Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 17 december 2017

Gaudete (Kevin Carey)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 2102514-f15bb0c29dc278fa63b192c6b85b9c76.jpg
Maria Heimsuchung door Carl von Blaas, 1842

 

 

Gaudete

In darkening days of penitence,
Before the turning of the years,
We look to make our recompense,
With new resolve and hopeful prayers:
The Lord's salvation is at hand,
Rejoice at His benign command.

Our souls awake in joyful praise,
The fingers of the rosy dawn
Glow in the East to give us hope
Of Judah's crowning, happy dawn:
Where there was sorrow now is praise;
Emmanuel for all our days.

Now may we walk at Mary's side
To help her cousin with the birth
Of one who will prepare the way
For God incarnate, here on earth:
Rejoice my soul, this cheerful day,
Rehearse your anthems, Gaudete!

 

 2102514-93b47dd7b0b26cd3df491f1d44163400.jpg
Kevin Carey (november 1951)
Holy Trinity Church in Hurstpierpoint, de woonplaats van Kevin Carey

 

Zie voor de schrijvers van de 17e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:28 Reageer op dit bericht

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek, Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt, Ford Madox Ford

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit: Lieve

“Liv had de toneelacademie in Maastricht gedaan, Bison de toneelschool in Amsterdam. Hoewel iedereen in het wereldje het ontkende was er wel degelijk een doorleefde animositeit tussen beide kampen. Er waren in het land natuurlijk nog meer opleidingen van niveau, maar uiteindelijk ging het altijd om de vraag: Amsterdam of Maastricht, de ‘Cambridge en Oxford van het Nederlandse toneel’ zoals een criticus ooit schamperde.
Bij de eerste casting voor de film Lieve had Liv als tegenspeler een gedreven jongeman die vlak daarvoor in Maastricht was afgestudeerd. Hoe ze ook haar best deed: ze vergat steeds zijn naam. De jongen speelde volgens dezelfde methode die Liv was bijgebracht en mede daarom klikte het zeer. Samen deden ze voor haar gevoel een geweldige auditie. Prompt werd Liv uitgenodigd voor de tweede castingronde; haar ambitieuze tegenspeler kreeg te horen dat men van zijn interpretatie had genoten, maar ‘dat hij op beeld te pregnant overkwam’. In gewone taal betekende dit dat hij te lelijk was voor de rol. Toen Liv later het hele script had gelezen was ze blij dat Bison was gecast.
Bij Livs tweede casting was de regisseur zelf aanwezig. Noah Boudrin was de jonge ster van de Nederlandse cinema. Hij had al drie speelfilms op zijn naam, bijna een miljoen bezoekers, vijf Kalveren, vier Nederlandse Lichten, drie internationale prijzen en een nominatie voor een Gouden Beer. In Amerika had hij een paar commercials gedraaid en iedereen wist dat een avontuur in Hollywood een kwestie van tijd was. Noah was bij zijn vierde project toe aan wat hij in interviews had aangekondigd als ‘eindelijk mijn persoonlijke verhaal’. Hij wilde in Lieve het tragische verkeersongeluk van zijn vriendin verwerken, een Vlaamse actrice die een al even grote belofte was geweest als hij.
Lieve Vanlieve had de hoofdrol gespeeld in Sub, Noahs spraakmakende debuut, een rauwe maar vrolijke schets van de onmogelijke liefde tussen een prostituee en een politicus anno de jaren nu. De subsidieloze film kostte volgens de producent ‘geen drol’ en hoewel de film nog ouderwets in zwart-wit was geschoten op een restvoorraad echt celluloid kwamen er meer dan vierhonderdvijftigduizend mensen naar de bioscoop, wat mede te danken was aan Lieves ongeremde persoonlijke overgave.”

 

 2102508-07c4e7093e1de616ceb09a6734af0b5d.png
Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog.

Uit: Familiegedoe

“U wilt vast weten hoe dat nu precies zit met dat tafelzilver met de initialen P.J. Welnu, mijn schoonvader erfde het omdat zijn vader P.J. een paar maanden na zijn geboorte stierf. En dat is sneu, nietwaar? Daarom vond zijn moeder dat hij ter compensatie het tafelzilver maar moest erven want iets anders te vergeven had ze niet. Hij moest natuurlijk wel wachten tot zijn moeder ook was overleden en dat dthirde maar, het geschiedde pas toen mijn schoonvader zelf al tafelzilver bezat. Daarom schonk hij de P.J.-cassette met een royaal gebaar aan zijn zoon en mij. (U kunt het nog wel volgen, hè?) Dat was in de tijd dat onze dochters nog klein waren en wij elke zomervakantie met tent, kampeerspullen, luiers en Liga's in een te klein, gammel autootje met een nog kleiner, gammeler aanhangkarretje naar Spanje tuften. In dat aanhangkarretje vervoerden wij naast de gewone kampeerspullen ook nog zo'n veertig kilogram boeken, naslagwerk, want ik dramatiseerde grote literaire werken voor de televisie. Ik worstelde altijd met een deadline en moest me dus ook op het Spaanse strand bezighouden met mijn scenario's. De extra veertig kilogram waren een te grote belasting voor ons karretje, vandaar dat het regelmatig door zijn bladveer zakte. Wij sleepten het karretje — de ijzeren bladveer trok over de weg een spoor van vonken achter zich aan, wat weer voor veel hilariteit zorgde — naar het volgende dorp. Daar stonden we dan op een rustiek pleintje, tezamen met de plaatselijke smid, net zo lang te frutselen tot het karretje weer opkrabbelde en wij — nagezwaaid en toegejuicht door al het bekijks — onze weg konden vervolgen. Achteraf een godswonder, dat wij keer op keer onze plaats van bestemming bereikten — dicht bij de zee en onder de pijnbomen — en een nog groter wonder dat we ook weer heelhuids thuiskwamen. Wat heeft dit nu met de P.J.-cassette te maken? Alles! De P.J.-cassette werd op de bodem van het aanhangkarretje gelegd, onder de naslagwerken, want hij mocht mee op vakantie.”

 

 2102508-6ac623a706d756296e5fc94c920406a8.jpg
Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

 

De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook alle tags voor Jón Kalman Stefánsson op dit blog.

Uit: Hemel en hel (Vertaald door Marcel Otten)

“De dood zal ze drogen, zeiden de oude mensen als iemand klaagde, soms hebben de oude mensen er helemaal geen verstand van. De jongen trekt zijn rugzak recht, zwaar van de spullen waar we niet buiten kunnen. Bardur verroert zich niet, hij staat alleen maar te kijken, fluit onduidelijk een wijsje en lijkt helemaal niet moe te zijn. Verdomd, zegt de jongen, ik hijg als een ouwe hond, maar het lijkt of jij vandaag nog geen voet hebt verzet. Bardur kijkt hem aan met zijn bruine, zuidelijke ogen en grijnst. Sommigen onder ons hebben bruine ogen, sinds eeuwen komen zeelui van ver weg gelegen streken hierheen want de zee is een goudmijntje. Ze komen uit Frankrijk en Spanje en velen van hen hebben bruine ogen en sommigen laten de kleur van hun ogen achter bij een vrouw, varen weg, komen thuis of verdrinken onderweg. Ja, het is onderhand tijd, beaamt Bardur. Het is twee weken geleden sinds ze voor het laatst zijn uitgevaren. Eerst woedde de storm uit het zuidoosten, het regende, de aarde werd vlekkerig en donker op plekken waar ze onder de sneeuw tevoorschijn kwam, vervolgens draaide hij naar het noorden, dagen achtereen een geselende sneeuwstorm. Veertien dagen lang storm, regen en sneeuw, geen boot op zee en de vis een tijdlang veilig voor de mens, beneden in de diepe stilte van de oceaan waar het onweer niet komt en de mensen die je er ziet verdronken zijn. Over verdronkenen valt van alles te vertellen, ze vangen in elk geval geen vis meer, ze vangen eigenlijk niets meer behalve de maneschijn boven aan de oppervlakte. Twee weken lang, en soms kon je vanwege het noodweer niet van de ene hut naar de andere komen, de jankende storm wiste heel het landschap weg, in alle windrichtingen, de hemel, de horizon, zelfs de tijd werd weggewist. Alles wat in orde gebracht moest worden was al lang in orde gebracht, de haken zaten aan de vislijnen geknoopt, de loodgewichten waren ontward, alles was ontward behalve wat met het hart en de behoefte aan seks van doen had. Een enkeling was ook het strand af gelopen om mosselen als aas te verzamelen, sommigen benutten de tijd om iets te timmeren, verzorgden hun kleren van zeehondenhuid, maar de dagen aan wal kunnen lang zijn, ze kunnen zich tot in het oneindige uitstrekken.”

 

 2102508-166900ac60382e8339a5a8b922c07d42.jpg
Jón Kalman Stefánsson (Reykjavík, 17 december 1963)

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Frank Martinus Arion overleed op 27 september jongstleden. Zie ook alle tags voor Frank Martinus Arion op dit blog.

Uit:Dubbelspel

`Kom je?' Hij was bijna klaar met zijn karwei toen Solema weer in de deuropening verscheen om hem voor het middagmaal te roepen. De prikkelende geur van sOpi di mondongo hing overal in het huis en op de porch. Met de wind meegaand vermengde ze zich met dezelfde geur uit het huis van Boeboe Fiel en andere huizen, om, vooral door de typische geur van de erin verwerkte maïs, dé zondagmiddaggeur van Curaçao te worden. `Ik ben zo klaar.' Hij keek haar daarbij aan en voelde zich ineens sterk tot haar aangetrokken, wat hij alleen maar kon verbergen door snel zijn hoofd weer te richten op de laatste schoen waarmee hij bezig was. Er was een schittering in haar ogen die hij nooit eerder erin gezien had. Om het verlangen naar haar lichaam te bedwingen, zei hij tegen zichzelf dat het alleen maar van de whisky kwam. Sinds haar overspel had hij er een punt van gemaakt, in zijn omgang met haar elk blijk van passie te vermijden. Hij nam haar wanneer hij het deed, alsof het een onaangename plicht betrof, die zij beiden zo nu en dan moesten vervullen. Vooral nu hij het aantal kinderen had, dat hij had willen hebben. Terwijl ze wachtte totdat hij klaar zou zijn, viel haar oog op een eenzame figuur, die wat wankelend de Tulaweg in westelijke richting afliep. Hij was in het wit gekleed en had een grijze hoed op. Haar kijken trok Manchi's aandacht. Wie is het?' `Pedro.' `Q' zei Manchi, terwijl hij de laatste schoen naast de andere op het muurtje voor hem zette. De koster van Santa Gloria had er, sinds zijn vrouw gestorven was, een gewoonte van gemaakt na de hoogmis in een bar wat borrels te gaan drinken, vóór hij naar zijn eenzame huis terugging. Hij had nu blijkbaar iets te veel op, want zo nu en dan zeilde hij tot midden op de weg.

 

 2102508-d93f1a6f87d23ccae25673ef2d1b54d1.jpg
Frank Martinus Arion (17 december 1936 - 27 september 2015)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en schilder Paul Snoek werd geboren in Sint-Niklaas op 17 december 1933. Zie ook alle tags voor Paul Snoek op dit blog.

 

De duivels slapen

De duivels slapen en de heksen slapen
aan hun staarten. De oude nacht
is helder als door engelen gedronken water.
Het is een zegepraal. Het is volbracht.

Alle vogels vliegen zachter en steeds jonger.
Het woord is vleesgeworden en het klinkt
levend in den lijve van een heilig wonder:
mijn zonen zijn geboren en de koning drinkt.

Nu is het tijd om als een trage vader
te werken in de trouwe aarde van de rust,
de stilte te veredelen tot stil geworden eenvoud
en God te danken voor de goedheid van de goden.

 

 

Totem

Ik wilde een keizer worden
in dit leven van dwergen,
maar ik kon de zachtheid
van de perzik niet vergeten
en bleef een heel jong kind.

Ik ook heb dagelijks de witte
halzen van de angst gezien,
de harde handen van het licht gevreesd.
Ik kon de volle stilte
van de vissen niet vergeten
en werd een heel oud kind.

Nu heb ik mijn voorhoofd
met droomkleur beschilderd.
Dag in dag uit ben ik uw
vreemdeling.
Ik rook een vredespijp.

 

 2102508-c6168173672e2c8438e864e0795d275b.jpg
Paul Snoek (17 december 1933 – 19 oktober 1981)
Cover van een studie over zijn leven en werk

 

 

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Hans Henny Jahn op dit blog.

Uit: Werke und Tagebücher

„Ich habe im Fluß versucht, musikalische Formen, die ursprünglich der Dichtkunst entstammen, durchzuführen. Ich bin selbst vor Imitationen und Engführungen nicht zu-rückgeschreckt. Die Strophe Gewitter kommt an einer Stelle in drei Zeiten unmittelbar hintereinander wie die Stimmen einer Fuge. Aber das ist nichts Äußerliches, und am liebsten möchte ich davon schweigen, weil ich nicht selbst den Vorwurf des Gekünstel-ten vorbereiten möchte. Indessen, was wir die Duplizität der Erscheinungen nennen, die überall und im Leben jedes Wesens zu beobachten ist, auch am Dasein der Tiere, stellt einen Teil des kanonischen Ablaufs des Daseins dar. So heißt es an einer Stelle im Fluß, wer sich einmal in der Nähe eines Mords befand, ist in der Gefahr, einen zweiten zu erleben. Diese Gebundenheit der Abläufe sichert m.E. viel mehr die Beständigkeit einer Persönlichkeit als ihr Charakter. So wirst Du denn auch finden, daß meine Personen nicht folgerichtig handeln und denken, sondern voller Widersprüche sind. Sie gelangen ans Ziel, an ihre Wirklichkeit, weil sie der Schauplatz von Ereignissen sind, musikalisch ausgedrückt, von Themen, Strophen, Motiven, Anklängen, Rhythmen. Sie treten nur ausgerüstet mit ihrer Konstitution auf, alles andere besorgt die Durchführung, die von allem Anfang an gegebene Möglichkeit. Schon auf der ersten Seite steht der Satz: Jeder sieht das Schicksal mit den Augen seiner Krankheit." Später steht einmal: „Das Schwere ist in der prüfenden Leere zu schwer." Achte auf den leeren Klang dieses Satzes. Am Schluß, einem gewaltigen Finale, einem Rondo con Menuetto, erlaube ich mir, gleich-sam auf einem Quartsextakkord innezuhalten - um dem fremden Virtuosen Gelegenheit zu geben seine Kadenz anzubringen, die mit dem Motiv aus dem Werk selbst beginnt. Ich möchte nun keinesfalls bei Dir den Eindruck erwecken, daß das sich nicht ganz zwanglos aus dem Fluß des Werkes ergibt. Es soll dem Leser nicht einmal bewußt wer-den - es soll nur magisch auf ihn einwirken.“

 

 2102508-9610a62d3aecee301c130bbcaf8c08cf.jpg
Hans Henny Jahnn (17 december 1894 – 29 november 1959)
Beeld in de Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg

 

 

De Franse schrijver Jules de Goncourt werd geboren op 17 december 1830 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jules de Goncourt op dit blog.

Uit: Germinie Lacerteux (Door Jules en Edouard de Goncourt)

« Voilà un de mes bons jours ce jour-là... avec le tirage des cochons à Noël... et les fois où j'allais aider pour accoler la vigne... c'est au mois de juin, vous savez... Nous en avions une petite au haut de Saint-Hilaire... Il y eut ces années-là une année bien dure... vous vous rappelez, mademoiselle ?... la grêle de 1828 qui perdit tout... Ça alla jusqu'à Dijon, et plus loin... on fut obligé de faire du pain avec du son... Mon frère alors s'abîma de travail... Mon père, qui était à présent tou-jours dehors à courir dans les champs, nous rapportait quelquefois des champignons... C'était de la misère tout de même... on avait plus souvent faim qu'autre chose... Moi, quand j'étais dans les champs, je regardais si on ne me voyait pas, je me coulais tout doucement sur les genoux, et quand j'étais sous une vache, j'ôtais un de mes sabots, et je me mettais à la traire... Dam ! il n'aurait pas fallu qu'on me prît !... Ma plus grande soeur était en service chez le maire de Lenclos, et elle envoyait à la maison ses quatre-vingts francs de gages... c'était toujours autant. La seconde tra-vaillait à la couture chez les bourgeois ; mais ce n'étaient pas les prix d'à présent alors : on allait de six heures du matin jusqu'à la nuit pour huit sous. Avec ça elle voulait mettre de côté pour s'habiller à la fête le jour de Saint-Rémi... Ah ! voilà comme on est chez nous : il y en a beaucoup qui mangent deux pommes de terre par jour pendant six mois pour s'avoir une robe neuve ce jour-là... Les mauvaises chances nous tombaient de tous les côtés... Mon père vint à mourir... Il avait fallu vendre un petit champ et un homme de vigne qui tous les ans nous donnait un tonneau de vin... Les notaires, ça coûte... Quand mon frère fut malade, il n'y avait rien à lui donner à boire que du râpé sur lequel on jetait de l'eau depuis un an... Et puis il n'y avait plus de linge pour le changer : tous nos draps de l'armoire, où il y avait une croix d'or dessus, du temps de maman, c'était parti... et la croix aussi... Là-dessus, avant d'être malade alors, mon frère s'en va à la fête de Clermont. Il entend dire que ma soeur a fait sa faute avec le maire où elle était : il tombe sur ceux qui disaient cela... il n'était guère fort... Eux, ils étaient beaucoup, ils le jetèrent par terre, et quand il fut par terre, ils lui donnèrent des coups de sabot dans le creux de l'esto-mac... On nous le rapporta comme mort...”

 

 2102508-01df47a096ff0ccfd0de217fe4242bb4.jpg
Jules de Goncourt (17 december 1830 - 20 juni 1870)
Parijs, de Champs Elysees in kerstsfeer

 

 

De Engelse dichter, schrijver en publicist Ford Madox Ford werd geboren op 17 december 1873 in Merton, Surrey. Zie ook alle tags voor Ford Madox Ford op dit blog.

Uit:The Inheritors (Samen met Joseph Conrad)

”You are not English,” I affirmed. ”You speak too well.” I was piqued.She did not answer. She smiled again and I grew angry. In the cathedralshe had smiled at the verger's commendation of particularly abominablerestorations, and that smile had drawn me toward her, had emboldened meto offer deferential and condemnatory remarks as to the plaster-of-Parismouldings. You know how one addresses a young lady who is obviouslycapable of taking care of herself. That was how I had come across her.She had smiled at the gabble of the cathedral guide as he showed theobsessed troop, of which we had formed units, the place of martyrdom ofBlessed Thomas, and her smile had had just that quality of superseder'scontempt. It had pleased me then; but, now that she smiled thus pastme--it was not quite at me--in the crooked highways of the town, I wasirritated. After all, I was somebody; I was not a cathedral verger. Ihad a fancy for myself in those days--a fancy that solitude and broodinghad crystallised into a habit of mind. I was a writer with high--withthe highest--ideals. I had withdrawn myself from the world, livedisolated, hidden in the countryside, lived as hermits do, on the hope ofone day doing something--of putting greatness on paper. She suddenlyfathomed my thoughts: ”You write,” she affirmed. I asked how she knew,wondered what she had read of mine--there was so little.
”Are you a popular author?” she asked.
”Alas, no!” I answered. ”You must know that.”
”You would like to be?”
”We should all of us like,” I answered; ”though it is true some of usprotest that we aim for higher things.”
”I see,” she said, musingly. As far as I could tell she was coming tosome decision. With an instinctive dislike to any such proceeding asregarded myself, I tried to cut across her unknown thoughts.

 

 2102508-4391d95a349425ba48d734a898e4581a.jpg
Ford Madox Ford (17 december 1873 - 26 juni 1939)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 december 2008 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 17 december 2007 en mijn blog van 17 december 2006.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook alle tags voor Penelope Fitzgerald op dit blog.

Uit: Worlds Apart

“Ernst paid the rent punctiliously. He cleaned the room and took his washing to the launderette, where Hester glimpsed him once or twice, sitting in quiet correctness, watching the shirts and a recurrent two pairs of dark socks as they whirled round in foaming circles before him. He always had a book in his hand. It wasn't as though he had no friends, or nothing to do. He appeared to have both, and went out often in the evenings, and always on Sundays, as he told her to "gatherings". These gatherings seemed to be at the place where he worked, and to consist of the people he worked with, which struck Hester almost as a definition of loneliness. She showed him the shelf in the passage where Rod used to keep a few things. In fact there were probably one or two of them left. It would have been ludicrous to clear everything away, as though there'd been a death in the house. "You can use that if you like, Ernst. There isn't much space upstairs, I know, if you've got a lot of books." He had to stretch to reach the shelf. It was summer, he had taken off hisjacket and, as he reached up, a little of his white shirt pulled out of his trousers, but was replaced so neatly that it was almost magical, as though he had the gift of never making an awkward gesture. "Your husband must have been taller than I am," he said, with the rueful smile of the less tall. Tilly came through the passage, walking as though in a dream, with each foot exactly in line, the toe of one trackshoe touching the heel of the other. She was singing to herself as she passed on into the kitchen. "What is she doing?" Ernst asked. "Oh, they're all walking about like that at her school.You know how it is, it'll be something else in a week or so. Do you have a family?" But that struck her as not quite the right question. "I mean, back in Poland?" That was worse. Where else, after all, could his family be? "If I had had a family, I should not have left them behind me," he said. If that's meant as a reproach I shan't like it, Hester thought. But it could hardly have been one, because he was still smiling. "I was only wondering if you had any plans.., that's to say, if you had any idea how long you will be staying here?" "I'm afraid I can't say. It is possible that I may be able to arrange a re-entry permit." "And then you'll go home?" He looked puzzled. "I shall go back."

 

 2102500-c10e3166b221c2a4cbf8405dba0209f1.jpg
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)
Cover

 

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alphonse Boudard op dit blog.

Uit: Cinoche

“Ils ont le don, une fée s'est penché sur leur berceau... la fée fric ! mes pensées dans le club...et aussi je les imagine déjà cadavres...qu'ils crèveront tous tard ou bientôt...qu'ils seront enfin de vraies charognes et que là on sera tous enfin fraternels. La belle affaire, je gamberge bancal, sinistros. En tout cas j'ai pas l'intention de divertir ces branques chochottes. Je leur réponds monosyllabes...ils vont me trouver abruti, tant mieux. Ils finissent par m'oublier, je les intrigue plus, ils me gomment...reprennent leurs sujets favoris...Enfin, ils y arrivent dans le vacarme...s'efforcent...le dernier yatch sur le quai Suffren...une merveille ! Confort, vitesse, etc., il appartient à l'héritier d'un gros industriel du Nord. Un garçon plein de talent, un écrivain lui aussi. Après avoir sabré toutes les plus jolies starlettes, il est maintenant en ménage avec un travelo...viré sa cuti...il pédale...mais on sait bien que chez lui, n'est-ce pas l'érotisme est une ascèse...C'te bonne paire !
Bien des gens, à ma place s'es jouiraient d'être admis à les écouter...là carré au plein du fauteuil ...plein pinacle, le verre de scotch en pogne. J'en profite pas...ça s'estompe de ma mémoire. Il reste juste le bruit, la fureur musicale...et puis tout de même qu'en finale, ils se mettent à parler du prolétariat...qu'ils lui préparent verbal son bonheur futur. là, ils peuvent plus s'arrêter une fois sur ce chapitre. ça dure jusqu'à l'heure où précisément le prolétaire en question se lève, se lave fissa et fonce vers le métro, le bus dans l'aube polluée...pour aller se gaver de poésie réaliste à l'usine! »

 

 2102500-81d2ccdbfa93ad96cc1b8059520f627c.jpeg
Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

 

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Zie ook alle tags voor John Kennedy Toole op dit blog.

Uit: Een samenzwering van idioten (Vertaald door Paul Syrier)

`Hallo, hoe gaat 't ermee?' vroeg juffrouw Inez. `Hoe voel je je, liefje?' `Niet zo best,' antwoordde mevrouw Reilly naar waarheid. "t Is toch wat.' Juffrouw Inez boog zich over de vitrine en vergat haar taartjes. 'Ik voel me zelf ook niet zo best. Mijn voeten.' `Goh, ik wou dat ik die bof had. Ik heb arteritus in mijn elleboog.' `Nee toch!' zei juffrouw Inez met oprechte deelneming. 'Dat heeft mijn arme ouwe papa ook. Die zetten we altijd in een heet bad vol Berlijns water.' `Mijn zoon zit al de hele dag in ons bad. Ik kan ternauwernood mijn eigen badkamer nog in.' `Ik dacht dat ie getrouwd was, meid.' Ignatius? Olala,' zei mevrouw Reilly bedroefd. `Meissie, geef je me twee dozijn van die luxemix?' `Maar ik dacht dat u me had verteld dat ie getrouwd was,' zei juffrouw Inez terwijl ze de cakejes in een doos deed. `Hij heeft niet eens het vooruitzicht. Die vriendin die hij had is ervandoor gegaan.' `Nou ja, hij heeft nog alle tijd.' `Dat zal wel,' zei mevrouw Reilly onverschillig. '0 ja, kun je me ook een half dozijn wijncakes geven? Ignatius wordt heel vervelend als de cake opraakt.' `Uw zoon is wel gehecht aan zijn cake, hè?' `0, god, die elleboog doet zo'n zeer,' antwoordde mevrouw Reilly. In het middelpunt van de menigte die zich voor het warenhuis had gevormd ging de jagerspet, het groene epicentrum van het oploopje, met heftige bewegingen op en neer. `Ik stel me in verbinding met de burgemeester!' schreeuwde Ignatius. `Laat die jongen met rust,' klonk een stem in de menigte. `Pak die strippers in Bourbon Street liever eens aan,' voegde een oude man eraan toe. 'Dit is een goeie jongen. Hij staat op zijn moeder te wachten.' `Dank u,' zei Ignatius uit de hoogte. 'Ik hoop dat u allen zult willen getuigen tegen dit ongehoorde optreden.' `Kom mee,' zei de agent met slinkend zelfvertrouwen tegen Ignatius. De menigte begon agressief te worden, en er was nergens een verkeersagent te bekennen. 'We gaan naar het bureau.' `Die brave jongen mag niet eens bij Holmes op zijn moeder staan wachten.' Dit was de oude man weer. 'Geloof mij maar, de stad is niet meer wat ze geweest is. “

 

 2102500-73ebfbf4b54838b8dd0fc3f7487aa764.jpg
John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)
New Orleans, St. Louis Cathedral in de kersttijd

 

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren. Zie ook alle tags voor Albert Drach op dit blog.

Uit: Das Goggelbuch

„Seiner Meinung nach sei Siegfried selber ein Nibelunge erst geworden durch Beraubung und Ermordung des früheren Inhabers seines späteren Hortes. Dieser Sonnenjüngling aber mußte hinwiederum Gold und Namen eines Nibelungen jenen lassen, die nach Überlistung seiner Gattin und Auskundschaftung seiner verwundbaren Stelle sich zu treuer Mord- und Raubbrüderschaft verbanden, bis sie selbst bei der Überlisteten die Hölle gut geheizt gefunden hätten und ihr heldenmütiges Vertrauen auf deren Arglosigkeit ihrerseits mit dem Untergang bezahlten. In gegenwärtiger Zeit gebe freilich ein Titel viel, ein Kleid aber weit mehr. Die Eigentracht sei allerdings gebürtigem Adel vorbehalten.
Dem Volksmann bleibe so nur übrig, sich in eine schon vorhandene Livree zu kleiden, in die er passe. Ein Diener könne auch immerhin die Sprosse des Herrn erklettern, wenn jener diesem lange die Leiter halte, dabei unmerklich schüttle, bis, freilich in zunächst geringfügigen, aber zuletzt sehr fühlbaren Brocken, die sich, spät wieder aufgeweicht, zu einem stattlichen Laib wiedergeknetet, Nibelungenhort und -namen schließlich in die Dienerschürze glitten. Mit dieser hochfahrenden Hoffnung Seifenblasen von sich pfeifend, greift Goggel nach dem strafenden Stein, der dem gegenwärtigen Spiegel zugunsten des künftigen unrecht gibt, indem er denselben in eine Lage versetzt, aus der er eines Widerspruchs nicht mehr fähig ist.
Sodann greift er sich ans Kinn mit Behagen. Sein Bart sticht ihn nicht, denn er hat keinen. Abgehend äußert er sich noch zu seinem räudigen Rüden, welcher Wonnemund heißt, er sei ein zumeist läufiges Luder (wiewohl doch gar nicht weiblich), doch mit mutlos hängender Zunge. Mithin verabfolge er ihm einen Tritt. Aber er tut dies vielleicht, weil der Hund unter ihm steht, wie er selbst den Tritten seines Herrn ausgesetzt bleibt. Über letzteren denkt er gleichfalls nach, und zwar wie folgt: fein wie ein Fruchtbaum, der bei sanftem Schütteln gute Zehrung fallen läßt; man dürfe sein Geschäft aber nicht grob machen, andernfalls falle krachend ein Ast, und wehe dem, der dann unten stehe."

 

 2102500-16c6335efbaede8479a3a8d5fcd321eb.jpg
Albert Drach (17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

 

De Amerikaanse dichter en hervormer John Greenleaf Whittier werd geboren in Haverhill, Massachusetts op 17 december 1807. Zie ook alle taggs voor John Greenleaf Whittier op dit blog.

 

The Christmas Of 1888

Low in the east, against a white, cold dawn,
The black-lined silhouette of the woods was drawn,
And on a wintry waste
Of frosted streams and hillsides bare and brown,
Through thin cloud-films, a pallid ghost looked down,
The waning moon half-faced!

In that pale sky and sere, snow-waiting earth,
What sign was there of the immortal birth?
What herald of the One?
Lo! swift as thought the heavenly radiance came,
A rose-red splendor swept the sky like flame,
Up rolled the round, bright sun!

And all was changed. From a transfigured world
The moon's ghost fled, the smoke of home-hearths curled
Up the still air unblown.
In Orient warmth and brightness, did that morn
O'er Nain and Nazareth, when the Christ was born,
Break fairer than our own?

The morning's promise noon and eve fulfilled
In warm, soft sky and landscape hazy-hilled
And sunset fair as they;
A sweet reminder of His holiest time,
A summer-miracle in our winter clime,
God gave a perfect day.

The near was blended with the old and far,
And Bethlehem's hillside and the Magi's star
Seemed here, as there and then,--
Our homestead pine-tree was the Syrian palm,
Our heart's desire the angels' midnight psalm,
Peace, and good-will to men!

 

 

Forgiveness

My heart was heavy, for its trust had been
Abused, its kindness answered with foul wrong;
So, turning gloomily from my fellow-men,
One summer Sabbath day I strolled among
The green mounds of the village burial-place;
Where, pondering how all human love and hate
Find one sad level; and how, soon or late,
Wronged and wrongdoer, each with meekened face,
And cold hands folded over a still heart,
Pass the green threshold of our common grave,
Whither all footsteps tend, whence none depart,
Awed for myself, and pitying my race,
Our common sorrow, like a mighty wave,
Swept all my pride away, and trembling I forgave!

 

 2102500-6b483245ccb5f210fe8455d86004e37e.jpg
John Greenleaf Whittier (17 december 1807 – 7 september 1892)
Het bureau van de dichter in zijn huis in Amesbury, Massachusetts, nu museum

 

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia. Zie ook alle tags voor Thomas Haliburton op dit blog.

Uit: The Clockmaker

„I was always well mounted. I am fond of a horse, and always piqued myself on having the fastest trotter in the Province. I have made no great progress in the world, I feel doubly, therefore, the pleasure of not being surpassed on the road. I never feel so well or so cheerful as on horseback, for there is something exhilarating in quick motion; and, old as I am, I feel a pleasure in making any person whom I meet on the way put his horse to the full gallop, to keep pace with my trotter. Poor Ethiope ! you recollect him, how he was wont to lay back his ears on his arched neck, and push away from all compe-tition. He is done, poor fellow ! the spavin spoiled his speed, and he now roams at large upon my farm at Truro.' Mohawk never failed me till this summer. I pride myself, (you may laugh at such childish weakness in a man of my age,) but still, I pride myself in taking the conceit out of coxcombs I meet on the road, and on the ease with which I can leave a fool behind, whose nonsense disturbs my solitary musings. On my last journey to Fort Lawrence, as the beautiful view of Colchester had just opened upon me, and as I was contemplating its richness and exquisite scenery, a tall thin man, with hollow cheeks and bright twinkling black eyes, on a good bay horse, somewhat out of condition, overtook me ; and drawing up, said, I say, stranger, I guess you started early this morning, didnt you ? I did, sir, I replied. You did not come from Halifax, I presume, sir, did you ? in a dialect too rich to be mistaken as genuine Yankee. And which way may you be travelling ? asked my inquisitive com-panion. »

 

 2102500-ba08cc13ff15b32b218e33141fa1df3c.jpg
Thomas Haliburton (17 december 1796 – 27 augustus 1865)
Cover

 

 

De Poolse dichter en militair Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock. Zie ook alle tags voor Władysław Broniewski op dit blog.

 

Out of the anger

 I would love you (shit, dammit!),
if there wasn’t this uncertainty,
if not the fact that my heart is being eaten
by anger, longing and soppiness.

I would be faithful like the dog Lassie,
I’d gladly sleep on the mat,
but you have such personality
that I wouldn’t wish any lover.

I would love you (bloody hell!),
I’d love (goddammit!),
but something has crushed me,
and I don’t know what’s happening to me:

I greet a photograph - like a fool,
with a photograph (shit!) I reckon with,
I go to sleep and don’t doze off
until I confess it my sins,

and (shit!) those sins are really small,
so the sinner is annoyed (dammit!):
that I, for instance, was drinking yesterday
or that Miss X – not necessarily.

So what (dammit!) that I’m faithful,
one that loves even your footmarks?
My dear - October has passed,
My dear (shit!), November is passing.

My dear, whole life is passing…
Dear! Dear! – I repeat while sobbing.
What gives me live, and what kills me,
is that I (dammit!) still love you.

 

Vertaald door Magdalena

 

2102500-337a2768387041ba9d110bbeaf0d72e7.jpg
Władysław Broniewski (17 december 1897 – 10 februari 1962)
Cover 

 

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul. Zie ook alle tags voor Érico Veríssimo op dit blog.

Uit: Mexico (Vertaald door Linton Barrett)

“I am only an office worker tired of bureaucracy and the world around him. But wait! I want you to understand me. I love this country, I like Washington. It is an enchanting city, a placid garden of tourists, diplomats and office workers — correcte, charmante et ridicule. A model of organization, a perfection of city planning. Everything here functions accurately, "On time and the hour,” as Dona Maurfcia, my late grandmother, used to say. Listen, my bard, listen. Yesterday I gave a talk at the weekly luncheon of the Happy Bears' Club.
Were there such organizations in your day? No? Great times, those! Well, my Bears roared, told stories, put grotesque paper hats on their heads, applauded my speech with handclapping and whistling. Extremely cordial, not a doubt of that, highly entertciined ! And when the question-and-answer period came, what do you think they inquired about? I’d hoped they would ask how Brazilians live, how they love, dance, sing, dream and die. But not at all ! They wanted me to give them statistics on the exportation of coffee, the per capita income of the population, the figures on rainfall. The gentleman beside me, his lips touched with vanilla ice-cream, wanted to know what our government is doing to combat soil erosion. I replied that ViUa-Lobos had written a s3miphony with the title of Erosion, and that we all hoped that would solve the problem definitely. You don’t suppose the man took my answer seriously and wanted technical details? WeU, he did, poet. I am constantly surrounded by old ladies. Clean, gay, neat, respectable, elegant, thirsty for information and animated by the purest civic sentiments. They belong to a thousand clubs, a thousand committees, a thousand fraternal societies. They get things done, they organize things, they want to know things. I collaborate with them, I give them lectures on all subjects, even — and principally — on those I am not acquainted with. I answer their questions with filial patience. But they are smothering me. Bin, ah, they are driving me mad! Hurrah for our Brazilian old women! Hail to Dona Maurfcia with her checked shawl, her embroidered slippers, her tapioca cakes, her crocheted napkins, her asthma and her silences ! She never belonged to any club. She never went to a lecture, God bless her!”

 

 2102500-cd95264dabed618fd6b605f14ea0f63f.jpg
Érico Veríssimo (17 december 1905 – 28 november 1975)
Portret door Tania Hanaler, 2016

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 december 2008 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 17 december 2007 en mijn blog van 17 december 2006.

Geschreven door Romenu om 12:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten