Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 september 2016

Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers, Doris Mühringer, William March, Jayne-Ann Igel, Jan Mens

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

I Think of You (Fragment)

I think of you
revolving through life
at 78 rpm
so scruffy
that the days no longer fit you
any more than the little anoraks
from our times at the swings
I think of you
amongst the brown sugardrops of memories
which I admit are often black as liquorice
of you
when the sandpit was hollywood
and the little plastic cars in the solemnity of a dream
drove us into the smart homes
from glossy magazine advertisements
that the dentist kept in his waiting-room
I owned
the orange villa on snob hill

I think of you
when we walked the beach
shyly looking at the used condoms
the broken ships
that would never sail again
on their oceanic bummers
and were at best
a refuge of smugglers
and acne-faced boys who wanked
in the rusty holds
mentally getting their first bit
and manky planks
and the yellow mental asylum
and the green island
where the monastery still awaits
the monks who have long since departed
and will never return
except sometimes
disguised as tourists

 

Vertaald door Bernard Scudder

 

 1957279-eb7894138809a18eade5d26bce1d5849.jpg
Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, biograaf en letterkundige Gerrit Borgers werd op 18 september 1917 te Brummen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Borgers op dit blog.

Uit: Nogmaals: de Vestdijk-biografie

“Tegenover de opmerking dat het Epos de schijn wekt, dat de reis met de Kota Inten een diepe indruk op Vestdijk gemaakt heeft, plaatst mevrouw Vestdijk een uitspraak van Vestdijk zelf tegenover Theun de Vries uit 1968 - iets wat trouwens de biografen óók doen. Het proefhoofdstuk beschrijft echter het leven van Vestdijk in het begin van de dertiger jaren. Is het zo onmogelijk dat die indruk - gezien ook de gedichten uit die tijd - tòen veel groter was dan ruim 35 jaar later? Bovendien ontkent Vestdijk niet zonder meer dat die reis hem heeft geïmponeerd, maar onder het voorbehoud: ‘als je bedoelt of die periode nog enige invloed gehad heeft op mijn “vorming”.’ De biografen hebben dus geen keuze gemaakt, zoals mevrouw Vestdijk denkt, tussen het Epos en Vestdijks eigen uitspraak, maar zij hebben voor de periode van december 1929 tot maart 1930 gebruik gemaakt van een eigentijds document en daarbij in een voetnoot verwezen naar wat Vestdijk hier later over dacht - hetgeen me juist een goed gebruik van de bronnen lijkt.
Dan mevrouw Vestdijks verwijt dat de biografen een ‘scandaleuze interesse’ zouden hebben voor ‘de sexuele kanten van het materiaal’. Nogmaals, lezer, u kunt niet meetellen en -lezen ter controle, maar twee van de acht (niet zeven, zoals mevrouw Vestdijk schrijft) paragrafen handelen over Simone Sechez en maken allerminst op mij de indruk van een ‘chronique scandaleuse’. En het aantal bladzijden met ‘erotiek of een zinspeling daarop’ haalt bij lange na niet de ‘helft van het totale aantal bladzijden’. Dit nog geheel afgezien van de vraag of de erotiek geen belangrijke plaats in die periode van Vestdijks leven innam.
Het gewraakte gedeelte over Simone Sechez is bijzonder interessant, niet zozeer om Vestdijks verhouding met haar - de gegevens hierover zijn schaars - maar vooral ook om Du Perrons houding tegenover Vestdijk op dit punt te verduidelijken. Dat er ‘feitelijke gegevens’ zouden ontbreken is echter niet juist: de biografen baseren zich voornamelijk op de gegevens die te lezen staan in de brieven van Du Perron, welke gegevens dus al lang openbaar zijn.”

 

 1957279-6a0b9b5e0e156ae4eaeabbefeb16589e.jpg
Gerrit Borgers (18 september 1917 – 15 januari 1987)
Hier met dichteres Ellen Warmond

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Doris Mühringer werd geboren op 18 september 1920 in Graz. Zie ook alle tags voor Doris Mühringer op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Zittern der Bäume

Hättest du Seelenhaare
fein
wie die Schnurrbartspitzen von Katzen
du fühltest das Zittern der Bäume
wenn du zu ihnen gehst
mit der Axt

 

 

Habe ein Haus

Habe ein Haus
Habe ein Dach auf dem Haus
Habe ein Fenster im Dach auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Dach auf dem Haus
Habe Schnee auf dem Fenster im Dach auf dem Haus
Habe es licht unterm Schnee auf dem Fenster im Dach auf dem Haus
Habe es warm unterm Schnee auf dem Dach auf dem Haus
Habe es still unterm Schnee auf dem Haus
Habe es still unterm Schnee

 

 1957279-86f2921c49436f3f793572698d451c03.jpg
Doris Mühringer (18 september 1920 - 26 mei 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijver William March, pseudoniem van William Edward Campbell werd geboren op 18 september 1893 in Mobile, Alabama. Zie ook alle tags voor William March op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit: The Bad Seed

“She had impressed the hour on her mind, saying to herself as she fell asleep, "You will awake precisely at six o'clock, even if something happens to the alarm"; but the alarm went off promptly, and, yawning a little, she sat up in bd. It was, she saw instantly, to be a beautiful day--the day Miss Octavia had promised. She pushed back her blond, almost flaxen, hair and went at once to the bathroom, staring at herself in the mirror for a long moment, her toothbrush held languidly in her hand, as though she were not quite decided what to do with it. Her eyes were gray, wide-set, and serene; her skin tanned and firm. She drew back her lips in that first tentative, trial smile of the day; and standing thus in front of her mirror, she listened absently to the sounds outside her window: an automobile starting in the distance, the twittering of sparrows in the live oaks that lined the quiet street, the sound of a child's voice raised suddenly and then hushed. Then, coming awake quickly, in possession once more of her usual energy, she bathed and dressed and went to her kitchen to begin breakfast. Later she went to her daughter's room to waken her. The room was empty, and it was so tidy that it gave the impression not having been used for a long time. The bed was nearly remade, the dressing-table immaculate, with each object in its accustomed place, turned at its usual angle. On a table near the window was one of the jigsaw puzzles that her daughter delighted in, a puzzle only half completed. Mrs. Penmark smiled to herself and went into the child's bathroom. The bathroom was as orderly as the bedroom had been, with the bath towel spread out precisely to dry; and Christine, seeing these things laughed softly, thinking: I never deserved such a capable child. When I was eight years old, I doubt if I could do anything. She went into the wide, elaborate hall with its elegant, old-fashioned parquetry floors of contrasting woods, and called gaily, "Rhoda! Rhoda! . . . Where are you, darling? Are you up and dressed so soon?" The child answered in her slow, cautions voice, as though the speaking of words were a perilous thing to be debated. "Here I am," she said. "Here, in the living-room." When speaking of her daughter, the adjectives that others most often used were "quaint," or "modest," or "old-fashioned"; and Mrs. Penmark, standing in the doorway, smiled in agreement and wondered from what source the child had inherited her repose, her neatness, her cool self-sufficiency. She said, coming into the room, "Were you really able to comb and plait your hair without my helping you?"

 

 1957279-eda3043dd487201de8a6ecdb7f9917c2.jpg
William March (18 september 1893 – 15 mei 1954)

 

 

De Duitse schrijfster Jayne-Ann Igel werd als Bernd Igel op 18 september 1954 in Dresden geboren. Zie ook alle tags voor Jayne-Ann Igel op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Nachtfahrten

Die plattformen zwischen den waggons waren gelegentlich ganz von dampf ausgefüllt, weil irgendwo ein leck in der heizleitung oder die anschlußstutzen undicht – die an den bahnsteigen bereitgestellten züge wurden stationär mit wasserdampf beheizt, solang die lok noch nicht vorgespannt, und wie oft mußte ich mich durch diesen dunst schlagen, um in das wageninnere zu gelangen, kurz vor mitternacht, wenn ich den letzten zug nahm, der richtung r. ging, abfahrt 0.35 uhr.

Die waggons waren noch unbeleuchtet, aber schon unter dampf, der in schwaden aufstieg, es war ein rauschen zu vernehmen, ein zischen und tröpfeln, und dazwischen die stimme des zeitungsverkäufers, der durch die spärlich besetzten wagen stolperte, mit der neuesten ausgabe der azet überm arm – manchmal war unklar, ob das zischeln nicht von ihm herrührte, der dampf zwischen seinen zähnen hervordrang. Er wurde kaum eines seiner blätter los, an dieses fähnlein übernächtiger, die der dinge harrten; kurz vor abfahrt erschien dann der schaffner, der die beleuchtung einschaltete, sie wagen für wagen aufflackern ließ …

 

 1957279-c6b8ce4f591e85a67f2d556706312412.jpg
Jayne-Ann Igel (Leipzig, 18 september 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Mens werd geboren in Amsterdam op 18 september 1897. Zie ook alle tags voor Jan Mens op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit: Mensen zonder geld

“Kleine Rosa sabbelt op een aardappelschil, zwarte vegen groezelen op het gelig gezichtje en haar blote billetjes schuren over het cement van de stoep. Een benauwde lucht van kool wasemt naar buiten. Rebecca is vroeg vanmorgen, want straks gaat ze naar het washuis en als ’t dan een beetje drogen wil, dan hebben de kinderen vanavond weer ’n schone broek om hun gat. Ja, Rebecca heeft ook liever van alles zes in d’r linnenkast, maar dan zou Maup wel reuze-mazzel moeten krijgen… ‘Ben je nóg niet op school?’ roept Rebecca tot Japie. ‘’t Is bij mijn gezond al half nege!’
‘Half negen!’ schrikt Japie, ‘moet ik me weer ’n beroerte lopen om op tijd op school te komen!’ Hij roept een vage groet en stevent haastig, ’n boterham in z’n vuist, het Zeeburgerpad af. Bij de walgelijk-stinkende huidenopslag knijpt hij zijn neus dicht: bah, wat een stank. Er is verdriet in Japie, verdriet en verzet, verzet tegen die rotbuurt waarin ze nu wonen. Hij kan hier niet wennen, moeder kan hier niet wennen. Vader zwijgt. Het wonder, het wonder zal hem hieruit verlossen.
Voor de brug bij het abattoir blijft Japie staan. Er rumoert een druk beweeg van auto’s en vrachtwagens en dof koeiengeloei slaat aan zijn oren. Een troep onwillige varkens wordt met luide vloeken de poort van het slachthuis binnen gedreven. Japie gaat even kijken op de markt, waar het vee in rijen staat opgesteld. ‘Hè jô,’ schreeuwt een veedrijver opeens tot hem, ‘hou es effe vast!’ Meteen duwt hij Japie een vettig touw in de hand. ‘Breng die koe maar effe naar de contrôle!’ Daar staat Japie, het smerige touw kleeft in zijn hand. De contrôle, Japie weet wel wat dat is, want hij zwerft hier elke dag.”

 

 1957279-ff3aa574bf9a149c8fbae6f201cbb1fa.jpg
Jan Mens (18 september 1897 – 31 oktober 1967)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Judite Maria de Carvalho, Justinus Kerner, Samuel Johnson, Tomás de Iriarte, Jens Rehn

De Portugese schrijfster en schilderes Judite Maria de Carvalho werd geboren op 18 september 1921 in Lissabon. Zie ook alle tags voor Judite Maria de Carvalho op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit:Ces mots que l’on retient (Vertaald door Simone Biberfeld)

“L’homme, blafard, obséquieux, déférent, ouvre la porte de verre, la cale avec son pied (elle se referme automatiquement) – « Attention à la marche, ma-dame! » – s’incline un peu pour la laisser passer. Il serre contre sa poitrine le gros paquet rond, grossièrement enveloppé de papier brun, qu’il protège de sa main velue, aux ongles plats, dont l’un, celui de l’index, est jauni par le tabac. Graça lui offre en retour son sourire statique, impersonnel, quasi imperceptible, et se retrouve dans la rue, sous la pluie qui tombe, qui n’a pas cessé de tomber depuis le matin, et se demande pourquoi elle se croit toujours obligée de remercier, de payer de sourires différents – elle en a tellement, des sourires ! – amabilités et impolitesses. Celui-là, le dernier en date, est resté sur son visage, figé soudain, indissoluble dans l’air. Mais l’employé, à côté d’elle, ne s’aperçoit de rien – peu importe d’ailleurs ! –, la cliente sourit, c’est gentil de sa part. Du reste, il ne se dit rien du tout, car il lui tourne le dos, le bras droit levé. Mais le taxi ne s’arrête pas. Il est déjà pris.
« C’est toujours difficile à cette heure-ci, avec toute cette circulation, c’est embêtant. Mais avec de la patience... Le pire, c’est cette pluie. Quel temps !
Ça fait quinze jours... Ces bombes atomiques, madame, ces fusées vers la Lune, on dira ce qu’on voudra... Vous ne pensez pas ? Le progrès, le progrès... mais à quoi bon, je le demande ? Si au moins on découvrait des choses utiles, la guérison du cancer, par exemple... Façon de penser, bien sûr... Mais le fait est qu’en octobre, le 10 octobre, c’est incroyable. S’il n’en passe pas, on téléphonera à la station de taxis. Peutêtre, parfois... » Il parle posément, d’une voix ni trop haute, ni trop basse. Une voix douce, nette et appliquée, qui passe d’un sujet à l’autre sans changer de ton, sans se modifier, sans réagir à leur contact, toujours égale, indépendante du reste du corps, sans rapport avec la poitrine creuse (ou concave) où s’incruste, presque jusqu’à y pénétrer, le gros paquet de papier brun."

 

 1957273-62356a82dd401498b8b565b0840d3cfc.jpg
Judite Maria de Carvalho (18 september 1921 –18 januari 1998)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Justinus Andreas Christian Kerner werd geboren op 18 september 1786 in Ludwigsburg. Zie ook alle tags voor Justinus Kerner op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Wanderung

Wohlauf und frisch gewandert ins unbekannte Land!
Zerrissen, ach zerrissen, ist manches teure Band.
Ihr heimatlichen Kreuze, wo ich oft betend lag,
Ihr Bäume, ach, ihr Hügel, oh blickt mir segnend nach.

Noch schläft die weite Erde, kein Vogel weckt den Hain,
Doch bin ich nicht verlassen, doch bin ich nicht allein,
Denn, ach, auf meinem Herzen trag' ich ihr teures Band,
Ich fühl's, und Erd und Himmel sind innig mir verwandt.

 

 

Lust der Sturmnacht

Wenn durch Berg und Tale draußen
Regen schauert, Stürme brausen,
Schild und Fenster hell erklirren,
Und in Nacht die Wandrer irren,
Ruht es sich so süß hier innen,
Aufgelöst in sel'ges Minnen;
All der goldne Himmelsschimmer
Flieht herein ins stille Zimmer:
Reiches Leben, hab Erbarmen!
Halt mich fest in linden Armen!
Lenzesblumen aufwärts dringen,
Wölklein ziehn und Vöglein singen.
Ende nie, du Sturmnacht, wilde!
Klirrt, ihr Fenster, schwankt, ihr Schilde,
Bäumt euch, Wälder, braus, o Welle,
Mich umfängt des Himmels Helle!

 

 1957273-4bb82624512d009b406ea05ed0586b32.jpg
Justinus Kerner (18 september 1786 - 21 februari 1862)
Portret Carl Rahl, voor 1864-65

 

 

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook alle tags voor Samuel Johnson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2009 en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

Autumn

Alas! with swift and silent pace,
Impatient time rolls on the year;
The Seasons change, and Nature's face
Now sweetly smiles, now frowns severe.

'Twas Spring, 'twas Summer, all was gay,
Now Autumn bends a cloudy brow;
The flowers of Spring are swept away,
And Summer fruits desert the bough.

The verdant leaves that play'd on high,
And wanton'd on the western breeze,
Now trod in dust neglected lie,
As Boreas strips the bending trees.

The fields that waved with golden grain,
As russet heaths are wild and bare;
Not moist with dew, but drench'd in rain,
Nor health nor pleasure wanders there.

No more, while through the midnight shade
Beneath the moon's pale orb I stray,
Soft pleasing woes my heart invade,
As Progne pours the melting lay.

From this capricious clime she soars,
O! would some god but wings supply!
To where each morn the Spring restores,
Companion of her flight I'd try.

Vain wish! me fate compels to bear
The downward season's iron reign,
Compels to breathe the polluted air,
And shiver on a blasted plain.

What bliss to life can Autumn yield,
If glooms, and showers,and storms prevail;
And Ceres flies the naked field,
And flowers and fruits, and Phoebus fail.

Oh! what remains, what lingers yet,
To cheer me in the darkening hour!
The grape remains! the friend of wit,
In love, and mirth, of mighty power.

Haste - press the clusters, fill the bowl;
Apollo! shoot thy parting ray:
This gives the sunshine of the soul,
This god of health, and verse, and day.

Still - still the jocund train shall flow,
The pulse with vigorous rapture beat;
My Stella with new charms shall glow,
And every bliss in wine shall meet.

 

 1957273-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg
Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)
Portret door Joshua Reynolds, ca. 1756

 

 

De Spaanse dichter Tomás de Iriarte (of Yriarte) y Oropesa werd geboren op 18 september 1750 in La Orotava (nu Puerto de la Cruz), Tenerife. Zie ook alle tag voor Tomás de Iriarte op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

The Musical Ass

The fable which I now present,
Occurred to me by accident:
And whether bad or excellent,
Is merely so by accident.

A stupid ass this morning went
Into a field by accident:
And cropped his food, and was content,
Until he spied by accident
A flute, which some oblivious gent
Had left behind by accident;
When, sniffling it with eager scent,
He breathed on it by accident,
And made the hollow instrument
Emit a sound by accident.
'Hurrah, hurrah! exclaimed the brute,
'How cleverly I play the flute!'

A fool, in spite of Nature's bent,
May shine for once - by accident.

 

 1957273-2354ce596a7678da63a0a9b619122e62.jpg
Tomás de Iriarte (18 september 1750 - 17 september 1791)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Jens Rehn werd als Otto Jens Luther op 18 september 1918 in Flensburg geboren. Zie ook alle tags voor Jens Rehn op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit:Sterben in biblischer Wüste (Bespreking van “Nichts in Sicht” door Ursula März in de Frankfurter Rundschau, 2003))

“Jens Rehn hat vielmehr ein Buch hinterlassen. Ein bedeutsames Buch, seinen Erstlingsroman, ein 150-Seiten-Stück, das mit seinem Namen verbunden ist und ihn als (be)merkenswerten Schriftsteller ausweist; so als hätte Thomas Mann die Venedig-Novelle verfasst, nichts davor und nichts danach.
Nichts in Sicht erschien zuerst 1954, dann noch einmal 1978 und die Namen seiner sehr unterschiedlichen Kritiker, die es schon damals lobten, analysierten und der Öffentlichkeit ans Herz legten, spricht für sich: Gottfried Benn, Martin Walser, Marcel Reich-Ranicki. Sie alle schrieben Aufsätze und Rezensionen über den Roman, was vor allem bei Gottfried Benn erstaunt, der sich selten zu zeitgenössischer Literatur äußerte. Dennoch: Der Roman Nichts in Sicht ist weder im Lese- noch im Erinnerungskanon der deutschen Nachkriegsliteratur heimisch geworden, und er ist ihr auch, denkt man an Böll oder Borchert, eher wesensfremd. Man denkt bei der Lektüre dieses Buches, das nun zum dritten Mal veröffentlicht wird, vielmehr an Beckett und Camus. Den Werken des ersteren ähnelt es in der minimalistischen Szenerie mit radikal reduziertem Personal. Mit den Romanen des französischen Nachkriegsphilosophen teilt es die existentielle Fragestellung, das heißt auch den Gottesdiskurs, den sie einschließt.“

 

 1957273-c4a66ef5dcdde1f2edd710a2d386e9c8.jpg
Jens Rehn (18 september 1918 - 3 januari 1983)
Flensburg

Geschreven door Romenu om 12:20 Reageer op dit bericht

Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Uit: Aan mijn voormalig vaderland (Ludwig Wittgenstein op het damestoilet)

“Bruce Duffy is een 40-jarige Amerikaanse anglist en filosoof, die een nieuw en huiveringwekkend literair genre heeft uitgevonden: de intellectuele streekroman. Dat is een genre dat enigszins doet denken aan de negentiende-eeuwse professorenroman. Toentertijd had je historici die hun machtige kennis van een bepaalde periode niet systematisch onderbrachten in een monografie, maar hun materiaal gebruikten om slopend informatieve romans te schrijven. Al die feiten, speculaties en wetenschapswaardigheden werden ondergebracht in een toneel waarop zich deels verzonnen, deels vrijelijk geordende historische gebeurtenissen afspeelden. Wat Bruce Duffy in zijn eerste roman, De wereld die ik aantref, heeft gedaan, lijkt daarop.
Zijn held is Ludwig Wittgenstein: dan zit je goed, want die is inmiddels al twintig jaar in de mode, moet hij gedacht hebben. Wittgensteins levensgeschiedenis en de levensverhalen van een touringcar vol tijdgenoten vormden de stof voor Duffy’s roman. Omdat Wittgenstein aan de rand van de Bloomsbury Group en de directe voorloper daarvan, de Cambridge Apostles, stond, en al die hyper-Britse apostelen en Bloomsburianen als een gek brieven en dagboeken hebben zitten schrijven, was er voor een roman materiaal te over. En interessant materiaal: Bloomsbury staat voor een prikkelende mengeling van brille en verslaving aan achterklap - wat wil je nog meer.
Bovendien is ook de geschiedenis van de Bloomsbury Group al meer dan vijftien jaar in de mode en heeft zich gedurende die tijd een heel leger van beroepsvoyeurs gestort op de uitgave van al hetgeen er aan brieven, dagboeken, aantekeningen en boodschappenbriefjes te vinden was. Van het overzicht van de menstruatiecyclus van Virginia Woolf tot en met de tabaksrekening van de zwarte pijproker G.E. Moore is het allemaal in elke enigszins geoutilleerde dorpsbibliotheek te vinden.
Van iedereen die enige originaliteit of esprit bezat en in de periode 1890-1940 met de universiteit van Cambridge of het artistieke leven in Londen te maken had weten we tamelijk nauwkeurig met wie hij of zij het deed, hoe, hoe vaak en met welk resultaat.”

 

 2073873-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)
Hier tijdens een podiumgesprek

 

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

Omdat

Het kwam
omdat de vleugels zijn getroffen.

Het kwam
omdat de oogopslag achterwege bleef.

Omdat
het voorover viel
en nooit werd opgeraapt.

 

 2073873-93a32bdb25d7236a73c97d4afeb44bb9.jpg
Armando: Blätter, 2012

 

Paniek

Gedichten schrijven tegen de kou
in paniek brieven sturen,
een regel op het strijdbare papier,
letters met een stramme hand.

Gulzig naar berichten,
afwezig bij de ontvangst.

Bij gebrek aan voedsel
komt het steeds dichterbij.

 

 2073873-7df74dbf29d6429667fa8f1745af0a3b.jpg
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit:De verkeerde wereld van Gerrit Komrij

“Als op 6 april 648 voor Christus een zonsverduistering plaatsvindt, denkt de dichter Archilochos: nu is alles mogelijk. ‘Want,’ schrijft hij, ‘als Zeus de zon kan blussen, dan zullen ook de dieren des velds met de dolfijnen van weide kunnen wisselen.’
Dit is mogelijk de vroegste plaats waar een motief opduikt dat eeuwenlang dichters zal blijven boeien: de verkeerde wereld. Soms wordt het beeld gebruikt om een toestand van totale geestelijke verwarring aan te duiden. Bij Vergilius staat voor de herder die door zijn geliefde verlaten is de hele wereld op zijn kop: laat nu de wolf ook maar voor het schaap vluchten, eiken gouden appels dragen en uilen een zangwedstrijd houden met zwanen (die golden in de oudheid als de beste zangers). Zo wordt het motief meer dan eens gebruikt om lucht te geven aan een teleurgestelde liefde. Een zestiende-eeuwse Franse dichter klaagt bitter: ‘De zomer zal winter zijn en de lente herfst, / De lucht zwaar en lood licht, / Vissen zullen door de lucht reizen, / Stenen zullen met stemmen spreken, / Water zal vuur en vuur water worden / Voor ik me opnieuw laat verleiden tot verliefdheid.’
Het motief van de verkeerde wereld (mundus inversus) heeft eeuwenlang vele geesten geïnspireerd. Soms ging het dan louter om het spel van de omkering, zoals bij een middeleeuwse dichter die Vergilius wilde overtreffen door een uitputtende reeks onmogelijkheden op te sommen. Ook beeldende kunstenaars werden er door gefascineerd. Het bekende schilderij van Bruegel met de Vlaamse spreekwoorden laat onder meer de omgekeerde wereld zien. Op een mozaïek in de San Marco in Venetië dragen twee hazen een buitgemaakte vos weg. In het hout van kerkbanken en in de marges van manuscripten kan men de absurde voorstellingen ontdekken die de wereld op zijn kop zetten. Volgens sommige oude bronnen bestaat de verkeerde wereld ook echt, namelijk als het rijk van de geheimzinnige antipoden, waar mogelijk de Anti-Christ regeert. Hier verbindt zich het motief van de mundus inversus dan met de hel of het dodenrijk.”

 

 2073873-82550a2c9938e37a849e743072f25671.jpg
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog.

 

Das Flüstern im Wald

Das Flüstern im Wald unter dem Tannengeäst,
wo das Dunkel der Nacht uns erschaudern läßt,
wo in tiefster Stille kein Laut mehr verhallt,
als der Hauch unseres Atems
und das Flüstern im Wald.

Längst können wir den Weg nicht mehr sehen,
woher wir kamen, wohin wir gehen.
Im Dunkel der Nacht, wo das Auge versagt,
wo Unvertrautes uns Schrecken einjagt,
da schlägt uns das Herz, da schnürt uns die Brust,
und wir werden uns unserer Ängste bewußt.
Und fürchten das Rascheln der Tannen, die kalt,
und bedrohlich raunen
und flüstern im Wald.

Die Kraft, die wir waren,
der Mut, den wir hatten,
verschwunden - und selbst unser Schatten
verschwand, und schon bald,
da zeichnet uns das Flüstern im Wald,
in das Dunkel der Nacht
manch düst're Gestalt.

Und wir kauern nieder,
verwundbar und blind,
wund und verwundert
und sind,
den Ängsten wehrlos überlassen,
die mit gierigen Fingern nach uns fassen,
uns in schreckliche Tiefen hinab zu zieh'n,
was gäben wir drum, diese Ängste zu flieh'n.

Doch wir hocken im Dunkel
unter dem Tannengeäst,
wo das Flüstern im Wald
uns erschaudern läßt.
Wie gern würden wir jetzt mit den Sorglosen tauschen
und können doch nichts tun,
bis auf eins vielleicht -
lauschen!

 

 2073873-816159122e1da808eeeef216c708c7aa.jpg
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)
Berlijn 

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

 

Macht

Uit de vuilberookte smisse,
lijk 'n duivel, keek de smid
en z'n ogen, onder hunne
zwarte wimpers, blekten wit.

Opgezwollen lijk 'n padde,
wrocht de blaasbalg en hij spoog,
dat de vlam, in blauwe bekken,
door de wijde kave vloog.

Langs de strate, half bedeesd, in
't zomerzand, op hunne knien,
zaten jongens, naar de krinkels
van het dansend vuur, te zien.

Met z'n armen, taai lijk vlegels,
wonk de smid op hen en stond,
vaste, vóór z'n stalen aambeeld,
lijk genageld aan de grond.

In z'n vuisten, zat 'n tange,
die 'n gloeiend ijzer greep
en het, lijk 'n rode kreefte,
tussen heure benen neep.

En hij kleunde, met de moker,
op de hoepel van 'n wiel,
dat het grijmsel, door de daver,
van de zolderribben viel.

 

 2073873-3e8e90735454baea5f6b33e5031bdf37.jpg
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)
Hooglede

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar. Michael Deak is op 5 september op 95-jarige leeftijd overleden. Zie ook alle tags voor Michael Deak op dit blog.

 

Lied en liefde

Vertolk het lied der late nachtegalen,
en leer de taal der tederheid verstaan
wanneer de vogelen der minne slaan
en onder ’t lover de gelieven dwalen.

Hun liederen zijn simpel te vertalen:
’t gefluit vangt luid met jubileren aan;
het klaagt zo traag van treurigheid en traan,
en ’t fluistert vaag verlangens ademhalen.

Maar wie de liefde vond en haar ontvlood
die laat zich zelden tot haar lied bepalen
en die geneest wel nimmer van haar malen
haar rode mond, haar borsten en haar schoot;
die zal een lief ter helle overhalen
onder het oog van Charoon en de dood.

 

 2073873-ae135af0a80ec341e7aba56bbe7e63ca.jpg
Michael Deak (18 september 1920 – 5 september 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten