braques glasscherven voor het eerst
naar zulke breekbare, onbestaanbare
tinten blauw en grijs
 
het sluike drenkelingenhaar van de wieren
wenkt de schaduwen die vergeefs tegen de dwarsstroom
proberen op te zwemmen, terwijl stenen
vonken in de diepte en een oorverdovend geruis
de schelpen, schelpenbanken spoelt
 
het kerkhofgrint is onberispelijk aangeharkt –

 

 2071997-5fffc0c69eb7fbd1efe29e0d052eb1fb.jpg
Hans Tentije (Beverwijk, 23 december 1944)

Geschreven door Romenu om 08:05 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten