Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 28 juli 2016

Dolce far niente, Hermann Hesse, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

 

Dolce far niente

 

 1940035-146b71682bd0f81669e6979d856bcc5f.jpg
Het Damrak te Amsterdam door George Hendrik Breitner, ca. 1903

 

 

Regen

Lauer Regen, Sommerregen
Rauscht von Büschen, rauscht von Bäumen.
O wie gut und voller Segen,
Einmal wieder satt zu träumen!

War so lang im Hellen draussen,
Ungewohnt ist mir dies Wogen:
In der eignen Seele hausen,
Nirgends fremdwärts hingezogen.

Nichts begehr ich, nichts verlang ich,
Summe leise Kindertöne,
Und verwundert heim gelang ich
In der Träume warme Schöne.

Herz, wie bist du wund gerissen
Und wie selig, blind zu wühlen,
Nichts zu denken, nichts zu wissen,
Nur zu atmen und zu fühlen!

 

 1940035-2f78a1a51ca0eb6e452e25ac838abe3e.JPG
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Nikolausbrücke in Calw. Hermann Hesse werd in Calw geboren.

 

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Nogmaals ik zie wat ik zie

Nogmaals
ik zie wat ik zie.

nee dat is niet veel.
Elke dag vraag i me af of het wel genoeg is
maar ook dat hoort bij het zien
vermoed ik.

Tastbaarheden als een huis
een vuilnisbak schoorstenen boom
bakfiets een boot een spinneweb

Letters op papier
en wat ik zie als ik mijn ogen dichtknijp
de vlammen die mij inslaan.

Meer dingen tussen hemel en aarde dan ik zie
zijn er niet
anders zou ik ze wel zien.

Kom nu jongen
niet zo simpel.

 

 

Zeemansliedje

Toen ik klein was
droeg ik een matrozenpakje
mijn moeder nam me mee
naar de vijver in het bos
daar aan een touwtje
liet ik mijn zeilboot varen
de bomen ruisten
de wind kwam van zee

nu is het vele havens later
en mijn moeder dood
nooit vond ik meer
zo'n veilige ree

 

 

De witte roos

Het was laat in het jaar
ach eigenlijk bedoel ik eind november
de negenentwintigste als ik het wel heb
zo om een uur of vier in de middag
(op de minuut af weten is moeilijk
zowel van tevoren als achteraf
slechts tijdens had het gekund
maar ik lette niet op de tijd)
toen van de witte roos
het laatste blaadje losliet
en neerwaarts warrelde
donkerende grond tegemoet

 

 1940035-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Affiche

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook alle tags voor Malcolm Lowry op dit blog.

Uit: Under the Volcano

« Careless of his tennis clothes, M. Laruelle climbed the embankment. Yet he was right, he told himself, as reaching the top he paused for breath, right, after the Consul had been "discovered" (though meantime the grotesquely pathetic situation had developed where there was not, on probably the first occasion when one had been so urgently needed, a British Consul in Quauhnahuac to appeal to), right in insisting Hugh should waive all conventional scruples and take every advantage of the curious reluctance of the "police" to hold him--their anxiety, it all but appeared, to be rid of him just when it seemed highly logical they should detain him as a witness, at least in one aspect of what now at a distance one could almost refer to as the "case"--and at the earliest possible moment join that ship providentially awaiting him at Vera Cruz. M. Laruelle looked back at the station; Hugh left a gap. In a sense he had decamped with the last of his illusions. For Hugh, at twenty-nine, still dreamed, even then, of changing the world (there was no other way of saying this) through his actions--just as Laruelle, at forty-two, had still then not quite given up hope of changing it through the great films he proposed somehow to make. But today these dreams seemed absurd and presumptuous. After all he had made great films as great films went in the past. And so far as he knew they had not changed the world in the slightest. However he had acquired a certain identity with Hugh. Like Hugh he was going to Vera Cruz; and like Hugh too, he did not know if his ship would ever reach port...
M. Laruelle's way led through half-cultivated fields bordered by narrow grass paths, trodden by cactus farmers coming home from work. It was thus far a favourite walk, though not taken since before the rains. The leaves of cacti attracted with their freshness; green trees shot by evening sunlight might have been weeping willows tossing in the gusty wind which had sprung up; a lake of yellow sunlight appeared in the distance below pretty hills like loaves. But there was something baleful now about the evening. Black clouds plunged up to the south.”

 

 1940035-1ff0822d7e3f551d53167deade17478b.jpg
Malcolm Lowry (28 juli 1909 - 26 juni 1957)
Scene uit de film van John Huston (1984) met Jacqueline Bisset (Yvonne) en Anthony Andrews (Hugh)

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook alle tags voor Gerard Manley Hopkins op dit blog.

 

For a Picture of St. Dorothea

I BEAR a basket lined with grass; 
I am so light, I am so fair, 
That men must wonder as I pass 
And at the basket that I bear, 
Where in a newly-drawn green litter        
Sweet flowers I carry,—sweets for bitter. 
 
Lilies I shew you, lilies none, 
None in Caesar’s gardens blow,— 
And a quince in hand,—not one 
Is set upon your boughs below;        
Not set, because their buds not spring; 
Spring not, ’cause world is wintering. 
 
But these were found in the East and South 
Where Winter is the clime forgot.— 
The dewdrop on the larkspur’s mouth        
O should it then be quench`d not? 
In starry water-meads they drew 
These drops: which be they? stars or dew? 
 
Had she a quince in hand? Yet gaze: 
Rather it is the sizing moon.        
Lo, linkèd heavens with milky ways! 
That was her larkspur row.—So soon? 
Sphered so fast, sweet soul?—We see 
Nor fruit, nor flowers, nor Dorothy.

 

 

The Lantern out of Doors

SOMETIMES a lantern moves along the night,
That interests our eyes. And who goes there?
I think; where from and bound, I wonder, where,
With, all down darkness wide, his wading light?

Men go by me whom either beauty bright
In mould or mind or what not else makes rare:
They rain against our much-thick and marsh air
Rich beams, till death or distance buys them quite.

Death or distance soon consumes them: wind
What most I may eye after, be in at the end
I cannot, and out of sight is out of mind.

Christ minds: Christ’s interest, what to avow or amend
There, éyes them, heart wánts, care haúnts, foot fóllows kínd,
Their ránsom, théir rescue, ánd first, fást, last friénd.

 

 1940035-bfadb8b1077994e6c662b93ce7318d49.jpg
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889) 
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook alle tags voor Stephan Sanders op dit blog.

Uit:Crisis van links: wij zijn nu allemaal een minderheid (Column)

“Laat ik een voorbeeld geven van zo’n revolutietje dat zich pas geleden nog afspeelde in Amsterdam. Op de late ochtend van 23 maart liep ik even het bezette Maagdenhuis binnen. Ik werd begroet door drie gekleurde baliemedewerkers, alle drie in dienst, niet van de revolutie maar van de Universiteit van Amsterdam. Zij zorgden ervoor dat op dat moment zo’n dertig studenten, blank, zich redelijk onbezorgd-revolutionair konden ophouden in het bestuurscentrum.
De sfeer was vriendelijk, welwillend, een beetje slaperig nog. Ik zag dat er in ‘kleine groepjes uiteen was gegaan’ naar verschillende kamers, en realiseerde me toen pas dat de groep actievoerders een zeer miniem deel uitmaakt van de hele Amsterdamse studentenpopulatie. Een minderheid die sprak namens zwijgende meerderheden? Of toch: een minderheid die vooral zichzelf vertegenwoordigt? Wie ijvert voor democratisering, kan moeilijk al die saaie, niet-activistische studenten afdoen als onbelangrijke ballast.
In de hal had een jongeman geprobeerd zich zo comfortabel mogelijk te nestelen in een niet zo comfortabele kantoorstoel, zijn benen rustten op een toegeschoven bierkratje. Hij keek niet op of om want hij las een boek van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. Dat vond ik grappig, want kennelijk was de theorie van de revolutie voor hem belangrijker dan de revolutie zelf, die daar en toen aan de gang was. Even verderop kwam ik twee jonge studentes tegen, ze zaten op een matras als vluchtelingen op een vlot. Ze vertelden dat ze hier al die tijd gelegen, gezeten en geslapen hadden en alleen met grote tegenzin dit beschermde gebied van vier vierkante meter kapok verlieten.”

 

 1940035-c386c225ba17f5ede6f9e6174e993e36.jpg
Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2013 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Herman Stevens

De Nederlandse schrijver, literair criticus en columnist Herman Stevens werd geboren in Rotterdam op 28 juli 1955. In de jaren tachtig studeerde hij klassieke talen in Leiden, waar hij met een studiegenoot tussen 1983 en 1986 het literaire tijdschriftje “Wildgroei“ leidde, waarin onder meer vroege gedichten van Joost Zwagerman en Piet Gerbrandy verschenen. Vanaf 1985 schreef Herman Stevens in De Revisor en Maatstaf. De dag na zijn afstuderen begon Stevens aan zijn debuutroman “Mindere goden” die in april 1990 door De Arbeiderspers werd uitgegeven. Aan het eind van het jaar werd “Mindere goden” bekroond met de Anton Wachterprijs. Toen Stevens’ tweede roman “Een schone slaap” in oktober 1991 uitkwam, zat de schrijver in Amerika, als writer-in-residence aan de universiteit van Michigan. Tot eind 1996 zou hij veel tijd in Amerika doorbrengen. In 1997 verscheen bij Prometheus Stevens’ afscheid van Amerika, de roman “Het vrouwelijk halfrond”. Intussen schreef Stevens geregeld over Engelstalige literatuur in Het Parool en HP De Tijd. In NRC Handelsblad en De Volkskrant schreef Stevens columns over de toenemende vercommercialisering van de Nederlandse literatuur, lang voor het woord 'bestselleritis' gemeengoed was geworden. In 2001 verscheen Stevens' Rotterdamse roman “Gouden bergen”, waarin de desillusie met het materialisme van de jaren negentig wordt belichaamd in de cynische loner Leo Donker. In 2004 herzag Stevens zijn debuutroman “Mindere goden”. In januari 2007 verscheen “Moederziel”, een roman die zich opnieuw grotendeels in Rotterdam afspeelt, beginnend in het revoltejaar 1968. In mei 2010 verscheen “Vaderland”, een roman over een wijnschrijver die rond zijn vijftigste nog vader wordt, waarna zijn huwelijk strandt. In deze roman keren twee vrouwelijke personages uit eerder werk van Stevens terug, vele jaren ouder. In september 2012 verscheen Stevens' zevende roman “Gloriejaren”, een literaire avonturenroman over een groepje jongeren dat eind jaren zeventig van school komt. Opnieuw is het thema verloren illusies, maar ditmaal is de helft van het boek geschreven vanuit het oogpunt van een jonge vrouw.

Uit: Gloriejaren

“Tegen middernacht klom Erik op een tafel om een speech te houden, net als de vorige avond, en de avond daarvoor. Het was elke keer dezelfde speech, hij werd alleen steeds langer, en als Erik iets vergat, was er wel iemand die hem hielp. In de krant had een artikel gestaan over de generatie die nu van school kwam. Een generatie zonder toekomst. De economie was ingezakt, het ging nog jaren duren voor er weer banen waren en de wereld werd nooit meer hetzelfde. Een uitkering was eigenlijk het beste waar een achttienjarige op kon hopen. Of een studiebeurs. Het hoogtepunt van de speech was iedere keer hetzelfde. Erik vouwde het krantenknipsel open, met een foto van een verregende fietsenstalling die het lot van hun generatie moest verbeelden. Wilden zij een toekomst? Iedereen riep hard van nee. Alleen sukkels waren met hun toekomst bezig. Wat Erik wilde was een verleden. Dat waren de gloriejaren. “
(…)

“De volgende ochtend werd hij leeg wakker. Hij had onder water kunnen liggen en het had niets uitgemaakt. Niemand zat op hem te wachten. zijn leven was leeg. Zijn werk was leeg. Het was een trucje. Hij moest zo langzamerhand voor klanten bedanken omdat er te veel waren. Iedereen moest op het internet. Anders bestond je niet. Alleen daaraan zag je al dat het niets voorstelde. Het was allemaal namaak. Hij was namaak. Zelfs zakkenrollers maakten hun handen niet aan hem vuil. Nog even en er zaten drie nullen in het jaar en ging het hele internet onderuit, hackers namen het universum over en als het ooit nog goed kwam, was het tijd voor een nieuwe generatie. Wiels dagen waren geteld.”

 

 1963391-dabd8e17d59a2a70adc96d66207196c7.jpg
Herman Stevens (Rotterdam, 28 juli 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten